Preek br. van de Brink, gemeente Gorinchem, 05-04-1981

Onderwerp: 'Pasen'.

Gezicht, van een zuster:

Heer U bent niet meer aan het kruis maar U hebt plaatsgenomen aan de rechterhand van de Vader. En als zo vaak Heer hebt U er mij bij bepaald Heer dat ik dit toch door moet geven. Ik vertrouw dat U mij daarbij helpt Heer.

Ik zie Golgotha met de kruisen en ik zie dat daar mensen langs het kruis lopen. Maar ze blijven niet bij het kruis want vlak daarna komt een weg en dat is ook een bijzondere weg want die weg heeft de kleuren van de regenboog. En de zon is niet als een regenboog omdat die een cirkel heeft. Maar die weg die gaat omhoog en daar gaan de mensen nu op lopen. Het gaat omhoog en dan lopen ze achter elkaar, heel rustig, ze dringen niet op die weg. en dan komt daar een poort en daar mogen ze doorgaan en dan weet ik dat daar achter die poort daar is dan de bruiloftszaal. Daar is het Lam, daar is de Here Jezus en de Vader op de troon.

Uitleg:

De Heer wil hiermee zeggen: Ik ben niet meer aan het kruis maar Ik heb plaatsgenomen aan de rechterhand van mijn Vader en alle macht heb Ik ontvangen. En Ik geef ook jullie de macht die Ik heb ontvangen want Ik heb gezegd dat gij op slangen en schorpioenen zult treden. En dat zult gij ook doen want die zijn er volop want er zijn vele valse christenen en er zijn vele valse profeten. Maar Ik zal u aandoen met mijn kracht opdat gij hen kunt overwinnen opdat mijn volle waarheid uw deel zal zijn. Opdat gij ook in deze tijd daarvan zult kunnen spreken, alleen het zuivere woord, het woord van Mij dus.

Profetie:

Mijn kinderen weest niet bevreesd, want Ik zie uw macht, ik doe u daarmee aan, Ik omgordt u met mijn kracht. Weest niet bevreesd voor wat komen gaat, Ik ben met u alle dagen.

Broeders en zusters, vanmorgen neem ik als tekst Openbaring 1, niet helemaal maar vers 17 en 18. Openbaring 1 vers 17b en 18.

Daar staat: 'Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Weest niet bevreesd Ik ben de eerste en de laatste en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk'.

We willen op deze Paasmorgen spreken over dood en over leven. Er is niemand die hier zit die daar niet mee te maken heeft, met dood en leven. En als je over dood en leven spreekt dan spreek je over de duivel, die enkel negatief is, dus dood, en God die enkel positief is, dus levend. De duivel heeft het geweld van de dood. Geweld en dood zijn tweelingen en God heeft de Geest des levens.

De Heilige Geest en het leven, de Heilige Geest staat altijd tegenover geweld. En Jezus zegt vanmorgen: weest niet bevreesd, Ik ben de eerste en Ik ben de laatste. Ik ben de eerste van de nieuwe schepping, van de herstelde schepping. En Ik ben de laatste als mijn lichaam voltooid is. Dat lichaam is nog niet voltooid. Sommigen gaan er wel van uit, maar dat lichaam is nog niet voltooid. Ik ben de laatste als dat lichaam voltooid is waarvan Ik het hoofd ben. Hij is de voltooier van alle dingen, Hij vernieuwt en maakt doden levend.

De Hebreeënschrijver eindigt: En Hij is dezelfde, gisteren, heden en tot in alle eeuwigheid. Hij heeft altijd de heerschappij over dood en dodenrijk en Hij leeft in alle eeuwigheden. En zijn sleutels zijn symbolen van zijn goddelijke heerschappij. Het dodenrijk wordt vergeleken met een gevangenis. De dood is daar de directeur van de gevangenis en zijn helpers, de bewakers, vormen het dodenrijk. Zo vormen de directeur en de bewakers het dodenrijk. En wie in dat dodenrijk komt wordt gedwongen inactief te zijn, daarom heet het de gevangenis. Inactiviteit is een kenmerk van het dodenrijk net als in een gevangenis. Daar wordt je ook tot inactiviteit gedwongen. Je zit daar te zitten of je ligt daar te liggen.

Er komt wel eens beweging in, in een gevangenis bij een oproertje, ja dan lezen wij er iets van in de kranten. Dan komt er een grote herrie in de stilte. En zo komt er in het dodenrijk ook wel eens een geweldige herrie, dan grijpen er dingen plaats die anders nooit plaats gegrepen hebben. Want dan komt alles in beweging in de dood, maar dan moet je ook een geweldige kracht uitoefenen als je de dood in beweging brengt. Ik kan me voorstellen dat het dodenrijk in beweging is gekomen toen Jezus binnenkwam. Dat is een geweldig hoogtepunt geweest. Toen gingen ze ook allemaal staan. En ik kan me ook voorstellen als later de duivel in de afgrond geworpen wordt, in het dodenrijk, dan komt het weer in beweging, dan gaan ze ook weer staan. Wanneer Jezus komt dan heb je de opstanding, en als de duivel erin geworpen wordt dan staan ze ook weer op. Maar dan staan ze op van verbazing, van schrik, als de grote baas binnenkomt van het dodenrijk. Ja, dan zegt Jesaja: 'Het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw komst te ontmoeten'. Dat is de duivel en heeft als type de koning van Babel. 'het wekt de schimmen voor u op, al de bokken der aarde; het doet alle koningen der aarde van hun tronen opstaan. Zij vangen aan tot u te zeggen: Ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden; uw trots is in het dodenrijk neergeworpen' (Jesaja 14:9-10).

Openbaring 20 begint te vertellen dat de dood, dat de duivel gebonden wordt en in het dodenrijk wordt geworpen, in de gevangenis.

'Hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster, zoon des dageraads; hoe zijt gij ter aarde geveld, overweldiger der volken! En gij overlegdet nog wel: ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; Ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste van de groeve' (Jesaja 14:12-15).

Dan staat ook alles op, overeind van verbazing en schrik. Ik geloof dat dit het grootste evenement in het dodenrijk zal zijn als Jezus in het dodenrijk komt en als de duivel erin komt. Dan is alles in rep en roer.

Wat is eigenlijk de dood? We kunnen wel de paasdag beschrijven en die vind je in alle mogelijke kerkbladen ook en dan wordt je bepaald bij het hele rijtje vrouwen en mannen, discipelen die bezig waren. En er worden allerlei gegevens verstrekt over het graf en over Josef van Arimethéa maar wij willen het allerbelangrijkste bezien, wat het paasverhaal ons niet meedeelt. En dat is wat er gebeurde in de geestelijke wereld, daar ging het om. En dan kun je wel zeggen: ja dood is dood, voor christenen ook. Dat wil zeggen, ze denken er verder niet meer over na, dan houdt alle denken op. Maar wat is dood? Wanneer iemand de gedachte van God loslaat. Wanneer iemand zich onderwerpt aan de boze, wanneer iemand zondigt dan krijgt de dood heerschappij. En dan zegt Paulus: De mens is dood in zonde en misdaden, daar begint het mee. Wie de duivel gelooft en wie de duivel gehoorzaamt wordt machteloos gemaakt, let op dit woord machteloos, om het goede te doen. Hij wordt dus overgegeven aan de dood omdat hij machteloos wordt.

De schepper kent geen andere kracht dan ten goede en alle andere krachten zijn ten dode gericht. En als je komt onder de heerschappij van satan en van de dood dan wordt je angstig want die dreigen en die pressen. En de Hebreeënschrijver heeft deze kostelijke opmerking in Hebreeën 2 vers 15, dat Jezus gekomen is om allen te bevrijden die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij waren gedoemd. Door schrikaanjaging heeft de dood vele mensen tot zijn werktuig gemaakt want hij brengt je in slavernij. Hij krijgt je in zijn macht. De psalmist heeft het gezegd: banden des doods hebben mij omvangen. Dan wordt je ingekapseld, de machten van de dood, de machten des doods maken je tot slaven. En hoe meer de mens onder de verschrikking komt van de dood, hoe meer hij het beeld van God in zich gaat verliezen naar lichaam, ziel en geest. Hij verliest onder invloed van de dood zijn koningschap, zijn waardigheid. Hij komt in de wanhoop, hij komt in de verleugening, hij komt in de zonde. En daarmee verliest hij zijn koningschap.

En wij zingen: wij komen niet in de dood. Jezus zegt: Je zult de dood zelfs niet zien. En nu jaagt de dood geen schrik meer aan, geen angst. Een bekend facet van de inwerking van de dood, van de afbreking van het leven, is de negatieve benadering van de dingen. Daar lijden heel veel mensen aan, die zijn negatief, hoe vromer hoe negatiever, je moet maar eens naar zware kringen kijken. Het zijn de mensen met de kritiek. En onthoud dit, negatieve gedachten zijn doodsgedachten want ze tasten je leven aan. Ze tasten je blijheid aan, ze knagen aan je leven, ze werken ontbindend, ze roven je blijdschap. Negatieve gedachten ontroven je blijdschap, je vrede en je gerechtigheid. Dat is precies het Koninkrijk Gods. Een positieve gedachte verandert je naar het beeld van God. Negatieve gedachten veranderen je naar het beeld van de duivel. Vandaar dat de boze zo bezig is om een christen negatief te doen denken.

Hij kan hem dan niet in grote zonden laten vallen maar hij kan hem wel laten vallen in negatief denken, want daar kun je christelijk bij blijven. Wie overspel doet, dan heb je een gebod Gods overtreden. De bijbel zegt dan: dan wordt het duister in je denken. Ik weet niet of je daar wel eens last van hebt dat het duister wordt in je denken. Dat moet je zien als een grote vijand. Als je met mensen spreekt die duister zijn in hun denken, die negatieve opmerkingen maken, dan moet je eens opletten, als ze dan weggaan dan blijft er iets achter. Dat merk je dan pas later, uren later. Het is net als modder die dan op je is blijven liggen. Dan zie je, die mensen hebben aanmerkingen, negatieve opmerkingen, vooral over mensen die hard werken in de dienst van het Koninkrijk Gods. Zij staan terzijde en zij zijn gestuurd door de boze om het werk Gods te ontwrichten. Want we hebben vanmorgen gehoord: de liefde dat is het allervoornaamste.

Als God de mens voor zich ziet zoals Hij die wil dan heeft Hij altijd een positief mens voor ogen want God is zelf ook altijd positief, zelfs tegen zijn grootste vijanden. De joden hebben een wacht gezet voor het graf. Nou, dat hoeven wij niet te doen hier op de begraafplaats. Maar wij zongen vroeger: zet een wacht voor mijne lippen, behoedt de deuren van mijn mond. En God heeft bewezen dat die mens, die positieve mens, tevoorschijn komt want Hij heeft zijn Zoon gegeven. Hij heeft dat positieve denken van Hem heeft Hij gestalte gegeven in de mens Christus Jezus. Vandaar dat onze zuster wil dat die Zoon van God heel terecht heet een Zoon des mensen. Dat tweede couplet ging over die Zoon van David. Of iedereen dat door had weet ik niet.

Die Zoon van God is een Zoon des mensen, dat wil zeggen Hij is uit de mensen voortgekomen. Een Zoon des mensen, dat wil zeggen zijn ouders en zijn grootouders en heel dat geslacht waren mensen. En de mensen zijn in staat geweest om de Zoon des mensen voort te brengen. Dat kon! Wij zijn in staat om iets goeds voort te brengen, iets radicaals goeds. Vandaar dat ik vanmorgen zei dat uit de mond van zuigelingen en kinderen God lof heeft bereid. Daar moet op een gegeven moment zo iets goeds komen dat de hele aarde hersteld wordt. Tot leven komt die in de dood was. Dat er mensen worden geboren evenals Jezus Christus zonder verbinding met de dood en met het dodenrijk. Nooit geen zonde gekend of gedaan. De Vader heeft deze mens gestalte gegeven en heeft Hem geheiligd en bewaard in deze wereld.

