De sleutels van het Koninkrijk der Hemelen

 

J.E. van den Brink

Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de zoon van den levenden God! Jezus antwoordde en zeide: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is. En Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. IK ZAL U DE SLEUTELS GEVEN VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

(Mattheüs 16:16-19).

 

Wat zeiden de mensen van Jezus?

Bij het begin van zijn laatste reis naar Jeruzalem, in de omgeving van Ceasaréa Philippi, de noordelijkste punt van het land, aan de voet van de met sneeuw bedekte berg Hermon, stelde Jezus de vraag aan zijn discipelen: 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben? Is de Zoon des mensen een eenzaam eigenzinnig individu, een zonderling? Is hij een vriendelijke leraar, een sentimentele prediker? Of is hij de geestelijk volwassen man, welke de Vader had verkozen van eeuwigheid? Wat was de conclusie van het volk van God na drie jaar werken van Jezus temidden van hen?

Het antwoord van de discipelen was als volgt: 'Sommigen, zoals Herodes, zeggen dat U de reïncarnatie bent van de vermoorde Johannes de Doper en hij beweert dat daarom deze wonderbaarlijke krachten in U werkzaam zijn. (Matth.14:2). Anderen zeggen dat U Elia bent die teruggekomen is van zijn reis door de hemelen. Dat is ook de reden waarom U zoveel weet te vertellen over het hemels koninkrijk. De schriftgeleerden zien U als Jeremia, de grote profeet met wie de hebreeuwse canon begint. En toen U te Naïn die jonge man uit de dood opwekte, beseften de blijde mensen daar zeer goed dat een groot profeet onder hen was opgestaan. Wanneer de mensen U horen spreken en de werken zien die U doet zeggen ze: 'God heeft omgezien naar zijn volk'.

Doch Jezus is teleurgesteld over deze, toch schijnbaar positief klinkende antwoorden op zijn ernstige vraag. Ze onthulden een groot gebrek aan inzicht over zijn persoon en zijn bediening.

De mensen zagen in zijn optreden niets meer dan een voortzetting van de lijn van profeten en godsmannen uit het Oude Testament. Men vergeleek Hem, met alle respect, met de grote figuren uit het Oude Verbond. Jezus vertegenwoordigde voor het volk degene die moest komen als de grote opwekkingsprediker in antwoord op de smeekbeden van de vromen. Zij hadden gebeden: 'Heer, zend ons een Elia, geef ons een Johannes de doper opdat de goede oude tijden weer mogen terugkeren'.

Dezelfde daarin verborgen verwerping van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen komt, eeuwen later, nog steeds voor bij het hedendaagse christendom. Hoeveel kennis is er vandaag nog betreffende het hemels burgerschap, de worsteling tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers der duisternis? Het is hetzelfde gebrek aan inzicht als in de dagen van Jezus. Toen reageerden de mensen op de boodschap van de Heer over het Koninkrijk der hemelen met uitspraken als: 'Dit is dezelfde boodschap die Johannes de Doper bracht, dezelfde die Elia, Jeremia of één van de andere profeten uit vroeger tijden bracht'. Een reactie dus die veel lijkt op wat we ook vandaag horen: 'Deze boodschap over de hemelse gewesten is niet nieuw, want dezelfde boodschap wordt ook gebracht in onze kerk, of, er zijn meer dan genoeg samenkomsten in ons land waar men deze dingen gelooft'. Verder is het opmerkelijk dat de weerstand tegen de boodschap van het Volle Evangelie het hevigst is bij degenen die zulke dingen zeggen.

De verwerping van 'Hem die de Vader gezonden heeft' kwam voort uit de dweepzieke opvatting dat de, overigens ongeëvenaarde bediening van Jezus naadloos zou aansluiten op het verleden. Men gaat dan uit van de gedachte dat het Nieuwe Verbond een voortzetting is van het Oude en dat de hoge weg in de hemelse gewesten een verlenging is van het pad door de Sinaï. Veel ernstige Christenen, ook vandaag nog, gaan daarbij uit van de tekst in Psalm 115:16 'De hemel is de hemel van den Here maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven'. Doch Paulus schreef: 'Opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden' (Eph.3:10). Op een andere plaats schreef hij dat de geest van God die in ons woont alle dingen doorzoekt, zelfs de diepten Gods (1 Cor.2:10).

