HET KONINKRIJK DER HEMELEN

DOOR J.E.v.d.BRINK

Bijbelstudie op de bijbelschool "GORKUM" vanaf september 1982 tot maart 1985.

 

LES 1 (11-09-82) het MARKUSEVANGELIE.

Markus 1:1 - Het evangelie van Jezus.

We hebben van onze jeugd af aan het evangelie over Jezus gehoord, wat Hij gedaan heeft, hoe Hij geleefd heeft en wat Hij voor ons gedaan heeft in zijn lijden en sterven.

Dit is dus het evangelie over Jezus.

Wij houden ons nu bezig met het evangelie dat Hij zelf gebracht heeft. En dat is het evangelie van Jezus Christus.

En nu zijn dit de verschillen : het één is nodig als basis en het ander is nodig als voortzetting.

Je moet eerst horen over Jezus, dat Hij voor ons is gestorven en dat Hij geleden heeft; dat Hij leeft en wie Hij is.

En dan : wat Hij heeft verkondigd.

En zo is Hij door de steden en dorpen gegaan, verkondigende het evangelie van het Koninkrijk der hemelen.

Markus 1:21 - En zij kwamen te Kapernaüm en terstond op de sabbat ging Hij naar de synagoge en leerde.

Jezus was een leraar.

En de Heer kan je niet losmaken van zijn "leer".

Vers 22 - En zij stonden versteld over zijn leer, want Hij leerde hen als gezaghebbende, en niet als de schriftgeleerden.

Vers 27b- Wat is dit? Een nieuwe leer met gezag!

Dit zeiden de mensen onder elkander, nadat Jezus een onreine geest had uitgedreven.

De mensen hoorden een nieuwe leer, die volkomen verschilde met wat ze ooit hadden gehoord. Ze misten dus iets in de prediking van

Jezus. Dat was de leer van het Oude Testament, want Jezus bracht dit niet, Jezus bracht een nieuwe leer; geen vernieuwde leer, maar een nieuwe. Ze waren groot gebracht in wetsonderricht; hoe je de wet moest houden. Dus wat je wel en niet mocht doen.

Dat was de wetsonderwijzing, waar de ordenende wereldgeesten, dus de menselijke geesten, de maatschappij en de religieuze dienst mee bij elkaar hielden.

Je vindt geen "leer" in het Oude Testament. Je zou kunnen zeggen "moraaltheologie"; hoe je de goede werken moest doen en een brave burger moest zijn.

Geen leerstukken over de drie-eenheid of de erfzonde of over de toekomstverwachtingen. Het gaat over : "Zorg dat je een rechtvaardig mens bent."

Spreuken 31:10-31 - De lof der degelijke huisvrouw.

Vers 26 - Met wijsheid opent zij haar mond, vriendelijke onderwijzing ligt op haar tong.

Het woord "onderwijzing" hadden ze hier ook kunnen vertalen met "leer"; een vriendelijke leer.

Als je goed doet, dan kent God je pad; dan ben je een deugdzaam mens.

Spreuken 4:1 - Hoort, zonen, de tucht van een vader.

Hier staat dat de zonen de tucht moeten horen. Dat is dus niet : er staat een stok achter de deur.

Spreuken 4:2 - want ik geef u een goede leer; verlaat mijn onderwijzing niet.

Er wordt hier dus wel gesproken over een leer. Maar dat is : Hoe maak je een jongen tot een goed man in de maatschappij; dus : hoe krijg je een goede vrouw en hoe krijg je een goede man, en hoe krijg je een goed gezin. Belangrijk!

Maar de geestelijke wereld komt daar niet aan te pas. het Oude Testament geeft dus een goede moraal, een goede opvoeding, zodat de voeten op een effen pad gaan.

Een enkele keer krijg je er de profetie doorheen met een messiaanse verwachting over de leer. Dan krijg je de geïnspireerde profeet.

Jesaja 42:4b - Statenvertaling: ... de eilanden zullen op zijn leer wachten. Dat is een verwachting van Jezus Christus. Een messiaanse verwachting. Met de eilanden bedoelt men dat wat ver weg is. En die zullen op zijn leer wachten.

Jezus bracht een leer. De mensen zeggen : "Hij brengt een leer over de opstanding"; hoe het gaat met de doden. Jezus zegt : "Zij huwen daar niet", of "zij zullen zijn als de engelen".

Dat is een leer, dat zijn dogma's. Maar die betreffen de geestelijke wereld, de onzichtbare wereld, het Koninkrijk der hemelen. Maar daar zult u in het Oude Testament geen enkele opmerking over

lezen. Als Jezus zegt : "God is niet een God der doden, maar van de levenden", dan is dat toch wel een nieuwe leer.

Lucas 20:38 - Hij is niet een God van doden, maar van levenden, want voor Hem leven zij allen.

Vers 37 - Hij is de God van Abraham; niet Hij was.

Ziet u hoe duidelijk dit gezegd wordt? Voor ons zijn zij dood, weg, maar voor God leven zij. Is dat een leer of niet?.

Hier wordt de hele zieleslaaptheorie omvergegooid. Men leert dan : Als een mens sterft is hij weg. Pas met de opstanding komt hij dan tevoorschijn, en als hij slecht is, zegt de Jehova's getuige, dan is hij weg en blijft hij weg.

Zij zeggen: "Hij slaapt"; en ze denken dat als iemand slaapt, hij weg is. Jezus heeft ons geleerd: "Als iemand slaapt dan is hij niet weg, maar dan is hij onttrokken aan de zichtbare wereld".

Iemand die gestorven is, die is onttrokken aan de zichtbare wereld maar daarom bestaat hij wel; voor God leeft hij. Wij zeggen: "Hij is heengegaan". Dit is een leer van Jezus en die vindt je niet terug in het Oude Testament.

Markus 11:18 - Daar vinden we opnieuw dat de schare versteld staat over zijn leer.

Dat komt omdat die leer heel anders was dan zij ooit hadden gehoord.

Handelingen 13:12 - De landvoogd Sergius Paulus komt tot geloof

- Toen de landvoogd zag, wat er gebeurd was, kwam hij tot geloof, zeer getroffen door de leer des Heren.

Paulus verkondigde precies wat Jezus had verkondigd: De leer des Heren, het evangelie van Jezus Christus.

De schare reageerde op die leer. de Farizeeën brachten een leer, een onderwijzing vanuit de wet, vanuit de overlevering, de traditie. Nu hoorden zij een nieuwe leer, die niets te maken had met traditie, want deze leer was nog nooit gebracht. En nu krijg je de botsing tussen het oude en het nieuwe. De vijandschap! De machten der duisternis begonnen te reageren bij de leidslieden. Wat zeggen ze dan?

Johannes 7:40 - Sommigen uit de schare, die naar deze woorden geluisterd hadden, spraken: "Deze is waarlijk de vs.41 - profeet. Anderen zeiden: "Deze is de Christus".

Dus het minste wat zij van Jezus zeiden is dat Hij een profeet was. Chrístus, dat was natuurlijk veel meer. Dat was de Messias.

vs.45 - De Farizeeën: Waarom hebt gij Hem niet meegebracht

vs.46 - De dienaren: "Nóóit heeft een mens zo gesproken als deze.

vs.47 - Zijt gij soms óók verleid?

VS.48 - De Farizeeën: Heeft soms één van de oversten in Hem geloofd, of van de Farizeeën?

De oversten en Farizeeën brachten onderwijzing vanuit de wet en vanuit de overlevering. Dan komen de machten en die worden verbitterd en zeggen: "Wij hebben nooit in hem geloofd!". Maar het volk, dát spreekt over de profeet en de Christus.

Daar hebben de Farizeeën maar één antwoord op:

vs. 49 - De schare die de wet niet kent, vervloekt zijn zij!

Let op dat de schare ; daar distantiëren ze zich van.

Zij onderwezen de wet, en Jezus deed dat niet. Hij bracht een nieuwe leer. En de schare liep Jezus achterna. Maar de Farizeeën zeiden : "De schare is vervloekt, zij kennen de wet van Mozes niet." Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen is een absoluut nieuw iets. Het gaat over de geestenwereld, over de hemelen. En die leer berustte niet op studie, maar op openbaring.

De schare zegt: "Dit is een nieuwe leer met gezag."

Dus een leer met een grote volmacht, van Jezus. Zelfs de boze geesten onderwerpen zich als Hij zijn leer brengt.

Dan wordt daar een onreine geest uitgedreven. Deze wordt onderworpen en die man komt vrij. Hier zie je dat een innerlijk mens wordt veranderd.

Christendom is (een manier van) léven; dan zou ik erachter willen zeggen : gebaseerd op een nieuw denken. Dat is mijn definitie van christendom : Een manier van leven, gebaseerd op een nieuw denken ; gebaseerd op die nieuwe leer van Jezus Christus.

De demonen komen in opstand omdat zij ontmaskerd worden, ze worden tentoongesteld. Ze hadden zich altijd schuil kunnen houden, maar nu komen ze te voorschijn.

Kolossenzen 2:15: - Hij heeft ze openlijk tentoongesteld.

En dit was nog nóóit gebeurd! Onze innerlijke mens, ziel en geest, behoort ook tot die geestenwereld. Innerlijk zal een mens weten dat hij uit God is. Want die nieuwe leer, die te maken heeft met de onzichtbare wereld der geesten, die leer moet ons ergens aanraken in onze innerlijke mens, en die moet reageren. En het is merkwaardig, maar deze leer brengt altijd een reaktie voort.

Is een mens gebonden, dan is de reaktie negatief, uiteraard, want de machten springen op de ketting. Doch is een mens vrij, dan zal hij ogenblikkelijk zeggen, misschien vanuit zijn benauwdheid: "Dat is de juiste leer, daar heb ik altijd naar gezocht."

Johannes 7:16,17

- Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft; - indien iemand diens wil wil doen, zal hij van deze leer weten of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.

De Heilige geest zal je overtuigen of deze leer van God is of van de duivel. De Farizeeën zeggen: "Hij is uit Beëlzebul, de overste der duivelen."

Jezus zette zijn leer op een voetstuk. Hij ontleende zijn gezag aan zijn leer. Jezus had gezag omdat Hij alles van die leer wist. Als iemand les geeft en hij weet er alles van, dan heeft hij gezag. Deze leer was niet gebaseerd op wat de "ouden" hadden gezegd. Jezus zegt: "Ik ben niet van de aarde, maar Ik ben van boven".

De Zoon des mensen die in de hemel is"!

"Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden, maar om ze te vervullen." Dit zegt Jezus in de bergrede.

Hij gaf antwoord op hetgeen de leidslieden dachten, namelijk: "O, Hij heeft lak aan de wet. Hij heeft zijn eigen thema."

Maar Jezus sloot zich niet aan bij de leer van de leidslieden. Daar gaf Hij geen vervolg op. Als wij dit evangelie brengen dan kunnen wij ook niet aansluiten bij de gereformeerde leer, en ook niet bij de pinksterleer, zoals die gebracht wordt. Dít is een unieke leer.

Handelingen 17:19 - En zij namen Paulus mee naar de Areopagus en ze zeiden: "Zouden wij ook mogen vernemen, wat dit voor een nieuwe leer is, waarvan gij spreekt."

Die geleerden hadden drommels goed in de gaten dat Paulus een andere leer bracht dan de Joden. Want Paulus hield in de synagoge samensprekingen met de Joden en met hen die God vereerden en op de markt dagelijks met hen, die hij daar aantrof. vers 17

Vers 20 - Want gij brengt enige vreemde dingen ten gehore.

Het evangelie van Jezus Christus sluit nérgens bij aan.

Mattheüs 13:35 - Opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zei: "Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen. Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen is gebleven."

Dat is nu de verborgenheid van het Koninkrijk der hemelen. Dat heeft niemand in het Oude Testament geweten.

Job heeft er ook niets van gesnapt. Hij had helemaal niet in de gaten wat daar in de hemelse gewesten bezig was, dat hij als het ware midden in een strijd geduwd werd en het voorwerp was van een strijd tussen God en satan. Hij heeft het er ook goed afgebracht met zijn natuurlijke krachten, want hij was een rechtvaardig mens, godvrezend en hij heeft God niets ongerijmds toegeschreven. Maar aan het eind zegt Job: "Ik sprak over dingen die mij te wonderlijk waren, die ik niet begreep. Ik herroep en doe boete in stof en as."

Als hij op dat afschuwelijke moment geconfronteerd wordt met de Leviathan, dan zou hij daartegen moeten vechten. Nee, dat heeft hij niet gesnapt. Hij zat maar met zijn vrienden te keuvelen over aardse zaken, over wie de schuldige was. Maar dat hij het voorwerp was in een strijd tussen God en satan dat had hij nooit gezien.

Daarom staat deze leer ook lijnrecht tegenover wat er in de kerken en kringen en in de pinksterwereld geleerd wordt in onze tijd. Want de gedachten van deze christenen zijn geënt op het Oude Testament. Ik noem ze wel eens "Oud Testamentische - Nieuw Testamentische christenen". Ze hebben het nieuwe willen bouwen op het fundament van het Oude. Je kunt het nieuwe verbond niet bouwen op het oude verbond.

"Koninkrijk Gods" zul je niet in Mattheüs vinden. Dat heeft Mattheüs vermeden, schrijft men, om voorzichtiger uitdrukkingswijze te gebruiken. Hij gebruikt "koninkrijk der hemelen". Maar niemand heeft gedacht: "Nu moet ik ook nog in de geestelijke wereld stijgen, als ik het heb over het "Koninkrijk der hemelen".

Men heeft er heel wat van gemaakt. De Joden vonden het verschrikkelijk als je de naam van God uitsprak. Dus het Koninkrijk van God werd het Koninkrijk van de hemel. Dat was een vervangingswoord. Mattheüs wilde de Joden niet kwetsen. Maar Marcus en Lucas schrijven over het Koninkrijk Gods omdat zij voor de heidenen schreven. Zo denkt men er in het algemeen over.

Zo zegt men: "Dat Koninkrijk der hemelen is niet in de hemel, maar dat is van God. En God is in de hemel en wij zijn op de aarde.

En hoe zijn wij dan in de hemel? Door onze vertegenwoordiger Jezus Christus. En wij zijn niet in de hemel!"

Mattheüs 12:28 - Maar kijk hier nu eens!

- "Maar indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen".

Waarom kon Mattheüs hier niet zetten: Koninkrijk der hemelen?

Omdat dat Koninkrijk der hemelen niet over ons behoeft te komen, want daar zit je toch al in. Maar het Koninkrijk Gods moet over je komen. Hier kon Mattheüs het dus niet vervangen door "hemelen".

Dan merk je ineens dat er wel verschil is.

Mattheüs 19:24 - Hier vinden wij het eveneens!

- Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.

Hier kan je ook niet zeggen Koninkrijk der hemelen, want dat is de algemene naam, van goed en kwaad.

Mattheüs 21:43 - Daarom zeg Ik u dat het Koninkrijk Gods van U zal worden weggenomen.

Van de Joden is het Koninkrijk Gods weggenomen en niet het Koninkrijk van de hemel. Ze zijn dus niet verwisselbaar!

Mattheüs 6:33 - Zoekt eerst zijn Koninkrijk en zijn gerechtigheid. Maar de Statenvertaling heeft: "Zoekt eerst het Koninkrijk Gods". Dit staat ook in de Engelse vertaling.

Als je de bijbel van kaft tot kaft vergelijkt dan heb je eerst een stuk waarin de rechtvaardigen in de zichtbare wereld zijn. Het volk Israël moest de naam van God bewaren in recht en gerechtigheid op aarde. Dat zegt de Here tot Abraham in Genesis 18:19.

Dus recht en gerechtigheid bewaren zodat je een apart volk wordt op aarde. Is daar wat van terechtgekomen? Nee! En waarom niet? Omdat zij de strijd en de overwinning in de hemelse gewesten niet kenden. Ze hadden wel hun best gedaan, maar ze konden er niet tegenop; dat kan je zo zeggen. Mensen die niet deugen kunnen de wet toch niet houden, want die mensen zijn onder de machten der duisternis.

Als je gebonden bent, kun je wel zeggen: "De wet is goed", maar die macht laat je doen wat je niet wilt; die laat je tegen je wil in zondigen. De wet is wel uitstekend, maar voor geestelijk gezonde mensen. Maar de wet helpt iemand die gebonden is niet.

Een dronkaard weet wel dat als hij drinkt hij van zijn gezin een puinhoop maakt. Maar waarom doet hij het dan tóch? Omdat hij een gebonden mens is. De wet kan hem niet helpen. Niet omdat de wet niet goed is, maar de wet heeft de kracht om je te veranderen niet in zich. De wet houdt geen rekening met de geestelijke wereld, waarin wij ons bevinden.

De wet zegt: "Doe dat en je zult leven". Dus begin maar!

Maar de wet houdt geen rekening met de machten der duisternis, die tegelijk zeggen: "o, wil jij het goede doen? Nou, wij zullen wel eens eventjes laten zien van wie jij bent en wie de baas bij jou is!"

Dat is dus het Oude Testament. Als een zoon ongehoorzaam is en helemaal niet wil luisteren, dan moet hij maar gestenigd worden, en dan is het kwaad de wereld uit. Dan maak je de mens dood en de macht onmachtig.

Maar de Heer zegt: "Je moet de mens laten leven en de macht verwijderen". En dat is het grote verschil. De wet zegt: "De man mét de macht!" Jezus zegt: "Die macht eruit, dan houd je de man over". Wàt zegt de Heer dan? Daar wijs ik u op:

Lucas 5:36 - Jezus waarschuwt tegen het denken in onze tijd, door te zeggen dat het Oude- en Nieuwe Testament elkaar opvolgen. Hij sprak een gelijkenis tot hen: Niemand scheurt een lap van een nieuw kledingstuk af om die op een oud kledingstuk te zetten.

Let er op: Je scheurt eerst iets van het nieuwe af en dan ga je het naaien op een oud stuk. Als je probeert het evangelie van Jezus Christus te verbinden met het Oude Testament, dan scheur je een stuk van het Nieuwe af en probeert dat op het Oude Testament vast te plakken. En de Heer zegt: "Het zal je niet lukken; de lap van het nieuwe zal niet passen bij die van het oude".

vs.37 - En niemand doet jonge wijn in oude zakken, anders zal de jonge wijn de zakken scheuren en weglopen en de zakken gaan verloren.

Dan heb je niets meer aan het Oude Testament en ook niet meer aan het Nieuwe Testament. Je moet ze allebei laten staan zoals ze werkelijk gegeven zijn. Maar je moet ze niet aan elkaar naaien.

En nu de kennis die de Heer van de mensen heeft; Hij zegt in

vs 39 - En niemand, die oude gedronken heeft, wil jonge, want hij zegt: De oude is voortreffelijk.

Hoe vaak heb ik dit in mijn leven niet gehoord: "Geef mij maar de leer van mijn vader" ; van de traditie.

Daarom is het zo moeilijk om deze leer te brengen. Men zegt: "ja maar daar ben ik niet mee opgevoed". Maar je moet eerst die nieuwe wijn leren próeven.

In het Oude Testament is het zichtbare de werkelijkheid; in het Nieuwe Testament het onzichtbare. Het Oude Testament zegt: "God is goed en kwaad". Het Nieuwe Testament zegt: "God is alleen goed".

En dat kan je niet aan elkaar lappen. Je moet het allebei laten staan bij het licht dat díe mensen hadden en met het licht dat wij hebben. Men zegt dan: "Ja, maar Israël is toch altijd Gods volk geweest?" Dan leert men dat Israël in het 1000-jarige rijk de wereld overgaat en de aarde zal herstellen. En dan moeten we allemaal naar het aardse Jeruzalem toe. In Jesaja 4 staat dat alle volken daarheen moeten optrekken. Dat is het Oude Testament!.

Maar de Heer zegt tegen óns als Gemeente: " Jullie moeten de wereld overgaan met het evangelie van het Koninkrijk der hemelen". Jezus geeft aan zijn apostelen de opdracht: "Jullie moeten over de aarde gaan!" En de Gemeente is gebouwd op de leer van de apostelen. Men kan dus geen onderscheid maken tussen het Koninkrijk Gods en het Koninkrijk der hemelen. Ze zeggen: "Het is precies hetzelfde".

Mattheüs 5:3 - Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Lucas 6:20 - De paralleltekst

Hij hief zijn ogen op naar de discipelen en zei:

"Zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods".

En dus doet men een beroep op deze tekst, omdat Jezus hier in de bergrede spreekt over het Koninkrijk der hemelen en het Koninkrijk Gods. Maar ik wijs u op het verschil. Als ik bijvoorbeeld zeg: "daar staan dennen", kan ik ook zeggen: "daar staan bomen".

Maar als ik zeg: "Daar staan bomen", heb ik nog niet gezegd dat daar dennen staan. Wij spreken dan van een lager en hoger begrip. Dat wil zeggen dat het Koninkrijk der hemelen het algemene begrip is.

En in het Koninkrijk der hemelen zijn koninkrijken. Ik kan het hier hebben over het Koninkrijk Gods; maar Jezus spreekt hier ook over het Koninkrijk van satan. En dat behoort óók tot de onzichtbare wereld. Dan is er nog het Koninkrijk van de dood, en ook dat is onzienlijk. "Zij hadden boven zich Appollyon, de koning van het dodenrijk", van de hades. Het Griekse woord "hades" betekent: wat je niet zien kunt. Die 'a' dat is de ontkenning; dus hades betekent: de onzienlijke wereld.

En je kunt dat Koninkrijk Gods en het Koninkrijk der hemelen wel gaan verhangen, maar ik heb u zonet al teksten gelezen waar dat niet kan. Wanneer een Jood sprak over het Koninkrijk der hemelen, dan dacht hij aan de glorierijke tijd onder het Davidische huis, dat bijvoorbeeld de Romeinen vernietigd zouden worden en dat zij een nationale zelfstandigheid zouden verkrijgen. Dat was hun Koninkrijk. Als men bad: "Uw Koninkrijk kome", dan was dat voor hun: Al die vijanden zijn verdwenen. Ja, dat geloven wij ook, maar merkt u het verschil? Zacharias, de vader van Johannes de Doper zegt in Lucas 1:7 1: dat wij uit de hand van onze vijanden verlost de Here zouden dienen zonder vreze, al de dagen van ons leven. En waar denk je dan aan? Nu, de Jood dacht aan de Romeinen en wij denken aan de boze geesten. Ziet u het verschil? Oud en nieuw!

De Joden spraken dus ook over het Koninkrijk der hemelen, maar aardsgericht. De kerk en de maranathabeweging zijn óók aardsgericht, vandaar dat zij altijd bezig zijn met het Midden-Oosten.

Een aardsgerichte, dus ongeestelijke leer. Dat klinkt hard, maar het is zo. Zij zeggen dat je het letterlijk moet lezen, in de natuurlijke betekenis. Maar als wij spreken over bijvoorbeeld het hemelse Jeruzalem, is dat óók letterlijk, maar in de geestelijke wereld, want dát is het eeuwig blijvende. Maar dat vindt men vaag.

De Joden hadden een toekomstverwachting met het herstel van het huis Davids (Amos 9:11 - Hand.15:16 e.v.). En de heidenen, die worden er dan bijgevoegd. Dan had je dus twee soorten christenen: de Joodse christenen, dat waren de echte; en de heiden christenen, die waren toegevoegd. Daar heb je dan de gewone joodse gedachte.

Handelingen 17:19 - ... en hen, die God vereerden.

Dat waren de heidenen, die ook in God zijn gaan geloven, zonder dat zij besneden werden. Dat waren tweederangs-Joden in hun godsdienst. Johannes de Doper zegt in Mattheüs 3:2 - Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen.

Vers 10 - Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen.

Dat zegt hij er onmiddellijk achter. Maar, en daar gaat hij dan buiten de joodse verwachting om, want hij voegt er iets tussen en dat ergerde hen zo. Vers 9 - en beeldt u niet in, dat gij bij uzelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham tot vader; want Ik zeg u dat God bij machte is uit deze stenen Abraham kinderen te verwekken.

Daar maakt hij al de ombuiging in het denken. Hij zegt dus: "Dan gaan jullie er ook aan". Je zegt dan wel dat je kinderen van Abraham bent en "wij krijgen het huis Davids weer", nou maak je maar niets wijs.

Maak je niets wijs, want als God met het gericht komt, in dat komende Koninkrijk, dan moet je niet zeggen: Maar wij zijn kinderen van Abraham, want dat helpt je niets!

En dat kenden de Joden niet; dat was iets speciaals van Johannes de Doper. Hij zegt: "Bekeer je!".

Maar Johannes waarschuwt in de kontekst van dat komende gericht: "De Joden óók". Zij zouden ook in het vuur komen, want Hij kwam om zijn dorsvloer geheel te zuiveren. En de Joden leerden dat Hij zou komen om de Romeinen weg te jagen.

Er zijn dus verschillende gedachtenwerelden over het Koninkrijk der hemelen. De kerk en de evangelischen zeggen: "Dat zijn de christenen waar goed en kwaad door elkaar zit, dat moet dan nog een beetje gesorteerd worden."

In zijn bergrede wijst Jezus voor het eerst op het nieuwe. Hij zegt: "In de wet staat...; maar Ik zeg u....". Voelt u het?

Hier ziet u dus de nieuwe- en de oude lap.

In de wet stond bijvoorbeeld: oog om oog en tand om tand.

Mozes zegt: "Denk erom, één oog voor een oog".

Dat was barmhartig. Want denk eens aan Lamech. Die zei: "Als ze mij een buil slaan, dan sla ik ze dood". Mozes zegt dan: "Nee, een buil voor een buil!".

Begrijpt u? Dat waren barmhartige wetten, want Mozes was een man Gods en er staat dat Mozes een zachtmoedig mens was. Dus zijn wetten waren voortreffelijk; maar het waren menselijke wetten. Maar Gods wet was het niet. Paulus noemt ze "armelijke, zwakke wereldgeesten". Maar de wet van Mozes was zo perfect, omdat Mozes ten eerste was opgevoed aan het hof van Egypte en zeer kundig was.

Hij kende de wetten van alle landen uit de omtrek. Ook de beroemde wetten van Hammoerabi.

Maar wij hebben met die wetten van Mozes niets te maken; wel met de tien geboden want die zijn door God gegeven.

Maar dan staat er in Deuteronomium bij, als God ze geeft: "Hij voegde er niets aan toe". Wat voegde hij dan niet toe? Straffen!

Als God zegt: "Je zult niet stelen", staat er niet achter: "want anders...". Je moet niet stelen, vanzelf niet doen. Het is een ingeschapen wet! Mozes zegt: "Als iemand steelt zal hij drievoudig vergoeden, of zevenvoudig bijvoorbeeld. Of als iemand echtbreuk pleegt, dan wordt hij gedood. Maar de Heer zegt: "Niet echtbreken", punt uit!

Dat zijn geen strafwetten maar ingeschapen wetten. De Heer zegt: "Zo is de mens gemaakt. Maar als hij dan toch verkeert handelt dan moet je hem in toom houden door strafwetten.

Het oude verbond functioneerde op de aarde en het nieuwe verbond functioneert in de hemel, in de onzienlijke wereld. En je kunt het aardse Jeruzalem nooit in verband brengen met het nieuwe Jeruzalem

. Het nieuwe Jeruzalem staat niet op de fundamenten van het aardse Jeruzalem, want het nieuwe Jeruzalem is de stad met de fundamenten die God heeft gelegd. God heeft niet de fundamenten van het aardse Jeruzalem gelegd. Je kunt ze wel als beeld gebruiken. Het zichtbare is het beeld en het onzichtbare is de werkelijkheid. Nu hebben de mensen, omdat zij natuurlijke mensen zijn, aan dat onzichtbare niets want dat kun je met je aardse ogen niet zien. Dus praten ze over het aardse Jeruzalem. Als iemand in het Oude Testament zei: "Ik ben een rechtvaardige", dan was hij een rechtvaardige door de wet, want hij hield de wet. Maar dat heeft met onze rechtvaardigheid niets te maken, want wij zijn rechtvaardig door het geloof. Van de ouders van Johannes de Doper staat: "Ze waren beiden rechtvaardig, omdat ze onberispelijk leefden".

Zij hielden de wet. Maar wij zijn niet rechtvaardig omdat we onberispelijk leven; maar wij zijn rechtvaardig, omdat wij geloven in het bloed van Christus.

Dat heeft niet met elkaar te maken. Het ene is in de onzichtbare wereld; dat is het leven dat de Heer voor ons gaf, zodat onze schuld uitgewist is. En waar staat die schuld? In de onzichtbare wereld! En dat andere rechtvaardig zijn was omdat je kon zien: Dat zijn nette, keurige mensen en zij doen geen kwaad.

Het Oude Testament is dus: rechtvaardiging door de werken der wet. "Doe dat en gij zult leven".

Maar wij zijn rechtvaardig door het geloof; dus: "Geloof en gij zult leven". En geloven dat is iets geestelijks.

En de nieuwe leer van Jezus berust op een Godsopenbaring

En Jezus zegt: "Wie mijn leer verwerpt, die verwerpt God".

En de ceremoniële wet heeft afgedaan; Jezus heeft ze vervuld.

Als wij het Oude Testament lezen dan treffen wij veel dingen aan, waar wij ons op het ogenblik aan stoten. Zoek Prediker maar eens op.

Prediker 7:27 - Boven deze perikoop staat: De bittere teleurstelling van Prediker.

- Zie, dit heb ik opgemerkt, zegt de Prediker - het een bij het ander voegend om tot een slotsom te komen,

- die ik nog altijd zoek, zonder ze gevonden te hebben - ; onder duizend heb ik één mens ontdekt, maar een vrouw heb ik onder deze allen niet ontdekt.

- Alleen, zie toch; ik heb ontdekt dat God de mensen recht gemaakt heeft, maar zij zoeken vele bedenksels.

Hij zegt: "Rechte mensen zijn er niet en ik heb nog nooit een vrouw ontmoet, die goed is".

Dan lees ik toch maar liever de Spreuken, want daar staat nog bij: "De deugdelijke huisvrouw".

Maar dat is geen praat voor een christen, want in het Nieuwe Testament staat: "Er is geen man en geen vrouw, in Christus".

Wij accorderen niet met de uitspraken van de Prediker.

Prediker 3:19 - Want het lot der mensenkinderen is gelijk aan het lot der dieren, ja, eenzelfde lot treft hen: gelijk deze sterven ...e.v.. Maar Prediker keek aan wat voor ogen is. Hij heeft van de geestelijke wereld niets gezien, want hij was "een man onder de zon". Dat wil dus zeggen: een man, die op de aarde leeft, een

beetje cynisch mens. Daarom zeg ik ook dat je de Spreuken beter kunt lezen dan Prediker.

 

LES 2 (09-10-82) het MARKUSEVANGELIE

Mattheüs 13:11

- Hij antwoordde hun en zeide: "Omdat het u gegeven is de geheimenissen (mysteries) van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven.

Vers 35

- ... opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zei: "Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen is gebleven.

Letterlijk staat er voor gelijkenissen: allegorieën.

Een allegorie is een voortgezette beeldspraak. Die houd je vol.

"Verborgen sinds de grondlegging der wereld"; niemand wist ervan, totdat Jezus het zei. Er staat ook: "Een nieuwe leer".

Het was verborgen, omdat het ontwikkelingsproces van de mens verstoord was. Dat gebeurde bij Adam en Eva door de zondeval.

De metamorfose van natuurlijke mensen naar geestelijke mensen ging niet door. God was in de hof van Eden bezig om de gedachten van Adam en Eva te verruimen, zodat zij omhoog konden stijgen. Je zou dat een wedergeboorte kunnen noemen. Het kenmerk van een wedergeboorte is: van een natuurlijk mens een geestelijk mens worden.

Aan onze wedergeboorte gaat de bekering vooraf. Wij kennen de lijn: bekering - wedergeboorte - vervulling. Adam en Eva waren zondeloos, daarom viel bekering af. Als wij ons bekeren kan God weer beginnen met dat waar Hij bij Adam begon. Wij moeten ons bekeren en vrij van schuld zijn. Daar hebben wij het offer van Christus voor nodig.

Handelingen 2:38 - Petrus: "bekeert u en een ieder van u late zich dope op de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen".

De volgorde is: bekering - de doop in water - doop in de Heilige Geest. Bekering van het uitwendige, van dode werken (Hebr.6:1).

Bij onze bekering kan God opnieuw beginnen in een andere dimensie, in het Koninkrijk der hemelen. Het "ingaan in het Koninkrijk der hemelen" is je wedergeboorte. Je natuurlijke geboorte is "ingaan op aarde".

Johannes 3:5 - Jezus tot Nicodemus:

- Jezus antwoordde en zeide: "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand niet uit water en geest geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.

Het woord geest wordt hier niet geschreven met een hoofdletter. Hier wordt bedoeld: geestelijk; het gaat hier niet over de Heilige Geest. De bijbel leert ons dat de wedergeboorte wordt bewerkt door het luisteren naar het woord van God, en niet door de Heilige Geest.

Vers 6 - Wat uit vlees geboren is, is vlees, en wat uit de geest geboren is, is geest. Jezus spreekt hier over "vlees" en "geest". Het woord "water" in vers 5 is beeld van het natuurlijke leven. Ook Petrus spreekt in 2 Petrus 3:5 over "water", in verband met de schepping. "Water" duidt aan de natuurlijke schepping, en "geest" de geestelijke schepping.

De mens behoort tot twee werelden. Bij "wedergeboorte" staat er letterlijk "Van boven geboren worden"; dus van bovenaf.

Je wordt dan geboren in de geestelijke wereld. Dan begin je van bovenaf te denken, te wandelen, te leven en te strijden. God schiep eerst de geestelijke wereld. "In de beginne schiep God de hemel en de aarde".

In het paradijs wilde God de natuurlijke mens opvoeden tot een geestelijk mens, een inwoner in het Koninkrijk der hemelen.

Adam begint met een inwoner van de aarde te zijn en hij moest eindigen om een inwoner van het Koninkrijk der hemelen, maar tevens inwoner van de aarde te blijven.

In dat ontwikkelingsproces had Adam ook de Heilige Geest moeten ontvangen, om te kunnen functioneren in het Koninkrijk der hemelen. Door de doop in de Heilige Geest krijg je handen, waarmee je iets kunt grijpen in de geestelijke wereld. De Heilige Geest is de hand van God! Als je de Heilige Geest niet hebt als je wedergeboren bent , dan kun je niet vooruit. Dan blijf je met je denken "aards". Zonder die Geest kun je niet eten en drinken. De Heilige Geest is de grote Inspirator, die je met het woord Gods inspireert. Gods Geest moet je voeden en ondersteunen.

Het woord Gods wordt genoemd: het Brood des levens. Het geschreven woord Gods, zonder de inspiratie van de Heilige Geest, verandert de mens niet. De Joden hadden het woord Gods, maar ze hadden er geen kennis van; ook hun schriftgeleerden niet!

Lees 1 Korinthe 2:7,8

Als deze mensen werkelijk kennis van Gods woord hadden gehad, dan hadden zij Jezus niet gekruisigd. In vers 8 wordt dat duidelijk gezegd.

Als Adam en Eva de ware kennis van God hadden gehad, dan waren ze niet gevallen. Zij zijn verleid. Dan krijg je verkeerde kennis. Jezus had kennis van het Koninkrijk Gods en is niet gevallen!

Hosea 4:6 - Mijn volk gaat verloren doordat het geen kennis heeft. Je wordt behouden door je kennis. Anders kom je in het "vage" terecht en heb je geen houvast. Je gedachtenwereld moet veranderen en dat gebeurt door de kennis die je hebt. Dán kan ik pas onderscheid maken tussen goed en kwaad.

Hand.17:30 - God dan, verkondigt nu, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid ....

God bemoeit zich niet meer met wat de mensen niet geweten hebben. God ziet dat voorbij en rekent daar niet mee. Hij zegt: "Ik ga nu kennis verschaffen!"

Je bekeren is: breken met het oude, je omkeren. Je zat op de verkeerde weg en je moet terug. Die mensen kónden zich niet bekeren, omdat ze de weg niet wisten.

Door de zondeval werd de mens losgerukt van de Boom des levens; daardoor hadden zij geen kennis en waren de zaken van het Koninkrijk der hemelen voor hun verborgen.

De ware gelovigen kregen af en toe een flits van het Koninkrijk der hemelen te zien. Ze kregen van God een getuigenis.

Abel zag dat er zonder bloedstorting geen vergeving van zonde was. Hij begon met een dier. Abraham dacht door en zei: "Het moet van een mens zijn!" Hij wist meer dan Abel. Zij hebben dit door inspiratie ontvangen. Ook Henoch kreeg een getuigenis. Judas 14.

Henoch was de eerste die inzicht kreeg, dat er een scheiding zou komen tussen goed en kwaad; het oordeel! Henoch zag: "Als je zonde op zonde stapelt, dan wordt je op een gegeven ogenblik overgegeven aan de machten, die je ontketend heb".

Wat doet Jezus nu met de leer van het Koninkrijk der hemelen?.

Jezus zet voort wat God in het paradijs met Adam was begonnen.

Je ziet, als het ware een overbrugging van duizenden jaren, en Jezus neemt dan de draad weer op. Jezus wordt vergeleken met de Boom des levens. Adam kreeg gemeenschap met God als hij bij die Boom was en hij kreeg kennis en kracht door die vrucht.

Adam kreeg de inwerking van Gods Geest op een bepaalde plaats. Als Adam die vruchten at, dan begon God te werken.

Jezus is nú de Boom des levens. De vruchten die Adam at, dat is nú voor ons: het woord dat uit de mond van Jezus komt!

Jezus zegt: "Ik spreek wat Ik van de Vader hoor. En wie Mij hoort, hoort God". Jezus kreeg de woorden Gods door inspiratie, en door kennis van hetgeen al geïnspireerd was. Hij kon rechtstreeks bouwen op hetgeen de profeten hadden gezegd. De Joden waren met de profeten opgegroeid. Toch moest de Heer zeggen: "Je hebt er niets van gezien". Tegen de farizeeën en schriftgeleerden zei Jezus: "Jullie gaan het Koninkrijk Gods niet binnen en je belet het de mensen ook nog!". Zij bonden de mensen juist met al hun voorschriften en schriftuitlegging.

Voordat de Heilige Geest in Jezus woning maakte, was Hij met die Geest verbonden zoals de profeten van het oude verbond daarmee verbonden waren. Jezus was daarbij geheiligd door zijn Vader. De duivel heeft Jezus nooit kunnen inspireren, omdat Hij omtuind was door zijn Vader. Na zijn doop in de Geest wordt Hij aangedaan met kracht. Toen had Jezus de Inspirator in eigen huis.

In de eindtijd is Jezus tegenwoordig in zijn gemeente. Dan kan de Geest sterker werken dan ooit tevoren. Jezus kreeg na de doop in de Heilige Geest alles wat God zelf had.

De volheid Gods woonde in Hem; het geloof van God, de gezindheid van God en de gedachten Gods.

De duivel krijgt de mens onder zijn heerschappij door zijn inspiraties. Het is hem gelukt om alle mensen onder die leugens te krijgen. "Zij zijn alle onnut geworden" (Rom.3:12).

Iets wat onnut wórdt, was eerst goed. Dit wijst er duidelijk op, dat de mens niet onnut geboren wordt.

Jezus bevrijdt de mensen door zijn leer, die zij stuk voor stuk weer moeten aannemen. Je wordt niet massaal bevrijd. Pas als de mens die leer aanneemt, kan hij tot ontwikkeling komen.

Jezus is begonnen de mens los te maken uit zijn oude denken. Denk aan de bergrede! Dat is: losmaken uit de banden van satan. Als ik mij losmaak uit het denken van de boze, dan maak ik mij op de duur ook vrij van alle mogelijke slavernij van de boze.

Bekering is: Je losmaken uit het duivelse denken, uit het religieuze denken. Dan kan de onzienlijke wereld pas opengaan.

Onze eerste vraag was: waarom is het verborgen?

De tweede vraag is heel logisch: wat is de inhoud van die verborgenheid?

Jezus heeft ons die geheimenissen geopenbaard. Dat moet dan iets zijn, wat men in het Oude Testament niet heeft gekend. Jezus bracht iets nieuws. Het allerbelangrijkste wat Jezus ons geopenbaard heeft, wat de ouden niet wisten, is: "Hij heeft ons de Vader doen kennen!". Dat is een belangrijk onderwerp, als wij zeggen: God is goed! (Joh.1:18).

De ouden zagen wel iets, maar niet het hele patroon; slechts een fragment, een sektor.

Jezus heeft ons getoond, dat God de Schepper een sprekende God is voor ieder. Hij heeft ons getoond dat God eeuwige gedachten heeft; een grondgedachte, een axioma.

Waarom schiep God de mens? Om zichzelf een woning te bereiden!

Johannes 14:2 - In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.

De grondgedachte van God is: "Ik moet een huis hebben!"

We maken onderscheid tussen het huis Gods en de stad Gods. Het huis Gods is de Tempel! De stad Gods is het nieuwe Jeruzalem. Je kunt in de stad Gods zijn, als je niet gedoopt ben met Gods Geest. Maar in de Tempel moet je vervuld zijn met Gods Geest. In die Tempel verricht men priesterdienst.

Die Tempel, dat huis Gods, is in het Nieuwe Testament gelijkwaardig met de gemeente; zij is een woonstede Gods in de geestelijke wereld. Dit is in tegenstelling tot de woonstede Gods in de aardse tempel, die van steen.

Efeze 2:22 - ... in wie ook gij medegebouwd wordt tot een woonstede Gods in de geest.

Israël kende een woonstede Gods in de natuurlijke wereld.

Als je zegt: "In het huis mijns Vaders zijn vele woningen", dan is meestal de opvatting dat wij in dat huis des Vaders komen wonen. Maar wij zijn dat huis des Vaders, waar Hij woont. God woont in zijn eigen huis. Deze leer brengt een heel andere wijze van denken met zich mee. De Gemeente van Jezus Christus heeft vele leden. Dat zijn allemaal woningen voor God. Jezus zegt: "Ik zal zorgen, dat die plaats in orde komt, dat die woonstede Gods in de geestelijke wereld kan ontstaan".

Johannes 14:3 - ... en wanneer Ik heengaan ben en u plaats bereid heb, kom ik weder en zal u tot mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben". Jezus bedoelt, dan kom je óók in de hemelse gewesten te wonen. De oude leer is dat je na je dood naar de hemel gaat. Wij zeggen dat we al in de hemel zijn. Dat is een fundamenteel verschil.

Johannes 3: 13 - De Zoon des mensen, die in de hemel is (St.Vert.).

Het Koninkrijk der hemelen is een geestenwereld. Het is geen plááts. Als ik spreek over "het koninkrijk de Nederlanden", dan kan ik de bodem bedoelen, maar ook de mensen. Die 15 miljoen mensen vormen het koninkrijk de Nederlanden.

Het Koninkrijk der hemelen wordt gevormd door de geesten; het is de aanwezigheid van goede en kwade engelen. Ook de mens neemt daar tussenin zijn plaats in. Engelen zijn enkel verbonden aan de onzichtbare wereld. Als een engel zijn eigen woonstede verlaat, dan zoekt hij een huis bij de mens. Dat is de meest strafbare daad die een engel kan doen. Het wordt vergeleken met de zonde van Sodom en Gomorra. Het is een tegennatuurlijke zonde. (Judas 6,7).

Een engel, die probeert bij een mens in te dringen, doet hetzelfde als die inwoners van Sodom, die verkeerde gemeenschap hadden.

Engelen, die dat doen, worden met eeuwige banden onder donkerheid bewaard. Ze worden pas losgelaten op de grote dag van het oordeel. In de eindtijd stijgen ze op uit de afgrond. (2 Petrus 2:4).

De goede engelen komen niet in de mens. God krijgt kontakt met de natuurlijke wereld door middel van de mens. Hij woont in een stoffelijk lichaam.

God schiep het eerst de geestenwereld; Hij schiep dienende geesten: Engelen. Het eerst zijn de dienaars er!

Daarna komt de mens. Ik zou haast zeggen: "De koning".

Hebreeën 1:14 - Zijn zij niet alle dienenden geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen, die de zaligheid beërven?

Die dienende geesten moeten de mens ontvangen in de hemelse gewesten, om hen te dienen in die onzichtbare wereld.

Op aarde kwamen eerst de delfstoffen, toen kwamen de planten en de dieren en vervolgens de mens. De planten en de dieren zijn er om de mens te ontvangen. De natuur is er om de mensen op aarde een goed bestaan te verschaffen. Het gebeuren in de natuurlijke wereld is een beeld. Eerst schept God de dienaar, en daarna degene die gediend wordt. Dit is het geval in de hemel en ook op de aarde. God maakte eerst alles klaar om de mens te ontvangen, zodat die mens een fijne omgeving heeft.

Wij hebben de goede engelen nodig, om onze taak in de hemelse gewesten te kunnen vervullen. Dat is bijvoorbeeld de bescherming, die je van hen kunt krijgen; de engelenwacht!

Zij zijn er om ons een goed bestaan te geven, opdat wij niet weerloos zouden zijn in de hemelse gewesten. Als wij de grote strijd van Harmagedon moeten voeren, dan strijd Michaël óók mee. Maar hij kan niet aan de slag als de "baas" er niet is. En dát is de mens!

Over een dienaar kun je beschikken. Jezus zegt in Mattheüs 26:53: "Ik kan de Vader bidden, dat Hij Mij de beschikking geeft over een legioen engelen".

Als die engelen dan gegeven worden, dan is Hij er ook heerser over. Zij moeten dan doen wat Hij zegt. De engelen kunnen mij nooit dienen als ik de zonde dien. Het zijn heilige engelen. Toen Daniël in strijd was tegen de vorst van Perzië, stond Michaël hem terzijde. Als wij strijden in de hemelse gewesten kan een engel ons terzijde staan.

De mens werd op aarde geplaatst om die te ontwikkelen, niet om uit te buiten. De mens heeft de aarde nodig tot hij een geestelijk lichaam heeft. Hij kan de aarde dan wel gebruiken. Jezus kon wel vis eten, maar Hij had het niet nodig.

God zei tot Adam: " Ten dage dat je van deze boom eet, zul je zeker sterven" (Gen.2:17). Dat betekent, dat het je vergaat als de dieren en de planten. Nu komt het sterven ertussen. De mens wordt niet gemetamorfoseerd, wordt geen geestelijk mens meer. Hij sterft als dieren en planten, van ouderdom, of misschien door geweld.

Dan ben je een natuurlijk mens en ga je de weg van de natuurlijke dingen. Wij zijn geen dieren en geen planten, maar onze uitwendige mens gaat weg als de dieren en de planten. De mensen voor de zondvloed hebben tijd genoeg gehad om zich te veranderen.

De leeftijd van de mens was 900 jaar (Gen.5). Zij hadden alleen al kunnen worden als Noach en Henoch. Dan was die zondvloed niet gekomen. God heeft later een beperkt volk, Israël, genomen, om recht en gerechtigheid te bewaren op aarde. (Gen.18). God heeft een omtuining om dit volk gelegd. Hij wilde tot uitdrukking brengen, wat Hij oorspronkelijk met de ganse schepping had willen bereiken.

Jezus moest geboren worden om de schuld te verzoenen. God had het volk Israël nodig om een klimaat te scheppen waarin Jezus geboren kon worden. Jezus is terecht gekomen in een kleine groep mensen, die geloof hadden, dat dit mogelijk was. Maria zei: "Mij geschiede naar uw woord"!

Israël heeft deze kleine groep gelovigen voortgebracht. De bijbel noemt het: "een rest; een overblijfsel, naar de verkiezing van de genade Gods (Rom.11:5).

In Babel was er ook een overblijfsel; Daniël en zijn vrienden en ook enkele profeten.

Van Jezus wordt gezegd, dat Hij ons de Vader heeft doen kennen. Als wij de Vader kennen, dan kennen wij ook het plan van de Vader. Jezus heeft ons de Vader doen kennen in zijn oorspronkelijke plan met de mens; dat is: geestelijke mensen maken!

God zei: "Ik wil mensen hebben naar mijn beeld en naar mijn gelijkenis". Toen Adam geschapen werd naar Gods beeld en gelijkenis, toen was Adam dat nog niet, maar het zat er wel in.

Als een baby in de wieg ligt, dan zit de volwassene er wel in, maar dat kind is dan nog geen volwassene!

In Adam zat de mogelijkheid om een geestelijk mens te worden. Het moest er uitkomen. Dat proces is verbroken. Het oorspronkelijke plan wordt nu vervangen door het herstelplan. Ik zou haast zeggen dat dit herstelplan was ingebouwd in het oorspronkelijke plan.

Gods oorspronkelijke plan was dat de mens bekleed zou zijn met alle macht. God wil in de mens wonen. Dan krijgt die mens ook alle macht. Je zou de mens kunnen noemen: "De hulpe tegenover God".

Eva was de hulpe tegenover Adam. Eva paste bij Adam. Zo past de mens ook bij God!

=======

=====

===

 LES 3 (23-10-82)

Mattheüs 13:35b

- "Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is".

Wij houden ons bezig met het mysterie van het Koninkrijk der hemelen. Ik vind dit het mooiste onderwerp uit de bijbel, want dit is het evangelie van Jezus Christus en niet het evangelie óver Hem. Dit evangelie van het Koninkrijk heeft Jezus zelf gebracht. Hij heeft ons dat Koninkrijk geopenbaard en ons de Vader doen kennen.

Johannes 1:18

- "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen".

Wat is het oorspronkelijke plan van God met de mens?

Het plan van God is om gééstelijke mensen te maken; geen natuurlijke mensen. Het plan van God is niet de rups, maar de vlinder. Ik zou zeggen dat wij in de "poptoestand" zijn.

Het tweede plan van God is het herstelplan.

Het plan van God: "Ik wil geestelijke mensen maken" is onderbroken. Maar God heeft daar een herstelplan ingelegd. Het herstel zit altijd in de mens. Als een klein kind zich snijdt, dan sluit de huid zich weer. Dat herstel zit er in. Maar snijdt het zich niet, dan treedt dat herstel niet in werking. Uit de volgende tekst blijkt dat het herstelplan er ín zat.

Openbaring 13:8b

- ... het Lam, dat geslacht is, vanaf de grondlegging der wereld.

Dat Lam was er in; het kwam er uit toen de mens viel.

Jezus is niet gestorven voor de grondlegging der wereld, want toen was Hij er nog niet. Maar het zat wel in het plan van God. De mogelijkheid van de val der engelen zat er óók in; het ontstaan van het kwade. Dat komt omdat God niet met willoze werktuigen werkt. God werkt met werktuigen, die Hem toegewijd zijn, die een keuze kunnen maken. Als iemand uit vrije keuze God dient, dan is dat heel wat hoger, dan dat hij niet anders kan.

De engelen konden ook anders; wij kunnen dat ook!

Als wij het uit vrije wil doen, dan wordt God daar meer door verheerlijkt. God wil gediend worden uit vrije wil, uit liefde.

"Gij zult God liefhebben" staat er.

Gods plan is een verborgenheid. De bedoeling van God met de geestelijke mens is, dat deze bekleed wordt met alle macht. God werkt dan door de mens heen. Paulus spreekt over: "God alles in allen". Dat wil zeggen "Alles van God in allen".

Dat wil zeggen dat God in ons woont en dat onze geest is verbonden met zijn Geest. Bedoeld wordt de mensheid in haar totaliteit. Daar gaat het naar toe, dat God alles in allen zal zijn. Eenmaal zal God alle werken door ons heen doen. Hij denkt en handelt dan door ons heen. Dat is het mysterie van het Koninkrijk der hemelen, die verborgenheid. Jezus heeft dit geopenbaard. De menselijke geest en Gods Geest hebben een huwelijk. Daar is het menselijk huwelijk een beeld van.

Ik kan dit weergeven met de uitdrukking uit Genesis 2: God heeft een hulpe die bij Hem past.

De mens is van zo'n hoge komaf, dat God zegt: "Ik kan met jou in zee, jij bent mijn Vrouw"! God kan geen kneusje als hulp gebruiken, geen minderwaardig individu. Als je een vrouw zoekt, dan zoek je er één, die bij je past, die volkomen met je harmonieert. Zo één zoekt God!

De bijbel is van het begin tot het eind het Boek van het Herstelplan, want als alles herstelt is, zwijgt de bijbel. Wij weten niet wat er vóór was, en we weten niet wat er achter komt. We kennen wel de tussenperiode, en dat is datgene wat in de "tijd" gebeurt. Het tijdloze was er en het tijdloze komt; en wij zitten in de tijd. De tijd is een afgeknipt stukje uit de eeuwigheid.

De bijbel behandelt het herstelplan. Dat herstelplan is door Jezus geopenbaard en door Hem uitgewerkt. Dat zijn dus twee dingen. Het Oude Testament geeft de voorbereidende werkzaamheden. Als het huis gebouwd wordt zijn de voorbereidende dingen niet meer nodig. Op het ogenblik komt er steen op steen. Op het ogenblik heeft God de mogelijkheid om zijn Tempel te bouwen; die mogelijkheid heeft God in het Oude Testament niet gehad. Vóór de zondvloed kon God dat ook niet. Voor de zondvloed leefde men onder het geweld. God kan nooit onder geweld werken en ook niet met geweld. Het klimaat dat God nodig heeft is: geloof, hoop en liefde. Dit klimaat was er vóór de zondvloed niet en ook in oud Israël niet, maar dit is door Jezus gepredikt. Geloof, hoop en liefde is een klimaat. Een gezin moet dat ook uitstralen, als dit het beeld is van de verhouding God - mens; het huisgezin Gods zijn wij!

U moet dit goed weten : Je kunt enorm goed thuis zijn in de bijbel en je kunt van alles weten, maar als je dat klimaat niet hebt, dan leer je God nooit kennen. God openbaart zich in dat klimaat. Als je dat niet hebt, dan blijven de dingen verborgen. Het merkwaardige is, dat je alles van de bijbel kunt weten, maar er toch niets van begrijpen. Je hebt die positieve instelling nodig. Het geloof grijpt iets uit de onzienlijke wereld. De hoop grijpt iets in de toekomst, iets wat nog niet gerealiseerd wordt, iets wat nog ver weg is.

De hoop grijpt iets ver weg, iets wat je nog niet naar je toe kan halen. Het geloof grijpt iets wat je naar je toe kunt halen, iets uit de geestelijke wereld.

Door je geloof kun je iets realiseren. Denk maar aan genezing, of overwinning over de zonde. "God alles in allen" is onze hoop, maar daar zijn we nog niet aan toe. De hoop houdt je levend; je zegt: "Dat komt!".

In het klimaat van geloof, hoop en liefde, is Jezus ook geboren. Denk aan Jezus ouders, aan Simeon, Anna, Elizabeth en Zacharias. Dit was zo'n groep mensen die leefden in dat klimaat van geloof, hoop en liefde. Het geloof in de belofte, de verwachting van de oude Simeon, en de liefde tot God.

Dat klimaat verschilde totaal met de kerk in de tijd van Jezus. De Farizeeën en schriftgeleerden kenden geen geloof, hoop en liefde. Hun optreden was keihard; wetten, inzettingen, geld ... .

Jezus is gekomen in een kring van mensen, die ontvankelijk waren voor deze boodschap, omdat zij al in die sfeer leefden. De Heer heeft die sfeer aangekweekt. Als Jezus zei: "Heb je vijanden lief", dan was dat voor de mensen in die tijd onbekende taal. Maar dát is de sfeer van de liefde!

God kan alleen in díe sfeer werken. De natuurlijke mens verstaat niets van de dingen Gods. Je moet dus een aantal mensen hebben, die deze geestesgesteldheid hebben.

Als Jezus zijn kring om zich heen verzamelt, dan zegt Hij zo mooi in Johannes 1:52:

- En Hij zeide tot hem: "Voorwaar, voorwaar, gij zult de hemel open zien en de engelen Gods opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen".

Voor ons geldt in dit verband: "Gij zult de hemel open zien". Die hemel gaat voor ons open; en die engelen krijgen hun betekenis. Jezus belooft deze mensen de sleutels van het Koninkrijk der hemelen. De sleutel van kennis en wijsheid en de sleutel van inzicht. Dat zijn allemaal sleutels!

Dan ga je drie dingen ontdekken. 1. God is goed

2. De duivel is slecht

3. Jezus is Heer.

We moeten dus beginnen met "God is goed"; maar ik zet hier liever: "God is enkel goed".

De discipelen ontvingen de verlichting met de Heilige geest na de opstanding van Jezus. Zij ontvingen toen "verlichte ogen des harten". Je kunt zeggen: "verlichte ogen van de geestelijke mens". Dat zijn de ogen van het geestelijk lichaam. Na de pinksterdag ontvingen de discipelen dit. Op de dag van zijn opstanding zegt Jezus tot zijn discipelen: "Ontvangt heilige geest"! (Joh.20:22).

Ik heb het idee dat Jezus "heilige geest", dus zonder hoofdletters bedoelt. Het lidwoord staat er niet bij. Als Jezus opstaat uit de doden heeft Hij de schuldvergeving teweeg gebracht. De mens is dus rein. Dan is die geest in staat om later te huwen met de Heilige Geest. Anders zou de Geest uitgestort zijn vóór de pinksterdag. Als ik spreek over "heilige geest", dan is dat de wetenschap dat ik rein ben door het bloed van Jezus Christus. Je geest is gezuiverd. Dit is dus in verband met zijn opstanding. Wij zijn rein door het woord dat Hij uitgesproken heeft. Hij zei: "Daarmee is de schuld verzoend".

Jezus spreekt over het Koninkrijk der hemelen in beelden en allegorieën. Een allegorie is een voortgezette beeldspraak. Je geeft een beeld en gaat dat beeld dan uitwerken. Neem bijvoorbeeld de Tempel Gods. Dat is een beeld. Maar als ik dat beeld ga uitwerken, dan ga ik zeggen: Jezus is de Hogepriester, en wij zijn de priesters. Dan ga ik spreken over het altaar, en al het andere wat er mee in verband staat. Dat is nu juist wat de natuurlijke mens niet begrijpt, want de natuurlijke mens gaat van de beeldspraak de werkelijkheid maken; die mens houdt dat beeld vast.

Als er staat: Jezus komt op de wolken, dan zegt de natuurlijke mens: "Hij komt op de wólken". Hij houdt de letterlijke betekenis vast, dus Jezus staat op de wolken als Hij komt. Maar als ik zeg dat Hij op de wolken komt, wil dat zeggen: Hij komt met zijn Geest over de gemeente. De Geest daalt neer, net zoals Jezus zelf de Geest ontving. De Geest daalde op Jezus neer en toen werd hij vervuld. Op de pinksterdag zette de Geest zich als in vurige tongen óp de discipelen, en toen werden zij vervuld. Eerst óp en dan ín. Ik geef u dus een voorbeeld van letterlijk en geestelijk verstaan. Denk ook maar aan "bergen". Geen enkele uitlegger, die er ooit aan gedacht heeft, dat een berg een macht is. Wij kunnen het ons niet anders voorstellen.

Jezus sprak ook vaak in beelden en allegorieën tot zijn discipelen.

Johannes 16:25:

- Dit heb Ik in beelden tot u gesproken; er komt een ure, dat Ik niet meer in beelden tot u zal spreken, maar u vrijuit over de Vader spreken zal.

Als Jezus spreekt over "bergen", zijn dat beelden. Als wij dit op het ogenblik doorgeven, dan geven wij de werkelijkheid door. Het merkwaardige van deze boodschap is, dat wij de beelden meester zijn geworden; nu gaan wij over de werkelijkheid spreken, over wat er werkelijk staat. Wij zeggen, dat het gaat over de Gemeente, waar Jezus mee verbonden is. Nu hoeven wij dat woord "wolk" niet meer te gebruiken, want dat beeld is een versluiering. De Heer spreekt nu in letterlijke zin tot ons; wij hoeven geen beelden meer te gebruiken.

De Heer heeft in beelden tot de discipelen gesproken, en sloot daarmee een grote categorie mensen uit. Dat was de natuurlijke mens, die een eigen godsdienst had opgebouwd en niet in staat was geestelijk te denken. Wij hebben dit óók moeten vinden. Nergens in de bijbel staat dat "bergen" beelden van machten zijn. Hetzelfde geldt voor die "wolk". Maar je komt daar toe als je geestelijk kunt denken. De Heer wil dat de mens niet alles domweg aanneemt, maar dat hij de waarheid gaat zien door zijn denken heen; door kennis te hebben van het Koninkrijk.

Wij transponeren alles. Wij zetten het een dimensie hoger. Transponeren doe je met toonladders. De muziek gaat dan wat omhoog. Mensen, die alles letterlijk nemen en zeggen: "Je moet de bijbel van kaft tot kaft letterlijk nemen", noemen wij de fundamentalisten. De fundamentalist werpt de deur van het Koninkrijk der hemelen in het slot. Jezus zegt: "Ze hebben het Koninkrijk der hemelen toegesloten"! De Joden lazen ook wat er stond. Ook de Israëlleer belet je om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan. Als je het over Jeruzalem hebt, dan is dat bij hen altijd het aardse Jeruzalem. Ze offeren het geestelijke Jeruzalem, het nieuwe Jeruzalem dus, op voor het aardse.

Het heerlijke van dit evangelie is, dat wat Jezus zegt: "Wie heeft dien zal gegeven worden; wie niet heeft, van hem zal genomen worden dat wat hij heeft". Als je deze weg gaat krijg je steeds meer te zien. Als je principieel de aardse weg gaat, dus de leer van de aarde volgt, dan krijg je steeds meer tekort, in onze tijd.

"God is enkel goed":

1 Korinthe 15:45

- de eerste Adam was een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest.

Jezus Christus maakt je geest levend. Zijn prediking prikkelt onze geest. Jezus wekt onze geest op om bezig te zijn in dat Koninkrijk der hemelen. Jezus leert je bidden. Dat is bezig zijn in het Koninkrijk der hemelen; bezig zijn met je gedachten in de geestelijke wereld! Het is geen handeling in de natuurlijke wereld, van handen vouwen en ogen sluiten. De leer van Jezus Christus maakt geestelijke mensen als je je omringt met dat klimaat van Hem.