En toen Hij volwassen was bleek Hij volkomen onbeschadigd te zijn, zonder vlek en zonder rimpel. Bezig van zijn jeugd af aan in de dingen des Vaders en Hij liet zich er niet uithalen, ook niet door zijn lieve ouders. 'Wist je dan niet dat Ik bezig moest zijn met de dingen des Vaders'. En deze Zoon des mensen en Zoon van God werd in water en in Geest gedoopt, ons tot een voorbeeld. En het merkwaardige is dat Hij tegelijkertijd in water en in Geest gedoopt werd. Dat heeft geen uren geduurd. Hij is dus gedoopt in water en toen Hij in water gedoopt werd werd Hij gedoopt in de Heilige Geest. Hij werd van een volmaakt natuurlijk mens eensklaps een volmaakt geestelijk mens. Jezus heeft ook het oude leven afgelegd. Ik hou niet van die term: het oude leven. Ik vind dat iets tegenstrijdigs, het oude leven, niet waar. Ik kan me wel voorstellen dat je een nieuw leven krijgt maar het oude leven? Het kind dat we opdroegen had geen oud leven niet waar. De bijbel spreekt van de oude mens maar leven dat is bij mij positief, is iets gunstigs.

En als ze zeggen het oude leven afleggen, je legt het leven niet af maar je legt de dood af. Je legt het verkeerde af, je legt de rommel af in je leven maar niet het leven. Het leven moet je juist vasthouden. Wij leggen het oude natuurlijke leven af, of laten we het zo zeggen: waar de boze in huis gehouden heeft. Jezus heeft ook het oude afgelegd, zijn natuurlijk leven afgelegd om het geestelijk leven te pakken. En dat was bij zijn doop in de Geest. Zijn doop in water was een beeld dat het natuurlijke leven verdween en zijn doop in de Geest was dat het geestelijke leven bij Hem overheerste. Ook zijn oude mens, zonder zonde dan, werd de natuurlijke mens, die werd begraven in water en Hij werd gehoorzaam aan zijn hemelse roeping. En Hij kon voortaan zeggen: de Zoon des mensen die in de hemel is. Dat kon Hij zeggen na zijn doop in de Geest. Dus, Hij heeft het oude losgelaten en het nieuwe is begonnen. Dat is opstanding, dan staat daar de eerste van de nieuwe schepping op.

En ook wij zijn op deze weg om het oude te begraven en het nieuwe aan te doen zodat ook wij kunnen zeggen: wij die in de hemel zijn. Maar wij moeten niet vergeten dat wij dan nog - Jezus, hebben we gezegd was een volmaakt natuurlijk mens en een volmaakt geestelijk mens - wij kinderen zijn. Wij zijn wel deelgenoten van zijn hemelse roeping maar als kinderen; nog onvolmaakt nog onvolgroeid, nog onvolwassen. Na zijn doop in de Geest had Jezus dus plaats kunnen nemen op de troon van zijn Vader want Hij was in de hemel. En daarom zegt de Vader: dit is mijn geliefde Zoon, want Hij beantwoordt aan het doel van God dat Hij met de mens heeft. Ja, Hij was zijn geliefde Zoon en wij kunnen ook geliefde zonen worden als wij beantwoorden aan het doel van God met de mens. Maar God leidde Hem niet naar de troon maar ik lees: En terstond dreef de Geest Hem uit naar de woestijn; om verzocht te worden van de duivel (Marc.1:23). Merkwaardig hè! Dat is dan zijn eerste opdracht. De Heer heeft drie opdrachten gehad, ik kom er nog wel op. Hij werd niet naar de troon geleid maar naar de woestijn. En als Hij zijn leven beëindigd heeft zegt Hij: Ik heb het werk voleindigd. Ik heb mijn opdracht, mijn eerste opdracht voltooid. Dat Gij mij als dienstknecht te doen hebt gegeven en daarmee heb Ik uw naam verheerlijkt. Ik ben rondgetrokken in de gestalte van een dienstknecht. Ik heb de opdracht gehad om de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen te openbaren. Dat was zijn grote opdracht.

En, Hij heeft ons een voorbeeld nagelaten, zegt de schrift, van een volmaakt mens die zijn opdracht uitvoert. Hij is het land doorgegaan, goeddoende en genezende allen die van de duivel overweldigd waren. Dit is de opstandingsmens, de mens van de herschepping. Hij is de eerste van een nieuwe schepping. En Jezus is gekomen om al wat Hem de Vader geschonken heeft eeuwig leven te geven. Hij schenkt ons leven en als je leven wilt hebben dan zul je ook bekend moeten zijn met het Koninkrijk der hemelen. Je zult bekend moeten zijn met de gedachten Gods die Jezus bekend gemaakt heeft. Je zult bekend moeten zijn met de engelen Gods en met de boze machten, met de duivelen. Jezus was een volmaakt mens, de volheid Gods woonde in Hem. En Hij genas en herstelde, volmaakt. Je kunt de genezing nooit losmaken van de innerlijke mens. Je kunt de genezing van Jezus niet losmaken van zijn persoon. Je kunt de herstellingen die Hij verrichtte niet losmaken van zijn geestelijke status, van zijn geestelijke postuur.

