Onze omgang met de bijbel

door Duurt Sikkens

Het woord ‘bijbel’ is afgeleid van Biblia, hetgeen zoveel betekent als ‘verzameling boeken en geschriften’. Dit boek bestaat voornamelijk uit Joodse geschriften, geschreven in het Hebreeuws en Aramees, veelal het Oude Testament genoemd, en het Nieuwe Testament, in het Grieks, bestaande uit evangeliën, brieven en Openbaringen aan de apostel Johannes. Over de ontstaansgeschiedenis bestaat een uitgebreide literatuur en deze is voor geïnteresseerde gemakkelijk toegankelijk. Een vraag: Wie stelden vast welke geschriften tot de Bijbel zouden behoren? Welke ‘toelatingsnormen’ dienden te worden gehanteerd? Uitgaande van het woord ‘canon’ dat ‘rietstaf’ betekent en later de overdrachtelijke betekenis kreeg van ‘maatstaf’ of ‘norm’ kwam men, kiezend uit een enorme hoeveelheid rollen en geschriften tot de begrippen ‘canoniek’ en ‘apocrief’ waarmee dan bedoeld werd dat de eerste categorie wel en de laatste niet als gezaghebbend werd erkend. Daar tussen in waren er, bij gerede twijfel, de ‘deutero-canonieke boeken’ die in de laatste bijbelvertaling van 2004 zijn opgenomen.

Er waren zoveel handschriften, ook van evangeliën en brieven, dat daaruit een keuze gemaakt moest worden. De definitieve vorm die vandaag gehanteerd wordt, is in de loop der eeuwen na Christus ontstaan. Keizers, pausen en concilies hebben zich erover gebogen en uiteindelijk de canon vastgesteld. Aanvankelijk was er bijvoorbeeld veel discussie over de tweede brief van Petrus, een brief van Johannes en van de laatste ook diens Openbaringen. Ook bleek dat een derde brief van Paulus aan de gemeente te Korinte, alsmede een brief aan Laodicea, verloren waren gegaan. Zelfs waren er vervalsingen in omloop. Er is ook nog een evangelie van Thomas.

Enfin, ’t werd een hele uitzoekerij.

Een ‘heilig boek?

Mijn vraag luidt: is dit allemaal ‘Gods Woord’, zoals velen de bijbel plegen te noemen? Er bestaan, in vele varianten, allerlei termen zoals: ‘onfeilbaar’ en ‘van kaft tot kaft’ als zou elk woord in dit boek geïnspireerd zijn door de heilige Geest. Wanneer dit als een onwrikbaar uitgangspunt wordt gehanteerd kom je tot de onvermijdelijke conclusie dat de bijbel een ‘heilig boek’ zou zijn. En zo hebben de Moslims hun Koran, de Hindoes hun Veda, de Mormonen het boek Mormon. Alle grote en kleine godsdiensten hebben hun heilige geschriften.

Daarin schuilt een groot gevaar, immers, wanneer je een godsdienst fundeert op alleen een boek krijg je heel veel interpretaties mét de daaruit voortvloeiende verdeeldheden, scheuringen en oorlogen. Wie de kerkgeschiedenis er op na leest vindt daarin alle bewijsmateriaal. Elkeen hanteert de eigen ‘waarheid’ en ‘elke ketter heeft zijn letter’, omdat iedereen bijbelteksten weet aan te voeren ter onderbouwing van het eigen gelijk. (Even terzijde: Als de bijbel letterlijk geïnspireerd zou zijn, waarom de exegese dan niet?)

Andere vraag: Zouden er geen aanwijsbare fouten in de bijbel kunnen staan? Nou, daar zijn genoeg studies aan gewijd om die aan te tonen. Daar ga ik hier niet op in maar misschien hoef ik alleen maar het bekende voorbeeld aan te halen van het motief van koning David om het volk te tellen. Vergelijk 2 Samuël 24 met i Kronieken 21 en trek zelf uw conclusie. En wat te denken van ‘een boze geest die van de Here kwam’? (1 Sam. 16:14).

Wat zeg je zelf?

Hiermee wil ik maar zeggen dat, wanneer iemand roept: "In de bijbel staat…", dit niet altijd een argument is. Of een ander zegt: "Paulus zegt…" Dat kan best zo zijn, maar wanneer je dit beweert tegen iemand die nog nooit een letter in de bijbel heeft gelezen, kan deze zeggen: "Wie zegt u? ken ik niet…". Het punt is, denk ik, wat zeg je zelf. Je bent zelf verantwoordelijk voor wat je zegt en beweert. En zegt iemand, out of the blue,: "De Heer zegt mij…" dan is dit natuurlijk boven alle twijfel verheven.