Je moet de gedachten van God overnemen. Jesaja zegt: "Zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Gods gedachten hoger dan die van de mensen" (Jes.55:9).

God denkt uit de geestelijke wereld en dat deed Jezus ook.

De natuurlijke mens zegt: "Die vent heeft me te pakken gehad".

Jezus zegt: "Het is die macht"! Dát is nu: de hemelen zijn hoger dan de aarde. Zo is ons denken hoger geworden.

Dat zijn uitleggingen, die alleen maar vanuit deze visie gebeuren. De mens ziet aan wat voor ogen is, en zegt : "Jij"!

De Heer zegt: "Ga nu omhoog, en zeg in de geestelijke wereld: Jij".

De Heer heeft geopenbaard dat de Vader goed is. Als ik zeg "God is goed", dan moet ik allereerst het wézen van God kennen. Daar moet ik mij dus mee bezighouden. Wij moeten geen god maken naar ons model, als iemand die van klei een poppetje maakt. De meeste mensen hebben een god naar hún gedachten. Ze scheppen een god zoals zij hem willen zien. Als ieder een god maakt naar zijn eigen gedachten , dan zegt Paulus daarvan: "Er zijn vele goden!". Dan zegt hij: "Nochtans is er voor ons maar één God, de Vader (1 Kor.8:5,6). Dat is de God die zich geopenbaard heeft, door Jezus Christus.

Een god is 1. Een inspirator; 2. Een wezen, dat vereerd wordt en aangebeden.

Aäron moest praten, en Mozes was de god van Aäron. God zei tegen Mozes: "Jij moet jouw gedachten aan hem vertellen, en dan mag hij het verder aan de mensen doorgeven"

Wij vereren en aanbidden God niet omdat we bang voor Hem zijn, maar omdat wij Hem liefhebben. Daar heb je het grote verschil met alle andere goden. Daar heb je die sfeer van het Koninkrijk Gods: vrede, gerechtigheid en blijdschap.

Je hebt God lief omdat je zijn wézen liefhebt. Mercurius was bijvoorbeeld de god van de dieven en de kooplieden, dat was vrijwel hetzelfde. Maar die god kan je niet om zijn wezen liefhebben. Je hebt God lief omdat zijn wezen aan jou geopenbaard is. Ken je God niet, dan kan je Hem ook niet liefhebben. Het voorwerp van je liefde moet je kennen! Wij hebben Gods wezen lief omdat Hij geen tegenstrijdige figuur is. Het is ook moeilijk om mensen lief te hebben, die vandaag zus en morgen zo zijn.

Wij hebben God lief vanwege zijn eigenschappen, zijn wezen. Dan zeggen wij: "God is één". Men heeft er van gemaakt "een enig Heer" . Men zegt dan: "Ja, wij geloven in de drie-eenheid", maar dat wordt er helemaal niet mee bedoeld. Als je zegt: "God is één", dan wordt bedoeld "uit één stuk". Zo'n man zegt niet vandaag het één en morgen iets anders. Zo is God óók! Hij is onveranderlijk. God is één; Hij heeft geen eigenschappen die met elkaar in konflikt zijn, tegenstrijdig zijn.

De duivel is óók één. Calvijn haalt Augustinus aan in zijn boek "Institutie". Hij zegt: "God heeft op wonderbare wijze en op goddelijke wijze de mens gehaat en liefgehad". Dan is God niet één; want dan haat Hij je én Hij heeft je lief.

Hoe definieert het Oude Testament God? Daar is God de Schepper van hemel en aarde. Dat is niet van alle goden te zeggen. Als God het klaargemaakt heeft, staat er: "Alles was zéér goed". Het was alles zeer goed omdat God goed is. Een timmerman, die goed is, levert een goed meubel.

God is in het oude verbond ook nog de God van Abraham, Izak en Jakob. Dat is ook een openbaring van God. Hij heeft zich in het Oude Testament aan enkele personen verbonden.

God heeft zich aan Mozes geopenbaard als "Ik ben, die Ik ben". Dat is dan wel de hoogste openbaring in het Oude Testament. De Statenvertaling heeft minder juist: "Ik zal zijn, die Ik zijn zal". "Ik ben", dat wordt ook gezegd bij het brandende braambos (Exodus 3:14): - Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: " Ik ben heeft mij tot u gezonden".

Jezus gebruikte hetzelfde woord in de hof van Gethsemané (Joh.18) - Toen Hij tot hen zei: " "Ik ben het, deinsden zij terug en vielen teraarde.

Als er staat: "Ik ben, die Ik ben", wijst dat op zijn onveranderlijkheid. God is altijd dezelfde; daarom vind ik "Ik zal zijn, die Ik zijn zal" minder juist. God is onveranderlijk Dezelfde en daardoor de Eeuwige.

De hoogste openbaring van God in het Nieuwe Testament is: Hij is de Vader van onze Here Jezus Christus.

 Men zegt van Jezus Christus: "Goede Meester ; maar Jezus zegt dan: "Dan moet je bij mijn Vader zijn".

Jezus was goed, en zijn Vader was óók goed. Dat kende men wel in het Oude Testament en men heeft het ook altijd wel geloofd, dat God goed is, maar dat "enkel" liet men weg.

God is goed en God is waar! "God is goed" is voor ons een axioma. Een axioma is een stelling, die je niet bewijzen kunt, maar daar ga je vanuit. Een axioma is dus een grondstelling, die je wel niet kunt bewijzen, maar die spreekt voor zichzelf. Het is een grondwaarheid. Als ik zeg, dat de rechte lijn tussen twee punten de kortste is, dan is dat zo vanzelfsprekend, maar bewijzen kan ik het niet. je kunt nooit iets bewijzen met iets dat je bewijzen moet.

Er staat in de bijbel dat je de naam van God niet moet ontheiligen . Ik ontheilig Gods naam als ik deze in verband breng met iets kwaads, met iets dat ellende geeft of ziekte.

Wij ontheiligen zijn naam als we hem iets kwaads toeschrijven. Wij zeggen: "God is enkel goed" en wij dichten Hem geen enkel kwaad toe! God is niet kwaad, en er komt geen kwaad uit!

 Jakobus 1:17

- ieder gave, die goed is, en elk geschenk dat volmaakt is, daalt van boven neer, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.

Die "lichten" zijn wij. God is de Vader van zijn kinderen. Als Hij licht is, dan zijn wij die lichten. God was de Vader van het Licht: Jezus Christus; en Hij is de Vader der lichten. Het licht is het leven!

Voor vele mensen is de goedheid van God een rekbaar begrip. Je komt veel mensen tegen die van het kwade het goede maken. Als je er flink van langs krijgt, zeggen ze: "Dat is goed, daar zit een zegen voor je in". Wat wij kwaad noemen, noemen zij goed.

Jesaja 5:20

- Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad; die duisternis voorstellen als licht en licht als duisternis; die bitter doen doorgaan voor zoet en zoet voor bitter.

Daar is nu praktisch heel de kerk op gebouwd. De Heidelbergse Catechismus zegt ergens: "Al het kwade, dat God mij in dit jammerdal toeschikt, zal Hij ten beste keren".

De gevolgtrekking hiervan is: "Al het kwade, dat God mij toe- schikt, is een zegen". Men zegt rustig: "Als je iets graag doet, zal het wel verkeerd zijn".

Het gebed voor mensen in nood zegt: "Wij bidden voor allen, die Gij kastijdt met armoede, gevangenis, krankheid van het lichaam of aanvechting des geestes. Troost hen allen, o Heer"!

Als een mens dus psychisch gestoord raakt, doet God dát! Maar Hij zal je dan ook nog troosten.

Jobs vriend Elifaz zegt in Job 5:18b - Hij slaat en zijn handen helen. Deze tekst werd vroeger vaak bij een begrafenis op het visitekaartje geschreven. Wij noemen dit een schizofreen denken, een gespleten denken.

Psalm 145:8,9

- Genadig en barmhartig is de Here, lankmoedig en groot van goedertierenheid - De Here is goed voor allen en zijn barmhartigheid is over al zijn werken.

Dat was een heerlijke inspiratie, die David kreeg. Ik zeg niet dat God "goedig" is, maar Hij is "goed". Als je zegt dat God goedig is, dan zit je op het gevoelsvlak. Dan krijg je het idee dat God veel door de vingers ziet, omdat het toch zo'n beste God is, waar je zoveel van gedaan kan krijgen. Dat is "goedig".

Maar God is goed, omdat Hij planmatig en wetmatig is. God heeft een systeem dat konsekwent wordt volgehouden. Hij is eeuwig Dezelfde. God heeft een systeem van denken. Dat houdt Hij altijd vol. God heeft een plan en daar wijkt Hij nooit vanaf. Hij heeft wetten en daar gaat Hij nooit buiten. Dat is dat onveranderlijke van God. Wat Hij gezegd heeft, hééft Hij gezegd; wat Hij gemaakt heeft, dat hééft Hij gemaakt. Dat is het wetmatige. Dat plan is altijd constructief en positief. Constructief wil zeggen, dat het goed in elkaar gezet is.

Bij God is geen schaduw van omkeer! God is op de oordeelsdag precies eender als vandaag, want Hij is onveranderlijk. Je hoort vaak : "Ja, God heeft geduld en Hij kan lang wachten, maar als Hij je eenmaal te pakken neemt....; dus blijf uit zijn vingers". Of: "Ja, God is goed en barmhartig, maar ... er zijn grenzen"! Maar God die kan niet anders! Als er staat: "Alzo lief heeft God de wereld, de mensheid gehad", dan is dat altijd zo. Hij heeft de mens altijd lief.

Als God zou straffen met armoede, door ziekte, leed, ongeval, mislukking van de oogst, dan zou God ook destructief zijn, vernielend.

Als je constructief bezig bent, dan bouw je op, je voegt iets samen. Als je destructief bezig bent, dan ben je aan het afbreken, aan het vernielen. Dit laatste is het werk van de duivel! God is niet bezig iets af te breken, want dat past niet bij zijn wezen. De duivel betaalt je uit, als je voor hem werkt. Het loon van de zonde is uiteindelijk de dood; de kerkleer is dat God het loon der zonde zou uitbetalen. Gods wezen is verborgen!

 Johannes 1:18

- Niemand heeft God ooit gezien, de eniggeboren zoon, die in de schoot van de Vader is, die heeft hem doen kennen.

 In het Oude Testament heeft men God niet gekend; Mozes, Abraham, Elia en al die anderen hebben God niet gekend. Ook de kerk heeft een oudtestamentische God overgenomen. Gods wezen was onbekend. In al zijn karaktereigenschappen is God góed! Waarom zag de mens dat niet? God heeft in het paradijs aan Adam en Eva de onzienlijke wereld willen tonen. God wilde de mens opvoeden tot inwoner van het Koninkrijk der hemelen. Daarvoor heeft Hij de mens in het paradijs afgezonderd en gebracht bij de Boom des levens. Door van die Boom te eten, kwam die mens in een andere wereld. U moet hier goed bij nadenken! Als de mens van díe Boom at, kwamen er Godsopenbaringen, dan kwam er onderwijs; juist bij díe Boom. Voor Godsopenbaring is een Boom des levens nodig!

Een Godsopenbaring zonder een Boom des levens is onmogelijk. Jezus Christus is de Boom des levens. Heeft u in de gaten dat tussen het paradijs en Jezus Christus een lange periode lag, waar die Boom des levens niet was. Er was dus ook geen Godsopenbaring. De Heer zegt: "Je moet van Mij eten". Je moet zijn woorden, zijn gedachten eten, want Hij is het woord Gods!

De Godsopenbaring is weer aan het werk gegaan, toen die Boom des levens kwam. Adam ging het paradijs uit. Daar stond van toen af aan een engel met een getrokken zwaard. God wilde beletten dat de mens naar de Boom des levens ging. God wilde niet dat de mens inging in het Koninkrijk der hemelen. De reden was, dat Adam aan de verkeerde kant was. God dacht: "Als Adam nú bij die Boom des levens is en daarvan eet, dan leeft hij eeuwig in de duisternis". God zei: "Ga maar weer naar de aarde, want dat doet je minder kwaad"! Als een mens bezig is met de geestelijke wereld, aan de verkeerde kant, dan doet hij de ene zonde na de andere. Dan kun je maar beter een natuurlijk mens zijn en helemaal niet denken aan de geestelijke wereld.

De mensen in de toren van Babel zaten ook in de hemel, daarboven in die toren, met hun astrologie en occultisme. God belette het en zei: "Ga maar weer naar de aarde". Hij stuurde ze terug naar de aarde, want zij zaten aan de verkeerde kant. God heeft dit Adam onmogelijk gemaakt. Dit is genade! Dit belette hem te zondigen, want anders had Adam zonde op zonde gestapeld in de geestelijke wereld. Het zal de antichrist gelukken om helemaal door te dringen in de hemelse gewesten, met al zijn krachten, tekenen en wonderen. De antichrist zal komen uit het volle evangelie, hij zal behoren tot de zonen Gods. Judas is daar het beeld van. Judas behoorde tot de uitverkoren kring van de 12 apostelen. Jezus zei: "Eén van jullie is een duivel"!

Judas heeft zelf óók duivelen uitgeworpen. Hij heeft óók het evangelie van het Koninkrijk gepredikt. Hij liet dit los, maar hij had de hemelse gave gesmaakt en het goede woord van God. Hij viel áf !

Ik zie de antichrist als iemand die het hoogste bereikt heeft: de openbaring van de zonen Gods, en dát loslaat. De antichrist is gewend om in de geestelijke wereld te denken. De mensen, die boven in die toren van Babel hun spiritistische seances hielden, zijn ook zover de hemelse gewesten binnengegaan, dat zij in tongen begonnen te spreken, in menigerlei talen. Je vindt bij de spiritisten het spreken in tongen ook. Die Babyloniërs hebben dat gedaan en ze zijn het niet meer kwijt geraakt. Dat spreken in talen is als een vloek over hen gekomen. Zij hebben dit opgeroepen, maar op een gegeven ogenblik bleven zij ze spreken. De talenscheiding is een vloek. Die macht, die zij opgeroepen hebben, grijpt hen, en zegt: "Je blijft er nu maar mee aan de gang"!

Pinksteren en Babel zijn elkaars tegenhanger. In het nieuwe verbond wordt het spreken in talen juist een uitdrukking van eenheid. Maar in Babel was het duivelswerk! Die Babyloniërs zeiden: "Nu komen wij in de hemel"! Zij noemden hun stad; poort des hemels. Jakob zegt óók, als hij de droom van die ladder krijgt: "Dit is een poort des hemels".

De Babyloniërs hadden bij dat talenspreken ook de uitleg. Ze wisten wel wat ze zeiden, maar het kwam allemaal uit het rijk der duisternis!

Als Jezus optreedt, neemt God de draad weer op van de Boom des levens. Het is geen bijzondere Boom, maar er is een gedachtenwereld aan verbonden. Ook het stukje brood bij het avondmaal wordt verbonden met heil, er is een zegen aan verbonden. God zei: "Als je van die Boom eet, Adam, dan heb je een weg om gemeenschap met Mij te krijgen". Zo is dat ook met dat brood. Jezus zegt: "Als je mij eet, heb je een weg om gemeenschap met God te krijgen in het Koninkrijk der hemelen".

Daartussen ligt het tijdstip van de onwetendheid. Hand.17:30: - .. .. met voorbijzien van de tijden der onwetendheid.... .

De mensen in Babel waren bezig om de tijden der onwetendheid te doorbreken, door dat Koninkrijk der hemelen binnen te stormen. De antichrist doet dat óók weer. Dan heb je weer "Babel". Dan komt, als het ware, de toren van de antichrist. Dat is de laatste opstand tegen God. Ook dan dringen zij de hemel binnen. Dit eindigt bij de slag van Harmagedon.

 

=======

=====

===

 LES 4 (4-12-82)

 1 Johannes 1:9

- Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw (aan zijn schep- ping, aan zijn plan) en rechtvaardig. (God is rechtvaardig, als Hij de beleden zonden vergeeft) om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

God is rechtvaardig, als Hij vergeeft. Dit staat niet in een aards wetboek. Het hemelse wetboek heeft de vergeving, in plaats van straf. God vergeeft en komt er niet meer op terug. God rekent het niet toe. Dit is kwijtschelden. Straf is compensatie. Vergeven is geen compensatie vragen. Het woord "straf" moet uit onze gedachten verdwijnen. De aardse rechter rekent hier wel mee.

Enkele voorbeelden: Als ik een kind iets verbied, en hij doet het toch, maar belijdt zijn zonde, dan vergeef ik hem. De bijbel zegt dat ik dan rechtvaardig ben. Ik moet dan niet zeggen: "Jij moet eerst dat vuile werkje voor mij opknappen". Ik moet hem/haar geen straf opleggen. Ik ben rechtvaardig als ik het kind vergeef.

Een kind doet iets verkeerd. Het zegt: "Sla me maar, ik heb het verdiend". Het kind krijgt zijn verdiende straf en het heeft het gevoel dat de zaak weer in orde is.

Het Koninkrijk der hemelen kent dit niet. Waarom zou ik het kind slaan? Het doet belijdenis van schuld. Ik vergeef het kind. Dat is mijn zaak. De kerken hebben deze "rechtvaardigheid door vergiffenis" nooit geleerd. Zij zeggen: "Gods toorn moet gestild worden. Daarom moest Jezus een zwaar offer brengen aan God".

Jezus heeft zijn offer niet aan God gebracht! Hij heeft het offer bij God bekend gemaakt. Als de hogepriester in het oude verbond in het heiligdom kwam, kwam hij daar met een offer, dat in de voorhof geslacht was. De hogepriester kwam met het offerbloed in het heiligdom. Jezus had het offer gebracht en kwam het hemelse heiligdom binnen. Hij kwam in het hemelse Heiligdom melden dat Hij gestorven was. Jezus komt het hemelse Heiligdom binnen met zijn léven, waarvan het bloed een beeld is. Hij kon er niet met zijn bloed binnenkomen, want "bloed" is iets van de aarde. Er staat: "Hij heeft zijn leven uitgestort in de dood". "leven" is iets uit de onzichtbare wereld.

Hebreeën 9:14b - ... die door de eeuwige Geest zichzelf als een smetteloos offer aan God heeft gebracht.

Men zegt dan: "Kijk, Jezus heeft het offer aan God gebracht".

vs.11 - Christus, de hogepriester is door de grotere en meer vol- 12 maakte tabernakel .... het heiligdom binnengegaan.

vs.16 - Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding worden gemaakt.

 Jezus had zijn leven geofferd en kwam dit melden bij zijn Vader!

Toen kon het testament in werking treden en konden de erfgenamen opkomen. Het testament was voor de erfgenamen. Zij hadden recht op de erfenis.

vs.15b - ... opdat de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

Jezus heeft aan het kruis betaald, om ons los te kopen uit het bezit van de vijand. Een slaaf is iemands bezit. Jezus zegt: "Wie de zonde doet is een slaaf van de zonde" (Joh.8:34).

Wij zijn vrijgekocht en de losprijs is betaald aan de bezitter: de boze.

De "leer van de genoegdoening" zegt: "Jezus heeft zijn leven geofferd aan God, want God moet genoegdoening hebben".

Voorbeeld. Je hebt vier kinderen. De oudste is een beste jongen, maar de andere drie zijn deugnieten. De oudste jongen brengt de drie broers tot verandering en zegt tegen de vader: "Ze hebben zich bekeerd. Nu zijn het weer beste jongens". Vader zegt: "Dat is fijn, maar ze hebben mij zolang getreiterd, ik moet toch even mijn gram halen op die jongens". De oudste zoon zegt: "Neem mij dan maar!". Dit past niet in het goddelijk denken. God haalt zijn gram niet. Hij staat boven de dingen. Hij is onaantastbaar, onkwetsbaar . Als de "leer der genoegdoening" waar zou zijn, zou er een verandering in God plaatsgrijpen. Vandaag zou Hij kwaad zijn en morgen zou zijn gram gestild zijn. Dít kan niet, want God is altijd dezelfde. De theologen komen hier niet uit. Ze geven dit aan in de Christelijke Encyclopedie bij het woord "genoegdoening".

Ze zeggen hier: "God is altijd subject en nooit object".

God is altijd degene die de leiding heeft. Hij zou dan worden veranderd door iets wat naar Hem toekomt. Iets buiten Hem zou dan leiding geven aan zijn verandering. God laat zich niet veranderen door een omstandigheid. Als God goed is, ís Hij goed. Als God liefde is, ís Hij liefde. Men ziet wel terdege, dat "genoegdoening" onmogelijk is. Tóch komt men met de leer dat God genoegdoening eist. God straft niet! De aardse rechter doet dit wél. Je zou kunnen zeggen: "Hij drijft Beëlzebul uit met Beëlzebul". God zegt: "Mijn wetten winnen het!".

====

Een nieuw gedeelte!

Petrus zegt, dat Jezus in zijn lichaam de zonde heeft gedragen.

Jezus zegt: "Vrees niet degenen, die het lichaam kunnen doden, maar de ziel niet kunnen doden" (Math.10:28). "Vreest veel meer de duivel, die lichaam en ziel kan verderven in de hel". God is geen verderver! Jezus werd niet naar zijn ziel gedood. Er staat nadrukkelijk in 1 Petrus 3:18, dat Hij naar het vlees gedood is.

Voor wat zijn ziel betreft, staat er in 1 Petrus 2:22: ... die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden".

Jezus is niet naar zijn ziel gestorven! De duivel heeft geprobeerd om Jezus ook naar zijn ziel te doden. Jezus' lichaam kon alleen door mensen worden gedood. Zijn lichaam behoorde tot de zichtbare wereld. Daarom heeft de boze mensen gebruikt.

De duivel kon Jezus niet rechtstreeks via ziektemachten aanvallen, want daar was Jezus onkwetsbaar voor. Jezus werd overgeleverd aan mensen. De duivel heeft geprobeerd om Jezus' onzichtbare mens te grijpen. Denk maar aan de hof van Gethsemané, waar Jezus uitriep: "Mijn ziel is bedroefd tot de dood toe".

De boze heeft getracht op Golgotha zoveel ellende over Jezus uit te storten, dat Hij zou zeggen: "Ik kom maar van het kruis af, want er komt toch niets meer van terecht". Men riep: "Kom af van dat kruis!". Maar om de vreugde die voor Hem was weggelegd heeft Hij het kruis gedragen. Zijn geloof heeft Hem er doorheen geholpen. Jezus is in zijn ziel niet bezweken. Hij was wel beschadigd naar het lichaam. Het lichaam is in de dood geweest. Hij heeft het natuurlijke leven afgelegd, maar het eeuwige leven behouden. Zijn geest werd weer met Gods Geest verbonden. Jezus sprak: "Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest!". Dit was zijn innerlijke mens.

Hebreeën 10:10 - ... door het offer van het lichaam van Jezus Christus.

Jezus heeft zijn ziel niet geofferd, Jezus is nooit in de geestelijke dood geweest; dit is de tweede dood. De eerste dood is een lichamelijke dood. Je komt dan in het dodenrijk. In de tweede dood kom je in de poel des vuurs. Dit is de eeuwige dood. Jezus is in de eerste dood, de lichamelijke dood geweest.

Hij is neergedaald in het dodenrijk en heeft daar het evangelie gepredikt. Uit het dodenrijk worden mensen verlost; uit de poel des vuurs niet. Jezus is nooit in de poel des vuurs geweest. Mensen die voor eeuwig verloren zijn, gaan vanuit het dodenrijk naar de poel des vuurs. Jezus is staande gebleven, hoewel alles stormliep om Jezus te laten zondigen, Hem ongehoorzaam te doen zijn aan zijn Vader, aan het plan van God.

Psalm 22:13 - Vele stieren hebben mij omringd, buffels van Basan hebben mij omsingeld ...

1 Petrus 3:18 - Hij is gedood naar het vlees, maar levend gemaakt naar de geest.

"Levend gemaakt naar de geest" betekent: De Heilige Geest verbond zich weer met de geest van Jezus.

=======

Een nieuw gedeelte.

In het Oude Testament kreeg men de inspiratie van twee kanten.

Het loopt door elkaar. Enkele Godsmannen verhieven zich boven de rest van de mensen. Ze zijn in het geloof gestorven, maar hebben de beloften niet verkregen. Ze zagen wel iets. Ze kregen een getuigenis. Het offeren in het Oude Testament was een uitbeelding, een schaduw van het offer van de losprijs, die Jezus aan de boze gaf. Jezus was de kostbare parel, die ingewisseld werd voor al de "minderwaardige" parels, die de duivel in zijn bezit had. Ik noemde dit een "transaktie"; een wederzijdse handeling. Vandaar dat er staat een koopman. Bij een koopman heb je het idee van "handelen".

Dit was een geloofsstrijd, want God zag in die parels wel iets. De duivel zei: "Hier heb je ze. Je kunt er toch niets meer mee beginnen". Dit was het geloof van de duivel. Als de boze had gezegd: "Ik neem die ruil niet aan", was dit een teken geweest, dat zijn geloof verkeerd was. Dan had hij gedacht: "God kan er nog iets van maken". Het hele lijden berustte op het geloof van God en van de duivel; een geloofsstrijd!

1 Kor.2:8

- En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten,

want indien ze van haar geweten hadden, zouden ze de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben.

De mensen in het Oude testament zijn gestorven met een kleine inspiratie over de Godsstad; Abraham bijvoorbeeld.

In de Statenvertaling staat: "Zij hebben deze dingen van verre gezien en omhelsd (Hebr.11:13).

Zij hadden een voorstelling van God, die niet overeenkwam met zijn wezen. Johannes zegt heel duidelijk: "Niemand heeft God ooit gekend". Niemand heeft geweten dat God enkel goed is. De genade en de waarheid zijn door Jezus Christus geworden (Joh.1:17).

Ze zijn in Jezus Christus tevoorschijn gekomen. De genade en de waarheid waren er wel, maar in Hem werden zij openbaar. Hij heeft het gepredikt en toegepast. Door Hem kwam het naar ons toe en wij kregen er begrip van. God zegt: "De mens is geworden als Onzer een, kennende goed en kwaad (Gen.3:22). God kent het kwade vanuit de lichtzijde. Als je enkel licht bent, steekt elk vuiltje erbij af. Je herkent het kwade dan, omdat het niet bij je hoort.

Het is de mooiste vorm van "het kwade kennen", als je kunt zeggen: "Dit hoort niet bij mij". Wij kennen het kwade ook uit ervaring. Wij zijn aan God gelijk in dit opzicht, dat wij het goede en het kwade kennen; alleen de bron van de kennis is verschillend.

De mens kent het kwade uit zijn handelingen en het gevolg daarvan. God kent het kwade vanuit zijn ontstaan. Het kwade is de destructie, het wetteloze. Dit hoort niet bij God. In het oude verbond kwam men nooit boven het denken uit, dat God goed én kwaad tegelijk is. Deze mensen werden van twee kanten geïnspireerd. Dit is tot op vandaag mogelijk bij Gods volk. Paulus zegt: "Als er twee of drie profeten spreken, dan moeten de anderen oordelen".

 Hij gaat er terdege vanuit, dat er nog een andere inspiratie is. Wij zeggen niet van de "ouden" en onze vaderen, dat zij niets gehad hebben, maar de inspiratie kwam van twee kanten. Paulus zegt: "Wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele". Doch als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben" (1 Kor.13:9/10). Er komt een tijd, dat zo'n onderscheid van geesten zult hebben dat je precies weet welke inspiratie je toe kunt laten en welke je moet wegdoen. Wie heeft de profeten in het oude verbond beoordeeld? Men beschouwde ze als onfeilbaar. Ze hebben wel uit God gesproken, maar tegelijker tijd vibreerde er iets mee wat niet uit God was. In de tijden der onwetendheid liep het door elkaar heen. Jezus zegt: "Het is een oude lap. Ga er alsjeblieft geen stuk van het nieuwe opnaaien". Er waren mensen die voor een groot percentage door God werden geïnspireerd, en er waren mensen, die voor een groot percentage, door de boze werden geïnspireerd. Nooit was het helemaal zwart of wit. Paulus zegt, dat wij ook rekening moeten houden met het feit dat het "ten dele" is.

Het wordt je wel aangerekend, als je weet, dat iets uit God is, maar je doet het niet; dan ben je in overtreding! Het is een bewuste zonde!

Alles wat uit de geestelijke wereld kwam, schreef men aan God toe. De meest frappante hoofdstukken in dit verband zijn: 2 Sam.24 en 1 Kron.21 - Het handelt over de volkstelling. In Samuel staat dat God David het volk liet tellen. In Kronieken, 200 jaar later, staat, dat satan David aanzette, Israël te tellen. De uitleggers komen hier niet uit. Men sprak vanuit een verwrongen Godskennis.

Enkele inspiraties die niet uit God komen vinden we in Psalm 58:11; 109:10; 137:9.

Het gaat lijnrecht tegen het evangelie in, dat zegt, dat we onze vijanden moeten liefhebben. Wij transponeren het in de geestelijke wereld, en zeggen: "Onze vijanden in de geestelijke wereld moeten verpletterd worden"!

Enkele inspiraties die wel uit God komen vinden we in Spreuken 25:21.

- Indien uw vijand honger heeft, geef hem brood te eten,

indien hij dorst heeft, geef hem water te drinken;

- want dan hoopt gij vurige kolen op zijn hoofd, en de Here zal het u vergelden. Vs.22. (Math. 25:35 ev.) (Rom.12:20,21).

De "ouden" zeiden: "Komt niet uit de mond van de Allerhoogste het goede en het kwade?" (Klaagl.3:38).

"Geschiedt er een ramp in de stad zonder dat de Here die bewerkt?" (Amos 3:6).

De tijden der onwetendheid gaan natuurlijk over de onwetendheid aangaande het Koninkrijk de hemelen.

Hand.17:30

- God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen.

Bekering is terugkeer naar God. Je kunt alleen tot God terugkeren via het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, want daar is God. Jakobus zegt: "Je moet tot God naderen".

De tijd der onwetendheid is een periode. In deze periode hebben we de boom van goed en kwaad. Bij de ene mens heb je meer kwaad en bij de andere mens meer goed. Maar van de boom van kennis van goed en kwaad eten we allemaal. Er is nog iets "goeds" overgebleven in de mens, vanuit de schepping. De mens is niet volkomen slecht. De kerk heeft er van gemaakt: "Onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad". Dit is in strijd met de realiteit. Een mens is geen duivel, maar hij heeft kennis van goed en kwaad. Wie van de vrucht van de boom des levens at, kreeg een zegen. Men werd geïnspireerd; God kwam tegenwoordig. Als je van het brood bij het avondmaal eet, dan is daar ook een zegen aan verbonden. God inspireerde Adam. God kwam in de wind; dus onzichtbaar. Jezus zegt: "Wat Ik je in het verborgene zeg, moet van de daken worden gepredikt" (Math.10:27).

Het Koninkrijk der hemelen is verborgen. God sprak in het verborgene. Adam en Eva kregen gedachten over het Koninkrijk der hemelen, God sprak toen net zoals Hij nu spreekt; door inspiratie, door gedachten. Het gaat erom, wie de bron van inspiratie is. Er is namelijk nog een inspirator. De duivel is verbonden met de boom van kennis van goed en kwaad. De duivel heeft een voorwerp nodig. God kon rechtstreeks spreken tot de mens. De boze kon niet rechtstreeks tot Adam spreken, want Adam en Eva hadden een bescherming, namelijk hun onschuld. Als je volkomen onschuldig bent, dan dringt het kwaad niet zo gemakkelijk. Omdat de duivel niet rechtstreeks kon inspireren, nam hij iets uit de schepping; een slang. De slang zouden we een "medium" kunnen noemen; dit is een middel, een voorwerp dat gebruikt wordt en passief is. Het spiritisme heeft ook een "medium" nodig. Wij willen ook media zijn. Dit is een middel tot verspreiding van iets. Als God tot mensen spreekt, zijn ze nooit passief. Dan zou de mens "mechanische" inspiratie hebben. Bijvoorbeeld: als je piano speelt, doet de piano wat de speler zegt.

God werkt niet door "mechanische" inspiratie, maar door "organische" inspiratie. Hij gebruikt het intellect en het gevoelsleven van de mens. Als God door ons spreekt, geven wij het door. Wij ontvangen dit op het niveau van ons denken en op het niveau van ons gevoel. God kan nooit spreken over dingen, die buiten onze gedachtenwereld liggen. Als een gemeente verder gebouwd wordt, gaan de profetieën ook verder dan in een gemeente die pas is ontstaan.

"Organisch" wil zeggen, dat ons mens zijn wordt ingeschakeld. Een profeet is geen dood instrument. Een profeet wordt niet bespeeld. De geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen. Niemand hoeft te zeggen: "Ik móet profeteren".

De satan sprak door de slang. De aandacht van de mens valt dan op de slang. Adam had kunnen weten, dat dit verkeerd was, want hij kende de aard van de dieren. Adam wist dat dit niet bij een dier hoorde. Ogenblikkelijk nadat God ingegrepen heeft, staat er dat de slang stof zal eten zolang hij leeft. De slang wordt teruggestuurd naar het terrein waar hij hoort: de stof. De slang is verbonden met de stof en niet met de geestelijke wereld. Er zijn mensen, die denken dat de slang stof eet. Een slang eet konijnen etc.. Als God zegt: "Stof zul je eten zolang je leeft", wil dit zeggen: "Jij behoort tot de aarde; jij leeft een bepaalde tijd en dan is het afgelopen!"

Het is leven - sterven - tot de aarde terugkeren; helemaal "aards". De slang was buiten de mogelijkheden getreden, die God hem gegeven had. Paulus zegt, dat God de tijden der onwetendheid voorbijziet. Als ik iets voorbij zie, reken ik er niet mee. God houdt geen rekening met die tijd. De mensen hebben veel verkeerd gedaan, maar God houdt er geen rekening mee. Anders gezegd: "God rekent het kwade niet toe". Kleine kinderen reken je het kwade ook niet toe. Je zegt dan: "Ze zijn niet wijzer, ze zijn niet toerekeningsvatbaar". Een mens heeft schuld wanneer hij iets wél weet. Adam had opdracht de hof te bewaren en te bewaken. Allereerst was dit in de natuurlijke wereld tegen de slang. Adam had ogenblikkelijk moeten zeggen: "Dit klopt niet. Dit is het kwade".

God kent het kwade omdat het niet overeenstemt met het goede. God kent de duisternis omdat er geen overeenkomst is met het licht. God kent onreinheid omdat het niet overeenkomt met zijn heiligheid. Adam had moeten konstateren, dat deze afwijking niet overeenstemde met de aard van het dier. Het werd de mens verboden om bewust in te dringen in het Koninkrijk der hemelen. God zei: "Ga nu het paradijs maar uit, want als je verder indringt in het Koninkrijk der hemelen, dan kom je aan de verkeerde kant terecht".

God bleef inspireren. De duivel bleef óók inspireren.

De Boom des levens, Jezus Christus, zou ons de weg openen naar het doel, in het Koninkrijk der hemelen. De Heer geeft de scheiding aan en zegt: "Dit is van God, en dit is van de duivel". Jezus heeft laten zien, dat de duivel de oorzaak van het kwade is. De leer van het Koninkrijk der hemelen heeft dit gebracht. Jezus zegt: "Je moet van mij eten!". Als christenen de leer van het Koninkrijk der hemelen niet aanvaarden, leven zij nog in de tijden van de onwetendheid. Zij hadden het kunnen weten; maar God rekent in de onwetendheid hun de zonde niet toe.

2 Korinthe 5:19 - God was, in Christus, de wereld met zichzelf verzoenende, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, ....

Verzoening wil zeggen, dat de juiste verhouding weer terugkeert. God rekent de zonde niet toe. Als je de zonde niet toerekent, kun je maar één ding doen, dat is: de zonde vergeven! Als iemand iets vergeeft dan scheldt hij het kwijt. Als je vergeeft dan vraag je geen compensatie. "Straf" is een compensatie. Het is een aardse zaak. De zwakke, armelijke wereldgeesten maken er gebruik van. Dit is de overheid. Men denkt: "Als je iemand straft dan doe je góed'. Als je iemand straft, maak je in feite de ellende groter. Het is geen wet van het Koninkrijk der hemelen. Het is een aardse wet. Je gebruikt iets kwaads om een nog erger kwaad te voorkomen. Als ik iemand opsluit in de gevangenis, doe ik dit om een groter kwaad te voorkomen. De overheid móet het zo doen, omdat zij niet werkt met het principe van het Koninkrijk der hemelen. Je neemt door het straffen het wezen van het kwaad niet weg; je kunt er het kwaad niet mee keren. Door te straffen hou je het kwaad tegen, maar het verandert de mens niet. Het wezen van God is, dat Hij de mens niet straft. Als God zegt: "Je zult de dood sterven:, is dit geen straf. Het is een gevolg van de daad van de mens, omdat hij zich van God heeft verwijderd. In plaats van "gij zult de dood sterven" vertaalt men ook wel: "Gij zult in ballingschap komen".

De mens is in handen gekomen van de overste dezer wereld.

2 Thess.1:9 - ... het verderf, ver van het aangezicht des Heren.

Dat is de straf! Als je ver van God afkomt, zit je in de duisternis! Adam is ongehoorzaam geweest op het terrein waar hij wél alles van afwist. Er staat niet dat Adam gezondigd had, maar dat hij in overtreding was. Je kunt zondigen omdat je de wet niet kent. Als iemand mij heeft gezegd, dat ik iets niet mag doen, dan ben ik in overtreding als ik het toch doe. Een overtreding is zwaarder dan een zonde, want een zonde kun je in onwetendheid doen. "Overtreden" doe je met je verstand. Het is een ongehoorzaamheid. Een zonde, die in onwetendheid is begaan, wordt door God niet bestraft. Op de grote Verzoendag ontvingen de mensen in het oude verbond schuldvergeving van de zonden, die in onwetendheid waren bedreven. Mensen, die bewust zondigen, moeten bevrijd worden van de machten der duisternis, als ze dat willen. God rekent de zonde dan niet toe. Hij zegt: "Jullie moeten dit óók niet doen!". God heeft het woord der verzoening in ons gelegd. Als Stefanus wordt gestenigd, roept hij: "Heer, reken hun deze zonde niet toe!". Jezus zegt hetzelfde.

Paulus zegt in 1 Tim.13,14 - "Mij is zeer overvloedig (hyper) genade bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid heb gedaan. Daarom is het mij vergeven. In het aardse wetboek komt het woord "vergeving" niet voor.

Johannes 20:23 - Wie gij hun zonden kwijtscheld, die zijn ze kwijtgescholden, wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend.

Een mens ontwikkelt. Hij wordt van jongen, man. Hij krijgt een baard en zijn stem verandert. Dit is een periode. Zo zijn er verschillende ontwikkelingsfasen. Er zou een ontwikkelingsfase zijn dat de mens zou veranderen in een geestelijk wezen. Dit is niet doorgegaan. Een rups wordt op een gegeven ogenblik gemetamorfoseerd in een vlinder. Zo zou de mens ook gemetamorfoseerd worden, en niet meer van de aarde zijn. Hij zou tot een ander domein gaan behoren: de geestelijke wereld; volkomen, óók met zijn lichaam. Dit proces is afgebroken en het proces van sterven en tot de aarde terugkeren, ging toen door. Het verging de mens als de dieren: "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". De mens was toen stoffelijk, niet geestelijk. Hij was toen een natuurlijk mens en keert terug naar de natuur voor wat zijn lichaam betreft. Zijn innerlijke mens wordt opgeborgen in het dodenrijk; in een neutrale omgeving. Iedere poging om bewust het Koninkrijk der hemelen binnen te dringen, acht God niet goed. het ging er nu om, dat de mens netjes zou leven op de aarde, met kinderrijkdom of in je baktrog. Er staat: "Opdat ge lang leeft op de aarde". Israël had een godsdienst van de aarde. Door deze aardse godsdienst heen kwam telkens een inspiratie van God, door middel van de profeten. Zo'n doorkijkje in de geestelijke wereld vinden we in Genesis 6 - Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren... .

De zonen Gods zijn engelen. De Codex Alexandrinus (codex: handschrift; geschreven in Alexandrië in Egypte) één van de oudste handschriften, heeft voor zonen Gods: engelen Gods. In Job staat, dat de zonen Gods zich voor God opstelden; dit waren de goede en kwade engelen. De kwade engelen zagen de dochters van de mensen. Je hebt ook "dochter Sions"; dit geldt ook voor mannen. De kwade engelen namen zich daaruit vrouwen; dit is gemeenschap. God zegt: "Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich hebben misgaan" vs.3.

Door deze gemeenschap ontstond het geweld op aarde. Er zijn reuzen. Er zijn ook reuzen van dieren.

- De reuzen waren in die dagen op de aarde, en ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters van de mensen kwamen, en zij hun baarden.

Men heeft er "kinderen" tussengevoegd. Dit hoort er niet te staan! Door inspiraties kreeg de duivel gemeenschap met de mens. Er wordt een vrucht voortgebracht. Dit is de zondige daad, zegt Jakobus. "Als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde".

Er is geweldenarij op aarde; mannen van naam: geweldenaars. vs.4b Dit gaat in de eindtijd precies zo gebeuren. Wij zijn ook in een tijd van geweld beland. Het geweld neemt toe, omdat de demonie toeneemt. Bij de torenbouw van Babel dringt de mens opnieuw binnen. Hij gaat zover dat hij zelfs de talen van de engelen overneemt. Het tijdperk van de antichrist zal dit opnieuw tonen. De antichrist heeft ook van de Boom des levens gegeten. Hij komt uit de gemeente. Johannes zegt van de antichristen: "Ze zijn van ons uitgegaan". De antichrist is een figuur, die de gaven des Geestes heeft gesmaakt en het goede woord Gods. Hij heeft de krachten van de toekomende eeuw gekend en komt dan tot afval. Hij gaat nu weer het Koninkrijk der hemelen binnen met de kennis, die hij heeft uit het Rijk Gods. De zonde van de antichrist is, dat hij tot de zonen Gods heeft behoord en dán afvalt. Vandaar dat het rijk der duisternis deze man bij uitstek kan gebruiken. Geen mens doet groter zonde dan hij, omdat hij het hoogste heeft bereikt. Net als Lucifer. Hij laat los en wordt God vijandig. Hij werkt met leugen en verleiding, gebaseerd op de kennis van het Rijk Gods. Hij is de hogepriester van het occultisme. De grootste vijanden ontstaan vanuit de christelijke wereld. Het boek Openbaring behandelt de afval van de kerk.

====

 De straf voor de mens is, dat hij komt te verkeren ver van het aangezicht van God. Dit was ook de straf voor de verloren zoon. Als iemand uit het ouderlijk huis wegloopt, komt hij in de kou terecht, in het donker. Dan moet je weer teruggaan.

God blijft altijd trouw aan zijn schepping! (1 Joh.1:9).

 Jezus heeft ons de Vader doen kennen. (1 Joh.1:18). Jezus kon dit overbrengen omdat Hij een volmaakt geestelijk mens was. Hij kon de inspiraties onderscheiden. Hij heeft Gods gedachten doorgegeven. Gods genade en waarheid zijn in Jezus Christus geopenbaard geworden. Wij zoeken het goede, omdat wij weten, dat niemand twee heren kan dienen. Wij kunnen ons niet permitteren om met de zonde te leven, want dan raken wij de gemeenschap met God kwijt en komen in de duisternis. De boze verschuilt zich altijd achter de mens. Jezus heeft hem tentoongesteld (Kol.2:15). Hij is gekomen om de werken des duivels te verbreken (1 Joh.3:8). De losprijs is betaald! God heeft zijn Zoon gegeven om ons los te kopen van de boze. De "losprijs" kan niet op God betrekking hebben, want wij worden tot God gebracht en niet van Hem losgemaakt. Door de verzoening zijn wij weer in de oude verhouding tot God gekomen. Wij hebben dit verkregen door de vergiffenis.

=======

=====

===

 

LES 5 (15-01-83).

We gaan in deze les spreken over de verhouding "God en de mens"

Wat moet de mens doen?

Jakobus 4:7b - ... maar biedt weerstand aan de duivel en hij zal van u vlieden!

8a - Nadert tot God en Hij zal tot u naderen.

Veel mensen zeggen: "God moet éérst tot mij naderen".

Ze zijn hiermee grootgebracht. De algemene gedachte is, dat ik tot God moet naderen.

Hoe nader ik tot God?

Hebreeën 11:6b. - Hier ziet u dezelfde gedachte!

- Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.

Je kunt moeilijk tot God naderen als je niet gelooft dat Hij bestaat. Hij beloont je. Als je Hem ernstig zoekt, nadert Hij tot jou.

Hoe kan ik nu geloven dat Hij bestaat?

Wij kunnen zeggen dat de Heilige Geest ons overtuigd. Mensen in de wereld kunnen dit niet zeggen, want ze hebben de Heilige Geest niet ontvangen.

Romeinen 1:20

- Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.

Paulus zegt: "Je moet je verstand gebruiken!"

vs 21b - ... het is duister geworden in hun onverstandig hart. Het verstand is verduisterd; men ziet Gods werk niet meer.

Prediker 3:11b - ... Hij heeft de eeuw in ons hart gelegd.

Voor "eeuw" kan ik zeggen "eeuwigheid". Als Hij de eeuwigheid in ons hart heeft gelegd, heeft Hij deze in ons verstand gelegd, in ons denken. Prediker was een gewoon natuurlijk mens; een "man onder de zon".

Als het verstand verduisterd is, werkt het niet meer. De mensen hadden de eeuwige kracht en goddelijkheid moeten zien die in de schepping werkt. Je zou kunnen zeggen: Gods wijsheid en inzicht, Gods vooruitzien.

Iedereen kan zien dat de schepping goed is. De Schepper heeft met alle mogelijkheden rekening gehouden; zelfs met de mogelijkheid van de val. Het Lam zat al in de schepping. In Eva zat reeds het zaad, dat uit haar zou voortkomen. Het moest eruit komen in de

volheid des tijds. Het vermogen van herstel zit in de schepping; de mogelijkheid van aanpassing.

Bij de zondvloed wordt de bescherming van de mens weggenomen. Het uitspansel wordt doorbroken en het water stort omlaag. Nu gaat de

schepping er anders uitzien. Je krijgt koude en hitte; zomer en winter. Er komen zandwoestijnen en ijswoestijnen. De bewoonbare wereld wordt gereduceerd tot een klein gebied. De zeeën nemen 70% van de wereld in beslag, omdat de wateren boven het uitspansel naar beneden zijn gekomen. Toch past de mens zich aan. Hij kan zich handhaven onder duizenden omstandigheden. Een Eskimo leeft volkomen anders dan iemand in de tropen. Een mens kan zich zelfs aanpassen als de zonde in hem dringt. Er zit zoveel verweer in, dat het leven op aarde toch nog mogelijk is.

Daniël 12:4b - ... De kennis zal vermeerderd worden.

Als je ziet wat er in deze tijd allemaal bedacht wordt, dan kan je er met je verstand haast niet meer bij. Denk alleen maar aan de computers en rekenmachines. Ergens moet dit in de schepping liggen. Hoe meer de kennis toeneemt, hoe meer kennis we van God zouden moeten krijgen, volgens Romeinen 1. Men herkent dit niet, want het verstand wordt verduisterd. Onze kennis aangaande het Koninkrijk van God wordt wél vermenigvuldigd. Wij weten nu meer van God dan hele geslachten vóór ons. Het gaat parallel. Ook de geleerden weten nu meer dan zij in duizenden jaren bij elkaar hadden kunnen halen.

Bij ons wordt deze kennis vermeerderd door de Heilige Geest. Bij de natuurlijke mens geschiedt dit door de geest van de mens.

Romeinen 1:18

- Want de toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden.

Je zou ook kunnen lezen "van mensen, die de waarheid in leugen ten onder houden". Dit geschiedt onder demonische beïnvloeding.

De mensen zien Gods wonderen en weten hoe het werkt, maar denken niet verder na of ze worden verleugend.

Wie tot God komt moet geloven dat Hij ís. God is geest.

Johannes 4:24 - Jezus spreekt dit tot de Samaritaanse vrouw:

- God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en waarheid.

Ik kan Hem niet met mijn zintuigen waarnemen. Ik moet Hem waarnemen met mijn geest.

Hebreeën 11:6a - Zonder geloof kan ik Hem niet behagen (st.vert.).

Ik kan Hem alleen waarnemen met mijn geloof. "Zonder geloof kan ik Hem niet behagen" betekent, dat ik zonder geloof niet met Hem in aanraking kan komen. Met mijn natuurlijke zintuigen kan ik Hem niet pakken. Ik kan Hem alleen grijpen met een bovennatuurlijk

zintuig. Ik kan Hem alleen grijpen omdat ik gelóóf dat Hij bestaat. Ik grijp Hem door het geloof!

Het allereerste wat iemand uit de wereld moet doen, is geloven dat Hij er is. Wij zijn in de laatste jaren bezig geweest om de begrippen aangaande God recht te trekken.. Onze boodschap is niet direkt tot de wereld geweest, maar tot het volk van God. Tot hen hoef je niet te zeggen: "Je moet in God geloven".

Je moet hen een goed godsbesef bijbrengen, dat God enkel goed is. Als iemand uit de wereld nu zegt: "Ja ik geloof dat God er is", dan nadert hij door geloof tot God. In Johannes 1:12 staat: "Zovelen Hem áángenomen hebben".

Jakobus zegt dan: "Als je tot Hem nadert, dan nadert Hij tot jou!.

Op welke wijze nadert God tot mij?

Je moet pertinent geloven dat God er is. God nadert mij door woord en Geest. God zond vaak een engel, als Hij iets te zeggen had, vooral in het oude verbond. Het woord waarmee Hij spreekt, vertelt mij wie Hij is; dit woord openbaart Hem. De Calvinist zegt: "Zijn woord is de bijbel". Hiermee beperken zij dit juist. Als je zegt: "Gods woord is ín de bijbel", is dit wel iets anders dan: "Gods woord is de bijbel".

Wat in de bijbel staat is lang niet alleen het woord Gods.

De Statenvertaling schrijft: "Alle schrift is door God ingegeven". De nieuwe vertaling luidt: "Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, ... 2 Tim.3:16

Het zit hem in de manier van vertalen. Vanuit ons oogpunt ligt de nieuwe vertaling ons op dit punt dichterbij.

Wat de vrienden van Job zeggen, is heus niet allemaal door God ingegeven. Toch haalt men dit vaak aan.

God kan ook rechtstreeks spreken, want wij hebben zijn Geest in ons. Hij zal het uit het Zijne nemen. Dit wil niet zeggen dat Hij het alleen uit de bijbel neemt. Er staat dat Jezus zoveel heeft gesproken, dat de wereld de boeken niet zou kunnen bevatten.

Het kan best zijn dat je een gedachte krijgt, die niet in de bijbel staat. Tóch spreekt de Heer op zo'n moment tot je.

Het kan ook iets zijn wat Jezus op datzelfde moment denkt. Jezus leeft; Hij heeft dus ook gedachten, op dit moment.

Het is ook zeker nodig dat dit geschiedt, want anders versta je je tijd niet. Als ik in deze eindtijd zou moeten denken wat mijn voorvaders hebben gedacht, zag het er slecht voor mij uit.

Wij kunnen gedachten overnemen, die rechtstreeks van Gods troon komen, waar God nú denkt. Wij aanvaarden de Geestesdoop en de werking ervan. De slagzin van de vaderen was:

"Sola Scriptura"; dit betekent: "Alleen de Schrift". Hieraan kun je ook zien hoe beperkt hun denken was.

De profeten hebben de woorden Gods opgevangen en doorgegeven.

God heeft op velerlei wijze tot de vaderen gesproken, in de profeten. Het is bij de profeten in het verstand gevallen. Ze hebben deze woorden verwerkt en doorgegeven. Het ging niet automatisch. Een profeet is geen automaat. Zoiets noemt men "mechanische inspiratie". Het moet zijn "organische inspiratie". De profeet moet het verwerken en geeft er eigen inzichten doorheen.

Het woord is tenslotte "vleesgeworden". Dit vleesgeworden woord heeft God zéér duidelijk geopenbaard. Het woord geeft Gods gedachten weer. Jezus Christus heeft Gods gedachten geopenbaard; daarom heet Hij "het vleesgeworden woord". Gods gedachten kregen gestalte in de Zoon. Vanuit de gedachten, die Jezus heeft doorgegeven, leren wij God kennen. Als we de schepping bestuderen, vanuit het woord Gods, dan krijgen wij ook gedachten.

God sprak: "Er zij licht". Hij maakte scheiding tussen licht en duisternis. Vanuit deze scheppingsdaad krijg ik inzicht in het Koninkrijk der hemelen. Als er geen licht en duisternis zouden zijn, dan zou ik het bestaan van licht en duisternis in de geestelijke wereld helemaal niet duidelijk kunnen maken.

Het plan van God spreekt in de schepping; in het bestaan van licht en duisternis en de scheiding van het Rijk van het licht met het rijk der duisternis. Ik kan dit alleen maar ontlenen aan de natuur. Ik kan mij alleen maar uitdrukken in termen van de natuurlijke wereld. De zon is erg mooi, maar Johannes schrijft: "Het waarachtige licht schijnt nu; het was komende in de wereld". Je ziet hoe de bijbel het natuurlijke achterstelt bij het geestelijke.

We kunnen het niet stellen zonder de hemellichamen. Toch is het maar een beeld. Er staat: "Hij noemde het uitspansel hemel". Maar het was de echte hemel niet. Je keek tegen een gewelf, een koepel aan. Erboven waren de wateren. Deze zorgden ervoor , dat de warmte heel gelijkmatig over de aarde werd verdeeld. Overal was het goed om te leven, of je in de tropen zat of aan de polen. De mens had geen enkel probleem. Na de zondvloed komt de narigheid!

De zon is beeld van God; de zon der gerechtigheid (Mal.4:2).

Zacharias profeteerde dat de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, "om hen te beschijnen, die in duisternis gezeten zijn" (Lucas 1,78,79). De zon gaat op en beschijnt ons.

De maan is beeld van Jezus Christus. Hij is de afstraling van Gods heerlijkheid, de weerkaatsing van de zon.

De sterren zijn beeld van de engelen. Een sterrenbeeld is een aantal sterren die bij elkaar horen. De mensen hebben er met een beetje fantasie allerlei dingen van gemaakt. Het zijn dus sterrengroeperingen, het beeld van de hemelse engelenwereld. Het zijn engelen die bij elkaar horen, ze staan onder aanvoerders. Ze vormen groepen, legerscharen. De Here Zebaoth: De Here der heerscharen (meervoud).Ook de geesten van mensen kunnen met engelen worden vergeleken.

In Job 38:7 staat: "... terwijl de morgensterren vrolijk zongen". Dit was bij de schepping van de aarde. Toen juichten de engelen. Als de nieuwe schepping komt juichen zij weer!

Jesaja 14:12 - Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster! Dit gaat over Lucifer, de lichtdrager.

De "zeven sterren" zijn de engelen der gemeente. Wanneer wij onze plaats in de hemelse gewesten innemen, zijn wij ook sterren. De mens is van nature geen ster. Dát hij een ster is, is te danken aan zijn plaats in de hemel.

Zonen Gods zijn engelen of mensen. "Zonen Gods" wijst op grote, krachtige sterren. Als je zoon bent, ben je geen kind.

In de engelenwereld zijn zonen Gods: sterke engelen, hoofdengelen, heerschappijen, krachten en machten.

Onder de mensen zijn zonen Gods: mensen, die de boze hebben weerstaan én overwonnen. Zij kunnen de vijand verslaan en aan zich onderwerpen. De schepping zucht en ziet uit naar deze zonen Gods! (Rom.8:17/21).

Jezus staat bovenaan als de blinkende morgenster. Engelen zijn boodschappers. Psalm 68:12 - De boodschapsters van goede tijding waren een grote menigte.

Men heeft veel moeite met de vrouwelijke vorm gehad; de verklaarders van de bijbel wisten er niet goed raad mee.

We hebben ook de dierenwereld, uitgebeeld als hemelse wezens. Reine dieren zijn het lam en de duif. ook de arend en andere vogels kan je noemen. De leeuw van Juda, in gunstige zin hier.

In de onreine dierenwereld is de sortering veel groter. We hebben o.a.: de slang, schorpioen, de draak, honden, stieren en het

verfoeilijk gevogelte. Jezus zegt: "Waar het aas is, zullen de gieren zich verzamelen".

In de gelijkenis van de zaaier staat, dat de vogels het zaad wegnamen, opaten. Matth.13:4. In vers 19 staat dat de boze dit deed.

"De boze rooft wat in het hart gezaaid is".

Er zijn ook "goede vogels". Matth.13:32 gaat over het mosterdzaadje. Het is een beeld van de gemeente in de groei.

De vogels vinden in deze boom bescherming. Ze nestelen zich erin. Hier wordt niet bedoeld dat zij nesten bouwen en daar hun eieren leggen, om ze uit te broeden. Er worden engelen mee bedoeld. Engelen vermenigvuldigen zich niet. Ze zijn in deze boom omdat ze zich thuisvoelen in de gemeente, die zij dienen en helpen kunnen. In het mosterdzaad, dat zijn doel als gemeente bereikt, zitten volop engelen. Ze hebben er hun woning in.

Ik wil ook nog noemen de glibberige, onreine kikvorsen. Er staat in Openb.16:13 dat de demonen uitgingen als kikvorsen. Dit geschiedt in de eindtijd. De leugengeesten gaan uit de mond van de draak als kikvorsen; onrein, weerzinwekkend en verleidend. Deze kikvorsen verspreiden een dwaalleer.

De mens zal heersen over al deze dieren, over al de machten der duisternis. God zegt tot Adam: "Je zult heersen over de vogels en de vissen!" (Gen.1:28).

Maar tot hen, die uit de laatste Adam komen zegt God: "Je zult heersen over het rijk der duisternis. Ik heb je macht gegeven!" (Luc.10:19). Dit zegt Hij tegen de geestelijke mens"!

De Heer geeft hem macht over slangen en schorpioenen. Als je een slang opneemt, pak je deze achter zijn kop; dan wordt hij onmachtig. De Heer zegt in Marcus 16:18 - "slangen zul je opnemen".

Uit de natuur haal je de geestelijke wereld. Je hebt de scheiding tussen de reine en onreine dieren. Dit is een beeld van de scheiding tussen de heilige engelen en de onheilige engelen, de demonen. De wezenstrekken van de dieren, naar hun aard, vind je bij de engelen terug. Bij de leeuw is dit, bijvoorbeeld, het verscheurende. Je moet de geestelijke wereld altijd uitdrukken in iets zichtbaars. Als je zegt: "Ik heb dit in mijn hart", dan bedoel je iets

geestelijks, maar je noemt een orgaan, dat het centrum van je lichaam is.

Jezus zegt, dat uit het hart van de mens allerlei dingen voortkomen. Deze dingen komen uit je denken; niet uit je hart. Je kunt het Koninkrijk der hemelen niet anders voorstellen dan met zichtbare dingen. Jezus zegt: "Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan: een sleepnet; een zuurdesem; een hart, ..."

Als God zichzelf duidelijk wil maken, heeft Hij hiervoor ook een beeld: de zon. Dit is het licht. Het licht is weer een beeld van het leven. Johannes 1:4 zegt: "Het leven is het licht der mensen". God zelf is één stuk leven.

In Genesis 1:26 staat: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld".

God drukt zich uit in de mens en niet in het dier. De mens is het allerhoogste in Gods schepping. God zegt tot Jezus Christus: "Laat Ons mensen maken naar Ons beeld". Dit wordt ook tot ons gezegd!

Alleen de mens kan Gods eigenschappen hebben; Gods wijsheid, inzicht en heiligheid; zijn eeuwige kracht en goddelijkheid.

Petrus zegt, dat wij de goddelijke natuur deelachtig kunnen zijn (2 Petrus 1:4).

Als je de mens ziet, zou je eigenlijk God in de mens moeten kunnen zien. Zover is het nog niet, maar zover komt het wél.

Dit zal zijn als God alles in allen is. Jezus is de eerste. Hij zegt: "Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien" (Joh.14:9).

De gééstelijke mens is beelddrager Gods, niet de natuurlijke mens. De natuurlijke mens heeft geen deel aan het Koninkrijk der hemelen. De natuurlijke mens is beeld van de geestelijke mens in zijn groeiperiode. De natuurlijke mens moet eerst wedergeboren worden, in de geestelijke wereld; dan pas heeft hij deel aan het Koninkrijk der hemelen. Voordat Jezus optrad, was er niemand in het Koninkrijk Gods. Hoe zouden de mensen in dit Koninkrijk hebben moeten komen?

Jezus is de eerstgeborene van de nieuwe schepping. De nieuwe schepping is niet uit vlees en bloed geboren. Jezus was het beeld Gods, als geestelijke mens, want God ís geest. Wij zijn uit Jezus Christus geboren. Er staat van Jezus: "Hij zal zaad zien". Jezus krijgt kinderen. Hij is de tweede Adam. Uit Hem komt de nieuwe schepping. Een kind in de wieg heeft deel aan de oude schepping. Als een kind voortijdig sterft, is dit een ramp, want het hoort er niet bij. Zo'n kind kan zijn loopbaan niet beëindigen. Zijn loopbaan behoort te zijn: groeien, volwassen worden en daarna overgaan in het Koninkrijk Gods door de wedergeboorte. Vlees en bloed kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven. Je kunt er alleen via Jezus komen.

Als je wedergeboren wordt, ben je weer een kind. Een "kind Gods" staat aan het begin van zijn ontwikkeling in de geestelijke wereld. Hij ligt in het Koninkrijk Gods in de wieg; een natuurlijk kind niet. Een "kind Gods" is geboren in de nieuwe schepping, waarvan de tweede Adam, Jezus Christus, de Vader is.

Wij worden wedergeboren door het levende woord van God. Aan de "kinderkens" schrijft Johannes: "Ik schrijf u, kinderkens, dat uw zonden vergeven zijn, om zijns naams wil" (1 Joh.2:12).