Je kunt niet in de genezingswereld duiken met onreine begeerten in je hart. Als je ziet dat mensen onrein zijn en ze werpen zich op de genezing, dat zijn tegenstellingen, antipoden. Je kunt je niet bezighouden met negatieve gedachten en tegelijkertijd met genezingen en herstel. Het is onmogelijk. Je kunt niet toegeven aan opwellingen van drift en tegelijkertijd je bezighouden met genezing. Je kunt niet een geweldmens zijn en je bezig houden met genezingen en die tot stand brengen. Ik heb geen vertrouwen in een mens van geweld. Waarom niet? Omdat God er geen vertrouwen in heeft.

Er zijn mensen die leven nog in de tijd van Beukenstijn. Waarom? Omdat ze niet verder gekomen zijn. Ze begrijpen het evangelie van het Koninkrijk niet, ze willen iets zien. Ik heb laatst eens tegen iemand gezegd: dat ontzaglijk herstel dat plaatsgrijpt in de geestelijke wereld, dat zien ze niet. De veranderingen, ze zien alleen als het linkerbeen langer wordt tot het net zolang wordt als het rechterbeen. Dan zeggen ze: God die werkt. Dan blijven ze bij de genezing steken. En als het dan niet gebeurd dan plegen ze geweld. Mijn ervaring is, als iemand door vijf minuten gebed niet geneest dan geneest hij ook niet door vijf uur te bidden. Dat kun je rustig afschrijven, dan misleidt je jezelf. Want dan zegt de Heer, de geweldenaars willen het nemen met geweld. Die vijf uur is een vorm van geweld. Dat is het geweld van de amateurs in de genezing. Ik weet goed wat ik zeg, ik heb al die fasen doorlopen. En door die verkeerde levenshouding breng je de gemeente in opschudding. Dan dreigen scheuringen, het kan onder de jeugd zijn, het kan ook onder de ouderen zijn.

Nota bene over de genezing, over het herstel dat kan tot een breuk worden in de gemeente. Kaïn was bezig met de verzoening van zonden toen hij offerde. En Abel was er ook mee bezig. En ze krijgen met elkaar woorden en dat onderwerp van de verzoening van zonden, had tot gevolg dat Kaïn zijn broer doodsloeg. Je zult over de verzoening van zonden, over het offer spreken en tegelijkertijd je zo driftig maken dat je een ander doodslaat. Het is wat. De genezingsleer kan oorzaak zijn dat de mensen elkaar in de haren vliegen. Je zult het meemaken. Veel geschreeuw en weinig wol. Grote woorden daar hebben we niks aan, wij moeten eerlijk worden. Als ik tegen iemand zeg dat hij genezen is dan moet hij ook genezen zijn. Als hij dan niet genezen is dan moet ik gewoon zeggen: nou, ik heb me vergist, de Heer behoedde me voor een volgende misstap. Ja, als je daar te groot voor bent dan ben je onbekwaam voor het Koninkrijk Gods. Ik zeg niet dat mij die dingen je niet kunnen overkomen maar dan heb ik niet de stem van God gehoord. Dan begrijp je van die opstanding niets. Van het tot herstel brengen, tot leven brengen. Dan moet je allereerst in de waarheid zijn. Dat is geen show.

En dan moet je eens opletten dat mensen die pas meelopen zich het meest op die dingen werpen want die moeten iets uiterlijks hebben. En dan lezen ze verhalen van de Amerikanen, ik heb daar midden in gezeten. Die mensen, ik heb al die grote mannen gekend. Daarom heb ook met zo velen gebroken. Omdat ik ze zo goed gekend heb. Dan lezen ze verhaaltjes en als je ze leest dan denk je: jongens, in Amerika daar hebben ze het uitgevonden. Niet waar? Kleine kinderen die grote mensen genezen, zo maar ineens. Zonder kennis van het woord van God, ze moeten misschien nog naar school. Weet je hoe waar die verhalen zijn? Net als de verhalen van de wonderen die de heiligen in de Roomse kerk gedaan. De Roomse kerk heeft ze ook buiten het woord Gods gehouden en heeft ze wat voorgeschoteld met sterke verhalen, waar je achter elk verhaal een vraagteken moet zetten. Wij hebben onze Volle Evangelie sterke verhalen, onze heiligen verhalen. Ik waarschuw ervoor want het brengt de mens op het verkeerde pad. Niet door geweld maar mijn Geest zal het geschieden.

Ik ben daar ook mee bezig. Als ik vannacht een uurtje wakker lig dan zeg ik: Here, laat die liefde Gods in mijn hart zijn die u had opdat ik in staat ben om te zeggen tegen zo'n beschadigde in onze gemeente: sta nou maar eens op. Maar Heer behoedt mij ervoor dat ik het ga zeggen als het niet waar is. Dat ik geen verkeerde verwachtingen opwek. En dat is het en dan zul je die gemeenschap met God moeten hebben die je in de waarheid leidt, en niet in de leugen. Want met grote woorden is niemand gebaat. Maar als het Evangelie over hem komt als een spade regen, als we de liefde Gods in ons hart openbaren, dat is de strijd die we hebben.

Kunnen wij nu ten allen tijde, ook in moeilijkheden, de liefde Gods in ons hart hebben jegens alle mensen? Als Jezus aan het einde is van zijn leven op aarde zegt Hij: Vader verheerlijk Mij want Ik heb gedaan wat Gij gezegd hebt als volmaakt geestelijk mens. Zij hebben uw heerlijkheid gezien, als de heerlijkheid van een eniggeboren Zoon van de Vader, ze hebben uw plan zien uitwerken. Johannes zegt: Ik heb zijn heerlijkheid gezien. De schare heeft zijn heerlijkheid gezien en zij hebben God verheerlijkt. Maar gebonden mensen hebben zich kwaad gemaakt. Die knarsten met hun tanden. Zij zien de heerlijkheid Gods niet.

