kvo 51e jaargang nummer 7/8 juli/aug.1987

J.E.v.d.Brink

GOD IS GOED

Er zijn vele godsbegrippen en vele 'goden' in de wereld. Ook onder de christenen lopen de gedachten die zij van God hebben, ver uiteen. Wij willen evenwel gemeenschap hebben met de enige ware God. Wanneer wij Hem als voorwerp van verering aanbidden, willen wij Hem eerst identificeren, teneinde geen vreemde god te dienen. Wij willen Hem aanbidden in geest en in waarheid.

De misleiding

Er bestaat echter een kwade inspirator: de duivel met zijn boze engelen. Hij werkt met leugens en maakt het plan en de bedoelingen van God verdacht.

In het Paradijs onderwees God Adam en Eva bij de boom des levens. Daar kregen zij onderricht tijdens het eten van de vrucht van de levensboom, beeld van de Leraar ter gerechtigheid, die eenmaal komen zou. Al opwassend zouden zij kennis verzamelen van de geestelijke wereld, teneinde daar hun positie te gaan innemen.

De duivel stelde evenwel een andere methode voor om het doel te bereiken, toen hij door middel van de wetteloos sprekende slang de zichtbare schepping binnendrong. Hij sprak over een kortere weg, die sneller en gemakkelijker zou zijn. Hij wees naar de boom van de kennis van goed en kwaad en sprak: 'Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad' (Gen.3:5).

God kent geen kwaad

De gedachte werd door de satan gewekt, dat God vanuit zijn wezen het kwaad zou kennen op dezelfde wijze als Hij ook het goede kent. De leugen en de zonde zouden dan in Hem zijn opgekomen evenals de waarheid en de gerechtigheid. Van Jezus Christus, die de afdruk van het wezen van de Vader is, wordt evenwel getuigd, dat er geen bedrog in zijn mond is geweest en dat Hij de zonde niet heeft gekend of gedaan (1 Petr. 2:22 en 2 Kor.5:21).

Onze Heer sprak, dat alleen de duivel liegt en dat deze de vader of verwekker van de leugen bij de mens is. De satan liegt vanuit zijn wezen (Joh.8:44).

God kent evenwel het kwaad slechts vanuit de gedragingen der geestelijke rebellen in de hemelse gewesten en vanuit de werken der mensen, die door deze boze geesten geïnspireerd, gebruikt of gemanipuleerd worden.

Bovendien kan God nimmer wetteloos zijn, want alle scheppingswetten zijn voortgekomen uit zijn gedachten en Hij is onveranderlijk.

Een god naar ons beeld?

De volgende gedachte van de satan is nog geraffineerder: de mens zou als God zijn, dus dan zou ook het omgekeerde waar zijn, namelijk zoals de mens geworden is, na het eten van de vrucht, zou ook God zijn. De mens kent niet alleen goed en kwaad, maar doet ook goed en kwaad. Zo zouden wij ons dan God moeten voorstellen. Deze leugen heeft het godsbesef van vele volken aangetast.

Zo leren wij bijvoorbeeld uit de Griekse mythologie dat de goden zich gedroegen als de mensen. Juno, de echtgenote en volle zuster van Jupiter, werd gekenmerkt door heerszucht, trotsheid en jaloezie. Haar huwelijk met Jupiter was ongelukkig, doordat haar echtgenoot, de oppergod, het met andere godinnen en zelfs met aardse stervelingen hield, en verder ook ten gevolge van haar eigen ijverzuchtig karakter.

Van de heidenen schreef Paulus, dat zij hun gezond verstand niet gebruikten: 'Het is duister geworden in hun onverstandig hart... zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mèns' (Rom.1:21:23).

Zij zijn dus dwaas geworden, want zij zeggen: onze goden zijn zoals wij. Zij hebben de waarheid Gods vervangen door de leugen, die uit de bek van de slang kwam. De god dezer eeuw heeft hun overleggingen met blindheid geslagen.

De Vader der lichten

De duivel maakt de mens nog altijd wijs, dat God kwaad kan doen en ellende over de mens kan brengen. Jacobus zegt evenwel: 'Dwaalt niet, mijn geliefde broeders. Iedere gave, die goed is, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer' (Jac.1:16,17).

God kan niet iets schenken dat verkeerd is, wat niet bij Hem hoort. Ook bij Hem kan men er nooit iets uithalen dat er niet in zit!

Welk redelijk, verstandig mens, zal er ooit aan denken te zeggen, dat de Schepper zonde, gebondenheid of ziekte geeft. Oorlogen, rampen, onheilen en benauwdheden vinden hun oorsprong nooit in God. Het kwaad komt niet uit God, zomin als de duisternis uit de zon komt.

Gezondheid is van God en ziekte komt van de duivel. God is een goede God en de duivel is een slechte duivel!

Een jaloers God?

De boze beweerde zelfs: je zult beslist niet sterven. Adam en Eva stierven ook niet ogenblikkelijk biologisch, maar wat veel erger was: ze werden in de onzienlijke wereld van God gescheiden, omdat ze daarin hun eigen weg kozen. Ze waren dood in zonde en misdaden.