Wat zeiden de discipelen?

Jezus wendde zich opnieuw tot zijn discipelen met de directe vraag: 'Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben'? Zouden de discipelen meer inzicht hebben in de bediening van Jezus dan de scharen? Of waren zij, na drie jaren onderricht, noch steeds blind voor de unieke betekenis van zijn persoon en zijn bediening? Gelukkig hadden zij een beter inzicht. Johannes was in staat om de karakteristieke verschillen tussen zijn meester en de vroegere godsmannen te onderscheiden. Eens toen hij, samen met zijn broer Jacobus, in het land der Samaritanen was, en hij hetzelfde wilde doen als Elia, en wilde gebieden dat vuur van de hemel zou neerdalen om de ongastvrije bevolking aldaar te verteren, toen had de Heer tot hem gezegd: 'Gij weet niet van hoedanigen geest gij zijt' (Lucas 9:55, Staten vert.). De Canisius vert. leest: 'Gij weet niet, wat voor geest u bezielt'.

Alleen Jezus wist toen wat het betekent autoriteit en overwinning te hebben over de boze geesten. Zo kon Johannes later schrijven: 'Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de eniggeborene des Vaders' (Joh.1:14). Paulus schrijft aan de Epheziërs over een 'burgerschap' of een volk dat functioneert zowel op aarde als in de hemelen. Dit is op aarde een 'nieuwe schepping', maar heeft in de eerste plaats zijn burgerrecht in de geestelijke wereld, daar wandelt het, daar strijdt het en daar behaalt het overwinningen, daar verzamelt het zijn schatten en bedenkt het de dingen die 'boven' zijn.

Petrus nu gaf Jezus zijn antwoord zoals hij later zou schrijven: '.... laat het woorden zijn als van God' (1 Petr.4:10). Hij belijdt: 'Gij zijt de CHRISTUS, de Zoon van den levenden God'. Christus betekent gezalfde, en deze jonge mannen hadden begrepen dat hun meester gezalfd was, dit is, gedoopt met de Heilige Geest en met kracht. De Geest van God had woning gemaakt in een geestelijk volwassen man. Jezus was meer dan een profeet, want hij had 'woorden van eeuwig leven' en daarom konden zij zich niet van hem losmaken. Jezus is de Zoon van God precies zoals Adam een zoon van God was. Daarom wordt hij de laatste Adam genoemd. Hij was een geestelijk volwassen man geworden en was gedoopt met de Geest van God. Daarom is hij het begin van een nieuwe schepping.

Het fundament van de kerk

Op dit getuigenis van de vader (want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn vader die in de hemelen is) zoals boven beschreven, en komend uit de mond van één van zijn discipelen, wilde Jezus zijn gemeente bouwen. Dit zou een 'ecclesia' zijn, of een vergadering van al degenen die gezalfd zijn met de Heilige Geest, van zonen Gods! Al wie de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem (de Heilige Geest) niet toe (Rom.8:9).

De Heer zei dat Simon gezegend was, want hij had niet gesproken uit zichzelf, maar had een geheel nieuw begrip verwoord. Hij zag 'het geheimenis van Christus' (Eph.3:4). Hier kwam een gedachte naar voren waarvan geen rabbi of geleerde ooit had kunnen dromen. Wie van hen had zich ooit beziggehouden 'met allerlei geestelijken zegen in de hemelse gewesten', of met bevrijding van boze machten? Met vergeving door een rantsoen of losprijs van de zondemacht? Wie sprak over het 'verlichten van de ogen uws harten'? Wie had nagedacht over het begin van een nieuw mensdom, dat gezag zou uitoefenen in hemel en op aarde? Wie gelooft nog vandaag dat degenen die 'in Christus zijn' deel hebben aan dezelfde macht met Hem? Onder het Oude Verbond waren dergelijke overwegingen totaal onbekend, en voor zover de profeten over deze dingen gesproken hadden, hadden ze niets begrepen van de ware betekenis van hun godsspraak (1 Petr.1:10).

