uit KVO 08-09-1978

Oosterse invloeden

op westerse religies

(Sacrificing truth for experience -

an Eastern trend in Western religion)

door Ineke van den Brink

Vandaag aan de dag geldt wat professor Inge al vijftig jaar geleden zo scherpzinnig opmerkte : het zwaartepunt van de religie is verschoven van autoriteit en traditie naar ervaring. Men kan rustig aannemen dat deze verandering een reactie is op de wetenschappelijke gerichtheid van een dogmatische theologie, die de geestelijke en gevoelsmatige behoeften van de mens heeft genegeerd. Vandaar dat autoriteit en traditie door de tegenwoordige generatie alleen dán als zinvol worden beschouwd, wanneer ze getoetst zijn aan eigen ondervinding. Deze voorliefde om iets te ervaren heeft de deur geopend voor de oosterse religies en hun meditatietechnieken. Professor Hendrik Kraemer, een bekende missioloog, voorzag reeds een een Aziatische invasie. Hij schreef : "Er zijn open poorten voor een geleidelijke penetratie van allerlei gezindheden en verstandelijke behoeften, van inspiraties die glashelder zijn uitgedrukt in het denken van de oosterling." Tegenwoordig valt het niet meer te ontkennen dat deze oosterse invasie heeft plaats gehad, zowel in Europa als in Noord-Amerika.

Verschillen tussen oosters en westers religieus denken

Tegenwoordeig laten vele christelijke theologen de apologetische of verdedigende methode ten opzichte van de oosterse religies los, want zij houden zich bezig met de ontwikkeling van een wereldwijde oecumenische godsdienstleer. Zij benaderen de oosterse religies vanuit de overeenkomstige ideeën van hun eigen christelijk georiënteerd geloof en verdoezelen bewust de essentiële verschillen. Er zijn evenwel duidelijk kloven tussen het oosterse en westerse religieuze denken. Hier volgen een vijftal verschillen :

Het eerste en fundamentele verschil betreft de wijze van opbouw en benadering van de theologie. De christelijke godsdienstleer ontwikkelde al vroeg een intellectuele en academische aanpak, die in wezen en opdracht met die van de wetenschap grote overeenkomsten vertoont. Het verstand begon te overheersen en dit werd eigenlijk het voornaamste kenmerk van de menselijke persoonlijkheid. Hier tegenover staat dan de oosterse godskennis, die de wetenschappelijke benadering der dingen afwijst en de nadruk legt op het bewustzijn van de mens en op de beïnvloeding van zijn gehele wezen.

Het tweede verschil betreft de wijze waarop men zichzelf beziet. De joods-christelijke traditie concentreert zich op het actieve ego, op de individuele, historische persoonlijkheid, terwijl het oosterse denken de onbegrensdheid van het eigen wezen benadrukt. Geschiedenis en tijd zijn noodzakelijke onderdelen van het menselijk bestaan met betrekking tot God en de westerse geloven, terwijl het oosten het tijdloze van het kosmisch proces waarin de mens begrepen is, accentueert.

Het derde verschil betreft de opvatting omtrent de schepping. Het merendeel der christenen heeft altijd de transcendentie of bovenzinnelijkheid van God beklemtoond. Hij schiep de dingen uit het niets. Deze factor veroorzaakt de enorme afstand tussen God en de mens. Het oosterse denken accentueert de immannentie of het inwonen van God in zijn schepping. God en de wereld zijn één. Dit verschil heeft belangrijke gevolgen ten aanzien van begrippen als incarnatie of vleeswording en verlossing.