En dan zegt de Vader: nou geef Ik je nog een opdracht. Dat is zijn tweede opdracht. Nu ga je de heerlijkheid die je had en waar je recht op hebt, die ga je afleggen. En dan zegt de Heer: dat toch liever niet, laat deze drinkbeker aan mij voorbijgaan. Maar daar staat: Hij is gehoorzaam geworden tot de dood. Hij heeft niet de gestalte aangenomen van een dienstknecht in de geestelijke wereld. Hij had wel de gestalte van een dienstknecht in de natuurlijke wereld als timmermansjongen. Maar nu moet Hij de gestalte van een dienstknecht aannemen in de geestelijke wereld, terwijl van Hem stond: en de heerschappij was op zijn schouder, in de geestelijke wereld. Als Hij zei: ga, dan gingen ze. En nu, die heerschappij verliest Hij. Zijn koningschap moest Hij afleggen in de geestelijke wereld. De heerschappij was niet meer op zijn schouder.

En dan staat er, Hij begon angstig en bedroefd te worden. En ik ben al begonnen met te zeggen, als je angstig bent en bedroefd dan verlies je je koningschap. En dat is de dood. Daar in die hof van Gethsemané ging Hij de dood in. Hij is drie dagen in de dood geweest, donderdag, vrijdag, zaterdag nietwaar. Van donderdagavond tot zondagochtend. Anders kun je dat nooit klaarmaken, die drie dagen. Dan moet je net als de Jehovagetuigen daarmee gaan zitten sjoemelen. Drie dagen in de dood. Dan werpen de machten zich op Hem en innerlijk blijft Hij toch rein. Hij blijft innerlijk bewaard, Jezus blijft innerlijk gaaf maar Hij werd bedekt met modder. Hij droeg de schuld van de hele wereld, uitwendig ging Hij volkomen onder diep onder de schuld. Maar de nieuwe schepping die Hij was was zo sterk dat Hij niet verpletterd werd in de geestelijke wereld. Hij heeft zich geen ogenblik onderworpen aan de machten der duisternis. Zijn inwendige mens, zijn geestelijk lichaam bleef intact, bleef onbesmet, bleef onberispelijk.

Ergens ben ik er mee bezig geweest natuurlijk als mijn vriendin en zuster Corrie de Groot overlijdt. En ze zegt: mijn lijden is niet zinloos geweest voorts wacht mij een kroon der ere. Dit past in veler gedachten niet want men heeft een systeem. Dat lijden beantwoordt niet aan een bepaald systeem. En dan ga je de schuld zoeken. En als je de schuld niet in zo'n vrouw kunt zoeken dan ga je hem in de gemeente zoeken. Als er maar ergens schuld is. Je moet niet vragen wie daar achter zit om te beschuldigen. Maar ik weet dat haar vijanden haar innerlijke mens nooit bereikt hebben. Daar werd ze sterker. Nu staan we wel voor een hoop vragen en we komen wel tot oplossingen. Maar wij komen tot oplossingen als wij alles zien in het licht van de liefde Gods en van de strijd die wij te voeren hebben en van onze eigen onvolmaaktheid. Want als wij niet meer sterven, als wij niet meer lijden dan is de gemeente volmaakt. Dan neemt de Heer hem wel weg.

Jezus is met een lichaam in het dodenrijk geweest. Niet met zijn natuurlijk lichaam, dat lag in het graf van Jozef van Arimethéa, maar met zijn geestelijk lichaam. Met zijn onsterfelijk geestelijk lichaam. Ik heb er menigmaal over gesproken, verleden jaar nog. Daar in het dodenrijk bleef Hij onaangetast en Hij bleef direct verbonden met de Heilige Geest want Hij zegt: Vader in uw handen (in uw Geest) beveel Ik mijn menselijke geest. We gaan weer samen, we trekken weer samen op. Zijn geestelijk lichaam ging niet verloren, d.w.z. zijn witte kleed dat Hij droeg als deel van het geestelijke lichaam werd niet vuil. Het bleef wit. Zijn rechtvaardige daden hebben Hem vergezeld.

En toen is dat dodenrijk in paniek gekomen. De dood dat is iets dat drukt je omlaag, Gods Geest stuwt je omhoog. Paulus zegt: Ik wil mij verheffen. De dood zegt: Ik duw je de afgrond in. Dat zijn allemaal beelden maar we kunnen ze begrijpen. De dood trekt een mens omlaag, maakt hem inactief. En Jezus werd ook naar beneden getrokken opdat Hij zich niet zou verheffen want de dood wilde Hem uitschakelen, wilde Hem verlammen. Maar Hij werd neergetrokken in zijn koningschap en Gods Geest was met Hem. En dat zagen die machten en sidderden. Ze zagen zijn goddelijkheid, ze zagen zijn eeuwig leven. Dat eeuwige leven dat was het kwaliteitsleven. En dat kwaliteitsleven was zo ontzaglijk sterk dat zelfs de dood het niet aan kon tasten. En daarom heeft Hij de dood overwonnen. Waarom? Hij was één. Ik en de Vader zijn één. Dat wil zeggen: enkel leven. De dood kon zijn vinger niet achter zijn leven krijgen omdat eruit te trekken. De doodsbanden waren niet sterk genoeg.

Als je denkt aan Jezus in het dodenrijk denk dan aan Simson. En die Filistijnen, dat beeld van de duivelen, u kent dat wel: de Filistijnen over u. Hoe vaak zijn ze niet over ons? En die Filistijnen hadden hem gebonden door een vriendelijke vrouw aangewezen. Een verleidster en een minnaar. Hij zegt: bindt me dan maar met zeven zware pezen, niet waar. Van die pezen die vers uit een koe gehaald zijn. Bindt me daar maar mee. Hoe kun je nu die verse pezen breken? En later zegt hij: neemt nieuwe touwen, zeven stuks. En hij scheurde ze af als een draadje. Is dat niet wonderlijk? Dat was Simson en daarmee is Simson het beeld van Jezus Christus. Jezus heeft de doodsbanden verscheurd. Kun je dat begrijpen? Zijn kracht was zo enorm dat die doodsbanden werden gewoon stukgemaakt.

