Uit Levend Geloof nummers 383/384en 385

 

Jildert de Boer

 

 

 

Welk beeld hebben wij van God?

 

God ziet het...

Vanuit de calvinistische erfenis zijn velen in Nederland grootgebracht met een Godsbeeld dat angst en bedreiging opriep. Een God die als een boeman tekeer kon gaan en voor wie je als kind al een verkeerde vorm van vrees koesterde. Een God die hel en verdoemenis liet prediken en, o wee, als je niet tot het kleine getal van uitverkorenen behoorde... De verschrikkelijkste straffen wachtten je... God heeft evenwel lust in onze bekering en Hij heeft niemand bij voorbaat daarvan uitgesloten (Ezech. 33:11: Jes. 45:22; 1 Tim. 2:4; 2 Petr. 3:9).

 

Er waren eens een stel jongens die voetbalden op een veldje naast een boomgaard. In de pauze kropen ze door een gat in de heg de bongerd binnen en deden zich tegoed aan de appeltjes. Nu had de eigenaar gemakkelijk het gat kunnen dichten, maar dit deed hij niet. Hij plaatste er een bordje bij met de woorden: 'God ziet het’. Kennelijk geloofde hij dat dit méér effect zou sorteren. Deed je namelijk dat appeltjes pikken tóch, dan zou God je wel eens te grazen nemen... De alziende God als afschrikmiddel...

Nu praten wij dit stelen van kwajongens niet goed, integendeel, maar waar het ons om gaat is, dat God door sommigen zo lichtvaardig wordt voorgesteld als Degene die je uiteindelijk te pakken zal nemen, om je meedogenloos te straffen! God werkt niet met het inboezemen van angst, maar wil ons roepen door Zijn heerlijkheid en macht (2 Petr. 1:3). Laat u dáárdoor verlokken en trekken!

 

 

Het Oude Testament

De God van het Oude Testament is dezelfde God als die van het Nieuwe Testament. Het verschil is echter dat Hij Zich in het Oude Verbond maar beperkt, ten dele kon openbaren. In het Oude Verbond schreven de mensen over het algemeen alles wat uit de geestenwereld op hen afkwam, toe aan God. Hun denken lag onder een bedekking, al waren er soms heldere ogenblikken. Veelal was er versluiering en vertroebeling van de kijk op God.

Satan wordt dan ook maar weinig genoemd in het Oude Testament, maar hij was wel degelijk werkzaam en actief! Rampen en het kwade in het algemeen werden - bij gebrek aan beter en meer inzicht - aan God toegeschreven. We zouden vele teksten kunnen noemen die dit aantonen, maar die bij het klare licht van het Nieuwe Testament niet het laatste woord hebben.

 

Niettemin hebben ook nu nog vele christenen op grond van het Oude Testament een gespleten beeld van God die enkel licht is. Zij spreken bijvoorbeeld over de slaande hand Gods en in zondag 10 van de catechismus worden ook tal van negatieve zaken, zoals droogte, krankheid en armoede, genoemd als zouden ze ons van Zijn vaderlijke hand toekomen. Opvallend is weer dat de duivel niet wordt vermeld, alsof hij buitenspel zou staan...

 

Het Nieuwe Testament

Wij moeten ons bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en al wat erin is, gemaakt heeft. Hij heeft ten tijde der geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun wegen laten gaan, en toch heeft Hij Zich niet onbetuigd gelaten door wel te doen, door u van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven en aan uw harten overvloed van spijs en vrolijkheid te schenken. (Hand. 14:15-17).

Van Jezus van Nazareth lezen we "hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem" (Hand. 10:38). Aan de werken van Jezus kunnen we zien hoe het wezen van God is! Hij is goed en goeddoende. Hij heeft ons behoud, onze genezing en bevrijding op het oog! Die liefde heeft Hij in Jezus Christus geopenbaard tot ons heil.

 

"De eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen" (Joh. 1:18). De Zoon toonde God, zoals Hij in wezen is. Hij verklaarde de werkelijkheid van de Vader vanuit een intieme relatie. Daarvoor heeft niemand ooit God gezien. Later sprak Jezus tot Filippus: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Joh.14:9).

