Kracht van Omhoog 28e jaargang nummer 5, 11 september 1964

J.E. van de Brink

 

 

                                         Wat is profetie?

 

 

"Nooit is profetie voortgekomen uit den wil van een mens, maar, door den Heiligen Geest gedreven, hebben mensen van Godswege gesproken"

(2 Petrus 1:21)

 

"Streeft ernaar te profeteren" (1 Cor. 14:39)

 

Wanneer wij over de gave der profetie schrijven, is dit niet vanwege een opwelling van het ogenblik. Wij zijn dertig jaren lang nauw betrokken geweest bij de Pinkster­beweging in ons land en hebben honderden samenkomsten van haar richtingen bezocht. Talrijke ervaringen hebben wij daarbij op­gedaan. Tegenwoordig zijn vele duizenden gedoopt met Gods Geest en spreken in nieuwe tongen. In hun leven wordt nu de opdracht van kracht: "Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren." (1 Cor. 14:1).

Het behoeft ons niet te verwonderen dat bij het herontdekken van deze waarheid en haar realisatie in het christenleven, fouten gemaakt werden.

 

De leiders in de Pinkstergemeenten had­den niets waarop zij zich oriŽnteren konden dan alleen de bijbel. In de praktijk moesten zij al zoekend en tastend hun weg gaan. Wie ongehoorzaam is aan het Woord van God en het bijbelse vermaan negeert, kan zich natuurlijk erop beroemen dat bij hem geen sprake is van excessen inzake gene­zing, het spreken in tongen of het profeteren. Wie ziek te bed ligt, behoeft zich geen zorgen te maken dat hij in een wedstrijd blessuren of wonden zal oplopen!

 

Er zijn op het ogenblik gemeenten in ons land, waar praktisch ieder lid in nieuwe tongen de Here looft en aanbidt. Voor deze gelovigen willen wij enkele aanwijzingen geven inzake de gave der profetie. Zoals het spreken in tongen door de duidelijke uiteen-zettingen in onze dagen door talloze christenen nu begrepen en ontvangen wordt, zo bidden wij dat dit ook zal gaan gebeuren met de gave der profetie. Want al onze zonen en dochteren zullen deze uitingen van de Geest naar Gods belofte in ruime mate ontvangen. Men ontvangt alleen naar de mate van het geloof en dit is door het ge­hoor van het gepredikte Woord van God. Hoe duidelijker en klaarder dit gebracht wordt, hoe gemakkelijker het geloof zich vastgrijpen kan.

 

Door de Heilige Geest gedreven

 

De profetie zoals de bijbel deze beschrijft, is het spreken van een mens die rechtstreeks gegrepen en aangedreven wordt door de Geest van God. Bij het profeteren trekt de wil van de mens zich terug, want de pro­fetie wordt nooit voortgebracht uit de wil van een mens. De wil van de mens is die werking van het zielenleven die zijn geest ergens op richt. De wil heeft de beschikking over de menselijke geest en heerst erover. De wil heeft geen beschikking over de goddelijke Geest en voert geen heerschappij over Hem. Wanneer de Heilige Geest recht­streeks door de mens spreken wil, moet zowel de menselijke wil als de menselijke geest zich terugtrekken. Daarvoor is van menselijke zijde geloof en vertrouwen nodig om zich geheel over te geven aan de wer­king van de Heilige Geest. Hoe groter het geloof en hoe vollediger de overgave, hoe minder menselijke interrupties de ware pro­fetie doorkruisen zullen. Zoals in het na­tuurlijke leven een vrouw in vertrouwen en geloof zich kan overgeven aan haar man, zo stelt de mens zich bij de werking van de profetie geheel beschikbaar voor de Geest van God. De mond van de mens, zijn ken­nis, zijn woordenschat en zijn natuurlijk bestaan worden rechtstreeks door de Geest geleid. In Richteren 6:34 wordt vermeld, dat de Geest des Heren Gideon vervulde. De Statenvertaling heeft: "Toen toog de Geest des Heren Gideon aan." Gods Geest bekleedde zich dus met Gideon. Om zich in de zienlijke wereld te manifesteren, ge­bruikte Gods Geest Gideon. Van Simson wordt vermeld dat de Geest des Heren hem begon aan te drijven of voort te stoten. (13:25). In onze tekst deelt Petrus mede dat bij het profeteren hetzelfde gebeurt. De mens profeteert door de Heilige Geest ge­dreven. Op verschillende plaatsen lezen wij dat de Geest des Heren over iemand vaardig werd. Hij werd dan gereed gemaakt tot de vaart of de tocht in de onzienlijke of geeste­lijke wereld. Jeremia omschrijft deze er­varing met de woorden: "Gij zijt mij te sterk geweest en hebt overmocht." "Mijn hart is in mijn binnenste gebroken, al mijn beenderen sidderen; ik ben als een be­schonken man, als iemand wien de wijn naar het hoofd gestegen is, om den Here en om zijn heilige woorden." Gods woord was als een vuur of als een hamer, die een steenrots vermorzelt. (20:7, 23:9 en 29), Bij andere profeten lezen wij dat de hand des Heren zwaar op hen drukte. (Ez. 3:14).

 

Wanneer wij de profetie op juiste wijze willen ervaren, zullen wij dit model dat de bijbel zelf geeft, niet mogen negeren. Ook mogen wij geen verschil maken tussen de wijze waarop de profetie werkte in het oude en in het nieuwe verbond. De geest der profetie valt niet onder de bedeling van de schaduw. De profetie brengt de onzienlijke en eeuwige wereld in het tijdelijke door het woord. Zij is evenwel niet in staat de geestelijke werkelijkheden in woorden weer te geven en blijft ten dele. (1 Cor.13:9). Paulus zag iets van onzienlijke, hemelse werkelijkheid; maar hij wist dat ieder woord tekort schoot om weer te geven wat hij in de geest waarnam. Het was hem niet geoorloofd deze zaken rechtstreeks in menselijke woorden weer geven. (2 Cor. 12:4). Dikwijls kregen daarom de profeten visioenen om in beelden weer te geven wat onmogelijk was onder woorden te brengen. Denk bijvoor­beeld aan de bouw van de tabernakel en zijn symboliek en aan de gelijkenissen van Jezus, die uitgesproken werden opdat zij alleen verstaan zouden worden door hen wie het gegeven was de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen.

 

Als wij de strijd aanbinden tegen de machten in de hemelse gewesten, worden deze dikwijls in beelden gezien. Er worden bijvoorbeeld draken, slangen, kikvorsen of vleermuizen getoond, terwijl er banden en ketenen verbroken worden. Soms ziet men een persoon in een grijze sluier gehuld of met een zwarte wolk boven het hoofd. Vaak maken gezichten geestelijke toestanden en omstandigheden openbaar.