En dat woord 'band' in het Grieks heeft dezelfde betekenis als weeën. Wij hebben ook wel woorden die verschillende betekenissen hebben. De post die aan je deur komt om de brieven erin te doen en de post van je deuren dat zijn heel andere dingen niet waar. En een soldaat op post. Nou en dat woord heeft ook twee betekenissen, het betekent banden of het betekent weeën, de weeën van een barende vrouw. En dan zegt onze bijbel in Handelingen 2: Hij heeft de weeën van de dood verbroken, niet de banden van de dood maar de weeën van de dood. Dan zie je hoe dat kind gebaard wordt. Door die dubbele vertaling krijg je dus een dubbele betekenis. Dat kind verbreekt de weeën, dat baant zich een weg en iedere wee brengt hem een stuk verder en die kunnen hem niet omsluiten, daar komt hij uit. De eerstgeborene uit de doden. Hoe komt de eerstgeborene uit de doden? Dan denk je aan weeën.

En als Hij dan uit het dodenrijk komt dan neemt Hij nog zijn buit mee ook. Zo 'en passant'. Hij heeft een buit meegenomen, gevangenen die daar in het dodenrijk gevangen waren in de gevangenis, inactief. Vele heiligen uit het oude verbond, de krijgsgevangenen. En dan staat er: en zij gingen uit hun graven, dat is het beeld, zij gingen uit het dodenrijk, na zijn opstanding en zij kwamen in de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem. En dan lezen wij in plaats van 'waar', dat staat er niet, 'en' ze zijn velen verschenen op aarde. Niet het voegwoord 'waar', maar het voegwoord 'en' moet er staan. Hier is onze nieuwe vertaling volkomen fout. Het is ook de enige vertaling die ik ken die het fout heeft, Matthéus 27. Bij Jezus, als Hij uitgaat uit dat dodenrijk met zijn geestelijk lichaam, terzijde met Hem die heiligen uit het oude verbond, vele heiligen, dan keert Jezus weer terug naar zijn lichaam in het graf. En Hij wordt verbonden met zijn natuurlijk lichaam dat daar ligt. Dat natuurlijke lichaam wordt verzwolgen in dat geestelijke lichaam. Dat zegt Paulus in 1 Corinthe 15 want dat is de triomf, dat gave natuurlijke lichaam, dat niet aangetast wordt, dat werd bewaakt door de engelen tegen de dood, tegen de ontbinding. En dat geestelijke lichaam dat komt en neemt en verzwelgt dat natuurlijke lichaam. En dat is dan weg, het graf is leeg.

En dan zie je dus de beelden tegelijkertijd als wij de wederkomst des Heren levend meemaken, dan zal ons natuurlijk lichaam verzwolgen worden in ons geestelijk lichaam, dat zo sterk is, dat zo heerlijk is dat het natuurlijke lichaam er gewoon in verdwijnt. Dan worden wij in een punt des tijds veranderd zegt de bijbel. Dan wordt ons stoffelijke lichaam opgenomen in het geestelijke lichaam.

Jezus heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk. Hij overwon tijdens zijn aardse leven vele vijanden. Jezus heeft tijdens zijn aardse leven vele vijanden overwonnen, maar als Hij uit het graf komt dan heeft Hij de laatste vijand overwonnen. Er zijn mensen die trachten doden op te wekken. Ze beginnen bij de laatste vijand. Ik zou zeggen, begin maar bij de kleintjes om met de grote te eindigen. Dat is een logische gedachtengang. Ik heb het er met mijn broer Kees de Groot al over gehad. Hij zegt: dat heb ik niet geprobeerd, als we die vijanden niet kunnen overwinnen dan overwinnen we ook de dood niet. Of die dood niet overwinnen, die scheiding van het lichaam met de innerlijke mens.

En als er staat: Hij heeft ons verlost uit de macht van de dood, dan geldt dat voor alle gelovigen voor de innerlijke mens. Wij komen niet in het dodenrijk. Ons lichaam behoort tot de stoffelijke wereld dat komt in het graf. Daarom sterven wij nog. Wij zouden wel anders willen, natuurlijk. Nou ja, als wij volmaakt zijn dan worden wij ook in een punt des tijds veranderd. Daar moeten wij dan op wachten. En de landman wacht totdat die spade regen gevallen is. Dan komt de Heer.

Wij beginnen dus op te staan in de onzienlijke wereld. Wij zijn opgestaan want anders hoefden jullie je niet te laten dopen. Bekering, dat is een losmaken van de doodsgedachten. Bekering is het losmaken van het oude leven, beter gezegd dus, je losmaken van de oude mens. Weet je wel, het oude leven. Opstanding, je hebt deel aan een opstanding: zalig en heilig is hij die deel heeft aan de opstanding, aan de eerste opstanding. Dat is een herstelproces, dat is een vernieuwingsproces en dat begint aan de binnenkant. Vandaar dat de genezingen bij ons het meeste nog zijn aan de binnenkant. Want daar begint alles. Als u sterk bent in de verdrukking, als je in de moeilijkheden van je gezin opgewekt en blij kunt zijn dan ben je opgestaan uit de doden. Als je positief over je eigen kind kunt denken dat de boel afbreekt thuis, dan ben je opgestaan uit de doden. Dat is iets van binnen, dat is iets onzichtbaars en ik ben blij dat er in de gemeente al zoveel zijn die dat al hebben begrepen.

Voor ons is er geen dood, wij komen niet in het dodenrijk. Jezus heft alles volbracht en dan vaart Hij op naar de hemel. Dan zitten we weer in de geestelijke wereld.