Zo beeldde Jezus op aarde in Zijn wandel uit hoe en wie God is: Hij is het beeld van de onzichtbare God (Kol. 1:15). De Hebreeënschrijver noemt de Zoon zo schitterend: "de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Gods wezen" (Hebr. 1:3). Jakobus schrijft in prachtige woorden; "Iedere gave, die goed, en elk geschenk dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem (schaduw) van omkeer" (Jak 1:17). Deze Vader der lichten brengt ook niemand in verzoeking (Jak. 1:13). Het aller-duidelijkste over het ware beeld van God is wel Johannes: "En dit is de verkondiging, die wij van Hem (!) gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis" (1 Joh.1:5).

 

Als er geen enkele duisternis in God is, dan kan er ook niets duisters van Hem komen. God is één: enkel goed en positief God is niet tweeslachtig, zoals Jeremia vragenderwijs veronderstelde: "Komt niet uit de mond des Allerhoogste het kwade en het goede?" (Klaagl. 3:38). God is nooit de auteur of bewerker van het kwade. Het uitgangspunt om een juist beeld van God te krijgen is hoe Jezus de Vader openbaarde. Tevens stelde Jezus ook Satan en zijn machten openlijk tentoon en gaf aan waar zij op uit zijn: "De dief komt niet dan om te stelen, te slachten en te verdelgen" (Joh. 10:10a). "Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed" (Joh. 10:10b).

Zo de Zoon, dan ook zo de Vader! Jezus, Christus ontsluierde de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen (Matth. 13) en toonde scherp en helder aan wie God is (licht en goed) en wie Satan is (duister en slecht).

Is dat voor u ook zonneklaar? Of is uw Godsbeeld nog gemengd en oudtestamentisch gekleurd? Jezus, zegt in de Bergrede: "God is goed jegens de ondankbaren en bozen" (Luk. 6:35). Zo 'n zon kunnen we ook worden in onze omgeving!

 

De God van ons heil

God als Vader van dichtbij leren kennen is iets heerlijks. Een vertrouwelijke omgang met Hem beoefenen is het mooiste wat er bestaat! Hij hoeft ook voor u niet ver weg te blijven of zo 'n wispelturige God te zijn, bij wie je het nooit weet, zo van: 't kan vriezen én 't kan dooien... Nee, in Christus Jezus is Hij nabij gekomen, tot onze zaligheid en behoud. Ervaart u nog scheiding, dan is de bijbelse oorzaak daarvan: uw zonden! (Jes. 59:1-2). Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen! De kwestie is of u uw zonden wilt belijden én nalaten in geloof en gehoorzaamheid aan Jezus Christus.

 

"Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij(!) zullen tot hem komen en bij hem wonen" (Joh.14:23). Twijfel is nooit uit God (Jak. 1:6), maar het is een wapen van de aanklager, Satan, om de mens in onzekerheid en schuld te houden. De werkingen van de aanklager zijn naar hun aard gemeen, beschuldigend, sarrend, knagend en ontmoedigend. De Heilige Geest overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel (Joh. 16:8) en zijn spreken is lieflijk, corrigerend, bemoedigend, geladen met hoop en troost, gericht op Jezus. Deze duif tikt je op de schouders en wijst je op iets verkeerds en laat je tevens een heerlijk uitzicht zien! Er kan geoordeeld worden: scheiding tussen de mens en de machten der duisternis, tussen het goede en het kwade. Het oordeel wordt tot overwinning gebracht!

 

God heeft het allerbeste met ons op het oog. Hij wil ons verlossen en herstellen. Zijn liefdehart is gericht op ons heil: onze heling en onze heiliging! Met de zonde en met alles wat met het rijk der duisternis te maken heeft, kan Hij geen kontakt of gemeenschap hebben! Hij heeft de wereld lief en Hij gaf het liefste wat Hij had, Zijn Zoon, opdat de wereld door Hem behouden worde (Joh. 3:16-I7). Krijgt u er zin in, om u over te geven aan zo 'n God en uw leven helemaal toe te wijden aan Hem?