 

Verschil in het oude en nieuwe verbond

 

Zowel in het oude als in het nieuwe verbond spreekt door de profetie de eeuwige Geest Gods. In het Oude Testament wordt Hij genoemd: de Geest des Heren of de Geest Gods. In het Nieuwe Testament wordt Hij ook vaak aangeduid met de naam: Geest van Christus. In het nieuwe verbond is de geest der profetie het getuigenis van Jezus. (Openb. 19:10). De Vader heeft de Zoon alle dingen overgegeven. Jezus is de Doper met de Heilige Geest. Door zijn Geest getuigt Hij in deze wereld door profetieŽn (door woorden) en ook door kracht van tekenen en wonderen. Ook deze laatste geschieden door de naam van de heilige knecht Jezus. (Hand. 4:30). Dit eveneens in tegenstelling tot de wonderen in het oude verbond. Door de geest der profetie getuigt Jezus in zijn gemeente. Hij spreekt tot haar opbouwend, vermanend, vertroostend en openbaart de diepten (diepste gedachten)  en verborgenheden Gods. De game nieuwe bedeling ligt in handen van Jezus. God die geest is, heeft Jezus het recht gegeven de Heilige Geest mede te delen aan allen die Hem aangenomen hebben. Daarom blijft het waar dat ook de Geest des Vaders in hen spreekt. (Matth. 10:20).

 

Er staat dat God eertijds in de profeten sprak en in de laatste dagen in de Zoon.

(Hebr. 1:1). Het laatste woord dat de Vader sprak was het vleesgeworden Woord. Vanaf dat ogenblik spreekt de Zoon en wie Hem hoort, hoort de Vader. Wanneer de Geest tot de gemeenten spreekt, is het de stem van Hem die tussen de gouden kandela­ren wandelt. Degene die dan spreekt is Hij, die dood geweest is en levend geworden.

Het is daarom te begrijpen dat de geest van de ware profetie Jezus verheerlijkt. Zij gaat nooit buiten Hem om. Deze geest verheerlijkt Jezus als Here, want "niemand kan  zeggen: Jezus is Here (Kurios Jesous), dan, door de Heilige Geest." (1 Cor. 12:3). Deze Geest bouwt de gemeente en put uit de verworvenheden van Jezus, zoals schuld­vergeving, verlossing, genezing, wasdom, groei en het volkomen herstel aller dingen. "Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal uit het Mijne nemen en het u verkondigen." (Joh. 16:14). In het Oude Testament wees de Geest vooruit op het werk van Jezus, dat Deze lijden moest, sterven en opstaan uit de doden. (Luc. 24:45,46). In het Nieuwe Testament gaat de Geest uit van het volbrachte werk en bouwt dan verder. Hij zet voort wat Jezus begonnen was te doen en te leren. (Hand. 1:1).

 

Inspiratie

 

Bij de gave der profetie komt het woord van God regelrecht uit de bron. De auteur is niet het verstand, het gevoel of de geest des mensen, maar de Geest van God. De ware profetie staat tegenover alles wat ge­ijkt en traditioneel is. Waar sleur en over­levering der ouden maatgevend is, verdwijnt de profetie. In de straten van het Jeruzalem der vaderen worden de profeten gedood! Want de profeten brengen iedere keer wat nieuws. Wat leeft, groeit en fris is, past niet in een stilering of systeem.

 

Toen de kinderen IsraŽls door de Rode Zee getrokken waren, zong Mozes met het volk het geÔnspireerde lied en gaf Mirjam, de profetes, met de vrouwen het antwoord. De klaagliederen van Jeremia waren profe­tie, evenals de lofzang van de Geestvervulde Zacharias bij de naamgeving van zijn zoon dit was. Het was alles fris en oorspronkelijk. Het waren zuivere gedachten Gods die ge­openbaard werden. Daarom is het geen pro­fetie, indien men een aantal Schriftplaatsen aan elkander rijgt. Repetitie van teksten valt niet onder de inspiratiegave. Zij is geen uiting van de Heilige Geest. Wie uit zijn geheugen een aantal teksten citeert, mag dit nooit voor profetie uitgeven. Wanneer men dit toch doet, kan dit tot valse profetie leiden. In Jeremia 23:30 verwijt de Here de valse profeten, dat zij Zijn woorden van elkander stelen. Men kan citeren: "De Here zal u niet begeven of verlaten" of "vrede over Sion", terwijl het goddelijk besluit reeds vast staat om het afvallig volk naar Babel te verbannen. Dit soort profetie staat op hetzelfde niveau als het gebruik van de "beloften-doosjes". zoals wij die in Enge­land tegenkwamen. In een doosje heeft men een aantal kaartjes met beloftevolle bijbel teksten. Evenals bij een automaat voor waar­zeggerij op de kermis kan men er een bijbelse belofte uithalen en zich zo "het woord des Heren" toeŽigenen. Deze devaluatie der ware profetie brengt verwarring. In de samenkomsten, waar zij wordt getolereerd. mist men dan ook de werking en zalving van de Heilige Geest. Alles wordt vlak, eentonig, methodisch en zonder enige kracht.

 

Profetie is ook niet het thuis bestuderen van een bijbelgedeelte. dat men des zondags op de preekstoel meer of minder letterlijk van zijn papier weergeeft. De bijbel zegt dat er in de gemeente evangelisten en leraars moeten zijn. Zij verkondigen het woord van God uit de bijbel. Door hun prediking redt God de wereld en bouwt Hij zijn gemeente. God roept allen tot bekering door de dwaasheid van de prediking en niet door de profetie. Op de Pinksterdag hoorden allen de discipelen in tongen God groot∑ maken, maar pas na de toespraak van Petrus werden er drieduizend zielen gered. Teke­nen en wonderen kunnen het woord verge­zellen, maar zij zijn niet bedoeld om de mens tot de beslissing te brengen. Wel kunnen zij, als bij de stokbewaarder in Philippi, het hart week maken en toeberei­den. De ongelovige kan zů door de profetie aangesproken worden, dat hij zich ter aarde werpt en getuigt dat de Here in het midden der gemeente is. (1 Cor. 14:25). God geeft echter de mens de opdracht als mede­arbeider Gods door de prediking van het evangelie de wereld tot bekering te brengen. Natuurlijk sluit dit niet uit dat herders, evangelisten en leraars de gave der profetie kunnen hebben en dat het mogelijk is dat tijdens hun toespraak de Geest Gods op directe wijze begint te' spreken.

 

Nooit uit de wil van een mens

 

Geen enkele ware profetie wordt voort­gebracht uit de wil van een mens. De Geest moet iemand aandrijven. Men kan zo maar niet een profetie weggeven. In 1 Cor. 14 : 26 staat: "Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets: een psalm of een lering of een openbaring of een tong of een uitlegging; dat alles moet tot stichting geschieden." Let wel dat in deze opsomming de profetie ont­breekt. Ieder lid van de gemeente kan een psalm of een lied opgeven. Velen kunnen een getuigenis of een Schriftuitleg geven tot lering, God kan de mens thuis iets geopenbaard hebben van zijn Woord of van de toekomende dingen. Wanneer hij zo'n open­baring heeft, kan hij deze navertellen tot stichting van de gemeente Gods. Men kan zo ook een droom of een visioen doorgeven. Ja, men kan een profetie die men elders gehoord heeft of zelf gehad, doorgeven of oplezen, maar dit geschiedt alles uit de wil van de mens. Profeteren betekent echter: opnieuw aan de bron zitten voor een directe aanraking van Gods Geest.