De Joden zeiden tegen Jezus: "Mozes zegt.." Jezus repliceerde met: "Zeker, dat klopt, maar ik zeg jullie…"en dan kwam er iets beters. Lees in dit verband de brief aan de Hebreeën maar eens door. Daarin staat zo’n tien keer het woordje ‘beter’, zoals ‘betere beloften’, ‘een beter vaderland’ en een ‘beter verbond’.

Nogmaals, wat zeg je zelf. Dan worden het de vruchten van de Geest met jouw geest, vruchten naar jouw eigen aard. De vruchten zijn altijd het resultaat van een bevruchting. Ik bedoel dit± Je leest bijvoorbeeld in overlijdensadvertenties, bij herdenkingsbijeenkomsten en op geboortekaartjes vaak een citaat uit een gedicht, een psalm, een bijbeltekst waarin op kernachtige wijze wordt gezegd wat de mensen heeft bezield of tot troost is. Daar is niks mis mee. Een ´tekst´ iseen uitspraak van een ander. Het zijn de geestesvruchten van bijvoorbeeld een David, een Zefanja, een moordenaar aan het kruis. Vaak worden ook beelden gebruikt, ontleend aan het Midden-Oosten. Maar nu, wat zeg je zelf?. Ik vermoed dat een Innuit andere beelden gebruikt dan een Maori en dat de Nederlander tot andere gelijkenissen komt dan de leden van een Tibetaanse bergstam.

Dat is een heerlijke variatie en biedt een grote verscheidenheid aan uitdrukkingsmogelijkheden.

Petrus, een van de volgelingen van het eerste uur, schrijft in een brief: "Als je spreekt, laten het woorden als van God zijn".

Logischerwijze betekent dat,dat er ná het verschijnen van de canonieke boeken er vaak genoeg woorden Gods zijn gesproken die dan niet in de bijbel staan. Wie goed luistert, leest, vindt er vele, in navolging van Jeremia die rustig stelt: "Zo vaak uw woorden gevonden werden, at ik ze op".

Dezelfde God, andere interpretatie

De God van het Oude verbond is niet anders dan van het Nieuwe Verbond. God is niet veranderd en Zijn natuur zal ook niet veranderen. Maar de interpretatie was zo anders. Heel veel eigenschappen van de satan werden Hem toegeschreven en vele ‘andere goden’ verdrongen zich "voor Zijn aangezicht", in het gezichtsveld van de ‘ouden’ (dit is de oud-denkenden). Hun god moest lijken op de goden van de omliggend heidense volkeren, maar dan natuurlijk veel sterker en machtiger…

In de oude denkbeelden is sprake van zoveel wraak, zoveel vervloekingen, zoveel bloederig geweld ‘ in de naam van de machtige! Israëls’. En vele denken dat onze Vader achter al die oorlogen, terreuraanslagen, de (tien) plagen, de zondvloed zit.

Het oude denken zat en zit diep. En toen Jezus kwam en de Vader deed kennen en trachtte uit te leggen wie Hij werkelijk was en is, werd Hij als een waardeloos bevonden steen weggegooid. Op zo’n mens kun je niet bouwen…

Ook Johannes en Jakobus kregen van Jezus het verwijt dat hun denken nog steeds niet was veranderd en ze kregen te horen " dat ze niet wisten wat voor geest ze waren". Er lag nog een Mozaïsche bedekking over hun denken, vandaar…

Het woord ‘bekering’, waar een ietwat gedateerde geur omheen hangt, betekent niets anders dan ‘verandering van denken’. Eigenlijk riep Jezus de religieuze mensen van zijn dagen op om nou eens anders over God te gaan denken dan ze tot dan toe gewend waren geweest. ’t Was dan ook een ingrijpende omschakeling van een ‘ God der wrake’ naar een bescheiden, onopvallende man, die rustig vertelde dat Gopd er uitzag zoals hij, zoals hij sprak en handelde. Tevens merkte hij op dat je een ingelukkig mens zou worden wanneer je daaraan geen aanstoot nam. Jezus hoopte zo dat de ogen van de mensen zouden opengaan voor het Godsbeeld, dat hij zelf was.