Meer weten ze niet; dit is het begin.

In de natuurlijke wereld heb je: het kind, de jongeling, de volwassene. In de geestelijke wereld: het kind, de jongeling, de vader. Een kind in de geestelijke wereld is nog een onvolwassene.

De jongeling is het beeld van de sterke in de geestelijke wereld. De vader is beeld van iemand, die wijsheid en kennis heeft in de geestelijke wereld.

Paulus zegt, ziende op Jezus Christus en zijn gemeente: "Dit geheimenis is groot".

Het is als met een huwelijk. Een huwelijk is een aardse, tijdelijke zaak; het verdwijnt, maar is een beeld van de geestelijke wereld.

Wij moeten de dood niet zien als iets zondigs. Bij een dier keert het leven terug naar de aarde. Bij de mens is dit anders.

We nemen als voorbeeld een knotwilg. Deze boom wordt afgezaagd tot op een manslengte. Je zegt: "Wat is het een dode boom geworden".

Maar na een jaar of twee, of eerder, zie je de takken weer tevoorschijn komen. Ik heb in de tuin een pereboom met kale, dode takken. Toch is deze boom niet dood. Hij is in de winterperiode. Als ik deze boom met wortel en al rooi, is hij werkelijk dood.

Dan kan er geen leven meer uitkomen. De bijbel noemt dit de tweede dood. In dit geval kan je niet meer gered worden.

De mens kan in de eerste dood zijn. De ontwikkeling wordt dan tegengehouden, net als bij de boom. Er komen geen bladeren en vruchten tevoorschijn. Er komt geestelijks niets aan. Je bent dood als je geen ontwikkeling kent in de geestelijke wereld, in het Koninkrijk van God. Deze dood stuit de ontwikkeling van het leven.

 Bij de tweede dood worden dood en dodenrijk in de poel des vuurs geworpen. Jezus is in de eerste dood geweest, niet in de tweede. De rechtvaardigen in het dodenrijk waren tot stilstand gedoemd; er ontwikkelde zich niets meer. Bij de tweede dood zijn de machten der duisternis in de mens gedrongen en drukken deze diep naar beneden, over de kloof in het dodenrijk heen. Je bent dan verbonden met het wezen van de zonde. Bij de zondeval ging voor de mens de wintertijd in. Jezus Christus luidde als eerste de lente tijd in. De prediking van het Koninkrijk Gods is een veroveringsproces op de eerste dood. De Heer zegt: "predik het evangelie aan alle mensen!". Alle mensen moeten wedergeboren worden. Het is een overwinning op een doodstoestand, zodat het geestelijk leven weer gaat komen; dat dit ontwaakt. Als wij voor eeuwig in ons geestelijk lichaam verkeren, hebben we het natuurlijke lichaam. Het wordt in een graf gelegd of in een punt des tijds verzwolgen. Dit geschiedt bij de komst van Jezus. Wij zullen heersen over hemel en aarde, maar het blijft een hemelse zaak. Jezus zegt: "Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld". Wij zijn hemelingen; anders kom je niet op de troon. Het is een geestelijke troon. Wij zullen dan wel kunnen metamorfoseren in vlees en bloed, Jezus deed dit ook, maar bleef hemeling. Hij kon kracht omzetten in stof. Hij had macht over de stof, over de elementen van de aarde. =======

=====

  =====

 

LES 6 (12-02-83).

Genesis 1:26-28

- En God zeide: "Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

- En God schiep de mens naar zijn beeld, naar Gods beeld schiep hij hen.

- En God zegende hen en God zeide tot hen: "Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte dat op aarde kruipt.

===

Er is verschil tussen vers 26 en vers 27.

Vers 26 - Laat ons mensen maken naar ons beeld en onze gelijkenis. De transcriptie vertaling van Reisel: Een mensheid, Adam, naar ons beeld, in overeenstemming met ons.

De Statenvertaling heeft: naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.

Dit zijn twee dingen. In vers 27 staat dat God de mens naar zijn beeld schiep. Een mens, die naar Gods beeld geschapen is, is nog niet naar Gods gelijkenis geschapen.

Eerst staat er: "Laat ons mensen maken". Dit wil zeggen: "We doen het samen". Het wil zeggen dat God de eerste mens geschapen heeft; Hij heeft ook deel gehad aan de tweede mens. God doet nooit iets alleen. God schept één mens en uit de eerste neemt Hij de tweede. God schept de mensheid niet. God zegt: "Doen jullie als mijn medearbeiders, de rest maar". Als God zegt: "Ik schep een mens naar mijn beeld" is dit een natuurlijk mens. Als Hij er een schept naar zijn gelijkenis, is dit een geestelijk mens. De geestelijke mens komt er niet uit als niet eerst de natuurlijke mens er is.

Reisel zegt: "In overeenstemming met ons"; dit wil zeggen: geestelijk, want God is geest. Paulus zegt: "Het natuurlijke is eerst; daarna het geestelijke"

(1 Kor.15:47).

Je kunt niet wedergeboren worden als je niet eerst geboren wordt.

Er staat in vers 26: "Opdat zij heersen". Aan deze eigenschap van de natuurlijke mens kan ik zien dat hij het beeld van God is. De mens heerst. De mens staat aan de top van de schepping; de mens heeft heerschappij. Het gaat hier over het heersen over vogels en vissen en het gedierte. Het gaat hier over de natuurlijke schepping.

De natuurlijke mens heeft heerschappij op aarde zoals God heerschappij heeft in de hemel én op aarde. De mens moet heersen overeenkomstig de wijze waarop God heerst. God heerst in twee dimensies; de mens moet heersen in één dimensie. Verder kan de natuurlijke mens niet. De natuurlijke mens is beeld van God, omdat hij heerst in de natuurlijke wereld. Een beeld moet overeenkomst hebben.

1 Kronieken 29:11 - Het loflied van David (vers 10-19)

- Van U, o Here, is de grootheid en de kracht, de heerlijkheid en de roem en de majesteit, ja alles wat in de hemel en op de aarde is; van U is de heerschappij, o Here, en Gij zijt als hoofd boven alles verheven.

God begon ermee om de mens op aarde heerschappij te geven. Als je de heerschappij wilt uitoefenen, zul je daarvoor ook toegerust moeten zijn. Je zult enkele eigenschappen moeten bezitten, die God óók bezit.

Om heerschappij uit te oefenen moet je gezag, wijsheid en kennis bezitten. De natuurlijke mens heeft ook kennis. Tegenwoordig krijgt de mens enorme kennis van de natuur; bijvoorbeeld van de sterrenhemel. Je moet om heerschappij uit te oefenen ook verantwoordelijkheid en incasseringsvermogen hebben. God moet ook heel wat incasseren. Als je ziet wat ze allemaal met zijn aarde doen...

God is barmhartig, Iemand, die heerst, moet barmhartig zijn. Hij moet rekening houden met degenen, die minder zijn. De mens moet ook barmhartig zijn jegens de dieren. Enkele voorbeelden zijn:

Spreuken 12-10 - De rechtvaardige kent het leven van zijn beest.

Deut. 22:6 - Je mag een ei niet wegnemen als er een vogeltje op zit te broeden.

Deut.14:21 - Je mag een bokje niet koken in de melk van zijn moeder.

Een mens die heerst, heeft ook intelligentie nodig. Domme mensen kunnen moeilijk heersen. God heeft de mens niet dom gemaakt. We mogen pleiten op een normaal verstand. Er is iets normaals, wat alle mensen gemeenschappelijk moeten hebben. Sommigen steken daar bovenuit. Dit zijn mensen die op een bepaald gebied heersen, bijvoorbeeld in de muziek, de literatuur, de kunst etc.

De mens heeft ook geloof en liefde nodig om heerschappij te voeren. Al deze eigenschappen ontwikkelen zich in de mens, in een proces, behalve wanneer een mens gebonden is. Het zijn alle heerlijke eigenschappen. Daarom staat er dat God de mens bijna goddelijk heeft gemaakt (Psalm 8:6). Ogenblikkelijk staat er achter: "Gij doet hem heersen over de werken van Uw handen" (vers 7).

 1. God wil een mensheid hebben naar zijn beeld

De mens moet daarvoor zorgen. Daarom schiep God de mens: man en vrouw. Veel vertalingen hebben mannelijk en vrouwelijk.

God schiep de mens met zijn woord met elementen uit de aarde. Als er staat: "God schiep de mens uit het stof der aarde, wil dit niet zeggen, dat God een poppetje maakte en daar leven in blies. Het betekent dat de elementen van de aarde in ons aanwezig zijn; het zijn allemaal stoffen die in de aarde voorkomen. Als wij sterven keert de stof waaruit wij bestaan terug naar de aarde. De mens, man en vrouw, moet zorgen dat de gedachten van God tot uitvoering komen. Hierin is de mens medearbeider van God. God wil een grote mensheid. Daarom staat in vers 28: "Weest vruchtbaar en wordt talrijk".

2. "Naar onze gelijkenis". God heeft hiermee de volmaakt geestelijke mens voor ogen.

Adam was een volmaakt natuurlijk mens. Jezus Christus was de volmaakt geestelijke mens; de tweede of laatste Adam.

Wat wordt er nu van Jezus Christus gezegd in het verband: "Laat ons mensen maken naar onze gelijkenis?"

Filippenzen 2:6

- ... die in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht.

"Die in de gestaltenis van God was". Je zou ook kunnen lezen: "Die in het beeld van God was; dit wil zeggen: "in de vorm" (morfe).

Van vorm veranderen noemen wij metamorfoseren. Jezus was in de vorm van God. "Hij heeft het Gode gelijk zijn niet als een roof geacht". Als ik in een vorm ben, ben ik in een beeld ervan. We noemen het: gelijkvormig.

Jezus was op aarde een rechtvaardige, als méns. Als je rechtvaardig bent, werken de wetten van God in je; het planmatige en wetmatige van God. Van een natuurlijk mens, die geen enkele binding heeft met het rijk der duisternis, kan je zeggen: "Hij is wetmatig"

Dit kan gezegd worden van Adam en van Jezus. Deze mens is rechtvaardig. rechtvaardig betekent: naar het recht van God.

Het "gelijk zijn" zou ik kunnen vergelijken met de heerlijkheid van God. Als je een waar geestelijk mens bent, ben je ook in de heerlijkheid van God. Er staat: "De persoon, die in de vorm van God was, die het beeld van God was, achtte het geen roof, om ook in de heerlijkheid van God te zijn; als geestelijke mens, om in de tweede, hogere dimensie te zijn". Het was voor Jezus Christus geen roof. Het was niet iets wat Hij als buit probeerde binnen te halen. Een tekst, die precies het tegengestelde inhoudt is Jesaja 14:14. Hierin is sprake van iemand, die het wel roofde. De duivel pleegt wél roof.

Hij zei: "Ik wil opstijgen boven de hoogte der wolken (boven de mens Gods; boven de gemeente), mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. God wil mensen hebben, die aan Hem gelijk zijn.

De duivel zegt: "Ik wil aan God gelijk zijn!".

Vers 15 - Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen.

De duivel wilde zich gelijkstellen aan God. Dit was een roof!

Jezus stelde zich gelijk aan God en dit was geen roof. Dit was zijn recht. In dit "gelijk" zit het "wezensgelijk van God".

Het is de strijd tussen de duivel en de mens. De duivel zegt: "Ik wil de plaats hebben, die voor jou bestemd is". Deze plaats is het aan God gelijk zijn. Daarom verheft de duivel zich. Hij wil heerschappij hebben in hemel en op aarde; hij wil aan God gelijk zijn. Hij is een dief en een rover. De waarlijk geestelijke mens acht het geen roof om aan God gelijk te zijn. De duivel was het eerste geschapen, maar hij was niet uitverkoren om met God de troon te delen; de mens wél. De duivel wil heerschappij hebben als engel. God neemt geen engelen aan, maar de mens . (Hebr.2:16) - Want over engelen ontfermt Hij zich niet, maar Hij ontfermt zich over het nageslacht van Abraham.

In de kerkgeschiedenis is altijd gezegd: "Je moet klein zijn. Het is hoogmoedig om aan God gelijk te willen zijn".

De gedachte van de boze is: "Wat ik niet heb, krijg jij ook niet".

Met de heerlijkheid van God wordt bedoeld: de nieuwe schepping, de herschepping. Ik zou haast zeggen: "De gemetamorfoseerde schepping; de schepping, die een gedaante verwisseling heeft ondergaan".

 Toen Adam, de natuurlijke mens, in het paradijs was, miste hij de Heilige Geest. Adam was nog geen woning van God. Als Adam niet gezondigd had, zou hij toch de Heilige Geest hebben nodig gehad, want God wil de mens huwen; zijn Geest en onze geest in hetzelfde huis. Vandaar dat het huwelijk van de mens beeld is van het huwelijk van God en de mens. De boze zal nooit de vrouw van God kunnen worden. Als Adam zijn vrouw ziet, zegt hij: "Dit is vlees van mijn vlees; manninne". Als God de mens ziet, zegt Hij: "Dit is geest van mijn Geest".

De nieuwe mens wordt geboren uit de gemeenschap van Gods geest met de menselijke geest. Deze mens groeit dan op tot de volmaaktheid.

Hij begint in het Koninkrijk Gods met een kind te zijn. Adam en Eva zouden in het paradijs gemetamorfoseerd moeten worden, dus van gedaante, van vorm veranderd worden.

In de geestelijke wereld betekent dit: van gedachten veranderen.

Zij moesten, als natuurlijke mensen, de dingen leren bedenken die bóven zijn.. Ze zouden dan moeten leren om een wandel in de hemel te hebben. Ze wandelden nog volop op de aarde. Ze moesten veranderen van een rups in een vlinder.

2 Kor.3:18

- En wij allen, die met een aangezicht waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is.

Bij de natuurlijke mens ligt nog bedekking op het aangezicht. De geestelijke mens weerspiegelt de heerlijkheid des Heren. Voor het woord "veranderen" staat in het Grieks: metamorfoseren. Dit is: veranderen van een natuurlijk mens in een geestelijk mens; van gestalte veranderen. Dit is een proces. Bij de verandering van een rups in een vlinder is de kokon het proces.

Hier is sprake van: veranderen naar het beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid. Dit proces eindigt ermee, dat wij ook naar ons lichaam veranderen. Ons natuurlijk, sterfelijk, vernederd lichaam, verandert in een geestelijk lichaam, in een punt des tijds. Het natuurlijk lichaam wordt verzwolgen in een geestelijk lichaam. Dit is het einde van het metamorfoseproces.

Mattheüs 17:2 - En zijn gedaante veranderde voor hun ogen.

Hier wordt in het Grieks metamorfose gebruikt.

Dit was een visioen. Jezus zegt in vers 9: "Vertel niemand dit gezicht". Petrus, Jakobus en Johannes zagen precies hetzelfde. Dat het Mozes en Elia waren, moet óók geïnspireerd zijn geweest.

 Romeinen 12:2

- En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt gemetamorfoseerd door de vernieuwing van uw denken.

 Je wordt van een natuurlijk mens een geestelijk mens, doordat je anders gaat denken. Dit verkrijg je door het woord van God. Vandaar dat je het woord van God moet bestuderen. Adam en Eva waren bij de Boom des levens. Daar ontvingen zij gedachten. Zij aten en dronken aan Gods tafel in zijn Koninkrijk. Daar was het eten van de vruchten een beeld van.

In Genesis 3:9 staat dat God met de mens kontakt had. Hij sprak met de mens. God sprak toen nog aan de buitenkant van de mens.

Vers 8 - Zij hoorden het geluid van de Here God, die in de hof wandelde, in de avondkoelte.

Adam en Eva vernamen iets dat naar hen toekwam. Het was Gods aanwezigheid. Jezus zet dit gesprek gewoon weer voort. Hij neemt de draad weer op. Als Adam en Eva zouden zijn veranderd in hun denken dan zouden ze klaar geweest zijn voor de doop in de Heilige Geest. God zou dan woning ín hen gemaakt hebben. Door de wedergeboorte wordt je een kind van God. Door de Geestesdoop kun je opgroeien tot volwassene.

1 Johannes 3:2

- Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen wezen ....

"Nu zijn wij kinderen Gods"; je bent wedergeboren, als kind.

"Het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen": dit wil zeggen, dat je tot zoon Gods wordt en tot vader.

"Maar wij weten als Hij (of het) geopenbaard zal zijn, zullen we Hem gelijk wezen". Laat ons mensen maken, die ons gelijk zijn.

Dit is een "gelijk zijn" als volwassen geestelijk mens.

1. Eerst moet je het beeld van God zijn; 2. Je moet wederom geboren worden, als kind; 3. Daarna moet je uitgroeien tot een volwassen geestelijk mens.

Het is een proces! Je wordt wedergeboren door het woord van God. Veel mensen zeggen dat je wordt wedergeboren door de Heilige Geest. Dit leert de Bijbel niet. De mensen hebben de wedergeboorte nooit in verband gebracht met de vernieuwing van denken.

1 Petrus 1:23

- Als wedergeboren, en niet uit vergankelijk zaad, maar uit onvergankelijk zaad, door het blijvende en levende woord van God.

Jakobus 1:18

- Hij heeft ons voortgebracht door het woord der waarheid om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen. (Gods nieuwe schepping).

Het levende en blijvende woord van God gaat door je denken heen. Als je de Heilige Geest hebt heb je kracht om te strijden, om te overwinnen; maar je wordt een kind van God door het woord.

In het paradijs zie je twee bomen.

1. De Boom des levens: beeld van Jezus Christus.

2. De boom van kennis van goed en kwaad: beeld van de boze.

De boze heeft het goede gekend, maar is in het kwade gevallen.

Je eet en drinkt van de Boom des levens. Daarom zegt Jezus bij het avondmaal: "Zalig wie eet en drinkt in het Koninkrijk van God".

Lucas 22:30 - opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk.

"Eten en drinken in het Koninkrijk Gods" is: zijn woord aanvaarden, zodat je een nieuwe schepping wordt. Je moet eerst overgezet zijn in het Koninkrijk van God, anders kun je daar niet eten en drinken. De Boom des levens is beeld van het in ons opnemen van de woorden Gods, het absorberen ervan.

Het drinken van de beker is: profiteren van Jezus' lijden en sterven. Je zegt: "Ik aanvaard de vergeving van zonden, waardoor ik een rechtvaardige ben".

Adam en Eva hadden ook moeten eten en drinken in het Koninkrijk van God, maar dit is blijven steken.

Vers 29 - Ik beschik u het Koninkrijk.

Door zijn bloed heeft Jezus ons het Koninkrijk beschikt.

Een andere vertaling zegt: "Ik vermaak u het Koninkrijk"; als erflater. Dat wil zeggen: "Het Koninkrijk wordt geopend, omdat Ik het je testamentair vermaak, door mijn lijden en sterven".

Dit is het Koninkrijk van Gods gerechtigheid. Het geeft ons de gerechtigheid weer terug.

De woorden Gods zijn in het paradijs blijven steken en Jezus neemt de draad weer op. Hij openbaart de diepste gedachten van God. Nú is Gods Geest in ons de Leraar.

1 Korinthe 2:10b - ... Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.

Deze Geest woont in ons. Jezus was het beeld van God. Als Hij wordt gedoopt in de Jordaan en daarna zijn bediening begint, is Hij in de gelijkenis van God. Alles is Hem overgegeven. Hij heeft de heerschappij in hemel en op aarde. (Joh.13:3).

 Mattheüs 28:18 - Mij is gegeven álle macht in hemel en op aarde.

Dit zegt Jezus aan het einde van zijn bediening op aarde. Jezus is nu de gelijke van God; daarom zit Hij op de troon van God. Jezus heeft nóg een werk te doen aan het eind van zijn bediening op aarde: ons vrijkopen! Door zijn geestelijk leven had Jezus recht op de troon van God. Was er verder niets gebeurd, dan had Jezus daar alleen gezeten.

Om ons daar ook te brengen, offert Hij zijn leven op. Dit deed echter niets af van de waarheid, dat Hem alles was overgegeven in hemel en op aarde. Hij was de mens die op de troon van God zat. Het tweede punt is, dat Hij van deze troon is afgedaald om ons te verlossen. Dit is gebeurd om vele broeders tot deze heerlijkheid te brengen.

De Heilige Geest ín ons geeft de gedachten van Jezus Christus weer. De Heilige Geest heeft ook de kracht in zich; wij hebben deze kracht in ons.

Als ik door de machten der duisternis wordt aangevallen, moet ik uitgaan van een kracht, die in mij is, en sterker is dan de tegenkracht. Jezus maakte de mensen tijdens zijn leven naar Gods beeld. Hij heeft tijdens zijn leven nooit iemand de Heilige Geest gegeven. Hij heeft niemand de handen opgelegd voor de Geestesdoop. Jezus heeft de mensen bevrijd van de machten der duisternis, opdat zij weer waarlijk mens zouden zijn. Jezus heeft weer natuurlijke mensen gemaakt; mensen zonder machten. Eerst moet de mens vrijkomen. Jezus bracht de mens in het beeld van God. Jezus was beperkt in zijn opdracht.

Johannes 16:7

- Doch Ik zeg u de waarheid: Het is beter voor u dat Ik heenga. Want indien Ik niet heenga, kan de Trooster niet tot u komen, maar indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden.

Jezus verloste de mens. Hij opende de gevangenis en verbrak de boeien. Dit was Jezus' taak!

Johannes 14:12

- Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en nog grotere dan deze, want Ik ga tot de Vader.

Het grotere werk dat Jezus nooit gedaan heeft, is de mensen de handen opleggen voor de vervulling met de Heilige Geest. Men denkt vaak, dat hiermee wordt bedoeld dat wij vele doden zullen opwekken; zoals Jezus, Lazarus, het dochtertje van Jaïrus en de jongeling van Naïn opwekte. Maar dit zijn geen grotere werken; ze zijn in wezen hetzelfde.

In Johannes 20:22 staat, dat Jezus op de discipelen blies en zei: "Ontvangt heilige geest"; dit beduidt: "Wordt wederomgeboren".

Het betekent dat je geest nu rechtvaardig is, onschuldig. Dit is het gevolg van de opstanding. Jezus heeft niet bedoeld dat ze de Heilige Geest ontvangen zouden. De Geest kwam op de pinksterdag. De discipelen moesten erop wachten. Dit had de Heer tegen de discipelen gezegd. Er zijn eeuwen voorbijgegaan, dat mensen niet werden gedoopt met de Heilige Geest. Het werd hen niet verkondigd!.

Het grotere werk wil zeggen: het hogere. De bekering is ook nodig, maar de doop in de Geest brengt, samen met het onderwijs, de mens zover, dat hij een gééstelijk mens wordt.

Als iemand op de universiteit zit, is dit hoger dan het lager onderwijs; maar je hebt lager onderwijs wel nodig om op de universiteit te komen. Wij zitten hier om de mensen te wijzen op een hoger, beter leven. De verkondiging: "Je blijft zondaar tot je dood", brengt je nooit tot hogere gedachten.

Jezus heeft de mensen nooit in de gelijkenis van God gebracht!

Tijdens zijn leven op aarde heeft Jezus zich in een heel klein cirkeltje bewogen. Hij ging alleen maar tot de verloren schapen van het huis Israëls. De kracht Gods werkte alleen in Jezus; Hij alleen had de Heilige Geest in zich. Vandaar dat men alleen naar Jezus moest gaan. Hij zegt: "Het is nut, dat Ik heenga" (St.vert. + Brouwer ; Joh.16:7).

Nu zegt Jezus: "De Heilige Geest is in je! Nu moet je gaan leven vanuit de kracht, die in je is". Het is onze taak om te beseffen, dat de Geest Gods in ons is en sterker is dan elke andere geest. Dit is een proces. In dit proces moet iemand vaak geholpen worden.

De discipelen liepen stage. Ze waren leerlingen, die geheiligd waren in hun Meester. Ze liepen stage op het gezag van Jezus. Nu neem je zelf beslissingen. De discipelen deden eigenlijk het werk van iemand, die wél een diploma heeft. Zij moesten het leren, het verwerken.

Een prediking moet onder woorden aan de mensen gebracht worden. Het is niet de bedoeling dat je deze prediking woordelijk aan een ander kunt overbrengen; maar je houdt een gedachtenwereld vast. Je verwerkt iets. Er komt een neerslag; deze is nodig. Deze neerslag bewaar je.

1 Korinthe 15:46-49

- Het natuurlijke komt eerst; daarna het geestelijke.

- De eerste mens is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel. Gelijk de stoffelijke is, zijn ook de stoffelijken en zoals de hemelse is, zijn ook de hemelsen.

- En gelijk wij het beeld van de stoffelijke gedragen hebben, zullen wij evenzo het beeld van de hemelse dragen.

 Wij hebben het beeld van de aardse gedragen; wij zullen (zijn hiermee bezig) het beeld van de hemelse dragen.

Het beeld van Adam is het beeld van God; als er tenminste in de natuurlijke mens geen trekken van de duivel zitten. Een vloeker, een dief of onreine gaat niet binnen in het Koninkrijk van God. De mens moet hier eerst vrij van komen. Dan wordt hij weer geplaatst in het beeld van God. Wij zijn beeld van God als alles eraf gaat wat er niet bij hoort. Als ik de erfzondeleer zou onderschrijven, zou dit betekenen, dat al het kwaad bij mij hoort. Als iets werkelijk bij mij hoort, kan ik er niet van verlost worden.

Onze kleine kinderen zijn natuurlijke mensjes. Wij moeten ze heiligen. Dit is: apart stellen van de boze. In de natuurlijke wereld geef je ze eten, drinken en kleding. Je kunt nooit iemand apart stellen van de boze als je zelf nog met een bepaalde zonde zit. Ik kan iemand niet heiligen van onreine geesten, als ik zelf onrein ben. Vandaar dat wij zelf heilig moeten zijn om onze kinderen te kunnen heiligen. In het Oude Testament staat, dat je ze moet onderwijzen. Wij moeten onze kinderen ook onderwijzen, in de leer van Jezus Christus. Wij geven ze het voorbeeld. Heiligen betekent, dat de boze er niet bij kan komen. Jezus werd door zijn Vader geheiligd. Niemand zou Jezus hebben kunnen heiligen, want niemand had de Heilige Geest nog ontvangen. Daarom moest Jezus uit God geboren zijn.

Johannes 10:36 -... zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd heeft en in de wereld gezonden.

God zette een geestelijke bescherming om Jezus. Zijn moeder kon Hem voeden en kleden. Jozef en Maria hebben Hem onderwijs gegeven. Jezus was goed thuis in de schrift. Hij was omringd door een groep mensen, die in de schrift geloofden. Zijn ouders konden Hem niet heiligen in de geestelijke wereld. God heeft Jezus volmaakt geheiligd. Bij ons zijn deze dingen nog ten dele.

1 Korinthe 11:7a - Want een man moet het hoofd niet dekken; hij is beeld van de heerlijkheid van God.

1. Het beeld. 2. De heerlijkheid van God.

Gods eer is de man, die naar zijn gelijkenis is. God legt eer in met de mens. Dit is de heerlijkheid van God.

7b - De vrouw is de heerlijkheid van de man.

Als wij de gelijke van God worden, betekent dit dat de vrouw de gelijke van de man is.

Het heersen over de vrouw is iets uit het rijk der duisternis.

Dit komt pas na de zondeval. In Christus is geen man en geen vrouw. De kerk heeft alle eeuwen de vrouw als minderwaardig gezien ; vandaar dat de kerk haar ook heeft uitgesloten van alle ambten. Het aantal belijdende, vrouwelijke leden is groter dan dat van mannen. Het grootste deel is hierdoor meteen uitgesloten van alles.

Jezus was het beeld van God; een rechtvaardig mens. Hij was planmatig en wetmatig. De Heer koestert zijn gemeente, gelijk een man zijn vrouw koestert.

Efeze 5:29 - want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente.

De mens was voor God onnut geworden (Rom.3:12). De Heer maakt de mensen weer tot nuttige instrumenten in de hand van God.

In het Oude Testament staat, dat je van God geen beeld mag maken. "Gij zult u geen gesneden beeld maken!" (Exodus 20:4). De méns is het beeld van God!

Romeinen 1:23 - en ze hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen op hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, viervoetige en kruipende dieren.

De mens was zo diep gezonken dat hij hulde bracht aan dieren, aan beelden waarachter de demonen zich verscholen.

1 Korinthe 10:20 - Wie aan beelden offert, offert aan demonen.

Men heeft God voorgesteld als een man en als een vrouw, zelfs als een dier. Bijvoorbeeld: Baäl, mannelijke godheid; Astarte, vrouwelijke godheid. De Venusdienst van de Romeinen.

 De kalverendienst was uit Egypte meegenomen. Daar aanbad men de stier Apis. Men aanbad de kruipende dieren: de slang Aesculapius; het is nu het embleem voor de artsen. Bij de Indiërs heb je de god Vishnoe, de hindoegod. Je hebt ook zon en maan aanbidders. Dit is de hoogste vorm van afgoderij. Het is merkwaardig, als je leest wat Mozes hierover zegt:

Deut.4:19

- ... en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het hele heer des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel.

God zegt, als je de ware God niet dient: "Laten de heidenen dan maar de zon, maan en sterren aanbidden. Ze aanbidden dan tenminste niet iets wat zij gemaakt hebben". Wat moeten de heidenen anders aanbidden? Als je voor de zon knielt, is dit nog direkt voor Gods schepping.

Romeinen 1:22,23

- Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens.

De mens is het beeld van God. De kerk heeft God naar het beeld van de mens gemaakt. Dit is de zonde van het paradijs: "Je zult als God zijn". Dus: "God is als jij; Hij is goed en kwaad!"

Dit is een zonde in de geestelijke wereld. Men zegt vaak: "Ik maak me kwaad en sla er flink op los als het nodig is. God doet dit ook als het moet". Je hebt dan een God naar het beeld van de mens. Ik moet gemetamorfoseerd worden naar de gelijkenis van God. Ze hebben God gemetamorfoseerd naar het beeld van de mens. Je zit dan midden in de kerkelijke leer; je hebt God verlaagd tot het niveau van de mens. Je tast hiermee de wezenseigenschappen van God aan.

Wij moeten den beelde de Zoons gelijkvormig worden in alle onderdelen. Jezus is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Gods wezen!

  =======

=====

===

 

 

 

 

LES 7 (12-03-83)

 In de vorige les hebben we gesproken over de uitdrukking "Laat ons mensen maken naar ons beeld en onze gelijkenis".

In deze les zullen we spreken over "Laat Ons mensen maken ..." (Genesis 1:26). In onze bijbel wordt "Ons" met een hoofdletter geschreven; in het Grieks niet. Het "Laat Ons mensen maken" is een moeilijk te verwerken tekst voor de Joden; dit wordt vaak tegen de Joden uitgespeeld. De Joden geloven in één God. Dit heet "monotheïsme". Hier tegenover staat "polytheïsme"; veel godendom. Men stelt het christendom bij het monotheïsme. Het christendom leert dat er drie één zijn. De Jehovagetuigen leren, dat er maar één God is; Jezus is de mindere van God. Matthew Henry, de bjbelverklaarder van de zware orthodoxie, tekent aan: "De drie Personen der Godheid: Vader, Zoon en Heilige Geest, beraadslagen hierover en werken ertoe mede, omdat de mens, toen hij gemaakt was, was toegewijd aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In die naam zijn wij dan ook gedoopt".

God zou zeggen: "Wij gaan nu een mens maken, die is toegewijd aan de Vader, de Zoon en de Heilige Geest". Ik merk hierbij op, dat het hier niet gaat om het scheppen van mensen, die aan de Vader, de Zoon en de Heilige geest zijn toegewijd; het gaat wél om het scheppen van mensen die naar Gods beeld en gelijkenis zijn!

 In het scheppingsplan heeft God een doel. Dit doel is de gééstelijke mens; niet de natuurlijke mens. Deze geestelijke mens is de mens waarin God kan wonen en met wie Hij gemeenschap kan hebben.

 Uit de schepping van Adam komt een mensheid waarmee God zijn doel bereikt. Als Adam geschapen wordt, staat er: "God schiep de mens naar zijn beeld; dit is enkelvoud vs.27. In vers 26 staat: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld en onze gelijkenis"; dit is meervoud.

Jezus Christus is geschapen naar Gods wezen, naar Gods gelijkenis.

Jezus is ook een mens. Hij is de mens, die aan Gods hoogste verwachtingen heeft voldaan. Adam was de eerste van de mensen van Gods schepping. Jezus Christus was ook de eerste van de mensen van Gods schepping.

Kolossenzen 1:18

- En Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste is geworden.

Hij is het begin. (arche: aanvang; principe; beginsel).

Jezus Christus is de eerste van een nieuwe schepping. In vers 15 staat: "De eerstgeborene der ganse schepping". Adam was de eerste van de natuurlijke schepping. Lucifer was de eerste van de hemelse schepping. Aan de engelen was alleen de hemel toevertrouwd.

Jezus Christus heeft een plaats gekregen in hemel én op aarde; in twee dimensies.

Openbaring 3:14

- Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping Gods.

Ik zou hier willen zeggen: "Het begin van de ganse schepping van God.

God schiep in Genesis 1:27 de mens; geen mensen!

God schiep één mens. Adam was tot op zekere hoogte óók het begin van de schepping van God.

Als Adam geschapen is, ontstaat de mensheid; dit gebeurt niet door God. God schakelt de mensheid in. De hele schepping gaat door mensen heen.. God schiep Adam als medewerker aan de gedachte: "Laat Ons mensen maken". Men heeft er totaal niet aan gedacht dat er mensen komen dóór mensen. Adam wordt ingeschakeld. Adam moet meewerken tot de geestelijke mens tevoorschijn komt. In Adam zit ook de mens Jezus Christus. Hebreeën 7:10 drukt dit uit: "In de lendenen van zijn vader zijn". De mens Jezus Christus moet er nog uitkomen. Het begint met één mens. Het komt uit deze ene mens voort, in een ontwikkelings proces. De mensen moeten deze plaats verwerven. Dit is anders dan met de dierenwereld. De dierenwereld heeft haar plaats en positie; daarna is het afgelopen. De dierenwereld functioneert voortdurend; door de eeuwen heen is dit zo geweest. De mens ontwikkelt zich. Als wij onze tijd vergelijken met de tijd van Karel de Grote, zien we een duidelijk verschil. We zien de ontwikkeling van de natuurlijke mens het meest naar voren springen. Van de mens staat in Psalm 8:6, dat God hem bijna goddelijk heeft gemaakt, in verband met de plaats en positie, die de mens inneemt in het plan van God. Het dier heeft ook een plaats in het plan van God, maar de mens neemt een plaats in, in het plan van God die bijna goddelijk is. De mens uit Genesis 1:27 is het beeld van God, is overeenkomstig, gelijk aan het beeld van God, door zijn heerschappij. God heerst als Opperheer; de mens heerst óók, maar op aarde. Hier begint het mee. De mens heerst op aarde over al de werken van God (Psalm 8:7).

God wil, met behulp van deze ene mens, vele mensen maken, met de bedoeling, dat tenslotte het geestelijke wezen er uitkomt. Deze geestelijke mens zal in twee dimensies heerschappij hebben.

Adam had heerschappij in één dimensie; de aarde. Alles was Adam onderworpen (Genesis 1:28). De natuurlijke mens, Adam, staat onder de engelen. De engelen moesten de mens beschutten, zoals Adam de hof, de aarde moest beschutten. Van Lucifer wordt gezegd dat hij een beschuttende Cherub was ( Ezechiël 28:14).

Psalm 8:5 - Septuagint Hebreeën 2:7 haalt de Septuagint aan

- Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen.

Dit staat niet in de Hebreeuwse bijbel.

De engelen moesten de mens hoeden. Bijvoorbeeld: Een kind wordt onder zijn ouders gesteld, tot een bepaalde tijd. Het kind ontwikkelt zich en maakt zich dan los van zijn ouders. Hij gaat een zelfstandig leven leiden. Paulus zegt in Galaten 4:1 - Als een zoon onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf. Door de zondeval is de mens zelfs onder de boze engelen gekomen, die de mens afgeremd hebben. De mens had zich moeten ontwikkelen, zoals een baby zich ontwikkelt. Op een gegeven ogenblik komt de pubertijd aan dan verandert het kind volkomen. Dit zijn de natuurlijke veranderingen. Zo had er bij de mens ook een "gevoelige periode" moeten komen; de mens had van een natuurlijk mens in een geestelijk wezen moeten overgaan. Dit laatste is niet doorgegaan vanwege de zonde. Hij is voor een korte tijd zelfs overgeleverd aan de boze geesten. Ook Jezus kwam op het terrein van de machten der duisternis.

Hebreeën 2:9 - maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods ...

 Jezus werd ontluisterd en moest als mens er onderdoor.

Vers 7b - met heerlijkheid en eer hebt Gij Hem gekroond.

Dit wil zeggen, dat het herstel is ingeschapen. De schepping is zo goed, dat God de mens een vrije wil geeft. Ook de engelen kregen een vrije wil. Zij konden vallen en zijn ook gevallen. Het herstel zit in de schepping. De schepping is zo goed, dat Jezus er óók is uitgekomen.

Het Lam van God was aanwezig vóór de grondlegging van de wereld.

De engelenwereld kent geen herstel. Engelen worden ook zonen van God genoemd. Een menselijk verloren zoon kan weer naar de Vader terugkeren. Het herstel is bij de engelen niet ingeschapen. Wat er niet inzit, kan er ook niet uitkomen.

Adam wordt overgeplaatst naar het paradijs, bij de Boom des levens. Adam moest nog gaan leren. In het paradijs van God staat ook een Boom des levens. Als wij in het Koninkrijk van God geplaatst worden, moeten wij ook gaan leren. We worden geplaatst bij de Boom des levens. De mens van de eerste schepping en de mens van de nieuwe schepping worden beide geplaatst bij de Boom des levens. Adam wordt bij deze boom geplaatst opdat zijn ogen zouden opengaan voor de geestelijke wereld. Adams ogen zijn wel opengegaan, doch naar de verkeerde kant. Van de Emmaüsgangers staat: "Toen werden hun ogen geopend" (Lucas 24:31). Als Adam in het paradijs is, komt ook de begeerte naar een vrouw in hem op. Deze begeerte is beeld van de begeerte van God naar een partner. Bij Adam, die het beeld van God is, is dit ingeschapen. God wacht nog steeds op de voltooiing hiervan. God verlangt naar een vrouw. Deze gedachte wordt door de Israëlleer verduisterd. Men leert: "Israël is de vrouw van God en de gemeente is de bruidsgemeente". "Bruidsgemeente" strijdt met het begrip vrouw; want wie zich aan de Here hecht is één geest met Hem (1 Korinthe 6:17).

Hier is sprake van gemeenschap. Je kunt dit niet uitbeelden met "bruid". God heeft ze gemaakt "man en vrouw". Wij zijn de vrouw van Jezus Christus. Samen worden deze de vrouw van God. Dit gebeurt als de gemeente onberispelijk is. De vereniging moet nog komen. God zal zijn alles in allen! Als je Israël hier tussen schuift, breng je een vreemd element hierin. God zou dan een vrouw op aarde hebben en een vrouw in de hemel. Dit is bigamie.

 Mozes heeft ontzaglijk veel opgeschreven door middel van inspiratie. Neem bijvoorbeeld "Laat ons mensen maken". Hier zijn wij nu mee bezig. Vlak erachter schrijft hij: "En God schiep de mens". Ook wat er staat over de boom des levens heeft Mozes door inspiratie ontvangen. Mozes heeft woorden gebruikt en zinnen, dat je zegt: "Hoe kan dit zó nauwkeurig gezegd worden". Als Mozes bijvoorbeeld spreekt over de scheiding tussen licht en duisternis, neemt het Nieuwe Testament dit ogenblikkelijk over in de geestelijke wereld. Mozes was een bijzonder soort profeet. Mirjam was ook een profetes. God zegt tegen haar: "Mirjam, jij kunt het niet halen bij Mozes".

 Numeri 12:8

- Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren.

 In het paradijs van God staat de Boom des levens. Om deze Boom heen moet het geboomte des levens komen. De bedoeling van God met Adam was, dat Adam een geestelijk mens Zou worden. Daarna zouden er mensen moeten komen. Dit was een kwestie van ontwikkeling. Adam en Eva hadden moeten wachten op nageslacht, op de wijze waarop God wacht. God wacht ook. De geest, die Hij in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid (Jakobus 4:5). God wil deze geest bezitten. Adam En Eva waren in hun natuurlijke toestand, nog niet in staat om hun kinderen te bewaren en te behoeden. Eva wordt eerst "manninne" genoemd. Na de val wordt zij "de moeder van alle levenden" genoemd.

De begeerte naar gemeenschap sluimerde nog, maar was wel aanwezig. Het sluimerde, net zoals dit in een kind sluimert. Door de zondeval is deze begeerte vroegtijdig veranderd. Dit feit ligt er; net zo goed als het feit, dat de dood in de wereld is gekomen.

De duivel maakt iets voortijdig rijp. In onze tijd worden kinderen van een jaar of tien al beziggehouden met dingen, waar ze nog lang niet aan toe zijn. Ze worden voortijdig rijp gemaakt. Iemand in de natuurlijke wereld moet ook zijn tijd afwachten. Iets wat sluimert moet tot ontwikkeling gebracht worden, tot zijn doel komen. Dit mag niet gebeuren door met geweld in te grijpen. Kinderen moeten eerst volwassen worden.

Ook Adam en Eva hadden eerst geestelijk volwassen moeten worden, wilden zij hun kinderen kunnen beschermen. Dit is niet gebeurd.

Na de zondeval, zien zij dat zij naakt zijn. Hun ogen werden geopend. Zij waren wel in de geestelijke wereld, maar niet door middel van een ontwikkelingsproces. Het was met ruw geweld gebeurd, door een ingrijpen van buitenaf. Adam en Eva zien, dat zij innerlijk naakt zijn. Zij missen een geestelijk lichaam, een onzienlijk omhulsel, dat hen beschermen zou. De mens moet hiermee bekleed zijn, ten einde in de geestelijke wereld als mens herkend te worden.

In de natuurlijke wereld presenteren wij ons door middel van ons natuurlijk lichaam. Als iemand sterft, valt het natuurlijke lichaam weg. Je bent niet meer in de natuurlijke wereld te herkennen.

2 Korinthe 5:1 e.v. (statenvertaling)

- Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis, niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.

 Paulus zegt verder: "Als wij maar niet naakt bevonden worden; als wij dit huis dan maar hebben, dit geestelijk lichaam".

Adam en Eva konden in de geestelijke wereld niet geïdentificeerd worden als geestelijke wezens, door de naaktheid van hun innerlijke mens. Deze naaktheid van de innerlijke mens wordt als beeld overgebracht op hun lichaam. "Je naakt voelen" is een geestelijke zaak. "Schaamte" is óók een geestelijke zaak. Tegenwoordig zegt men: "Wat doet het er aan toe of je naakt bent". Als je zo door redeneert krijg je de naaktschande. Dit is het gevolg van het redeneren van de ongeestelijke mens. Paulus spreekt over deze mensen in Romeinen 1 . Hij zegt dat deze mensen in hun verstand zijn aangetast.

In de geestelijke wereld moet de mens regeren; niet een engel. Engelen hebben een andersoortig geestelijk lichaam. Paulus zegt, dat er aardse en hemelse lichamen zijn (1 Korinthe 15:40).

Hij zegt: "Iedereen kan zien dat er verschil is tussen het lichaam van een dier en het lichaam van een mens". In de hemel is ook zichtbaar of je het lichaam van een engel of van een mens hebt. Adam en Eva misten na hun val hun superioriteit in de hemelse gewesten door de naaktheid van de innerlijke mens. Zij misten hun hemelse woonstede. Er was wel een geestelijk lichaam, maar dit was niet gegroeid. De bijbel noemt dit "de worm". Na de val zagen zij, dat hun stoffelijk lichaam naakt was. Zij bedekken hun lichaam. Ze konden hun innerlijk lichaam niet bedekken. Nu geschiedt deze bedekking aan de buitenkant.

Ze worden geïnspireerd om een dier te nemen en het vel van dit dier te gebruiken. Dit is een symbool, een uitdrukking van de bedekking van het innerlijk. Het "offer" wordt geboren; een dier wordt geslacht. Het hele Oude Testament is hierop ingesteld.

Als Abel offert, krijgt hij een getuigenis, dat hij rechtvaardig is. Als Kaïn offert, krijgt hij dit getuigenis niet. Kaïn offert geen dier. Abel was de eerste, die zich bewust werd, dat hij een rechtvaardige was. De Geest van God werkte zó in Abel, dat hij zich bewust werd, dat er zonder bloedstorting geen vergeving van zonde mogelijk was. Ik ben er van overtuigd, dat Adam en Eva dit nog niet geweten hebben.

Abraham wist al, dat er zonder bloedstorting van een mens geen vergeving van zonde was; daarom nam Abraham zijn zoon.

Bij de val wordt de mens voortijdig volwassen. Eva wordt nu de moeder van alle levenden.

Genesis 3:16b - ... met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.

 Er staat: "Met smart zult gij kinderen baren". Ik geloof dat dit "met smart kinderen baren" komt, doordat men in de geestelijke wereld niet capabel is. Het is in wezen iets wat niet in de schepping ligt. Het "gaat heen en vermenigvuldigt u" is wél gebeurd, doch met smart.

Een onwedergeboren mens kan zijn kinderen niet heiligen. Dit "heiligen" zal bij ons moeten groeien. Het is een ontwikkelingsproces. Het is zeer noodzakelijk in de eindtijd, als de demonen worden losgelaten.

Van het beeld is niet veel terechtgekomen. Het allerbeste wat eruit is gekomen, is de natuurlijke mens, die niet gebonden is.

Paulus spreekt in Romeinen 2:14 over mensen, die van nature doen wat in de wet staat. De wet Gods is in hun hart geschreven (vs.15)

De laatste Adam is Jezus Christus. Hij zou blijken een volledig medewerker van God te zijn. God schept opnieuw één mens. God schept deze mens door Maria heen. Zij is een medearbeidster. God zegt tot Maria: "Laat Ons mensen maken". God komt tot Maria door middel van een engel. Maria zegt: "Mij geschiedde naar Uw woord".

Let u eens op deze vrijwillige medewerking! Het is een vrijwillige zaak. Bij God is geen dwang. Als God tot Jesaja zegt: "Wie zal Ik zenden", zegt Jesaja: "Zend mij, hier ben ik".

Dan komt Jezus. Hij is in de gestalte van een mens én in de gestalte van God. Hij heeft zichzelf vernedert en is aan de mensen gelijk geworden. Hij was in de gestalte van God; de mens Gods. Hij was waarlijk het beeld en de gelijkenis (Filippenzen 2:7).

Jezus' heerschappij begon in de hemel. Op aarde was Hij in vernederde vorm. Hij had de gestalte van een dienstknecht aangenomen.

Jezus is niet uit de hemel neergedaald. Het wóórd is vléés geworden.

Het woord van God heeft gestalte gekregen in de mens Jezus Christus.

Jezus is als mens geboren. Er staat niet dat Jezus vlees geworden is. De Jehovagetuigen zeggen, dat Jezus voor zijn geboorte een engel was. Dit tast Jezus' mens-zijn aan. Een engel zou veranderd zijn in een mens. Het is absurd om te denken dat een engel "vlees" zou kunnen aannemen. Dit is een aantasting van het wezen van de mens én een aantasting van het wezen van de engelen.

Het woord is vlees geworden in Maria. Vanuit Maria werd de band vastgehouden met de eerste schepping. Uit de eerste schepping komt de tweede voort; uit de rups komt de vlinder. Als God een totaal nieuwe mens had geschapen, zou het verband weg zijn; de continuïteit. Jezus was in de vorm van God; dit is "naar zijn gelijkenis". Jezus' gestalte was in de geestelijke wereld gelijk aan God.

God is geest, maar Jezus had ook vlees en beenderen. Jezus is het wezen van God gelijk geworden, maar was ook in de gestalte van een mens.

God schiep Adam. Uit Adam schiep God Eva. Dit geschiedde voor de continuïteit. Daarna gaat de mens scheppen. De mens brengt mensen voort. Zonder de twee eerste mensen waren de geslachten niet ontstaan. De mens is medearbeider.

Jezus Christus, de tweede Adam, moet ook zaad zien.

Kinderen Gods worden geboren uit de tweede Adam. Dit zijn de uit God geborenen. We zien hier hetzelfde als bij Adam. Uit deze ene komen er vele.

Jesaja 53:10b - als zijn ziel zich tot schuldoffer gesteld zal (St.vert. hebben, zo zal Hij zaad (nakomelingen) zien.

Uit de eerste Adam zijn de natuurlijke mensen; uit de tweede Adam zijn de geestelijke mensen; de wedergeboren mensen.

Als Judas bij het avondmaal weggaat om Jezus te verraden, zegt Jezus: (Johannes 13:31,32)

- Toen hij dan heengegaan was, zeide Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt.

- Als God in Hem verheerlijkt is, zal God ook Hem in Zich verheerlijken en Hem terstond verheerlijken.

 Judas vertrekt om Jezus te verraden. Jezus zal het kruis moeten dragen. De Heer heeft ogenblikkelijk door, dat het feest nu begint. Nu gaat Jezus zaad zien; nu gaat Hij zich vermenigvuldigen.

De Heer zingt de lofzang en daarna vertrekken ze naar Gethsemane.

 Hebreeën 12:2

- Vanwege de vreugde die voor Hem weggelegd was, heeft Hij het kruis op zich genomen. Hij heeft de schande niet geacht.

 Als Judas is weggegaan, weet Jezus: "Ik ben waardig als offer te dienen". Hij bedoelt hiermee: Ik heb geleefd zoals een mens behoort te leven. Alleen iemand, die het waardig was, zou de schuld der wereld kunnen wegnemen. Nu zegt God tegen het volmaakte Lam: "Laat Ons mensen maken". Nu komen er geestelijke mensen; kinderen Gods. Zij groeien op tot zonen van God.

De Vader geeft de boekrol in de handen van de laatste Adam: Het Lam van God. "Het Lam is waardig om de boekrol te ontvangen en te openen". De verzegelde boekrol uit Openbaring 5 is het plan van God. In deze boekrol staan de gedachten van God met de mens. Jezus Christus mag deze boekrol openmaken en het plan van God uitvoeren. Hij is de grote Uitvoerder van het plan van God.

Jezus Christus zegt tot de zonen van God: "Laat ons mensen maken". Jezus zegt dit ook tot ons. Jezus doet het niet alleen. Als wij de mensen het evangelie brengen, is het de bedoeling dat wij geestelijke mensen maken; wij moeten vruchtbaar zijn als gééstelijke mensen.

Als wij ons opstellen hebben wij ook deel aan dit herstelproces. Er staat in Genesis 3:15, dat wij de slang de kop zullen vermorzelen. Dit is geheel op vrijwillige basis. De Heer zegt: "Wie zal Ik zenden". Je doet het vrijwillig, als je zegt: "Heer, zend mij. Mij geschiedde naar Uw woord". Je moet er wel klaar voor zijn.

Als iemand zich bekeert, is dit ook een vrijwillige zaak. Je kunt niet iemand hiertoe dwingen. Iemand moet vrijwillig het woord aannemen. "Zovelen Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden".

Dit gaat tegen het denken van vele protestanten in. Zij denken dat Gód alles doet. Je moet maar wachten tot Gód iets gaat doen.

Petrus zegt: "Bekeert u!". Als je zegt, dat God alles moet doen, kan je ook geen medewerker zijn. Je wordt een kind van God, doordat het woord je verkondigt is, door de voeten van hen, die een liefelijke boodschap brengen. Wij moeten het evangelie brengen en de mensen moeten het aannemen. Je brengt het de mensen vrijwillig en de mensen nemen het woord vrijwillig aan. De mogelijkheid bestaat dan ook, dat je het woord níet aanneemt. Dit is óók een vrijwillige zaak.

Het was mogelijk dat de engelen ten val kwamen; het was ook mogelijk dat de mens ten val zou komen. Dit zit in het begrip "vrijwilligheid". De schepping is zo goed, dat het herstel er altijd uitkomt. Het herstel zit in de schepping. Het woord gaat uit, overwinnende en om te overwinnen. Dit herstel is in de engelenwereld niet mogelijk.

 De Vrouw in Openbaring 12 baart de mannelijke zoon; zij brengt deze zoon voort.

Deze Vrouw spreekt als Gods medewerkster: "Mij geschiedde naar uw woord". De geschiedenis herhaalt zich. Voor de gemeente is het scheppen van mensen voor de geestelijke wereld het allervoornaamste.

Op de berg Sion staan de 144000, die het doel bereikt hebben (Openbaring 14). Zij zijn de eerstelingen uit de mensen, voor God en het Lam. God gaat hen gebruiken voor het herstel van de ganse schepping. Zij zijn het die het Lam volgen wáár het ook heengaat.

Zij zijn onberispelijk door een ontwikkelingsproces. 144000 is een symbolisch getal; een vol getal. De maranathaleer zegt, dat God zijn gemeente opneemt met alles erbij wat nog fout is. Als de gemeente "boven" is, is er niets meer mee aan de hand. Dit is in strijd met het ontwikkelingsproces.

Een landman haalt het koren niet binnen als het nog maar nauwelijks boven de grond uitkomt.

Jakobus 5:7

- Hebt dus geduld, broeders, tot de komst des Heren! Zie, de land- man wacht op de kostelijke vrucht van het land en heeft geduld tot de vroege en de late regen erop gevallen is.

Marcus 4:28,29

- De grond brengt vanzelf vrucht voort; eerst een halm, daarna een aar, daarna het volle koren in de aar.

- Wanneer dan de vrucht rijp is, laat hij er terstond de sikkel in slaan.

 De zonen Gods gaan door met de prediking van het eeuwige evangelie in het 1000-jarige rijk, in de herschepping; de verkondiging gaat nog verder op de nieuwe aarde. De "in Christus ontslapenen" verkondigen óók in het paradijs van God. Al wat leeft gaat verkondigen.

God maakt woning in een aantal mensen, samen weerspiegelen zij de rijkdom van God. De menselijke geest is zo ontzaglijk rijk, zo gevarieerd. Er zijn miljarden mensen nodig om deze rijkdom naar voren te brengen. Hoeveel mensen zijn er niet nodig om de ganse goddelijke Geest te manifesteren? In Christus woont de ganse volheid van God. Als je "in Hem" bent, heb je deze volheid óók. Deze volheid openbaar je massaal. Wij worden aan God gelijkvormig; we worden niet aan God gelijk. Als je Hem gelijkvormig bent, lijk je op Hem. Een kleine cirkel lijkt op een grote cirkel. Jezus Christus blijft het hoofd.

De schepping is zo goed, dat de mens de duivel overwint. God denkt: "De duivel zal eens goed zien wat Ik in de mens gelegd heb". Toen Adam viel, was de nieuwe mens reeds in Adams lendenen.

Het had zijn tijd nodig, om de nieuwe mens eruit te laten komen. Op de nieuwe aarde gaat het herstel door. Het zal nog duizenden jaren duren voordat God alles in allen zijn zal. De geringsten en de meest misvormden krijgen allemaal hun plaats in het Rijk van God. Alleen de mensen, die de duisternis liever hebben dan het licht, gaan verloren. God kan niet met hen werken. Als mensen hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, zullen ze dit ook bereiken. Als ze hongeren en dorsten naar de zonde, bereiken ze dit óók. Een ieder krijgt wat hij verlangt! In de gemeente moeten de mensen tot volle wasdom komen; tot de mannelijke rijpheid.

Het herstel begin in de hemel. De val is óók in de hemel begonnen. De mens moet eerst naar de hemel om te herstellen.

Johannes zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Openb. 21:21). Eerst zag hij de nieuwe hemel. De hemel is het eerst gevallen en wordt ook het eerst gered. God herstelt het eerst de geestenwereld; deze wordt door God op haar plaats gezet. Daarna gaat God de aarde herstellen. Dit gebeurt door mensen, die in de hemelse gewesten al hersteld zijn. Voor aardse macht is aardse wijsheid, kennis en heerschappij nodig. Om de hemel te herstellen, is hemelse wijsheid nodig; hemelse creativiteit.

Toen God Adam schiep, waren er in het Rijk van God alleen de engelen en God zelf. De mens zou er ook komen, door middel van de Boom des levens. Ieder mens behoort met ziel en geest tot de onzienlijke wereld. Hij is hiermee niet in de hemel. Een natuurlijk mens is geen burger van het Rijk der hemelen. Zijn ziel en geest zijn aardsgericht. Het onzienlijke is verbonden met de aarde. Je plaats in de hemel neem je pas in, als je daar ook functioneert. Je kunt burger van dit onzienlijke Rijk worden, omdat je een onzienlijke wereld hebt. Ik word burger van het Rijk in de hemelen met mijn innerlijke mens. Je kunt ook een burger zijn van het koninkrijk van satan. Een burger van één van deze rijken ben je bewust. Wij zijn burgers van een Koninkrijk in de hemelen. Dit houdt in, dat er nog een ander koninkrijk is , waartoe je kunt behoren. Engelen zijn van nature burgers van een koninkrijk in de hemelen. De heilige engelen behoren tot het goede Koninkrijk.

Het koninkrijk van satan is door scheuring ontstaan. Dit is het grote schisma in de hemel geweest. Schisma is: scheuren, splijten. Als je schizofreen bent, ben je gespleten.

God zet zijn plan door. De engelen zijn zonder uitzondering geschapen ten dienste van diegenen die het heil beërven. Ze zijn "goed" geschapen. Ze zijn ook geschapen om God te dienen. Zij dienen God in Adam, in betrekking tot de mens. Als je de mens dient, dien je God óók.

De mens komt naast God op de troon, in Jezus Christus. Hij is nú reeds naast God. De mens Jezus Christus is in het centrum van Gods heerschappij. Als de engelen God dienen, dien zij Hem ook in dit centrum van de heerschappij. "engel" betekent: bode, boodschapper, gezant.

 Maleachi 3:1

- Zie, Ik zend mijn engel, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal. Met deze engel wordt Johannes de doper bedoeld.

hoofdstuk 2:7

- De lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet, want een bode van de Here der heer- scharen is hij.

======

=====

===

LES 8 (9-4-83) E N G E L E N

In de laatste les van dit seizoen wil ik graag een onderwerp met u behandelen, dat tot een nieuwe gedachte kan leiden. Het is belangrijk om alles nauwkeurig te volgen. Er kan geen enkel stuk tussenuit vallen.

1 Korinthe 13:1 - Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet ...

 Canisiusvertaling: Al spreek ik met de talen van mensen en engelen...

Paulus wil de grootheid van de liefde naar voren brengen. Deze grootheid komt pas uit, als hetgeen hij daarvoor noemt óók groot is; ook dit een magnifieke gave, een geweldig charisma is.

 Vers 2

- Al had ik de profetische gaven, zodat ik zelfs de grootste verborgenheden uit het Koninkrijk der hemelen wist en door kon geven; al had ik al het geloof, dat bergen kon verzetten, ...

 Paulus heeft er kennelijk groot belang bij om te kunnen spreken in de talen van de engelen en de mensen; anders zou Paulus deze tegenstelling niet maken. Hoewel hij zegt, dat men zich in de plaatselijke gemeente beter bij de eigen taal kan houden, dankt hij God, dat hij méér in talen spreekt dan de hele gemeente te Korinthe, waar dit veelvuldig werd gepraktizeerd (1 Korinthe 14:18). Tongentaal is : glossalolie. "Tongen" wordt ook vertaald met "talen"; dit laatste vind ik duidelijker.

In vers 19 zegt Paulus: " In de gemeente kun je beter vijf woorden met je verstand spreken, dan duizend woorden in een vreemde taal".

Paulus heeft dit spreken in talen nodig in het hemelse Jeruzalem; ook daar is Paulus burger. Ik stel als axioma, dat je in het hemelse Jeruzalem deze talen niet kunt missen.

 Hebreeën 3:1 - Wij zijn deelgenoten van een hemelse roeping.

Filippenzen 3:20 - Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen.

Je krijgt geen deel aan je hemelse roeping; je hébt er deel aan.

Efeze 2:6 - We hebben mede een plaats gekregen in de hemelse gewesten. We zijn daar.

Hebreeën 12:18 - Gij zijt niet genaderd tot een tastbare berg (Stv.). In het oude verbond had men te maken met de berg Sinaï.

Vers 22, 23 - Gij zijt genaderd tot de berg Sion!

- tot de stad van de levende God (God is daar!)

- en tot tienduizendtallen van engelen in een feestelijke vergadering. (Zo moet dit worden gelezen).

Tienduizendtallen; in het Grieks: myriaden, het hoogste getal in het Grieks

- en een gemeente van eerstgeborenen.

Statenvertaling: gemeente; in het Grieks staat óók: ecclesia

- en tot God, de Rechter over allen. Letterlijk staat er: en tot de Rechter over allen: God. God heeft de verdeelsleutel.

- en tot de geesten van de rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben.

 Hier zitten wij tussenin. Zodra je je innerlijke mens gaat verheffen, zul je je ergens bewust van moeten zijn. Je kunt iemand wel iets vertellen, maar de ervaring kan je iemand niet geven.

Vertel je het echter niet, dan heb je de kans dat het ook niet gebeurt.

Hebreeën 11:1 - Statenvertaling:

- Het geloof nu is een vaste grond der dingen, die men hoopt, en een bewijs der zaken, die men niet ziet.

Als je gelooft, grijp je iets uit de geestelijke wereld. "Geest en ziel" zijn een stuk van de onzienlijke wereld; je werkt ermee. Het terrein van ziel en geest noemen wij: de innerlijke mens, de mens des harten. De ware gelovige voelt zich gelukkig in de metafysische wereld. Metafysica wil zeggen, dat de natuur wordt omgezet van de natuurlijke in de bovennatuurlijke wereld. Wij moeten dus thuis raken in de metafysische wereld. Er moet de bewustwording zijn: Ik kan mij daarheen verplaatsen. Als je je dit niet bewust bent, wordt het cerebraal; dit wil zeggen: Alleen met je verstand. Het is de bedoeling, dat je deel krijgt aan de metamorfose; verandering van vorm.