 

Ook het spreken in tongen geschiedt door de wil van de mens. Zoals wij geleid door ons verstand een gebed, een dankzegging, een lofprijzing of een zegen kunnen uitspre­ken, zo kunnen wij dit, ook in een vreemde tong buiten ons verstand. geleid door de Heilige Geest, Die met onze geest verbonden is. (1 Cor. 14:15,16). Wanneer in ons hart een lofprijzing is, kunnen wij deze ook uiten in nieuwe tongen. Wanneer er in ons hart een gebed is of een nood en wij niet weten hoe wij deze naar behoren tot de Here moeten brengen, kunnen wij dit doen in nieuwe tongen. Ieder die met Gods Geest gedoopt is, kan ieder ogenblik van de dag in tongen spreken. Wanneer hij daarvan weerhouden wordt, is dit door een macht der duisternis, die de mens ook belet om te bidden of zijn bijbel te lezen. Paulus schrijft: "Ik zal bidden met mijn geest ... ik zal lofzingen met mijn geest."

 

De taal spruit voort uit de geest. De geest van de mens kan hierbij geleid wor­den door zijn verstand, door zijn gevoel, of door een geest die hem beÔnvloedt. Woorden geven uitdrukking aan de ge­dachten, die in de geest aanwezig zijn. Zij worden gecontroleerd en samengevoegd door verstand, gevoel of leidende geest. Wie blij is, kan geleid worden door zijn emotie. Wie driftig wordt, kan geleid worden door een boze geest die hem tot vloeken en onheilige taal aandrijft. Wie als kind van God in tongen spreekt, heeft de zekerheid uit Gods Woord dat hij door de Heilige Geest geleid wordt. Op geen enkele plaats in de bijbel wordt het ware kind van God gewaarschuwd tegen het gebruik van de tangentaal. Het verheerlijkt Jezus en bouwt het geloof van de spreker op. Bij het spreken in tongen is de menselijke geest actief. "Zij begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." (Hand. 2:4). Bij het spreken in tongen sluit de Heilige Geest zich aan bij de mens. Bij profeteren wordt de menselijke geest terzijde gesteld. Wij kunnen daarom tot iemand, die gedoopt is met Gods Geest, zeggen: ,,spreek maar in tongen. De Heilige Geest zal je leiden." Maar nooit mogen wij tot een Geestvervulde mens zeggen: "Begin maar te profeteren."

 

Wanneer iemand tijdens een samenkomst in tongen spreekt, moet hij bidden dat hij het zelf mag uitleggen of vertolken (1 Cor. 14:13). Hij zelf geeft dus de vertolking, geleid door de Heilige Geest. Zij zal dan inhouden: een lofprijzing, aanbidding, ge∑ bed of zegen. De vertolking vindt dus haar ontstaan in de menselijke geest. Het is niet een spreken van God, maar tot God. Deze hemelse gave komt heel weinig voor en wordt soms verward met profetie, die dikwijls geÔntroduceerd wordt door een kort gebed in tongen.

 

De volgende maal willen wij dit artikel over de profetie vervolgen en enkele dingen zeggen over de voorwaarden voor het profeteren. Ook het profeteren uit het hart en profetie tot stichting van de gemeente hopen wij dan te behandelen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KvO 28e jaargang nummer 6, 25 september 1964                                             (2)

J.E. van den Brink

 

 

                                        Wat is profetie?

 

 

"Nooit is profetie voortgekomen uit den wil van een mens, maar door den Heiligen Geest gedreven. hebben mensen van Godswege gesproken."

(2 Petrus 1 : 21)

 

Streeft ernaar te profeteren." (1 Corinthe 14 : 39)

 

Wie mag in tongen spreken?

 

De vorige maal merkten wij op dat het spreken in tongen in de menselijke geest ontstaat en uit de wil van de mens voort­komt. Bij het profeteren wordt deze geest juist terzijde gesteld en geeft de mens zich in geloof en vertrouwen over aan de wer­king van de Heilige Geest. Bij het spreken in tongen sluit de Heilige Geest zich aan bij de mens. Wij kunnen daarom tot iemand die met Gods Geest gedoopt is, zeggen: "Spreek maar in tongen, want de Heilige Geest zal je naar Gods belofte leiden." Bij het profeteren wordt de menselijke geest terzijde gesteld en de wil van de mens uit­geschakeld. Nooit mogen wij daarom tot mensen die in de Heilige Geest gedoopt zijn, zeggen: "Begin nu ook maar te pro­feteren." Bij het spreken in tongen komt de aandrang uit de menselijke wil voort en bij het profeteren is deze "nooit uit den wil van een mens", maar rechtstreeks door de stuwkracht of het drijven van de Heilige Geest.

 

Bij het spreken in tongen sticht de mens zichzelf. (1 Cor. 14:4). Hij doet dit ook zelf en wil dit ook zelf. Door deze gave bouwt hij zichzelf op in de gemeenschap met God. Daarom is het duidelijk dat men de doop in de Heilige Geest met het spre­ken in tongen reeds aan het begin van de weg des levens nodig heeft. Deze doop is noodzakelijk voor ieder die in de genade wil opwassen. Jezus sprak over een aan­gedaan worden met een bovennatuurlijke kracht, die het mogelijk maakt om naar de wil van God te leven. Iedere pasbekeerde heeft de doop in de Heilige Geest met het spreken in tongen nodig. Om zich op te bouwen en om voort te gaan op de weg der heiligmaking zal hij lofzingen in de geest en bidden in de geest. Ook in de strijd tegen de machten der hel is deze gave onmisbaar. Jezus sprak: "In mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken." (Marc. 16:17). Als de apostel des Heren getuigt: "Ik dank God, dat ik meer dan gij allen in tongen spreek", mogen wij deze gave niet verwaarlozen door haar te verachten of vrijblijvend te stellen. (1 Cor. 14:18). Wij moeten haar in het geloof gebruiken en vertrouwen dat de Heilige Geest de woorden vormt en samenvoegt tot een gebed, lof­prijzing of zegening.

 

Wie mag in de gemeente profeteren?

 

Wij willen nog op een ander kenmerkend verschil wijzen tussen het spreken in tongen en het profeteren. Bij het spreken in tongen sticht de mens zichzelf, maar bij het profeteren sticht hij de gemeente (1 Cor. 14:4). "Wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend." (1 Cor. 14:3). Profetie is dus voor de opbouw van de gemeente. Pro­feteren behoort niet tot het fundament dat gelegd wordt, maar tot opbouw of voort­zetting. De profeet verricht 'op boven­natuurlijke wijze hetgeen de herder en leraar langs natuurlijke weg beoogt. Dit opbouwwerk veronderstelt vanzelfsprekend een zekere mate van volwassenheid bij de herder, leraar of profeet. Men kan geen leraar zijn indien men geen ruime kennis van de Schrift heeft. Men kan geen voor­ganger zijn indien men niet als Paulus zeg­gen kan: "Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg." (1 Cor. 11:1). Daar­om eist de bijbel van allen "die naar het opzienersambt staan" dat zij een voorbeeld voor de gemeente zijn. Een voorganger moet in alles vooropgaan. "Onbesproken, de man van ťťn vrouw, nuchter, bezadigd, be­schaafd, gastvrij, bekwaam om te onder­wijzen, niet aan den wijn verslaafd, niet opvliegend, niet strijdlustig, een goed be­stierder van zijn eigen huis, die met alle waardigheid zijn kinderen onder tucht houdt. (1 Tim. 3:1-6). Zou de Here nu andere eisen stellen aan hen die "streven naar te profeteren", dat wil zeggen die zich ervoor beschikbaar stellen? Voorganger en profeet moeten aan dezelfde voorwaarden voldoen.

