S p i e g e l b e e l d

 

Duurt Sikkens

 

Een broer van Jezus, Jacobus, schrijft in een brief iets over iemand die in een Spiegel zijn gezicht bekijkt. Letterlijk staat er dat-ie kijkt naar “het gelaat van zijn genesis”. Daarbij maakt Jacobus de merkwaardige vergelijking met het “zich verdiepen in de volmaakte wet, die van de vrijheid”. En dit verdient daarom zeker de aandacht.

 

Een spiegel reflecteert je uiterlijke verschijning, maar Jacobus bedoelt hier de reflectie van je innerlijk, je wezen. Wie je echt bent wordt weergegeven.

 

Nu wordt de mens op talloze manieren een spiegel voorgehouden, maar de vraag is of die spiegel goed is. Of je hebt een gebarsten spiegel door vroegere ervaringen en je ziet slechts fragmenten van jezelf, waarvan de onderlinge samenhang is verstoord.

’t Is net of je uit stukjes bestaat, je bent niet meer heel, niet compleet. Kijk je in een bewaasde spiegel dan is het beeld vaag en onduidelijk, je bent een schim en hoe krijg je ooit een helder zicht op jezelf wanneer er een sluier overheen hangt van schuld- en schaamtegevoelens? Nog ellendiger is een rouw sluier…

 

Andere spiegels zijn hol en bol en maken dan een lachwekkend beeld van je. En bij dit alles komt nog dat je denkt dat andere jou zien zoals jij jezelf vertekend ziet. Je bent dan overgevoelig voor hun kijk op jou. Je wordt zo afhankelijk van het oordeel van de omgeving, van hun waardering.

 

Een ‘dader van het woord’ is denk ik iemand die ziet hoe hij er werkelijk uitziet, omdat nl dat woord, het evangelie, hem vertelt wie hij in wezen is. Het evangelie laat de werkelijke mens te voorschijn komen; je wordt onthuld als het ware, als ware. Er zit namelijk geen bedekking meer op je gezicht, je uitstraling.

 

Door het geloof in Jezus’ werken ben je vrij van zonde, vrij van de dood, vrij van oordelen, vrij van alles wat jouw gevangen hield en bekleed met onschuld. En dan ben je zo mooi, je kunt door die vrijheid en die zuiverheid, God’s  wezen laten zien. Je bent uit Zijn liefde geboren en daardoor  toon je jouw oorspronkelijk gelaat, je ‘genesisgezicht’.

 

En langzamerhand ga je Zijn liefdevolle wezen weerspiegelen door te vergeven, door barmhartig te zijn, door op den duur zelfs je vijanden goed te doen. Kinderen Gods zijn mensen die op hun Vader lijken in hun doen en laten. Als je wilt weten wie je werkelijk bent, spiegel je dan aan hen die de Vader weerspiegelen, degenen die jou onvoorwaardelijk liefhebben.

 

Stel dat God voor een grote spiegel staat, wat ziet Hij dan? Hij ziet zichzelf weerspiegeld in al die gezichten van Zijn mensen. Daarin herkent Hij zich want zij kennen Hem. Zij vormen, in talloze schakeringen, Zijn gezindheid, Zijn spiegel-beeld. Dat Jezus dit alles bewerkstelligd heeft door wat Hij heeft gedaan, is de kern van onze boodschap en zo wordt de mens(heid) uiteindelijk de totale christus die één is met de eeuwige.

 

Dat is nou de heerlijkheid van God: mensen die Hem reflecteren. Ik zou haast willen zeggen, en ik bedoel dat serieus: “Kijk eens wat vaker in de spiegel van je Maker, want je weet niet half hoe mooi je bent”.

 

(Uit Vox-Nieuws november 2007)