Welk beeld hebben wij van onszelf? (LEVEND GELOOF NR.384 SEPT./OKT.1996 )

 

 

Van hoge komaf

De mens is van origine naar Gods beeld geschapen als kroon op de schepping. Zeer bekend is Psalm 8 over wat de mens is, dat God hem gedenkt en naar hem omziet. Daar lezen we: "Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt, en hem met heerlijkheid en luister gekroond" (Psalm 8:5-6).

In het oude verbond lezen we wel meer over deze positieve kijk op de mens. We noemen Job 7:17,18:" Wat is de mens, dat Gij hem zo groot acht en uw aandacht op hem vestigt, dat Gij elke morgen hem bezoekt, elk ogenblik hem beproeft”? In Psalm 18:36 zien we ook een frappante uitspraak: "Uw nederbuigende goedheid maakte mij groot" of-. "door mij te verhoren hebt Gij mij groot gemaakt", zegt 2 Sam. 22:36. Deze verzen verstaan we tegen de achtergrond van Gods liefde en Gods herstelplan ten aanzien van de mens. De mens is van goddelijke oorsprong en - ondanks de diepte van het verval in de zonde -  zal Gods doel met de mens na de komst van Jezus Christus, door de Geest Gods en Zijn Woord, volvoerd worden: "opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust" (2, Tim.3:17)

In de nieuwe schepping worden Gods bedoelingen volledig gerealiseerd! Dit gebeurt niet plotseling, als bij toverslag, maar langs de weg van groei en ontwikkeling krijgen de zonen Gods hun geestelijke opleiding en vorming in het verborgene, om openbaar te komen tot het herstel van de in al haar delen zuchtende schepping (Rom. 8:18-22).

 

De breuk in de verbinding

Na de zondeval in de engelenwereld verleidde de oude slang – Satan - ook de eerste mensen, waardoor de zonde zijn intrede deed in bet menselijke geslacht. Onder andere Efeze 2:1-3 gaat hierop in en spreekt over onze vroegere wandel, die getypeerd wordt met: "hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden" en "overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid”. Deze satanische luchtmacht is diep geïnfiltreerd in de door God recht geschapen mens, waardoor deze krom en verdraaid werd. De luchtmacht (Efez. 6:12) met satan als overste heeft landingsbanen van de mens ter beschikking gekregen in de begeerten en de wil van het vlees én van de gedachten (Efez. 2:3). Het ingespoten addergif of slangenvenijn (Rom. 3:13) heeft zijn negatieve werking gedaan in de vorm van zonde, ziekte, leugen en geweld. Wat afwijkingen, beschadigen, degeneratie en verwording heeft dit teweeg gebracht! Satan is altijd uit op de verwerping van de mens en om deze weerspannig te maken tegenover God. Hiertoe zet hij zijn overheden of grootvorsten in.

De kink in de kabel tussen God en mens is kolossaal geworden. De mens is ontaard, vervreemd van het leven Gods (Psalm 14:3; Efez. 4:18) "Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die doet wat goed is, zelfs niet één" (Rom.3:12).

Het is opmerkelijk dat bij de in Romeinen 3 vanuit de Psalmen aangehaalde woorden dáár de psalmisten als "rechtvaardig geslacht" getekend worden, in tegenstelling tot het overheersende beeld van zonde als gemeengoed.

 

- In Psalm 5:9-13 is er een fel kontrast tussen "mij" en "hun" of “zij”. Het slot luidt: " want Gij zegent de rechtvaardige o Here" (Ps. 5:13). - In Psalm 10:7 wordt de goddeloze van Romeinen 3 aangeduid, maar Psalm 10:17 zegt: "De begeerte(!) der ontmoedigen hebt Gij , Here gehoord: Gij sterkt hun hart, uw oor merkt op".