 

Natuurlijk is het mogelijk dat God door ongeheiligde mensen spreekt, zoals bijvoor­beeld de geschiedenis van de profeet Bileam ons leert. Maar in de gemeente accepteren wij hen niet, omdat Christus hen niet aan­vaardt. Deze noemt hen werkers der ongerechtigheid. (Matth. 7:22). In wezen staan zij buiten het lichaam van Christus. Bileam behoorde niet tot de gemeente in de woestijn of tot het volk Gods. Hij profe­teerde ook niet voor hen. Hij profeteerde niet om de gemeente te leiden, te vermanen of te vertroosten. Wanneer iemand buiten de gemeente profeteert, doet hij dit op eigen verantwoording. Men kan, maar be­hoeft zulk een profeet niet te accepteren, daar hij zich buiten de beoordeling of de correctie van de gemeente stelt (1 Cor. 14:29). "Die buiten zijn, zal God oor­delen." (1 Cor. 5:13).

 

Wanneer een christen in de zonde leeft, gebonden is of verslaafd aan allerlei be­geerten, leeft hij in twee werelden. Zijn hart is verdeeld en hij is een dienstknecht van de zonde. Hij is door de zonde met de duivel verbonden en leeft in de leugen. Wanneer zo'n persoon profeteert, zal de gedeeldheid van zijn hart ook aan het licht treden. Hij zal de stem der waarheid en van Gods Geest niet kunnen onderscheiden van die van de verleider, die zich als een engel des lichts voordoet. In de Statenvertaling staat:

"Maar heilige mensen Gods door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken." Heilige mensen zijn afgezonderde mensen. Zij zijn gescheiden van de machten der duisternis. Heilige mensen zijn vol van de Heilige Geest en vol van geloof. Door dit geloof wandelen zij op het pad der gerechtigheid. "De pro­fetie is naar gelang van ons geloof." (Rom. 12: 7). Deze gave is niet uit kracht van een plotselinge opwelling of een uitstapje in het geloof, maar is gebaseerd op een voorzich­tige, Gode welbehagelijke levenswandel en een ongeveinsd of waarachtig geloof.

 

Wie een profetenambt begeert, verlangt naar een voortreffelijke zaak. Hoe meer iemand vervuld is met de Heilige Geest, hoe gemakkelijker en intensiever Gods Geest hem aangrijpen kan om te profeteren. Gods woorden worden het gemakkelijkst en zuiverst opgevangen door hen, die gewend zijn naar het Woord te luisteren en te leven. De gave der profetie bestaat in het kunnen luisteren wat de Geest tot de gemeente zegt. Wanneer iemand vanwege een inner­lijke onrust niet in staat is naar medebroe­ders te luisteren, hoe kan hij dan naar God luisteren? Habakuk sprak: "Ik wil gaan staan op mijn wacht-oren en mij stellen op de wal, ik wil uitzien naar wat Hij tot mij spreken zal." Voor de gave der profetie is geloofsrust nodig. IJveren om te pro­feteren houdt in dat de mens eigen geest en ziel tot zwijgen brengt en onderwerpt aan de Heilige Geest. Hij richt zich volkomen op hetgeen de Here door zijn Geest te zeg­gen heeft. Hij wacht en luistert met het oor van de inwendige mens en zijn mond spreekt het gehoorde uit. Het gaat bij de profeet om de zekerheid dat God door hem heen wil spreken en dat hij op grond van zijn geloof en verborgen gemeenschap met God niet mistast in de oorsprong van zijn profetieŽn.

 

Voor een voorganger geldt: "Hij mag niet een pasbekeerde zijn." Ongetwijfeld geldt dit ook voor de profeten die in de gemeente spreken. Bij pasbekeerden zijn het geloof en de gemeenschap met God nog te jong om in te dringen in de heilsgeheimen en verborgen dingen van het Koninkrijk Gods, die in de gemeente nodig zijn om allen tot volheid te brengen. Natuurlijk sluit deze eis geen jeugdige personen uit, want velen van onze zonen en dochters hebben een rijk geloofsleven en een zuivere gemeenschap met God.

 

Profeteren door de Bašl

 

Er is een soort profetie dat niet uit de wil van de mens is en toch niet uit de Heilige Geest voortkomt. In het oude ver­bond wordt deze aangeduid door profeteren door de Bašl. (Jer. 23:13). Bij de afgo­dendienst der heidenen komen wij in aan­raking met deze rechtstreekse openbaring van satan. Nu is een afgod niets en ook is hij stom. (1 Cor. 10 :20 en 12:2). Maar door∑ deze afgodendienst krijgt men gemeenschap met de demonen. (1 Cor. 10:21). De inhoud van een profetie door in­spiratie van boze geesten staat diametraal tegenover de profetie waarin de Heilige Geest spreekt. Daar de profetie de hoogste gave is die God schenkt, ligt het voor de hand dat de zonde van valse profetie tot de ergste gruwelen behoort, die de mens bedrijven kan. Deze zonde in de onzichtbare wereld is zo groot, dat de Here zijn volk voor deze afgodendienst en zijn occulte bindingen liet wegvoeren. Het is altijd weer verbijsterend om te zien hoe gemakkelijk christenen de occulte zonden vergoelijken. Hoewel de bedrijvers van dit kwaad in

IsraŽl met de dood gestraft werden, hoewel het een zonde tot de dood is, vinden velen het niet zo erg om zich in te laten met waarzeggerij, astrologie en spiritisme om zo contact te krijgen met de duistere, onzienlijke wereld. Wanneer men de Here verlaat en zijn "heil" bij de machten der duisternis zoekt, noemt de bijbel dit overspel in de geestelijke wereld. Al deze occulte handelingen bewerken een rechtstreeks bovenna­tuurlijk contact met satan. Wij willen broeders en zusters, die deze zware zonde bedreven hebben, ernstig waarschuwen: ijvert niet naar het ware profeteren voordat u zeker weet, dat deze boze machten die uw leven binnengedrongen zijn, in de naam van Jezus uitgeworpen zijn. Deze machten laten er zich niet uitbidden, maar alleen uitdrijven! (1 Joh. 5:16 en 21). Deze wet van de Geest des levens alleen maakt u vrij!

 

Zijn de geesten altijd aan de profeten onderworpen?