Het vierde verschil ligt op het niveau van de menselijke situatie. Zonde is een dominerend begrip van de joods-christelijke verklaring voor iemands toestand, terwijl onwetendheid een karakteristiek is van de oosterse opvatting. Het wezen van de zonde veroorzaakt voor de christen zijn scheiding van God en dit brengt met zich de noodzaak van genade en verlossing. De oosterling beklemtoont evenwel het begrip onwetendheid meer dan dat van zondebesef. Het woord zonde herleidt hij meer tot zelfschennis dan dat hij haar beschouwt als een ontering van God. Zonde is voor hem een aspect van het karma en veroorzaakt pijn en lijden. (Karma is de wet van de nawerking van iemands daden en zou zijn staat bepalen gedurende zijn aardse existenties en zijn toestand in de tijd tussen zijn telkens terugkerende geboorte of reincarnatie). Onwetendheid weegt bij de oosterling veel zwaarder voor het menselijk bestaan dan zonde. Het christelijke begrip zonde kent hij niet. Onwetendheid kan alleen opgeheven worden door zelftranscendentie, dus door boven en buiten de zichtbare wereld te stijgen. Zij is een handeling van de wil om elk zinsbedrog dat door het ego wordt veroorzaakt, te overwinnen.

Het laatste punt van verschil ligt bij de eschatelogie of leer der laatste dingen van de christenen tegenover de 'tathata', de zodanigheid of het werkelijke zijn, in het oosterse denken. De christen heeft zijn denken over een 'komende' God gebaseerd op een hoop, die een uiteindelijke vervulling schenkt die boven de aardse en en natuurlijke historie uitgaat. Het oosterse begrip ziet evenwel de verheerlijking en de verlichting als een uitvloeisel van zelftranscendentie die gebaseersd is op de wil om tot de 'tathata', het wezenlijke, door te dringen. Dit is dan het einde van een dichotomie of een tweeledigheid tussen subject en object, tussen onderwerpelijk en en voorwerpelijk, tussen theorie en praktijk,, tussen uitwendig en inwendig. Het is een bestaan binnen een 'eeuwige tegenwoordigheid'.

Indien de oecumenische theologen in hun taak willen slagen, zullen zij iedere wens om religieuze verschillen uit te wissen, moeten opgeven. Het is onmogelijk om oosterse gedachtenwerelden in een westers denkpatroon te wringen. Men mag de westerse religieuze inspiraties niet voorstellen alsof zij eigenlijk dezelfde zouden zijn als hetgeen in de oosterse geest opkomt, en dat het slechts zou gaan om de uitdrukking ervan in andere woorden en symbolen.

Oosterse religieuze invloeden in de huidige westerse maatschappij

Bij hun invasie sloegen de oosterse religies de westerse theologen over. Honderdduizenden jonge mensen in Amerika en Europa werden de laaste jaren aangetrokken door nieuwe culten zoals : Hare Krishna-beweging, Devine Light Mission, Unification church en Transcendente Meditatiebeweging. Hun leringen zijn verpakt in westerse terminologieën en zijn ontdaan van de stipte discipline waaraan de aanhangers van de moederreligies in Azië zich moeten onderwerpen. Het resultaat van deze penetratie is de opkomst van een mystieke oosterse subcultuur van enorme afmetingen. Men zou in onze westerse samenleving eigenlijk van drie soorten aanhangers kunnen spreken : in het centrum bevinden zich de harde kernleden van de verschillende mystieke culten. Een tweede grote groep bevat de meelopers van de oosterse mystiek, de weekend mediteerders die nu en dan een boek over dit onderwerp lezen, die op ongeregelde tijden eens een samenkomst van de plaatselijke yoga-groep bijwonen. Verreweg het grootste aantal dat vandaag onder invloed van het oosterse denken staat, wordt evenwel gevormd door een derde categorie, door hen die nimmer naar een cultus-bijeenkomst zijn geweest, die nooit een boek over mystiek hebben gelezen en die zich helemaal niet als mysticus of pantheïst beschouwen. Deze massa heeft desondanks ideeën over het universum, die doordrenkt zijn met oosterse begrippen. Wat de graad van betrokkenheid van deze drie categoriën ook moge zijn, alle hebben een pantheïstische godsbeschouwing en alle stellen de innerlijke ervaring boven de rede. (Het pantheïsme ziet het goddelijke als een levenwekkende kracht, die de wereld van binnenuit doet functioneren, terwijl het bestaan in zijn geheel als manifestatie van het goddelijke wordt opgevat. Een andere God dan déze wordt dan ook niet erkend).