 

- In Psalm 14:2-3 zien we de ernstige situatie getekend van Romeinen 3. Psalm 14:4 en 5 zet echter tegenover elkaar "al die bedrijvers van ongerechtigheid" en "want God is bij het rechtvaardige geslacht".

 

- Psalm 36:2 wordt er in Romeinen 3 ook bij betrokken en toch zegt vers 11 ook: "Bestendig uw goedertierenheid voor wie U kennen, en uw gerechtigheid voor de oprechten van hart".

 

- Psalm 140:4 is in Romeinen 3 geciteerd, maar tevens lezen we in vers I4: "Waarlijk, de rechtvaardigen zullen U loven, de oprechten zullen voor uw aangezicht wonen".

 

- Psalm 143:2 Schrijft: "Niemand die leeft, is voor U rechtvaardig", maar de psalmist strekt zich dusdanig tot God uit "opdat ik niet worde als wie in de groeve neerdalen" (Psalm 143:6-7). Zijn slotsom wordt: "want ik ben uw knecht" (vs. 12).

 

De mens in Christus

Was er in het oude verbond nog slechts sprake van een gedeeltelijke rechtvaardigheid, in Christus is een volkomen gerechtigheid tot stand gebracht.  "Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld..." (Joh.3:17-18a). God geeft zijn mensen niet op, maar toont zijn liefde in het zenden van zijn Zoon, om hen te trekken uit de macht der duisternis tot verlossing van hun zonden. Ook de geknechte en overmeesterde mens - de zondaar -wordt door God, die de zonde haat, nog steeds door en door positief bezien. Hij verlangt er intens naar dat mensen de Christus aanvaarden als Heer en dat deze de doop in de heilige Geest ontvangen. Op die wijze kan er vervolgens een weg tot herstel afgelegd worden: "vernieuwd worden tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper"(Col. 3:10) Dit vormt een heerlijk ontwikkelingsproces in Christus door de heilige Geest. De mens, van oorsprong "van Gods geslacht" (Hand.17:28-29), mag door Gods genade opnieuw aan het beeld van de Zoon - de eerste - onder vele broeders (Rom.8:29) gaan beantwoorden.

De positie van de in zonde gevallen mens bestond in overheersing door boze engelen, maar zien wij Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, dan verstaan we dat Gods plan voor de mens nog altijd heersen is (Gen. 1:26; Hebr. 2:5-9; Openb. 22:5) Nu al heersen over de zonden, waarvan de machten van satan de aanstichters zijn. In de toekomende eeuw met Christus regeren op zijn troon (Openb. 3:21). Dit doel is haalbaar, realiseerbaar! Het is mogelijk te overwinnen over elke zonde en elke macht! Het Woord zal doen wat God behaagt en dat volbrengen, waartoe God het zendt (Jes. 55:11b), namelijk: om vele zonen tot heerlijkheid te brengen (Hebr.2:10). U mag er zijn 'mens in Christus' en u mag gaan uitgroeien tot dit beloofde zoonschap!

 

Een gezond en positief zelfbeeld

Een bekende dichter schreef eens: "Wees uzelf zei ik tot iemand, maar hij kon niet; hij was niemand". Hieruit blijkt wel duidelijk de roof van identiteit en de aantasting van de menswaardigheid door de duivel. Door pressie, beïnvloeding, misleiding en inslijping gaat de mens ten slotte de naam van de grootvorst Belial overnemen en denkt hij te behoren tot het geslacht van "nietswaardige lieden" (zo vertaalt de Nieuwe vertaling de uitdrukking "mannen Belials" van de Statenvertaling). Hij vindt zichzelf maar 'niets' of, zoals we eens hoorden, een 'grote nul'. Wat is het heerlijk om vernieuwd te worden van denken en te leren denken, zoals God over ons denkt! Dan zie je opeens: ik ben geen nul, ik ben een één, dat wil zeggen in alle ootmoed één unieke persoonlijkheid die God geschapen heeft! Ik heb een nieuwe identiteit in Christus gekregen, een nieuwe positie in Hem. Ik wil mij niet meer laten manipuleren door de duivel, de uit-éénwerper, maar ik mag een mens 'uit één stuk'  worden, ongedeeld voor God! Een deelgenoot van Christus, een medearbeider en navolger van God. Het is onvoorstelbaar wat de mens in Christus vermag! (Hebr. 3:1; 1 Cor. 3:9; Efez. 5:1; Fil. 4:13).