 

Het is mogelijk dat iemand, die door een geest aangedreven wordt, niet meer kan zwijgen. Hij moet dan profeteren of hij wil of niet. Wanneer dit zo is, staat zo'n per­soon onder pressie van een duivelse macht. Dwang behoort bij het rijk der duisternis. Bij de heidenen was de profeet onderworpen aan de profeterende demon. Hij werd medium. Wanneer Paulus in 1 Cor. 13 spreekt over het schallend koper en een rinkelende cimbaal, dacht hij aan de heiden­se liturgie. De profeten of profetessen werden door muziek of bedwelmende dam­pen in een zodanige toestand gebracht, dat hun menselijke geest gebonden en krachte­loos gemaakt werd. In spiritistische seances wordt een medium in trance gebracht, wat dezelfde uitwerking heeft. In deze half be­wusteloze of slapende toestand kunnen dan de orakels doorkomen. Zo werkt echter de Geest des Heren nooit. "De geesten der profeten zijn (en blijven) aan de profeten onderworpen." (1 Cor. 14:32). Bij de' ware profetie trekt de geest des mensen zich vrijwillig terug. Hij wordt in geloofs­overgave op een zijspoor gezet. Hij wordt echter niet gekerkerd, gebonden of be­dwelmd. Ieder ogenblik kan de geest van de mens weer ingrijpen. Zo kan de profeet zelf de tijd bepalen, waarop hij het spoor vrij geeft aan de Geest des Heren. Hieruit volgt dat een profeet nooit in een samen­komst verwarring behoeft te veroorzaken en zich zou kunnen verontschuldigen met de opmerking: "Ik moest spreken, want Gods Geest dreef mij." Het kan voorkomen dat op een ogenblik verschillende personen tege­lijkertijd beginnen te profeteren. Gods Geest werk zo machtig, dat velen tegelijkertijd aangedreven worden. In de gemeentesamen­komst geeft de apostel echter het voor­schrift: "Wat de profeten betreft, twee of drie mogen het woord voeren ... want gij kunt allen ťťn voor ťťn (dat is dus na elkander) profeteren ... En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen (kunnen dus even wachten), want God is geen God van wanorde, maar van vrede." (1 Cor. 14:29-33).

 

Wij willen bij de hoofdstukken 12, 13 en 14 van de eerste Corinthebrief nog de opmerking maken, dat Paulus nergens ab­solute voorschriften geeft. Hij schrijft en­kele regels voor, zoals men dit ook in een huisgezin doet. Bij het tongenspreken zonder vertolking raadt hij aan "dat men moet zwijgen in de gemeente", terwijl hij de abso­luutheid ervan verzacht door de opmerking: "Belemmer het spreken in tongen niet." (1 Cor. 14:28 en 39). Ook zegt hij: "In alle gemeenten der heiligen moeten de vrou­wen zwijgen", maar tegelijkertijd geeft hij voorschriften voor de vrouw die bidt of profeteert. (1 Cor. 14:33 en 11:5). Het voornaamste is toch dat de gemeente gesticht wordt en dit kan soms ook ge­beuren, indien allen in tongen bidden of profeteren. Wie zou het willen verhinderen, wanneer bijvoorbeeld iemand in een samen­komst met Gods Geest gedoopt wordt?

 

Natuurlijke en geestelijke gaven

 

Voordat wij een bepaalde vorm van valse profetie, namelijk het profeteren uit het hart, bespreken, willen wij eerst stilstaan bij het parallellisme tussen de gaven van de menselijke geest en de gaven van Gods Geest. Wanneer wij de opsomming van de Geestesgaven uit 1 Corinthe 12:8-10 volgen, merken wij het volgende op:

Er is een natuurlijke gave van wijsheid en kennis die nodig is om de omgang tussen mensen onderling te regelen en die gebruikt wordt in het maatschappelijke, politieke en kerkelijke leven. De wijsheid van Salomo was niet bovennatuurlijk, maar maakte ge­bruik van de geestelijke gesteldheid van de natuurlijke mens. Zijn rechtspraak tussen de twee vrouwen om het kind rustte op de natuurlijke gesteldheid van een moeder, wier liefde voor een kind zo groot was, dat zij het liever aan een ander toegewezen zag dan gedood. Ook onder niet-christelijke leidslieden heeft men alle eeuwen door wijze mannen gehad. De wijsheid en kennis die de Heilige Geest schenkt, ligt evenwel op een hoger plan. Zoals Gods gedachten hoger zijn dan onze gedachten en gebaseerd zijn op en rekening houden met de onzienlijke wereld, zo is ook de kennis en wijsheid die de Hei­lige Geest als gave schenkt hoger dan de wijsheid en kennis van deze wereld. Zij houden niet alleen rekening met wat van deze aarde is, maar ontlenen hun diepte en volheid aan de realiteit van de geestelijke wereld. Het verlossingsplan van God door de kruisdood van Jezus en de bloedstorting tot schulddelging is alleen te verstaan door kennis en wijsheid die van boven is. Voor de natuurlijke mens zijn zij dwaas en bespottelijk. Ook de strijd in de hemelse ge­westen met zijn binden en ontbinden van de machten der duisternis, van handopleg­ging en zalving, is alleen te verstaan door kennis die God geeft door het geloof.

 

Geestelijke gaven worden aan de gemeente gegeven om de strijd in de hemelse gewesten te kunnen voeren en inzicht te krijgen voor onze wandel in de hemelse gewesten. Wij hebben daartoe nodig kennis van God en zijn plan, van Jezus en zijn werk, van engelen en boze geesten. Wij moeten de wetten des Geestes kennen en de wijsheid hebben deze toe te passen bij het verlossen en bevrijden van gebondenen, zieken en zondaren.

 

Er is een gave van geloof, die functie is van de menselijke geest en zonder welk menselijk leven op aarde onmogelijk is. Ook is er een gave van geloof van de Heilige Geest die bergen verzet en het onmogelijke mogelijk maakt.

Er is genezing langs natuurlijke weg waarvan de medicus gebruik maakt en er is genezing, die rechtstreeks het gevolg is van de bevrijdende en genezende kracht van de Heilige Geest.

 

Er zijn geestelijke krachten in de natuur­lijke mens waardoor hij gezag kan uit­oefenen, maar er zijn ook krachten van de Heilige Geest, waardoor wonderen en teke­nen geschieden. Wanneer Jezus de storm gebiedt, zegt men: "Wie is toch deze, dat Hij ook aan de winden en aan het water bevelen geeft en zij Hem gehoorzaam zijn?"

Er is een onderscheiding van geesten die bijvoorbeeld iedere zakenman nodig heeft om niet bedrogen te worden. Maar er is ook een onderscheiding der geesten als gave Gods, die ons duidelijk maakt met welk soort geesten wij in de onzienlijke wereld te doen hebben. Welk een onderscheiding van geesten bezat onze Here, toen Hij tegen zijn vriend sprak: "Ga achter Mij, satan."

 

Er is een gave van de menselijke geest waardoor het hem mogelijk is om verschil­lende talen te leren spreken. Ook zijn er mensen die als tolk dienst doen om het gesprokene weer terug te brengen in voor ieder verstaanbare klanken. Maar er is ook een gave van spreken in tongen en een vertolking, die onder leiding van de Heilige Geest staat. Op deze wijze kan men spreken in "talen der mensen en der engelen" en deze ook vertolken. (1 Cor. 13:1).

Wie het bovenstaande gelezen heeft, zal ook begrijpen dat er een profeteren is van­uit de menselijke geest en een profeteren vanuit de goddelijke Geest. Een volgende maal hierover verder.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

KvO 28e jaargang nummer 7, 9 oktober 1964                                                    (3)

J.E. van den Brink

 

 

 

                                        Wat is profetie?

 

 

"Nooit is profetie voortgekomen uit den wil van een mens. maar door den Heiligen Geest gedreven hebben mensen van Godswege gespro­ken"

(2 Petrus 1:21).