Thans zal aan de heiligen van het Nieuwe Verbond, aan hen die zichzelf hebben afgezon-derd tot de dienst van God - vooral de apostelen en de profeten voor wie in het bijzonder een speciaal inzicht in de hemelse gewesten een vereiste is - de juiste kennis van deze dingen geschonken worden.

De naam Petrus betekent 'een kleine rots', maar zijn belijdenis is de petra, de rots, welke gelegd is als de hoeksteen van de woonplaats van God in de geestelijke wereld. Deze tempel is opgetrokken met 'levende stenen' welke allen dezelfde waarheid belijden. De mensheid is overweldigd door zonde en ziekte en deze twee zaken vormen de ingang van het dodenrijk. De belijdenis van Petrus brengt redding en verlossing en de zalving van de Heilige Geest, zodat het ware nageslacht van Abraham de poort van zijn vijanden kan bezitten (Gen.22:17). Dit zaad van Abraham zal heersen over deze vijanden en velen uit hun macht bevrijden. De tegenpartij zegt met verachting: 'Zullen zij de stenen uit de puinhopen, verbrand als ze zijn, weer tot leven wekken?' (Neh.4:2b). Doch het antwoord in Neh.2:20 is: 'De God des hemels, Hij zal ons doen gelukken', door deze belijdenis.

Het 'geheimenis van Christus' is dat Jezus gezalfde medewerkers heeft, zonen Gods, die de lijdende schepping zullen bevrijden. De Zoon des mensen welke in alles de eerste is en ook blijft, zal vele mensenkinderen tot heerlijkheid brengen. Johannes zag, jaren later, een witte wolk (het beeld van vele mensenzonen) en op de wolk zat iemand als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd (Openb.14:14). Na de voleinding van het oordeel door de Zoon des mensen, brengt Johannes Christus en zijn kerk tezamen en Deze brengt haar tot de troon van God. Ook uit de mond van deze mensenzonen kwam het tweesnijdend zwaard. Ook zij hebben macht gekregen om zichzelf gereed te houden omdat zij zonen des mensen zijn. (In Joh.5:27 is een duidelijke tijdsomschrijving weggelaten evenals in Openb.1:13; 14:14, vergelijk Hebr.2:6).

Wat heeft de kerk gedaan met deze belijdenis? Zij heeft een man geplaatst op de stoel van Petrus en hem gekroond met eer en glorie. Ze heeft de paus begiftigd met titels als: Vader van prinsen en koningen, Regeerder der wereld en Plaatsbekleder van Jezus Christus op aarde. (De tiara is in 1964 afgeschaft door Paulus XI). Op deze wijze hebben de boze geesten een karikatuur gemaakt van de belijdenis van de apostelen. Overigens, overal waar geestelijke leiders macht willen uitoefenen over het natuurlijke leven van de zielen die hen zijn toevertrouwd, zullen zij eindigen in het vlees.

Wat zijn de sleutels?

De belijdenis van Petrus maakte het Koninkrijk der hemelen tot een realiteit in het leven der mensen. Velen die deze belijdenis tot de hunne maakten, werden opgenomen in het Koninkrijk Gods. Vanaf dat ogenblik waren zij inderdaad 'in Christus'. De Heer vervolgt nu: 'Ik zal jullie iets geven waarmee jullie de onzichtbare wereld kunnen ontsluiten zodat jullie daarin kunnen functioneren. Daar zal je wandel zijn en daar zal de echte strijd geleverd worden. Daarom is het nodig dat mijn volgelingen bepaalde axioma's onthouden voordat zij zich begeven op dit terrein van strijd en overwinning. Bepaalde basisbegrippen, bepaalde sleutelwoorden zijn noodzakelijk. Want we moeten ons goed bewust zijn dat Jezus gekomen is om getuige te zijn van de waarheid en dat de waarheid zelf zijn oorsprong vindt in de hemelse gewesten.