 

Op de vraag: 'Wie ben ik'? mag ik geloven, gelijk de Schrift zegt. Het is geweldig om al die positieve belijdenissen over ons mensbeeld over te nemen ' .',Eerst dan vier gedeelten uit het oude verbond:

 

- "Omdat gij kostbaar zijt en hooggeschat en Ik u liefheb..." (Jes. 43:4). - "Want Ik weet welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven" (Jer.29:11).

 

- "Zo zal de Here, hun God, hen te dien dage verlossen als de kudde die zijn volk immers is, ja zij zijn kroonjuwelen, die zullen blinken in zijn land" (Zach. 9;16).

- "Er komt een einde aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk" (Dan. 12:7c).

 

Het nieuwe verbond is uiteraard nog heerlijker en spreekt zonneklaar over zelfaanvaarding en de nieuwe werkelijkheid in Christus. Al heb ik nog niet bereikt wat ik zijn zal, door Gods genade ben ik zeker niet meer degene die ik ben geweest. De levensverandering en -vernieuwing zijn volop gaande!

Als het tweede gebod zegt mijn naaste lief te hebben als mijzelf, dan mag ik dus op een gezonde manier van mijzelf houden en mijzelf accepteren, zoals God mij geschapen heeft met mijn vermogens en funkties. Dat is niet iets om minderwaardig over te doen! Ik mag mijzelf zijn en tegelijkertijd helemaal herschapen worden naar Gods beeld.

Op soortgelijke wijze staat er: "Wie zijn vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief, want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente" ( Efez. 5:28-29). Dat getuigt ook van eigenwaarde en zelfrespekt naast een zich geven aan de ander.

 

"Ik ben die ik ben" is een mooie uiting van zelfacceptatie en tegelijkertijd een uitdrukking die goddelijke natuur aan kan duiden, de mens Gods door Hem bedoeld. Deze hoeft zichzelf niet kwijt te raken (Luc. 9:25), maar mag verlost worden van de boze! De nieuwe mens is geen willoos wezen, maar een vernieuwde persoonlijkheid in Christus, die aansluit bij karakter en aanleg. Deze nieuwe mens heeft een eigen vrijheid van wil en keuzes (vgl. 1 Cor. 7:37) met verantwoordelijkheid. Hij wenst niets liever dan onderworpen te zijn aan God, diens Woord te gehoorzamen en één geest te zijn met Hem (1 Cor. 6:17). Satan dient geen kans meer te krijgen ons als een "zwarte pion" op het schaakbord van het leven heen en weer te schuiven. In alle opzichten zullen we van de machten der duisternis losgekoppeld moeten worden. Bijvoorbeeld waar we nog ergens tegenaan 'hikken' (dat kan zijn door een geest van weerspannigheid) kunnen we in Jezus' naam bevrijdt worden. Deel krijgen aan Gods natuur houdt in: heling, gaaf-worden, goed worden als God, heilig als Hij, een complete mens die talenten ontwikkelt. Deze zet eigen vermogens in en ontplooit ze, krachtig geïntensiveerd door en onder leiding van Gods Geest ( Spr. 20:27; Luc. 10:27;1 Cor. 12) Op die wijze krijgt God zijn mens terug: volwaardig naar zijn 'aard' herschapen! Het is duidelijk dat dit proces tijd vergt, daar de boze voorheen gewerkt heeft met ontluistering, kleinering, frustraties, leugens, aanklachten en blokkades, om de mens 'ondermaats' te houden, opdat deze een 'doelmisser' blijft...

 

Belijden wie je bent in Christus!

Uitspreken wat je bent geworden in Christus en waartoe je hoop zich uitstrekt, roept een halt toe aan de infiltraties in ons denken van de vijand en maakt deze krachteloos!

