kvo verspreidingsnummer

J.E.v.d.Brink

HET GELOOF VAN GOD

Wat is geloof?

Geloof is een begaafdheid van de geest, waardoor men zaken kan vastgrijpen en vasthouden, die niet zintuiglijk kunnen worden waargenomen. Het wordt werkzaam, wanneer men iets hoort vertellen of iets leest. Hoemeer wij horen en lezen, hoemeer wij kunnen geloven. Het geloof hecht zich namelijk aan het woord als uiting van een gedachte. Het kan iets grijpen in de toekomst of uit het verleden, of het maakt ons bijvoorbeeld bekend met landen en volken waar wij nooit zijn geweest.

Wil de mens zich boven het natuurlijke leven verheffen en met zijn onzichtbare geest en ziel zijn plaats innemen in de geestenwereld, dan kan hij dit slechts bereiken door zijn geloof. Het horen van het evangelie van Jezus Christus openbaart hem dan de waarheden en de situatie van de onzienlijke wereld.

De apostel Paulus reisde ook rond met de prediking van het Koninkrijk der hemelen evenals Jezus dit had gedaan. Hij schreef dat wij niet te worstelen hebben tegen mensen van vlees en bloed, maar tegen de boze geesten in de hemelse gewesten (Ef.6:10-12). Om op dit 'terrein' te kunnen overwinnen, zullen we een geloofsstrijd moeten voeren en kennis moeten hebben van een geloofsinhoud, die praktisch nog onbekend is voor vele christenen. Hebt u er wel eens aan gedacht dat Jezus de weg wees om zonde, ziekte en gebondenheden te overwinnen door dit evangelie?

Het geloof van God en van de duivel

God is geest, onthulde Jezus in zijn gesprek met een Samaritaanse vrouw. Daarom kan ook van God gezegd worden dat Hij geloof heeft. Voor Hem zijn de dingen die nog moeten gebeuren, die er dus nog niet zijn, zo zeker alsof ze er al waren. We kunnen zeggen dat God een groot geloof heeft in Zichzelf en in zijn schepping. Hij heeft de absolute zekerheid: wat Ik doe, is goed en wat Ik mij voorgenomen heb, zal gebeuren. Toen Hij na de schepping zijn werk overzag, sprak Hij dat ze goed was, ja zeer goed.Dit gold dan wel zeer speciaal de koning en de kroon der schepping, de mens. God schiep hem om met diens geest gemeenschap te hebben en Zich een woning in hem te bereiden, waardoor Hij Zich ook in stoffelijke zin zou kunnen openbaren. Wanneer de apostel Johannes de toekomst der mensheid beschrijft, in wie de Schepper zijn residentie heeft, profeteert hij : 'Zie, de woonstede Gods bij de mensen: Hij zal zijn Tent bij hen spannen' (Openb.21:3).

Toen het bij de zondeval van de mens fout ging, raakte God niet in paniek en verloor Hij zijn vertrouwen in de mens niet. Hoewel deze aangetast, verminkt, vernederd en verdrukt is onder het regime van de duivel, kan hij zich toch herstellen en blijft hij geschikt als partner van God. Deze heeft immers de mogelijkheid en het middel tot herstel en vernieuwing ingeschapen, zoals het Lam Gods, 'dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld".

Ook van de satan en zijn boze engelen wordt gezegd dat zij geloof hebben. De duivel gelooft ook in zichzelf en in zijn vernielend en afbrekend werk. Hij gelooft stellig dat er van de mens niets meer terecht kan komen. Hij heeft geen enkel vertrouwen in hem, maar heeft hem volkomen afgeschreven als koning en toekomstige heerser over al de werken van Gods handen. Daarom is de verschrikkelijke kamp tussen God en de boze een geloofsstrijd, die zich om de mens afspeelt. Hierbij staan Geest tegenover geest en positief geloof tegenover negatief geloof.

De duivel valt God aan op diens geloof in de mens. Daar gaat de hele strijd over, want de boze wil niet dat de mens eenmaal met God op diens troon zal zitten en verheven zal zijn boven alle schepselen, zelfs boven alle krachten en machten en tronen in de hemelse gewesten. De vijandschap van de duivel tegen de mens vindt haar oorzaak in zijn begeerte om zelf de plaats te bezetten die God voor ons heeft bestemd.