Hetzelfde geldt ook in de natuurlijke wereld. Als er geheime mededelingen van het ene land naar het andere verzonden worden is er kennis van de code nodig om de boodschap-pen te kunnen verstaan. Op dezelfde wijze is er ook een bepaalde sleutel nodig om de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te kunnen verstaan. De sleutel is in deze betekenis het middel om de betreffende mededelingen te kunnen begrijpen. Door deze sleutel te gebruiken kunt U zich een basis idee vormen en u kunt hierop voortbouwen tot het volle inzicht.

Het is tegenwoordig een algemeen aanvaard begrip dat de wijsbegeerte de sleutel is tot alle wetenschappen. De sleutels welke de Heer ons overhandigt geven ons toegang tot de volle omvang van 'de waarheid', de waarheid in twee werelden, in de hemelen en op aarde. Hij geeft ons de sleutel tot het begrijpen van de wereld der geestelijke machten. Natuurlijk moeten deze basis principes zeer eenvoudig zijn. Ze moeten zo eenvoudig zijn dat ook een kind ze kan gebruiken, want dit is in staat om ze te begrijpen.

De eerste sleutel bestaat slechts uit drie woorden:

God is goed!

Het is verwonderlijk te moeten vaststellen dat niemand voor de komst van Jezus deze waarheid helemaal heeft begrepen - namelijk, dat God absoluut goed is. De Heer heeft zijn discipelen dit geheim bekendgemaakt. Als u dit axioma, dat van essentieel belang is, niet kunt aanvaarden, zult u zich verliezen in het doolhof van de geestelijke wereld. God is de Vader der Lichten en wij kunnen hem nooit iets toedichten wat afkomstig is van de duisternis. U kunt God geen verwijt maken van alles wat in deze wereld gebeurt. Zijn wil is altijd het goede, het rechtvaardige en het volkomene. God reageert nooit op een gewelddadige of onwettige wijze - zelfs niet tegen de duivel. Als iemand de wetten van de schepping overtreedt zal God deze overtreding nooit laten volgen door een extra portie ellende als een bewijs hiervan. Hij richt geen verwoestingen aan, veroorzaakt geen ziekten en gebruikt nooit wreedheid. God overwint het kwade altijd met het goede. Kortom, van God kunnen we zeggen dat al zijn handelen voortkomt uit goedheid.

Jezus verbond zijn lijden en sterven, waarover Hij in het volgende tekstgedeelte tot zijn discipelen begint te spreken, met dit ene grote axioma betreffende het karakter van God. Jezus eigen geloofsredenering was als volgt: Dit is de sleutel, die ik stevig vasthoud binnen in mij, ook als ik afgedaald ben in het dodenrijk. Ik zal overwinnen in dit verschrik-kelijk oord door dit geloof, dat overleeft met mij, ook mijn eigen dood. Op deze wijze zal ik het kwade door het goede overwinnen. Ik kan vol vertrouwen mijn sterfelijk leven afleggen en ik kan het weer opnemen door dit zelfde geloof, want ik ben één met de Vader der lichten - met de levensbron zelf. Ook in dat verschrikkelijke moment zal het voor iedereen duidelijk zijn dat het eeuwige beginsel, God is goed, mij de sleutel in handen heeft gegeven van dood en hel.

De tweede sleutel is ook eenvoudig, er kan geen misverstand over bestaan, namelijk:

De duivel is slecht!