De moderne mysticus houdt zich aan de pantheïstische wereldbeschouwing en hij gelooft, dat God, mens en natuur alle goddelijk van aard zijn. Er is geen God buiten ons, 'ver weg', tot wie wij moeten naderen (Jac.4:8) en met wie wij gemeenschap moeten zoeken, maar men moet het eigen en innerlijke god-zijn ontdekken. Dit proces om zich eigen goddelijk-heid te realiseren wordt in de mystieke kringen op verscheidene manieren gebracht. Men spreekt daar over: "zelf-realisatie', 'god-realisatie' of 'ontwikkeling van het god-bewustzijn'.

Het tweede belangrijke element in de huidige oosterse gedachtengang is de subjectieve manier om de waarheid vast te stellen. Voor het gros der aanhangers is iets waar, omdat men dit zo aanvoelt. De waarheid is subjectief en relatief geworden in plaats van objectief en absoluut.

De subjectieve gerichtheid om de waarheid vast te stellen heeft te maken met een derde karakteristiek van het oosterse denken, namelijk het stellen van de ervaring boven de rede. Persoonlijke ondervinding is de sleutel geworden om de waarheid te bepalen. De primaire aantrekkingskracht van de oosterse mystiek ligt waarschijnlijk in het vooruitzicht van 'zelf-realisatie' of 'god-bewustzijn' door een mystieke ervaring. God is eigenlijk de totale optelsom van alles wat in de oosterse mystiek aanwezig is. Het onderscheiden van recht en onrecht wordt hierdoor zinloos. In feite is de hele opmars van de oosterse filosofie eropuit om de mens af te houden nog zulke onderscheidingen te hanteren. Zen-meester Yun-Men schreef : "Als je de zuivere waarheid wilt ontvangen, bekommer je dan niet om goed of kwaad. De strijd tussen goed en kwaad is de ziekte van je verstand".

Naast de duidelijk uitgesproken oosterse religies als zen-boeddhisme en Hare Krishna, zijn er oosterse bewegingen en invloeden, die zich ontdaan hebben van hun religieuze labels en zichzelf presenteren als een wetenschap, als een ongevaarlijke methode, of als een nieuwe weg tot zelfbeheersing en discipline. Deze valse voorstellingen maken hen aannemelijk voor het christelijk publiek. Bewegingen zoals Transcendent Meditatie, Yoga, Erhards Seminars Training en de Human Potential Movement worden zelfs door hun enthousiaste aanhangers gebruikt om 'nieuw leven' in de christenheid te brengen.

 

uit KVO 29-09-1978

Oosterse invloeden

op westerse religies

door Ineke van den Brink

TRANSCENDENTE MEDITATIE

De voornaamste goeroe van TM, de Maharishi Mahesh Yogi, beweert dat de regels tot levensvernieuwing die hij onderwijst, niets met religie hebben te maken, maar een psychologisch programma vormen tot zelfontwikkeling (een yogi is een beoefenaar van yoga). Dit programma bezit alle voordelen van de religie zonder evenwel de hinderlijke voorschriften te hebben en de theologische kennis te vereisen. Op deze wijze wordt zowel aan de godsdienstige behoeften als aan de vleselijke neigingen van de mens voldaan.

De Maharishi ontving zijn technische scholing van zijn leraar Swami Brahmanada Saraswati, die volledige 'zelf-realisatie' had bereikt en die gewoonlijk bekend staat als goeroe (leermeester) Dev. Volgens de klooster traditie deed ongeveer 2500 jaar geleden het wonderkind Shankara dezelfde oude wijsheid herleven, waardoor later goeroe Dev zijn 'god-bewustzijn' verwierf. In 1941 ging goeroe Dev op twee-en-zeventigjarige leeftijd naar Badarinath in het Himalayagebergte, teneinde zijn verantwoordelijkheid als leider van de Shankarachaya-traditie te gaan vervullen. Hij onderwees allen die tot hem kwamen en die hem als leider erkenden, in een oude meditatietechniek, die haar oorsprong had in de Veda's, de heilige boeken der Hindoes (veda betekent kennis). Hij maakte deze techniek bruikbaar voor zowel mensen uit het gewone leven als voor kluizenaars. Hij legde hierdoor de basis voor het hedendaagse wereldwijde revival van TM.