Wij zijn "in Christus" overgeplaatst in de hemelse gewesten. "In Christus" zijn betekent: In Zijn denkwereld zijn. Je moet zijn woorden gaan overwegen. In de meeste vertalingen wordt gesproken over het Jeruzalem dat "boven" is. Er staat eigenlijk: Het hogere Jeruzalem.

Het woord "hogere" staat er voor; het is een bijvoeglijk naamwoord. Je hebt het aardse én het hogere Jeruzalem. Als je in het hogere Jeruzalem bent, ga je trachten te communiceren, te converseren, met de zonet genoemde groeperingen. Als je burger bent van dit hogere Jeruzalem, te midden van de genoemde anderen, is het niet de bedoeling dat je daar zwijgen moet. Je zoekt er communicatie; je communiceert door middel van taal. "Taal" wordt gemaakt in je geest". Je zoekt gemeenschap met God en met Gods Geest; met de engelenwereld kun je converseren. Als je in een tong spreekt, spreek je tot God, door de Heilige Geest. Als je tot God spreekt laat je je stem "in de hoge" horen, in de wereld van God. God is Geest.

"Taal" heeft inhoud. Achter "Taal" zit een gedachtenwereld. Hiermee willen wij in deze les bezig zijn.

Er staat: "Nadert tot God en Hij zal tot u naderen" (Jak.4:8a).

Je kunt ook zeggen: "Verheft je hart tot God". Hoe kan ik, als ik tot God nader, ervaren dat Hij tot mij nadert? Dit kan ik, door mij open te stellen voor de doop in de Heilige Geest. God komt nu in mij wonen door zijn eigen Geest. Ik grijp dit aan in geloof.

Als je de Heilige Geest ontvangen hebt, kun je in een vreemde taal spreken. Dit gebeurt niet altijd ineens, maar de taal is aanwezig, als God in de mens woning maakt. Ieder mens heeft de mogelijkheid om in talen te spreken. Dit is latent, in het verborgene, aanwezig; het sluimert. Door de doop in de Geest, komt er als het ware een prikkel en begint dit te functioneren. De mens begint dan in een vreemde taal te spreken, zoals de Geest hem geeft uit te spreken. Dit is het bewijs, dat God tot de mens genaderd is. Daarom noemen wij dit gebeuren een teken.

Toen de mensen in het huis van Cornelius werden gedoopt met de Heilige Geest, was dit voor Petrus een teken, dat de Heilige Geest door God ook over de heidenen was uitgestort. Zij hoorden hen spreken in nieuwe tongen en God grootmaken (Handelingen 10:45,46). Ik ben in de zienlijke en onzienlijke wereld geboren. Je kunt ook zeggen dat je van "boven" bent geboren; in de geestelijke wereld. Je bent daar geboren door het woord Gods. Nu moet je daar ook gaan spreken. Een heel klein kind beluistert de stem van zijn moeder. Het gaat op de duur de stem van zijn moeder onderscheiden van andere stemmen. Het kind voelt de sfeer van de moeder aan dóór haar stem. Het kind begint klanken over te nemen. Dit wil niet zeggen dat het kind begrijpt wat de moeder zegt.

Je begint te spreken, je neemt de klanken over, zonder dat de inhoud bekend is. Je bent nu geboren in de hemelse gewesten; je gaat je daar ontwikkelen.

1 Korinthe 13:11 - Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind overlegde ik als een kind.

 

Hier ziet u de baby. Als dit kind groter wordt, groeit het vermogen in hem om de taal te begrijpen. Je leert nooit de taal beheersen, als je er niet eerst als kind mee begonnen bent. Het spreken in tongen is het spreken van een taal, die je niet begrijpt.

Vers 8b - Tongen zullen verstommen. Hier komt het begrijpen voor in de plaats.

Er is een periode in je ontwikkeling, dat je deze dingen niet verstaat.

Vers 11b - Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was.

Vers 12b - Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen.

Ook kennis zal afgedaan hebben ( Vers 8b). Dit wil niet zeggen, dat er geen kennis meer is. De gedeeltelijke kennis zal afgedaan hebben. Paulus bedoelt: al het onvolkomene zal afgedaan hebben.

Als je in een tong bidt, moet je bidden dat je het ook mag vertolken (14:13). Je moet je in de hemelse gewesten bewegen met het verlangen ook te weten wat je zegt. Het is een zaak van ontwikkeling. Het is de bedoeling, dat je niet blijft staan op het niveau van een kind.

Hoe wist Paulus dat hij in de talen van engelen sprak? Dit kwam omdat hij er inzicht in kreeg. Wij moeten de dingen, die wij geleerd hebben, ook verder gaan ontwikkelen. Bij deze verdere ontwikkeling hoort ook het vertolken. De tongen zullen gaan verstommen door het vertolken. Het "gedeeltelijke" zal gaan verdwijnen. Ons kennen is nog gedeeltelijk; het moet volledig worden. Een klein kind luistert naar de moeder. Op deze wijze leren wij de stem van de goede Herder kennen.

Johannes 10:4b,5)

- ... de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen;

- maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem van de vreemde niet kennen.

Als ik ga vertolken, zit ik op het niveau van de profetie. Ik ga nu de stem van God doorgeven. De Heilige Geest spreekt door mij heen.

1 Korinthe 14:5b

- Wie profeteert is meerder dan wie in tongen spreekt, tenzij hij het óók uitlegt.

Als het kleine kind de stem van de vreemde man hoort, schrikt het, omdat het de stem van zijn moeder niet is. Het gevaar van de profetie is, dat je de stem van een vreemde doorgeeft. Je moet de stem van de goede Herder zo vaak gehoord hebben, je moet zo gewend zijn om die plaats in de hemelse gewesten in te nemen, dat je tenslotte de stem van de vreemde niet meer volgt. Je kunt dan iets doorgeven op een zuivere wijze; anders krijg je de valse profetie. Hier wordt de deur opengezet voor de ware profetie. Wij moeten ons bewust worden van de hemelse gewesten. het kind is zich bewust van de moeder; het ervaart de moeder. Het is een gevoeligheid van onze geest, om te ervaren, dat God tegenwoordig is. Je kunt wel zingen:

LES 8 (9-4-83) E N G E L E N

 "God is tegenwoordig, God is in ons midden", maar ervaar je dit ook?

Wij hebben de mogelijkheid in ons om de gedachten van God over te nemen. Het is de bedoeling, dat je je stem in de "hoge" laat horen.

Jesaja zegt dit in Hoofdstuk 58:3,4. Hij zegt: "Op de vastendag doen jullie zaken en je drijft de arbeiders aan en je twist met hen". Jesaja zegt: "Gij vast heden niet om uw stem in de hoge te doen horen". Als je je stem in de hoge wil doen horen, moet je je van de aarde losmaken. De Israëliet deed dit door te vasten. Jesaja zegt: "Als je zegt, dat je niet eet, moet je die dag ook niet volop met je zaken bezig zijn, want dan heeft je vasten niet de minste waarde".

 Het spreken in tongen heeft hetzelfde doel als het vasten, namelijk om je van de aarde los te maken. Een Jood kon niet in tongen spreken, want hij was niet met Gods Geest gedoopt. De Jood ging vasten. Als je je stem in de hoge wil doen horen, ga je in tongen spreken. Je geeft je daar ook helemaal aan over. Je kunt tegelijkertijd niet met allerlei dingen van de aarde bezig zijn. U ziet wat een geweldige parallellen in de schrift liggen.

Hoe wist Paulus nu of hij in engelen- of in mensentalen sprak?

Dit wist hij omdat hij zich innerlijk helemaal had verplaatst naar het hemelse Jeruzalem. Paulus had de aarde achter zich gelaten.

 Als je in een geweldige strijd gewikkeld bent, gaat een kind van God, die gedoopt is met Gods Geest, intuïtief in tongen spreken, om er bovenuit te komen, zich te verheffen. Hij wil zich in de hemelse gewesten opstellen, om de strijd áán te kunnen. Dit is de diepe betekenis, om al tongen sprekend, boven je nood uit te komen.

Dit is geen theorie, maar het sluit aan op de practische ervaring van de Christen. Dit is het bezig zijn met de geestelijke wereld.

 Prediker 3:11 - God heeft de eeuw (of eeuwigheidsbehoefte) in zijn hart gelegd. (Vertaling Brouwer.)

 Wij hebben behoefte aan de eeuwigheid. Het is niet zo, dat dit de mens wordt opgelegd, maar het zit ín de mens.

Prediker zegt voorts: Toch kan de mens de daden van God niet vanaf het begin tot aan het einde doorgronden. Hier heb je het oude verbond. Doch de Geest doorzoekt álle dingen; óók de diepten van God. Dit is het verschil met Prediker. Hij was een man onder de zon; een natuurlijk mens. Toch wist deze natuurlijke man, dat het

eeuwigheidsverlangen in de mens zit. Dit is niet iets bijzonders bij de mens.

Het begint al bij Adam en Eva, die samen naar de Boom des levens wandelen. Dit was hun ontmoetingscentrum met God, teneinde te worden opgevoed tot een geestelijk wezen. Zij lopen naar deze boom toe, omdat zij daar nieuwe ervaringen krijgen. Hier wordt iets opgewekt, dat in hun harten aanwezig is, namelijk het verlangen naar de eeuwige dingen. Adam en Eva zijn bezig met de kennis van de geestelijke wereld. Daar gaat de slang op in spelen. De twee bomen stonden beide in het midden van de hof. Er is een spontaan verlangen in het geschapene.

De Heer zegt: "Gij zult aan mijn tafel eten en drinken in mijn Koninkrijk" (Lucas 22:30).

De mens zoekt een ontmoetingspunt, om geestelijke ervaringen te krijgen. Ook de gemeente is een ontmoetingspunt.

Ook de toren van Babel was een ontmoetingspunt, een trefpunt.

Voor Adam en Eva was dit de Boom des levens. God wilde hen daar opvoeden tot geestelijke wezens. Zij deden bij de Boom des levens, wat wij bij het avondmaal doen. God sprak bij de Boom des levens in de avondkoelte; God sprak op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd.

Genesis 11 - De torenbouw van Babel (midden tussen de volken tafel

- De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak.

Toen zij oostwaarts trokken (of: van het oosten kwamen) vonden zij een vlakte in het land Sinear. (vlak bij de mond van de Eufraat en de Tigris; vlak bij Ur der Chaldeeën, waar Abraham woonde).

Er is een volksverhuizing naar het land Sinear. De bewoners van dit land hebben hun trefpunt in de toren van Babel. Ook hier is het verlangen om op te stijgen in de mensen aanwezig. Dit geschiedde in de tempeltorens (zikkurats). Het zijn terrasvormige torens met 7 verdiepingen (let op het getal 7!). Er zijn al 32 van dit soort torens opgegraven. Op één van deze zikkurats heeft men de afbeelding van de Jakobsladder gevonden. Ook de zikkurat is beeld van een ladder, die trapsgewijs omhoog voert. Men wil binnendringen in de hemelse gewesten.

Men ging als het ware de aarde en de hemel verbinden met zo'n toren. De mensen zoeken het opperwezen. Sinear is het stamland van de "tweede mensheid". Het is merkwaardig, dat de bijbel nergens meer op dit verhaal zinspeelt; ook niet in Genesis 6, waar staat dat de zonen Gods gemeenschap met de mensen hadden.

In het paradijs speelde de duivel in op de begeerte van Eva naar kennis. Deze begeerte was op zichzelf een goede zaak. De boze heeft dit verlangen misbruikt, vervormd. Bij de toren van Babel gebeurt hetzelfde. De Babyloniërs wilden, zoals Jezus het zegt "van elders inklimmen". Men trachtte van elders in te klimmen in

het Koninkrijk der hemelen.. God had dit afgesloten, totdat Jezus Christus gekomen zou zijn.

God had de mens uit het paradijs verdreven en stelde ten oosten van de hof de cherubs op, met een flikkerend zwaard dat zich heen en weer wende, om de mens de toegang tot de Boom des levens te beletten. God zei: "Israël, je zult een godsdienst van de aarde hebben".

In Babel trachtte men op illegale manier binnen te gaan. De boze speelde in op de ingeboren hunkering naar het bovennatuurlijke. Bij Eva was het een passieve zonde. Deze zonde is veel erger, hier is men aktief bezig. Eva is er ingetuind. De duivel speelt in op de begeerte, hij begint deze te bevruchten. Je ziet hier de verlokking en de zuiging van de begeerte om tot God te naderen.

In de toren van Babel begint men de gedachten van de boze engelen over te nemen. Ook de taal van deze engelen wordt overgenomen. De mensen hebben niet de tijd gehad om het ontwikkelingsproces af te wachten. De duivel maakt iets voortijdig rijp. Hij grijpt met geweld in. Iets wat sluimert moet tot ontwikkeling komen, tot zijn doel.

In Babel neemt men in de haast de talen over, maar de mensen kunnen niet met elkaar communiceren door middel van al deze talen. De engelen hebben verschillende talen; elk van de mensen neemt een taal over.

In vers 4 wordt gezegd: "Laten we ons een naam maken"

Het gaat om een eenheidsprincipe. De Transcriptievertaling van Reisel zegt, dat deze mensen zeiden: "We gaan een monument maken. Om dit monument is onze godsdienst; één volk en één religie".

In de toren van Babel krijg je dan de aanraking met de boze geesten. Deze religieuze geesten zijn verdeeld; het zijn onreine geesten. Zij zijn één tegenover God, de mens en de stad van God. De haat verbindt ze. Een voorbeeld van verdeeldheid in de religieuze wereld is, dat wordt gezegd tegen de ene man: "Je moet meer vrouwen nemen"; tegen de andere man wordt gezegd: "Je moet helemaal niet trouwen".

Beide geesten zijn vijandig aan de wet van God, die zegt: Eén man en één vrouw. De geestenwereld van de boze is op zichzelf verdeeld, doch gezamenlijk trekken ze op tegen de stad van God. Ze zijn door vijandschap verbonden!

Marcus 3:23-26

- En Jezus riep hen tot Zich en sprak tot hen in gelijkenissen: Hoe kan de satan de satan uitdrijven? En indien een koninkrijk tegen zichzelf verdeeld is, kan dat koninkrijk zich niet staande houden.

Marcus 3:23-26

- En indien een huis tegen zichzelf verdeeld is, zal dat huis niet kunnen bestaan. En indien de satan opstaat tegen zichzelf en verdeeld is, kan hij niet bestaan, doch hij is aan zijn einde (telos).

 De satan gaat onder als het principe van satan, het tegen zichzelf verdeeld zijn, volkomen openbaar wordt. Dit gebeurt bij Gog en Magog. Hoe komt het dat het huis van satan nú nog niet bezwijkt? Satan regeert met geweld. In Hebreeën 2:14b (Statenvert.) staat, dat de duivel het geweld des doods heeft. Hij houdt zijn onderdanen eronder met de knoet. God regeert met liefde. De boze geesten zijn één in hun vijandschap tegen God en zijn gemeente. De duivel is vervuld met geweldenarij (Ezechiël 28:16).

Joël 2 spreekt over een geweldige aanval op de stad van God door een vijandelijk leger. Wat wordt er van dit vijandelijke leger gezegd in vers 7 en 8

- Als helden rennen zij, als krijgslieden beklimmen zij de muur (van de stad Gods) en zij gaan voort, ieder op zijn eigen wegen; zij lopen niet door elkaar heen en de een verdringt de ander niet; iedere strijder gaat zijn eigen weg.

Dit vijandelijke leger bestaat uit machten der duisternis, die elk een eigen bedoeling hebben. Ze worden opgejaagd door de geweldenaar, die ze gebruikt; tóch heeft een elk zijn eigen weg. Mensen, die door deze machten bezet zijn kunnen zeggen: "Wij dwaalden allen als schapen, een ieder op zijn eigen weg" (Jesaja 53:6a).

Als Ezechiël het ondergaan van het duivelse leger beschrijft, doet hij dit in beelden Gog en Magog. Zij raken tegen elkaar verdeeld; dit is hun ondergang.

Ezechiël 38:21,22) - Het zwaard van de één zal tegen de ander zijn.

 In 2 Kronieken 20 staat geschreven over de koning Josafat, die strijden moest tegen de Ammonieten, Meünieten en Joabieten.

De Here zei: "Zet de zangers maar voorop en loop er maar achteraan". Er staat dat de legers elkaar aanvielen. Als het leger van Josafat uittrekt vinden zij vele lijken van de vijand; niemand was ontkomen. Ze hebben elkaar afgeslacht; een typisch eindtijdbeeld.

Aan het eind van het 1000-jarig rijk wordt de vijand op deze wijze vernietigd. Het principe is dat zondaars een hekel hebben aan elkaar. Ze zijn tegen je, maar onderling verdeeld. De heilige engelen kennen geen verdeeldheid en ook geen geweld. Zij kennen de gedachten Gods.

Een magnetiseur bijvoorbeeld, jaagt de ziektemachten met een sterkere macht eruit en stopt er andere in. Dit is geweld. Ik gebruik

hier een ouderwets woord "verscharen" voor. Dit doet de boer als hij koeien uit de wei haalt en er paarden weer inbrengt.

Onreine geesten worden opgejaagd door geesten van geweld Mensen met een onreine geest kunnen door geweldmachten worden opgejaagd, zodat ze buiten elke grens terechtkomen. Een sterkere macht kan een kleinere wegjagen, opzij schuiven maar kan hem ook gebruiken.

De vijand loopt zich te pletter tegen de eenheid van God.

In de toren van Babel nemen ze de gedachten van de boze engelen over en mét deze gedachten óók het wezen; taal ontspruit in de geest. Ze gaan zich openstellen voor de inspiraties van de boze.

Toen zij de talen van de boze engelen overnamen, begon ook de onderlinge verdeeldheid. Er staat dat deze mensen één van hart en één van zin waren; zij hadden slechts één taal. Zij nemen als het ware spelenderwijs, doordat ze hun begeerte willen bevredigen, deze talen óver. Dit was iets unieks; ze hadden altijd in één taal met elkaar gesproken. Ook het spreken in tongen is iets unieks.

De ene mens ontving weer een andere taal dan de andere. Achter de ándere taal zat ook een ándere geest.

Voorbeeld. In een gezin is de vader adventist, de moeder Jehova-getuige, de zoon Rooms Katholiek, de dochter van het Volle Evangelie, een ander kind is gereformeerd. Als zij aan tafel zitten, en allen zijn fanatiek bezig, kunt u begrijpen wat er in Babel gebeurt moet zijn.

De mensen daar zijn uiteengeslagen door religieuze machten, die zij hebben binnengehaald. Dit is de bakermat geworden van de valse godsdiensten. Heel de geschiedenis door tot in de eindtijd zien wij "Babel" terug. Deze binnendringende religieuze geesten zijn verdeeld. Ze komen in de mensen; zo komt de ene mens tot die godsdienst en de ander tot díe godsdienst; om het zo maar te stellen. In de wereld van Babel ontstaan de verschillende godsdiensten; vandaar dat Babel typerend is voor de eindtijd.

De leden van het verdeelde gezin hebben ieder een ervaring gehad. Ze wisselen deze ervaringen aan elkaar uit en het blijkt dat de ervaring van de één precies het tegenovergestelde is van de ervaring van de ander. Zo gaat men uit elkaar in de religieuze wereld. Als je uit elkaar gaat, verlies je ook je eigen taal. De natuurlijke mens is van oorsprong eentalig, de engelenwereld is van oorsprong meertalig.

Paulus zegt: "Ik spreek in talen (mv) der engelen". De mens is meertalig als gevolg van de Babylonische spraakverwarring. Probeert u eens een boek te lezen uit het jaar 1200 of uit 1600. Er is al een groot verschil met de taal van enkele geslachten terug.

Hier ziet u ook de letter "V" in werking. Dit is de vloek van de verdeeldheid. Wat in de geestelijke wereld een zegen is, is op

aarde een vloek geworden, een barrière, een handicap. Ook in de evangelieverkondiging is de taalbarrière vaak een handicap.

In Babel begint de afgoderij. De mensen hebben spiritisme bedreven. Een spiritist spreekt ook in tongen, in vreemde talen. Het is van groot belang dat wij de stem van de goede Herder leren kennen, opdat wij niet op spiritistische wijze met de geestenwereld in kontakt komen. Het is voor ons een waarschuwing; deze mogelijkheid ligt er. Het is van groot belang dat wij de geesten kunnen onderscheiden.

Wij kunnen spreken in de taal van de goede engelen. De geestelijke verwijdering is oorzaak van de verwijdering van natuurlijke mensen. Taaldeskundigen hebben gekonstateerd dat er in verschillende talen grondwoorden zijn, die hetzelfde zijn. Als wij de taal van Karel de Grote zouden beluisteren, zouden we dit niet meer verstaan. Dit is nog maar de taal onder één volk. Ook meervoudsvormen en vervoegingen kunnen in verschillende talen gelijk zijn. Ook taal is gebonden aan wetten. Ook in de vervoeging van werkwoorden zitten bepaalde wetten; deze kunnen zowel voor de ene taal als voor de andere taal gelden. Hier zit de oertaal nog steeds achter. Welke taal dit is geweest kan ik niet zeggen.

God heeft in Babel de torenbouw verhinderd. Hij heeft de mensen overgegeven aan de geesten, die ze zelf ontketend hebben. De mensen en de godsdiensten zijn uit elkaar geslagen. Dit is maar goed ook. Veronderstel dat er maar één godsdienst der boze geesten zou zijn geweest.

God zelf sprak hierover: "Niets van wat zij willen doen zal dan voor hen onmogelijk zijn. Juist door deze verdeeldheid kunnen wij er rustig tussenin leven. Dit is een bewaring, een zegen!

De antichrist gaat de toren van Babel weer oprichten in de geestelijke wereld. Hij brengt alle godsdiensten onder één noemer, onder zijn macht. Hij doet dit door het geweld van de afgrond. Het beest, dat alle macht en kracht van de duivel bezit, weet alle godsdiensten bij elkaar te krijgen. Dit zijn de "koningen".

Openbaring 17:13,14

- Deze (koningen) zijn één van zin en geven hun kracht en macht aan het beest. Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen.

Waarom kunnen zij nu wel eensgezind zijn? In Babel zochten zij de toren, die hen zou verbinden; het werd juist de scheiding.

Vers 17

- Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven.

 Dit kon in Babel nog niet omdat er nog geen gemeente was. God moet eerst een gemeente hebben, die eensgezind is. God moet een gemeente hebben, die de strijd aankan. Als de zonen Gods geopenbaard

zijn in de hemelse gewesten, krijg je de grote botsing. Als de gemeente klaar is , is ook de antichrist klaar. De antichrist bouwt als het ware ook een toren; met het beest uit de afgrond, met het geweld van dit beest, bindt de antichrist al de valse godsdiensten tezamen en brengt ze onder één noemer, die van de antichristelijke kerk. Men wordt met geweld één, in vijandschap tegen het Lam. Ze zijn niet één, maar in de vijandschap tegen het Lam worden ze weer eensgezind.

Op dat moment heeft God ook zijn gemeente bijeen, in een eenheid van liefde, van denken en kracht. De goede Tempel is dan ook gereed, de woonstede Gods in de geestelijke wereld. De antichrist zit ernaast in zijn tempel. Wat in Babel mislukt is, gelukt de antichrist door geweld en macht.

De oorspronkelijke mensheid had slechts één taal. Paulus zegt tegen de Atheners: St.vert.: "Wij zijn uit éénen bloede" Hand.17:26. "Hij heeft uit éénen bloede het ganse menselijk geslacht gemaakt".

Daarom was er slechts één taal. Wat uit éénen bloede is, heeft één taal. Een hond kan blaffen; hij zal niet kunnen brullen als de leeuw of kunnen loeien als een koe. De engelen zijn niet uit "één bloede"; zij kennen geen vermenigvuldiging. Zij zijn zo geschapen, elk afzonderlijk. De taalbarrière scheidt de volkeren; dit is een geestelijke zaak. De meertaligheid is spontaan. De engelen doen geen moeite om elkaar te verstaan. Je zou het kunnen vergelijken met een orkest. Ieder heeft zijn inbreng. Ieder voor zich is in staat een instrument te bespelen. Ze horen het spel van de ander wél. Ze vormen samen het orkest.

Het orkest van de heilige engelen is er om de grootheid van de Schepper van hemel en aarde te verkondigen. De geestelijke wereld is zo ruim, dat één taal lang niet genoeg is. Vele, vele talen zijn nodig. Als wij, als geestelijke mensen, óók onze taal erbij doen horen, heb je het ganse orkest voor Gods troon, uit vele stammen, talen, natiën en tongen. Tezamen met de talen der engelen vormt dit een " stem van vele wateren". Dit is geen achteruitgang!

Er zijn mensen, die vreemde talen erbij leren alsof het hun eigen taal is. Dit is een geweldig iets in de menselijke geest. Het kost echter wel inspanning. In de geestelijke wereld hoeft men zich in dit opzicht niet in te spannen. In de natuurlijke mens is het vermogen om talen erbij te leren aanwezig. Er zijn ook polyglotten; dit zijn veeltalenkenners. De gemeente van Jezus Christus verkondigt in de hemelse gewesten óók de veelkleurige wijsheid van God. Dit kunnen engelen niet.

De engelen hebben geen weet van de vergeving of doop in de Geest en de andere zaken. Nu horen zij van ons deze veelkleurige wijsheid van God. De engelen kunnen nu zeggen: "Wij horen een iegelijk in onze eigen taal spreken; nu horen wij hen in ónze taal de werken van God verkondigen.

  =======

LES 9 (les 1, serie 2 / 24-09-83)

Genesis 9:18-28 - De zonen van Noach (lezen)

Slechts een klein stukje in de bijbel spreekt over het "begin", de toestand waarin alles nog was zoals het zijn moest. De mens kreeg de opdracht: "Vervult de aarde en onderwerpt haar" (Gen.1:28). Voor de zondvloed heeft de mens dit ook gedaan.

Reeds in het begin heeft de duivel de mens onbruikbaar gemaakt.

Romeinen 3:12a - "Allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden"

Dat wil zeggen dat de mens onbruikbaar, ongeschikt is geworden voor het doel van God. De mens is zijn wijsheid verloren om te heersen zoals het móést.

Jezus zegt: "Zij aten en dronken en namen en gaven ten huwelijk" De mensen hadden van het doel van God totaal geen weet (Mattheüs 24:38). Dit geldt ook voor vandaag. De mens leeft alleen in het natuurlijke. Hij is onvatbaar geworden voor de goddelijke indrukken, om hem verder te maken tot een geestelijk mens; om te komen tot een metamorfose. De bijbel is het Boek van het herstel. Na het kleine stukje over het "begin", houdt de bijbel zich verder bezig met de zonde en het herstel van de mens. Als God Noach redt, houdt Hij als het ware de schepping aan een zijden draadje vast, aan één mens.

God begint de nieuwe schepping met een kindje in een kribbe. Je zou zeggen: "Moet daar nu de hele wereld door gered worden? God neemt wel een hoop risico!".

Zo spreken wij niet! Wij spreken over "het geloof van God"; dit is het geloof dat God zelf heeft.

God haalt Noach eruit. Noachs naam betekent: "Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem" (Genesis 5:29). Noach betekent: trooster. In de nieuwe schepping is er ook een Trooster. Noach is een groot profeet; zijn godsspraken zijn dus om te troosten. Wij moeten gaan leren om in het Oude Testament te gaan zoeken naar het feit, dat God goed is. Hij is goed jegens ondankbaren en bozen (Lucas 6:35).

Het evangelie van Jezus Christus werpt een nieuw licht op het Opperwezen, zoals deze zich geopenbaard heeft in het Oude Testament.

Het evangelie van Jezus Christus verscheurt de sluier, die alle natiën omsluiert (Jesaja 25:7); het neemt de bedekking weg, waarmee alle volken bedekt zijn. Als er gesproken wordt over álle volken en álle natiën, hoort Israël ook hierbij. Een massa christenen zijn óók bedekt. Alles is bedekt met "God doet goed en God doet kwaad".

1 Johannes 1:5 - God is licht en in Hem is geheel geen duisternis.

 

 

 

LES 9 (les 1, serie 2 / 24-09-83)

God is enkel licht. Hij is het symbool van het leven. Dit houdt in dat God nooit het leven aantast of beschadigd!

Dit is een volkomen andere voorstelling dan in het Oude Testament geopenbaard is: God zou zijn eigen schepping vernietigen. In het oude verbond wordt uitdrukkelijk gezegd dat God wél het leven aantast.

Deut.32:39 - "Ik dood en doe herleven; Ik verbrijzel en genees".

Als iemand in de duisternis verkeert, verdwijnt het licht. Het leven vloeit eruit bij hem.

Jezus werd "goed" genoemd. Hij deed niets anders dan hetgeen Hij de Vader zag doen (Marcus 9:17,18).

Wij kunnen Jezus niet met de oude profeten op één lijn stellen.

Jezus Christus is de unieke leraar! Hij heeft ons God verklaard.

Hij is de vervulling van de wet en de profeten en heeft ons de Vader doen kennen. Wij verachten de inhoud van het Oude Testament beslist niet, want de profeten hebben Jezus aangekondigd. Johannes de Doper heeft Jezus aangewezen. Wij verachten hem niet , omdat hij een voorloper is, maar we vergelijken hem niet met Jezus, Jezus zegt zelf: "Johannes de Doper is de grootste van het oude verbond".

Als ik het Oude Testament lees, lees ik dit "wijzende op Christus" Toen Jezus aan de Emmaüsgangers verscheen, toonde Hij hen de Christus vanuit de schrift (Lucas 24:26,27).

De oude profeten hebben de heilstijd voorspeld en over een nieuwe denkwereld geprofeteerd. Wij schrijven ze dus niet af omdat zij zelf niet in de tijd leefden waarover zij spraken. Wij mogen ons in die heilstijd verlustigen en er in leven.

Mozes wees naar Jezus. Hij sprak: "Een profeet uit het midden van uw broederen, gelijk mij, zal de Here God u verwekken. Naar Hem zult gij horen" (Hand 3:22). De oude profeten hebben gezegd: "Er komt iemand, die nog veel beter is dan wij".

1 Petrus 1:10 - Deze tekst moet u beslist uit het hoofd kennen!

- Naar deze zaligheid hebben gezocht en gevorst de profeten, die van de voor u bestemde genade hebben geprofeteerd.

vers 11 - De oude profeten speurden na op welke of hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde.

Deze profeten hebben van Christus geprofeteerd, als de Geest van Christus over hen was. Deze Geest was niet in hen. Dit heeft de Heer zelf ook gezegd.

Als Johannes en Jacobus zeggen: "Heer, zullen wij vuur uit de hemel doen neerdalen om hen te verteren", bestraft Jezus hen.

Lucas 9:35 = Statenvertaling: "Gij weet niet van hoedanige geest gij zijt.

In de nieuwe vertaling staat alleen: "Jezus bestrafte hen".

Het komt op hetzelfde neer. Het kon Jezus goedkeuring niet wegdragen. In 2 Koningen 1:9-15 laat de profeet Elia vuur van de hemel dalen. De Geest van Christus was ook niet in Elia. Het was de geest van de natuurlijke mens: "leven om leven", die meesprak.

God kan, door middel van profetie door zijn knechten, slechts spreken op het niveau waarin zij leven. In die tijd stond alles nog in de kinderschoenen. Hier zit een ontwikkeling in. Er staat, dat het volk Israël in de woestijn het heir des hemels diende. Stefanus spreekt hierover in Handelingen 7:42. In de woestijn dienden de Israëlieten volop de afgoden. Ze vereerden het gouden kalf en sleepten de god Kamos mee.

De profeten in het oude verbond profeteerden ten dele. Ook in onze gemeenten profeteert men nog ten dele. Als de gemeente op een hoger niveau komt, worden de profetieën ook anders.

Als de Geest van Christus vaardig werd in de profeten van het oude verbond, werden zij opgevoerd tot grote hoogte. (Jesaja!).

Zij stonden niet permanent onder de inspiratie van de Geest.

Hebreeën 11 zegt, dat zij alleen een getuigenis ontvingen. Dit getuigenis was ook ten dele. Zij allen kregen een belofte, een zekerheid; een getuigenis dat God goed is.

De oude profeten konden hierbij uitspraken doen, die tegen de gedachte "God is goed" ingingen.

Door de prediking van Jezus werd ons ook de invloed van de satan geopenbaard. Hij is enkel slecht.

Dit wist men in het Oude Testament niet. In het Oude Testament werd wel rustig gecorrigeerd. In 2 Samuël 24:1 wordt vermeld, dat de Here David aanzette om het volk te tellen.

In 1 Kronieken 21:1 staat dat satan dit deed. Deze schrijver, die 200 jaar later leefde, had blijkbaar meer inzicht.

Niemand is hiertegen in opstand gekomen en heeft gezegd: "Hier wordt de Schrift aangetast!".

Wij trachten vanuit het Oude Testament de schoonheid van het Nieuwe Testament te ontdekken. Wij willen de gedachten van God eruit halen. Jezus Christus heeft deze gedachten van God geformuleerd. Hij zegt: "De duivel is een dief en een moordenaar en een leugenaar vanaf den beginne".

Op deze wijze heeft Jezus de grondslag gelegd van de strijd in de hemelse gewesten. Men kende alleen een strijd op aarde.

Job 7:1 - Heeft niet de mens een strijd op de aarde, en zijn zijn dagen niet als de dagen van de dagloners? (St.vert).

 Job was rechtvaardig en vroom. Tóch zegt hij: "De mens heeft zijn strijd op aarde". Er is een ontwikkeling nodig in het denken van Job. Aan het eind zegt hij: "Ik ben dom geweest en erken mijn schuld".

Jezus heeft zijn discipelen geestelijk leren denken. Hij zegt: "Gij zult de waarheid verstaan ...." (Johannes 8:32).

De Heer trok het gordijn van de geestelijke wereld weg.

Handelingen 16:14

- Een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster uit de stad Tyatira, die God vereerde, hoorde toe, en de Here opende haar hart, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen door Paulus werd gezegd.

Deze vrouw vereerde God; zij was een Jodengenote. Zij had de Joodse leer omhelsd. Jodengenoten waren heidenen, die het ééngodendom van de Joden hadden aanvaard. Zij hadden met het veelgodendom gebroken. Het was een aparte categorie. Ook Cornelius, de hoofdman van Kapernaüm, was zo'n Godvereerder.

De Here opende het hart van Lydia. Er staat eigenlijk: de Lydi-sche, uit de stad Tyatira. Lydië was een gewest. Wij zouden zeggen: "De Hollandse uit den Haag".

Over deze tekst "De Here opende haar hart", is veel te doen. Men legt de leer van de uitverkiezing in deze tekst en zegt: "Zie je wel, de Heer moet eerst je hart openen".

Dit wordt niet bedoeld!

Deze vrouw was opgevoed met de Joodse leer. Nu komt het licht van het nieuwe verbond in haar leven door de prediking van Paulus. De Heer opende haar hart; de geestelijke ogen, voor een beter evangelie. Zij kreeg een ander inzicht in het Oude Testament, zodat zij aandacht schonk aan hetgeen Paulus zei. Bij haar werd de bedekking, die alle volken bedekt, weggenomen.

Ook de ogen van de Emmaüsgangers werden geopend. Hier wordt hetzelfde mee bedoeld, De Emmaüsgangers zeiden: "Was ons hart niet brandende in ons terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?" (Lucas 24:32).

De Schrift was het Oude Testament.

Noachs profetieën werden gegeven aan het begin van een nieuwe wereldorde. Noach was de representant van de ganse mensheid. Hij verving de mensheid. Als Noach profeteert, profeteert hij over de voor ons bestemde genade. De schepping is uit Adam maar ook uit Noach.

Genesis 9:25 - Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders.

Vers 26 - Geprezen zij de Here, de God van Sem.

Als Noach deze dingen profeteert, is hij op de plaats waar gezegd wordt: "Gij zijt mijn volk niet!".

 Romeinen 9:26

- En het zal geschieden ter plaatse waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God.

In het nieuwe verbond is een overgang van het oude- naar het nieuwe verbond mogelijk. Door het evangelie van Jezus Christus kan iemand tegen wie eerst gezegd is: je hoort niet tot mijn volk, nu gaan behoren tot die zónen. Dit zou zelfs voor Kanaän gelden.

Hebreeën 11:7

- Door het geloof heeft Noach, nadat hij de godsspraak ontvangen had over iets dat nog niet werd gezien, eerbiedig de ark toebereid tot redding van zijn huisgezin.

In de oude Statenvertaling staat: " ... en bevreesd zijnde, heeft hij de ark toebereid". Noach was bevreesd voor het oordeel, de wereld-katastrofe. In Noach was de stem van God gekomen: "Noach, maak jij de ark, want alles gaat ten onder".

God toonde Noach een gigantisch schip, waarvan God de architect was.

Mozes moest de tabernakel maken naar hemels model. Hij maakte iets van wat hij zag in de hemelse gewesten. Noach zette dit schip temidden van het aan de aarde gebonden leven. Abraham zag een stad.

Allen hebben een getuigenis gekregen van iets uit de hemel, waar zij in leven. Zij allen zagen slechts een facet, een deel.

Het is een doorkijk in de hemel; je ziet er een andere wereld doorheen. Dit is ook het geval bij de torenbouw van Babel.

Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man (Genesis 6:9).

Jezus Sirach 44:17 - Noach werd volmaakt en rechtvaardig bevonden. In de tijd van de toorn (de demonie) verving hij de mensheid. Wegens hem werd een rest op aarde gelaten.

Met dit tweede hoofd der schepping sluit God een verbond. Als Noach de boog in de wolken ziet, belooft God hem, dat Hij nimmer zou toelaten, dat de wereld weer door water zou ondergaan.

Hier zit een hogere dimensie in.

Jesaja 54:1 begint met: "Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt".

"De onvruchtbare". Dit zijn de heidenen; de volkerenwereld.

Israël heeft gebaard voordat zij weeën heeft gekregen (Jes.66:7). Israël heeft niets gemerkt van het feit dat Jezus werd geboren.

"De kinderen van de eenzame zijn talrijker dan de kinderen van de gehuwde . De "gehuwde" is Israël; de "ongehuwde" de heidenen.

De verbondsboog was voor de wereld een belofte voor de hele mensheid.

Jesaja 54:9,10

- Dit is mij als de dagen van Noach; zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen. Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Here.

De eerste belofte, door Noach, is dat God de watervloed niet meer zal zenden.

De grote belofte, in een andere dimensie is: "Ik zal niet meer toornig zijn op u"!

De toorn, de machten der duisternis, die over de mens komen.

God zal de volkerenwereld niet meer overlaten aan de machten der duisternis. De belofte is dat bergen verdwijnen zullen en de heuvelen zullen wankelen: de machten der duisternis.

Dit is de tweede boog, de boog van het nieuwe verbond. Deze boog gaat véél hoger. God gebruikt het beeld van de regenboog als teken van een eeuwig verbond, dat in de hemelenwereld van kracht is.

Jesaja 54 spreekt over het heersen over de demonen.

Vers 3b - ... en een regenboog was rondom de troon, van aanzien de smaragd gelijk.

Een smaragd is groen van kleur. Deze boog van het nieuwe verbond telt slechts één kleur. Groen is de kleur van het geboomte des levens. De bladeren van dit geboomte zijn tot genezing der volkeren.

Als men de regenboog aan de lucht ziet, denkt men aan de boog van het oude verbond. Niemand denkt echter aan de boog van het nieuwe verbond, waar Openbaring 4 over spreekt.

De zonde van Cham

Noach, de onberispelijke aartsvader wordt door de drank beneveld. De drank veroorzaakt het verlies aan schaamte en zedigheid.

Noach ontblootte zich in zijn tent.

Schaamte is, als je voelt dat je ergens in bent aangetast, in de geestelijke wereld. Je bent gekwetst in je zieleleven. Je kunt je schamen voor je kinderen, je man, je vrouw, enzovoort.

Genesis 9:22 - Cham "zag" de naaktheid van zijn vader.

Als iemand iets ziet wat hij niet behoort te zien, draait hij zich om en loopt weg. Dit kan in elk gezin voorkomen. Dit wordt in deze geschiedenis niet bedoeld. Hier zit veel méér achter!

"Zien" heeft heel wat betekenissen. Transcriptievertaling: Zien: eventueel "genieten". "Zien" is een fixeren.

Talmoed: "In dat geval wordt hier gezinspeeld op een homosexuele daad van Cham". Deze interpretatie past goed in de samenhang.

Vers 24 - Noach vernam wat zijn jongste zoon hem had aangedaan

De Joden zeiden dat Cham een homosexueel was. Het was dus niet zo, dat Cham zijn vader naakt zag en erom grinniken moest. Er zit een heel andere wereld achter. Als Cham homosexueel geweest is, heeft hij dit tijdens zijn verblijf in de ark niet kunnen praktizeren.

Er waren 8 zielen in de ark: Noach en diens vrouw en drie zonen met hun vrouwen. Kinderen waren er niet bij.

Ik denk dat Noach zijn zoon menigmaal heeft moeten vermanen vanwege zijn ontuchtigheid. Als Cham zijn vader zo ziet, laait de hartstocht bij hem op. Cham beteken, warm, heet; wij zouden zeggen: oversext. In de bijbel hebben namen betekenis. Sem betekent: Naam. Zo'n naam werd vaak profetisch gegeven. Denk aan Johannes de Doper. Cham onteerde zijn oude vader door zijn brutale blikken. Noach was toen 600 jaar. Hij heeft de reputatie van zijn vader geschaad. Als Cham zijn vader ontheiligt, ontheiligt hij de God met wie zijn vader wandelde. Als je het transponeert naar onze tijd, kun je zeggen dat Cham een voyeur, een loerder was. Cham verlaagde zijn vader tot een exhibitionist. Dit is iemand, die zich ontbloot en vrouwen hiermee schrik aanjaagt. Exhiberen is: tentoonstellen, openbaren. Wij zitten in deze tijd middenin de zonde van het nudisme. Dit is het kwaad wat je vindt in de sexhuizen en nudistenkampen; in de naaktcultuur en de naaktrecreatie. Men ontkleed zich en beziet elkaar. Dit is een degeneratieverschijnsel; een verwordingsverschijnsel van de mens. Noach was geen exhibitionist. Cham verlaagde zijn vader daartoe. Noach had er innerlijk geen deel aan, maar door zijn dronkenschap was hij er de oorzaak van.

 Men zegt dat men de schepper door naaktcultuur en naaktrecreatie vereert. Adam en Eva waren naakt. Er staat, dat toen zij gezondigd hadden, hun ogen werden geopend. Als je ogen geopend worden, zie je iets in verband met de geestelijke wereld. Toen Adam en Eva de ogen geopend waren, schaamden zij zich. Zij legden verband tussen de geestelijke wereld waarin zij gezondigd hadden én hun naaktheid. Als iemand zich schaamt, wijst dit op een ervaring in de onzienlijke wereld. Een baby of een dier schaamt zich niet.

Adam en Eva ervoeren iets uit de onzienlijke wereld en projecteerden dit in schaamte, toen zij elkaar naakt zagen.

In de hof van Eden zocht Gods Geest toenadering tot hun geest.

God bedoelt: "Het is niet goed dat de menselijke geest alleen is". God wilde "huwen"; zijn Geest met de menselijke geest, zodat Adam en Eva zouden worden ingeleid in de hemelse gewesten.

Als Adam en Eva van de Boom des levens aten, kwam er in hen een verlangen naar de hogere wereld, naar kontakt met God: een huwelijk met God in de geestelijke wereld. God zocht een partner van hoog niveau. God duldde geen andere partner voor de mens. God zei tegen Kaïn, dat de belager aan de deur van zijn levenshuis lag.

Kaïn moest de belager buiten houden en zorgen dat hij over hem zou heersen. De belager trachtte binnen te komen en kontakt te leggen met de geest van Kaïn.

Jakobus zegt: "Als de begeerte bevrucht is, baart zij de zonde". De begeerte van de mens, opzich, is goed. Maar als zij door de boze wordt bevrucht, gaat het fout; dan baart zij de zondedaad in de zichtbare wereld. De zonde wordt eerst in de onzienlijke wereld verwekt door die gemeenschap. Door de zonde hadden Adam en Eva een demonische aanraking gehad; een gemeenschap met de boze geestenwereld. De vrucht van de zonde is de daad. God zegt: "Nu heb je in de zichtbare wereld een bedekking nodig". Deze bedekking is het symbool van wat je nodig hebt in de geestelijke wereld. Daar heb je een kleed van gerechtigheid nodig. De mens was naakt in de geestelijke wereld en werd tentoongesteld aan de machten der duisternis, die de mens begeerden. In Genesis 6 zochten de zonen Gods kontakt met de dochters van de mensen.

God zegt: "Ik zal je een kleed van gerechtigheid geven.

Naaktheid is niet zondig. De zonde ligt in het feit, dat een vreemde, iemand van buitenaf, erop gefixeerd wordt.

God zegt: "Het is man en vrouw".; de uitbeelding van Christus en zijn gemeente. God verbiedt de echtbreuk. Deze staat gelijk met wat in de onzienlijke wereld de afgodendienst is.

Waar de mens God verlaat en kontakt heeft met boze geesten, zal hij ook het huwelijk op losse schroeven zetten. Waar de band met God wordt hersteld, zal ook het huwelijk weer hersteld worden.

Paulus zegt: "Het lichaam van de vrouw behoort aan de man en niet aan een vreemde". De geest van de mens is op God afgesteld; niet op de engelenwereld, goed of kwaad. De mens mag geen gemeenschap hebben met de engelenwereld; alleen met de Geest van God.

Efeze 5:32 - Deze verborgenheid is groot (St.vert.)...

Een verborgenheid ziet altijd op het Koninkrijk der hemelen.

- ... doch ik spreek met het oog op Christus en zijn gemeente.

Ik probeer aan te tonen wat nudisme is. Het symboliseert dus een geestelijke realiteit. Men stelt zich open en trekt boze geesten naar zich toe. Een mens kan zich in de geestelijke wereld openstellen voor de boze geesten en ze naar zich toe halen. Nudisme is een manier om begeerte op te wekken.

Het is merkwaardig, dat uitgerekend in het nageslacht van Cham en Kanaän de afgoderij zo sterk was en de zedelijkheid zo laag.

Afgoderij en een lage vorm van zedelijkheid gaan altijd samen.

Ook veelwijverij en afgoderij gaan samen. Ook crematie is een uitbeelding. Het beeld uit dat de innerlijke mens wordt prijsgegeven aan het eeuwige vuur.

Hosea 4:6 - Mijn volk wordt een prooi van de machten der duisternis omdat het geen inzicht heeft.

De samenhang wordt niet meer gezien, dat het één met het ander verband houdt.

De andere zonen van Noach, Jafeth en Sem, eerbiedigen de majesteit van hun vader, het hoofd van de nieuwe wereld.

Ze leggen een kleed op hun schouders en achteruitlopend bedekken zij hun vader. Als Noach uit zijn roes ontwaakt, bemerkt hij wat hem door drank is overkomen en wat Cham hem geestelijk heeft aangedaan. Ik denk niet dat Noach Cham vervloekt heeft, want de zonde van Cham was niet los te maken van zijn misstap; bewust of onbewust. Noach zelf was de aanleiding hiertoe.

Noach heeft zich als profeet hersteld. Noach was eigenlijk als patriarch van zijn voetstuk gestoten; zijn kroon was geroofd.

Toen Mozes de rots moest aanspreken en in zijn drift er op los begon te slaan, verloor ook hij het kontakt met God. Mozes nam de geest van het volk over en gebruikte, net als de anderen, geweld.

God zegt: "Je hebt mijn naam ontheiligd; je kunt mijn volk niet binnen leiden".

Noach heeft zich als profeet hersteld, maar moet geweldig onder de indruk zijn geweest van het gebeurde.

God heeft de deur van de ark toegesloten, maar de boze geesten zijn óók de ark mee binnengekomen. Als beeld kun je het zo zien, dat met de reine dieren ook onreine dieren de ark binnengingen, al waren zij veel minder in aantal.

Noach dacht: "Nu is de wereld vanwege de zonde ten onder gegaan. Hoe moet het nu verder met deze wereld?".

God had gezegd: "Het voortbrengsel van des mensen hart is boos van zijn jeugd aan" (Genesis 8:21b.

Nu gaat Noach zijn profetie uitspreken.

Kaïn was een vervloekte. God vervloekt hem niet, maar Kaïn verbond zich met de machten der duisternis. Iemand is een vervloekte.

Kaïn was de eerste gebonden mens ter wereld. Iedereen die hem zag, zag dat er iets met hem aan de hand was. In die tijd was iedereen nog "vrij". Kaïn was vervloekt en ook het geslacht van Kaïn.

Mattheüs 23:35,36 - Hier zegt Jezus: (het bloed van de martelaren) - ... opdat over u kome al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op aarde, van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharia, de zoon van Berechja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.

Kaïn is het type van een geslacht in de geestelijke wereld, waarvan Jezus spreekt, dat het oordeel over dat geslacht zal komen.

Cham en Kanaän behoren bij het geslacht, dat onder de vloek ligt en verbonden is met de boze geesten. Dit is het geslacht dat de boze geesten opzoekt.

Een deel van de mensen zoekt de boze geesten op en behoort tot het geslacht van Cham in de geestelijke wereld, of tot het geslacht van Kaïn, als de haat uitbarst.

Deze mensen verbinden zich geheel vrijwillig met de boze geesten. Het is iets heel anders als de boze geesten een iemand overmeesteren, aanranden in de geestelijke wereld.

Jezus gebruikte dit geslacht van Kaïn, terwijl het in de natuurlijke wereld allang niet meer bestond, maar in de geestelijke wereld wél.

Er is ook een geslacht van rechtvaardigen; dit zijn de nakomelingen van Abel, in de geestelijke wereld. Zie boven in Matth.23:35.

Abel is als het ware het hoofd van de rechtvaardigen. Door het geloof heeft hij een getuigenis gehad. Zie Hebr.11 - de geloofsgetuigen.

Jezus is ook het hoofd van een geslacht. Jezus is het hoofd van de nieuwe mensheid. Jezus had geen kinderen op aarde!

In de geestelijke wereld kan je hoofd zijn van een geslacht aan de verkeerde kant óf hoofd van een geslacht aan de goede kant.

Je kunt de eerste zijn, die als het ware, de zonde heeft uitgevonden, of de eerste, die de rechtvaardigheid heeft ontdekt.

Noach gaat nu profeteren, dat God zijn naam op aarde zal bewaren. Hij gaat profeteren over Sem (:Naam).

God zou zijn bedoeling met de schepping gaan volvoeren, ondanks tegenstand. Noach doet zijn godsspraak over het herstelplan, over de wederoprichting van alle dingen. Noach spreekt over de "tent van Sem". Dit is de tent van de man, die dé naam heeft. Uit Sem komt de Man, wiens Naam is boven alle naam. In de naam is het wezen, de tegenwoordigheid van God.

=======

=====

===

 

 

LES 10 (les 2/SERIE 2/ 22-10-83)

 

Genesis 5:28,29

- Toen Lamech honderdtweeëntachtig jaar had geleefd, verwekte hij een zoon en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid van onze handen op deze aardbodem ,die de Here heeft vervloekt.

Vervloeken: prijsgeven aan demonen; iets loslaten, zodat de duivel zijn slag kan slaan. Toen Jezus aan het kruis hing, was Hij vervloekt; overgeleverd aan de demonen.

Ten dage van Noach was de aarde vol geweldenarij. God heeft toen de aarde prijsgegeven aan de geweldgeesten. Deze geweldgeesten hebben de zondvloed veroorzaakt; zij hebben de aarde geschud.

Bij de storm op zee zegt Jezus tegen zo'n geweldgeest: "Zwijg, wees stil!" (Marc.3:39).

Dit is een duidelijke aanwijzing, dat de Heer deze geweldgeesten niet wil. Ik denk, dat het vóór de zondvloed nooit heeft gestormd; er was een subtropisch klimaat op aarde.

De mens had zijn opdracht vervuld. Deze opdracht luidde:

1. De mens moest zich vermenigvuldigen.

2. De mens moest heerschappij voeren over de aarde.

Deze dingen heeft de mens gedaan, maar tegelijkertijd was de mens onbruikbaar geworden voor God; hij was afgeweken en onnut geworden . De mens was ongeschikt om te heersen over al de werken van Gods handen, ook in de onzienlijke wereld.

De mens had, net als de duivel zelf, zijn wijsheid verloren.

De mens kon niet meer heersen zoals het behoorde. Het doel van God met de mens was om de mens tot een geestelijk mens te maken.

Jezus drukt het uit met de woorden: "Zij aten, zij dronken en zij namen en gaven ten huwelijk".

Dit was een zuiver aards leven, louter in de natuurlijke wereld.

De mens dacht er niet aan om kennis in de geestelijke wereld te verzamelen, teneinde mederegeerder van God te zijn.

Als Noach met de zijnen de ark is binnengegaan, hangt het plan van God als het ware aan een zijden draadje. Het plan van God is, dat God zich voor eeuwig met de mens verbonden heeft. Het plan van God hangt nu af van één mens, Noach, die rechtvaardig en onberispelijk was. Ook het kindje in de kribbe was zo'n zijden draadje.

De geboorte van Christus was een scheppingsdaad van God. De Heer is niet op natuurlijke wijze geboren (verwekt), maar door de inwerking van de Heilige Geest op Maria.

In Genesis 2:2 staat, dat God van zijn arbeid rustte.

De Transcriptievertaling zegt daar, dat Gods arbeid werd onderbroken. God gaat pas rusten als Jezus Christus de troon van zijn Vader bestijgt en alle macht krijgt in hemel en op aarde (Mattheüs 28:18).

In 1 Korinthe 15:24 staat, dat de Zoon het Koningschap weer aan de Vader teruggeeft.

Wij leven nu in de sabbatsrust van God.

Dan komt het "waagstuk" dat God een kind voortbrengt.

God heeft een absoluut vertrouwen in de mens, zodat Hij met één mens opnieuw durft te beginnen.

De mens is zeer goed geschapen; het goede wat in de mens zit komt er óók uit. Dit evangelie onderscheidt zich van andere evangelieverkondiging. God wil nog altijd met de geest van de mens gemeenschap hebben. Het is niet zo, dat dit nú niet meer kan.

 Openbaring 21:3 zegt heel duidelijk, dat de tent van God bij de mensen is. God zelf heeft geen behuizing. Gods behuizing is bij de mensen. Niet alleen de regenboog was een teken van troost en genade, een oproep naar een beter verbond, ook de godsspraak van Noach was dit. De naam Noach is verbonden met troost. De Geest van Christus was in Noach ( 1Petrus 1:11). De Geest van Christus is dé Trooster.

Genesis 9:25-27

- Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij zijn broeders. Voorts zeide hij: Geprezen zij de Here, de God van Sem, maar Kanaän zij hem tot knecht.

- God breide Jafeth uit en hij wone in de tenten van Sem, en Kanaän zij hem tot knecht.

De normale opzet is, dat de wereld wordt verdeeld in Semieten, Jafethieten, en Chamieten. Dit houdt in dat er in de natuurlijke wereld volken zijn, die wij zouden mogen discrimineren omdat er een vloek op rust. In het bijzonder zijn het de nakomelingen van Cham.

Hebben wij het recht om een bepaald volk te discrimineren?

Als Paulus de mensheid verdeelt, spreekt hij niet over Semieten, Jafethieten en Chamieten.

Kolossenzen 3:11 Er is geen onderscheid tussen Barbaar en Scyth, Jood en Griek...". In Christus is er geen onderscheid!.

De zonen van Noach hebben voor ons wel betekenis, want zij representeren voor ons iets in de hemelse gewesten. Zij geven ons het beeld, hoe wij de mensen in de hemelse gewesten moeten indelen.

Bijvoorbeeld: Het volk Israël was een hele tijd lang verbonden met de zegen van de Allerhoogste. Israël kwam uit Sem. (Naam). Het volk Israël moest de naam van God op aarde bewaren; dit was de taak van dit volk.

God schenkt aan Abraham vele beloften. Deze beloften worden doorgegeven aan Izak en Jakob. Er wordt gesproken over de God van Abraham, Izak en Jakob. God is hier de God van de vaderen. Tegenover de God van de vaderen staan de goden van de volken, waar Jesaja over spreekt. De goden van de volken worden geïnspireerd door de wereldbeheersers van deze duisternis. De volkeren zijn door hun afgodendienst met deze machten verbonden. Elk land heeft zijn eigen wereldbeheerser.

Abraham had meer kinderen bij meerdere vrouwen, maar deze kinderen delen niet in de beloften van de Allerhoogste.

Zij worden wél gezegend. Van Abrahams vrouw Hagar stammen de Arabieren af; ook zij worden gezegend. Een andere vrouw van Abraham was Ketura. Ook daaraan is een zegen verbonden.

Genesis 25:5,6

- Abraham nu gaf alles wat hij bezat aan Izak, maar aan de zonen van de bijvrouwen, die Abraham had, gaf Abraham geschenken, en hij zond hen, nog bij zijn leven, weg van zijn zoon Izak, oostwaarts.

Izak werd naar het westen gestuurd.

Door Ketura wordt Abraham in feite een Vader van een menigte volken (Genesis 25:2-4).

Het volk Israël kwam langs de kust te wonen.

Genesis 15:18 - de belofte!

- Te dien dage sloot de Here een verbond met Abraham, zeggende: Aan uw nageslacht zal ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat.

Israël (Jakob) is de vertegenwoordiger van een nieuw volk.

Uit Israël wordt de Christus geboren. Uit Christus komt een heel nieuw volk tevoorschijn: het geestelijk Israël.

Dit geestelijk Israël woont in de tenten van Sem. Het geestelijk Israël komt uit alle volken. De tenten van Sem zijn de hemelse gewesten.

Het natuurlijk Israël is de schaduw en het geestelijk Israël is de werkelijkheid. Het geestelijk Israël is verbonden met de naam van God. De naam van God wordt gedragen door Hem, die een naam heeft boven alle namen. De naam Sem is boven alle naam; hier zijn wij ín.

De bijbel zegt: "Het zichtbare is een tijdelijke zaak maar het onzichtbare is eeuwig". De Heer vergadert zijn volk uit alle natiën, stammen en tongen. Je hoeft hiervoor beslist niet bij het Joodse volk te horen.

De Heer vergadert zijn volk in het hemelse Jeruzalem.

Jezus zegt tegen de inwoners van Jeruzalem: "Ik heb u bijeen willen vergaderen gelijk een hen haar kuikens, en gij hebt niet gewild" (Mattheüs 23:37b).

Dit is niet gelukt. Nu verzamelt Jezus het geestelijk Israël als een hen onder zijn vleugels. In het nieuwe Jeruzalem zijn de mensen uit alle natiën en tongen. Op de poorten van het nieuwe Jeruzalem staan de namen van de twaalf stammen van Israël.

Als we het hebben over een geestelijk Israël, weten wij heel goed dat er ook een natuurlijk Israël is. Als we spreken over het geestelijke Sem, Cham en Jafeth, ontkennen we niet, dat er ook nakomelingen van hen zijn in de natuurlijke wereld; maar niemand weet die meer. Of alle Joden Semieten zijn, is ook niet meer na te gaan , want in de loop der tijden zijn er zoveel gemengde huwelijken geweest. Er wordt zelfs beweerd dat er helemaal geen Semieten meer zijn. De verdeling op aarde is onzeker. Voor de bijbellezer is dit van geen belang. Sem, Cham en Jafeth zijn een schaduw van onzienlijke geslachten. Israël is een schaduw van het geestelijk Israël. Sem, Cham en Jafeth zijn schaduwen van geslachten die worden geleid door de geestenwereld, die buiten de ware God leeft.

De bijbel spreekt over Kaïn. Zijn broer Abel werd door hem gedood. Zacharia, de zoon van Berechja werd gedood bij de tempel.

Jezus zegt in Lucas 11:51 - al het bloed van Abel tot het bloed van Zacharia ... zal worden afgeëist van dit geslacht. Mth.23:35.

Hier wordt gesproken over het geestelijk Kaïnsgeslacht.

Dit geslacht is de vijand van het volk van God. Anders zou je kunnen zeggen: "O, dit bloed zal worden afgeëist van de Joden!".

Dit wordt niet bedoeld door Jezus. De grote massa van de Joden valt buiten dit "Kaïnsgeslacht"; alleen de Joden te Jeruzalem hebben Jezus gedood.

Openbaring 11:8 neemt dit over: De twee getuigen worden gedood in de straten van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Heer werd gekruisigd.

Sodom en Gomorra zijn in Genesis 10:19 geplaatst bij de Chamieten. Openbaring 11:8b - " ... die stad, waar onze Heer gekruisigd is".

Dit wil zeggen: "Daar waar het Kaïnsgeslacht woont, waar de Chamieten wonen; de vijanden van het volk van God.

Dit wordt bedoeld in de geestelijke zin. In de geschiedenis van de kerk zijn heel wat kinderen van Kaïn geweest. Ze hebben Gods volk vervolgd door brandstapels, inquisitie enzovoort. Kaïnskinderen doden het volk van God. De bijbel noemt ze Kaïnieten. Ze worden genoemd naar het hoofd van dit geslacht: Kaïn.

Kaïn doodde de rechtvaardige Abel. Het volk van God bestaat uit rechtvaardigen. Zij worden gedood door broeders, die ook deel uitmaken van de kerk. Jezus werd gedood door zijn broeders. De grootste vijandschap komt niet uit de wereld: het geestelijk Jafeth, maar uit de broeders.

David werd gehaat door zijn broeders. Ook vandaag de dag zoekt het Kaïnsgeslacht het bloed van de rechtvaardigen. In de natuurlijke zin bestaat het Kaïnsgeslacht niet meer; want dit verdween met de zondvloed. Men behoort tot het Kaïnsgeslacht als men het op de ondergang van de rechtvaardige heeft gemunt.