De duivel is de oorzaak van alle kwaad. Alle ellende en gruwel in deze wereld is het werk van de duivel en wij kunnen hem van dit alles de schuld geven. Hij is de vader der leugen, maar ook van de ziekten, van de zonde en de dood (Joh.8:44). Jezus is begonnen de duivel te ontmaskeren, zodat zijn ware aard boven kwam, en te triomferen over deze boze machten. Iedere Christen moet dit steeds voor ogen houden als hij het Koninkrijk der hemelen binnengaat: 'Die het goede zaad zaait, is de Zoon des Mensen en die het onkruid zaait is de vijand, de duivel' (Matth.13:37-39).

Jezus geeft ons, samen met de sleutels van het Koninkrijk der hemelen, ook de sleutels van de dood en de hel, zodat wij kunnen overwinnen en triomferen over deze machten. Wat nu het natuurlijke leven betreft, de tijd zal komen dat u zult sterven, maar door het geloof in de sleutels van het Koninkrijk hebt u macht gekregen om het dodenrijk te sluiten. Uw persoonlijk geloof in het Evangelie zal blijven bestaan ook al bent u van uw lichaam gescheiden. De poorten van de dood zullen niet de overhand hebben over u - want u zult de dood niet zien, u zult voortleven - ook al bent u gestorven. De geest die Jezus uit de doden heeft opgewekt leeft voort, ook in uw inwendige mens. Het licht overwint de duisternis; leven overwint dood.

De derde sleutel is:

Jezus Christus is Heer!

Gedurende zijn leven op aarde was het Jezus niet mogelijk om deze sleutel door te geven aan zijn discipelen. Om deze reden had hij hen met nadruk verboden om aan iemand te vertellen dat hij de Christus was (vers:20). Pas na de uitstorting van de Heilige Geest werd met deze proclamatie begonnen: 'Dus moet ook het ganse huis Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft' (Hand.2:36). Christus is Heer! Hij heeft alle macht in hemel en op aarde. Hij zei: 'Alle dingen zijn mij overgegeven door mijn Vader'. Hij is de doper met de Heilige Geest en door Hem (de Heilige Geest) kunnen wij groeien in de kennis en het gebruik van gezag en autoriteit. Daarom is ook melding gemaakt van een sleutel van het huis van David (Jes.22:22). Er is een schatkamer in de hemelse gewesten van waaruit wij geestelijke gaven kunnen verkrijgen en een overvloedig inzicht in de hemelse zegeningen.

Bij het begin van zijn verklaring over de geestelijke gaven in 1 Corinthiërs 12:3 schrijft Paulus: 'Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door den Geest Gods sprekende, zegt: Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door den Heiligen Geest'. In deze tekst worden we geconfronteerd met twee denkrichtingen welke zich in het Christendom hebben ontwikkeld. Velen belijden Jezus als de verlosser van hun zonden en daarom als de zoon des mensen welke voor hen aan het 'vloekhout der schande' heeft gehangen. Deze gelovigen nu hebben kennis van de waarheid en zijn gerechtvaardigd geworden door het geloof.

Hier is echter sprake van een grotere rijkdom van genade en van een vollere waarheid. De echtbreker, die zijn zonden belijdt, mag er zeker van zijn dat zijn zonden vergeven zijn, doch met het aanvaarden van de vergeving is hij nog altijd geen overwinnaar over de onreine geesten welke voortdurend zijn gedachten kwellen. Inderdaad onderschrijven veel Christenen de geloofsbelijdenissen welke beweren dat zij nog dagelijks toevoegen aan hun staat van zondigheid, en dat zij door en door verdorven zijn. Het moet toch voor iedereen duidelijk zijn dat aan degene, die dergelijke pessimistische en rampzalige religieuze for-muleringen ernstig neemt, het 'blijde' nieuws van het Evangelie volledig voorbij gegaan is.

In 2 Corinthiërs 4:4 spreekt de apostel over 'het Evangelie der heerlijkheid van Christus'. Diegene die, in navolging van Paulus, ook de strijd ervaart in de hemelse gewesten, tegen de 'wilde dieren', zal voor zijn overwinning weinig voordeel behalen door zichzelf te troosten met de tekst, dat Jezus zichzelf vernederd heeft en gehoorzaam geworden is tot de dood. De Heilige Geest had geen deel aan het lijden van Jezus omdat hij op dat ogen-blik Jezus had verlaten.