Bijvoorbeeld insinuaties van de geest van verwerping als: "je bent niks en het wordt toch weer niks...... Zulke gedachtespinsels horen niet bij de mens in Christus! Wij zullen de aanklager overwinnen door het bloed van het Lam en door het woord van ons getuigenis (Openb. 12:11). Neem daarom de goede woorden Gods over in denken en belijden: - "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping, het oude is voorbijgegaan, zie het nieuwe is gekomen" (1 Cor. 5:17). Dit wordt voorafgegaan door: "Zo kennen wij dan van nu aan niemand meer naar het vlees" (1 Cor. 5:16).

 

- Wij hebben de Geest uit God ontvangen, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is (1 Cor. 2:12)

 

- Christus heeft ons aanvaard tot heerlijkheid Gods ( Rom. 15:7). - Maar door de genade Gods ben ik wat ik ben (1 Cor. 15:10). - "Ziet, welk een liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook" (1 joh. 3:1).

 

- Wij zijn duur gekocht en betaald (1 Cor. 6:20, Statenvert.).

 

- "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft" (Fil. 4:13).

 

Ten slotte een machtig mooie zin uit het briefkaartje aan Filémon: "(biddende) dat uw gemeenschap in het geloof zich werkzaam tone in een grondig kennen van al het goede dat in ons naar Christus uitgaat" (Fil. 6).

 

Mens, je zult straks zijn, watje nu mag worden!

De Heer zal je sterken richting zoonschap!


Welk beeld hebben wij van Satan? (Levend Geloof nr. 385 oktober 1996)

 

Satan in het verborgene

Voor veel christenen is onze vijand, Satan, nog altijd een 'grote onbekende', alsof hij zich van een dergelijke struisvogelpolitiek iets zou aantrekken... Het is opvallend, dat de Satan in het Oude Testament inderdaad nauwelijks voorkomt. Dat hij de slang in de hof van Eden bezette, weten wij uit Openbaring 12 vers 9: "de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt" (zie ook Openb. 20:2). De naam duivel, de door-éénwerper, komt in het Oude Testament niet eens voor. Toch was de 'doorelkaar-gooier' ook toen op de achtergrond wel degelijk werkzaam. De naam Satan, dat is tegenstander, komt in het Oude Testament slechts drie keer voor:

 

A.        1 Kronieken 21 vers 1: "Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan Israël te tellen". Deze schrijver had een scherper doorzicht in de onzichtbare wereld dan in 2 Samuël 24 vers 1 staat weergegeven: "De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op...... Het laatste geeft een typerend beeld van een versluierd, oudtestamentisch kijken naar God, terwijl de Kroniekenschrijver de werkelijke bron noemt, de koker van waaruit alle ellende voortkomt.

 

b.         In Job 1 vers 6 en 12 wordt de Satan genoemd als degene die de hand heeft in de ellende die Job overkomt.

 

c.         In Zacharias 3 vers 1 staat de Satan aan de rechterhand van de hogepriester Jozua, om hem aan te klagen. Dit wapen hanteert hij nog steeds, vandaar zijn benaming de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God (Openb. 12:10).

 

Dit zijn de Schriftplaatsen, waarin het Oude Testament Satan rechtstreeks noemt. Meer indirekt was hij echter in vele situaties aanwezig. In het verborgene deed hij zijn verwoestende, ontwrichtende werk. Wie kon deze camouflagetaktiek doorgronden? Wie was in staat de ware vijand aan te wijzen, laat staan te overwinnen? Ongerijmde dingen werden bij gebrek aan beter inzicht aan God toegeschreven en zo kon de boze verstoppertje blijven spelen, want men zag God veelal als oorzaak van goed en kwaad tegelijk.

 

De mens bestreed zo 'goed en kwaad' hij kon de zonde, maar kon met de goede wet van God in eigen kracht het goede niet uitwerken. De machten der duisternis verschuilden zich achter de gebonden mens. Wie had er toen iets begrepen van boze geesten uitwerpen tot bevrijding van de mens? Dit was in het Oude Testament nog niet aan de orde. Zo werd de mens tot vijand van zichzelf. Wie zou hem verlossen?