En dan krijgt Hij zijn derde opdracht. Ik zei, de Heer heeft drie opdrachten gehad en dit is zijn derde opdracht. Nu schakelt Hij de gemeente in, zijn lichaam in dat herstelproces, in dat levendmakend proces. Hij heeft het herstel als hoofd van de gemeente, als hoofd van het lichaam. Hij verzamelt zijn arbeiders om zich, weet je wel, in die feestzaal. Wij zijn dus bezig op te stijgen naar die feestzaal. Nou en dat was toch een prachtig gezicht hoor. Ik heb er met genoegen naar geluisterd, ik denk: zo is het. Door de regenboog van Gods genade, van zijn eeuwige trouw, al die kleuren en dan marcheer je met elkaar. En dan staat er, je moet niet hard lopen, rustig. Er zijn mensen die willen hard rennen, die willen iets hebben waar ze nog niet aan toe zijn. En dat geeft de onrust, dat geeft de verwarring, dat geeft de scheuring. En daarom waarschuw ik er tegen want alle profetieën, alle gezichten die zeggen: rustig aan, we komen er wel. De Heer die geeft zijn beloften.

Wij denken misschien dat wij in vijf jaar dat we hier in het Volle Evangelie zitten, dat wij minder bereiken dan wat men in tweeduizend jaar bereikt heeft. Nee, dat heeft ook zijn tijd nog nodig van vernieuwing.

Dus de derde opdracht van Jezus is om ons het herstel in handen te geven en dat is een groeiproces. Je moet toegerust worden voor die feestzaal. Je moet geïnstrueerd worden, je moet onderwijs ontvangen. Dat doet Hij door zijn Geest. Daar staat: Jezus wacht af tot dat al zijn vijanden onder zijn voeten zullen gelegd worden. Ook die schorpioenen en die slangen. Maar Hij wacht niet lijdelijk af, niet passief, dat mogen wij ook niet. Hij is altijd bezig. Waarmee?, met ons gaven te geven. Als je je daar maar op instelt. Om zijn liefde uit te storten in onze harten, liefde tot alle mensen. Dan blijf je vanzelf bezig met de genezing. Want als je de mensen liefhebt dan heb je ze ook graag gezond naar lichaam, ziel en geest. En daarom geeft Hij gaven, Hij is opgevaren naar de hemel en Hij heeft de mensen gaven gegeven. Twee om er vier van te maken; vijf om er tien van te maken.

En Jezus voorbeeld van de opstanding is voor ons, dat hebben wij ter harte te nemen. We weten dat de doden, die ontslapen zijn dus, onze geliefden die ontslapen zijn; ze zijn niet dood, ze zijn gestorven, ze zijn gescheiden van hun lichaam, maar ze zullen opstaan met een geestelijk lichaam. En dat gaat functioneren in de natuurlijke wereld. Vandaar dat wij de graven niet gaan bezoeken want die hebben niet het minste nut, onze graven. Ze hebben wel wat nut om het stoffelijke overschot te bergen maar niet om er te gaan zitten mediteren. Want die gestorvenen, die ontslapenen komen terug in hun geestelijke lichaam. Die stof nemen ze niet aan. Jezus is ook opgekomen met een geestelijk lichaam. Maar daar een nummer twee, de gelovigen die leven worden in een punt des tijds veranderd zodat hun natuurlijk lichaam verslonden wordt, verzwolgen wordt in een geestelijk lichaam. En dat heeft Jezus ook laten zien omdat zijn natuurlijke lichaam ook verslonden werd in zijn geestelijke lichaam op de paasdag.

En dan is er nog een ding waar ik nog bij stil wil staan, een heel wonderlijk iets, waar weinigen aan gedacht zullen hebben, maar daar heeft uitgerekend Paulus eens aan gedacht. Hij zegt in de Filipenzen als hij het over de opstanding heeft, hij zegt: Dit alles om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, dat hoort er ook nog bij, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, daar zou je een streep onder moeten zetten, aan zijn dood gelijkvormig wordende, dat is wat anders dan de dood niet zien; aan zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. Tussen de doden uit, dit woord staat maar één keer in de bijbel. Uit de geweldige opstanding uit de doden. Waar een aantal niet aan deel heeft, tussen de doden uit.

Hij is bezig met het laatste tijdstip, het grootste wat de opstanding zal leveren. Wij zeggen: wij komen niet met de dood in aanraking. Wij niet, wij zullen de dood niet zien. Maar Paulus zegt, ik zou nou wel eens willen zijn, een aan zijn dood gelijkvormige. Ik zou nou ook wel eens in dat dodenrijk willen komen want daar wordt de laatste vijand vernietigd. Want er staat: de doden stonden op, klein en groot, ze werden alle weer levend. Dan krijg je de gemeenschap aan zijn lijden. Zijn dood gelijkvormig wordende, zou mogen komen tot die opstanding. Als Jezus in het dodenrijk komt dan haalt Hij de heiligen van het oude verbond eruit.

Maar Paulus zegt: daar zal een tijd komen dat die heiligen van het Nieuwe verbond, die zonen Gods ook in het dodenrijk zullen komen en ze zullen daar de mensen, ze zullen daar de zielen uithalen, degenen die in de dood zijn, de doden, die aan de goede zijde van de kloof liggen. Weet je wel, Lazarus die hoorde het al, er is een onoverbrugbare kloof. Daar liggen ze die naar het eeuwige vuur verwezen zijn omdat ze de duisternis liefhebben, maar daar liggen ook degenen die van Jezus nooit gehoord hebben.

Daar liggen, heb ik wel eens gezegd, die Pua en die Sifra, die vroedvrouwen van de koning van Egypte. Pua en Sifra die het gebod van de koning weerstaan hebben en gezegd, wij gooien die kinderen niet in de Nijl. Die vrouwen gaan niet voor eeuwig verloren omdat ze Jezus niet gekend hebben. Die liggen aan de goede zijde van de kloof. Ik denk aan die Ebed-Mélech, die moorman, die Jeremia uit de kuil haalde. Ik denk aan de barmhartige Samaritaan, ik denk aan al die goeie mensen. Kijk en dan krijg je een ander Evangelie.