Reeds in het Oude Testament lezen we dat God een onbeperkt vertrouwen stelde in zijn knecht Job. Hij getuigde van hem dat niemand op aarde zo vroom en godsvruchtig was en zo'n hekel had om iets kwaads te doen. De satan stelde zijn on-geloof tegenover dit positieve geloof en sprak: 'Laat hij maar eens in moeilijkheden komen. Dan zult U eens zien hoe snel hij U loslaat'. De duivel wilde het geloof van God effectloos maken, dus beschamen. Hij is hier altijd mee bezig en hij wordt niet voor niets de aanklager der broeders genoemd. God heeft evenwel een zeer groot geloof in de mens. Reeds bij diens val bleek dit vertrouwen, want de Here sprak tot de slang, die een beeld van de duivel was: 'Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de hiel vermorzelen'(Genesis 3:15). Zo zal het gaan en God heeft nooit aan de vervulling van deze uitspraak getwijfeld. De kop van de slang wordt door de mens verpletterd. De apostel Paulus schreef zo bemoedigend: 'De God nu des vredes zal weldra de satan onder úw voeten vertreden' (Rom.6:20). De duivel is evenwel alle eeuwen door een hielbijter geweest. Hij bemoeilijkt en stagneert de gang van de mens en zijn ontwikkeling. Schijnbaar boekt hij winst, maar uiteindelijk zal het geloof dat God in de mens heeft,zegevieren.

Wij kunnen dus stellen: God heeft in de mens behagen en God heeft in de mens geloof!.

Het geloof van Jezus

De aarde met de mens erop zal nooit verdwijnen. Onze planeet zal niet vergaan, maar altijd blijven functioneren. Nooit zal gezegd kunnen worden: 'De planeet die aarde heette', want God heeft de aarde niet tot een baaierd geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd (Jes.45:18). Het geloof van God blijkt duidelijk, wanneer Hij zijn herstelplan, dat 'alle dingen' omvat, toevertrouwt aan de mens Jezus Christus. Deze heeft het geloof van God in zijn schepping overgenomen, want Hij dacht en sprak zoals zijn hemelse Vader dit deed. Jezus ontving alle volheid Gods, dus ook diens wijsheid, diens kracht en diens geloof. Hij wordt zelfs de overste Leidsman en Voleinder des geloofs genoemd. Daarom heet hij ook 'het Woord Gods', omdat hij de uitdrukking is van Gods gedachten.

Jezus geloofde zo stellig in de toekomstige heerlijkheid van de mens, dat Hij , 'om de vreugde welke vóór Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende' (Hebr.12:2). In de zware omstandigheden tijdens 'de ure der duisternis'" beleed Hij voor de hogepriester Kajafas zijn onwrikbaar geloof in de overwinning van de mens: 'Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels', dat wil zeggen komen met zijn gemeente wier hoge positie vergeleken wordt met wolken.

Door zijn geloof in een toekomstig herstel gaf Jezus Zichzelf als losprijs voor alle mensen op alle plaatsen en in alle tijden en deze losprijs bestond uit zijn volmaakt leven. De mens was door de zonde in slavernij van de duivel geraakt. Hij bevond zich onder de bezettingsmacht van het rijk der duisternis, of na zijn sterven in het dodenrijk. Allen waren onnut geworden om met God de troon te delen en allen waren waardeloos voor hun hemelse roeping. Toch bleef de hemelse Vader in de mens geloven. Hij haalde hem niet ruwweg onder het juk vandaan, want Hij is rechtvaardig en haat geweld. God deed de duivel een aanbod. Hij voorzag Zichzelf - om een beeld te gebruiken - van een brandoffer, dat Hij aan het vuur, dit wil zeggen aan de boze geesten, prijsgaf (Gen.22:8). In de zichtbare wereld leverde God zijn Zoon over in de handen van moordenaars en in de onzichtbare wereld aan de boze geesten ten einde de mensheid terug te kopen. Eén volmaakt mens in de plaats van alle bedorven, beschadigde en aangetaste mensen. Hij ruilde als het ware één gouden tientje voor vele vuile centen. In de gebeden der heiligen klinkt daarom het nieuwe gezang: 'Gij zijt geslacht en Gij hebt (uw dienstknechten) voor God gekocht met uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie' (Openb.5:9).