 

Door Jezus ontmaskerd

 

Jezus Christus openbaarde ten volle het ware beeld van God, die enkel goed en enkel heilig is. Hij toonde tevens de ware aard van Satan: enkel slecht en enkel onheilig, de bron van alle kwaad. Hij kwam tot verlossing van een in de zonde vervallen mensheid, om de mens terug te voeren en te herstellen tot diens originele staat van beelddrager Gods. Hij werd als onzer één - Zoon des mensen - en Hij schaamt Zich niet ons broeders te noemen (Hebr. 2:10-14). Ook wij werden uit God geboren - wedergeboren (vgl. Jezus' geboorte, verwekt door Heilige Geest) - en worden geheiligd en gebracht tot zoonschap. Dit proces vraagt om onze volledige inzet, in afhankelijkheid van de Geest van God. Wij verwachten het van de bijstand van de heilige Geest (Hand. 9:31) en zo blijven we 'bijstandtrekkers'!

 

Er is er maar één, die de heerlijke ontwikkeling van mensen Gods wil stuiten en torpederen en dat is de boze. Voortdurend tracht hij ons af te remmen of zelfs te blokkeren, want hij wil geen zonen Gods op de troon, die overwinnen, gelijk Jezus heeft overwonnen (Openb. 3:21). Jezus heeft hij niet tegen kunnen houden of verhinderen in zijn loop. De overste van deze wereld kwam en had aan Hem niets, kon geen enkel aanknopingspunt bij Hem vinden (Joh. 14:30).

 

Jezus overwon en is nu gezeten aan de rechterhand des Vaders op de troon en Hij pleit en bidt voor ons, die in de strijd staan. Nu volgen wij Hem in zijn voetstappen, maar de boze blijft erop uit ons te vloeren en ons af te leiden van het doel van God met ons mensen. Het is echter voluit mogelijk "dat Hij ons zou geven, zonder vreze, uit de hand der vijanden verlost, Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aangezicht al onze dagen" (Luc. 1:74-75).

 

In de geestelijke wereld wees Jezus de duivel aan als de mensenmoorder van den beginne en de vader (= verwekker) der leugen (Joh.8:44). Hij ontmaskerde de boze als de dief, die komt niet dan om te stelen, te slachten en te verdelgen ( Joh . 10:10a). Aan het kruis heeft Hij de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd (Kol. 2:15). Hij leerde ons de naam van de Vader te heiligen, dat is af te zonderen van de boze, absoluut niet in verbinding te brengen met het kwade ( Matth. 6:9). Tevens riep Hij op te bidden: "Verlos ons van de boze"! (Matth. 6:13). "Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen die door de duivel overweldigd waren; want God was met Hem" (Hand. 10:38). "Immers door wie men overmeesterd is, diens slaaf is men"( 2 Petr. 2:19).

 

De ware oorzaak van alle kwaad

Velen zien de mens als zondaar als de 'grote slechte', uit wiens hart de zonde ontspringt. Zij vragen zich niet af hoe de zonde dan in dat hart van die mens is gekomen en hoe het komt dat de mens zo slecht is geworden, daar God hem immers goed gemaakt heeft. De demonenblindheid is vaak groot, ook onder christenen. Zij beseffen onvoldoende dat vóór de mens in 'verval' raakte door de zonde- er eerst een zondeval in de engelenwereld plaatsgreep. Daarom staat er glashelder: "Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne" (1 Joh. 3:8a). Daarbij lezen we over de bevrijding van dit juk, dat drukte, door Jezus Christus: "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou" (1 Joh. 3:8b). Jacobus 1 vers 14 en 15 spreekt in klare taal over de bevruchting van onze begeerte door de verzoeker, die zonde baart. Ook in het Oude Testament vinden we reeds aanwijzingen in deze richting. In Psalm 7 vers 15 staat: "Zie, wie met ongerechtigheid bevrucht werd, is zwanger van onheil en baart leugen”. Jesaja 59 vers 5 spreekt over het uitbroeden van eieren van giftige slangen met als resultaat onder andere: "zwanger gaan van leugentaal" (Jes. 59:13). In het  -onder ons niet gezaghebbende, maar soms wel leerzame- apocriefe boek De Wijsheid van Salomo 2 vers 23 en 24 vinden we een interessante variant op Romeinen 5 vers12. Deze luidt als volgt: "God schiep de mens tot onvergankelijkheid en vormde hem tot een beeld van zijn eigen wezen; maar door de afgunst van de duivel is de dood de wereld binnen gekomen, en deze dood ervaren zij die de duivel toebehoren”. Een goede aansporing voor onze strijd tegen de boze vinden we in Jacobus 4 vers 7: "Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden".