De Maharishi bezit een graad in de natuurkunde van de universiteit te Allahabad. Als jongeman keerde hij evenwel de wetenschappelijke studie van de stoffelijke wereld de rug toe, teneinde een pelgrimstocht naar geestelijke kennis aan te vangen. Zijn studie bij goeroe Dev werd gevolgd door een tweejarige periode van meditatie in een grot van het Himalayagebergte. Zo'n kluizenaarsleven is normaal voor de praktische afronding van een goeroestudie. Daarna doorkruiste hij nog een tijdlang de bossen van India. Omstreeks 1950 besloot de Maharishi zijn verworvenheden in de wereld te gaan uitdragen. Met een zorgvuldig uitgewerkt programma waarin was beschreven dat hij en zijn leider goeroe Dev een nieuwe weg tot een voller en rijker leven ontdekt hadden, kwam de Maharishi Mahesh Yogi voor de eerste maal in 1959 in Amerika. Sinds dat jaar heeft de Transcendente Meditatieleer meer dan een miljoen Amerikanen in haar beweging opgenomen en sluiten zich iedere maand 30.000 nieuwe beoefenaars hierbij aan. Het belangrijkste van de TM-methode is haar wijze van mediteren in een ontspannen houding met gesloten ogen, iedere dag tweemaal twintig minuten. Ieder mediteert op een eigen mantra, een sanskriet woord dat speciaal gekozen is voor de individuele gelovige. Dit bijzondere woord moet hij steeds herhalen. De mantra (mantrum yoga) heeft volgens de trainer de juiste geluidsnuances en een diepe betekenis voor de beoefenaar. De herhaling van dit welluidende woord reinigt meer de geest dan dat het de gedachten ergens op richt. Zo bevordert deze oefening de ontwikkeling van een nieuwe intelligentie. Wanneer de speciale mantra eenmaal aan een leerling is toegewezen, houdt deze dit woord voor iedere buitenstaander geheim. (Wat dunkt u van het veelvuldig en op verschillende toonhoogten herhalen van de naam van Jezus in bepaalde kringen? Herinnert ons het oneindige repeteren van deze naam, of een voortdurend halleluja-geroep, of het blijvend herhalen van een bepaald koortje, niet aan de mantra? red.) Het dogmatische aspect van het yogasysteem van de Maharishi wordt de wetenschap van creatieve intelligentie genoemd, 'Science of Creative Intelligence', kortweg SCI. De eerste academische cursussen in SCI werden gehouden vanuit het verlangen der mediterende studenten om een samenhangend theoretisch geheel te zoeken. De basisstelling van SCI is, dat kennis een structuur is van het bewustzijn . SCI gebruikt voor haar omschrijvingen de quasi wetenschappelijke taal, die het reeds eerder genoemde wonderkind Shankara in zijn stellingen gebruikte. Deze berusten op het monisme, een leer die ervan uitgaat, dat alles wat bestaat uit één beginsel moet worden verklaard, dat er een identiteit is van de ziel met de oorsprong en het wezen van haar bestaan. De yoga-oefeningen zijn dan de lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie om tot hoger bewustzijntoestanden te komen. Zij zijn middel om de identiteit van de ziel met het wezen van haar bestaan te ervaren.