Jezus zegt, dat het bloed van de rechtvaardigen wordt gewroken: "Al deze dingen zullen komen over dit geslacht".

Er bestaat dus een vervloekt geslacht: Cham, in de geestelijke wereld. Ik kan me voorstellen, dat een man als Kajafas, behoorde tot het geslacht van Kaïn, maar Nicodemus niet; ook Jozef van Arimathea niet. Deze geslachten vinden we terug in de kerkgeschiedenis. Een geschiedschrijver heeft eens gezegd, dat de portalen van de kerk vol met bloed zijn. Augustinus is de uitvinder van de vervolgingen. Hij zei: "Roei ze uit!". Alle beulen hebben zich beroepen op Augustinus, op wat hij heeft gezegd.

Cham was een nudist; hij vermaakte zich met de naaktheid van zijn vader. Het kan zijn dat hij verder is gegaan, als homosexueel. Nudisten zijn mensen die zich in naaktheid verlustigen. De bijbel wijst ook op geestelijke nudisten: geestelijke Chamieten.

Openbaring 16:15

- Zie, Ik kom als een dief. Zalig hij, die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet wordt gezien.

Wie opzettelijk zijn schaamte toont, is schaamteloos; ofwel wie zich hierin verlustigt, is schaamteloos. Niet het naakte lichaam is verkeerd, maar de fixatie erop, met de begeerte. (Zie ook les 1). In de geestelijke wereld betekent dit dat de mensen begeerte hebben naar de gemeenschap met boze geesten. Ze verfoeien de mantel der gerechtigheid, die bedekt. De Heer bekleedt zijn volk met de mantel der gerechtigheid. Openbaring heeft het over het kleed der gerechtigheid: de goede werken. Als je deze mantel verwerpt, ben je schaamteloos. Paulus zegt: "... opdat ik niet naakt bevonde worde". Paulus was er bevreesd voor, maar deze mensen begeren de naaktheid. Dit is de zonde van Cham.

 Als we het beeld van Sodom en Gomorra nemen, zegt Jesaja 3:9 - Zij verkondigen hun zonde onverholen, evenals Sodom.

De zonde van Sodom en Gomorra was niet alleen de homosexualiteit, maar het feit, dat zij er ronduit voor uitkwamen. Zij doen het openlijk, onverholen, schaamteloos. Als iemand zich op de zonde beroemt, wordt hij schaamteloos. We zien het in onze tijd. Wat vroeger verborgen werd gehouden, daar gaat men nu de straat mee op ; men gaat zijn eisen stellen.

De Chamieten zijn niet het grootst in aantal.

Cham was de jongste en Jafeth de oudste zoon. De Chamieten vormen een groep in de mensheid, die openlijk het slechte begeert.

De meeste mensen begeren niet om slecht te zijn. Ze doen de zonde wel, maar begeren het niet.

Een vader of moeder zal niet zeggen van een kind: "Ik hoop dat je in de goot terechtkomt". Als je dit wel doet, begeer je de zonde en behoor je tot het geslacht van Cham.

De Jafethieten vormen de grote massa. Jafeth betekent: Uitbreiding of ruimte maken.

In onze bijbel staat in Genesis 10:21:

- En aan Sem, de vader van alle zonen van Eber, de oudere broeder van Jafeth, werden eveneens zonen geboren.

In onze bijbel wordt Sem als oudste broer aangegeven.

In de Septuaginta en in de King James Version staat:

- Sem, de vader van alle zonen van Eber, de broer van Jafeth, de oudste. De oudste staat hier als bijstelling van Jafeth.

Voorbeeld: Jan, de timmerman. De timmerman zegt iets van Jan.

De geslachtsregister begint in Genesis 10:2 met de zonen van Jafeth. Dit zegt niets, want de zonen van Cham worden als tweede genoemd, terwijl Cham de jongste zoon was.

De Jafethieten, die ruimte maken, begeren in geestelijke zin geen kontakt met de demonen.

We kunnen zeggen, dat de Jafethieten de natuurlijke mensen vertegenwoordigen.

Dit zijn de mensen die weinig geestelijke binding hebben.

De apostelen zeiden van de Jafethieten: "Het zijn mensen die van nature doen wat de wet gebiedt" (Romeinen 2:14).

Hoewel ze geen geschreven wetten hebben, zijn er nog wetten van God in hun hart geschreven. Hun werken bevestigen dit. De wereld is bedekt met Jafethieten. Zij hebben de meeste ruimte in beslag genomen.

De zonde van Kanaãn

Hoe komt het nu dat Kanaãn vervloekt werd, terwijl het Cham was, die gezondigd had. Kanaãn was de jongste van de vier zonen van Cham (Genesis 10:6):

- En de zonen van Cham waren Kusch, Misraïm, Put en Kanaãn.

Kanaãn moet nog erg jong geweest zijn, toen Noach de vervloeking uitsprak, want in de ark waren geen kleinkinderen.

Zou Kanaãn aan de demonen zijn prijsgegeven vanwege de zonde van Cham, zijn vader?

Ezechiël 18 is deels gewijd aan het feit, dat een kind niet zal lijden onder de zonde van zijn vader, en de vader niet onder de zonde van zijn kind.

Een zoon zal niet de ongerechtigheid dragen van zijn vader.

Noach is een profeet; hij blikt in de toekomst. Noach kan spreken over de voor ons bestemde genade. De voor ons bestemde genade is, dat wij zullen wonen in de tenten van Sem: de hemelse gewesten, in het nieuwe Jeruzalem, waar de naam boven álle naam is.

Dit is de troost. Noach profeteerde echter ook over de vijanden van het volk van God. De Jafethieten zijn geen vijanden; het zijn de onwetenden. De Chamieten zijn de vijanden van het rijk van God.

Zij zoeken de zonde. Zij willen het kleed der gerechtigheid niet.

Een deel van de mensheid zou op een gruwelijke wijze verbonden zijn met de boze geesten, op een bijzondere wijze!

Als iemand occultist is, is hij op een bijzondere wijze met het rijk der duisternis verbonden.

Kanaãn heeft te maken met "vernederen", met "laag".

Men heeft weleens gezegd, dat het woord Kanaãn laagland betekent. Nederland betekent óók laagland.

Kanaãn was verbonden met het "lage". Hij was de allerlaagste slaaf voor zijn broeders. Letterlijk staat er: een slaaf van slaven.

Dit is een bijbels superlatief; evenals God der goden; een stad der steden: de grootste stad.

In het midden van de volken is Cham de diepst gezonkene.

Jezus sprak tot de Joden: "Ik zeg u, een ieder die de zonde doet is een slaaf van de zonde (Johannes 8:34).

Een slaaf der zonde is een vervloekte. Dit wil zeggen, dat deze mens verbonden is met de machten der duisternis.

Als Noach zegt: "Vervloekt is Cham, bedoelt Noach dát deel der mensen dat bewust verbonden is met de machten der duisternis. Dit wil zeggen dat Kanaãn in zekere mate de zonde van zijn vader "vol" maakte. Jezus zegt tot de Farizeeërs: "Jullie maken de maat van je vaderen vol" (Mattheüs 23:32).

"Jullie vaderen hebben de profeten gedood, Kaïnieten, maar jullie zullen mij doden en daarmee maak je de maat van je vaderen vol".

Cham had zich verbonden met al het slechte en onreine en de Kanaãnieten maakten de maat van Cham "vol"; zij vervolmaken die maat. In zijn nageslacht zouden deze onreine geesten op een bijzonder verschrikkelijke wijze huishouden. Cham wordt met zijn geslacht de grote vijand van het volk van God, van Sem.

Noach vervloekt Kanaãn als profeet. Noach gaat zien wat Kanaãn gaat verrichten in de loop van de geschiedenis. Er zijn Joden, die profeten hebben gedood, maar de orthodoxe Farizeeërs hebben Jezus gedood. Zij hebben de zonde volmaakt.

Wat is de kernzonde van Kanaãn ten opzichte van de God des hemels? Jesaja 14:2 - ,,, en het huis Israëls zal ze als erfelijk bezit verkrijgen op de grond des Heren ...

Er is sprake van " grond de Heren".

Voor het schaduwachtige volk was de grond des Heren: Kanaãn.

De Kanaãnieten zaten op de grond des Heren. Zij zaten op het stukje land, waarvan God gezegd had: "Dit is van Mij".

In de hemelse gewesten zitten de machten der duisternis op de grond des Heren. Zij horen daar niet! Dit is wetteloos.

De Kanaãnieten zaten waar ze niet mochten zitten.

Toen de Allerhoogste de volken vaneenscheidde, heeft Hij dit gedaan naar het aantal van de zonen Gods, van de wereldbeheersers dezer duisternis; dit zijn engelen (Deuteronomium 32:8).

Genesis 10:25 - En aan Eber werden twee zonen geboren; de naam van de ene was Pelech, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld.

Ten tijde van Pelech krijg je de Babylonische spraakverwarring.

Pelech was een Semiet.

Genesis 11:19 - en Pelech leefde ....

Je krijgt nu de geslachtsregisters van Pelech naar Abraham toe.

Als ik de geslachtsregisters vergelijk, zie ik, dat de nakomelingen van Kanaãn binnen 250 jaar in het land Kanaãn zaten.

De verdeling van de volken begon in Babel.

Deze mensen zijn weggetrokken naar het westen, noorden , oosten en zuiden. Binnen 250 jaar zaten de Kanaãnieten op de grond des Heren, de plek waarvan God gezegd had: "Deze plek is voor Mij. Deze grond is voor het ware zaad van Abraham, van Israël". Genesis 12:5,6- Abraham nam zijn vrouw Saraï en Lot, de zoon van zijn broeder .. .. om te gaan naar het land Kanaãn, en zij kwamen in het land Kanaãn - En Abraham trok het land door ....; en de Kanaãnieten waren toen in het land.

Deut. 32:9 - Want des Heren deel is zijn volk, Jakob het Hem toe- gemeten erfdeel (zie ook Psalm 105:11).

Over het kleine stukje grond, dat God voor zichzelf bestemd heeft, wordt Michaël, de aartsengel, aangesteld.

Jakob: Israël, krijgt het beloofde land.

De grootvorsten uit het rijk der duisternis hebben ook ruzie onder elkaar; de engelenwereld van satan is verdeeld. De boze engelen staan onder het geweld van de overste van deze wereld, satan.

Niemand wil het, maar ze moeten allemaal meemarcheren, uit angst voor straf.

Het stukje grond dat God voor zichzelf opeiste had Hij Abraham en zijn nageslacht toebedeeld. Niet zijn nageslacht in het geheel, maar in de lijn van: Abraham, Izak en Jakob.

Abraham is een vader van een menigte volken. Israël is beperkter. God zegt tot Jakob: "Aan u zal Ik het land Kanaãn geven als het u toegemeten erfdeel".

De wereldbeheersers wisten dit.

Paulus zegt: "Ter plaatse waar tot hen gezegd was: "Gij zijt mijn volk niet". Eveneens ter plaatse wordt gezegd: "Gij zijt mijn volk". Als God verdeelt zijn alle wereldbeheersers erbij. Zij kenden de raad Gods ten aanzien van Israël.

De hemelvorsten, de wereldbeheersers, die over de Kanaãnieten gesteld waren, hebben getracht te beletten, op alle mogelijke wijze, dat Israël zijn erfenis in bezit kon nemen.

Cham heeft het plan van God weerstaan op alle mogelijke wijze.

De vervloekte naam "Kanaãn" werd op het door God beloofde land gelegd. Ook de vervloekte naam van de Filistijnen op het land Palestina. De Filistijnen waren Chamieten.

De Kanaãnieten zaten eerst in Babel.. Ze zijn niet zomaar een eind gaan wandelen, zonder te weten waar zij terecht zouden komen.

Dit was wel met Abraham het geval; als tegenstelling tot wat de volkeren deden. De Kanaãnieten werden geleid door hun waarzeggers, spiritisten, door horoscooptrekkerij enzovoort.

Hoe gebeurde dit?

Ezechiël 21:21 - De koning van Babel gaat uit om veroveringsoorlogen te maken.

Vers 20 - Hij gaat naar Rabba, de hoofdstad van de Ammonieten en trekt op tegen Juda.

- Want de koning van Babel zal aan de tweesprong staan, aan het begin van twee wegen en waarzeggerij plegen; hij zal de pijlen schudden; hij zal de terafim (huisgod) raadplegen; hij zal de lever van een offerdier bezien.

vers 22 - In zijn rechterhand zal het lot zijn, dat Jeruzalem aanwijst. Hij heeft van alles gedaan, maar iedere keer was het: "je moet naar Jeruzalem". Nebukadnezar kwam niet toevallig naar Jeruzalem, maar hij werd geleid door waarzeggers; door de geestenwereld.

Dit deden de heidense volken allemaal; geen enkel volk ging zomaar op stap.. Eerst werd de leiding van de goden der volkeren gevraagd. Toen de volkeren verdeeld werden, lagen alle windstreken voor de Kanaãnieten open. Zij trokken hun pijlen uit de pijlkoker of haalden de raad der goden uit een offerdier. Ook raadpleegden zij de huisgoden (terafim) en de sterren (Deut. 4:19).

Ook de wijzen uit het oosten raadpleegden de sterren.

Deuteronomium 4:19

- en dat gij ook niet uw ogen opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heir des hemels aan ziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here uw God heeft toebedeeld aan alle volkeren onder de hemel

Hier waarschuwt de Here zijn volk Israël.

De heidenvolken keken naar de hemel en verbonden de sterren met hetgeen erachter zat; vandaar dat de geestenwereld vaak met sterren wordt aangeduid.

De wijzen uit het oosten zijn de oorzaak geweest van de vlucht van Jozef en Maria met het kind Jezus. Zij zijn er de oorzaak van geweest dat Herodes Jezus wilde doden. Vandaar de kindermoord.

Het waren magiërs, tovenaars.

Abraham deed het anders. Hij liet zich leiden door de Geest van God; hij wist niet waar hij komen zou.

Hebreeën 11:8

- Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.

De Kanaãnieten zaten op de grond des Heren. Als Abraham het land binnenkomt, ontbrandt de strijd in Kanaãn; allereerst in de hemelse gewesten tussen de God van Abraham, Izak en Jakob én de goden der volken. Deze goden der volken zaten bij massa geconcentreerd in het kleien stukje land: het erfdeel des Heren.

De aartsvader Abraham krijgt, als hij in Kanaãn komt, de verzekering van God, dat dit land zijn eigendom zou worden, voor zijn nagelslacht.

Gen.12:6 - En Abraham trok het land door tot de plek bij Sichem

Ik vind dit merkwaardig. Abraham trok tot de voor de inwoners bekende plaats, het beroemde oord, tot de terebint More.

More betekent: waarzegger, onderwijzer. Op deze plek kwamen de inwoners van Sichem bijeen, om onder het ruisende bladerdak, de stem van hun god te horen. Kanaãn was bedekt met bossen. In deze bossen werd de natuurgodsdienst bedreven. In de geschiedenis van Abraham lees je nergens iets over de Baälsdienst, omdat de zonde der Ammonieten (ander woord voor Kanaãnieten) nog niet "vol" was. Deze zonde moest als het ware als een vuilnisbelt groeien tot aan de hemel. Het duurde nog 400 jaar.

Genesis 15:9-11

- En Hij zeide tot hem: "Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif

- Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkaar, maar het gevogelte deelde hij niet.

- Toe de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abraham ze weg.

Dit betekent: "Abraham, Ik sluit een verbond met je; dit is voor jou"! De roofvogels hadden het op dit erfstuk gemunt.

De oude vertaling spreekt van aasgieren. Deze aasgieren (reuzenvogels) zijn een beeld van de geweldgeesten, de wereldbeheersers dezer duisternis. Deze trachten zich meester te maken van het erfdeel. Ze stortten zich daarop. Abraham jaagt ze weg.

Onze taak in de hemelse gewesten is om de machten der duisternis , deze aasvogels, weg te jagen.

Dit doen de engelen niet. Engelen wonen door elkaar; net zo als iemand, die de Heer dient, in een straat kan wonen waar ook een atheïst en een vloeker wonen. Dit is in de hemel ook zo.

Als de zonen van God er komen, gaat het verkeerd met de duisternis

Openbaring 12:7 - en er kwam oorlog in de hemel.

In het land Kanaãn waren ontzettend veel plaatsen met vestingmuren . In de tijd van Abraham was dit nog niet zo. Als er in die tijd gevochten werd, gebeurde dit in het open veld (Genesis 14).

Als Jozua het land binnenkomt zijn deze vestingmuren overal aanwezig. Het betekent, dat er in dat land geen gevestigde orde is. In de middeleeuwen was dit in ons land ook zo. De ene stad stond tegen de andere op. De ridders zaten in hun versterkte burchten.

In het land Kanaãn waren veel hemelvorsten geconcentreerd, doch deze zijn onderling verdeeld. Deze hemelvorsten vielen als aasgieren op het land Kanaãn aan. Toe Jozua het land binnentrok, had iedere stad zijn eigen Baãl. Baãl betekent heer of bezitter.

De Kanaãnieten bevonden zich in de geschiedenis in opper- en nederGalilea. Ook het gebied van Tyrus en Sidon in Fenicië valt hieronder. Zie ook het boek Richteren. (Raadpleeg een bijbelse atlas).

Hannibal was een Fenicische veldheer; één van de beroemdste ter wereld. Hanni-Baãl: geschenk van Baãl. Johannes: geschenk. De Feniciërs waren zeevaarders. Ze hebben Carthago gesticht. Hannibal stak van Carthago over naar Spanje en is vanuit Spanje Italië binnengevallen. Hij trok over de Alpen. Men noemt dit in de geschiedenis: de Punische en Fenicische oorlogen.

De Feniciërs hadden zich gezet aan de noordkust van Afrika, aan de Middellandse zee. Er was een rijk rond Carthago ontstaan.

Er zijn tal van Baãls. Baãl-Berith van Sichem is zeer bekend.

Dit is de verbondsbaãl. Er waren vijf steden die een verbond hadden gesloten voor de veiligheid. De voornaamste hiervan was Sichem Deze vijf steden hadden Baãl-Berith gemeenschappelijk.

Richteren 8:33

- Nadat Gideon gestorven was, gingen de Israëlieten opnieuw overspelig de Baãls nalopen en maakte Baãl-Berith tot hun God.

Overigens had iedere koning zijn eigen Baãl.

Baãl-Zebub is ook heel bekend; bijgenaamd: de god van Ekron.

Koning Ahazia raadpleegt Baãl-Zebub, als hij ziek is (2 Kon.1).

Baãl-Zebub is een vliegengod. In vers 3 zegt Elia: :"Is er dan geen God in Israël, dat gij boden zendt om Baãl-Zebub, de god van Ekron, te raadplegen?"

Het land werd geteisterd door vliegen. Baãl-Zebub verwekte deze vliegen. Hij was de vader van de oogziekte, die veel voorkwam in dit land. Baãl-Zebub was de voortbrenger; hij was ook degene die de mensen moesten aanroepen. Zij moesten offeren om hem te vermurwen, de vliegen weg te jagen.

Als Jezus duivelen uitdrijft, zeggen de farizeeërs: "Hij doet dit door Beëlzebul, de overste der duivelen (Mattheüs 12:24.

Ze beschuldigen de Heer ervan, dat Hij dit doet door de kracht van Beëlzebul. De Griekse vertaling heeft vaak Beëlzebub.

Beëlzebul is: heer van de (hemelse) woning. b: heer van de vliegen.

De profeten gebruiken het woord "nahoereren": overspel in de geestelijke wereld. De psalmist zegt: "Gij roeit hen uit, die afhoereren". De Baãlsdienst van de Israëlieten is niet alleen een trouwbreuk aan Jahwe, maar tegelijkertijd een zwelgpartij in de onzedelijkheid. De onzedelijkheid is een kenmerk geworden van het Kaãnietische leven.

Jeremia 2:20b - Want op elke hoge heuvel en onder elke groene boom legt gij u in ontucht neder.

Dit gebeurde natuurlijk en geestelijk. Als men naar de Baãltempel ging, legden de vrouwen zich neer en elke passant was welkom. Dit was voorgeschreven. De afgodendienst had daar de gruwelijkste vormen aangenomen. Bijvoorbeeld de travestie. Dit wil zeggen, dat de man zich kleedt in vrouwenkleren en de vrouw kleedt zich in mannenkleren. Het ging om de zonden, die zijn bedreven met deze verkleedpartij. De maangodin Astarte heeft een baard; hier komt de travestie naar voren.

Deuteronomium 22:5

- Een vrouw zal geen manskleren dragen en een man geen vrouwen kleed aantrekken, want ieder die deze dingen doet, is de Here uw God een gruwel.

De oude orthodoxie heeft deze tekst uit zijn verband gerukt.

Vandaar, dat een meisje geen lange broek mocht aantrekken, want dit waren manskleren. Hier wordt niet begrepen wat Mozes bedoelde.

Mozes zag de afgodendienst, dat mannen en vrouwen sex bedreven op een tegennatuurlijke wijze. Daarom zegt hij: "Als je dit doet is het de Here uw God een gruwel"!

Het ging niet om de kleren, maar om hetgeen erachter zat, waar het mee verbonden was. De Baãlspriesters staken zich met messen, zodat het bloed er afdroop. Ze riepen uit: "Baãl, hoor naar ons!".

De Baãlsdienst was ook verbonden met het offeren van kinderen.

Jeremia 19:5 - Ze hebben de hoogten van Baãl gebouwd om hun kinderen als brandoffers met vuur te verbranden voor de Baãl.

Naast de Baãlsdienst was er de Baãla of Astartedienst: de vrouwelijke vorm. Astarte was de godin van de passieve vruchtbaarheid.

Baãl is de god van de actieve vruchtbaarheid.

De Astartedienst is in het bijzonder verbonden met een tegennatuurlijke zonde. Al de heidense godsdiensten hebben vrouwelijke vormen . Het is merkwaardig, dat men vandaag aan de dag deze vrouwelijke vormen weer aan het invoeren is. Het is zuiver heidendom.

Alleen Israël en het christendom kennen geen vrouwelijke vorm van de godheid.

=======

=====

===

 

LES 11 (les 3/SERIE 2/ 19-11-83)

De kernzonde van Kanaãn was, dat het op de grond des Heren zat.

Dit is iets satanisch. De duivel probeert recht uit te oefenen op de plaats waar hij dit niet mag doen. Kanaãn is hier een duidelijk voorbeeld van.

Dezelfde gedachten vinden we in Numeri 16:3: de opstand van Korach , Dathan en Abiram tegen Mozes.

Zij zeggen: "Waarom verheft gij u boven de gemeente des Heren? Zij allen zijn heiligen en de Here is in hun midden".

Mirjam, de zuster van Mozes, doet hetzelfde: "Heeft de Here soms uitsluitend door Mozes gesproken?". De gedachte is steeds: "Waarom jij alleen en wij niet?".

Kanaãn zet zich in het beloofde land en noemt het land naar zichzelf.

In deze les gaan wij de parallellen bekijken.

Hethieten, Amorieten, Ferezieten, Hevieten en Jebusieten zijn allen Kanaãnieten.

Bij ons zijn zowel Friezen als Zeeuwen Nederlanders.

God had reeds onder Jozua tegen zijn volk gezegd: "Je moet deze volken verdrijven of uitroeien".

Deut.20:16-18

- Maar uit de steden van deze volken die de Here, uw God, u ten erfdeel zal geven, zult gij niets wat adem heeft in leven laten.

- maar gij zult ze volledig met de ban slaan, de Hethieten, .... en de Jubusieten, zoals de Here, uw God, geboden heeft.

- opdat zij u niet leren te doen naar al de gruwelen, die zij voor hun goden doen, zodat gij tegen de Here, uw God, zoudt zondigen.

Richteren 1:28

- Toen Israël sterk geworden was, verplichtte het de Kanaãnieten wel tot herendienst, maar verdreven heeft het hen niet.

Hier lezen we dat het volk van God zijn taak niet of onvolledig heeft uitgevoerd en niet tegen zijn vijanden bestand was. Het volk was nalatig.

In vers 29,30 lezen we dat de vijand in hun midden bleef wonen.

Dit had tot gevolg dat de kinderen Israëls deden "wat kwaad was in de ogen des Heren". Dit lezen we telkens weer.

3:5,6 - De Israëlieten namen zich hun dochters tot vrouw en gaven de eigen dochters aan hun zonen en dienden hun goden.

2:11 - Toen deden de Israëlieten wat kwaad was in de ogen des Heren en gingen de Baãls dienen. Dit alles is historie.

1 Kor.10:6 - Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden.

De parallel vinden wij bij het Israël Gods.

De gemeente heeft de taak om in de hemelse gewesten de engelen die daar onrechtmatig zitten, te verslaan en te verdrijven. Wij moeten zeker geen bondgenootschap met deze boze engelen aangaan.

De geschiedenis van de kerk loopt parallel met de geschiedenis van Israël. Onder de Godsman Jezus wordt een begin gemaakt met het uitroeien van de vijanden des Heren.

Richteren 2:7

- Het volk diende de Here gedurende heel het leven van Jozua en van de oudsten die Jozua overleefden, en heel het grote werk gezien hadden, dat de Here voor Israël had gedaan.

- En Jozua, de zoon van Nun, de knecht des Heren, stierf ....

vers 11 - Toen deden de Israëlieten wat kwaad was in de ogen des Heren en gingen de Baãls dienen.

vers 10 - Nadat ook dat hele geslacht tot zijn vaderen vergaderd was, kwam na hen een ander geslacht op, dat de Here niet kende ....

Hier begint het! Jozua heeft de Here gediend; ook het tweede geslacht, de oudsten, die Jozua opvolgden hebben dit gedaan, maar het derde geslacht heeft het erbij laten zitten.

Het nieuwe verbond is begonnen met Jezus, de betere Jozua.

Hij is onze grote Aanvoerder in de strijd tegen de geestelijke Kanaãnieten, die wederrechtelijk in de hemelse gewesten wonen. Zij horen daar niet en moeten eruit!

De apostelen hebben het werk van Jezus voortgezet. Na de apostelen komt de grote afval. We zien duidelijk de parallel:

Jozua - zijn "apostelen" - daarna de grote afval.

Jezus - zijn apostelen - daarna de grote afval.

De grote afval begint ongeveer 150 tot 200 jaar na Christus.

Numeri 33:55 - (Wat gebeurt er als je de vijanden laat zitten?)

- Maar indien gij de bewoners van het land voor uw aangezicht niet verdrijft, dan zullen degenen die gij van hen overlaat, tot dorens in uw ogen en tot prikkels in uw zijden zijn, en zij zullen u benauwen in het land waarin gij woonachtig zijt.

vers 56

- Dan zal Ik met u doen, gelijk Ik gedacht had met hén te doen.

In de geschiedenis van de kerk hebben de boze geesten vrij spel gehad. Zij werden het volk Gods tot dorens in de ogen en tot prikkels in de zijden. Het volk van God werd zwaar geschonden.

Voor vele afvalligen gold en geldt: "Ik zal met hen doen, gelijk Ik gedacht had met de Kanaãnieten te doen". Dezulken worden uitgeroeid. Jezus Christus zal tegen hen zeggen: "Gaat heen, gij vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen is bereid (Mattheüs 25:41).

Ook hier zien we de parallel!

Het eeuwige vuur is niet voor de mens bereid, maar voor de duivel en zijn engelen. Toch zendt Jezus deze vervloekten naar het eeuwige vuur; nu komt de mens tóch eeuwig op die plaats, die niet voor hem bestemd was. Als de mens is verbonden met de boze engelen , komt hij op de plaats waar hij niet hoort.

Het boek Openbaring schildert ons het einde van de wereldkerk.

Openbaring 17:1,2

- .... zeggende: Kom hier, Ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit aan vele wateren, met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, ....

Hier zien we hetzelfde verschijnsel dat we bij Israël zagen.

De Israëlieten namen zich de dochters der Kanaãnieten tot vrouwen. De kerk heeft gehoereerd met de koningen der aarde.

Dit wil zeggen, dat de wereldbeheersers der duisternis in de geschiedenis der kerk voortdurend kontakt hadden met de kerkvorsten. De kerk werd door deze kerkvorsten geregeerd; zij waren de machthebbers in de kerk. Zij hebben zich in geen enkel opzicht aan de doelstelling van God gehouden: "... opdat de mens Gods volkomen zij en tot alle goed werk volkomen toegerust" (2 Tim.3:17).

Bij hen was het een zaak van heerschappij voeren, van geweld. Het was een wereldse zaak. De bisschoppen trokken er gewapend op uit om heerschappij in deze wereld te hebben. De bisschop van Utrecht streed tegen Jan van Arkel en anderen. Dit waren de hertogen van Gelderland.

De doop in de Heilige Geest verdween en de duivelen werden niet meer verdreven en bleven dus zitten op de plaats waar zij niet hoorden te zijn. De strijd in de hemelse gewesten is gestaakt. Je kunt zeggen: "Tot op de huidige dag". We zitten ongeveer 2000 jaar in hetzelfde schuitje als het volk Israël destijds.

Als de kerk de strijd in de hemelse gewesten staakt, gaat men strijden op aarde. Heel bekend in de geschiedenis is de strijd tussen paus en keizer. Ongeveer tot de tijd van Napoleon was de paus de baas in Europa. Als Napoleon tot keizer wordt gekroond, pakt hij de paus de kroon uithanden en zet hem zelf op. De keizers werden altijd door de paus gekroond; o.a. Karel de Grote.

Men spreekt van staatskerken. Deze kerken waren verbonden met de wereldvorsten der duisternis. Op deze wijze hadden deze wereldvorsten vat op de kerk. Er staat: "Zij heeft gehoereerd met alle koningen der aarde". Als er oorlog uitbrak, zegende de kerk de wapens van de koning. Aan de andere kant zegende de kerk ook de wapens van de tegenstanders. De R.K.K. heeft naar aardse macht gejaagd; tot vandaag aan de dag gebeurt dit.

Men moet met de paus rekening houden vanwege zijn politieke macht. Het Vaticaan is een staat met een eigen regering, een eigen postzegel, eigen soldaten enz.. Het betekent niet veel, maar men houdt dit vast om te laten zien dat men macht heeft. Alle grote landen van de wereld hebben op het Vaticaan hun gezantschappen. De paus wordt met sleutels afgebeeld. Hij heeft wereldlijke- en geestelijke macht.

Op deze wijze is de kerk tot hoer geworden. Zij heeft zich verbonden met alle mogelijke geesten in de hemelse gewesten. De kerk gaat met deze geesten ten onder. Het grote Babylon, de hoer, gaat ten onder omdat zij een prooi wordt van de machten der duisternis, waar zij zelf zich mee heeft verbonden. Zij zit aan vele wateren.

Met deze parallellen wil ik aantonen dat het oude verbond een licht werpt op het nieuwe, opdat wij niet in hetzelfde kwaad zouden vallen.

De felste Kanaãnieten zitten aan de noordgrens.

Jeremia 1:14 zegt: "Het kwaad komt uit het noorden".

Ik denk hierbij aan de geschiedenis uit Richteren 4 . Jabin, de koning van Kanaãn, regeerde te Hasor, gelegen in de meest noordelijke punt van Kanaãn. Deze koning heeft een krijgsoverste: Sisera . Hij woont in Haroseth-Haggojim, vlakbij de Karmel, waar in onze tijd Haifa ligt. Onder leiding van Barak en Debora, de profetes, wordt Sisera verslagen. Een vrouw jaagt een pin door het hoofd van Sisera, die in haar tent komt.

In het lied van Debora wordt vermeld, dat de Here meewerkte door tekenen en wonderen; de sterren des hemels streden mee vanuit hun banen (Richteren 5:20).

Iedere keer als het volk Israël de Baãls gaat dienen en aan de Kanaãnieten wordt onderworpen, zendt God een richter om het volk er weer uit te halen.

In de kerkgeschiedenis zien wij dit ook. Als er een grote afval is , komen er op het dieptepunt daarvan de revivals; bijvoorbeeld de reformatie en de opwekkingsbewegingen. Telkens komen er bewegingen waardoor het volk van God weer nieuwe moed en kracht ontvangt.

In de duistere middeleeuwen waren er de Lollarden in Engeland, de Camisards in Frankrijk, de Albigenzen in Zuid-Frankrijk en de Waldenzen in Noord-Italië. Deze mensen hadden ook de geestelijke gaven. Omstreeks 1300 waren er toch uitingen van een dicht kontakt met God. In Tsjechoslowakije waren de Hussieten. In Rusland waren kleine groepen Mennonieten, die oprecht de Heer dienden temidden van de grote Russische kerk.

 Al deze mensen zijn door de kerk vervolgd. In ons land waren de Doopsgezinden, ofwel Dopersen. Deze mensen lieten zich op volwassen leeftijd dopen. Alle martelaren waren doopsgezind. In Zwitserland was de derde reformatie van Luther, Calvijn en de Doopsgezinden. Deze groepen werden totaal uitgemoord. Zwingly, de reformator, heeft de Dopersen uitgeroeid. Ook Luther was fel tegen de Dopersen gekant. Hij wilde een staatskerk; hij sprak: "Wiens land, wiens godsdienst".

Als de keurvorst protestant was, moesten de mensen ook protestant zij; was hij R.K. dan moest iedereen Rooms zijn.

In de hele geschiedenis bemerk je dat een overblijfsel bewaard is gebleven, een rest.

In het noorden van Kanaãn is Sidon gelegen.

Sidon was de oudste zoon van Kanaãn (Genesis 10:15).

- Kanaãn verwekte Sidon, zijn eerstgeborene.

"Zijn eerstgeborene" staat er hier nadrukkelijk bij. De machten die zijn vader hadden bezet, werken in hoge mate in dit geslacht.

De nakomelingen van Sidon vestigden zich aan de Middellandse Zeekust. Je kan zeggen: "Dit is de grens, hier wonen de ergsten". Vandaag aan de dag is dit het hart van de Libanon. Later wordt Sidon door Tyrus verdrongen. Toen Sidon de grootste stad was, werd het land Sidonië genoemd. Hier woonden de Sidoniërs. Als Tyrus de grootste stad wordt, spreken we van Tyriërs. Sidon komt als havenstad tot grote bloei. De Phoeniciërs, die daar woonden, noemde men Sidoniërs. Het boek Richteren spreekt over Kanaãnieten.

 In Marcus 7:24 lezen we over de Syro-Phenisische vrouw.

In Matth.15:22 wordt zij de Kananese vrouw genoemd.

Dit is merkwaardig, de Kananese, is een historische naam.

Voorbeeld: Ik ben in Leeuwarden geweest en ontmoette daar een Saksische vrouw. Wij gebruiken dit woord niet. Het is een archaïsme: een verouderde uitdrukking.

Mattheüs noemde haar "de Kananese", om te laten zien dat zij uit het vervloekte geslacht was, het geslacht dat nergens recht op had . Jezus zegt haar dit, maar ze antwoordt: "Ik weet dat ik nergens recht op heb, maar de honden eten mee van de kruimels, die van de tafel van hun meesters vallen". Zij noemde zichzelf een hónd.

Denkend aan Hebreeën 11, kunnen we zeggen: "Door het geloof heeft deze vrouw een getuigenis bekomen".

Ze kreeg een getuigenis van iets dat later volledig zou zijn, als Jezus Christus al de grenzen wegvaagt tussen Semieten, Jafethieten en Chamieten. Hij heeft alle muren des afscheidsels verbroken.

In Christus is geen scheiding meer tussen volken en rassen; zij zijn "in Christus" allen één. Christus heeft állen aangenomen en Hij diskwalificeert geen enkel ras.

Paulus zegt: "In Christus is geen onderscheid tussen man en vrouw, Jood en Griek, barbaar en Skyth, besneden of onbesneden, slaaf of vrije". Ook de rassenkerken zijn "in Christus" een onmogelijkheid. Je blijft wel neger, Indiaan of Hollander, etc. maar je kunt "In Christus" niet meer zeggen: "Wij kunnen niet samengaan". Als mensen worden gescheiden vanwege hun ras, komt dit omdat de machten der duisternis hen scheiden.

De wereldbeheersers der duisternis zijn elkaar vijandig gezind.

Er zijn ook volkskerken: de Anglicaanse kerk (Engelse kerk), de Russische kerk, etc..

In ons land was de Nederlands Hervormde kerk vroeger een staatskerk. In Staphorst is de kerk een bolwerk van streekgeesten. De kenmerken waardoor deze mensen een aparte groep vormen, wordt door de kerk in stand gehouden (o.a. klederdracht), terwijl de kerk juist deze verschillen zou moeten laten verdwijnen.

 1 Koningen 16:30 - (Achab, de meest goddeloze koning van Israël).

- Achab, de zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des Heren , meer dan allen, die voor hem geweest zijn.

- het minst erge was dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat (kalverendienst), maar hij nam tot vrouw Izebel, de dochter van Etbaãl, de koning van de Sidoniërs en hij ging de Baãl dienen.

Etbaãl: begunstigd door Baãl.

Izebel roeide de profeten des Heren uit. Haar dochter Athalia roeide heel het huis van David uit. Alleen de kleine Joas ontsnapte.

2 Koningen 11:1

- Toen Athalia, de moeder van Ahazia zag, dat haar zoon dood was, maakte zij zich op en bracht het gehele koninklijke geslacht om.

Dit was ook een aanval op Christus; Hij kwam uit het Davidische huis.

In Openbaring 2:18-23 wordt gesproken over de vrouw Izebel, die beweerde een profetes te zijn. Zij verleidde sommige gemeenteleden te Tyatira om te hoereren en afgodenvlees te eten. Dit is de typische zonde van Kanaãn. De geest van deze vrouw vind je terug in de kerk en is verbonden met de vijandige geestenwereld die de gelovigen heeft vervolgd.

Izebel: de vrouw met valse gedachten, valse leringen, dwalingen.

Later gaat de heerschappij over van Sidon op Tyrus.

Toen Salomo de tempel ging bouwen, ging hij een bondgenootschap aan met Huram, de koning van Tyrus (2 Kronieken 2 .

Alle beroemde bouwwerken van Salomo: de tempel, het Libanonhuis, zijn paleis en troonzaal, waren werken van de Sidoniërs.

Koning Huram zond Huram-Abi naar Salomo. Hij was een architekt uit een gemengd huwelijk. Hij was de zoon van een vrouw uit het volk Israël en zijn vader was een Kanaãniet.

Het gemengde huwelijk wordt ten zeerste veroordeeld door Ezra, de eerste schriftgeleerde. Als het volk uit ballingschap terugkeert, heeft het veel vreemde vrouwen bij zich (Ezra 9:2).

Alle vreemde vrouwen moeten worden weggestuurd mét hun kinderen hoofdstuk 10.

Paulus zegt echter: Als een gelovige vrouw een ongelovige man heeft en deze bewilligt om met haar samen te leven, dan moet deze vrouw haar man niet verlaten.

Wat in het oude verbond gold, geldt in het nieuwe verbond niet.

In het oude verbond had men meerdere vrouwen; David, Salomo, Jakob In het nieuwe verbond zou je in zo'n geval niet aan het avondmaal mogen deelnemen. Mensen als David en Salomo waren hier dan buitengesloten.

In het oude verbond hebben we te maken met een natuurlijk volk Israël, met aardse wetten. Zij moesten "aards" optreden. Een strijd in de hemelse gewesten kende men niet.

De overheid is Gods dienaresse en zij draagt het zwaard niet tevergeefs (Romeinen 13:4).

Natuurlijke mensen moeten geweld met geweld keren. Als iemand gemoord heeft of gestolen heeft, moet hij in de gevangenis worden gezet.

Mozes voerde de scheidbrief in. Hij moest het wel regelen want de mensen leefden en trouwden maar raak. Jezus haalt het aan in (Mattheüs 19:7). Als Mozes niet had ingegrepen was het hek van de dam geweest. De scheidbrief is nooit Gods bedoeling geweest, maar werd ingesteld om de hardheid van hun hart. Israël kon niet anders optreden. In het kader waarin deze mensen leefden was het een gewone zaak, dat geweld met geweld gekeerd werd. Ze moesten de vreemde volken verdrijven. Als deze volken bleven zitten moesten ze worden uitgeroeid. Israël stak gunstig af bij de omringende volken met hun uiterste goddeloosheid. Toch was Israël een volk, dat gewend was volop de goden te dienen; denk aan de woestijn.

Al wat Mozes van God ontving, lag op het niveau waarop de Israëlieten leefden .

Wij kunnen het oude niet als maatstaf nemen; wij gaan van Christus uit. Hij bracht ons de gedachten van de Vader. In dit opzicht is Jezus uniek, want de profeten hebben dit niet gedaan. Jezus bracht het evangelie van het Koninkrijk der hemelen; de oude profeten wisten hier niets van af. Zij redeneerden vanuit een heel andere levensbeschouwing. Als God de profeet iets laat zeggen, moet God iets nemen waar de profeet iets vanaf weet.

"Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen" zegt Jezus. Als je hetgeen Jezus "het Mijne" noemt, niet kent, kan God er niet uit putten om het je te verkondigen.

Iemand, die begint te profeteren en zijn bijbel niet voldoende kent, zal nooit de hoogte bereiken van iemand die zijn bijbel goed kent. De Geest kan niet uit het woord putten, als iemand niets bezit. Profeteren is niet iets automatisch, maar iets organisch: gebruik makend van de mens. Eerst moet het aperceptiemateriaal, de voorraad er zijn.

Wij kunnen uit de evangeliën halen wat Jezus heeft gezegd.

Wij kunnen bijvoorbeeld ook zeggen: "Zo heeft Paulus dit gezegd".

God had Paulus geheimenissen geopenbaard. Paulus spreekt hier dikwijls van. De openbaring aan Paulus vond mede plaats, omdat ook Jezus woorden gesproken had.

Toen Paulus in Jeruzalem was, zal hij met Petrus en Jakobus heel wat hebben besproken over de diepten van Gods woord.

De profeten van het oude verbond spraken heerlijke dingen, maar ook dingen waar wij totaal anders over denken. In het oude verbond wist men niet wat satan deed.

Ezra sprak: "Uit zo'n gemeenschap komt enkel verderf".

Onze kerk is opgebouwd uit woorden van de Heer met daarbij heel veel heidense filosofieën. Gods gedachten zijn vermengd met de gedachten van de heidenen.

De kultuur en de filosofieën zijn rechtstreeks aan het heidendom ontleend. De kerkvaders zijn doordrenkt geweest van de wijsheid van de Griekse denkers. Paulus waarschuwde al voor deze filosofieën. Alle predikanten moeten Plato en Aristoteles kennen. Aristoteles wordt in de kerk genoemd: "De meester van allen die het weten". Vooral de mensen die de dogmatiek, de kerkleer hebben gemaakt waren vol met de gedachten van Plato en Aristoteles.

Ons recht bijvoorbeeld, is gebouwd op het Romeinse recht.

Salomo heeft de tempel gebouwd met hulp van de Sidoniërs; deze hebben hun gedachtenwereld in de tempel gelegd.

Joël 3:4-6

- En voorts, wat wilt gij van Mij, gij Tyrus en Sidon en alle landstreken van Filistea (Filistijnen). Wilt gij Mij vergelding bewijzen? Want gij hebt mijn zilver en mijn goud weggenomen, mijn kostbare schatten naar uw tempels gebracht.

- en de kinderen van Juda en van Jeruzalem hebt gij verkocht aan de Ioniërs (Grieken) om hun ver van hun gebied weg te voeren.

Zo zijn wij in de kerk verkocht aan de filosofieën van de Grieken.

Dit hebben de Sidoniërs gedaan, de mensen die in verband stonden met het rijk van de duisternis.

Er staat in vers 6: "Om hun ver van hun gebied weg te voeren".

Ons gebied: de hemelse gewesten. Door de denkwereld van de Grieken zijn wij ver hiervan weggevoerd.. Geen enkele kerk heeft rekening gehouden met de hemelse gewesten. De Grieken bezaten alleen een aardse denkwereld. De kerk heeft toen de pienterste denkers van de wereld genomen: de Grieken.

In Ezechiël 28 lezen wij over de vorst van Tyrus, een mens, die geïdentificeerd wordt met de duivel zelf. Hij vertegenwoordigt de duivel als het ware op aarde, zoals David God op aarde vertegenwoordigde. Wat op aarde is, is een afschaduwing van wat in de hemel is.

Jezus bezette de troon van zijn vader David in de hemel.

De oudste zoon van de vervloekte Kanaãn, vond de duivel zelf op zijn pad. In Israël vond God het huis van David.

De duivel was het begin van de schepping van God.

Als je aan de troon van Tyrus kwam, kwam je aan de duivel.

Als je aan Davids troon kwam, kwam je aan Gods troon.

In vers 12 wordt de vorst van Tyrus aangesproken; vertegenwoordiger van de duivel: - Mensenkind, hef een klaaglied aan over de koning van Tyrus.

Vers 14 - (tot de duivel) Gij waart op de heilige berg der goden.

Dit is "ter plaatse waar God spreekt"; zie Romeinen 9:26.

Dit is de plaats waar God zijn besluit aan de hemelingen bekendmaakte. Op deze plaats had God gezegd: "Dit is mijn volk" (Israël)

Vers 16 - Van deze plaats werd de duivel verbannen.

Israël had een Godsregering; Tyrus had een duivelsregering.

Van David en Salomo wordt gezegd dat zij op de troon van Jahwe zaten.

1 Kronieken 29:23 - De regerende koning van Israël moest een beeld van God zijn. Als nazaat van David bezette Jezus Christus de troon van God (Handelingen 2:30).

Daar krijgt Jezus alle macht in hemel en op aarde. De antichrist wordt de nazaat van de koning van Tyrus. Hij is een geestelijke nakomeling van de koning van Tyrus en ontvangt rechtstreeks macht van de duivel. Hij ontleent zijn macht en kracht aan de draak.

De Baãlspriesters deden het volk van God afhoereren. De antichristelijke geest doet in het nieuwe verbond het volk Gods afhoereren.

Johannes zegt, dat er vele antichristen zijn. Zij maken het geestelijk Israël los van de troon waar Jezus op gezeten is, en van zijn woorden. De antichristen hebben leringen van boze geesten. De antichrist zet zich in de tempel Gods om aan zich te laten zien dat hij een god is (2 Thess. 2:4).

De koning van Tyrus zei dit óók.

Het land Kanaãn is altijd het strijdtoneel geweest van alle mogelijke wereldbeheersers der duisternis. De Egyptenaren, de Assyriërs, de Babyloniërs, de meden en de Perzen, zijn allen Kanaãn binnengetrokken. In natuurlijke zin is dit wel te verklaren. Kanaãn was een bruggehoofd. Het lag tussen Europa, Azië en Afrika. Al het verkeer ging via Kanaãn. Ten oosten van Kanaãn lag een grote woestijn.

Toen Egypte, de wereldbeheerser, in konflikt kwam met de koning van Babel, moest hij door Kanaãn trekken. Er was geen alternatieve route. Toen Egypte uittrok om met Assyrië oorlog te voeren, troffen de legers elkaar bij het plaatsje Megiddo. Megiddo was het slagveld van de natiën. Koning Josia bemoeide zich ermee en werd gedood (2 Koningen 23:29).

Megiddo wordt in het Nieuwe Testament Harmagedon genoemd. Dit is de plaats waar de geestelijke wereld op elkaar botst. Het volk van God gaat zich ermee bemoeien. Het Israël Gods zal de slag bij Harmagedon winnen. Het is een treffen van de antichristelijke legers met de gemeente van Jezus Christus.

Vele volkeren vielen het land Kanaãn binnen; het was een aaneenschakeling van oorlogen. Door alle dreiging heen heeft God dit volk toch op eigen grond bewaard. Christus is daaruit voortgekomen , het ware zaad van Abraham. De volkeren, die binnenvielen hebben het volk Israël naar andere landen weggevoerd. Israël is toch weer teruggekeerd uit de ballingschap.

Zo is de kerk van alle eeuwen een strijdtoneel geweest van de indringende machten der duisternis, die hun verwoestend werk verrichtten. De kerk bleef bestaan en zal tenslotte de zonen Gods voortbrengen. Daniël zegt, dat de vijanden zijn binnengedrongen in het sieraaadland.

Ook de machten der duisternis zijn in het sieraadland, de kerk, binnengedrongen. Op een gegeven ogenblik zullen we van al onze vijanden zijn verlost en zullen we de Heer al de dagen van ons leven dienen, zonder vreze (Lukas 1:74,75).

Een Jood leest: "van onze aardse vijanden"; wij lezen: "van al onze hemelse vijanden".

Dit is het verschil tussen het oude en het nieuwe verbond.

"Gezegend zij de Here, de God van Sem" en "Vervloekt is Kanaãn".

Noach ziet in een vergezicht dat de aarde ondergaat. De wereld wordt gered door de nakomelingen van Sem. Uit zijn geslacht komen de Erfgenaam en de erfgenamen van de heilsgoederen, die God gaat schenken.

De Transcriptievertaling zegt: "Geprezen zij de Here als God van Sem". God: Inspirator. Dus: "Geprezen zij de Here omdat Hij Sem inspireert". De Kanaãnieten werden door de duivel geïnspireerd. Abraham kwam uit Sem; hij was een Semiet. Sem: naam.

De Allerhoogste, de Schepper van hemel en aarde, is verbonden met de naam van Sem.

Mozes was de god, de inspirator, van Aãron.

Omdat Sem de gedachten, de inspiraties van God overnam, bewaarde hij de náám van God. Sem: man van naam.

Gods naam wordt door zijn werken grootgemaakt. Als Gods naam wordt grootgemaakt, zal Hij worden grootgemaakt in de mens, die Hij gemaakt heeft. Daarom mislukt de mens niet. God is een kompetente Schepper. Dat wil zeggen: "God kán het". God maakt geen rommel. Als Hij zegt dat de mens goed is, ís de mens ook goed.

Dit zal blijken uit het feit dat de mens eenmaal het doel van God zal bereiken; de mens zal zitten op de troon van God. Dan wordt Gods naam verheerlijkt. God heeft bij de schepping gezegd: "De mens wordt mijn beeld en mijn gelijkenis.

Er wordt vaak gezegd: "Waarom grijpt God niet in in het wereldgebeuren; waarom laat Hij dit allemaal toe?".

God zegt: "Ik grijp niet in, want de méns moet dit gaan doen.

De mens zal eenmaal de aarde herstellen en bevrijdden van de vloek .God kán het wel, maar zijn schepping, de mens, moet dit doen; anders zou God geen kompetent Schepper zijn. Hij maakt zich naam door middel van de mens.

Johannes zegt: "Als Hij zal geopenbaard zal zijn, zullen we Hem gelijk wezen". Dit is: naar Zijn beeld en gelijkenis.

Er komt een mensheid die "het Gode gelijk zijn geen roof zal achten". De ene mens Jezus Christus is er al: de méns Gods.

Bij de vernieuwde mensheid is Gods naam in het binnenste van de mens geschreven. Jezus Christus krijgt een naam bóven alle naam. Er is een belofte dat de naam van God zal worden geheiligd door het zaad van Sem: "Uw naam worde geheiligd".

Een antisemiet is een vijand van Jezus Christus.

De naam van God komt naar voren in al zijn schittering, in een volkomen afscheiding van al het slechte. Zijn naam wordt geheiligd als wij in deze naam opgenomen zijn. Wij zeggen: "God is enkel goed". Gods naam zal in het denken van zijn volk van al het slechte gescheiden zijn.

Wij associëren de naam van God niet met geweld en verdrukking, maar met het goede, met heerlijkheid, met het harmonieuze.

Wij aanbidden de naam van God. Een god is een inspirator en een voorwerp (wezen) van aanbidding.

Israël moest op aarde de naam van God bewaren. Deze naam van God dreigde weg te vallen. Als Israël er niet was geweest, was Gods naam niet bewaard gebleven. De Israëlieten waren Semieten naar het vlees. Israël was een natuurlijk volk.

De zonen van Abraham, de Semieten, zouden de weg des Heren bewaren door gerechtigheid en recht te doen (Genesis 18:19).

Dit wil zeggen, dat zij God moesten verbinden met het goede.

Jezus Christus is de allergrootste uit het geslacht van Sem.

Wie in Hem is, ontvangt een nieuwe naam. Deze nieuwe naam is verbonden met het wezen van God, want Gods naam ligt in zijn wézen.

De oude naam is verbonden met de afkomst op aarde.

De nieuwe naam is verbonden met de hemelse afkomst.

Als je "in Christus" bent, heb je een nieuwe naam ontvangen en kun je jezelf een Semiet noemen. Wie de Heer niet liefheeft is een antisemiet. Paulus zegt in 1 Korinthe 16:22: "Indien iemand de Here niet liefheeft, hij zij vervloekt". Deze mens is een geestelijke Kanaãniet.

De naam van Sem functioneert op het ogenblik in de hemelse gewesten. De tenten van Sem staan in het nieuwe Jeruzalem, de stad der rechtvaardigen, waar Jezus zijn volk bijeen vergadert gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels.

Openbaring 3:12

- Wie overwint, hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel van mijn God en hij zal niet meer daaruit gaan; en Ik zal op hem schrijven de naam van mijn God (Sem!) en de naam van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel neerdaalt, en mijn nieuwe naam. (Jezus!).

In het nieuwe Jeruzalem zijn de bestuurders van een nieuwe wereld. Zij dragen de naam van Jezus Christus, wiens naam is boven alle naam. Zij zitten met Hem op de troon. Daarom zullen zij ook in staat zijn om 1000 jaar met Christus te regeren.

De nieuwe naam is een regerende naam; het is een vorstenhuis.

Er staat: "Wie overwint, hém zal Ik maken ....".

Met Christus vormen zij het bestuur van de stad Gods. Jezus Christus is bezig om zijn parlement te vergaderen. Dit moet eerst geschieden voordat de wereld hersteld kan worden. Als er hersteld wordt, moet dit van bovenuit gebeuren.

 De naam van een schilder komt uit in het schilderij dat hij schildert. Als dit schilderij nog niet af is, komt de naam van de kunstenaar er niet helemaal uit.

De naam van de Schepper komt uit in zijn schepping, waarvan de mens het hoofd is. Eerst moet de mens herstellen; daarna wordt ook het dierenrijk en de ganse aarde hersteld. Gods naam komt tevoorschijn uit zijn werk; als alles is voltooid op de wijze zoals God dit in zijn gedachten had; zich dit heeft voorgesteld.

Paulus zegt: "Wij zijn van Gods geslacht". Dit is in de geestelijke wereld. Op aarde zijn wij van Adams geslacht.

Het geslacht van God zal de Kanaãnieten verdrijven uit de hemelse gewesten. Als er oorlog in de hemel komt, is de gemeente van Jezus Christus hiermee begonnen. Als wij niet beginnen, gebeurt er in de hemel helemaal niets. Wij voeren deze oorlog met het zwaard van de Geest, het woord van God. Het is een geestelijke strijd. Wij zijn de mond van God. God doodt de vijand door de adem van zijn mond, door middel van de mens. God wacht af tot wij ons beschikbaar stellen.

Ook vandaag de dag komen allerlei volken de Libanon binnen. Als de ene vijand eruitgeslagen is, komt de andere binnen. Ook nu is deze plaats een bruggehoofd. Tot op vandaag werken de machten van de duisternis door. De ordenende wereldgeesten hebben er niets meer te vertellen; zij kunnen het niet meer bolwerken.

In 1976 was het het rijkste land van het Midden-Oosten, met een enorme gouddekking. Alle industrieprodukten van het westen gingen via Beiroet naar de Arabische wereld.

Ook de vrouwenhandel vanuit West-Europa, ging via Beiroet naar de harems. In de Bekavallei ligt de hoofdstad Baãlbek. In deze vallei verbouwt men gewassen, die marihuana en hasjisj leveren.

Het land is een centrum van handel in verdovende middelen en de vrouwenhandel. Dezelfde geesten als vroeger beheersen deze streek. Het is in overeenkomst met de gehele geschiedenis van dit land.

 ======

LES 12 (les 1/SERIE 3/ 14-01-84)

Exodus 3:1-6a

- Mozes nu was gewoon de kudde van zijn schoonvader Jethro, de priester van Midian, te hoeden. Eens toen hij de kudde naar de overkant van de woestijn geleid had, kwam hij bij de berg van God, Horeb.

- Daar verscheen hem de Engel des Heren als een vuurvlam midden uit een braamstruik. Hij keek toe, en zie, de braamstruik stond in brand, maar werd niet verteerd.

- Mozes nu dacht: Laat ik toch dat wondere verschijnsel gaan bezien, waarom de braamstruik niet verbrandt. Toen de Here zag dat hij het ging bezien, riep God hem uit de braamstruik toe: Mozes, Mozes! En hij antwoordde : Hier ben ik.

- Daarop zeide Hij: Kom niet dichterbij. Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat, is heilige grond.

- Voorts zeide Hij: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob.

Vers 14

- Toen zeide God tot Mozes: Ik ben die Ik ben. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden.

- Voorts zeide God tot Mozes: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: De Here, de God van uw vaderen, de God van Abraham, de God van Izak en de God van Jakob is mij verschenen en heeft gezegd: Dit is mijn naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht.

Lees ook Exodus 4:2-7!

Mozes staat op heilige grond. Als ik dit lees, denk ik altijd aan Romeinen 9:26 - En het zal geschieden ter plaatse, waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God.

"Ter plaatse"; er is een plaats waar God spreekt, waar Hij zijn gedachten uit. Deze plaats is uiteraard niet op aarde, maar in de hemel, in de geestelijke wereld. God heeft gedachten en op zeker ogenblik maakt Hij die bekend, ook aan de engelenwereld.

God verzamelt zijn volk. Jezus doet dit ook. Hij heeft, als beeld, zijn volk in het aardse Jeruzalem willen vergaderen (Matth.23:37).

Nú verzamelt de Heer zijn volk in het nieuwe Jeruzalem (Hebr.12:22,23). Dit volk bestaat geheel uit rechtvaardigen. Het nieuwe Jeruzalem is de stad van de rechtvaardigen, de stad van de grote Koning; ver in het noorden.

Vers 3b - De berg Sion, ver in het noorden.

Jesaja 14:13b - De berg der samenkomst (berg der goden), ver in het noorden.

Jeruzalem ligt in het meeste noordelijke punt van Juda. Juda is de eigenlijke stam: "Juda gij zijt het!". De berg Sion en de Olijfberg waren ook in het noorden van Juda gelegen. De berg Sion is het beeld van het hemelse Sion.

Job 1 spreekt over een dag dat God de goede en kwade engelen om zijn troon verzamelt: de zonen Gods. Dit is een groep voorname engelen waarvan de aartsengelen de allervoornaamste zijn. Ook de duivel staat er tussen in.

God is geest; Hij is de Vader der geesten. Alle geesten komen uit God. Deze engelen worden "zonen Gods" genoemd omdat zij ook uit God geboren zijn. Ook wij zijn zonen Gods, als wij onze plaats in de hemel bewust hebben ingenomen. Als je uit God geboren bent, ben je een zoon van God. Ook de Heilige Geest gaat van God uit. De heilige engelen zijn 'geest en leven'. Als wij de woorden van God in ons hebben en wedergeboren worden door het woord van God, dan zijn wij ook 'geest en leven'. Zonen Gods zijn dus zowel mensen als engelen, die hun plaats in de hemelse gewesten innemen.

Als je je de hemel moet voorstellen, kun je niet zeggen: "Hier is het rijk van God en daar is het rijk van satan". De goede en kwade engelen leven door elkaar net als in onze aardse woonplaats de goede en slechte mensen door elkaar wonen. Pas als de mens de hemel binnenkomt, begint de strijd tussen de boze en de goede engelen. Michaël en zijn heilige engelen staan gereed om te strijden tegen de duivel en zijn boze engelen.

Openbaring 12:7 - En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

De vorsten in de hemel

Er zijn landen die door deze wereldbeheersers beïnvloed worden. Zij staan onder aanvoering van de satan. De satan heeft tot Jezus gezegd dat al de koninkrijken der aarde hem gegeven -,hem overhandigd zijn. Satan geeft ze aan wie hij wil (Matth. 4:1-11).

De duivel zou deze koninkrijken aan Jezus hebben willen geven. Als de Heer dit aanbod zou hebben aangenomen, zou de grote voorwaarde zijn geweest dat de Heer niet in de hemel mocht verschijnen. De duivel wil onder geen beding dat de mens in de hemel komt. Op aarde mag de mens nog wel iets doen van de boze. In de hemel is de mens een 'vreemde verschijning'.

Paulus zegt in Romeinen 5:12 dat alle mensen onnut geworden zijn. Hier wordt bedoeld onnut voor de hemel en niet onnut voor de aarde .

Toen de Allerhoogste de volken vaneenscheidde, heeft Hij gezegd: "Dit zijn mijn volkeren niet. Hier bemoei Ik me verder niet mee". Tot één volk heeft God gezegd: "Gij zijt mijn volk!". Dat volk was Israël. Dit werd 'ter plaatse' gezegd: op de plaats waar God spreekt.

In Deuteronomium 32:8 staat dat de Allerhoogste de grenzen van de volkeren heeft vastgesteld naar het aantal van de zonen Gods. Deze vorsten kregen allen een gebied. Ook de streekgeesten kregen een gebied toegewezen. Michaël is aan het volk van God toegewezen; hij is een strijder voor Israël.

Daniël 12:1 - Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat.

Michaël kan je niet terzijde staan als je niet in de hemel bent. De andere voorname engelen, de machten die met de volkeren verbonden zijn, worden aangebeden. Zij zijn de afgoden van de volkeren geworden. Daniël 10 noemt er twee: De vorst van Perzië en de vorst van Griekenland. De koning van Perzië werd beïnvloed door die vorst in de hemel. Deze hemelvorsten zijn satanische machten uit het rijk van de duisternis. Deze wereldbeheersers staan vijandig tegenover het volk van God.