De duivel geloofde dat Jezus aan het kruis tijdens de stormloop der demonen zou bezwijken. God had immers zijn Heilige Geest van zijn Zoon weggenomen, zodat deze van God was verlaten. Onze Heer was toen in dezelfde positie als Adam voor de val, namelijk zonder zonde en zonder de Heilige Geest. Zijn situatie was evenwel veel moeilijker. Maar Hij had in Zich het geloof ván God. Daarom kon hij ook voor zijn vijanden bidden, want deze wisten niet dat zij door boze geesten werden opgejaagd. Door zijn geloof overwon Jezus en daarom kon Hij als volmaakt geestelijk mens staande blijven tot de dood, ja tot de dood des kruises. Het on-geloof van de duivel werd beschaamd. Nadat Jezus de strijd had gestreden en alles 'volbracht'" had, daalde Hij - opnieuw verbonden met de Heilige Geest - als overwinnaar in het dodenrijk. Alle mensen van alle tijden konden voortaan worden behouden door het geloof in het herstelplan van God.

Het geloof als gave

Wanneer een christen evenals zijn Heer met de Heilige Geest gedoopt wordt, woont in beginsel 'al de volheid Gods' in hem (Col.2:10). De begaafdheden van Gods Geest zullen zich dan in hem moeten ontwikkelen, ook die van geloof. Wanneer het geloof van God in ons is, zullen wij de boze wereld overwinnen. Paulus schreef dat hij eenmaal een godslasteraar was, een vervolger van de gemeente en een geweldenaar. Jezus had evenwel geloof in deze ijveraar en toen kwam het geloof en de liefde die in Christus Jezus zijn, ook in hem"(1 Tim.1:14 Statenvert.). Zo groot is het geloof van Jezus in ons, dat Hij ons het herstel van de ganse schepping toevertrouwt. In Openb. 2:13 (Statenvert) zegt de Heer: 'Gij hebt Mijn geloof niet verloochend'. Neem dus niet het on-geloof van de duivel over, want deze zegt: 'Er komt niets meer van je terecht. Je bent te slecht, te ziek of te beschadigd'. God zegt evenwel: 'Ik zie een koning en een priester in je. Je behoort tot een heilige natie'. In Habakuk 2:4 staat er in de Septuaginta: 'De rechtvaardige zegt God, zal door Mijn geloof leven'. Paulus schreef in Galaten 2:20 volgens de Statenvertaling: 'Hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God'. In Marcus 11:20 staat volgens de kanttekeningen van de Statenvertaling: 'Heb het geloof Gods'. De Canisiusvertaling luidt: 'Heb Gods-geloof'. Voor wie het geloof van God heeft, geldt dan ook het vervolg van deze tekst: 'Zo je tot een berg - beeld van een verschrikkelijke macht van de duisternis - zegt: 'Hef u op en werp u in de zee - beeld van het dodenrijk - gebeurt er wat gij zegt!'. Hét geloof is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen die men niet ziet' (Hebr.11:1). Wanneer Jezus in Lucas 18:8 de vraag stelt : 'Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan hét geloof vinden op aarde?' antwoorden wij op grond van onze geestesgesteldheid: 'Ja Here". Wij belijden met de apostel Paulus in Rom.8:19, dat de ganse schepping met reikhalzend verlangen wacht op het openbaar worden van de zonen Gods, die het geloof in het herstel hebben overgenomen. Evenals Paulus willen wij de goede strijd strijden en hét geloof behouden. Dit houdt onze hoop levend!

Het boek van de Openbaring beschrijft de eindslag van de strijd in de hemelse gewesten. Deze vindt plaats in het hemelse Harmágedon. Waarom verliest de antichrist daar de oorlog? omdat de zonen Gods hetzelfde geloof bezitten als Jezus hun Heer aan het kruis op Golgotha.

Verlies daarom nooit het geloof in de mens en inzonderheid niet in hen die vlak naast je leven. Zeg nooit:van dit kind, van deze vrouw of van deze man komt niets terecht, want zo denkt de duivel. Alle dingen zijn evenwel mogelijk voor degene die het geloof van Jezus, bewaren en dit in praktijk brengen!

zie voor andere artikelen kvooverz