 

ďStreeft ernaar te profeteren" (1 Cor. 14:39)

 

In het voorgaande artikel merkten wij op dat er een parallel bestaat tussen de natuur­lijke gaven en de geestelijke. De mens heeft immers een geest, die God zelf erin ge­blazen heeft. Wij zijn van Gods geslacht. Daarom zullen de eigenschappen van de menselijke geest overeenkomst vertonen met die van de goddelijke Geest. De Geest van de mens is echter door de zonde onder­worpen aan de begeerte van het vlees en wordt zo gekerkerd en verzwakt door de heerschappij van de boze geesten. Velen zijn zelfs arm van geest. Bovendien is de mens van de aarde aards en wordt zijn geest gebonden aan de stoffelijke wereld. Wil hij dus ingaan in het Koninkrijk der hemelen (de geestelijke en onzichtbare wereld), daar wandelen en strijden, dan zijn de kracht, de leiding en de gaven van de Heilige Geest onmisbaar. Door deze Geest kan hij de boze machten weerstaan, standhouden en de vijand overwinnen.

 

Het profeteren uit de menselijke wil

 

Op het natuurlijke vlak kan over de geest van de mens een toestand komen, die hem in het diepst van zijn wezen aangrijpt. Hij hoort of ziet dingen, die in normale toe­stand niet voorkomen. Er wordt iets in hem opgewekt dat hij nu kan weergeven, maar anders niet kent. Dit ondergaat de kunstenaar wanneer hij dicht of schildert. Dit overkomt de onderzoeker in het labora­torium, die op het punt staat een nieuwe ontdekking te doen. In deze extatische toe­stand kan de sportheld zijn topprestatie leveren. Hierbij kan ook sprake zijn van invloed en leiding van boze geesten of van de Heilige Geest. Maar steeds domineert de menselijke geest. Bij de gave der ware pro­fetie, waaronder ook gezichten, openbaringen en visioenen gerekend kunnen worden, wordt de menselijke geest door geloofs­overgave uitgeschakeld.

 

Zo zijn er dromen vanuit de menselijke geest, maar ook dromen vanuit de godde­lijke Geest die een vervulling zijn van de belofte uit JoŽl 2:28. Het zou dwaas zijn koortsvisioenen of fantasieŽn te verwarren met gezichten en openbaringen die de Here schenkt. Er is een extase van de menselijke geest. De vurige en enthousiaste toespraak van de talentvolle prediker geeft daarom geen garantie dat God de auteur is. Er is ook een extase waarbij de menselijke geest uitgeschakeld is en die alleen veroorzaakt wordt door de Heilige Geest, die het ziele­nleven van de mens volkomen beheerst. Het verstand, het gevoel, het gehoor, het gezicht staan dan volledig in dienst van de Here God. Dit is de extase waaruit de ware profetie geboren wordt. Deze extase is een overstroming van de Heilige Geest. Wan­neer bij het spreken in tongen extase voor­komt, ligt deze geestverrukking op hetzelfde vlak als die van de aanbidding of lof­prijzing met het verstand. Zij komt dus voort uit de geest van de mens.

 

Zo kunnen vanuit de menselijke geest gissingen en voorspellingen gedaan worden. Hoewel zij er wellicht langs verstandelijke weg geen reden voor heeft, kan het meisje

door zogenaamde intuÔtie een jongeman wantrouwen. Deze waarschuwingen en dit aanvoelen van de menselijke geest hebben reeds velen voor gevaren behoed. Ook kan de natuurlijke mens een ander stichten, be­moedigen en troosten, zonder dat men spre­ken kan van een bijzondere werking van de Heilige Geest. Maar. dit alles is zwak en gaat gepaard met vergissingen en fouten.

 

Nu leert de bijbel ons dat er mensen zijn, die deze eigenschappen en werkingen van hun geest verwarren met die van Gods Geest. "Zij spreken het gezicht van hun eigen hart, niet uit des Heren mond." "Zij hebben niet in de raad des Heren gestaan, noch zijn woorden gehoord of vernomen". "Ik heb tot hen niet gesproken, toch hebben zij geprofeteerd." (Jer. 23 : 16, 18 en 21)

 

Wanneer kinderen Gods op deze wijze profeteren, stichten zij verwarring. Wanneer hun profetieŽn de sector van het persoonlijke leven bestrijken, dreigt groot gevaar. Dan komen er voorspellingen aangaande een huwelijk tussen een broeder en zuster, of aangaande iemands roeping of verandering van levensomstandigheden. Wanneer zulke openbaringen verwarring stichten of on­zeker maken, zijn ze nooit uit God. In Handelingen 13 roepen enkele profeten door de Geest des Heren Paulus en Silas op om naar het zendingsveld te gaan. Deze aanwijzing was de bevestiging van hetgeen reeds jaren tevoren aan Paulus zelf ge­openbaard was. In Handelingen 21 lezen wij dat in Tyrus een samenkomst is. Er komen profetieŽn door dat de geliefde apostel Paulus te Jeruzalem groot gevaar dreigt. Droefheid overmeestert de kleine groep en ogenblikkelijk wordt deze gods­spraak gekoppeld aan de gedachte, dat de Geest dit als een waarschuwing voor Paulus bedoelt om hem te weerhouden. Maar de apostel laat zich niet in de war brengen. Hij weet dat de Geest hem naar Jeruzalem leidt. Voor hem is deze profetie alleen een bevestiging dat hij ook in Jeruzalem zal moeten lijden voor de naam van Jezus. De ware profetie brengt degene voor wie ze bestemd is nooit in verwarring maar sluit gewoonlijk aan bij hetgeen de Heilige Geest reeds eerder aan zulk een persoon heeft duidelijk gemaakt.

 

De zonde is niet dat men bepaalde ver­moedens uitspreekt of na gebed bepaalde adviezen heeft, maar dat men de werking van de menselijke geest laat doorgaan voor die van de Heilige Geest door te zeggen: "Zo spreekt de Here!" Op deze wijze wor­den de betreffende personen in een dwang­positie gebracht, omdat de profetie bij hen geen responsie heeft en zij toch de "Geest" niet ongehoorzaam willen zijn.

 

Profeteren uit het. hart betekent dat de wil van de mens zijn geest richt en activeert. Deze profetie komt dus voort uit de wil des mensen en de bijbel zegt, dat de ware profetie nooit uit de wil van de mens is voortgekomen. Wanneer men haar toch op deze wijze opwekt en zogenaamd uitstapt in het geloof, ontwaardt of devalueert men deze gave en maakt men haar profaan. Men kan zich zo misleiden, dat men tenslotte iedere opwelling voor de woorden Gods houdt. Men wordt dan in eigen ogen de onaantastbare gezalfde des Heren. Men duldt ook geen beoordeling van .het ge­profeteerde meer. In plaats dat men .God "heeft", is men God geworden. Deze valse profeten missen de geest van de ootmoed en bezitten een meerderwaardigheidsgevoel ten opzichte van hun medebroeders.