Kores, de koning van Perzië, heeft het volk Israël uit de ballingschap laten terugkeren naar hun land. De hemelvorst van Perzië heeft deze terugkeer willen verhinderen. Er is een strijd in de hemelse gewesten ontstaan.. Ook de aartsengel Michaël, die het volk van God terzijde stond, is hiervoor ten strijde getrokken. Het resultaat hiervan is geweest dat het volk Israël uit de ballingschap mocht terugkeren naar eigen bodem. Er wordt in Dan.12:1 gesproken over ' de zonen van uw volk'.

Mozes was een zoon van het volk; deze grote aanvoerder werd door God geleid, door middel van de Engel des Heren, die hem verschijnt in het brandende braambos. Een zoon van het volk is niet de eerste de beste. Dezelfde engel verschijnt aan Jozua bij Jericho en leidde ook Elia en Elisa. Leidende figuren hebben ook een leidende engel naast zich. Jezus heeft ook een leidende engel: de engel van Jezus. Gabriël en Michaël horen bij de Heer.

Als de drie vrienden van Daniël in de vurige oven zijn geworpen, is er een engel bij hen, die hen terzijde staat. Het uiterlijk van de vierde man geleek op dat van een godenzoon (Daniël 3:25b). De drie vrienden van Daniël waren leidslieden.

Toen Daniël in de leeuwenkuil werd geworpen, heeft God zijn engel gezonden om de muilen van de leeuwen toe te sluiten (Dan. 6:23).

Exodus 3

Mozes is de kudde aan het weiden. Een bedoeïen heeft een eigen stuk grond; hij moet zich ook houden aan een bepaalde streek, want anders krijgt hij last met andere bedoeïnen. Bij vogels en bij katten zien we hetzelfde; elk dier heeft een eigen territorium. Als een bedoeïen een stuk grond wil hebben, moet hij weer verderop zoeken. Ook Mozes was op weg naar zo'n vreemde streek. Hij kwam uit bij de Horeb.

Daar verscheen hem de Engel des Heren in een brandende braamstruik . Voor braamstruik staat er ook wel: doornstruik. Doornstruik: sinèh. Mozes stond bij de Sinaï. Deze woorden lijken erg veel op elkaar. Sinaï: doornrots. Sommige uitleggers vragen zich af of er inderdaad wel sprake is van een braamstruik en niet de spitse top van een berg bedoeld wordt, een naald of bergpiek. Als Mozes later het volk naar de plaats leidt waar God zich heeft geopenbaard, leidt hij het volk naar de Sinaï en niet naar de braamstruik, hoewel hij deze zeker wist te vinden. In Samuel 14:4b komt het woord sinèh voor in de betekenis van: een scherpe punt, een rotspunt, doornpiek. Hier kon sinèh niet vertaald worden door braambos.

 Ik zeg niet dat je 'braambos' moet vervangen, maar wijs alleen op de mogelijkheden van uitleg. Een braam of doornstruik was voor de Bedoeïen het gewone materiaal om een vuur te stoken. In Pred.7:6 wordt het geknetter van brandende doorns onder een pot vergeleken met het lachen van een dwaas. Een braam of doornstruik is een heel onbetekenend iets.

In Exodus 19:18 staat dat de berg Sinaï in brand stond. Als Mozes er later weer opklimt is dit wéér het geval. De verschijning van de Heer was als een verterend vuur (Exodus 24:17).

Mozes hoort bij God. Hij staat in Exodus 3:5 op heilige grond. "Ter plaatse": de plaats waar God zijn wil openbaart en zegt: "Gij zijt mijn volk!".

In Jesaja 14:1,2 staat dat het volk van God teruggaat naar zijn eigen land, zijn eigen grond: de grond des Heren.

Mozes stond op de grond des Heren, als beeld, als illustratie. Wij moeten óók terug naar de grond des Heren: het nieuwe Jeruzalem in de hemelse gewesten.

'Ter plaatse' zegt God ook tot óns: "Gij zijt mijn volk, want je bent op de grond des Heren. Je hoort bij Mij".

Het Koninkrijk der hemelen was voor Mozes onbekend, hoewel het er wel was. Het was verborgen, dus geschiedde alles als beeld op aarde.

Op de grond des Heren openbaart God zich met zijn Naam. Hij maakt zich daar bekend als JHWH. Dit wordt vertaal met: 'Ik ben, die Ik ben'.

De Engelse bijbel heeft gewoon: 'Ik ben'. De Statenvertaling is minder juist: 'Ik zal zijn, die Ik zijn zal'. Het Hebreeuws kent geen toekomende tijd. God zál niet zijn, maar Hij ís die Hij is. Voor die tijd gebruikte de aartsvaders meestal het woord El Shaddai: de Almachtige. In de tijd van Ezra kwam naar voren dat je de naam van de Heer niet ijdel mocht gebruiken. 'Ijdel': leeg, zonder inhoud. Men zei toen: "Als we deze naam niet ijdel mogen gebruiken, gebruiken we hem helemaal niet, want dan zitten we altijd goed". Met de ogen las men JHWH maar men sprak uit: Adonai: Heer.

Wij kennen het woord 'heer' of 'Heer' ook. Dit is iemand die iets over anderen te zeggen heeft. Het was niet ongewoon om God met 'Heer' aan te duiden. De heidenen deden dit ook. Baãl: mijn heer.

'In den beginne schiep God ...'. God wordt hier vertaald met: Eloïm. Dit is een meervoudsvorm. Het woord Eloïm wordt meestal gebruikt ten opzichte van de schepping; God als Schepper. Ook Adonai Eloïm werd vaak gebruikt: Here God.

Het Hebreeuws kent geen klinkers, vandaar JHWH. Vlak voor de tijd van Karel de Grote is men woorden gaan vocaliseren; men bracht er klinkers in. Men wist echter niet meer welke klinkers men gebruiken moest, omdat men JHWH nooit meer had uitgesproken. Men heeft de klinkers genomen van Edonai, resp. de e,o,a. Zo ontstond de naam Jehova. Dit is een gekonstrueerd woord, een kunstmatig woord. In de moderne vertalingen kom je het woord Jehova niet tegen. De moderne vertalingen hebben: Jahwe. De Samaritanen hadden alleen de vijf boeken van Mozes, ook nú nog. Zij spreken nog steeds van Jahwe. Op deze wijze is men er achter gekomen dat de naam Jehova onjuist is.

Als men de naam Adonai óók niet wilde uitspreken, spraken de strenge Joden van: de Naam. De statenvertalers hebben JHWH vertaald met Heere Om uit te laten komen dat het God betrof en niet een gewone 'Heer', heeft men dit woord met hoofdletters geschreven , in de oude spelling. Het woord HEERE is de vervanging van JHWH.

Er kon ook staan Adonai JHWH. De statenvertaling heeft hiervoor: de Here HEERE. Dit heeft men van de Joden overgenomen. Het heeft echter niets met 'Heer' te maken, want de betekenis is: 'Ik ben die Ik ben'.

De Joden hebben de Hebreeuwse bijbel in het Grieks vertaald. Ze hebben alles vertaald met één woord: Kurios: Heer (Septuaginta).

Nu staat er: de Here Here; tweemaal Kurios.

De mooiste vertaling van JHWH vind ik de Franse vertaling: l'Eternel: de Eeuwige. Dit hebben de Hugenoten bedacht. Als je spreekt over de Eeuwige, dan weet iedereen ogenblikkelijk wat dit betekent, want het woord 'eeuwig' heeft inhoud, de inhoud van

'Ik ben, die Ik ben'.

In ons land wordt in strenge kringen het woord HEERE nog steeds gebruikt. Men zegt dat dit een eigen naam is; daarom zou dit woord HEERE zo moeten blijven staan. Als je het woord 'Heer' gebruikt , wordt dit ervaren als het beledigen van God.

Luther gebruikte in zijn vertaling het woord Herr, niet Herre; evenwel met twee hoofdletters aan het begin. De Engelsen kennen dit probleem ook niet. Zij hebben het woord Lord. De Engelse adel kent ook 'lord'.

Het woord Here kun je ook zien als een ouderwets woord: Heer - Here; vrouw - vrouwe; huis - huize; jonkvrouwe. Het zit niet in het woord opzich, maar in de gevoelswaarde die wij er aan toekennen. Het ouderwetse woord geeft meer aanzien.

Egypte

Als Mozes op gewijde grond staat, krijgt hij de strijd met de farao van Egypte. Achter deze koning van Egypte staat die hemelvorst uit het rijk der duisternis. Egypte komt van Cham. Egypte wordt in de bijbel ook Misraïm genoemd.

In Genesis 10:6 staat dat Misraïm de zoon van Cham is. Misraïm is een Hebreeuws woord, een eigennaam en komt ongeveer tachtig keer in het Oude Testament voor. Men heeft in onze bijbel het woord Misraïm vertaald met: Egypte; behalve waar de zonen van Cham genoemd worden.

Leviathan

De Leviathan: de kronkelende slang, die zich in allerlei bochten wringt. In het woord Leviathan zit: krans. Deze kronkelende slang is het embleem van Egypte. Mozes strijd tegen de machten der duisternis; daarom haal ik de Leviathan erbij.

In Job 40:20 wordt Leviathan vertaald met: krokodil.

- kunt gij de krokodil met een vishaak optrekken?

De Statenvertaling heeft terecht vertaald met: Leviathan.

Vers 24 - Kunt gij met hem als een vogeltje spelen?

De schrijver bedoelt: Blijf maar uit zijn buurt, want hij kan je plotseling aanvallen. Een leeuwentemmer speelt met zijn leeuwen, maar het kan hem zijn leven kosten. Je kunt niet met de Leviathan spelen als met een vogeltje. Je kunt met een vogeltje niet spelen zoals je met een kind speelt. Als je een vogel hebt, ga je hem aandachtig bestuderen. Je wilt bekijken hoe hij reageert op bepaalde bewegingen of op je stem. Je kunt kijken hoe hij reageert als je hem in het licht of in het donker plaatst.

In Psalm 104:26 staat dat God de Leviathan geschapen heeft om ermee te spelen.

- ... daar gaan de schepen, de Leviathan die Gij geformeerd hebt om ermee te spelen. Ik gebruik liever het woord 'experimenteren'.

Als deze vertaling goed is, zou God, bij wijze van spreken, de duivel hebben gemaakt om ermee te experimenteren. Er zijn ook vertalingen, die zeggen: 'om erin te spelen; in de zee, de oceaan. Ik begrijp best dat de vertalers het woord 'ermee' hebben vermeden. Ik vind de eerste vertaling beter.

Psalm 74:14 - Gij zijt het die de koppen van de Leviathan hebt vermorzeld. De Leviathan heeft 7 koppen.

In Noord-Syrië heeft men bij een opgraving een geschrift gevonden waarin gesproken wordt over het monster van Babel. Er staat: Dit is de vluchtende slang, de kronkelende slang met zijn zeven koppen. Dit dier komt later in de Openbaring terug.

 Psalm 74:13 - Gij zijt het die de zee hebt gekliefd door uw kracht (Rode Zee), de koppen der draken in het water verbrijzeld .... .

 Dit heeft met Egypte te maken.

=======

=====

LES 13 (les 2/SERIE 3/ 11-02-84)

De camouflage van de duivel.

Je kunt het Oude Testament niet begrijpen als je het Nieuwe Testament niet kent. Als je de 'leer van het Koninkrijk der hemelen' niet verstaat, denk je vanuit de aarde, vanuit de natuurlijke wereld.

Mattheüs 13:35b

- Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen is gebleven.

Hier staat uitdrukkelijk dat de 'leer van het Koninkrijk der hemelen' sinds de grondlegging der wereld verborgen is geweest. Het nieuwe verbond is een zaak van de hemel. Je moet de dingen vanuit de hemel bezien; zolang je ze vanuit de aarde beziet, zit je fout.

Deuteronomium 29:29 - De oud-testamentische gedachtengang:

- De verborgen dingen (die van het Koninkrijk der hemelen) zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde (die van de zintuiglijk waarneembare wereld) zijn voor ons en onze kinderen voor altijd.

1 Korinthe 2:9 - Hier zegt Paulus:

- Maar gelijk geschreven staat: wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord (het niet zintuiglijk waarneembare) en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen , die Hem liefhebben.

Vers 10

- Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de geest doorzoekt álle dingen, zelfs de diepten van God.

'Diepten Gods': de diepste gedachten van God. Je merkt nu het verschil tussen het oude en het nieuwe; je zit nu in de geestelijke wereld. Het Nieuwe Testament is geen vervolg op het Oude Testament . Het Oude Testament is de weg over de aarde; het Nieuwe Testament is de weg door de hemel. Deze wegen lopen parallel.

Als je licht hebt op het Koninkrijk der hemelen, kun je het Oude Testament overzetten (transponeren) in een andere dimensie.

In het Oude Testament waren er dingen, die men niet verklaren kon; ze waren bovennatuurlijk. Alles wat uit de geestelijke wereld kwam , kwam van Jahwe. De twee allerbelangrijkste dingen van ons bestaan, namelijk 'leven' en 'dood' komen uit de onzichtbare, geestelijke wereld.

Samuël 2:6 - Hier zegt Hanna, de moeder van Samuël:

- De Here doodt en doet herleven, Hij doet naar het dodenrijk neerdalen en daaruit opkomen.

De oud-testamentische voorstelling: de aarde was plat en rustte op pilaren, die in de zee (beeld van het dodenrijk) stonden. Als de aarde onder je voeten scheurde, zakte je meteen in het dodenrijk. (Korach, Dathan en Abiram).

Exodus 4:11

- Maar de Here zeide tot hem: Wie maakt stom of doof, ziende of blind; ben Ik het niet, de Here?

Jesaja 25:6,7

- En de Here der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen.

- En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking waarmede alle volken bedekt zijn.

' De berg van God'; de berg waar gezegd wordt ....

Alle natiën zijn gesluierd in hun denken. Paulus zegt: 'Als Israël de wet leest, ligt er een bedekking op hun hart'.

Het volk ziet de dingen gesluierd, vaag. Alle volken, Israël incluis, hebben een gesluierd denken. Ook vandaag de dag zien vele christenen de werkelijkheid niet, omdat zij de leer van het Koninkrijk der hemelen niet aanvaarden, of niet kennen.

De duivel wil niet bekend zijn. Hij wil aanklagen en de méns óf Gód de schuld geven.. Hij laat de mens eerst iets doen; daarna trekt hij zich terug en zegt: 'Dat heb jíj gedaan!'.

Hij heeft het recht niet om te beschuldigen. Het woord 'duivel' komt in het Oude Testament niet voor. Duivel: diabolos (Grieks). Het Oude Testament is in het Hebreeuws geschreven. 'Satan' is een Hebreeuws woord; in het Grieks: 'satanas'. Duivel: lasteraar, verleider, aanklager.

We gaan nu bekijken of er een woord van dezelfde waarde (equivalent) in het Oude Testament te vinden is.

Leviticus 17:7

- En zij zullen hun offers niet meer brengen aan de veldgeesten, die zij overspelig nalopen, ...

De Statenvertaling heeft vertaald met 'duivelen'. Het woord 'veldgeesten' is beter. Dit woord heeft te maken met 'veel haar hebben' , met harig. Hebreeuws: seirim.

Genesis 27:11

- Maar Jakob zeide tot zijn moeder: Zie, mijn broeder Ezau is een ruig man, en ik ben een onbehaard man.

Het woord 'harig' wordt gebruikt voor een geitebok, het meest harige dier dat de Israëliet kende. De afgodsbeelden in de oudheid werden grotendeels voorgesteld als half mens - half bok. Op het hoofd van de mens staan horens. Het lichaam is helemaal behaard en de poten en de staart lijken op die van een bok. Men heeft dit vertaald met: veldgeesten. Deze veldgeesten zijn de onzichtbare geesten, maar als je ze zichtbaar wil maken, uittekent, zie je half mens - half bok. De disharmonie wijst op het demonische. Ook de draak is een beest waar geen harmonie of schoonheid in is. De duivel wordt ook uitgebeeld met bokkepoten en horens. Dit is niet toevallig. Paulus zegt: 'Als je voor een afgod knielt, kniel je voor de demonen'.

Jesaja 13:21 - Profetie over Babel

- Hyena's zullen er legeren en hun huizen zullen vol uilen zijn; struisvogels zullen daar wonen en veldgeesten (de bokken der aarde) daar rondhuppelen .

Openbaring 18:2 - een soortgelijke tekst

- Gevallen, gevallen is het grote Babylon en zij is geworden een woonplaats van duivelen, ....

Hier staat ook duivelen in het Grieks. In het Oude Testament is het equivalent dus: veldgeesten of bokken.

Jesaja 34:14 - Gericht over Edom

- Hyena's treffen daar wilde honden aan, veldgeesten ontmoeten elkaar; ja, daar zal het nachtspook verwijlen en een rustplaats voor zich vinden.

De geestenwereld!

De Septuaginta is de Griekse vertaling van het Oude Testament.

De Joden, die in het buitenland woonden, kenden langzamerhand geen Hebreeuws meer. Reeds heel vroeg hebben de Joden de Hebreeuwse bijbel in het Grieks vertaald. De Septuaginta heeft voor 'bokken' of 'veldgeesten': demonen.

In Openbaring 18:2 wordt 'demonen' vertaald. Hier wordt de Septuaginta geciteerd. De Grieken spraken ook wel over 'satyrs': bosgoden. Deze worden ook met bokspoten uitgebeeld. Het wijst op een zinnelijke, sensuele dienst. In de Engelse bijbel komt 'satyr' vaak voor. De Egyptenaren hadden ook 'satyrs'; zij hadden de bokkendienst. De Israëlieten hebben deze godsdienst van de Egyptenaren overgenomen.

Jozua 24:14

- Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden (de bokken) die uw vaderen hebben gediend aan de overzijde van de rivier en in Egypte.

Ezechiël 20:7

- ieder werpe de gruwelen weg, waarop zijn ogen zijn gevestigd, verontreinigt u niet met de afgoden (seirim) van Egypte. Ik ben de Here, uw God.

We hebben al eerder gesproken over de vorst van Perzië en de vorst van Griekenland. Het zijn de 'wereldbeheersers dezer duisternis', die verbonden zijn met de aardse koningen van die landen.

Daniël 10:20

- Terstond moet ik (Gabriël) terugkeren om met de vorst van Perzië te strijden (wereldbeheerser van deze duisternis), en zodra ik ben uitgegaan, dan zal de vorst van Griekenland komen.

 Daniël 8:20,21

- De ram die gij hebt gezien, met de twee horens, doelt op de koningen van de Meden en Perzen, en de harige geitebok op de koning van Griekenland.

De harige geitebok is de demon, die achter de koning staat en identiek is met de koning van Griekenland.

Mattheüs 25:32 - de oordeelsdag

- En al de volken zullen voor Hem worden verzameld, en Hij zal ze van elkander scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt, en Hij zal de schapen zetten aan zijn rechterhand en de bokken aan zijn linkerhand.

De woeste, stotende bokken: de gedemoniseerde mensheid. Achter 'bokken' zit een hele gedachtenwereld. Het is beeld van de afgoderij, het occultisme.

Ezechiël 34:17

- En gij, mijn schapen, zo zegt de Here Here, zie, Ik zal recht spreken tussen het ene schaap en het andere, tussen de rammen en de bokken.

Vers 18,19- het vertreden met de hoeven: de bokspoten.

Deut.32:17 - Een ander woord dat voor duivel wordt gebruikt.

- Zij offerden aan de boze geesten, die geen goden zijn.

Hier wordt het Hebreeuwse woord 'shedhim' gebruikt: schim of schaduw. Achter de zichtbare afgoden staan de onzichtbare schimmen.

Paulus zegt: 'Hun offeren aan de afgoden is een offeren aan de boze geesten (aan die schimmen) en niet aan God (1 Kor.10:20), bij het avondmaal.

Jesaja 14:9

- Het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw komst (koning van Babel als beeld van Lucifer) te ontmoeten; het wekt de schimmen voor u op al de bokken der aarde; het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan.

Schimmen en bokken tezamen: shedhim en se'ier.

Koningen der aarde: de wereldbeheersers van deze duisternis.

Jesaja profeteert dat de duivel in de afgrond wordt geworpen, als laatste vóór het 1000-jarige Rijk. De boze geesten die al in het dodenrijk zijn komen in beroering en de wereldbeheersers staan van hun tronen op. Zij begroeten Lucifer als hij het dodenrijk binnenkomt: 'Ook gij zijt krachteloos geworden zoals wij, gij zijt aan ons gelijk geworden'. ev.

Je hebt het licht van het Nieuwe Testament nodig om deze dingen te kunnen begrijpen.

Het is erg belangrijk om op te merken dat in het Oude Testament sprake is van het feit dat de boze geesten alleen gediend en vereerd worden. In het Oude Testament wordt slechts zelden vermeld wat de boze geesten dóen. Het destructieve werk van de demonen blijft in het Oude Testament verborgen; de boze geesten verschuilen zich. Jezus heeft ze aangewezen.

God en mens worden beschouwd als de bewerkers van het kwaad.

Hier zijn de 'vijanden des Heren' niet de boze geesten, maar de heidense volken. In Psalm 137:9 wordt iemand zaliggesproken als hij de heidense kinderen tegen de rotsen verplettert. Hier zijn de vijanden des heren vlees en bloed. Van koning Saul staat dat hij een boze geest des Heren had, die hem angst aanjoeg (1 Sam.16:14, 1 5).

Farao verharde zijn hart.

In Exodus 4:21 staat dat de Here farao's hart zal verharden.

Over de duivel wordt niet gesproken; hij blijft buitenspel. Hij wil niet genoemd worden. Als je de verharding van het hart van farao in het licht van het Nieuwe Testament wilt herschrijven, kun je zeggen: 'een demon maakte de inwendige mens, het hart van farao ontoegankelijk voor de woorden van Mozes'.

Als de boze geest van farao week, gaf hij toestemming om het volk te laten vertrekken. Daarna pakte de boze geest hem weer en hij trekt zijn toestemming weer in. Als een boze geest wijkt, komt een mens tot zichzelf. Op dat moment wordt de mens losgelaten en komt de eigenlijke mens naar voren. ook de verloren zoon kwam tot zichzelf.

Satan (Hebreeuws) betekent: tegenstander; hij is de opponent.

We gaan dit bekijken in de originele betekenis, net zoals met het woord 'harig'.

1 Koningen 11:14

- En de Here deed een tegenstander (satan) tegen Salomo opstaaan, de Edomiet Hadad, ...

Deze vertaling is goed; het is de eigenlijke betekenis van het woord 'satan'.

Num.22:22 - Hier wordt zelfs de Engel des Heren een satan genoemd.

- Maar de toorn des Heren ontbrandde toen hij (Bileam) ging, en de Engel des heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander (satan); ...

Psalm 109:6

- Stel een goddeloze over hem, en de satan sta aan zijn rechter hand (Statenvert.

De nieuwe vertaling heeft: aanklager, maar er moet staan: tegenstander.

Mattheüs 16:23

- Doch Hij keerde zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen.

Alle zes vertalingen hebben rechtstreeks 'satan' genomen; niet: tegenstander. Dit is begrijpelijk want in vers 16 belijdt Petrus: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God! In vers 23 was het satan die Petrus inspireerde.

In vers 17 zegt Jezus: 'Vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is". Dit is Góds inspiratie. Deze dingen staan tegenover elkaar. Jezus bedoelt te zeggen dat Petrus deze inspiratie, van beide kanten, niet uit zichzelf heeft.

2 Samuël 24:1 - De volkstelling.

- De toorn des Heren ontbrandde weer tegen Israël; Hij zette David tegen hen op en zeide: Ga, tel Israël en Juda!

1 Kronieken 21:1 - Een latere schrijver corrigeert het.

- Satan keerde zich tegen Israël en zette David aan om Israël te tellen.

Déze schrijver zet de bedrijver van het kwaad wél in het licht. Hij heeft al wat geproefd van de leer van het Koninkrijk der hemelen. Daarna komt de straf over David. Hij moet kiezen tussen 3 jaar hongersnood, drie maanden vluchten voor de tegenstanders of drie dagen lang de pestziekte. David zegt dat hij wil vallen in de hand des Heren. Vers 14 - Dús bracht de Here de pest over Israël.

De oud-testamentische gedachte in dit verband is: Een hongersnood is een natuurlijk iets, waar de Here indirect achter zit. De tegenstanders, de vijanden des Heren, zijn mensen, die moesten worden gedood. Maar als er over ziekte wordt gesproken, schrijft men dit aan God toe.

De catechismus zegt dat de ziekte uit Gods vaderlijke hand komt.

David bedoelt hier: Geef mij de ziekte maar, want dan val ik in de hand des Heren. Dit gebeurt niet indirect maar rechtstreeks.

In de middeleeuwen noemde men de pestziekte zelfs 'de gave Gods'. Uit bijgelovige vrees gebruikte men het woord 'pest' niet. In onze tijd spreekt men over 'de gevreesde ziekte'; hiermee wordt 'kanker' bedoeld.

Het Oude Testament laat satan nooit als tegenstander van God optreden, maar wel als tegenstander van mensen; b.v. Job. De duivel heeft bepaalde bedoelingen, voornemens, maar wordt eigenlijk voorgesteld als een dienaar van God. Hij moet de straffen uitdelen en de mensen verzoeken in opdracht van God. Statenvertaling: God verzocht Abraham. De duivel heeft deze opdracht gekregen en is in negatieve zin de uitvoerder van de goddelijke gerechtigheid. Als de duivel rondgaat als een briesende leeuw, moet hij eigenlijk de straffende hand van God uitvoeren. Een gespleten denken!

In het paradijs wordt de mens gelijkgesteld met God, kennende goed en kwaad.

Het komt in het Oude Testament niet voor dat de duivel aktief iets kwaads doet; het is altijd in verband met iets van God. De duivel gaat achter de slang schuil. Eva geeft de slang de schuld en Adam geeft Eva de schuld.

In de theologie wordt God gelijkgesteld met de mens, doende goed en kwaad.

God zegt dat Hij vijandschap zal zetten tussen het slangenzaad en het vrouwenzaad. God spreekt de slang aan, maar het is duidelijk dat de duivel wordt aangesproken. In Job 1 mengt satan zich onder de zonen Gods: de engelen. Bij Job wordt de omtuining weggenomen en hem treft het ene onheil na het andere. Job was beschermd, zoals een kind wordt beschermd. In het Oude Testament moesten de mensen omtuind worden; in het Nieuwe Testament moeten de mensen de strijd tegen de duivel aanbinden.

Een zoon van God moet zijn wapens gebruiken!

Job is een type van Jezus Christus. Bij Jezus werd de omtuining, de Geest van God, weggenomen. Ook op Job stormen alle machten der duisternis aan, net als bij Jezus. Van Job wordt gezegd dat niemand op aarde zo vroom, oprecht en van het kwaad wijkende was als hij. Van Jezus Christus wordt gezegd dat Hij een absoluut rechtvaardige was.

Jesaja 53:4 - Hier wordt van Jezus gezegd:

- .... wij echter hielden Hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte.

Job was dit ook. We zien hier de parallel. Job geeft God de schuld en zegt:

Job 1:21b - De Here heeft gegeven, de Here heeft genomen, de naam des Heren zij geloofd.

Job 5:18 - Elifaz, de vriend van Job

- Want Hij verwondt en Hij verbindt, Hij slaat en zijn handen helen.

In Job 1 staat dat satan het onheil over Job heeft gebracht. Job wist dit niet. Job schreef God niets ongerijmds toe. Indien Job onrecht zou hebben gedaan, zou hij hebben gezegd: 'Het is rechtvaardig dat God mij hiervoor straft'.

Nu dacht hij: Ik heb helemaal niets gedaan en krijg toch ellende op ellende. Hoe kan dit nu? Dit was het konflikt bij Job. Hij kwam er niet uit, want hij miste de sleutel van het Koninkrijk der hemelen.

In Job 40 zegt God tegen Job: 'Jij kunt de Leviathan niet met een vishengel optrekken. Jij hebt tegen hem te strijden, je kunt niet met hem spelen als met een vogeltje'. De Here maakt Job duidelijk dat hij tegenover een groot wild dier staat en onmachtig is. God bedoelt: Ik kan je alleen maar omtuinen, Job, want je mist de Heilige Geest. Je hebt geen wapens in de hemelse gewesten. Job heeft ingezien dat hij een strijd heeft moeten strijden waarvoor hij niet capabel was. Een mens die met Gods Geest gedoopt is, moet deze worsteling kunnen winnen.

Job 42:3b - Hier zegt Job:

- Daarom, ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonder- baar en die ik niet begreep.

Lucas 10:19 - Jezus:

- Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand, en niets zal u enig kwaad doen!

De mens Gods krijgt autoriteit. Hem wordt geleerd om te strijden en te overwinnen. Wij zien de vijand en moeten hem aanvallen. Jezus zegt: 'Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen'. De duivel wordt niet vanzelf in de afgrond geworpen. Men zegt vaak: 'Maar waarom heeft God de duivel niet vernietigd?'.

God laat dit aan mensen over. De mens Gods is koning en moet zijn koningschap waarmaken. God wacht net zolang tot deze koningen te voorschijn komen.

God zoekt een partner die Hem gelijk is. De farizeeërs zeggen tegen Jezus: 'Gij hebt U Gode gelijk gemaakt'. Jezus antwoordt: 'Heb je nooit gelezen in de wet: Gij zijt goden?'.

Het rijk van satan, ook satan zelf, gaat ten onder door de méns.

God zegt: 'Mijn eeuwig voornemen is om een mens te hebben, die Mij gelijkwaardig is'.

Jezus Christus is de eerste mens van de nieuwe schepping. Uit deze mens ontstaat een mensheid van overwinnaars. Dit is Gods wil!

 

-------

-----

---

 

LES 14 (les 3/SERIE 3/ 10-03-84)

 

Genesis 2:8-25 - Het Paradijs

In deze les gaan we proberen om dit gedeelte te reconstrueren.

Je kunt het verhaal van de hof van Eden niet begrijpen als je onbekend bent met de gedachtenwereld van het Koninkrijk der hemelen. In de onzichtbare sferen van het Koninkrijk der hemelen zijn de heilige en onheilige engelen.

Ook de mens treedt de geestelijke wereld binnen door de wedergeboorte. Hij wordt nu geboren in het Koninkrijk van God. De onwedergeboren mens staat automatisch aan de verkeerde zijde van het Koninkrijk der hemelen. Een wedergeboren mens heeft de doop in de Heilige Geest nodig om weerstand te kunnen bieden tegen de aanvallen van de boze.

De bijbel noemt twee categorieën engelen, namelijk de cherubs en de serafs. De belangrijkste cherub was Lucifer, de duivel.

Nieuw-Testamentisch bezien is Eden het Koninkrijk der hemelen en de hof het Koninkrijk van God. De hof van God: het paradijs.

 Ezechiël 28:14

- Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels;

Ik had u een plaats gegeven op de heilige berg der goden, wandelend te midden van vlammende stenen.

Lucifer moest de troon van God beschutten. De troon was nog onbezet. De in het raadsplan van God uitgekozene om de troon te bezetten, was er nog niet. In onze bijbel komt het woord 'seraf' maar één keer voor.

Jesaja 6:2,3 - De roeping van Jesaja

- In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Here zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel.

Serafs stonden boven hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij.

In het Hebreeuws komt seraf meerdere malen voor, maar is wegvertaald. Onder de serafs zijn ook gevallen engelen. We komen hier nader op terug. Seraf: brandend. Als men het woord 'seraf' vanuit het Hebreeuws met 'brandend' vertaald, valt dit de lezer niet op. Niet overal waar 'brandend' staat, staat oorspronkelijk 'seraf'.

De eerst geschapen cherub Lucifer, was de grootste en heerlijkste engel. Lucifer: lichtdrager.

Ezechiël 28:13a

- In Eden waart gij, Gods hof; allerhande edelgesteente overdekte u: ....

 'Allerhande edelgesteente overdekte u': Lucifer bezat heel hoge geestelijke begaafdheden.

'Overdekte u': hij werd door deze begaafdheden gekenmerkt.

'Vleugels' wijzen op de hemelse realiteit, de geestelijke wereld.

Eden is een landschap. In dit landschap bevindt zich de hof. Het kenmerk van het aardse leven tegenover het hemelse leven is, dat het aardse leven is verbonden met de stof. Her aardse leven is een leven met voortplantingsmogelijkheden, met ontwikkeling. Het aardse landschap Eden was een beeld van het hemelse. Mozes moest de tabernakel bouwen naar het hemelse model, dat God hem getoond had.

De zichtbare tabernakel was een schaduw; de echte tabernakel is in de hemel. Het aardse is vergankelijk, voorbijgaand.

Er komen planten op de aarde, om de aarde vruchtbaar te maken. Ze verspreiden zaad. De aarde wordt nu leefbaar voor de vogels en de vissen, de landdieren en de mens. We weten niet waar het woord 'Eden' aan ontleend is. Ik houd het op een Babylonisch woord, dat 'steppe' of 'vlakte' betekent.

Genesis 2:8 - Voorts plantte de Here God een hof in Eden, ....

Het gebied van Eden wordt in de bijbel gesitueerd tussen de gebieden van na de zondvloed.

De rivier Pison (vers 11) stroomt om het gehele land van Havila.

Het is de plaats waar Saoedi-Arabië en Ethiopië liggen.

'Eden' komt in de bijbel meerdere malen voor.

Ezechiël 27:23a - Haran, Kanneh en Eden de kooplieden van Seba, Assur, Kilmad dreven handel met u.

Jesaja 37:12

- Hebben soms de goden der volken die mijn vaderen vernietigd hebben, hen gered: Gozan, Haran, Resef en de bewoners van Eden (letterlijk: zonen van Eden) in Telassar.

Men situeert dit bij Damascus. We zien dat Eden een groot gebied is geweest. Het wordt gemarkeerd door het hoefijzer, de halve maan. Men bedoelt hiermee de vruchtbare strook om de woestijn van Arabië, beginnende bij de Eufraat en de Tigris. Daarna buigt het om en gaat naar beneden, naar Egypte.

De woestijn die er tussen ligt, is zo droog dat je er haast niet doorheen kunt trekken. Vandaar dat Abraham deze bocht maakte. Alle indringers kwamen vanuit het noorden opzetten, omdat in het oosten de grote woestijn was gelegen.

De schrijver noemt dus plaatsen en streken, die pas later bekend waren. Hij geeft aan, dat je 'Eden' daar moet zoeken. Dit klopt met de archeologische bevindingen. De oudste verhalen van de mensheid komen uit die streek. Ook de algemene geschiedenis begint in die streek. (Hammoerabi, Nebukadnezar, de koningen van Egypte).

Vs.2 Septuaginta: God plantte een paradijs in het oosten van Eden.

Paradijs: Bos of park - In de volgende teksten komt het woord 'paradijs voor.

Nehemia 2:8 - ook een brief aan Asaf, de houtvester van de koning: Statenvertaling: De bewaarder van de lusthof.

Obbink: De bewaarder van het koninklijke park.

Prediker 2:5 - ... ik legde hoven en parken aan en plantte daarin allerlei vruchtbomen.

Ook hier vinden we het woord 'paradijs'.

Naar gewoonte zijn ook deze woorden wegvertaald.

Hooglied 4:13

- Wat uit u opspruit is een lusthof (paradijs) van granaatappelbomen, met kostelijke vruchten.

Het paradijs heeft waarschijnlijk ten noorden gelegen van de plaats waar de Eufraat en de Tigris samenkomen. Deze rivieren komen van de hoogvlakte en stromen via Eden door de hof. In het paradijs splitst de rivier zich in vier bijrivieren:

Statenvertaling: Pison, Gihon, Hiddekel en de Frath.

Het verschil tussen een zijrivier en een bijrivier is: Een zijrivier stroomt erín en een bijrivier stroomt eruit.

De Gihon moet een geweldige rivier zijn geweest, want hij stroomde om het gehele land Ethiopië.

God heeft de lusthof, het paradijs, voor de mens gereserveerd. Hij plaatste de mens Adam in het paradijs. Voordat Adam in het paradijs werd geplaatst, had hij al een ontwikkeling achter de rug, als natuurlijk mens.

God zonderde Adam van de toenmalige wereld, Eden, af, door hem in het paradijs te plaatsen. Als God de mens in de geestelijke wereld wil hebben, gaat Hij de mens afzonderen. Het is Gods bedoeling de mens bij de boom des levens te brengen, die in het midden van de hof is. Dáár zou Adam worden omgevormd tot een geestelijk mens.

Ik vermoed dat in díe tijd de val van de engelen heeft plaatsgevonden. De engelen zijn toen bekend geraakt met het eeuwige voornemen van God met de mens. Lucifer stemt niet in met het voornemen van God en onderwerpt zich niet.

Toen Lucifer de lege plaats op de troon zag, moet hij gedacht hebben: Hier kan ik alleen maar op plaatsnemen, want wie is er meer bekwaam dan ík? Hij was de allerhoogste engel, met allerlei edelgesteente overdekt. Lucifer kende het ontwikkelingsproces in Adam niet, en hij dacht: Adam kan nooit de troon bezetten. De strijd begint als Lucifer doorkrijgt wie op de door hem begeerde plaats zal komen.

Lucifer was de eerstgeborene van de schepping, maar krijgt het begeerde niet. Hij meende recht te hebben op de troon, want hij had het eerstgeboorterecht. Hij wilde zijn eerste plaats behouden.

Genesis 2:9

- ook deed de Here God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom van de kennis van goed en kwaad.

Satan tast de laatste boom op occulte wijze aan. Door de vrucht van deze boom te eten, word je geestelijk ziek. God waarschuwt Adam!.

Als Adam van de vrucht van de boom des levens eet, kan God op byzondere wijze tot hem spreken. In Adam komen nu gedachten naar boven van het eeuwige, onzienlijke leven.

Prediker 3:11 - God heeft de eeuwigheidsbehoefte in het hart van de mens gelegd (vertaling Obbink).

Als de mens gaat eten van de boom van goed en kwaad, opent de mens zijn hart voor de influisteringen van de boze. Hij staat nu open voor de misleidende leugens. Het werk der duisternis is in de eerste plaats bij de 'boom' begonnen, en daarna bij de slang. De duivel maakt zich meester van het listigste van alle dieren van het veld. Andere vertalingen: slimste, schranderste.

'Alle dieren van het veld': van de vlakte, de steppe van Eden!

De levensgeest van de slang was niet opgewassen tegen de influistering van de boze. Hij werd overweldigd en werd een gedemoniseerde slang. De meeste mensen denken er niet aan dat het kwaad van onder naar boven is begonnen. Eerst bij de boom, toen bij het dier, daarna bij de mens.

Je kunt zeggen dat de slang werd gedemoniseerd zoals de zwijnen, die van de helling in zee stortten, toen het legioen engelen in hen voer.

In volle evangelietaal kun je zeggen: 'De duivel heeft de slang verhoogd'.

De slang is in de geestelijke wereld terechtgekomen , waar hij niet thuishoorde. De eeuwigheidsbehoefte was niet in het hart van de sláng gelegd. De slang ging woorden spreken, die niet bij hem pasten. Ook de ezelin van Bileam was een occult dier.

Het merkwaardige is dat de slang de sluwste der dieren naar voren schuift, maar zélf schuilgaat. Hij dirigeert het dier naar de boom van de kennis van goed en kwaad. De meeste mensen denken er niet aan dat dáár de narigheid al begint.

Adam moest de hof bewaren of bewaken. Daar was dus een reden voor. Door de infiltratie van de duivel in de slang, kreeg de mens al vijanden op aarde. De mens had vijanden in de hemel en op aarde: in de boom van de kennis van goed en kwaad en in de slang op aarde

. Het verwordingsproces is in de slang begonnen. Na de zondeval is dit proces in snel tempo doorgegaan; veel dieren hebben deze infiltratie ondergaan. Er kwamen onreine dieren, verscheurende en giftige dieren.

In de plantenwereld verschijnen de dorens en distels en gifplanten . In de voortijd waren er schrikaanjagende dieren.

Het is best mogelijk dat naast de slang ook nog andere dieren werden gedemoniseerd. De val van de mens heeft dit proces juist bevorderd. Adam had moeten ingrijpen. Hij moest de hof bewerken maar ook bewaken. Hij kende het wezen van de dieren, want hij had ze namen naar hun aard gegeven. Hij wist wat bij het dier hoorde en wat niet. Het is niet vreemd dat de boom der kennis van goed en kwaad zo dicht bij de boom des levens stond.

Na zijn val blijft Lucifer in de buurt van de troon. In Job 1 wordt vermeld, dat satan tussen de zonen Gods, de aartsengelen, in staat om Job te beschuldigen.

Als de zonen van God geopenbaard worden, staat satan nóg dicht bij de troon, want hij wordt genoemd: de aanklager der broeders, die hen dag en nacht aanklaagt.

Vandaar dat vele mensen, als ze beschuldigingen ervaren, denken dat God hen beschuldigt. De beschuldigingen komen uit de buurt van de troon.

Openbaring 12:10

- En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is verschenen het heil en de kracht en het koningschap van onze God en de macht van zijn Gezalfde; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is nedergeworpen.

De aanklager der broeders is nú nog niet nedergeworpen.

Lucas 10:18 - En Hij zeide tot hen: 'Ik zag de satan als een blik- Sem uit de hemel vallen'

Dit moet nog gebeuren. Satan valt uit de hemel. Dit betekent dat wij hem eruit moeten drijven.

Vers 19 - Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niet zal u enig kwaad doen.

Men zegt vaak: "Waarom grijpt God niet in en werpt Hij de satan niet gelijk in de poel des vuurs?". Dit gebeurt niet omdat God tegen de méns zegt: 'Jij moet heersen. Ik heb de schepping gemaakt, en die is zó goed, dat uit deze schepping de mens voortkomt, die over de duivel zal heersen.'

Wij moeten de boze onderwerpen omdat wíj heersers moeten worden.

Wij zijn bijna goddelijk gemaakt om te héérsen.

Adam hoort van God dat hij moet heersen over de vogels, vissen. landdieren, planten. Onze opdracht is om te heersen over de boze engelen. Als op de troon van God een metgezel van God zal komen, moet dit iemand zijn die kan heersen over ál de werken van Gods handen; de werken van hemel én aarde.

Als de duivel zal verdwijnen, zal dit door middel van de mens geschieden. De mens is gestruikeld. God zegt: 'Maar Ik heb de schepping zó goed gemaakt, dat uit de mens nog de volmaakte mens Jezus Christus wordt geboren".

Jezus is geboren uit een vrouw, Maria.

Als de mens de Christus heeft voortgebracht, zal ook de tijd komen dat de mens de zonen Gods zal voortbrengen, door een ontwikkelingsproces.

Openbaring 12:11a - En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis.

Jesaja 14:12 - Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon van de ochtend, hoe zijt gij op aarde gesmeten, gij volkentemmer.

Dit zal geschieden door middel van de mens!

Ezechiël 28:17b - Ter aarde wierp Ik u neer, en maakte u tot een schouwspel voor koningen om met leedvermaak naar u te zien.

Deze koningen zijn de zonen Gods!

De machten der duisternis worden uitgebeeld door hyena's, struisvogels, uilen, jakhalzen, harige bokken, wilde honden, slangen, schorpioenen, allerlei onrein en verfoeilijk gevogelte.

Adam had zijn kennis in de hemelse gewesten moeten gebruiken om de schepping te bevrijden. Als Adam dit niet had gekund, zou hij dit met geweld hebben moeten doen, net zoals de overheid dit doet. Adam had de slang de kop moeten vermorzelen. De overheid is geroepen om de orde te handhaven. Zij moet Beëlzebul met Beëlzebul overwinnen. De overheid kan geen machten der duisternis uitdrijven . De zwakke en armelijke wereldgeesten: de menselijke geesten, moeten de chaos beteugelen door de bedrijvers van het kwaad in de zichtbare wereld te straffen.

De gemeente van Jezus Christus moet de werkelijke bedrijvers van het kwaad aangrijpen; de machten der duisternis.

De duivel gaat schuil achter de slang. Als je de duivel van alles de schuld geeft, sluit je de verantwoordelijkheid van de mens uit. In de kerk heeft men juist de duivel nooit gezien en de mens alles aangerekend.

Lucifer verzaakte zijn taak in de hemel, als beschuttende cherub. Adam verzaakte zijn hemelse taak als beschuttende mens.

De val van Lucifer en zijn afvallige engelen is een eeuwige zaak; de val van de mens is een tijdelijke zaak.

 Hebreeën 2:16 - Want over engelen ontfermt Hij zich niet, maar Hij ontfermt zich over het nageslacht van Abraham.

God heeft het afweermechanisme in de mens gelegd. Als een kind heel klein is, en er is een dreiging van koude, heeft het zijn afweermechanisme in zijn ouders. Deze zorgen voor hem. Als de ouders kinderen van God zijn, wordt het kind óók in de gééstelijke wereld beschermd. Het kind zelf is onmachtig en heeft zijn ouders nodig. Als een kind volwassen is, staat het voor zichzelf. Dan moet zijn geest, verbonden met de Heilige Geest, het doen.

In het Koninkrijk der hemelen bewegen de goede en boze engelen zich door elkaar heen. Veel mensen denken dat de ene groep hier en de andere groep dáár zit. De heilige engelen wachten op de grote zuivering van de hemel. Deze zuivering komt op gang als de mens de hemel binnenkomt. Jezus was de eerste, die deze oorlog ontketende. De onreine geesten worden uit de hemel verwijderd. Dan ontstaat de vernieuwde of de tweede hemel.

Joël 2:1 - Blaast de bazuin op Sion en maakt alarm op mijn heilige berg!

Als er oorlog in de hemel komt, concentreren de goede en de boze engelen zich. Als beeld: De gelovigen wonen tussen de wereldlingen in. Als de bazuin geblazen wordt, worden ze geconcentreerd, ze komen tezamen.

Als de Heer komt, wordt de bazuin ook geblazen. Dan concentreren de zonen van God zich en ook de heilige engelen. Je krijgt een geallieerde legerschare. Aan de andere zijde concentreert zich het antichristelijke leger.

1 Thess.4:16a - want de Here zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel, en bij het geklank van een bazuin van God, nederdalen van de hemel, ...

Letterlijk: oorlogsgeschal.

In de grote strijd zal Michaël opstaan. Hij zal met zijn engelenleger de zonen van God terzijde staan.

De kinderen van God worden samengeroepen met een dóél!

Hebreeën 3:1 - Daarom heilige broeders, deelgenoten van de hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester van onze belijdenis, Jezus.

 'Heilige broeders': afgezonderd van de boze engelen en afgezonderd van de wereld. De bedoeling is om samen bezig te zijn met de hemelse dingen en zich op te stellen in het rijk van God. Je komt bijeen als verlosten van de Heer en deelgenoten van een hemelse roeping.

Het is een voorbereiding op de grote eindstrijd van Harmagedon.

De gelovige moet beginnen met de zuivering van zijn eigen 'hemel'. Als wij de schepping gaan bevrijden, is het noodzakelijk dat we eerst zelf vrijkomen. Je moet eerst zelf geestelijk gezond zijn. iemand die ziek is kan niet aan de gang. Gebonden mensen kunnen niet worden ingezet voor een strijd in de hemelse gewesten. Je kunt iemand niet vrijmaken van iets waar jezelf nog aan vastzit.

Dan geldt: "Medicijnmeester genees jezelf!".

Eerst heeft satan de boom gebruikt; vervolgens de slang, de vrouw, de man, de mensheid; daarna wil hij de troon van God in bezit krijgen, via de mens, die zijn slaaf wordt.

Adam had reeds een ontwikkelingsproces achter de rug. Eva was in haar beginperiode. Zij was geestelijk nog een kindvrouw. Eva moest zich emanciperen, zich ontwikkelen. Adam had het emancipatieproces al grotendeels achter de rug. Eva was nooit in Eden geweest. Zij is in de hof uit Adam tevoorschijn gekomen.

1 Timotheüs 2:13 - Want eerst is Adam geformeerd, en daarna Eva.

Er staat 'geformeerd'; er staat niet 'geschapen'.

Grieks: plasmo: kneden, modelleren, gestalte geven. Eerst heeft Adam gestalte gekregen en daarna Eva.

Eva was in haar beginperiode en kwam uitgerekend bij de boom van de kennis van goed en kwaad te staan. Het eten van de vrucht daarvan zou de mens verstandig maken, inzicht geven. De vrucht was begeerlijk. Eva was begerig om verstandig te worden. Het 'begeren' opzich is niet kwaad.

Gods gedachte is, dat het ontwikkelingsproces geleidelijk zou plaatsvinden. Eerst de halm, dan de aar, dan het volle koren in de aar. Satans bedoeling is dat het ontwikkelingsproces geforceerd zou worden, en Eva een vroegrijpe vrouw zou zijn. Alleen door een langzaam groeiproces wordt de mens een partner van God. (Verlovingstijd). Hoe meer de mens 'geestelijk' wordt, hoe meer de verschillen wegvallen; ook tussen man en vrouw.

De onschuldige Eva wordt als het ware door de slang gehypnotiseerd . Zij komt onder de betovering. De stem van haar geweten zal haar zeker hebben gewaarschuwd, dat zij een grens aan het overtreden was.

Als je met occultisme in aanraking komt, wordt je ook van binnen gewaarschuwd. Je betreedt een duister terrein, je verliest je spontaniteit. Je komt onder de betovering. Er valt een sluier over de mens.

Eva is de eerste mens waarover een sluier is gevallen.

Jesaja 25:7 - En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, ...

De mens krijgt alleen kennis van goed en kwaad door de kennis van het woord van God en door gemeenschap met de Geest van God. De liefde tot God is hierbij erg belangrijk. Adam en Eva zijn van elders binnengeklommen. De Here had hen gewaarschuwd. Zij trachtten het doel op een andere wijze te bereiken dan God had voorgeschreven. Ze luisterden naar de stem van de vreemde. Als de mens God ongehoorzaam is, wordt hij naar de innerlijke mens overgegeven aan het doodsproces.

Zo iemand is 'geestelijk' in de wintertijd. Als je in de winter een kale boom ziet, zeg je: 'Die boom is dood'.

De mens moet tot ontwaken komen (lentetijd). Het leven is er wel, maar er treedt verstijving op.

Planten en dieren keren bij het sterven naar de aarde terug. Zij behoren tot de aarde. Een dier brengt jongen voort en sterft. Het is een biologisch proces. Een plant brengt vrucht voort en sterft; maar de mens heeft eeuwig leven.

Eva geeft de slang de schuld en Adam geeft Eva de schuld. Het is een afwenteling van de verantwoordelijkheid. De werkelijke, onzichtbare verleider blijft buiten schot. De duivel had de slang verhoogd, maar God gaat de slang vernederen.

Hij bepaalt de slang tot háár plaats in de natuurlijke wereld. Zij zou zich, al kronkelend, op aarde voortbewegen en zich nimmermeer kunnen verheffen om geestelijk bezig te zijn. De slang zou alleen 'stof' eten: het natuurlijke. Wij leven van 'stof' én 'hemels' brood.

'Zolang gij leeft'. Als de slang sterft, keert ze terug naar de aarde, van waaruit zij genomen is. Het dier krijgt nimmer deel aan het onvergankelijke, geestelijke leven. Dit is geen straf!

Voortaan is de gevallen aartsengel geïdentificeerd met de slang. De slang is zijn embleem geworden.

Jesaja 65:25 - De wolf en het lam zullen tezamen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund, en de slang zal stof tot spijze hebben; zij zullen geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, zegt de Here.

=======

=====

=== 

LES 15 (les 4 / SERIE 3/ 7-04-84)

 Exodus 4:1-7

Mozes had een veelzijdige taak. Hij was een Godsman. Hij moest ook het volk Israël leiden. Het was een natuurlijk volk. Mozes vertegenwoordigde de overheid.

Romeinen 13:4

- Zij (de overheid) staat immers in dienst van God, u ten goede. Maar indien gij kwaad doet, wees dan bevreesd, want zij draagt het zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in dienst van God, als toornende wreekster voor hem, die kwaad bedrijft.

De maatschappij moet worden geregeerd. Hiervoor moeten er leiders zijn en ook mensen die geleid moeten worden. Dit is de scheppingsgedachte. In de engelenwereld zien we hetzelfde. Er zijn aartsengelen en gewone engelen.

De overheid regeert over natuurlijke mensen zij vertegenwoordigt de wereldgeesten: de menselijke geesten.

De wetten die Mozes aan het volk Israël gaf, waren wetten voor natuurlijke mensen. iedereen moest zich hieraan onderwerpen. Als je het niet deed, werd je gestraft. Tegenwoordig stoort men zich weinig aan het gezag. Alles wat de overheid onderneemt, stuit op verzet.

Mozes moest omgaan met een natuurlijk volk. De gemeente van Jezus Christus is op vrijwillige basis bij elkaar, om bezig te zijn met de gééstelijke dingen. De gemeente van Jezus Christus moet voor de overheid bidden, dat zij wijsheid mag ontvangen om te regeren, opdat wij een stil en gerust leven mogen leiden. De overheid is Gods dienaresse. Mozes was Gods dienaar. Als het volk Israël de wetten die Mozes had gegeven was nagekomen, zou het volk een stil en gerust leven hebben gehad. Als in Nederland alle wetten zouden gehouden worden, zou het in ons land ook goed gaan.

Als er bijvoorbeeld een grote fabriek moet worden gebouwd, gaan de architecten aan het werk. Er moeten timmerlieden, metselaars, electriciens, schilders enz. aan te pas komen. De fabriek komt gereed doordat de gebundelde wereldgeesten, de menselijke geesten, tezamen hieraan hebben meegewerkt.

De bijbel zegt niet dat de wereldgeesten verkeerd zijn, maar ze zijn 'zwak en armelijk'. Ze redden het niet tegenover de wetteloosheid. We zien dit verschijnsel vandaag aan de dag.

Galaten 4:9 - Nu gij God hebt leren kennen, ja, meer nog, door God gekend zijt, hoe kunt gij thans terugkeren tot die zwakke en armelijke wereldgeesten, waaraan gij u weder van meet aan dienstbaar wilt maken?

Israël was een natuurlijk volk en moest op natuurlijke wijze geregeerd worden. Bovendien was het het volk Gods, waarin het geestelijke Israël, als het ware, verborgen was. Mozes was tevens de man Gods, die de strijd met de duivel aanging.

 Exodus 4:6,7 - wederom zeide de Here tot hem: Steek uw hand in uw boezem. En hij stak zijn hand in zijn boezem en toen hij ze eruit trok, zie, zijn hand was melaats, sneeuwwit. Daarop zeide Hij: Steek uw hand opnieuw in uw boezem. En hij stak zijn hand opnieuw in zijn boezem en toen hij ze eruit trok, zie, zij was weer geworden als zijn overige vlees.

In Exodus 4 krijgt Mozes macht van God. Hij mocht het op zichzelf uitproberen.

Vers 10 - Toen zeide Mozes tot de Here: Och Here, ik ben geen man van het woord .... , want ik ben zwaar van mond en zwaar van tong.

Mozes kwam niet om te spreken, maar om de macht, die hij van God had gekregen, te openbaren. Paulus was óók geen 'spreker' (1 Kor. 2:1-5).

Achter Paulus woorden zat hemelse kracht. Ook Mozes had de beschikking over de kracht van God. Als God iemand een goed verstand heeft gegeven en deze mens doet er verkeerde dingen mee, dan is Gód hier niet verantwoordelijk voor. God heeft de mens zó gemaakt, dat hij zelfstandig kan optreden.

Mozes was opgegroeid en opgevoed in de wijsheid en kennis van de Egyptenaren. Het leven van Mozes en Jezus loopt parallel. Het blijkt uit hun jeugd. Ze werden beiden door de duivel aangevallen, die hen wilde vermoorden. Farao had, volgens de geschiedschrijver Flavius Josephus, een waarzegger gehad, die farao de komst van een Hebreeuwse knaap had voorspeld, die bij het volwassen worden ver boven de farao zou uitsteken en Egypte tot schande zou maken.

Om dit onheil te voorkomen, liet farao alle Hebreeuwse jongetjes in de Nijl werpen. Zowel bij Mozes als bij Jezus gaat het om een kind dat op wonderbaarlijke wijze wordt gered. De duivel had tevoren al in de gaten, dat deze beide mannen een belangrijke positie in het Koninkrijk Gods zouden gaan innemen.

Achter de farao staat een wereldbeheerser van deze duisternis.

We hebben in vers 6,7 gezien dat Mozes macht had over ziekte.

Vers 11 - Maar de Here zeide tot hem: Wie heeft de mens een mond gegeven, wie maakt stom of doof, ziende of blind; ben Ik het niet, de Here?

Merkwaardig is dat Mozes hetzelfde moest doen in Egypte. Hij deed het namens de Here. Mozes heeft macht van de Here ontvangen en gebruikt deze zoals wij ons verstand gebruiken. De één gebruikt zijn verstand om het goede te bewerken; de ander om het verkeerde te doen. Mozes gebruikt de macht als leider van een natuurlijk volk. Elia had ook macht ontvangen en deed vuur van de hemel dalen. Johannes en Jakobus wilden dit ook doen. Jezus veroordeelt het en zegt: 'Je weet niet van hoedanige geest je bent'.

Mozes had macht over de verderfengelen (Psalm 78:49).

Mozes gebruikte duivelse machten om het volk van Egypte te slaan (vers 44-48).

Wij hebben ook macht over de boze engelen, maar wij mogen ze niet naar onze buurman sturen. Wij moeten ze in de afgrond werpen.

Mozes moest Beëlzebul met Beëlzebul uitdrijven. Hij had geen ander middel. De overheid gebruikt ook geweld in de natuurlijke wereld.

Rahab is de macht die achter Egypte stond. Het is een mytisch natuurmonster. Rahab betekent: onbeschaamdheid, geweld, trots.

Rahab is de dichterlijke, symbolische naam voor Egypte.

Wij hebben de Nederlandse leeuw. De Duitsers hebben de adelaar.

Jesaja 30:6 - De Godsspraak over de dieren van het Zuiderland, Statenvertaling : beesten.

Oorspronkelijk: de Godsspraak over Rahab (Egypte).

... door een land van benauwdheid en angst, waar leeuwin en leeuw, adder en vliegende draak wonen, ...

'Vliegende draak heeft hetzelfde grondwoord als 'vurige slangen' (Numeri 3:6). Er staat: serafs: branden; brandende engelen.

De vertalers hebben in Numeri 3:6 niet durven vertalen met 'vliegende draak'. Er zijn goede en kwade serafs en er zijn goede zowel als kwade cherubs. De afgevallen serafs branden om te verderven. Jesaja zag de goede serafs (Jesaja 6:2).

De serafs in de tempel branden van ijver voor Gods heiligheid.

Als een engel afvalt, behoudt hij zijn eigenschappen, maar deze functioneren in de verkeerde richting.

Psalm 89:10,11 -

- Gij heerst over de overmoed der zee, als haar golven zich verheffen, stilt Gij ze. Gij hebt Rahab als een verslagene verbrijzeld, door uw sterke arm hebt Gij uw vijanden verstrooid,

Dit slaat op de doortocht door de Schelfzee. Egypte wordt hier het zeemonster genoemd. Het duidt op een strijd in de hemelse gewesten .

Ezechiël 32:2 -

- Mensenkind (zoon des mensen!) hef een klaaglied aan over farao, de koning van Egypte, en zeg tot hem: Jonge leeuw onder de vol- ken - tot zwijgen zijt gij gebracht! Gij waart als een zeemonster; in uw stromen liet gij het borrelen, met uw poten bracht gij het water in beroering en deed zijn stromen troebel worden.

Hier staat Leviathan.

Hst.29:3 -

- Spreek en zeg: zo zegt de Here: zie, Ik zál u, farao, koning van Egypte! machtig monster, dat ligt temidden van uw Nijlarmen, ook hier staat: Leviathan. Hij brengt met zijn poten het water in beroering. In Openb.12 wordt ook over de Leviathan gesproken: de draak met de 7 koppen.

Bij opgravingen bij Ugarit in Noord-Syrië heeft men een bibliotheek opgegraven. Er zijn geschriften waarin de afgoden worden beschreven. De Leviathan wordt hierin aangeduid als de draak met de 7 koppen.

Psalm 74:13,14a

- Gij zijt het die de zee hebt gekliefd door uw kracht, de koppen der draken in het water verbrijzeld.

- Gij zijt het die de koppen van de Leviathan hebt vermorzeld, ...

De zeven koppen van de draak moeten worden verbrijzeld. Johannes neemt dezelfde beelden over. Ook het beest dat uit de zee opkomt, heeft 7 koppen (Openb.13:1). De draak heeft aan het beest zijn kracht, zijn troon en grote macht gegeven (vers 2). Beiden komen overeen met de Leviathan, de kronkelende slang.

Job 40:20 - Kunt gij de krokodil met een vishaak optrekken, ...

Hier staat: Leviathan! Job had een strijd met de duivel, de oude slang. Job wist dit niet.

Vers 24 - Kunt gij met hem als een vogeltje spelen en hem vastbinden voor uw meisjes?

Psalm 104:26 - Daar gaan de schepen, de Leviathan, die Gij geformeerd hebt om ermee te spelen.

Het gaat niet over 'schepen', maar over geweldige zeedieren.

Andere vertalingen hebben: zeemonsters. De Leviathan gaat voorop.

God heeft de duivel geschapen om ermee te experimenteren. De Statenvertaling heeft: om er in te spelen. Dit slaat nergens op. Wat wordt er met spelen bedoeld? Als een slangenbezweerder een slang rechtop doet staan, speelt hij ook met de slang. Als ik met een hond speel, sla ik acht op hoe het dier op bepaalde dingen reageert en zich in bepaalde situaties gedraagt. Op deze wijze kan ik ook met een vogeltje spelen.

God heeft niets met het kwaad te maken. Hij verzint het niet; het komt niet in Hem op. Het kwaad is in de dúivel ontstaan. Jezus zegt heel duidelijk dat de dúivel de 'vader der leugen' is. Uit de leugen komt allerlei slechtheid voort. God weet niets van leugen af, want Hij ís waarheid. God ziet door de eeuwen heen de gedragingen van de boze. Op deze wijze leert God langzamerhand het kwade kennen. Als je met iemand speelt, wil dat niet zeggen dat je iemands gelijke bent. Als je op een muziekinstrument speelt, betekent dit dat je het instrument beheerst.