De boze stelde God voor als een jaloers God, die niet wil dat de mens tot grote macht komt en kennis vergaart. Hij bracht dus de integriteit of betrouwbaarheid van God in discrediet. De gedachte vatte post dat God de mens het leven zou ontnemen. Ook nu adverteert men, dat het God behaagd heeft een geliefd familielid weg te nemen. Het is evenwel altijd Gods bedoeling geweest, dat het sterfelijke, natuurlijke lichaam, verzwolgen zou worden in het onsterfelijke geestelijke lichaam. 'Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen'. Zo zullen ook zij die overgebleven zijn, in een punt des tijds veranderd worden (1 Kor.15:52,53).

Angst voor de dood?

Het is geen wonder dat Adam en Eva na hun daad van ongehoorzaamheid wegscholen tussen het geboomte van de hof. Zij ervoeren wel dat hun verhouding tot God veranderd was. Ze waren bevreesd dat God hen zou straffen, wellicht doden. Zij geloofden immers dat Hij ook kwaad deed. Hij maakt dood en Hij maakt levend! (1 Sam.2:6).

Alsof de Here God iemand zou doden! Heeft Hij niet zijn eigen Zoon geschonken, 'opdat deze door zijn dood hem, die macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij waren gedoemd' (Hebr.2:14,15).

Een God der wrake?

Vanwege de leugen dat God denkt en handelt zoals de mens, ontwaren ook vele christenen niet het schijnsel van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is. Vele christenen denken dat God er behagen in schept het kwade te brengen over de mens die zondigt. Hij kan wel lang wachten, maar ingrijpen doet Hij, hetzij nu of later. God zet het de mens betaald. Hij wreekt Zich. Hij is een God der wrake. De christen ziet dan niet in, dat onze God zich wel wreekt, maar niet op de mens, doch wel op de vijanden van Hemzelf, die ook de tegenstanders van de mens zijn, namelijk de boze geesten.

God zelf wijst de paradijsleugen van de hand met de woorden: 'Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten' (Jes.55:8,9).

God is niet zoals wij. Hij is van een andere dimensie, van een hogere gedachtenwereld, want 'Hij doet ons niet naar onze zonden en vergeldt ons niet naar onze overtredingen'

(Psalm 103:10).

Versluierd denken

Voor Israël werd in het oude verbond de sluier niet weggenomen. Zo was het denken van Job versluierd. Hij sprak: 'Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet? (Job 2:10). Toch wordt uitdrukkelijk in hetzelfde hoofdstuk meegedeeld, dat de satan Job met boze zweren sloeg, van zijn voetzool tot zijn hoofdschedel toe (vers 7).

Elifaz wees ook God aan als oorzaak van het kwaad. Hij formuleerde het in de woorden: 'Welzalig de mens, die God kastijdt; versmaad daarom de tucht des Almachtigen niet. Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en zijn handen helen' (Job 5:17,18). Maar de Heer zei tot Elifaz dat deze niet recht van Hem had gesproken zoals Job. Deze zag ook wel niet, dat God enkel goed was, maar hij erkende althans: 'Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand? Daarom ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep. Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. Daarom herroep ik en doe boete in stof en as' (Job 42:3-6).

Job zag uiteindelijk in dat er één was, die de gedachten Gods aangaande de mens had verdraaid en dat de boze een sluier op zijn denken had gelegd. God doet geen goed èn kwaad, maar alleen goed.

Jacobus voegde aan de geschiedenis van Job de opmerking toe: heb je nu gezien dat God de Vader der lichten is? Kijk eens naar Job. De duivel maakte hem ziek, maar 'gij hebt uit het einde dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming' (Jac.5:11).

Gods naam worde geheiligd

De leugen van de satan was dus: God kent het goede en het kwade vanuit Zichzelf. Niet alleen het goede is in zijn denken opgekomen, maar ook het kwade. Wie goede gedachten heeft, doet immers goed en wie kwade gedachten koestert, doet ook kwaad.

Deze leugen over God is zo doorgedrongen, dat men in het oude verbond meende dat alles uit God was wat zich vanuit de onzienlijke wereld openbaarde. Zo werd ook het kwaad aan God toegeschreven.

Bij de aanvang van zijn prediking heeft Jezus evenwel leren bidden: 'Onze Vader, die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd'. Jezus openbaarde God als de Vader der lichten. Uit Hem straalt alleen licht of leven, dat de mens gelukkig en blij maakt. Zijn naam moeten wij heiligen of afgescheiden houden van elke vorm van wetteloosheid, van elk kwaad, van elke vorm van ellende en van iedere ramp. Wij moeten de goede Schepper van hemel en aarde nooit voorstellen als auteur van die duistere verschijnselen. De waarheid is, dat God alleen het goede denkt en doet, en het kwade bedacht wordt door de duivel.

zie voor andere artikelen kvooverz