Wie de geestelijke wereld binnentreedt met het voornemen daar te overwinnen, kan zichzelf niet helpen door voortdurend de 'bedekking met het bloed' te claimen. Wel moeten we ons steeds bewust zijn van de realiteit van de vergeving der zonden - anders zouden we niet langer gerechtvaardigd zijn - opdat wij gedurende de geestelijke strijd ons kunnen wapenen met de vrijmoedigheid dat Christus, welke ons verzegeld heeft met de Heilige Geest, leeft en 'HEER' is. Hij is opgestaan uit de doden omdat Hij Heer is. Er is geen vijand welke Hem kan weerstaan. Onze overwinningen worden behaald op dezelfde manier als Hij ze behaalde - namelijk met de autoriteit en de macht van de Geest. Gebruik daarom in uw strijdt tegen de demonen voortdurend deze sleutel: 'Christus is Heer' en u zult nooit verliezen. Dit geloof overwint de wereld van de boze geesten.

Ook de slang geeft een sleutel

De derde sleutel hierboven behandeld geeft ons ook een goed inzicht in de Godskennis van de gelovigen uit het Oude Verbond. Hun basisbegrip was: God is goed en God is kwaad - Hij doet goed en doet kwaad. 'Die het heil bewerkt en het onheil schept' (Jes.45:7). Dit godsbegrip komt voort uit het eigen mensbeeld. Op dezelfde wijze worden de leugens van de slang in het paradijs in het boek Genesis uitgelegd: 'En gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad' (Gen.3:5).

Ook de heidenen hebben goden welke beide, het goede en het kwade, bewerken. Het verschil tussen deze goden en de God van Israël lag in het feit dat Israëls God alleen het kwade bewerkte als men Hem ongehoorzaam was, als men zijn wetten had overtreden. Doch de uiteindelijke bedoeling van God is dat wij zullen worden gevormd naar zijn beeld: volkomen goed. Kortom, God is niet gespleten of in zichzelf verdeeld maar één, en indien wij gelijkvormig willen worden aan zijn beeld, moeten wij één worden in ons denken. Wij moeten één zijn in ons zelf zoals de Vader en de Zoon één zijn in zichzelf. God laat de zon opgaan over de bozen en de goeden en laat het regenen (tot welzijn van allen) over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Daarom moeten wij de sleutel der kennis van Gods karakter, welke de slang ons aanbiedt - de verzoeking om te geloven dat God zowel goed en kwaad is, en van beide de bewerker is - weigeren.

In het Oude Testament lijkt God op een ouderwetse vader. Zo 'n vader zal met zijn kinderen bidden, zal hen meenemen op wandelingen zoals een goede vader hoort te doen, maar zal hen ook 'als het nodig is' zo nu en dan een flink pak slaag geven. God geneest maar maakt ook ziek. Hij geeft leven maar brengt ook dood. In het Oude Testament zijn deze draden, wit en zwart, in elkaar gevlochten tot één draad. Zo komt het ook vandaag nog voor dat veel Christenen geloven dat God goed is maar deze opvatting wordt dan aangevuld met veel negatieve toevoegingen.

Neem bijvoorbeeld een vader die zijn zoon voortdurend gewaarschuwd heeft om niet te hard te rijden met zijn motor. Ondanks alle waarschuwingen komt de dag dat de jongen op hoge snelheid uit de bocht gaat en zwaar gewond in het ziekenhuis belandt. Als de vader hierop zou reageren door te zeggen: 'net goed!' zou hij dan een goede vader zijn? Een onderwijzeres schreef mij: 'God heeft mij deze ziekte gegeven omdat Hij weet wat goed voor mij is'. Zij gebruikte de sleutel die de slang in het paradijs aan Eva had gegeven.