Gods grote geheim

Het ontvangen van de Geest va de Heilige is een ontroerende gebeurtenis, want je ontvangt het liefdevolle levensbeginsel van God in je geest. Het is een conceptie, het begin van de Christus in je: Gods grote geheim. En we hebben deze geest niet oVeel pseudologientvangen om eigen idealen te verwezenlijken, onder het mom van een ‘speciale bediening’, maar om Zijn ideaal te verwezenlijken en om Zijn stem te kunnen horen en zelf te leren denken zoals Hij denkt. David roept een keer uit: "Hoe kostelijk zijn mij Uw gedachten!" Die koesterde hij als kostbare schatten. Gods woorden zijn overal te horen en te vinden mits je er oog en oor voor hebt gekregen. Luister alleen al maar es naar wat soms ‘uit de mond van kinderen en zuigelingen’ valt te horen! Woorden Gods staan niet alleen in de bijbel. Wel hanteer je, zoals reeds gezegd, de uitspraken Gods zoals die door de profeten zijn genoteerd, als referentiekader. Je dien namelijk alle profetieën, visioenen, preken te toetsen op hun betrouwbaarheid, hun echtheid. Jezus verwijst vooral naar Mozes, de Psalmen en de Profeten omdat die getuigen van de Christus, dat wil zeggen van Jezus èn van degenen die van hem zijn. Trouwens, dit is óók een behoorlijke verandering in denken: te weten dat er ook over óns is gesproken en geschreven. Dan komt alles heel dicht bij de mens of nog beter, in de mens tot wording en hebben we deel aan het woord Gods vanaf het allereerste begin.

Veel pseudologie

Nog iets. Je hoort wel eens: "De Heer zegt…" of " Ik heb in mijn hart…" of "Ik wordt er bij bepaald dat…" of Ik heb gedroomd dat…" of andere uitspraken die iets heel bijzonders moeten suggereren. De vragen die je dan rustig kan stellen zijn dan: "Welke heer?,Wie bepaalde je ergens bij? Want niet ontkend kan worden dat er ongelooflijk veel wildgroei en pseudologie op dit terrein te horen is. (Lees Jeremia 23 er maar eens op na).

Ook het eigenmachtig uitleggen en invullen van bijbelse profetieën naar bepaalde natuurlijke volken toe komt heel veel voor, terwijl al deze dingen bedoeld zijn voor een geestelijk volk. Het blijft actueel om niet iedere geestesuiting voetstoots aan te nemen als een uiting van de Heilige Geest.

Uiteraard hebben ook de oude profeten, door hun gedeeltelijk zicht op God, hier en daar onjuistheden vermeld, Wanneer bijvoorbeeld God ook de Schepper wordt genoemd van de duisternis, kan dit niet waar zijn "want", zegt Johannes, "er is in Hem geen spoor van duisternis. Dan kan er nooit iets duisters (zonden, ziekten, dood) uit Hem voortkomen. Zo toets je de profetieën en je behoud het goede, het ware bewaar je. Maar in 2 Timoteüs 3 vers 16 staat toch dat elk schriftwoord van God is ingegeven? Nee, dat staat er niet, eeuwenlange discussies ten spijt. Als dat er stond hoefde de beperkende bepaling ‘van God gegeven’ er niet voor te staan, dan was ‘schriftwoord’ voldoende. Eigenlijk staat er dat niet elk schriftwoord door de Geest geïnspireerd is, maar Gods kinderen zullen altijd herkennen wat van hun Vader is uitgegaan. Anders gezegd door Zijn zoon: "Mijn schapen kennen mijn stem wel". Die onderscheiden duidelijk de stem van vreemde stemmen, omdat die laatste niet barmhartig zijn en altijd wat van een mens móeten. Verder zei deze goede herder: "De Heilige Geest zal jullie alles leren en te binnen brengen wat ik je heb gezegd". In dit verband is het heel opmerkelijk om de betekenis van het Griekse woord voor ‘lezen’ te bekijken (anaginoskoo). Dat betekent ‘her-inneren, herkennen, weer weten’. Prachtig! Zo gauw je iets hoort of leest her-ken je, dan weet je het weer: Dit is van mijn Vader, en dat niet.

Wat zegt Gods Geest?

Enfin, ik wou maar zeggen dat de bijbel een door mensen en in mensentaal geschreven boek is over hun omgang met God. Hierin staan veel woorden van Hem en doe worden herkend door zijn kinderen. Laten we dus maar goed luisteren naar wat Zijn Geest in de gemeente zegt en laat zien. Dat zijn altijd levendmakende, rustgevende gedachten die in allerlei gedaanten verschijnen kunnen.

De mooiste verschijning is wel de gestalte Gods in mensen. Ze zijn levende woorden geworden en zijn zo getuigen van Zijn wezen. Het woord is ook in jouw aan het worden, in jouw mens-zijn, in overeenstemming met de Vader. En zo ga je als een van Zijn levende woorden de wereld in.

"Uw woord is een lamp voor mijn voet’, zongen de ouden. Wat zou je ervan vinden te ontdekken dat je een lamp bènt, omdat het lichtende woord in jou gestalte heeft gekregen, tot grote vreugde van de Vader. Licht is liefde.

De mens is, in dubbele betekenis, geschapen om lief te hebben.

Overgenomen uit "Levend Geloof" mei/juni 2005 nummer 436.