 

Gezag in Jezus' Naam

In het bekende Efeze 6 vers 12 zien we duidelijk tegen wie we onze strijd hebben te voeren. Nooit tegen andere mensen en ook niet tegen eigen 'bloed en vlees’! Van het geknok tegen jezelf word je doodmoe en je komt er ondanks alle ernstige, goedbedoelde pogingen niet wezenlijk verder mee. Onze strijd is tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Uiteraard zijn we er zelf verantwoordelijk voor om de duivel geen voet te geven (Efez. 4:27). Wij zullen ons lichaam tuchtigen en het in bedwang houden (1 Kor. 9:27). De oorzaak van verleiding ligt bij de machten, die we zullen bestrijden, maar wij zullen ook op een gezonde wijze onszelf aanpakken en niet onze verantwoordelijkheid van ons afschuiven.

 

Het is een bevrijdend inzicht de mens te leren scheiden van de machten der duisternis met hun gewoonte- en denkpatronen. Daarbij kan het soms lijken alsof deze patronen bij je horen, maar - lof en dank - het hoort niet meer bij ons, die in Christus een nieuwe schepping zijn en die verder vernieuwd willen worden naar Zijn beeld. Wij hoeven niet zomaar alles meer te 'nemen' wat op ons afkomt vanuit het rijk der duisternis! Ook bijvoorbeeld niet alle opklopperij, ophitserij en aandikkerij met alle opblazen en opjutten vandien in ons gevoelsleven (geest van hysterie). We mogen ons daar tegenover opstellen in de naam van Jezus!

De opdracht: "In mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven" (Marc. 16:17) is nog springlevend en volop aktueel. Niet als een toverformule of een standaardkreet, maar vanuit gezag in Jezus' naam verleend, met zijn Woord (Matth. 8:16) en door zijn Geest (Matth. 12:28). De boze geesten kijken naar onze identiteit: "Wie zijt gij?" (Hand. 19:15). Jezus zei: "Zie Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand en niets zal u enig kwaad doen" (Luc. 10:19).

De gedachten van de vijand mogen ons niet onbekend zijn (2 Kor. 2:11). Het is heerlijk dat de Heer de laatste tientallen jaren inzichten heeft geschonken, om de geesten der duisternis in mensen aan te pakken. We denken aan zonde-, ziekte- en leugenmachten. Aan geesten van onreinheid, van geweld, occulte machten, demonen vanuit het voorgeslacht en 'vrome' leergeesten. Aan geesten van verwerping, weerspannigheid en hysterie. Het werk van Jezus wordt voortgezet tot bevrijding van mensen! We ervaren dat naarmate we meer op de Heer gaan lijken, de boze geesten moeten wijken! Onze goede God staat ons terzij, mensen komen opnieuw tot hun bestemming en Satan lijdt de nederlaag!

We verheugen ons dat we een steeds duidelijker inzicht krijgen in de werkingen van de vijand. En dat we mogen werken vanuit een goed Godsbeeld, een gezond mensbeeld en een scherp ‘satansbeeld’. Daardoor kunnen we medearbeiders Gods zijn tot verder herstel van alles wat nog niet 'heel' is. Geloof dat de Heer ook daarin gaat doorwerken tot de volle overwinning is bereikt!