Zo spreken tegenwoordig veel jongeren over het zoeken van hun eigen identiteit! In dit verband zijn de woorden 'Atman' en 'Brahman' van belang. Atman is de universele ziel, het onaantastbare en het immateriële principe zoals dit in de menselijke ziel wordt gemanifesteerd. Brahman is het eigenlijke en uiterste wezen, het centrale principe van het universum, de alles doordringende kracht, het onlichamelijke, het immateriële, het onzichtbare en niet geschapene, het niet geborene en oneindige. Het doel van alle Hindoe-meditatie is om verbinding en identificatie met Brahman te verkrijgen. Volgens Maharishi is voor mediterenden die hun verlichting ontvangen door middel van SCI en het praktiseren van het 'kosmisch' of 'god-bewustzijn' door TM, het einddoel hetzelfde als hetgeen het traditionele Hindoeisme beoogt. Niettegenstaande deze inzichten beweren de Maharishi en zijn volgelingen dat zelfs op het hoogste theologische niveau TM met alle religies kan worden verenigd en dat TM daarom geen godsdienst is. Brieven van getuigenissen van christelijke leiders zijn in het TM-boek gepubliceerd. Een van deze brieven was geschreven door een Luthers predikant, professor in de theologie aan de Valparaiso-universiteit.. De inhoud luidt : "Ik stond eerst vanuit mijn religieus standpunt nogal gereserveerd tegen TM. Het was dan ook niet zonder zorgvuldige en serieuze studie en overwegingen, dat ik trachtte te weten te komen of deze kunst en deze tradities uit het verre oosten,verenigbaar of in strijd zijn met mijn christelijk geloof. Ik beschouw TM niet als een alternatief voor het christelijk geloof. Ik praktiseer haar in nauwe samenhang met mijn leven als christen. Ik zie dit mediteren als één van Gods goede gaven". De inwijdingsplechtigheid kan evenwel nauwelijks meer gezien worden als een wereldlijke aangelegenheid. Zij is ook niet op één lijn te stellen met een christelijke eredienst. Men vraagt de in te wijden persoon voor een portret van goeroe Dev te knielen, terwijl de andere deelnemers ook neerbuigen, hun gaven offeren en de voorgeschreven dankliederen zingen, waarin de leiders van de Hindoe-traditie uit de school van Shankara vereerd worden. Elke goeroe uit het verleden wordt in deze gezangen beschreven als een uitdrukking en belichaming van de godheid.

De invocatie of het aanroepen heeft de volgende inhoud : 'Voor de Heer Narayana, de uit lotusbloem geboren Brahma, de Schepper; voor Govinda, de heerser in het midden van zijn discipelen, de yogi's; voor Shankaracharya, de traditie van onze meester, kniel ik.

Voor de verpersoonlijkte glorie van de Heer, voor Shankara, bevrijder van de wereld, kniel ik.

Voor Shankaracharya, de verlosser, die begroet wordt als Krishna en Badarayana, de uitlegger van de Brahma Sutras, kniel ik.

Voor de glorie van de Heer buig ik mij keer op keer, voor hem aan wiens deur het gehele galactische stelsel (melkwegstelsel) als een schitterende stoet van goden dag en nacht bidt om volmaaktheid'.

Terwijl men een handvol bloemen offert, spreekt men : 'Goeroe in de glorie van Brahma, goeroe in de glorie van Vishnoe, goeroe in de glorie van de grote Heer Shiva, goeroe in de glorie van verpersoonlijkte transcendentale volheid van Brahman, voor Hem, voor Shri goeroe Dev, die gekroond is met heerlijkheid, buig ik mij neer'.

De inwijdingsdienst of 'puja' is in het sanskriet en de vertaling ervan is verboden. Bloomfeld zegt in zijn boek over TM : 'Zij is geen religie of filosofie, nog een manier van leven, maar TM is een natuurlijke techniek om spanningen te verminderen en het bewustzijn (geestelijk) te verruimen'.

Maharishi zelf beweert dat Transcendente Meditatie een pad tot God is : 'Een uitstekende vorm van gebed is deze meditatie die ons in het blikveld van God voert, maar als de verlichte mens de onwetende zegenen wil, moet hij deze op het vlak van zijn onwetendheid tegemoet komen en trachten hem eruit te tillen. Hij moet hem nog niet spreken over het niveau dat later bereikt moet worden, omdat dit hem maar in de war zou brengen'.

Wat ook de reden van al deze misleiding moge zijn, religie onder welke naam ook, blijft nog steeds religie!