Job 40:27 - Leg eens uw hand op hem, denk aan de strijd; gij moet het maar niet weer doen.

Job was niet tegen de vijand opgewassen. Maar de Heer zegt tot ons: 'Jullie hebben macht over de hele legermacht van de vijand'!

Job wist niet dat satan hem al de narigheid bezorgde. Job had bescherming nodig. Statenvertaling: omtuining. Jobs omtuining werd weggehaald. Job had de Heilige Geest niet, want hij was een man van het oude verbond.

In het Nieuwe Testament wordt niet over een omtuining gesproken. Daar wordt gezegd: 'Je hebt Gods Geest ontvangen; nu moet je over de boze héérsen. Je moet meer kracht hebben dan de vijand'.

Mozes had macht over de slang. Hij werd niet omtuind. De Here sprak: 'Mozes werp je staf op de grond', en de staf veranderde in een slang.

God heeft de schepping góed gemaakt. Hij heeft de mens 'bijna goddelijk' gemaakt. De mens krijgt een vijand. God weet dat deze vijand eraan gaat. De poel des vuurs is voor de duivel en zijn engelen bereid (Mattheüs 25:41).

God grijpt niet in in dit proces en laat de duivel om zo te zeggen maar 'aanrommelen', omdat de mens blijk moet geven van het feit dat hij 'goed' is.

Uit elk mens kan een overwinnaar te voorschijn komen. Jezus Christus, de Zoon des mensen, geboren uit een vrouw, ís reeds als Overwinnaar tevoorschijn gekomen. Uiteindelijk zullen ook de zonen Gods uit de mensen tevoorschijn komen als overwinnaars. Zij zullen de schepping herstellen. De méns moet op de troon komen. Jezus Christus zal regeren met de 144.000. Dit is een selecte groep uit de mensen. Zij vallen niet meer af. Zij zijn door vele beproevingen heengegaan en zijn als overwinnaars hieruit te voorschijn gekomen. De mens zal heersen over ál de werken van Gods hand, zowel in de natuurlijke als in de geestelijke wereld.

Het christendom heeft naar de leugenaar geluisterd, die zegt: 'De mens moet klein blijven'. De leer van het Koninkrijk der hemelen, die Jezus zelf heeft gebracht, scheidt de christenheid. De mens moet heersen over zijn vijanden. Jezus is hierin ons voorbeeld en zegt: "Weest mijn navolgers!"

Openb.3:21 - Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.

Zonder strijd kan geen enkele overwinning worden behaald!

Als de zonen Gods in de hemelse gewesten verschijnen, trekt de duivel al zijn troepen samen. De wetteloosheid, die zich vandaag de dag begint te openbaren, is nog nooit zo groot geweest als nu. Men verklaart openlijk dat men achter de wetteloosheid staat.

Jezus moest ook strijden tegen de draak. Mozes moest strijden tegen de tovenaars, die de draak vertegenwoordigden. De zonde van de farao was dat hij het volk Israël niet wilde laten vertrekken. Het volk moest naar het beloofde land toe; het volk moest 'op hoger grond' gaan verkeren: de grond des Heren.

Ten dage van Jezus beletten de farizeeërs het volk om in te gaan in het Koninkrijk der hemelen. Zélf gingen zij ook niet in.

Jezus zegt tegen deze leidslieden: "Gij adderengebroed!".

Jezus is gekomen om tegen déze leidslieden te zeggen: "Laat mijn volk trekken!".

Het volk moest naar hoger grond, maar in plaats hiervan moesten de mensen allerlei wetjes en voorschriften nakomen. Ze moesten de drinkbeker aan de buitenkant oppoetsen. Ook hier zat de duivel tussen. Hij wil niet dat de mens zich verheft.

Als Paulus zich wilde verheffen, hield een engel van satan hem tegen. Zo gauw de mens zich gaat verheffen, treedt hij de hemelse gewesten binnen en brengt hierdoor de oorlog in de hemel op gang.

De boze engelen weten bijvoorbaat dat zij de verliezers zijn. Jakobus zegt dat de boze engelen ook geloven. Zij weten dat God één is, en zij sidderen.

In Openb.12 ziet Johannes het teken in de hemel: de vrouw en de draak. Als de zonen Gods geboren worden, staat de draak klaar om ze te verslinden.

Egypte wordt in de bijbel 'Cham' genoemd. Misraïm was een zoon van Cham. Misraïm is: Egypte. Als over 'Misraïm' wordt gesproken, betekent dit tevens 'Cham'.

Psalm 106:21,22a -

- Zij vergaten God, hun Verlosser, die grote dingen in Egypte had gedaan,

- wonderen in het land van Cham, ...

Israël wordt in de bijbel aangeduid met 'Sem': naam.

Genesis 9:26a - Geprezen zij de Here, de God (Inspirator) van Sem!

Vers 27 - God breidde Jafeth uit en hij wone in de tenten van Sem,

De tenten van Sem beelden in de bijbel Het Koninkrijk van God uit; de tenten van Cham beelden het rijk van satan uit.

Mozes kwam in de naam van Jaweh, de God van Israël, die in de tenten van Sem woont. In onze tijd zijn wij 'tenten van Sem'.

Hebreeën 11:27

- Door geloof heeft hij (Mozes) Egypte verlaten, zonder de toorn van de koning te vrezen. Want hij bleef standvastig, als ziende de onzienlijke.

Interlinear: 'the invisible (one)'. Je kunt nu vertalen: Mozes zag hét onzienlijke'. Ik vind deze aanduiding mooier.

Mozes zag de dingen uit de onzienlijke wereld en daarom straalde zijn gelaat. Als Mozes de kinderen Israëls naderde, moest hij een bedekking, een sluier voor het gelaat doen.

2 Korinthe 3:13 - ... geheel anders dan Mozes, die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de kinderen van Israël geen blik zouden slaan op het einde van hetgeen verdwijnen moest.

Mozes wist dat de geestelijke wereld de realiteit was en dat de aardse tabernakel moest verdwijnen. De Joden wilden de tabernakel als een blijvende zaak hebben. Israël was een natuurlijk volk; het accepteerde de geestelijke zaken niet. Mozes wist dat zijn bediening tijdelijk was. Met het geloof grijp je de geestelijke, onzienlijke dingen. Israël kon slechts de zichtbare dingen grijpen.

Psalm 103:7 - Hij maakte Mozes zijn wegen bekend, de kinderen van Israël zijn daden.

De wegen van God: de gedachten van God. Hij maakte Mozes zijn gedachten bekend.

Wij moeten eerst Gods wegen, zijn gedachten leren kennen. De mens, die Gods wegen niet kent, leeft bij het zichtbare. Israël zag slechts de daden van God. Er moest eerst iets gebeuren. Voor deze mens moet het spectaculaire er komen.

 Mozes maakte de tabernakel naar hemels model. De aardse tabernakel was een afschaduwing van de hemelse tabernakel (Hand.7:44).

 De tabernakeldienst had de Israëlieten zodanig moeten opvoeden, dat ze de hemelse dingen zouden kunnen begrijpen. Dit is niet gebeurd. Israël zei: 'Het zichtbare is de werkelijkheid'.

Deut.18:15,18

- Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Here, uw God u verwekken, naar Hém zult gij luisteren

- een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en Hij zal alles tot hen zeggen wat Ik Hem gebied.

Hier wijst Mozes al op de vergankelijkheid van het oude verbond.

Openb. 11:8 - En hun lijk zal liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genaamd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook hun Heer gekruisigd werd.

Dit is de plaats waar belet wordt dat het volk van God omhoog-stijgt. Men houdt zich zoet met de aardse dingen. Hier zit de boze achter. Het is niet verkeerd om je met de Derde Wereld bezig te houden, maar het blijft een aardse zaak, een humane zaak, voor de natuurlijke mens.

Verder moet je je bezighouden met demonstraties en met aards gerichte leringen enz. Jezus zegt: 'Ik ben bezig met de dingen van mijn Vader, maar jullie farizeeën, zijn bezig met de dingen van de aarde'.

De aardse dingen zijn niet verkeerd, maar de hémelse dingen zijn 'hoger'.

 

=======

=====

===

LES 16 (les 1/SERIE 4/ 1-09-84)

1 Korinthe 13:12

- Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht.

Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik tenvolle kennen, zoals ik zelf gekend ben.

Canisiusvertaling: Thans zien wij in een wazige spiegel; ..Thans ken ik slechts ten halve.

Wij willen in deze spiegel een scherp en helder beeld van Jezus Christus zien, want wij willen aan zijn beeld gelijkvormig worden. Daarom is de leer van het Koninkrijk der hemelen absoluut noodzakelijk. Het is de weg die verder omhoog voert in de hemelse gewesten, zodat wij ook in staat zijn het doel te bereiken: de gelijkvormigheid aan Jezus Christus.

Eén van de redenen dat de spiegel een wazig, onduidelijk beeld geeft kan zijn dat er in een mensenleven nog duistere machten werkzaam zijn, die scheiding brengen tussen God en mens. Als een mens zich bezighoudt met zondige gedachten, kán hij geen zuiver beeld van Jezus Christus hebben. In een dergelijk geval moet er eerst bevrijding plaatsvinden. De leer van het Koninkrijk der hemelen houdt onder andere verlossing en bevrijding in.

Ook allerlei dwalingen kunnen vertroebelend werken op het beeld van Jezus Christus.

Hij is het uitgedrukte beeld van God: enkel goed.

Jesaja 25:7

- En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking waarmede alle volken bedekt zijn.

Als je zegt dat je God liefhebt, wil dit zeggen dat je zijn woord liefhebt. Als je zegt dat je Jezus liefhebt, is het noodzakelijk te weten hoe zijn beeld er precies uitziet. Wij willen de waarheid liefhebben, zoals God zich in zijn woord openbaart. Jezus Christus is het vleesgeworden woord.

Met de leer van het Koninkrijk der hemelen bemerk je dat de bijbel een nieuw boek wordt. Telkens komen er weer nieuwe gedachten tot ons.

Gen.3:15 - En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.

God spreekt hier een vonnis uit. God zaait vijandschap tussen de mens en de slang; tussen het zaad van de slang en het zaad van de vrouw. Dit geschiedt door het zwaard van de Geest: het woord Gods.

God sluit geen compromis. God zegt ook tegen de slang wíé het vonnis zal uitvoeren: 'Het zaad van de vrouw zal jou de kop vermorzelen'. De duivel voert het 'Ik zal vijandschap zetten' wel uit. Hij haat de mens met een volkomen haat en tracht het vrouwenzaad de weg te belemmeren door het voortdurend in de hiel te bijten. Maar hij kan niet beletten dat dit zaad hem de kop zal vermorzelen.

Mensen stellen ons vaak de vraag waarom God niet ingrijpt in bepaalde situaties. Het antwoord van God hierop is dat het zaad van de vrouw het vonnis zal gaan uitvoeren. Jezus Christus heeft hierin als eerste het voorbeeld gegeven. Hij is immers de eerste van vele broederen. Hij gaf ons de opdracht om te doen wat Hij heeft gedaan. Wij moeten de vijand aan vallen op zíjn terrein: in de geestelijke wereld. Hiertoe staat ons de wapenrusting van God ten dienste.

Iemand die een vonnis uitspreekt voert dit zelf niet uit.

De rechter werpt de mensen niet in de gevangenis. Hij heeft hiervoor zijn dienaren.

In Johannes 16:7 wordt gesproken over de Trooster.

Het is een vreemde vertaling van het woord 'parakleet', wat 'helper' betekent. Een advocaat is ook geen trooster maar een helper.

Vers 8 - En als Hij komt zal Hij de wereld overtuigen van zonde en gerechtigheid en van oordeel.

De Heilige Geest zal de wereld door middel van het evangelie van zonde overtuigen, door te putten uit de woorden van Jezus.

Vers 14 - Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.

Jezus is niet opgehouden met denken. Er kunnen gedachten in ons opkomen waarvan wij overtuigd zijn dat zij door de Heilige geest zijn ingegeven.

De Geest put het uit de denkwereld van Jezus. De Heilige Geest kan ook datgene wat Jezus heeft gesproken maar niet is opgetekend, ons te binnen brengen.

Het Johannesevangelie eindigt met de merkwaardige opmerking dat de wereld de boeken niet zou kunnen bevatten indien alles wat Jezus heeft gesproken en gedaan zou zijn opgetekend. Onze evangeliën lopen vaak parallel. Er staat veelal hetzelfde in. Al met al is het weinig en minimaal.

De gedachten die in ons opkomen moeten natuurlijk wel overeenstemmen met wat Jezus gesproken heeft, want Hij spreekt zichzelf nooit tegen.

Hoe verder we in de tijd komen, destemeer zal de wereld overtuigd worden van zonde, door middel van de zonen Gods. De zonde bindt de mens aan de duisternis. Het evangelie van het Koninkrijk der hemelen doet de mens ontdekken wie hij is, zodat hij zich los kan maken van het kwaad en gaat zien: Dat is van de duivel en dit ben ik. Ik wil zijn die ik ben.

Vers 9-11

- van zonde omdat zij in Mij niet geloven;

- van gerechtigheid omdat Ik heenga tot de Vader en gij Mij niet langer ziet.

- van oordeel omdat de overste van deze wereld geoordeeld is.

Op het moment dat Jezus deze woorden uitsprak, was Hij nog niet aan het kruis gegaan. In het paradijs is de overste van deze wereld geoordeeld, want daar werd tot hem gesproken dat zijn kop zou worden vermorzeld.

Als wij de machten der duisternis binden en naar de afgrond verwijzen, doen wij niet anders dan het beschreven vonnis uitvoeren.

Psalm 149:9

- om het beschreven vonnis aan hen te voltrekken.

Dat is de luister van al zijn gunstgenoten. Halleluja!

Wij moeten, net als Jezus, hémels gaan denken. Anders kunnen wij de satan niet onder onze voeten verpletteren.

Efeze 6:12 - want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

'Tegen de boze geesten in de hemelse gewesten' is een bijstelling; een nadere omschrijving. Bijvoorbeeld: Jan de timmerman. Wij voeren deze strijd met het woord van God. Je moet weten wat je vijand van plan is. Paulus zegt: 'Zijn gedachten zijn ons niet onbekend'.

Je moet echter ook je vrienden kennen, je helpers: de heilige engelen, en de kracht van de Heilige Geest in je.

De Heer zegt: 'Als je nu op de mensenwereld neerkijkt, is er een kleine groep van mensen die Mij toebehoren'.

God stelt zich voorlopig tevreden met een kleine groep. De rest van de mensheid zit onder de wereldbeheersers dezer duisternis.

Romeinen 9:26

- En het zal geschieden ter plaatse (ter plekke) waar tot hen gezegd was: gij zijt mijn volk niet, daar zullen zij genoemd worden: zonen van de levende God.

'Ter plaatse': de heilige berg der goden; de berg Sion; het nieuwe Jeruzalem. Op deze plaats in de geestelijke wereld heeft God gezegd: Gij zijt mijn volk niet. Op dezelfde plaats heeft God gezegd: Gij zijt mijn volk.

Het is de plaats waar God de belangrijkste figuren van de engelenwereld om zich heen verzameld heeft. Het zijn de aartsengelen: de zonen Gods genoemd. Ook de duivel had zijn plaats op de heilige berg der goden. Zie Job 1:6.

Ezechiël 28:14

- Gij waart een beschuttende cherub met uitgespreide vleugels; Ik had u een plaats gegeven: gij waart op de heilige berg der goden, wandelend temidden van vlammende stenen.

Lucifer was een beschuttende cherub en geroepen om de troon te beschermen. De uitgespreide vleugels beelden de beschermende positie uit. Lucifer had een plaats temidden van de engelen van het licht.

Ook onder de aartsengelen is een bepaalde rangorde.

God geeft aan de wereldbeheersers van deze duisternis toestemming om invloed uit te oefenen op een deel van de wereldbevolking. Elk land, elke natie heeft zo'n hemelvorst over zich gesteld gekregen. Dit berust op de gedachte die we vinden in:

Deuteronomium 32:8

- Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, heeft Hij de grenzen van de volken vastgesteld naar het aantal der zonen van Israël.

Septuagint: engelen Gods; Leidse en Canisiusvertaling: naar het aantal van de zonen Gods; Obbink: naar het aantal godenzonen.

God wees Israël aan als zijn volk en stelde de aartsengel Michaël aan als overste van dit volk. Michaël staat altijd ten dienste van het volk van God.

In het oude verbond: Israël; in het nieuwe verbond: het Israël Gods, de gemeente van Jezus Christus, het geestelijk Israël.

Op een gegeven ogenblik zegt God van Israël: 'Het is mijn volk niet meer'. Je kunt nog wel een tijdje meelopen, maar op zeker moment is het afgelopen. Er waren heel wat Joden, die er allang niet meer bij hoorden, maar niemand zag het: de leidslieden, de farizeeën en sadduceeën.

Maar het vonnis was nog niet over de mensen geveld. Als Jezus zegt: 'Het Koninkrijk Gods wordt van u weggenomen', dan is de beslissing gevallen. Nu is het definitief afgelopen.

Paulus zegt dat zulke takken in de geestelijke wereld van de olijfboom worden afgekapt. (Romeinen 11:16-24).

De olijfboom beeldt het ware volk van God uit. De wortel van de boom is heilig en saprijk. Het sap wijst op het woord van God. Het sap wordt opgenomen in de boom en gaat naar de takken. De takken brengen vrucht voort.

Als er geen verbinding meer is met de wortel, het woord van God en de genade van God, dan kan er geen vrucht worden voortgebracht.

 2 Koningen 17:22-23a

- ... zodat de Israëlieten wandelden in al de zonden die Jerobeam had begaan; (de kalverendienst in Dan en Bethel) zij weken daar van niet af,

- totdat de Here Israël van voor zijn aangezicht verwijderde, zo als Hij had gesproken tot zijn knechten, de profeten.

Statenvert.: .. totdat de Here Israël van zijn aangezicht wegdeed.

Dit wil zeggen: Je bent mijn volk niet meer!

Als het volk later Jezus verwerpt, zegt Hij: 'Het Koninkrijk Gods wordt van u weggenomen'.

De scheiding wordt zichtbaar en het overblijfsel van Israël trekt eruit. Op de pinksterdag zijn het 120, 3000 en 5000 mensen. Dit wordt de gemeente van het nieuwe verbond. De gemeente van Jezus Christus: het Israël Gods, is nú de ware olijfboom geworden. Nu gaat God zijn volk uit de heidenen verzamelen.

De wilde takken worden geënt op de edele olijfboom. Ze worden tegen nature geënt. Bij het enten zet men een goede tak op een kwade boom. Bij het tegen nature enten zet men een slechte tak op een goede boom. Als een olijfboom oud wordt, zet men er wilde takken in. Deze takken worden goed.

Jesaja 54:1

- Jubel, gij onvruchtbare, die niet hebt gebaard, breek uit in ge jubel en gejuich gij die geen weeën hebt gekend, want de kinderen van de eenzame zijn talrijker dan de kinderen van de gehuwde, zegt de Here.

Veel christenen zeggen dat met 'de onvruchtbare' Israël wordt bedoeld, dat zich gaat bekeren. Doch met 'de onvruchtbare' worden de heidenen bedoeld.

Paulus schrijft dit in verband met de bekering van de heidenen (Galaten 4:26,27). Israël heeft zijn doel bereikt. Het heeft Jezus Christus voortgebracht, want het heil is uit de Joden (Joh.4:22).

Jesaja 54:5 - Want uw man is uw Maker, Here der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls, de God der ganse aarde zal Hij worden genoemd.

De heerlijkheid van het nieuwe verbond is dat God een God van de ganse aarde zal zijn. God komt niet terug op een verbond met Israël, maar Hij komt terug op een verbond met Noach. Dit is het grote verbond, het vredesverbond. De regenboog is teken van dit genadeverbond.

Vers 9,10

- Dit is mij als in de dagen van Noach: zoals Ik gezworen heb, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen, zo heb Ik gezworen dat Ik niet meer toornig op u zal zijn noch u zal dreigen.

- Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de Here.

Handelingen 14:16

- Hij heeft ten tijde van de geslachten, die achter ons liggen, alle volken op hun eigen wegen laten gaan.

Jesaja 53:6

- Wij allen dwaalden als schapen, wij wandelden een ieder naar onze eigen weg, maar de Here heeft ons aller ongerechtigheid op Hem doen neerkomen.

Abraham had de goede gezindheid. De heidenen hadden de verkeerde gezindheid. God geeft ze over aan een verwerpelijk denken (Romeinen 1:28). Wij zoeken de vernieuwing van denken.

Jesaja 53:4

- Vrees niet, want gij zult niet beschaamd staan; wordt niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; ja, gij zult de schande van uw jeugd vergeten en aan de smaad van uw weduwschap niet meer denken.

God neemt heidenen 'in Christus' weer aan. De schande dat zij niet zijn volk waren, wordt uitgewist. Als God Israël als zijn volk afschrijft, zegt Hij tegen de heidenen:

- Gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom en een heilige natie, om de grote daden Gods te verkondigen van Hem, die u getrokken heeft uit het duister (van dat verwerpelijke denken) en overgeplaatst in het Koninkrijk van de Zoon van zijn liefde. (1 Petr.2:9 en Kol.1:13).

Jezus Christus heeft de grote ommekeer gebracht. Aan het kruis van Golgotha heeft Hij de wereld met God verzoend. Israël werd als volk van God afgeschreven. Als een Jood weer bij het volk van God wil gaan behoren, moet hij Jezus Christus aannemen. Hij wordt als afgehouwen tak van de olijfboom opnieuw ingeplant. Dit geschiedt individueel. God heeft de Joden niet verstoten. God verstoot geen enkel volk. God heeft de duivel verstoten.

In de hemelse gewesten heeft God eertijds de aartsengel Michaël over het volk Israël aangesteld. De heidenen hadden hemelvorsten uit het rijk van de duisternis. Deze hemelvorsten bepalen het wezen van een volk. Het zijn grootvorsten, machthebbers, die ook hun gebied op aarde proberen uit te breiden.

Daniël spreekt over de vorst van Perzië en de vorst van Griekenland. Perzië en Griekenland (Alexander de Grote) streefden naar de wereld heerschappij. Ze hebben altijd vijandig tegenover het volk van God gestaan. Zij werden gedirigeerd door de hemelvorsten van de duisternis.

Daniël leefde in Babel in ballingschap, ten tijde van het Medisch- Perzische rijk. Door de profeet Jeremia was geprofeteerd dat het een ballingschap van zeventig jaar zou zijn. In het jaar 538 voor Christus heeft Kores (Cyrus) de koning van de Perzen bevel gegeven dat de Joden weer mochten terugkeren naar Jeruzalem. Zij mochten hun tempel weer herbouwen.

Kores van Perzië had zo'n hemelvorst boven zich, evenals Nebucadnezar, de koning van Babel. Als Kores de Joden naar hun land laat gaan, doet hij iets wat de hemelvorst niet bevalt, want deze vorst haat het volk van God. Er komt in de hemelse gewesten een strijd tussen de hemelvorsten op gang. De hemelvorst van de Perzen komt het eerst in konflikt met de aartsengel Gabriël en daarna met Michaël. De engel Gabriël is verbonden met het woord van God. Het woord van God heeft kracht. Het woord van God luidde: 'De ballingschap duurt zeventig jaar'.

De wereldbeheerser van Perzië zegt: 'Dit volk mag niet vertrekken. Het is een langdurig konflikt. In dezelfde tijd begint Daniël te bidden, en zegt: 'Heer, de zeventig jaar zijn nu voorbij. Mogen wij nu vertrekken?

Daniël vastte en was 21 dagen in gebed.

Daniël 10:13,14a

- Maar de vorst van het koninkrijk van de Perzen stond 21 dagen tegenover mij; doch zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen van de Perzen, de overhand behield;

- en ik ben gekomen om u te verstaan te geven wat uw volk in het laatst der dagen zal overkomen; ...

 Dit is gebeurd in het derde jaar van Kores (vers 1)

 De Joden waren al naar hun land teruggekeerd. Daar krijgen de tempelbouwers enorme tegenstand te verduren, onder andere van Tobia en Sanballat. Deze mannen verspreiden kwaad gerucht en schrijven aan de koning van de Perzen: 'De Joden deugen niet. Het is een opstandig volk en zij zullen zich zeker van u losmaken'.

In Daniël 10 wordt het konflikt in de hemelse gewesten beschreven. Als verhaal vinden wij het terug in Nehemia. We zien dat er een strijd in de hemelse gewesten voorafgaat aan de herbouw van de tempel en de stad.

 Vers 20 - ... Terstond moet ik (Gabriël terugkeren om met de vorst van de Perzen te strijden, en zodra ik uitgegaan ben, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen.

De Griekse koningen hebben verwoestend gewerkt. Ze hebben getracht Israël uit te roeien en de tempel te verwoesten.

Als de Heer tegen de Joden zegt dat het Koninkrijk van God van hen wordt weggenomen, wordt Michaël aangesteld over het nieuwe volk van God: de gemeente van Jezus Christus: Het Israël van God, bestaande uit Jood én heiden.

Hst.12:1a - Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; ....

Openbaring 12:7

- En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak, ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

Michaël is nu bezig om zijn engelen in de hemel te verzamelen en wacht tot de zonen Gods in de hemel verschijnen. De 'zonen van het volk' zijn de leidslieden van het volk. In het oude verbond waren dit de mensen, die meer of minder versluierd kennis hadden van de geestelijke wereld. Bijvoorbeeld Mozes.

Mozes ontmoette de engel des Heren bij het brandende braambos. In het Oude Testament wordt gezegd dat Gód tot Mozes spreekt.

Stefanus had een betere kijk op deze dingen en zegt:

Handelingen 7:35

- Deze Mozes, die zij verloochend hadden door te zeggen: wie heeft u tot overste en rechter aangesteld, heeft God als een overste en bevrijder gezonden, met de macht van de engel, die hem verschenen was in de braamstruik.

De leider van Israël op aarde krijgt een leider in de hemelse gewesten naast zich. In het Oude Testament staat dat God de wet gaf. In Handelingen 7:38 staat dat dit geschiede door middel van de engel des Heren. Als God spreekt, spreekt Hij door Gabriël en als God strijdt, dan strijdt Hij door Michaël.

Beiden zijn engelen des Heren. Mozes 'met de macht van de engel' gaat naar de koning van Egypte. Farao wordt gedirigeerd door het zeemonster: Rahab, de Leviathan, de draak. Deze wereldbeheersers worden aanbeden. De tovenaars van Egypte staan met de duistere wereld in verbinding.

Mozes staat daar met de macht van de engel. De tovenaars werpen hun staven op de grond, als teken van hun gezag in de geestelijke wereld. Mozes werpt ook zijn staf op de grond en deze staf verslindt de staven van de tovenaars. Het betekent voor de tovenaars dat zij de strijd reeds hebben verloren en dat hun kracht is gebroken. Mozes had macht over de slangen. Wij hebben macht over de boze geesten: over slangen en schorpioenen. Wij moeten ze in de afgrond drijven. Wij moeten de méns redden.

Mozes stuurt de slangen uit ten verderve van de Egyptenaren. Mozes ' vijanden waren ménsen; onze vijanden zijn de boze geesten.

Mozes wordt vergezeld door de engel des Heren, die met Mozes sprak op de berg Sinaï en hem de wet gaf.

Exodus 23:20-22

- Zie, Ik zend een engel voor uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

- Neem u voor hem in acht en luister naar hem, wees tegen hem niet wederspannig, want hij zal uw overtredingen niet vergeven, want mijn naam is in hem.

- Maar indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden bejegenen, en benauwen die u benauwen

Michaël heeft ook engelen onder zich, die zeker bij de wetgeving op de Sinaï geweest zijn. Jezus zei: 'Als Ik de Vader vraag, zal Hij Mij een legioen engelen zenden'. De engel des Heren zorgde ervoor dat de schrik op de vijanden viel. God sprak: 'Denk erom, het is mijn engel en mijn naam is in hem'.

De engel des Heren heeft het opstandige volk, dat zelfs de sterren des hemels diende, bij de hand genomen, zoals je een moeilijk, tegenstribbelend kind bij de hand neemt en meetrekt.

Numeri 22 - Koning Balak van Moab laat Bileam komen en zegt: 'Je moet een vloek op dat volk leggen'.

Als Bileam op reis gaat om het volk te vervloeken, komt God hem tegen. Vers 22 e.v.

- Maar de toorn van God ontbrandde, toen hij ging, en de engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander.

De engel zegt tegen Bileam: 'Je zult dat volk niet vervloeken, maar je zult het zegenen'. Als Bileam bij Balak komt, zegt hij: ' Het woord dat God in mijn mond zal leggen, zal ik spreken. Zou ik vervloeken, die God niet vervloekt?'. Bileam zag in de geestelijke wereld. Hij was een gespleten man: schizofreen. Hij zegt van zichzelf:

Numeri 24:15,16

- Toen hief hij zijn spreuk aan en zeide: de spreuk van Bileam, de zoon van Beor, en de spreuk van de man met het geopende oog;

- De spreuk van hem, die de woorden van God hoort, en de wetenschap van de Allerhoogste kent, die het gezicht van de Almachtige schouwt, nederliggende met ontsloten ogen.

24:17

- Een ster zal opgaan uit Jakob en een scepter zal oprijzen uit Israël.

Dit wordt door Bileam geprofeteerd. De wijzen uit het Oosten volgen deze ster. De profetie wordt door de magiërs misbruikt. Het resultaat hiervan is niets dan ellende. Het kind Jezus moet met zijn ouders vluchten. In Bethlehem worden de jongetjes van twee jaar en jonger vermoord.

Voor het eerst wordt er gesproken over de koning der Joden in verband met Israël: 'Waar is de geboren koning der Joden?

 

=======

=====

===

 LES 17 (les 2/SERIE 4/ 27-10-84)

 Daniël 12:1a

- Te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de zonen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van grote benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan, tot op die tijd toe.

- Matth.24:21,22 - Hier spreekt Jezus óók over een grote verdrukking - Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal.

- En indien die dagen niet werden ingekort, zou geen vlees behouden worden; doch terwille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.

(een uitvoerige beschrijving vindt u in het boek 'De olijfbergrede' van J.E.v.d.Brink).

De gewone uitleg van de grote verdrukking is, dat het een climax is van ellende, natuurrampen en oorlogen. Ik geloof niet dat de Heer dit bedoeld. Het gaat over een verdrukking, zoals er nooit is geweest: een geestelijke verdrukking, een grote pressie vanuit de geestenwereld.

In onze tijd bemerken we dat mensen zodanig onder spanning komen te staan, dat ze ontworteld raken. Dit komt omdat er wetteloze geesten over hen komen, die de mensen vroeger niet kenden.

De ouderen onder ons kunnen duidelijk het verschil konstateren tussen de rustige tijd van vroeger en de tumultueuze tijd van heden. Het is duidelijk te merken dat de 'mens der wetteloosheid' waarvan Paulus spreekt aan het verschijnen is. Achter de mens der wetteloosheid zit de geest van de wetteloosheid (2 Thess. 2:3).

Het zal een verdrukking zijn zoals er niet eerder is geweest, maar ook nooit meer wezen zal.

Dit is logisch, want na deze verdrukking is de antichrist verslagen. De antichrist wordt, tezamen met het beest uit de afgrond, geworpen in de poel des vuurs (Openbaring 19:20).

De duivel is zijn kracht kwijt. Bij de allerlaatste verzoeking, ná het duizendjarig rijk, kan de duivel de volkeren nog wel verleiden, maar geen kracht meer uitoefenen.

Aan het eind van onze bedeling, komt in het rijk der duisternis een enorme krachtsontwikkeling tot stand.

Jezus zegt, dat waar wij naar toe gaan, zich niet meer zal herhalen. Deze dagen zullen verschrikkelijk zijn, maar worden ingekort. Indien dit niet zou gebeuren, zou geen vlees behouden worden. In Openbaring 12 wordt deze tijd vergeleken met de weeën van een barende vrouw. De pijnen zullen worden onderbroken door tijden van verademing. Het zijn de barensweeën van een nieuwe tijd.

DE ANTICHRIST.

Het woord antichrist komt niet vaak voor in de bijbel. Johannes gebruikt deze naam in zijn brieven.

1 Johannes 2:18,19a - (vers 18-27: de antichrist)

- Kinderen, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat er een antichrist komt, zijn er nu ook vele antichristen opgestaan, en daaraan onderkennen wij, dat het de laatste ure is.

- Zij zijn van ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zouden zij bij ons zijn gebleven.

Vers 22

- wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is?

Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.

2 Johannes vers 7

- Want er zijn vele misleiders uitgegaan in de wereld, die de komst van Jezus Christus in het vlees niet belijden.

Letterlijk: Jezus Christus is komende in vlees.

Jezus is de Doper met de Heilige Geest. De antichrist loochent de Geestesdoop. Hij loochent dat mens bewust wordt gedoopt in de Heilige Geest. In 1 Johannes 2:12-14 spreekt de apostel over: kinderkens, jongelingen en vaders. Vers 18 begint ook met: kinderen. Er worden pasbekeerden mee bedoeld.

Kinderen worden het makkelijkst misleid. Zij zijn nog bezig om de juiste weg te kiezen.

Jezus zegt tegen de discipelen, die de strijd in moeten: 'Wacht maar even totdat je zult zijn aangedaan met kracht van omhoog'. (Mattheüs 24:49)

De apostel wijst op het verbasteringsproces in de kerk, door middel van de antichristen en op het laatst door de antichrist zelf; de mens der zonde. Antichristen zijn mensen, die de geest van de antichrist bezitten; de geest van het beest uit de afgrond. Dit is de tegengeest. Deze geest staat recht tegenover de Geest van Christus: de Heilige Geest.

In het oude verbond waren er mensen, die anti-God waren. De Messias was er nog niet. In het nieuwe verbond zijn er mensen anti-Christus. Christus is de Gezalfde met de Heilige Geest. Door deze zalving is Jezus Koning en Priester geworden.

Als wij zijn gezalfd met de Heilige Geest, kunnen wij óók de hand op het koningschap en het priesterschap leggen.

De antichrist wil beletten dat de mens het priesterkoningschap zal aanvaarden. Hij tracht te voorkomen dat de mens Gods de troon zal gaan bezetten.

Bij Jezus is het de duivel niet gelukt. Je mag van de boze alles geloven, als je maar niet gelooft dat je met Christus op de troon zult komen.

Johannes zegt dat er al vele antichristen zijn opgestaan.

Er sluipen gedachten binnen in Gods volk, die het doet belijden dat de troon van God voor de gelovige een onhaalbaar iets is. Ze zeggen: 'Dat bereiken wij nooit!'. Men gaat belijden: 'Wij blijven zondaar tot de dood'.

Wij zullen echter de overwinning moeten behalen, die Jezus behaald heeft op het rijk der duisternis. Hij heeft zijn voet op de boze geesten gezet en ze uitgedreven. Hij heeft zijn discipelen, ook ons, de opdracht gegeven om hetzelfde te doen.

Openbaring 3:21

- Wie overwint, hem zal ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon.

Als men vraagt wat Jezus de hele dag doet, zegt Hij: 'Ik drijf demonen uit, gisteren en heden, en ten derde dage word Ik voleindigd' (St.vert. Lukas 13:32).

De Heer zegt dat wij dezelfde werken zullen verrichten, die Hij verricht heeft; en nog grotere (Joh.14:12). Jezus is gekomen om de werken des duivels te verbreken. (1 Joh.3:8).

Men zegt wel dat de antichrist een Jood zal zijn, en baseert dit op een uitspraak van Jezus: 'een ander zal komen in zijn naam en die zul je aannemen (Joh.5:43b). Joden nemen een niet Jood niet aan. Het moet dus, volgens hen, een Jood zijn. De Statenvertaling vermeldt in de kanttekening dat Paus de antichrist is. Ook in onze tijd zijn veel mensen deze mening toegedaan.

De landaard van de antichrist doet echter niets terzake; de landaard van de Paus ook niet.

Johannes zegt: 'De antichristen zijn van ons uitgegaan'.

Hij zegt niet: 'Ze zijn van ons uitgestoten'.

Het duidt op een geestelijk proces. Als de zonen Gods geopenbaard worden, houden de antichristen het niet uit bij hen. Als je bijvoorbeeld de leer van het geestelijk Israël verkondigt, houden de mensen, die de Israëlleer zijn toegedaan, het ook niet uit bij de anderen. Ook Judas wordt een zoon des verderfs genoemd.

Johannes 13:30 - tijdens het laatste avondmaal.

- Hij nam dan het stuk brood en vertrok terstond. En het was nacht. 'Het was nacht': duisternis.

Voor Jezus begon de 'ure der duisternis'.

Judas was ook door de Heer geroepen. Toen de Heer sprak: 'Judas, volg Mij', heeft de Heer niet gedacht: 'Dat is mijn verrader'.

Hier voltrekt zich hetzelfde proces als bij de antichristen. Men loopt een tijdje mee, maar langzamerhand scheidt men zich af. De letter 'V' treedt in werking. Men raakt steeds verder van elkaar verwijderd en ontmoet elkaar nooit meer. Op een bepaald moment begint er iets in deze mensen te werken. Het is haast onbegrijpelijk dat mensen, die zo dicht bij de Heer, de grootste Vertegenwoordiger van het Rijk van God, geleefd hebben, afwijken van de weg der waarheid. Het kan helaas, want ook de duivel was eens volmaakt.

Er is een tijd geweest dat er alleen waarheid was: God en de heilige engelen. Lucifer was het eerst geschapen en stond boven alle engelen. Hij meende recht te hebben op de troon van God, vanuit de scheppingsordonantie.

In hem is de leugen geboren. Hij is de vader van de leugen; de verwekker (Johannes 8:44). Lucifer plant de in hem opgekomen leugen over in een groot aantal engelen, die hiervoor openstaan. Lucifer heeft niet geaccordeerd met het plan van God, dat de méns voor de troon bestemd is. Hij voelde zich gepasseerd en heeft dit niet kunnen verwerken.

Lucifer had gesproken: 'Ik zal opstijgen en mij verheffen boven de sterren Gods'. Lucifer was de eerste en verrichte zijn taak uitstekend. Ezechiël zegt dat Lucifer volmaakt was, tot de dag dat er onrecht in hem werd gevonden. De functie die Lucifer had, heeft meegewerkt aan de gedachte van jaloersheid. God heeft bij mens en engel de mogelijkheid om een keuze te maken ingeschapen. De mogelijkheid van een val was dus aanwezig. Ook de mogelijkheid van herstel was aanwezig, want het Lam was er vanaf de grondlegging der wereld.

Toen de duivel viel, begon ook het herstel te werken.

Voorbeeld: Als een klein kind zich snijdt, herstelt de wond. Als het kind zich nooit snijdt, blijft de mogelijkheid van herstel aanwezig; maar zodra als het zich snijdt, begint het herstel te werken.

Alle engelen zijn getoetst; het grootste deel heeft 'nee' gezegd.

God heeft in mens en engel de mogelijkheid tot het maken van een keus gelegd. Er moet een test worden ondergaan. Als deze proef is afgelegd, ligt er iets vast. Als er mensen door de grote verdrukking zijn heen gegaan, zullen zij niet meer omvallen bij andere dingen, want zij hebben een volmaakt denken bereikt.

De mens wordt getest.

De antichrist verlaat de gemeente, het licht en komt in het duister terecht. 'En het was nacht'.

Judas heeft hetzelfde gedaan als de duivel. Beiden hebben het licht verlaten. Zij zijn het licht gaan haten en hebben de duisternis lief gekregen. Zo vergaat het de antichristen.

Paulus zou zeggen: 'Het is niet alles Israël wat zich Israël noemt'. Het zijn niet allen goede engelen geweest. Het zijn ook niet allemaal kinderen Gods geweest in de gemeente.

Het gaat bij de duivel en de antichrist, die de gedachten van de duivel helemaal overneemt, tegen de gezalfde Jezus Christus én tegen degenen die van Christus zijn en óók gezalfd zijn met de Heilige Geest, en de weg van het koningschap en het priesterschap gaan. Deze gezalfden met de Heilige Geest zijn op weg naar de troon.

Zonen Gods zijn mensen uit de aarde, die hun plaats in de hemelse gewesten hebben ingenomen. Zij hebben hun wandel in de hemel. Zij strijden daar en boeken hun overwinningen op het rijk der duisternis. Zij zijn overgeplaatst in het Koninkrijk van de Zoon van Gods liefde, om daar óók zonen te zijn.

De antichrist voert niet in de eerste plaats strijd tegen de aardsgerichte kerk, maar tegen de kerk die hemels georiënteerd is. Het gaat niet tegen de vleselijke christenen, maar tegen de geestelijke mens.

Korinthe 3:1 - Hier zegt Paulus:

- En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus.

Vers 3a - Gij zijt nog vleselijk.

De geest van de antichrist bedient zich van mensen. De antichristelijke geest wil de mens op aarde houden; hij wil de mens vleugellam maken. Jesaja zegt dat wij zullen opvaren met vleugelen als arenden. Vleugels zijn beeld van de Heilige Geest.

De R.K.K. houdt de mensen aan de grond door veel pracht en praal.

De natuurlijke Israëlleer richt de aandacht van de mensen naar de aarde, naar een natuurlijk volk.

Een dwaling is een gedachtenwereld, die de mens naar de aarde trekt.

Een verkeerde gedachte is: Jezus was God. Hij is uit de hemel neergedaald, om als een klein kindje een leven op aarde te beginnen. Men heeft hiermee de Heer losgekoppeld van de mens; Hij is hierdoor een andersoortig wezen geworden. Men zegt: 'Ja, de Heer deed al die wonderen wel, maar daar was Hij ook God voor'.

Jezus was Gód niet, maar Hij was het Woord. Het Woord komt uit een gedachte. Jezus was de gedachte van God. God sprak die gedachte uit. Het Woord heeft gestalte aangenomen in de mens Jezus. In Hem is het ganse plan van God in vervulling gegaan.

Johannes 10:30 - Jezus zegt: 'Ik en de Vader zijn één'.

Het wil zeggen: 'Wat de Vader denkt, denk Ik óók'.

Jezus zegt: 'Jullie moeten worden zoals Ik en ook één zijn.

Wij moeten zijn gedachtenwereld over nemen.

Jezus is onze oudste broeder. Wij zijn geen broeders van God.

Jezus is de Mensenzoon onder vele mensen. Jezus zegt van zichzelf: 'De Zoon des mensen, die in de hemel ís'.

Hij zegt ook: 'Ik ben van boven, jullie zijn van beneden'.

Wij moeten ook, naar de innerlijke mens, overgezet zijn in de geestelijke wereld. Als je niet bewust de hemel binnentreedt, kun je daar ook geen koning worden. Als er sprake is, dat de engelen aan ons onderworpen zullen zijn, moeten wij ons hiervoor in de in de hemel bevinden.

Het is de boze gelukt de mensen te laten zeggen: 'Maar wij zijn Jezus niet!'. Het kan gebeuren dat iemand tot je zegt: 'O, denk je soms dat je Jézus bent'.

Johannes 3:2b zegt dat wij Hem gelijk zullen zijn

Romeinen 8:29 - Wij zijn bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn Zoon.

Een kleine cirkel en een grote cirkel hebben dezelfde vorm.

Jezus blijft de allergrootste. Wij zullen zijn wezen deelachtig zijn.

In de eindtijd zal blijken dat vele christenen bewust hun plaats in de geestelijke wereld hebben ingenomen. Zij zijn vervuld met de Geest van God.

De strijd van de antichrist is gericht tegen de legerscharen van Jezus Christus in de hemel. Het is een geestelijke worsteling.

Openbaring 19:11

- En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij, die daarop zat, werd genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid.

(hetzelfde witte paard wordt genoemd in Openbaring 6:2.)

Vers 14 - En de heerscharen die in de hemel zijn, volgden Hem op witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen.

De ruiter op het witte paard wordt genoemd: het woord Gods: Jezus Christus. Het witte paard is beeld van de Heilige Geest. Het is de kracht, die Hem draagt. Jezus Christus voert de gedachten van God uit. Hij is uitgetrokken, overwinnende en om te overwinnen.

Het gaat in tegen wat men veelal verkondigt: 'De aarde gaat eraan' Het christendom gaat er niet aan, maar wint het. Wij volgen het Lam waar het ook heengaat.

 1 Johannes 5:4

- want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.

 Openbaring 19:20a

- En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet.

Dit is de grote slag van Harmageddon; de eindslag in de hemelse gewesten. Wij hebben niet te strijden tegen bloed en vlees. het is geen strijd op aarde, tussen Russen en Amerikanen. Wij voeren strijd in de hemelse gewesten (Efeze 6).

Om deze strijd te kunnen voeren is vervulling met de Heilige Geest noodzakelijk. De antichrist is vervuld met de geest van de antichrist: de geest van het beest uit de afgrond.

Hfst.13:1 - En ik zag uit de zee (afgrond) een beest opkomen ....

11:7 - .... het beest, dat uit de afgrond opkomt ....

13:2b- .... en de draak gaf hem (het beest) zijn kracht en zijn troon en grote macht.

God geeft Jézus al zijn macht in hemel en op aarde.

De antichrist is de valse profeet; het beest is de macht, die in deze mens zit.

Het beest uit de afgrond is Apollyon, de verderver. (Hebr. Abaddon)

De machten uit het dodenrijk komen op als de put van de afgrond wordt geopend (hfst.9:2).

De mensen roepen zelf deze machten op. Denk aan de spiritistische seances. De geest van de wetteloosheid komt tenvolle openbaar.

De mensen waarvan Johannes zegt dat ze uit de gemeente zijn uitgegaan, zijn mensen, die op de hoogte zijn van de hemelse zaken. Zij hebben kennis van de krachten van de toekomende eeuw,

Hand. 20:30

- en uit uw eigen midden zullen mannen opstaan, die verkeerde dingen spreken om de discipelen achter zich aan te trekken.

De voorpostgevechten worden reeds gevoerd.

In Openbaring 12:7 lezen we pas dat er oorlog in de hemel komt.

De kerk van de antichrist is door en door occult. De antichristelijke macht gaat zich verbinden met de wereldmachten: de wereldbeheersers van deze duisternis. Het zijn de machten die de volkeren besturen.

De vorsten van de duisternis, die nu met elkaar in konflikt zijn, worden samengebundeld en onderwerpen zich vrijwillig aan de antichrist. Zo krijgt de antichrist het heft in handen in de natuurlijke én geestelijke wereld.

 DE ZONEN VAN GOD.

In het Oude Testament zijn zonen van God: aartsengelen.

Genesis 6:1,2

- Toen de mensen zich op aarde begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters werden geboren, zagen de zonen Gods, dat de dochters der mensen schoon waren, en zij namen zich daaruit vrouwen, wie zij maar verkozen.

De Septuagint heeft voor zonen Gods: engelen Gods.

Het is heel gewoon het mensengeslacht te vergelijken met dochters. Bijvoorbeeld: dochter Sions, dochter van mijn volk, enz.

Het geeft het beeld man-vrouw weer. De zonen Gods: engelen Gods, dalen neer om bij de mens in te treden. Men heeft er van gemaakt dat er geslachtelijke gemeenschap heeft plaats gevonden.

Wij weten dat de boze engelen gemeenschap kunnen hebben met de menselijke geest. Deze engelen Gods waren grote machthebbers, grootvorsten, in de hemel. Zij hadden hun plaats voor de troon van God (zie Job 1).

Uit deze gemeenschap ontstaat een mensenras waarin het geweld hoogtij viert. Er staat dat de aarde vol van geweldenarij was.

Een huwelijksgemeenschap is beeld van de gemeenschap tussen God en mens, maar ook van de duivel met de mens.

Dit laatste noemen wij 'overspel in de geestelijke wereld'.

De geweldgeesten hadden gemeenschap met de mens, omdat de mens schoon was om te bezitten. Er staat dat zij zich vrouwen namen wíe zij maar verkozen. Zij handelen willekeurig. Je kunt daarom geen bepaalde lijn aanwijzen waarom de ene mens bezet gebied is en de andere mens niet.

Als de mensen Jezus vragen wie gezondigd heeft, de blindgeborene of zijn ouders, zegt Jezus: 'Noch deze, noch zijn ouders hebben gezondigd, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden'. God zou zijn herstelplan in de blinde realiseren (Johannes 9).

Genesis 6:3,4

- En de Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees ...

- Er waren reuzen op de aarde in die dagen, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, en zij hun (kinderen) baarden.

De aarde was vol geweldenarij. Ook de dierenwereld was vol geweld. De Heer zei: 'De mens is vlees. Ik kan er niets meer mee beginnen. Met zulke geweldmachten in de mens wordt de aarde vernietigd'.

In vers 4 heeft men (kinderen) heel wijselijk tussen haakjes gezet

Jakobus 1:15 - Als de begeerte bevrucht is baart zij zonde.

God heeft de machten, die zich aan de mens vergrepen hebben, opgesloten in krochten der duisternis. (2 Petrus 2:4). Krochten zijn spelonken: de buitenste duisternis. God bewaart deze vorsten, wier plaats voor de troon was, tot de oordeelsdag. In de eindtijd komen ze weer naar boven, als het beest uit de afgrond met zijn aanhang (Judas 6).

Tenslotte worden ze, samen met het beest en de valse profeet, in de poel des vuurs geworpen. Deze grootmachten der duisternis komen in de gemeente van de antichrist, die een grootmeester is in het spiritisme. Hij haalt deze machten naar boven.

Deze geweldgeesten zijn, samen met de mensen met wie ze waren verbonden, tijdens de zondvloed in de afgrond verdwenen. Als de mens de macht liefheeft, gaan man en macht tezamen ten onder. Via de mens verdwijnen zij in de afgrond en via de mens komen zij er weer uit, als de put van de afgrond open gaat.

Toen God de aarde schiep, maakte Hij scheiding tussen de wateren boven de aarde en de wateren op de aarde. Deze wateren hebben niets met elkaar uitstaande.

De wateren boven de aarde vormen het firmament. De wateren op de aarde vormen de menselijke geesten; deze wateren zijn ingebed op het land. Bij de zondvloed komen zelfs de wateren onder de aarde in beweging.

God had de hemelgeesten verboden om kontakt te hebben met de menselijke geesten op de aarde. In Genesis 6 hadden de geweldgeesten gemeenschap met de dochters van de mensen. Door de zonde gebeurt wat de zondvloed uitbeeldt: vermenging van de wateren boven de aarde en de wateren op de aarde.

Wat in de geestelijke wereld al gebeurd was, gebeurt bij de zondvloed in de natuurlijke wereld.

Jezus is ermee begonnen om de boze geesten weer naar hun plaats, de afgrond, te verwijzen. Hij is gekomen om het oordeel te brengen. Jezus maakte weer scheiding tussen de wateren boven de aarde en wateren op de aarde, ofwel; tussen de geesten boven en de geesten beneden.

Het terrein wordt door Jezus gezuiverd en het water komt in de goede bedding.

De herschepping begint weer met een scheiding. Jezus stuurt de Heilige Geest in de mens. Deze Geest verwarmt, als het ware, het water. Het water stijgt als waterdamp omhoog en vormt daar een witte wolk. Het water gaat niet van boven naar beneden, maar van benden naar boven. Dit is de Goddelijke orde. Als water zal zijn opgestegen, kan gezegd worden: 'En de zee was niet meer'. (Openbaring 21:1).

Oordelen is: scheiding aanbrengen. De mensen hebben er véroordelen van gemaakt. De Heilige Geest is gegeven om de wereld te oordelen: om het goede te scheiden van het kwade. Het Koninkrijk der hemelen moet gezuiverd worden. De zuivering begint bij ons zelf. Het verkeerde hoort niet bij de mens, want de mens is goed.

Als de schepping omlaaggetrokken wordt, wordt de Schepper zélf aangetast.

  =======

=====

LES 18 (les 3/SERIE 4/ 24-11-84)

DE AARTSENGEL MICHAEL

 Psalm 34:8,9

- De engel des Heren legert zich rondom wie Hem vrezen, en redt hen.

- Smaakt en ziet dat de Here goed is; welzalig de man die bij Hem schuilt.

- We hebben meerdere malen gesproken over Rom. 9:25 'ter plaatse'

(zie les 1). Degenen die niet tot Gods volk behoren, staan in de geestenwereld onder invloed van de 'wereldbeheersers dezer duisternis'. Dit zijn de hemelvorsten, onder aanvoering van satan: de overste van deze wereld. De vorsten der duisternis hebben elk een gebied waar zij kunnen opereren.

Lukas 4:5,6

- En de satan voerde Jezus op een hoogte en toonde Hem alle koninkrijken van de wereld in een ogenblik tijds.

- En de duivel zeide tot Hem: U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven en ik geef haar aan wie ik wil.

Romeinen 8:20

- Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van hem, (Adam), die haar daaraan onderworpen heeft.

Deut.32:1 - Zowel de mensen als de engelen worden opgeroepen om te luisteren. Neigt uw oor gij hemelen, dan wil ik spreken, en de aarde hore naar de woorden van mijn mond.

Handelingen 17:26

- Hij (de God die de wereld gemaakt heeft vers 24) heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte van de aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en grenzen van hun woonplaatsen bepaald.

Als de grenzen kunstmatig worden verlegd, geeft dit altijd oorlog en spanningen.

Deut.32:8

- Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen

Hij de mensenkinderen vaneenscheidde, heeft Hij de grenzen van de volken vastgesteld naar het aantal van de zonen van Israël.

Septuagint: engelen Gods; Leidse en Canisiusvertaling: naar het getal van de zonen Gods; Obbink: naar het aantal godenzonen.

Jesus Sirach 17:17

- Want bij de verdeling van de volken van de gehele aarde, stelde Hij over elk volk een vorst aan. Maar Israël is het deel van de Heer zelf.

- Maar de Here, die goed is, en zijn maaksel kent, heeft hem nimmer verlaten of prijsgegeven, maar hem gespaard.

De wereldbeheersers beïnvloeden de leiders van de landen (les 1).

Michaël betekent: Wie is als God; of: Hij die als God is.

Van het laatste hebben sommigen gezegd dat het Jezus Christus zou zijn, omdat deze uitdrukking te hoog is om er een engel mee aan te duiden.

 DE TAAK VAN MICHAEL

Daniël 10:13 - Eén der voornaamste vorsten 12:1 - de grote vorst.

10:21 - uw vorst Michaël

De Statenvertaling heeft voor 'de voornaamste der vorsten': de eerste der vorsten. Septuagint: de grote engel.

Aartsengel (archangel) is een Grieks woord. Het komt in het Oude Testament niet voor. In het Nieuwe Testament slechts op twee plaatsen: 1 Thess.4:16 en Judas 9.

In 1 Thess.4:16 staat: een aartsengel.

Het geeft de indruk dat er meer aartsengelen zijn.

Statenvertaling: Het geroep van de aartsengel; dus enkelvoud.

Het is een strijdgeroep of krijgsgeroep. Hier begint de strijd van Harmagedon.

Arche: voornaamste, overheid, oudste. 'Aartsengel' komt nooit in het meervoud voor, net zo min als 'duivel' (diabolos). Als wij spreken over 'duivelen', is het grondwoord daimoon: demoon.

Ik zeg niet dat ik het absoluut zeker weet, maar ik zou de konklusie kunnen trekken, dat er slechts één aartsengel is: Michaël.

Judas 9

- Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was, geen smadelijk oordeel uitbrengen.

 Ik kan mij voorstellen, dat de duivel, als generaal, boven de machten der duisternis staat en Michaël, de aartsengel, boven het heilige engelenleger gesteld is. Gabriël wordt geen aartsengel genoemd. Ik wil hiermee niets tekort doen aan de geweldige hoogte van Gabriël. Hij is de overbrenger van het Woord van God, de ordonnans.

Openbaring 12:7 - Ook hier worden twee partijen genoemd.

- En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

In Romeinen 8:38 is arche vertaald met: machten: sterk, invloedrijk, voornaam.

In Efeze 1:21 en in Kol.1:16 met: overheid.

Een aartsengel is ook monarch. (mono: één).

De duivel is de aartsleugenaar: topleugenaar, sterke, grote leugenaar.

In het Nieuwe Testament zijn zonen Gods de geestelijk volwassen gelovigen, die hun wandel in de hemel hebben.

De vrienden van Daniël waren zonen van het volk: de voornaamsten van Israël. Als Sadrach, Mesach en Abednego in de vurige oven worden geworpen, komt er een vierde bij, die hen terzijde staat.

Daniël 3:25

- Hij (Nebucadnezar) zeide: Zie, ik zie vier mannen vrij wandelen in het vuur, en zij hebben geen letsel, en het uiterlijk van de vierde gelijkt op dat van een zoon der goden.

Waarschijnlijk is dit Michaël geweest, want in vers 28 zegt Nebucadnezar: Hij, (God) heeft zijn engel gezonden ...

In hst.6:23 zegt Daniël: Mijn God heeft zijn engel gezonden en de muil der leeuwen toegesloten.

Tegenover de zonen Gods staan de zonen des verderfs. Het zijn belangrijke personen, die in dienst van de boze staan. In Hand.13:10 wordt Elymas, de tovenaar, door Paulus aangesproken met: 'Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken!'.

In Joh.6:70 zegt Jezus tegen de discipelen: 'Eén van u is een duivel'. In het Oude Testament worden grote slechte engelen ook 'zonen Gods' genoemd (Job 1).

Mozes was ook een zoon van het volk. De engel des heren verschijnt hem bij het brandende braambos en op de berg Sinaï. Telkens staat er dat Gód spreekt; maar toch was het de engel. De engel des Heren maakte Mozes tot een onoverwinnelijke held.

Handelingen 7:35

- Deze Mozes, die zij verloochend hadden door te zeggen: Wie heeft u tot overste en rechter aangesteld, heeft God als overste en bevrijder gezonden, met de macht van de engel, die hem in de braamstruik verschenen was.

In Exodus 23 zorgde de engel des Heren ervoor, dat er een verschrikking op de vijand viel. Deze mensen voelden aan, dat hun goden niet bij machte waren om te helpen. De engel des Heren leidde het volk uit Egypte.

Vers 20,21 - God spreekt tot het volk:

- Zie, Ik zend een engel voor uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb.

- Neem u voor hem in acht en luister naar hem, wees niet weder spanning tegen hem, want hij zal uw overtredingen niet vergeven, want mijn naam is in hem.

De engel was de mond van God. In 2 Thess.2:8 staat, dat de Here de wetteloze zal doden door de adem van zijn mond. Hier zijn wij, de gemeente, de mond van God. Het murmurerende volk werd door de engel bij de hand genomen en meegetrokken als een tegenstribbelend kind.

Numeri 20:10-12

- Toen Mozes en Aãron de gemeente vóór de rots hadden doen samen komen, zeide hij tot hen: Hoort toch, wederspannigen, zullen wij uit deze rots voor u water tevoorschijn doen komen?

- Daarop hief Mozes zijn hand op en sloeg de rots met zijn staf tweemaal, en er kwam veel water uit, zodat de vergadering kon drinken en ook het vee.

- Maar de Here zeide tot Mozes en Aãron: Aangezien gij op Mij niet vertrouwd heb en Mij ten aanschouwe van de Israëlieten niet geheiligd hebt, daarom zult gij deze gemeente niet brengen in het land, dat Ik hen geef.

Mozes ergerde zich aan het weerspannige volk. Mozes was Gods vertegenwoordiger voor het aangezicht van het volk. God bedoelde: Als ze jou zien, Mozes, dan zien ze Mij. Mozes was van huis uit nogal driftig. Hij had eens een Egyptenaar doodgeslagen. Later werd hij de zachtmoedigste van de mensen (Numeri 12:3).

Aan het eind van zijn bediening slaat de driftmacht weer toe. De duivel is de aanklager van de broeders (Openbaring 12:10).

Hij inspireert Mozes met de gedachte om het volk aan te klagen. Mozes is nu niet meer de mond van God maar van de aanklager. Mozes begint het volk verwijten te maken. Het agressieve komt in hem tot uiting.

Nu staat Mozes met het volk op dezelfde lijn, hij is God ongehoorzaam. Als Michaël dit ziet, kan hij Mozes niet helpen, omdat Mozes de boze heeft toegelaten. De boze gebruikte het lichaam van Mozes: mond en hand.

Judas 9

- Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel in twist gewikkeld was over het lichaam van Mozes, geen smadelijk oordeel uitbrengen, doch hij zeide: De Here straffe u.

'Jij bent de oorzaak, duivel!" Mozes had naar de boze geluisterd. Dat was zijn verantwoordelijkheid. Hij mocht het beloofde land niet binnen, omdat hij de naam van God ontheiligd had.

Michaël heeft geen oordeel over Mozes uitgesproken . Mozes had geen oordeel over het volk moeten uitspreken. Hij had het voor het volk moeten opnemen, want ook het volk werd door de boze misbruikt.

Later verschijnt Mozes, samen met Elia, op de berg der verheerlijking, om te spreken over de uitgang (exodus) van Jezus. Zoals Mozes uit Egypte is vertrokken, is ook Jezus uit Jeruzalem getrokken. Jeruzalem: geestelijk genoemd: Egypte (Openbaring 11:8).

Zacharia 3:1,2

- Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande vóór de engel des Heren, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond om hem aan te klagen.

- De Here zeide tot de satan: De Here bestraffe u, satan, ja, de Here die Jeruzalem verkiest, bestraffe u, is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt?

De Here (Engel des Heren) spreekt tot satan. God laat Jeruzalem niet los. God heeft het volk Israël zo ver kunnen krijgen, dat het Jezus Christus heeft voortgebracht.

Jozua ontvangt een reine tulband (Septuagint: mijter) terwijl de engel des Heren erbij staat. Jozua is beeld aan Jezus Christus, de betere Jozua. In het fundament van de tempel is de hoeksteen de belangrijkste steen. Het is een levende steen, een edelsteen, een sieraadsteen. Op een edelsteen kun je iets graveren.

De engel des Heren staat de zoon van het volk, Jozua, terzijde.