Johannes schreef over de goede God welke wij aanbidden: 'Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren Zoon, die aan den boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen' (Joh.1:18). Noch Elia of Jeremia, noch Johannes de Doper hebben de ware aard van God gekend. Jezus zei tot de hooggeplaatste man: 'Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen'. (Lucas 18:19).

Binden en loslaten!

De Christen is geroepen en bestemd tot een wandel en een strijd in de hemelse gewesten. Om zich te kunnen oriënteren in deze nieuwe omgeving heeft hij deze drie sleutels nodig. Ten eerste: God is goed. Ten tweede: de duivel is slecht. Ten derde: Christus is Heer.

De eerste opdracht van de Heer aan zijn discipelen was: Werp de demonen uit'. Al wie, in gehoorzaamheid aan deze opdracht handelt, kan alleen dan rekenen op een goed resultaat, als hij handelt vanuit deze basisbeginselen. Want hoe kan iemand een geest van een bepaalde ziekte uitwerpen, als hij gelooft dat deze ziekte door God gezonden is? Jezus belooft: 'Wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen'.

Men zegt dat de woorden 'bindt en ontbindt' (ontbinden is losmaken, loslaten) de exacte vertaling zijn van de gelijkwaardige Aramese woorden. In hun originele context worden zij alleen uitgesproken bij het opleggen en schrappen van wettelijke straffen. Deze werk-woorden wijzen op het uitvoeren van een juridische functie. Josephus verhaalt hoe de Farizeeën mensen bonden en ontbonden onder de algemene termen van de ban(vloek).

In de geschiedenis van de Rooms katholieke kerk bijvoorbeeld worden we geconfronteerd met het begrip van 'excommunicatie' en vervolgens met de opheffing van deze vonnissen. Doch bij het uitoefenen van deze praktijken functioneren de kerkelijke autoriteiten in werkelijkheid niet in de hemelse gewesten. Niet de boze geesten zijn het doel van hun handelen maar de mensen zelf. De denkwereld van het Nieuwe Testament toont ons dat de boze machten moeten gescheiden worden van de mens. De demonische macht is degene die gebonden wordt - dat wil zeggen: de kracht van het verbod wordt effectief op de boze geest en niet op de mens die het slachtoffer is van deze macht

Jezus sprak over het oordeel of scheiding welke komen zal in de wereld: de prins van deze wereld zal, met zijn boze engelen, uitgeworpen worden (Joh.12:31). Het is de taak van de zonen Gods dat zij deze boze machten zullen uitdrijven in de bodemloze put. Wij zullen de vloek over hen brengen - aldus wordt hen de weg gewezen naar de ondergang, ver van het aangezicht van God en dus ook ver van de mensheid.

De slachtoffers van de boze machten, zowel mannen als vrouwen, moeten door de zonen Gods bevrijd worden. Zij moeten losgemaakt worden van de vloek, die hen overweldigd heeft, door de autoriteit van de naam van Jezus. Op deze wijze zal de zuchtende schepping weer hersteld worden. Als we de boze machten uitdrijven door de kracht van de Heilige Geest, dan is het Koninkrijk Gods gekomen over degenen die losgemaakt en in vrijheid gesteld zijn (Matth.12:28).

Doch thans zien wij nog niet dat alle dingen Hem onderworpen zijn; maar wij zien Jezus,. ... met eer en heerlijkheid gekroond. Daarom gaan wij voorwaarts in het geloof dat Zijn Evangelie de oplossing is voor deze wereld. Allereerst beginnen we met de boze machten in ons eigen leven aan te pakken en dan zullen we bekwaam zijn om anderen te helpen. Laten we daarom onszelf eerlijk afvragen: 'Bezit ik de sleutels van het Koninkrijk der hemelen?' en vervolgens: 'Ben ik bereid om deze te gebruiken in de dienst aan een overweldigde mensheid?'

Vertaald uit het Engels door C. du Fossé