Opstanding

 

Duurt Sikkens

 

uit Levend Geloof nr. 428

 

Er is heel wat nagedacht over ´opstanding´ en alles wat daarmee samenhangt. Eigenlijk is het simpelweg het prachtige, onvergankelijke antwoord van God op de duivelse uitvinding van de dood. En zijn antwoord kwám, in de gedaante van een mens, de bescheiden man uit Nazareth, die zei:  `Ik ben de opstanding`.

Wie zich dus aan Hem verbindt in een nieuw verbond heeft daardoor onvergankelijk leven in zich gekregen.

Nu kun je dit haast gedachteloos aanvaarden als een dogma, maar wanneer je tot het merg van je bestaan beseft: Dank zij onze Vader en Jezus Christus is dit eeuwigdurende leven in mij begonnen, dan betekent dat, dat het dood-zijn is afgeschaft. Ik schrijf: ‘Begonnen’. Ik bedoel hiermee dat mijn hele bestaan tot leven gaat komen. Beschouw ik mij als een stukje landschap van het ‘land der belofte’ dan wordt het duidelijker. Alles wat in mij ‘woestijn’was: de zware stenen van schuldgevoelens die me neerdrukten, de verdorde verwachtingen, soms verworden tot een stekelige doornstruik, de lege plekken in mijn ziel waar de ratten van slaafsheid huisden, de spelonken van verdriet met de vleermuizen van de angst, de opgedroogde bron van liefde en zelfrespect… al deze dingen veranderen langzaam maar zeker in leven.

Hoe? Omdat ze worden aangeraakt door de zachte en milde regen van God, Zijn woorden van liefde.

Jezus is zelf door alle vormen van woestijnleven gegaan. Hij weet wat het is waar jij doorheen gaat. Daarom kan Hij zo intens met je meevoelen. Hij staat niet op afstand wat toe te kijken om te zien of het je lukt om wat tot leven te komen, of  je  ‘het redt’.

Integendeel, Hij redt jou uit je ellendige situatie. Hij voegt zich bij je in de Geest van de Vader en samen met andere naasten worden al die dode plekken in je bestaan tot leven gewekt. De zware stenen worden opgeruimd, de verwachtingen worden opnieuw tot leven gebracht, de ratten en de vleermuizen worden verjaagd en een warm vuur wordt ontstoken in de eens zo stille grot. En op alle lege plekken worden nieuwe gedachten en beloften gezaaid. En de doornstruik wordt gerooid en er wordt een mooi groen stekje neergezet. Zelfs het eens geroofde zelfrespect wordt heel teder teruggeplant in je diepste wezen en je wordt wie Hij ziet die je bent. Dan bén je.

Iedereen kan voor zichzelf het innerlijke landschap beschrijven en aanvullen in duidelijke beelden. Het gaat er maar om of je de moed hebt de lieflijke opstandingskracht van God toe te laten in je geest, je ziel. ‘Vertrouwen’ is één ding, jezelf toevertrouwen aan de handen van je naaste die uit Hem is, is een volgende stap.

En zelfs als je bent teleurgesteld in een naaste, dan nóg is de opstanding van kracht. Het gaat er dan om dat je de ‘wedergeboorte’ van alle dingen in jezelf belangrijker acht dan wat je is aangedaan. Dat vergt vergevingsgezindheid, maar dat neemt uiteindelijk de pijn weg en geeft ruimte en lucht om de kloven van het verdriet te dichten, om jouw kostbare mens-zijn in alle delen de kans te geven tot leven te komen. Gun je jezelf wat God je zo graag gunt?

Het is een weg, een route, die Jezus zo goed kent. Zó kom je, met Hem, tot vrede, ook met jezelf, want God weet wie je eigenlijk bent. Dát is de ‘route-kaart’ tot innerlijke vrede: Een God die in de gedaante van een medemens naast je neerhurkt in je bijna-dood-bestaan, je wonden verzorgt, jou brood en wijn geeft, je in Zijn armen sluit, je optilt en aan Zijn boezem drukt.

Zó komt alles weer overeind in je omdat zijn liefde sterker is dan de dood.

Leve de opstanding!