Jozua heeft gezondigd; hij is een brandhout uit het vuur gerukt, net als Paulus. Ook Jesaja zegt in Hfst.6:5 - 'Ik ben een man, onrein van lippen'.

 Zacharia 3:9

- Voorwaar, zie, van de steen die Ik vóór Jozua neerleg - op die ene steen zijn zeven ogen - zal Ik zelf het graveersel graveren, luidt het woord van de Here der Heerscharen, en Ik zal op één dag de ongerechtigheid van dit land wegdoen.

De zeven ogen zijn de zeven geesten Gods. Zie ook Openb.4:5.

De ogen zijn de heerlijkheid van het leven. Als je in een oog kijkt, zie je wat er in de innerlijke mens zit. Het is de bundeling van Gods Geest, als door een prisma. Het licht wordt ontleed in zeven kleuren.

In Jesaja 11:2 wordt gesproken over de Geest van raad en sterkte, van wijsheid en verstand, van kennis en vreze des Heren.

De Heer zegt: 'Ik zelf zal erop graveren'.

Jesaja 49:16 - 'Ik heb u in mijn handpalmen gegrift'. Sommige vertalingen hebben: getatoeëerd. Als God in zijn handpalmen kijkt, ziet Hij de naam van zijn volk. Op de levende steen, de edelsteen, is ook iets gegraveerd.

Het staat erachter: Ik zal op één dag de ongerechtigheid van het land wegdoen. Jezus Christus heeft op Golgotha op één dag de zonde van de wereld weggenomen.

In Zacharia 6:11 ontvangt de hogepriester Jozua de kroon. Hij ontvangst de kroon als beeld van Jezus Christus.

Vers 13b - er zal een heilzaam overleg zijn tussen beiden; tussen koning en priester. In het Oude Testament was koningschap en priesterschap een gescheiden zaak.

Jezus Christus is Koning én Priester. In 2 Kron.26:16-23 wordt gesproken over koning Uzzia of Azarja, die melaats werd. Hij had volken overwonnen en wilde tot besluit ook nog dienen in de tempel. Dit was uitdrukkelijk verboden.

In Numeri 22 wordt nog een bijzonder geval vermeld; er zijn er nog meer te noemen. Als Israël onder aanvoering van Mozes optrekt, komen ze aan de Jordaan, waar Mozes sterft. Vóór die tijd gaat het volk het Overjordaanse veroveren.

De Jordaan is een scheidingsrivier.

Balak, de koning van Moab, laat Bileam komen om een vloek op het volk Israël te leggen, opdat het volk voorgoed verdwijnen zal. De Moabieten waren de nakomelingen van Lot; het was een familievolk.

Numeri 22:22

- Maar de toorn Gods ontbrandde toen Bileam ging (na door God gewaarschuwd te zijn, maar omgekocht) en de engel des Heren stelde zich op de weg als zijn tegenstander. Bileam reed op een ezelin en had twee dienaren bij zich.

In vers 21 verwijt de ezelin Bileam dat hij haar driemaal geslagen heeft.

Vers 31 - Toen opende de Here de ogen van Bileam; hij zag de engel des Heren met getrokken zwaard op de weg staan en hij knielde neer en wierp zich op zijn aangezicht.

In Jozua 13:22 wordt Bileam een waarzegger genoemd.

Statenververtaling: voorzegger; Septuagint: profeet. Ik geloof niet dat Bileam een waarzegger was. Hij was afkomstig uit het gebied van de Eufraat, waar ook Abraham vandaan kwam. Ook de geschiedenis van Job heeft zich daar afgespeeld. In deze streek was nog een geweldige Godskennis. Er waren daar mensen, die met grote geestelijke gaven waren toegerust.

Ik zie Bileam als een profeet, die erg aan geld vastzat. Op de profetieën die hij uitspreekt is niets aan te merken. Hij ziet visionair dingen, die een ander niet ziet. Hij is zeker een paar weken onderweg geweest. In de woestijn worden zijn ogen geopend. Ik stel mij voor, dat hij de engel des Heren en de sprekende ezelin in visionaire toestand heeft aanschouwd. Hij hoort het dier spreken. Wat de ezelin zegt is niet het belangrijkste, maar Bileam ziet de engel des Heren, die met uitgetrokken zwaard voor hem op de weg staat.

Het zwaard is het woord van God. Bileam was uitgetrokken om het volk te vervloeken, maar het uitgetrokken zwaard betekende dat hij het volk moest zegenen.

Tegen Abraham werd al gezegd: 'Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken'. Het tweesnijdend zwaard werkt andersom. Bileam raakt in paniek, want hij is op weg om het volk te vervloeken voor geld. Hij hoort de waarschuwende stem: 'Weet wat je doet. Denk eraan, het gaat je je leven kosten'.

Bileam zal dit verhaal ongetwijfeld aan koning Balak hebben verteld. In hfst.23:20 zegt hij tegen Balak: Zie, ik heb bevel ontvangen om te zegenen, en zegent Hij, dan keer ik het niet.

Hfst.24:13 - Al gaf Balak mij zijn huis vol zilver en goud, ik zou niet in staat zijn het bevel des Heren te overtreden, door goed of kwaad te doen uit mijzelf', wat de Here spreken zal, dat zal ik spreken.

Bileam was een gedeeld mens, gespleten, schizofreen. Later geeft hij, om nog wat geld in de wacht te slepen, koning Balak het advies: De Moabitische meisjes zullen de Israëlische jongens verleiden, om hen tot zonde te brengen. Zij zullen gemeenschap hebben tijdens de afgodendiensten. Deze vermenging zal dan de oorzaak zijn dat het volk Israël vernietigd wordt. Lees Numeri 25.

De schuldigen worden door ophanging om het leven gebracht.

Openbaring 2:14

- Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de Kinderen Israëls een strik te spannen, dat zij afgodenoffers zouden eten en hoereren.

Het broedervolk zal nooit in de tempel komen. Als je ermee op weg gaat, word je door de valse kerk meegesleurd!

 

=======

=====

===

 

 

 

 

 

LES 19 (les 4 / SERIE 4/ 02-02-85)

DE AARTSENGEL MICHAEL (VERVOLG)

 Jozua 5:13-15 - De val van Jericho

- Het gebeurde nu, terwijl Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg - zie, daar stond een man tegenover hem met een uitgetrokken zwaard in de hand. Jozua trad op hem toe en vroeg hem: 'Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders?'

- Doch hij antwoordde: 'Neen, maar ik ben een vorst van het heir

des Heren. Nu ben ik gekomen'. Toen wierp Jozua zich op zijn aangezicht teraarde, boog zich neer en zeide tot hem: 'Wat heeft mijn heer tot zijn knecht te zeggen?'.

- En de vorst van het heir des Heren zeide tot Jozua: 'Doe uw schoenen van uw voeten, want de plaats waarop gij staat is hei- lig'. En Jozua deed dit.

 

====

 Ook dit gedeelte spreekt over de voor ons bestemde genade . (1 Petr. 1:10). Deze geschiedenissen zijn tot vertroosting en bemoediging voor ons opgeschreven. Het geeft ons een doorkijkje in de hemelse gewesten. Het volk Israël was vanuit het Overjordaanse naar het beloofde land getrokken. Het volk moest door de rivier de Jordaan trekken. De Jordaan is een scheidingsrivier en geen verbindingsrivier. Het Jordaandal is het diepste dal van de wereld (391 meter beneden de zeespiegel). De Jordaan stroomt uit in de Dode Zee (400 meter beneden de zeespiegel).

Het beloofde land was gelegen tussen de Jordaan en de Middellandse Zee. De Jordaan is eigenlijk een slagboom, een diepe kloof. In het Overjordaanse, waar Israël vandaan getrokken was, woonden de Moabieten en de Ammonieten. Het waren nakomelingen van Lot en broedervolken. Het was familie van Abraham.

Niet alle broedervolken trokken samen op. Ook niet iedereen van de geestelijke familie trekt mee naar het beloofde land, wat een beeld is van de hemelse gewesten. Het zijn vaak de grootste vijanden, omdat zij de intocht van het volk Gods in de hemelse gewesten willen verhinderen.

Ook in de geschiedenis van de rijke man en de arme Lazarus is sprake van een diepe kloof. Hier wordt de kloof tussen de lichtzijde en de duistere zijde van het dodenrijk bedoeld. Deze kloof is niet meer te overbruggen.

Lukas 16: 26 - Abraham zegt tot de rijke:

- Er is tussen ons een onoverkomelijke kloof, opdat zij, die van hier tot u zouden willen gaan, dit niet zouden kunnen, en zij vandaar niet aan onze kant zouden kunnen komen.

Van het volk dat door de Rode zee getrokken was, waren alleen Jozua en Kaleb overgebleven. Zij trokken, samen met de nieuwe generatie Kanaãn binnen. Tussen de twee generaties lag een leeftijdsverschil van tenminste veertig jaar.

De oudere generatie werd gedoopt in de Rode Zee (1 Kor.10:2).

De jonge generatie was niet gedoopt en niet besneden. Deze mensen hadden nog nooit het paasfeest gevierd. Bij de Joden mag het paasfeest alleen door besnedenen worden gevierd.

 Jozua 5:7,8

- Maar hun zonen heeft Hij in hun plaats gesteld; deze heeft Jozua besneden, want zij waren onbesneden, omdat men hen onderweg niet besneden had.

- Toen het gehele volk zich tot de laatste man had laten besnijden, bleven zij waar zij waren in de legerplaats, totdat zij hersteld waren.

De besnijdenis is een beeld. Bij de besnijdenis wordt de voorhuid weggenomen. Paulus zegt: 'Wij hebben de besnijdenis van het hart, een werk niet van mensenhanden' (Romeinen 2:29b en Kol.2:11).

Het betekent dat de oude mens wordt gescheiden van de nieuwe mens.

Ook de doop spreekt hiervan. De doop is in de plaats van de besnijdenis gekomen. De kerk leert dit ook, maar geeft er een andere wending aan. De kerk doopt kleine kinderen. Wij dopen geen kinderen vanuit hun natuurlijke afstamming, maar wij dopen de kinderen pas als zij gééstelijk geboren zijn.

Joh.1:13 - ... die niet uit vlees en bloed, maar uit Gód geboren zijn.

Wij leren wel terdege dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen is, maar voor de kinderen Gods.

Vers 13a - Het gebeurde nu, terwijl Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen opsloeg.

Er staat letterlijk: in Jericho.

De Septuaginta en Dãchsel hebben: in. Jozua was in Jericho.

Het is wel te begrijpen dat men met bij vertaald heeft. Het is een visioen geweest: een doorkijkje in de hemelse gewesten. Het krijgt nu een nieuwtestamentische betekenis. Er staat namelijk dat 'hij zijn ogen opsloeg'. Jozua begon met zijn geestelijke ogen te zien. Jozua was in een andere dimensie gekomen.

Daniël 10:5 - daar vinden we hetzelfde

- terwijl ik mij aan de Tigris bevond, sloeg ik mijn ogen op.

Het geestelijk oog van Daniël ging werken.

Zo is het ook met: ' Ik zie Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond'.

Jozua slaat zijn ogen op in Kanaãn, midden in de vijandelijke stad Jericho. Jericho is beeld van de eerste grote sleutelstad van het Koninkrijk der hemelen.

Het land Kanaãn was genoemd naar de grootste vijand van het volk Israël. De Kanaãnieten zaten op de plaats waar het volk Gods hoorde te zitten.

Overgezet in de geestelijke wereld, kun je zeggen: 'De duivelen zitten in het Koninkrijk der hemelen, waar ze niet horen'.

Het rijk der duisternis hoort in de poel des vuurs: het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (Matth.24:41b).

Jozua kreeg de opdracht om de Kanaãnieten te verdrijven, zoals wij de opdracht krijgen om de duivelen te verdrijven.

De Kanaãnieten waren door hun goden, priesters, astrologen en tovenaars, uit Mesopotamië gekomen, toen de volkerenwereld zich ging verspreiden. Zij waren uitgerekend op dát stukje land gebracht. Geen enkel volk is zó afgodisch geweest als de Kanaãnieten.

Genesis 15:16

- Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.

De maat van de ongerechtigheid van de Amorieten moest 'vol' worden De Amorieten waren het hoofdvolk in Kanaãn.

Als de maat van de Amorieten 'vol' is begint het volk Gods binnen te trekken; dan vangt de 'volheid der tijden aan'.

Er was een tijd van verwording, van generatie op generatie. Men was steeds verder van God afgeweken.

Deze geschiedenis is zich aan het herhalen.

Op een gegeven ogenblik heeft God gezegd tot het volk: 'onder leiding van Jozua moet je binnentrekken'.

Jezus Christus is de betere Jozua. Hij is als eerste de hemelse gewesten binnengetrokken. Jezus en Jozua betekenen hetzelfde.

Toen was er weer een maat 'vol' geraakt.

Jezus Christus zegt tot zijn leger: 'Je moet Mij volgen en achter Mij binnentrekken'. Wij zijn nu bezig achter Jezus aan binnen te trekken. De duivel weet dat hij weinig tijd heeft (Openb.12:12b).

De boze weet dat het voor hem een aflopende zaak is, ook al probeert hij het binnentrekken van Gods volk te verhinderen.

Eeuwenlang heeft hij ongehinderd van alles kunnen doen.

De zonde van Kanaãn was de Baãlsdienst. Baãl: heer.

Naast Baãl stond de godin Astarte.

De Joodse en christelijke godsdienst hebben geen godinnen.

De R.K.K. heeft Maria tot godin des hemels gemaakt. Het is van de Boeddhisten overgenomen.

Men bracht kinderen in het vuur, offerde ze aan de Moloch.

Men diende Baãl als beeld van de zon en Astarte als beeld van de maan. Deze vreselijke goden brachten ongeluk en verwoesting aan.

Om de goden te kalmeren bracht men mensenoffers en kinderoffers.

Als de mensen in nood waren offerden ze vaak een kind.

Ook de koning van de Moabieten offerde zijn eerstgeboren zoon op de stadsmuur, omdat hij bemerkte dat hij de oorlog tegen de Israëlieten verloren had (2 Koningen 3).

Men diende ook de natuur. De evolutieleer is óók een natuurgodsdienst. Achter de evolutieleer zit geen bestuurder. Het loopt dan ook vast op het begin. Men zegt: 'De natuur is de voortbrenger van alles'.

De Baãlsdienst gaf zelfs de heidenen aanstoot. De mensen zwelgden in de onzedelijkheid. Men had vrouwelijke goden met een baard en mannelijke goden in vrouwenkleren. Men bedreef een tegennatuurlijke zonde.

Dit is een beeld!

Deuteronomium 22:5

- Een vrouw zal geen manskleren dragen en een man geen vrouwenkleren aantrekken, want ieder, die deze dingen doet, is de Here, uw God, een gruwel.

Men heeft eruit gehaald, dat de vrouw geen lange broek en de mannen geen rok mogen dragen. Dit is onzin, want in het Midden-Oosten is het gewoon voor mannen om een rok te dragen. Ook Jezus droeg een lijfrok. Oosterse vrouwen dragen een broek.

Als je de achtergrond ervan kent, weet je dat het er totaal niets mee te maken heeft. Het ging om de afgoderij!

Jericho betekent: maanstad. Jarach: maan. Je zit meteen volop in de astrologie.

Deuteronomium 4:19 - God waarschuwt:

- ... en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren, het gehele heir des hemels aanziet en u laat verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel.

Achter de zon, de maan en de sterren zaten de onzichtbare machten der duisternis, die door de heidenen werden gediend. Israël mocht zich niet met de astrologie bezighouden.

De aanduiding 'zon, maan en sterren', wordt ook in het Nieuwe Testament gebruikt.

Openbaring 12:1

- En er werd een groot teken in de hemel gezien: een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd ....

Jozua slaat zijn ogen op en vraagt de man, die voor hem staat: 'Behoort gij tot ons of tot onze tegenstanders?'.

De man antwoordt: 'Ik ben de vorst van het heir des Heren'.

Het is de aartsengel Michaël.

Jozua werpt zich op zijn aangezicht en zegt: 'Wat heeft mijn heer tot zijn knecht te zeggen?'.

In Op.22:8 werpt Johannes zich op zijn aangezicht voor de engel.

De engel zegt: 'Doe dat niet, want ik ben ook een mededienstknecht'. Het orthodoxe denken zegt, dat Jezus Christus voor Jozua verschijnt. Matthew Henry zegt: 'Het is de tweede persoon van het drieënige goddelijke wezen'.

Als Jozua het beeld van Jezus Christus is, kan de engel niet ook nog eens Jezus Christus zijn.

Jezus Christus is de Koning der koningen; Hij is de Koning van het menselijke leger Gods, van de gééstelijke mensen.

De aartsengel Michaël werkt met Jezus Christus samen.

Daniël 8:17,18

- En hij (Gabriël) kwam tot waar ik stond, en toen hij kwam schrikte ik en wierp mij op mijn aangezicht, maar hij zeide tot mij: 'Versta, mensenkind, dat het gezicht doelt op de tijd van het einde'.

- Toen hij nu met mij sprak, viel ik bezwijmd op mijn aangezicht ter aarde; hij echter raakte mij aan en deed mij overeind staan.

Ook de apostel Johannes moet overeind komen.

Handelingen 12:11 - Petrus zegt:

- Nu weet ik waarlijk dat de Here zijn engel heeft uitgezonden en mij heeft gerukt uit de hand van Herodes.

Openbaring 22:6 - Johannes zegt:

- En de Here de God van de geesten der profeten, heeft zijn engel gezonden.

Ook Jozua was een profeet. Hij zag de dingen in de hemelse gewesten. Jozua stond middenin het land Kanaãn, maar geestelijk stond hij in het hemelse Kanaãn. Jozua moest zijn voeten ontschoeien, want schoeisel is iets wat de mens aan de aarde bindt.

Jozua staat op de plaats waar God de hemelse erfenis uitdeelt.

Het is de plaats waar God spreekt; bij de troon van God.

Romeinen 9:26 zegt: 'Ter plaatse waar tot hen gezegd is ....

Jozua moet los van de aarde komen en op hemelse grond gaan staan.

Jozua 1:3 - 'Elke plaats die uw voetzool zal betreden, geef Ik ulieden, zoals Ik tot Mozes gesproken heb'.

Het tegenbeeld van de voetzool is de laars die dreunend stampt.

Geweldloosheid tegenover het geweld van de duisternis.

Jozua moet strijd leveren in de hemelse gewesten.

Jozua 10:12 - Jozua zegt:

- 'Zon, sta stil te Gibeon en gij maan in het dal van Ajalon'.

13b - De zon nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te gaan omstreeks een volle dag.

14 - Een dag als deze is er noch vroeger, noch later ooit geweest, waarop de Heer zo iemands stem verhoorde, want de Here streed voor Israël.

Er valt een nacht uit, want de zon blijft staan. Als zon en maan hebben stilgestaan, moet óók de aarde hebben stilgestaan, want de aarde draait en de zon staat stil. Omdat de aarde draait, schijnt het voor ons dat de zon zich beweegt. Wij zeggen: 'De zon komt op en gaat onder'. Als de aarde stil staat, zou hij uit elkaar moeten

vliegen. Jozua heeft in ieder geval een groot natuurwonder beleefd . Onze vertaling zegt, dat het is opgetekend in het Boek van de Oprechten. Het is het grootste wonder uit de bijbel. Ik kan dit nog niet verklaren.

Jezus is de betere Jozua Hij is geroepen om zijn volk in het beloofde land te brengen. De belofte voor ons is, dat wij de vijanden mogen verslaan.

Psalm 2:7-9

- Ik wil gewagen van het besluit des Heren. Hij sprak tot mij: 'Mijn zoon zijt gij; Ik heb u heden verwekt'.

- Vraag Mij en Ik zal volken geven tot uw erfdeel, de einden der aarde tot uw bezit.

- Gij zult hen verpletteren met een ijzeren knots, hen stukslaan als pottenbakkerswerk.

De ijzeren knots is beeld van Gods woord, evenals het zwaard des Geestes. Wij zullen de boze geesten verpletteren met een ijzeren knots. Het woord 'scepter' is afgeleid van het woord 'knots'.

Openbaring 2:27 - Dezelfde belofte voor de gemeente van Jezus Christus.

- En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, als aarde werk worden zij verbrijzeld ...

Zodra Jezus komt, begint de engelenwereld in beweging te komen.

De machthebbers van de duisternis spannen samen tegen de Heer en zijn gezalfde. De duivel probeert Jezus uit de weg te ruimen.

De engel des Heren waarschuwt Jozef in een droom om met Maria en Jezus naar Egypte te gaan. Als zij weer terugkeren, waarschuwt de engel des Heren Jozef vooraf om naar Nazaret in Galilea te gaan en niet naar Bethlehem (Matth.2:19-23).

Als Jezus gedoopt wordt in de Heilige Geest, staat er, dat de engelen Hem dienden.

De aartsengel Michaël is de beschermer van het volk van God.

Daniël 12:1 - ... die de zonen van uw volk terzijde staat.

Michaël: Wie is aan God gelijk.

Toen Israël Jezus verwierp raakte het zijn hemelvorst kwijt.

Hosea 3:1-3

- De Here zeide tot mij: Ga weder heen, bemin een vrouw, die zich door een ander laat beminnen en overspelig is, gelijk de Here de Israëlieten bemint, die zich tot andere goden wenden en minnaars zijn van druivenkoeken (die zij gebruikten bij de afgoderij).

- Toen kocht ik haar voor vijftien zilverstukken en anderhalve homer gerst. En ik zeide tot haar: Vele dagen zult gij blijven zitten; gij zult geen ontucht bedrijven, geen man toebehoren; en ook ik zal tot u niet komen.

Er zal een tijd zijn dat het volk Israël geen gemeenschap met God zal hebben. God heeft het volk niet verstoten, maar het volk heeft overspel bedreven. Het volk is door Christus aan het kruis teruggekocht, evenals de volkeren.

Vers 4 - Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zon der koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim.

Israël zal zitten zonder koning, uit het huis Davids en zonder hemelvorst Michaël.

Het duidt op Israël in onze tijd. God wil ook de ménsheid bezitten.

De mensheid is de vrouw waarvan Jesaja 54:1 zegt:

- Zing vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! Maak geschal met vrolijk gezang, en juich ...

Israël heeft wel gebaard en aan zijn bestemming voldaan. Israël heeft iets voortgebracht en de Zoon gegeven.

'De zaligheid is uit de Jodenī.

De Heer zegt: ' Ik keer ook terug tot die vrouw, die onvruchtbaar is gebleven en Ik zal gedenken het verbond, dat Ik gemaakt heb'.

Hier wordt het verbond met Noach bedoeld; het betreft de mensheid. De Heer zegt: 'Ik keer terug tot de eerste vrouw, de mensheid, en Ik keer terug naar de tweede vrouw, Israël'.

Israël zit zonder koning uit het huis van David.

Michaël was in het oude verbond verbonden met de 'zonen van het volk'. De 'zonen van het volk' zijn de leiders van het volk; in het oude verbond o.a. David, Mozes, Jozua, ...

Toen Israël Jezus verwierp, verwierp het de Koning, de Man uit het huis van David. Tegelijkertijd is Michaël van het volk Israël geweken. Israël zit nu zonder hemelvorst en is over de einden der aarden verstrooid. Het land wordt voortdurend aangevallen door de wereldbeheersers dezer duisternis, die over de volken staan.

Michaël heeft zich nú gevoegd bij de gemeente van Jezus Christus. Als de gemeente in de strijd tegen de duisternis verwikkeld raakt, staat Michaël met zijn engelenheer de 'zonen van het volk' terzijde.

Jesaja 54:5

- Want uw Man is uw Maker, Here der heerscharen is zijn naam; en uw losser is de Heilige Israëls. God der ganse aarde zal Hij genoemd worden, ... (lees verder!).

God gedenkt het vredesverbond met Noach; God gedenkt de mensheid. God gedenkt óók Israël.

Hosea moet een vrouw huwen, die overspel gedaan heeft.

Romeinen 9:24-26 - Paulus zegt:

- En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft, niet alleen uit de Joden, maar ook uit de heidenen.

- gelijk Hij ook bij Hosea zegt: Ik zal 'niet mijn volk' noemen 'mijn volk', en de 'niet geliefde': 'geliefde'.

- En het zal geschieden ter plaatse (voor Gods troon) waar tot hen gezegd was: 'Gij zijt mijn volk niet', daar zullen zij genoemd

worden 'zonen van de levende God'.

God went zich tot de heidenen; de heidenen hebben Jezus Christus aangenomen.

De Koning uit het Huis Davids voert zijn volk, de gemeente, op eigen grond, op eigen bodem: onze plaats in de hemelse gewesten.

Jesaja 14:1

- Want de Here zal zich over Jakob ontfermen en nog zal Hij Israël verkiezen en ze op hun eigen bodem doen wonen; dan zal de vreemdeling zich bij hen aansluiten en men zal zich voegen bij het huis van Jakob.

God wil dat de mens in de geestelijke wereld zal gaan functioneren

en zal evolueren van een natuurlijk mens in een gééstelijk mens.

Dit is Goddelijke evolutie!

Revolutie is een plotselinge omwenteling. Evolutie is een geleidelijke omwenteling.

Psalm 34-8 - berijmd

- Des Heren engel schaart een onverwinb're hemelwacht rondom hem wie zijn wil betracht.

De wil van God is, dat wij in de hemelse gewesten komen en duivelen zullen uitwerpen. God schaart zijn hemelwacht rondom hem, die in de hemelse gewésten zijn wil betracht.

Michaël kan alleen samen met zijn engelen werken.

Als Gods volk de hemelse gewesten binnenkomt, ontstaat er oorlog in de hemel.

Openbaring 12:7

- En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog.

Jezus Christus is als eerste de hemelse gewesten binnengetrokken. Nooit eerder was er een mens de hemel binnengegaan. Wij zitten in de voorpostgevechten. De oorlog gaat op gang komen.

Wij zijn naar de natuurlijke mens op aarde, maar onze innerlijke mens vertoeft in de hemelse gewesten. Wij bedenken de dingen die boven zijn, waar Christus is. Dáár is onze wandel, ons burgerschap. Daar liggen onze schatten, maar daar is ook onze strijd.

De innerlijke mens, de denkwereld van de mens, behoort tot de geestelijke wereld. De engelen kunnen de duivel de kop niet vermorzelen. Dit moet de mens doen!

De engelen kunnen de mens wel beschermen, de mens dekken.

Zij kunnen de mens op handen dragen en de mens beveiligen tegen de aanvallen van de boze geesten.

Paulus had een engel van satan bij zich, die niet van hem wilde wijken. Paulus wist dit heel goed. Het was de geweldgeest, die hij vóór zijn bekering naar zich toegehaald had (2 Kor.12:7-9).

De Heer zei tot Paulus: 'Mijn genade is je genoeg. Je gaat er niet aan ten onder, maar je wordt er juist sterk door'.

ls Israël, onder leiding van Jozua, het land Kanaãn binnenkomt, moet Israël tot de aanval overgaan.

De engel zegt: ' De Here zal de vijanden voor je uit drijven'.

De Heer doet dit door zijn engelen. De boze engelen raken in paniek en vluchten.

De engelenwereld kent de hiërarchie (rangorde).

Demokratie is een openbaring van de verdeeldheid. God kent geen demokratie. Ook de dierenwereld niet; het grootste en sterkste dier is de leider. Demokratie is een gevolg van de zonde. Het is een noodoplossing.

In de gemeente van Jezus Christus hoort demokratie niet thuis. Verkiezing van oudsten door stemming is een verkeerde zaak, want Gód stelt dienstknechten aan.

De ene gelovige heeft onderscheiding van geesten en de andere niet of nauwelijks. De ene gelovige komt allang in een bepaalde gemeente en de andere is er pas gekomen.

Ook het gezin is een hiërarchie. De ouders hebben de leiding.

In de schepping van God is geen demokratie. De gemeente van Jezus Christus behoort de Goddelijke weg te gaan.

Jezus Christus is het hoofd van de gemeente. Er is geen vervanging mogelijk. Hij is onder alles de eerste geworden (Kol.1:18).

Er is dus sprake van twee partijen, die door overspel de gemeenschap met God hebben verloren. Zij hebben andere goden gediend. Bij de stichting van de gemeente, zien we, dat Jezus Christus zich een gemeente gaat vormen, bestaande uit Jood en heiden. God is bezig zich tot de mensheid, de wereld, te wenden én tot de Joden. Het is zich aan het uitbreiden en wordt een wereldkerk. De geschiedenis herhaalt zich; de wereldkerk verbastert; het is: 'de grote stad, Jeruzalem, alwaar de Heer gekruisigd wordt en zijn getuigen worden gedood'. Het is de afvallige kerk, bestaande uit Jood en heiden. Er gebeurt hetzelfde wat eertijds is gebeurd. God gaat er mensen uithalen; 'trek uit van haar, mijn volk!' Eertijds heeft de Heer 12 discipelen uit de Joden gehaald. In de eindtijd gaat de Heer de 144.000 uit de massale kerk tevoorschijn halen. 144.000: een symbolisch getal.

Het zijn de zonen van God, die uit de verbasterde kerk worden gehaald. Het is de wáre gemeente, de kern, degenen die het zoonschap zullen bereiken: de onberispelijke gemeente. De bijbel spreekt over de Tempel. Deze gelovigen worden niet weggenomen vóór de grote verdrukking. God gaat deze 144.000 gebruiken om zich te wenden tot de kerk én tot de wereld. Het zijn de losgekochten van de aarde, hun voeten zijn ontschoeid. In hun mond is geen bedrog. Zij zijn verzegeld aan hun voorhoofden, in hun denken. Op hun voorhoofden staat de naam van het Lam en de naam van de Vader (Openbaring 14:1-5).

Deze gelovigen worden niet voortijdig van de aarde weggenomen, maar zullen juist worden ingezet om het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te verkondigen aan de orthodoxie, aan de moderne christenen en aan de onverschilligen in de kerken en kringen.

De kerk zal in drie delen uiteen gaan vallen.

1. de 144.000: de Tempel.

2. de voorhof. Het zijn christenen. Zij zijn het eigendom van Jezus, maar hebben zich nooit bemoeid met de Geestesdoop en met het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Zij hebben geen boze geesten uitgedreven.

3. de grote stad, Jeruzalem, de onverschillige, natuurlijke mensen, die de wereld liefhebben; de naamchristenen.

De geschiedenis gaat zich herhalen.

Jezus Christus is tot de zijnen gekomen en de zijnen hebben Hem niet aangenomen. Als de getuigen van de eindtijd het evangelie van het Koninkrijk der hemelen gaan verkondigen, de boodschap die Jezus zélf bracht, dan zullen de voorhofschristenen het niet accepteren. Het zijn mensen die het plan van God blijven loochenen.

Zij blijven volhouden dat je naar het aardse Jeruzalem moet kijken , ook al zeggen de getuigen, dat God zijn volk in de hemelse gewesten gaat verzamelen.

Het zijn mensen, die net als de farizeeën en sadduceeën geen oog hebben voor de geestelijke wereld. Zij hebben de hun aangereikte sleutels nooit aangepakt.

In Mattheüs 22:1-14 staat de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal. De koning zond slaven uit om de ter bruiloft genodigden te roepen, doch zij wilden niet komen.

De mensen werden vijandig ten opzichte van de boodschappers. Zij mishandelden en doodden hen. De koning werd toornig en zond zijn legers uit om de moordenaars te verdelgen en hun stad in brand te steken.

De farizeeërs zeiden van Jezus: 'Hij heeft de waarheid niet. Wij hebben de waarheid. Hij is een valse profeet'. De mensen hebben Jezus niet geaccepteerd en zij zullen ook de getuigen in de eindtijd niet accepteren. De stad zal worden prijsgegeven en de machten der duisternis, die uit de hemel vallen en uit de afgrond opstijgen, komen over de kerk.

Deze mensen weten niet hoe zij moeten strijden. Ze weten hooguit dat Jezus hen gekocht heeft. Zij hebben zending bedreven, maar zijn niet verder gekomen dan dat.

Ik zeg beslist niet dat zij verloren zullen gaan. Het worden echter geen Tempelchristenen. Zij zullen niet op de troon komen.

De overwinnaars, de koningen, komen op de troon. Zij zullen zitten op tronen.

Dan zegt de koning: 'Ga nú op de kruispunten van de wegen staan'.

Nu trekken de getuigen de wéreld in en getuigen dat de mensen verlost kunnen worden en dat er een weg is, die door de hemelse gewesten leidt. Deze mensen zullen het wél aannemen. Er volgt een massale bekering onder de buitenstaanders. Zoals Paulus gemeenten stichtte onder de buitenstaanders, zo zullen de getuigen dit óók doen, met dit evangelie, buiten de officiële christenheid om.

De Heer zegt: 'Ga nu maar naar het uiterste van de aarde met dit evangelie'. Velen uit alle volken, stammen, natiën en tongen, zullen het aannemen. Hiervoor is een nieuwe Pinksterdag nodig.

De Heer zal zijn geest uitstorten op alle vlees. Mensen, die je er nooit bijgerekend had, zullen binnenkomen.

Het geraffineerde van de gedachte dat de Heer zijn gemeente voor de grote verdrukking zou wegnemen is, dat de Heer het instrument om dit evangelie te verkondigen zou wegnemen voor die tijd. Het is begonnen met een Pinksterdag en het zal eindigen met een Pinksterdag (Joël 2).

Op de prediking van de 144.000 gaat de 'volheid van de heidenen' binnen. De getuigen zullen werken met een kracht zoals er niet eerder is geweest, want de laatste Pinksterdag zal groter zijn dan de eerste. Als dit evangelie gepredikt zal worden, zullen er velen tot jaloersheid komen, ook uit Israël. Israël behoort ook tot de volheid van de buitenstaanders.

Paulus zegt in Romeinen 11:25 dat een gedeeltelijke verharding over Israël is gekomen, totdat de (geestelijke) volheid van de heidenen binnengaat. Het is een geheimenis: een mysterie, een verborgenheid.

Vers 26 - en aldus zal gans Israël behouden worden, gelijk geschreven staat: De Verlosser zal uit Sion komen ...

Eerst worden de 144.000 toegerust. De winden mogen nog niet waaien (Openbaring 7.).

Eerst moeten de knechten van God aan hun voorhoofden verzegeld zijn.

 Openbaring 7:9

- Daarna zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk en stammen en natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in hun handen.

Als de massale evangelie verkondiging zal plaatsvinden, is het een logisch gevolg, dat de duivel wakker wordt. De grote verdrukking neemt dan een aanvang.

De laatste getuigen hebben niet alleen de opdracht om bekeerlingen te maken, met het verzoenend bloed van Christus, maar zij hebben de opdracht om tegelijkertijd levende stenen in te voegen in de Tempel van God. Deze Tempel moet worden voltooid!

De 144.000 zijn dan wel kwalitatief voltooid, maar het kwantum ontbreekt nog. Het kwantum, de grote hoeveelheid, zal uit de volkerenwereld komen, waarin ook Israël is besloten.

 

=======

=====

===

 LES 20 (les 5 / SERIE 4/ 02-03-85)

 Jesaja 25:7

- Hij zal op deze berg (de berg Sion!) de sluier vernietigen die alle natiën omsluiert, en de bedekking waarmede alle volken bedekt zijn.

Alle volken en natiën zijn met een sluier bedekt. Deze bedekking maakt dat men de dingen niet scherp ziet. Het is alsof men door een donkere bril kijkt.

Het maakt niet uit of men Jood of Mohammedaan is, of dat men tot het algemene christendom behoort.

Paulus zegt, dat deze bedekking alleen in Christus verdwijnt (2 Kor.3:14).

We gaan nu bezien wat er bij de mensen bedekt is en hoé deze bedekking kan worden weggenomen.

Als Mirjam en Aãron tegen hun broer Mozes opstaan en zeggen: 'Heeft de Here soms uitsluitend door Mozes gesproken?', dan zegt de Here:

Numeri 12:6-8

- Indien onder u een profeet is, dan maak Ik, de Here, Mij in een gezicht aan hem bekend, in een droom spreek Ik met hem.

- Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis.

- Van mond tot mond spreek IK met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren.

Mozes aanschouwt wie God werkelijk is: dat God goed is.

De heerlijkheid van Mozes is, dat hij in de geestelijke wereld de tabernakel ziet. Ook de apostel Johannes heeft deze Tempel in de hemel aanschouwd.

Mozes heeft de uitdrukking gezien van de verzoening met God met de wereld. Hij heeft de betekenis gezien van het Lam Gods, dat geslacht is vanaf de grondlegging der wereld (2 Korinthe 5).

Mozes daalt neer vanaf de berg om de gedachten van God aan het volk bekend te maken. Het volk leefde echter volkomen in de natuurlijke wereld.

Exodus 32:6b - en het volk zette zich neder om te eten en te drinken en vreugde te bedrijven.

Paulus haalt het aan in 1 Kor. 10:7b - eten, drinken en dansen.

Toen Mozes dit zag, begreep hij, dat hij Gods gedachten niet zou kunnen verklaren aan een volk dat niet hongerde en dorstte naar de gerechtigheid. Mozes moest het volk in de natuurlijke wereld benaderen en bouwde een tabernakel om het volk iets van de gerechtigheid en verzoening bij te brengen. Op de grote verzoendag ging de hogepriester het heilige der heiligen binnen om het bloed van het geslachte lam op de ark van het verbond te sprenkelen. Als Israël een geestelijk volk was geweest zou het hebben begrepen dat een dier geen verzoening kon bewerken. De Here gaf een schaduw van de toekomende dingen.

Het volk maakte van de zichtbare dingen de werkelijkheid. Het volk begreep niets van het genadevolle heil van de schulddelging.

In het heilige der heiligen stond de ark van het verbond.

Daar troonde God.

Mozes bedekte de waarheden, die God hem geopenbaard had, in de tempeldienst. God heeft het volk Israël bij de hand genomen zoals je een lastig tegenstribbelend kind bij de hand neemt en meetrekt, om het ergens naar toe te voeren (Hebreeën 8:9).

De wet is een tuchtmeester geweest totdat Christus kwam (Gal.3:24) .Met Christus is de werkelijkheid gekomen (Kol.2:17).

De wet was nodig om het volk tot het licht te voeren.

De wet was er niet voor de rechtvaardigen. Abraham leefde 400 jaar vóór de wet. Abraham was een vriend van God, net als Mozes.

Exodus 33:11 - De Here sprak tot Mozes zoals iemand met zijn vriend spreekt.

De wet was een eenvoudige uitdrukking van de wil van God voor natuurlijke mensen (Exodus 20 - De Tien geboden).

De bedekking werd veroorzaakt door de leugen en de zonde. Elke zonde begint met een leugen.

Jesaja 59:1,2

- Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen;

- maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn.

Wij weten, vanuit het Nieuwe Testament, dat het de duistere geestenwereld is, die scheiding maakt tussen de mens en God; het waren de machten der duisternis waarmee de mensen waren verbonden.

Toen Mozes de berg opklom, kwam er onmiddellijk een wolk omheen, gepaard gaande met duisternis, aardbeving, vuur en blikseminslag. Toen de mensen de donderslagen hoorden, zeiden ze: 'God spreekt'. Je hoort het heden ten dage nog. Maar God is enkel licht!

Jakobus 1:17

- Iedere gave die goed is, en elk geschenk dat volmaakt is, daalt van boven neder, van de Vader der lichten, bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer.

In het heilige der heiligen van de tabernakel was het volkomen donker. Deze plaats werd van het heilige gescheiden door een gordijn, het voorhangsel. Als de mensen het gordijn zagen, zeiden ze: 'Daarachter woont God'. Men ging de duisternis met Gód verbinden. Het gaat lijnrecht in tegen de Nieuw Testamentische gedachte, dat God enkel licht is. Het is juist de bedoeling dat het licht van God openbaar gaat worden. Jezus zei: 'Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. De lamp hoort niet onder de korenmaat, maar op de standaard, om te schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken (Matth. 5:13-16).

Men ging ziekte en rampen met God verbinden. God maakte ziek en God zond de rampspoed.

Mozes was een geestelijk mens : Deut.18:15:

- Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Here, uw God, u verwekken.

Een profeet hoort en ziet met geestelijke oren en ogen. Mozes kende het aangezicht van God, zoals wij zeggen: 'Wij zien Jezus met eer en heerlijkheid gekroond'.

Toen Mozes de berg afdaalde straalde zijn gelaat. Toen Mozes tot het volk moest spreken, bedekte hij zijn gelaat, omdat het volk er toch niets van zou begrijpen. Als Mozes naar beneden komt, geeft hij aan het volk het SJEMA JIZREEL: 'Hoor, Israël, de Here uw God is één'.

Het betekent dat God enkel licht, enkel barmhartigheid, enkel genade is. De duivelen sidderen als zij horen dat God één is (Jakobus 2:19). De boze geesten kunnen God nooit tot zonde verleiden; zij krijgen God nooit uit zijn liefde ten opzichte van de mens. Zij weten vooruit dat hun strijd een verloren zaak is.

Ook heden ten dage hebben heel veel mensen een bedekking op het gelaat. Als deze bedekking, in Christus, wordt weggenomen, gaan zij een totaal andere God zien. Jezus Christus heeft ons de Vader geopenbaard. Als er een bedekking op het hart ligt, kan de mens zijn hart niet tot God verheffen. Men heeft geen besef van een wandel in de hemelse gewesten en van de strijd, die daar gestreden moet worden en van de schatten die daar verzameld kunnen worden.

Omdat de mens toch God wil dienen, gaat men het zoeken in uitwendigheden, in ceremonieën en in rituelen. Het volk Israël ging ook de uiterlijke dingen voor de werkelijkheid houden.

Bijvoorbeeld, als het voorschrift luidde, dat men zich met rein water reinigen moest, ging men aan het water kracht toekennen. Op deze wijze kwamen de mensen in het occulte vlak terecht. Jezus is gekomen en heeft getracht het volk los te maken uit al de uitwendigheden. Hij zei: 'Als je bidt, moet je dat in het verborgene doen, in de binnenkamer'. Het is een voortdurend bezig zijn in de hemelse gewesten. Jezus heeft met elke uitwendige handeling gebroken. Hij zegt in Joh.8:32 - De waarheid zal u vrijmaken'.

De Joden beriepen zich op hun afkomst en zeiden: 'Wij zijn geen slaven, want wij zijn het verbondsvolk en zaad van Abraham'.

Het is dezelfde gedachte die bij veel christenen leeft. Zij zeggen dat een kind van God niet gebonden kan zijn.

We zien hoe de geschiedenis zich aan het herhalen is. Er ligt een bedekking op het christendom. Het is in de dagen van Paulus al begonnen. Paulus heeft het evangelie van de heerlijkheid van Jezus Christus gebracht (2 Korinthe 4:4).

Er is een weg geopend om het beeld van de Zoon gelijkvormig te worden, om het doel te bereiken.

2 Petrus 1:3b,4

- ...., die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht;

- door dezen zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke na- tuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.

Men heeft hiervan gemaakt, dat de mens een diep zondebesef moet hebben om erin te komen. Paulus heeft ook aan de Galaten het evangelie gebracht. De Galaten waren heidenen.

Paulus zegt tegen de Galaten: 'Hebben jullie de Heilige Geest ontvangen tengevolge van werken der wet, of van de prediking van het geloof? Jullie zijn onder de betovering gekomen van de Zelotische Judaïserende apostelen'. (Zeloot: ijveraar: Galaten 3).

OP de Pinksterdag was een groot aantal uitlandse Joden aanwezig.

Zij hoorden de met de Geest vervulde mensen in hun eigen taal spreken. In Handelingen 2:9-11 worden de verschillende volken en landen genoemd. De Galaten worden echter niet genoemd. In Galatië, gelegen in het hart van Asia, waren geen Joden. Paulus had daar het evangelie verkondigd.

In Jeruzalem waren afspraken gemaakt, waaraan de heidenen moesten voldoen. Zij hoefden echter niet besneden te worden.

Zij moesten zich onthouden van wat door de afgoden was bezoedeld: van hoererij, van het verstikte en van bloed (Handelingen 15:20).

Voor wat betreft het niet eten van offervlees, heeft Paulus gezegd: 'Als je er moeite mee hebt, moet je het niet eten, maar als je zegt dat er geen afgod is, kun je het eten' (1 Korinthe 8).

1 Korinthe 6:16-20

- Wie zich aan een hoer hecht, is één lichaam, één vlees met haar.

- Maar die zich aan de Here hecht is één geest met Hem.

- Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.

- Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God hebt ontvangen, en dat gij niet van uzelf zijt?

- Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijk dan God met uw

lichaam!

Jezus zegt tegen de farizeeën: 'Jullie trekken zee en land rond om één bekeerling te maken, en wanneer hij het wordt, maak je er een kind van de hel van (Mattheüs 23:15).

In zo'n geval komt er weer een bedekking op het gezicht, zodat de mens de waarheid niet meer ziet en in de leugen terechtkomt. De Judaïsten wilden van het christendom een Joodse sekte maken. Men wilde het christendom incorporeren.

De Joodse tempel was zo ruim, dat ieder er met zijn ideeën kon binnenkomen. Ook de discipelen hebben nog geruime tijd vrij hun mening in de tempel mogen verkondigen; maar ze braken het brood in hun eigen huizen.

Jezus heeft tot de discipelen gezegd: 'Wacht u voor de zuurdesem van de farizeeën en sadduceeën!'.

Dit zuurdesem werd door de Judaïsten gebracht. Zij trachtten een nieuwe lap op een oud kleed te zetten. De Heer heeft gezegd: 'Als men dat doet, dan scheurt het, want het zijn onverenigbare elementen'. Je kunt het Jodendom en het christendom niet samenvoegen.

Paulus zegt in Galaten 6:13: 'Ze dwingen je om je te laten besnijden'.

Dit ging in tegen de overeenkomst, die te Jeruzalem was gemaakt. Jezus heeft de religieuze geesten niet kunnen verdrijven en Paulus óók niet. Ze waren blind en doof.

Johannes zegt in Openbaring 2 tegen de Efeziërs: 'Je bent van je hoogte gevallen!', Hij bedoelt, dat zij weer in de natuurlijke wereld zijn terechtgekomen. De Judaïsten zeiden van Paulus: 'Hij heeft een tweedehands kennis en een tweedehandsgezag'.

Paulus heeft het christendom van het Jodendom losgemaakt. In onze tijd ondermijnt de Israëlleer heel bewust de leer van Paulus. Petrus zou zeggen: 'Zij verdraaien de leer van Paulus tot hun eigen verderf'.

Paulus begint zijn brief aan de Galaten: 'Paulus, een apostel, niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden'.

Paulus zegt: 'Ik heb mijn roeping rechtstreeks uit de hemel ontvangen'

Het christendom uit de Joden was te vinden in Judea, Samaria en Galilea. Duizenden mensen, waaronder veel priesters, hadden de Heer aangenomen.

In Klein-Azië ontstond al snel een christendom, dat op oudtestamentische leest was geschoeid.

De steden, die Johannes in Openbaring 2 en 3 noemt, waren allen steden uit Klein-Azië. Er worden er zeven genoemd, maar er waren er veel meer, zoals Antiochië, Lystra en Derbe, ... Er waren heel veel gemeenten gesticht.

Er is, helaas, een bedekking op het christendom gekomen.

Het Jodendom heeft zo door gewerkt, dat de kerk van Jezus Christus terechtgekomen is in gewijde gebouwen, waarin een altaar stond, waar ook het wijwater aanwezig was. Er waren priesters en een hogepriester in allerlei gewaden. De wet werd weer voorgelezen en er kwamen vele voorschriften en verordeningen.

Het is geen wonder dat de kerk zich de plaats van Israël heeft toegeëigend.

Wij zeggen óók dat wij 'Israël' zijn. Wij zijn het Israël in de hemel, een geestelijk Israël. Onze stad Jeruzalem is bóven.

De aardse kerk zei: 'Wij zijn Israël en onze kinderen zijn kleine Joden, die besneden moeten worden'.

Daarom is de kinderdoop in de plaats van de besnijdenis gekomen.

De kerk was geheel met het Judaïsme doortrokken.

Het Israël uit de kerk haatte het restant van Israël uit de Joden, want het was een konkurrent.

Wij hebben een gedachtenwereld uit de hemel en het natuurlijke Israël heeft een gedachtenwereld van de aarde. De geestelijke wereld is voor de Joden een onbekend iets. Toen de kerk machtiger werd, ging men de Joden vervolgen. Daarvoor hadden de Joden de christenen vervolgd.

De mensen werden niet meer gedoopt in Gods Geest en zij spraken niet meer in tongen. Ook het profeteren was verdwenen. Men had de Geest, die de onzienlijke wereld opent, geblust. Paulus had nog gewaarschuwd: 'Dooft de Geest niet uit!' (1 Thess. 5:19).

Eusebius, de oudste kerkgeschiedschrijver, heeft in zijn werk 'de grote kerkgeschiedenis' bij het woord 'Galatië' opgemerkt: 'De kerk in Ancyra werd in beroering gebracht door een zekere Montanus, die profeteerde'.

Men zegt, dat er in Galatië geen kerken zijn geweest.

Het Montanisme is de eerste pinksteropwekking in de kerk geweest.

Als men de Pinksterbeweging wil bestrijden, haalt men altijd het Montanisme erbij.

Een boekje uit het jaar 1924 geeft het aldus weer:

'Er is niets nieuws onder de zon. Wie menen mocht dat de Pinksterbeweging, ook wel tongenbeweging genoemd, gloednieuw is, vergist zich. Reeds anderhalve eeuw na Christus dook bijvoorbeeld het Montanisme op'.

Montanus zag het bederf. Hij leerde, als eerste, dat de Heilige Geest niet uitgestort was in een instituut, eenmalig, maar dat de Heilige Geest télkens uitgestort moet worden in mensen.

De kerk zegt: 'De gelovigen hoeven niet meer om de Geest te bidden, want elke gelovige heeft de Heilige Geest automatisch ontvangen. Montanus heeft gezegd: 'De gelovige moet de doop in de Geest heel persoonlijk erváren'.

De Pinksterdag is voor het heden. De kerk leert dat de Pinksterdag in het verléden was. Montanus stelde het charisma van de Geest met zijn gaven bóven de hiërarchie van de kerk. Het is geen incidentele zaak.

De leer van Montanus was zó zuiver, dat Tertullianus, de grootste theoloog die de kerk voor Augustinus heeft opgeleverd, zich erbij voegde.

De eerste Pinksterbeweging sloeg over van Ancyra naar Rome, en van daaruit naar Noord-Afrika, waar veel kerken zijn ontstaan.

Ook de kerkvader Augustinus was een man uit Noord-Afrika.

Het sloeg over als een brand en de fundamenten van de kerk werden geschud, want de kerk had de zaken die Montanus aan de orde stelde allang losgelaten. Het Montanisme is, met al zijn fouten en gebreken, de eerste Pinksterbeweging in de kerk geweest.

Montanus was bijvoorbeeld een konsekwent zuiveraar van het leven. Hij stelde, dat een mens beter ongehuwd kon zijn dan gehuwd.

Aan iemand, die gehuwd was geweest, gaf hij het advies dat het beter was om niet meer te trouwen.

De in onze tijd ontstane Pinksterbeweging heeft ook allerlei gebreken vertoond; maar de gedachte dat de Heilige Geest nog steeds wordt uitgestort en dat de gaven van de Geest nog steeds functioneren, hád een middel kunnen zijn om zich in de goede richting te ontplooien.

De levenswijze van de Montanisten stelde de kerk voor een principieel besluit: 'Wat doen jullie ermee? Keren jullie terug naar de existentie van heiligheid van de eerste christelijke kerk en tot het niet meedoen aan de wereldgelijkvormigheid, zodat de geestelijke doodsheid verdwijnt?'

De kerk heeft hierop een antwoord gegeven! Montanus werd gebrandmerkt als een valse profeet en daarom kon men ook zijn levenswijze opzij schuiven. Onder de Montanisten zijn de meeste martelaren geweest. Constantijn de Grote heeft de godsdienstoefeningen van de Montanisten verboden en na 600 na Christus is het Montanisme geheel verdwenen.

Ankara, het oude Ancyra, is de hoofdstad van het Turkse rijk. De godsdienst van de Islam is aan heel veel wetten gebonden. Gedurende de maand Ramadan, mag men van zonsopgang tot zonsondergang niet eten en drinken. Als iemand de dingen heel goed wil onderhouden, moet hij 's nachts de godsdienstoefening bijwonen.

De kerk is ten onder gegaan aan wereldgelijkvormigheid en wetticisme. Eén van de vroegere pausen, Calicstus de eerste (199-217), stond de vrouwen uit de aanzienlijke geslachten toe, "om naar eigen keuze de bijslaap te genieten, hetzij met een slaaf, hetzij met een vrije, en zo'n persoon als haar man te beschouwen".

Hij veroorloofde de rijke christenen het concubinaat.

Het is de tegenhanger van het Montanisme. Deze paus wilde zich de welgezinde aanhankelijkheid van de rijken verzekeren. Hij beriep zich vanzelfsprekend op de bijbel, en zei: 'Laat zowel het onkruid als het koren tezamen opwassen'.

Zijn lievelingstekst, in verband hiermee, was zoiets als: 'De kerk is de ark van Noach. Zowel de reine als de onreine dieren werden behouden'.

Al die eeuwen heeft het christendom geen weet meer gehad van het Koninkrijk der hemelen, dat Jezus heeft verkondigd.

De Heer heeft in Israël 31/2 jaar gewacht op de vruchten van de geestelijke mens. Toen deze vruchten niet verschenen, heeft Hij gezegd: 'Het Koninkrijk Gods wordt van u weggenomen en aan een ander volk gegeven, dat de vruchten daarvan opbrengt' (Matth.21:43).

De Heer heeft takken van de wilde olijfboom genomen en die geënt op de edele olijfboom, die het niet deed.

Romeinen 11:24a

- Gij zijt uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt.

"Somtijds houdt een goede olijfboom op met vrucht te dragen. Een wilde olijfboom wordt op de dorre boom geënt, met gevolg dat het sap van de goede (dorre) olijfboom de wilde scheuten in goede takken verandert, die even goede vruchten dragen als de vaderlijke stam vroeger deed".

Op die gewoonte zinspeelt Paulus als hij zegt:

- Enige der takken zijn afgebroken en gij, een wilde olijfboom zijnde zijt in hun plaats geënt en des wortels en der vettigheid van de olijfboom deelachtig geworden.

Gij zijt afgehouwen van de olijfboom die van nature wild was en tegen nature in de goede olijfboom geënt.

'Enten' is: een goede twijg zetten op een boom die het niet doet. Bij een gewone boom worden alle oude takken afgehouwen en goede twijgjes daarop geënt. Men neemt de scheuten die bij de wortel zitten. Alleen de olijfboom maakt op deze gang van zaken een uitzondering.

Vers 21 - Paulus waarschuwt de mensen en zegt:

- Want indien God de natuurlijke takken niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen!

Veel mensen denken er niet aan, dat ook de takken van de heidenen zullen worden afgehouwen, als de mensen niet in geloof blijven.

De kerken in klein-Azië en ook de kerken in Noord-Afrika zijn allemaal afgehouwen. Het is een wet in het Koninkrijk van God.

De Islam is op die plaats gekomen en er staan nu vele moskeeën, in plaats van christelijke kerken.

Vers 22 - indien gij bij de goedertierenheid Gods blijft, anders zult ook gij weggekapt worden.

De kern, van de bedekking is, dat men niet meer gelooft dat God goedertieren is. Men zegt dat God goed en kwaad is.

Het is de paradijsleugen: 'Gij zult als God zijn kennende goed en kwaad'. Anders gezegd: 'God is als wij, doende het kwade en het goede'. Dit is de bedekking, die alle volken bedekt.

Vers 23a - Maar ook zij (de Joden) zullen, wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, weder geënt worden, ...

De stroom van genade is langs het Jodendom heengegaan.

De bijbel wijst erop, dat de stroom van genade ook weleens langs het christendom kan gaan.

Uit het Jodendom zijn een aantal Joden tot de volheid gekomen.

Uit het christendom zal óók weer een rest tot volheid komen.

Wat de Joden is overkomen, zal ook bij het christendom geschieden.

De geschiedenis is zich aan het herhalen!

De grote massa wordt Babylon, de verbasterde kerk.

De Heer zegt tot de gelovigen, die in Babylon verkeren: 'Gaat uit van haar, mijn volk!'.

Het is niet de bedoeling, dat men uit Babylon wegtrekt om elders weer een nieuwe kerk in Babylon te stichten, maar God wil dat zijn volk het verkeerde denksysteem zal loslaten, dat God niet 'enkel goed' zou zijn. God wil dat de gelovige uit alle inzettingen en geboden loskomt en zich in de gééstelijke wereld gaat bewegen.

Dit is het evangelie van Jezus Christus.

De Heer bedoelt: 'Trek maar uit het verbasterde christendom en richt je tot de uitersten van de aarde!.

Ga maar naar de heggen en de steggen en ga staan op de kruispunten van de wegen'.

Op deze wijze komt de stroom van genade tot een hele andere categorie mensen. Deze mensen bevinden zich om je heen. Het is niet de bedoeling van de Heer dat wij naar Nieuw-Zeeland zullen gaan om het evangelie te brengen en dat de Nieuw-Zeelander naar Europa moet om dit te doen.

Je kunt niet rondgaan met een evangelie dat is doortrokken met het Joodse zuurdesem. De kerk heeft gefaald en geen vrucht opgeleverd. Er zijn wel opwekkingen geweest, maar men heeft niet gezien waar het om ging.

Wij zijn wel blij met de Reformatie en met de opkomst van de Pinksterbeweging. In 1906 viel in Californië de pinksterzegen.

De mensen begonnen weer in nieuwe tongen te spreken. De mensen werden gedoopt met Gods Geest, maar men is in dezelfde fouten gevallen als het Montanisme.

De Pinksterbeweging heeft ook weer wetten en geboden gekregen en heeft een eindtijdleer geaccepteerd, die bij de vijanden van de Pinksterleer is ontstaan.

Deze eindtijdleer houdt in, dat de gemeente van Jezus Christus zal worden opgenomen en dat Israël het grote zendingsvolk zal worden. Als de gemeente is opgenomen, gaat God met Israël verder en komt Israël tot bekering.

Maar wie zal de mensen het evangelie van het Koninkrijk der hemelen verkondigen als de gemeente is opgenomen?

Romeinen 10:14 - Paulus zegt hiervan:

- Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben?

Hoe horen zonder prediker?

De kerk is begonnen met een Pinksterdag en het zal eindigen met een Pinksterdag; het is begonnen met de vroege regen en het zal eindigen met de late regen.

De late regen is begonnen met de Pinksteropwekking in 1906.

Het is, net als het Montanisme, over de wereld gegaan. Er zijn nu zestig miljoen pinksterchristenen.

Maar de charismatischebeweging zegt: 'Houdt alles maar vast wat je hebt: de Maria verering en aanbidding, het altaar, de onfeilbaarheid van de paus, .... . Wij gaan de Heer loven in nieuwe tongen'. We zien hier het wetticisme, het Judaïsme.

In de R.K.K. die het verst is afgedreven, zitten de meeste charismatici, 80%. Een blad als 'Vuur' is enkel liturgie.

De Pinksterbeweging heeft een geweldige omwenteling gebracht, maar heeft zich niet naar de geestelijke wereld toe ontwikkeld.

Montanus zei: 'Wat is geweest, moet zich herhalen, maar krachtiger en kráchtiger'. De spade regen moet een stortregen worden.

De laatste tempel zal heerlijker zijn dan de eerste en de late regen zal machtiger zijn dan de vroege regen.

Openbaring 7:4 - 144.000 uit alle stammen van Israël

Zij zijn verzegeld met Gods Geest en tot een geweldige taak geroepen. Zij zijn niet bestemd om plotseling te worden opgenomen en te worden afgevoerd naar een onbekende bestemming.

In 144.000 zit het getal 12. Er waren 12 apostelen, die vervuld waren met Gods Geest. Zij hadden een grote opdracht.

144.000: 12X12X1000. Het betekent: in de kracht van de apostelen, de fundamentleggers van het Koninkrijk der hemelen.

Deze 144.000, die uit Babel zijn getrokken, gaan zich richten tot een categorie die onbereikbaar was, tot de geestelijk beschadigden. Zij zijn vervuld met Gods Geest en smaken de krachten van de toekomende eeuw in hun bediening.

De heidenen zullen zich massaal bekeren; ieder van hen zal persoonlijk een beslissing nemen.

De bijbel zegt hiervan, dat de volheid der heidenen binnengaat (Romeinen 11:25).

Deze mensen zullen als levende stenen in de tempel Gods worden ingevoegd, want het huis moet vol worden (Lukas 14:23).

Deze mensen zullen op het laatst binnengaan. Onder hen zullen Joden en Turken zijn en vele anderen. Zij zullen tot jaloersheid verwekt worden, omdat de 144.000 zoveel rijkdommen bezitten.

Babel zal, als de laatste eruit zijn getrokken, om mede tot de volheid van de heidenen in te gaan, als een molensteen in zee geslingerd worden (Openbaring 18:21).

De verzegeling van de 144.000 vond plaats vóór de grote verdrukking. Als de vervolgingen komen zijn allen geheel met Gods Geest vervuld.

Vers 9

- Daarná zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle volk, stammen, natiën en talen stonden voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun handen.

Het zijn alle priesters, want zij staan voor Gods troon.

Openbaring 14:1 - Weer de 144.000!

- Op hun voorhoofden staan de naam van het Lam en de naam van zijn Vader

Vers 3-5 - het zijn de losgekochten van de aarde. Zij volgen het Lam waar het ook heengaat, zij zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk.

Vers 6 - En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie.

Het eeuwig evangelie: het evangelie van Jezus Christus, het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Zij die dit evangelie zullen verkondigen zijn allen apostelen, gezanten van God.

De landman heeft geduld en wacht op de kostelijke vrucht van het land. Hij wacht tot de vroege en de late regen daarop gevallen is (Jakobus 5:7).

 

=========

=======

=====

===

=