Ons is vroeger een Evangelie gepredikt: van de honderd mensen gaan er negenennegentig verloren. En dan was het nog een groot getal, die 1% het was nog overdreven. Miljarden Chinezen en noem maar op, ze zijn allemaal verloren. Maar ze zeiden: er is geen tweede kans, maar die mensen hebben nooit een eerste kans gehad. Wat hebben ze in de Middeleeuwen voor kans gehad, wat hebben wij in de kerken voor kans gehad. En dan gaat dat eeuwige evangelie in het dodenrijk en roepen ze: Kom uit! Net als Lazarus. Jezus heeft gezegd: Kom mee! Tot de heiligen van het Oude verbond. En wij zullen dan zeggen, die daar deel aan hebben; Paulus zegt, of ik enigszins mag komen zijn dood gelijkvormig, dan ook in die duisternis terechtkomen, met de kracht van Gods Geest, met de kracht van de opstanding want ze komen er zomaar niet uit. Die machten zullen geboeid worden, die machten zullen in de poel des vuurs geworpen moeten worden. Die doodsmachten. En dan komen ze, een massale overwinning over de dood.

Kijk, dat zijn de volkeren die op de nieuwe aarde zijn, die nog ingebracht worden in de Godsstad. Die nog moeten eten van het geboomte des levens, die nog genezing moeten vinden naar de innerlijke mens. En dat zijn dus de gezalfden van Christus leger die in het dodenrijk neerdalen, toegerust met de kracht van de Heilige Geest. Dat is onze laatste opdracht. Of wij die allemaal zullen volvoeren of meemaken, ik weet het niet hoor. Ik heb er nog geen inzicht in maar dat het gebeuren zal dat is zeker want daar wijst Openbaring twintig op. De doden werden weder levend. Tja, die geschreven zijn in het boek des levens, niet van het Lam maar in het levensboek. Die het goede gezocht hebben, die gehunkerd hebben naar gerechtigheid en naar barmhartigheid en naar waarheid.

En zo staat ook onze gemeente voor een nieuwe fase. Wij zullen weer verder moeten en de Heer maakt ons duidelijk: wij zullen verder moeten. Wij gaan ook verder en we zullen wel een of andere strijd moeten hebben. Paulus zou zeggen: tegen de onwijzen en dwazen, maar zo hebben wij ook een strijd om de gemeente in de juiste koers te houden, totdat wij het doel bereiken. Dat we met elkaar hoger klimmen op een rustige en veilige wijze. Dat is ons geheim, om die volgende fase in te gaan. We zullen er komen, we danken de Heer er voor. Amen!

Gebed br. van de Brink:

Heer wij danken U voor het Pasen. Heer het is niet alleen uw feest maar het is ook ons feest. Dat de zonen Gods zijn opgestaan, Heer dat in ons dat nieuwe leven geborgen is. Heer en ons hart gaat uit naar allen die ook hier zitten die nog niet volkomen deel hebben aan dat opstandingsleven van U. Heer, wij willen met liefde in ons hart zijn en U vragen om de openbaring van de kracht des Geestes. Zoals uw woord dat zegt als er kracht aan toegevoegd wordt. Heer en daar hunkeren wij naar, wij zoeken er naar en wij weten Heer dat wij met geweld niets bereiken. Heer, dat we met grote woorden niets bereiken. Heer, dat we met show ook niets bereiken. Heer, wij moeten alleen het afdoen op de gemeenschap met uw Geest. Heer, dat uw Geest in ons spreekt, dat uw Geest ons overtuigd op die wijze Heer dat de hele gemeente gebouwd wordt, dat wij allemaal feest kunnen vieren. Heer dat er niemand is die buitengesloten wordt omdat dat buiten de gemeente gebeurdt, en los van de gemeente en los van degenen die de leiding hebben in de gemeente. Heer het zal zijn één herder en één kudde. Zo wilt Gij het.

Heer en ik dank U dat ik de weg mag wijzen tot de dienst en dat Gij bevrijdend zult werken. En Heer ik bid U dat allen die hier zijn eendrachtig mogen samenwerken. Heer dat zij gaan zien, Heer dat ze de verhalen los moeten laten die mensen hebben gemaakt en dat wij alleen af kunnen gaan op uw goddelijk woord. Heer en dat wij groeien, Heer dat wij nog vaak kinderen zijn, Heer dat getuigt dat wij vaak uit onze levenswandel tonen dat wij onszelf nog niet in bedwang hebben. Heer wat zullen wij dan werken tegen de machten der duisternis die groot en sterk zijn.

Heer wij bidden u dat wij geestelijk groeien opdat er heerlijke dingen gebeuren en wij weten dat Gij het gaat doen. Heer dat is ons geloof. Heer en wij zijn er dagelijks mee bezig omdat te zoeken. Heer en ik bid U dat wij allen daarmee bezig zijn. In ons hart, Heer in het ons overgeven aan uw leiding. Heer werk door in deze gemeente opdat wij allen mee mogen trekken en dat doel bereiken, dat wij in de feestzaal komen met verheugde gezichten. Dat elk negativisme daar achter is gebleven, weggedaan in de zee van eeuwige vergetelheid. Heer en dan willen wij, van vandaag af al, dat Pasen met U vieren.

Nu de Heer is opgestaan, nu breekt dat nieuwe keven aan, een leven aan zijn dienst gewijd, een leven van harmonie, een leven van rust en van vrede. Heer wij leggen onze hand er op, wij claimen dat omdat Gij het beloofd hebt. Wij zegenen elkander in die nieuwe weg. Heer zegen ook de luisteraars, al die broeders en zusters Heer die niet in een gemeente thuis kunnen zijn, Heer die het van deze boodschappen moeten hebben. Heer ondersteun ze en geef hen de kracht om dat nieuwe leven ook uit te dragen. Wij zegenen hen ook vanuit deze plaats, waar ook ter wereld. Amen.