 

Ook lijkt het ons zeer gevaarlijk om be­paalde leerstellingen en eindtijdvisies ' door profetieŽn of gezichten te ondersteunen. Waar men menselijke inzichten en uitleg­gingen uit het Woord van God niet goed acceptabel maken kan, gebruikt men soms de profetie uit het hart om de tegenstander tot zwijgen te brengen.

 

Het hoofddeksel van de profeterende vrouw

 

Wanneer Paulus de hoofdstukken over de geestelijke gaven afsluit, vermaant hij ten­slotte: "Zo dan, mijn broeders, streeft er­naar te profeteren." Natuurlijk rijst de vraag of onder deze broeders ook de zusters begrepen waren. Het antwoord is duidelijk. God heeft zowel aan mannen als aan vrouwen de doop in de Heilige Geest ge­geven en daarmee de geestelijke gaven. In het werk van de Heilige Geest wordt geen onderscheid gemaakt tussen man en vrouw. Het voorschrift, dat de vrouwen in de gemeente zwijgen moeten, slaat daarom zeker niet op het profeteren. De bekende evangelist Philippus had vier ongehuwde dochters die profetessen waren. (Hand. 21:9) De kerkgeschiedschrijver Eusebius deelt mede, dat deze meisjes in alle ge­meenten zeer gezien waren. Drie van hen stierven de marteldood. Paulus aanvaardt deze vrouwen met hun bediening in de ge­meente. Hij geeft echter in 1 Cor. 11:1-­16 wel enige aanwijzingen. Het gaat immers om een precaire zaak. Wie wel eens in het Midden Oosten geweest is, begrijpt dit ogen­blikkelijk. De vrouw is daar gesluierd, dit wil zeggen dat haar gelaat niet zichtbaar is. De man draagt ook een doek als hoofd­bedekking, maar deze laat het gezicht vrij. De tekst "Maar iedere vrouw die bloots­hoofds bidt of profeteert, doet haar hoofd schande aan, want zij staat gelijk met ene die kaal geschoren is", kan men dan zo parafraseren: "Iedere vrouw die zonder haar gelaat te bedekken bidt of profeteert, doet haar man schande aan, want zij staat gelijk met een deerne of publieke vrouw." Alleen de eigen man heeft het recht de sluier op te tillen en zo haar schoonheid te zien, want de heerlijkheid van de vrouw behoort alleen aan haar man. (vers 7) Ook bij het bidden en profeteren mag de vrouw haar sluier niet opzij schuiven. "Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben vanwege de engelen." (vers 10) De verhouding tussen man en vrouw als een eenheid ziet immers op het geheimenis tussen Christus en de gemeente. (Epheze 5:32) In dit geheimenis willen de engelen een blik slaan. (1 Petrus 1 :12) Zij wensen iets te verstaan van de gemeenschap die God met de mens heeft. Maar ten opzichte van de engelen is de bruid des Heren gesluierd. De heerlijkheid van de gemeente komt alleen toe aan de Bruidegom, Jezus Christus. Alleen Jezus zal deze sluier wegnemen en zo haar heer­lijkheid openbaren. De gemeente is de "openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft." (Openb. 1:1) De heerlijkheid van de bruid is haar onberispe­lijkheid en vlekkeloosheid. (Eph. 5:27) Haar volmaakte schoonheid beantwoordt geheel aan de bedoeling van haar For­meerder. Bij het einde der tijden zal de bruid ontsluierd worden. Dan zal zij in de hemelse gewesten, gereinigd en geheiligd door de werking van Gods Geest, haar volle glorie openbaren en aan de overheden en machten de veelkleurige wijsheid van God verkondigen. (Epheze 3:10) Het laatste bijbelboek wordt in verschillende vertalingen "de ontsluiering" genoemd. Wat eeuwen lang voor de engelen een geheimenis ge­weest is, wordt dan openbaar. De gedachte­wereld die Paulus hier uitspreekt, heeft niets te maken met het (kokette) hoedje dat sommige vrouwen menen te moeten dragen in de samenkomsten der gemeente. Niet de kruin en het achterhoofd van een vrouw is haar schoonheid of heerlijkheid, maar haar gelaat! Het is ook het gelaat van de man, dat de heerlijkheid Gods weerkaatst. "Hij is het beeld en de heerlijkheid Gods." (vers 7) Hij behoeft deze heerlijkheid niet te ver­bergen, want zij is onvergankelijk. "Want wij allen die met het aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijk­heid. ( 2 Cor. 3:11)

 

Moet een vrouw dan voortaan gesluierd in onze gemeentesamenkomsten verschijnen? Paulus spreekt hier van een overlevering die hij overgegeven heeft. Dit was echter geen "overlevering van den Here", maar een in­zetting van mensen. Nooit was er een voor­schrift tot het dragen van een sluier ge­geven. Dit gebruik was slechts "een schaduw van wat komen moest, terwijl de werkelijk­heid van Christus was." Deze gewoonte behoort dan ook tot de "dingen, die door het gebruik teloor gaan, zoals het gaat met voorschriften van mensen". Als Gode welbehagelijk gebruik is zij "zonder enige waarde en dient slechts tot bevrediging van het (vrome) vlees." (Coll. 2:17,22 en 23)

 

Alles tot stichting

 

De menselijke geest is te allen tijde in staat om de werking van de Heilige Geest tegen te houden. Daarom kan en moet de profeet het gewenste en juiste ogenblik afwachten om te profeteren. De gave der profetie is een geschenk aan de gemeente en dient tot haar opbouwen stichting. Daar­om prevaleert de gemeente en niet de pro­feet. Vanwege de orde en de goede gang van zaken geeft Paulus het voorschrift aan de profeten om niet door elkander te spre­ken. In een gemeentesamenkomst sticht dit verwarring en het is ook niet nodig. "Want gij kunt allen ťťn voor ťťn profeteren, op­dat allen leringen allen opwekking erdoor ontvangen. En de geesten der profeten zijn aan de profeten onderworpen, want God is geen God van wanorde, maar van vrede." (1 Cor. 14:31 en 32)

 

Zo is ook de profeet onderworpen aan de besluiten van de oudsten en van de voorgaande broeders. Deze dragen als be­stuurders van het huisgezin Gods volle ver­antwoordelijkheid. Wanneer zij aan een broeder of zuster het profeteren verbieden, hebben deze zich hieraan te onderwerpen. Profetie is immers tot stichting en opbouw van de gemeente en mag geen verwarring, strijd of twist veroorzaken. Ook al zou de profeet overtuigd zijn dat God door hem spreekt, dan nog zal hij zich moeten onder­werpen aan de leiding in de gemeente. De voorgangers zijn ook niet aan de profeet of de gemeenteleden verantwoording schul­dig, maar aan God. Wanneer zij onrecht­matige daden verrichten, zullen zij des te zwaarder door God geoordeeld worden. Moeilijker wordt het wanneer de leiding­gevende broeders volkomen vreemd staan tegenover de geestelijke gaven en zelf niet gedoopt zijn in de Heilige Geest. In zulke gevallen wordt de vermaning van Paulus bijzonder van kracht: "Blust de Geest niet uit, Veracht de gave der profetie niet.". (1 Thess. 5:19 en 20 vert. Brouwer) De geschiedenis van de christelijke kerken. levert voldoende bewijs dat men deze waarschu­wing in de wind geslagen heeft en dat de "profeten zijn gedood". Daarom is het zo droevig dat er pinkstergemeenten zijn, in wier broederraad of bestuur mannen zijn gekomen, die geen notie hebben van de charismatische gaven en zelfs niet in tongen spreken. Daar zij niet in staat. zijn de pro­fetie op haar zuiverheid te toetsen, is het gevolg dat de profetie ook hier spoedig tot zwijgen wordt gebracht. Dit is mede de oorzaak dat de Heilige Geest niet op bijbelse wijze in de gemeente kan doorwerken. In iedere gemeente moet men daarom omzien naar mannen "vol van Geest". (Hand. 6:3) Wie dit bijbelse model verlaat, zal de gevolgen van deze ongehoorzaamheid ervaren in geestelijke onverschilligheid en dorheid.

 

Vermanen door profetie

 

De profetie is volgens de Schrift tot stichting, vermaning en bemoediging. Het ligt voor de hand dat in de praktijk de goddelijke vermaning het meest aanleiding geeft tot moeilijkheden, vooral als zij op het persoonlijke vlak ligt. Aan welke voorwaar­den moet de vermaning voldoen om in de gemeentesamenkomsten geaccepteerd te kun­nen worden als van God geÔnspireerd?

 

In 1 Tim. 1:5 geldt als doel van alle vermaning (dus ook voor die door profetie); "Liefde uit een rein hart, uit een goed ge­weten en een ongeveinsd geloof." Merk op dat deze eigenschappen hier niet verbonden worden met degene die de vermaning uit­spreekt, maar met degene die vermaand wordt. De vermaning of de tucht beoogt bij degene die afgeweken is de liefde uit een rein hart weer op te wekken, hem ertoe te brengen zijn geweten te zuiveren en een waarachtig geloof te openbaren. Gods Geest is bedroefd door de levenswijze van som­mige gemeenteleden. De vermaning tracht te herstellen en op te bouwen. De vermaning mag dus niet voortspruiten uit de geprik­kelde stemming van de .spreker en ten doel hebben een broeder eens flink de waarheid te zeggen.

 

In MattheŁs 18:15-17 wordt mede­gedeeld dat de zondaar allereerst onder vier ogen bestraft moet worden. Indien dit niet helpt, zal men een getuige meenemen en daarna pas zal de gemeente op de hoogte worden gesteld van de overtreding van een broeder of zuster. Het is duidelijk dat de Geest Gods deze goddelijke wet niet schen­den zal. Daarom zal door middel van de profetische gave het kwaad van een broeder of zuster in het openbaar niet uitgebracht worden. De liefde kwetst ook in dit opzicht niemands gevoel. Iedere profetische ver­maning zal voldoen aan deze eisen.

 

Wanneer echter Ananias en Sapphira naar Petrus toegaan met de vooropgezette bedoeling hem te misleiden, nemen zij het risico dat de Geest hun arglistigheid open­baart ten aanschouwen van velen. Zo kan het ook gebeuren dat een ongelovige of buitenstaander de gemeentelijke samenkomst bijwoont. Hij komt op heilige bodem en "hij wordt door allen doorgrond, het ver­borgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aan­bidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is". (1 Cor. 14:25) De be­zoekers van Beukenstein weten dat dit zeer vele malen tijdens de bedieningen geschiedt. Dikwijls openbaart de Geest Gods dat er personen aanwezig zijn die een tegen­natuurlijk leven leiden. Zij worden dan echter niet rechtstreeks aangewezen. Dik­wijls komen zij evenwel naar voren om genezing te ontvangen en soms voor de doop in de Heilige Geest. Zij aanvaarden dan alle risico's. Wij herinneren ons uit onze eigen bediening dat een broeder naar voren kwam voor de doop in de Heilige Geest en de Here ons plotseling openbaarde dat de man in overspel geleefd had en deze zonde nooit aan zijn vrouw beleden had. Fluisterend deelden wij hem dit mede en die dag werd er tussen man en vrouw schoon schip gemaakt en beiden werden machtig met Gods Geest vervuld. Soms gaat het over zonden, waar men geruime tijd overheen geleefd heeft en die nu door de geest der profetie in het licht gebracht worden. Zo kan ook in de gemeente een zonde geopenbaard worden, die jaren lang geheim gehouden werd en die de zegen voor allen tegenhield.

 

 

Streeft ernaar te profeteren

 

"Jaagt de liefde na en streeft naar de gaven des Geestes, doch vooral naar het profeteren." (1 Cor. 14:1) "De liefde is uit God", want "God is liefde." (1 Joh. 4:7 en 8) Bij de ware profetie zijn de gedachten en woorden ook uit God. De woorden zijn een verklanking van de ge­dachten die leven in de diepte van God. Deze gedachten zoeken zich evenals de goddelijke liefde in deze wereld te mani­festeren. Begeert u een kanaal te zijn van Gods liefde? Niet van menselijke liefde of sentimentaliteit, maar van goddelijke liefde? Menselijke liefde vergaat, maar de godde­lijke liefde is blijvend. Dan begeert u ook een kanaal te zijn voor de geestelijke gaven, waardoor Jezus Christus de mens kan be­vrijden, verlossen, genezen, vertroosten, ver­manen en bemoedigen. De geestelijke gaven, gedreven door de liefde en in dienst van de liefde, vormen de weg die de mens tot de volmaaktheid voert. Het is "een weg, die nog veel verder omhoog voert". (1 Cor. 12:31).

 

Natuurlijk wil God in deze tijd nog tot de gemeente spreken en haar op boven­natuurlijke wijze bijstaan. Wanneer u hier­van doordrongen bent, zult u zich beschik­baar stellen voor de hoogste gave. Het gaat om de opbouwen voltooiing van de ge­meente en van ieder van haar leden afzon­derlijk. Profeten die dit doel Gods niet voor ogen hebben, slaan in de lucht. Hun profe­tieŽn worden als met de wind weggevoerd. Wilt u in de gemeente uw plaats innemen? Dan zult u moeten zeggen; "Spreek Here, uw knecht hoort." Wij zagen reeds dat een ongeheiligd leven en de zuivere gave der profetie niet kunnen samengaan. Ook wan­neer men occult gebonden is, is het niet mogelijk de woorden Gods onvermengd door te geven. Streeft u naar de gave der pro­fetie in de weg der heiligmaking? Wilt u het offer brengen van de volledige over­gave? Wilt u zich verdiepen in het Woord om het geloof op te bouwen, want de pro­fetie is naar gelang van het geloof (Rom. 12:7). Wellicht merkt u dat God in een samenkomst spreken wil. U voelt de aan­drang van de Geest. Vraag of de Here dit maal u wil gebruiken. Zijn bedoeling is dat het volk des Heren allen profeten zijn. Ook de zonen en dochters. Vrees niet te profete­ren als uw geweten u niet beschuldigt en u met de Here gemeenschap hebt. Leer te luisteren naar de stem van de Here. Leer stil te zijn en uw geest met al zijn activi­teiten het zwijgen op te leggen.

 

De bijbel bevat geen methodiek van het profeteren, zomin als er regels zijn voor be­keringen wedergeboorte. De Geest getuigt met onze geest .dat wij kinderen Gods zijn en vanuit deze hoorbare verbinding wil God verder spreken.