kvo 53e jaargang nummer 2 februari 1989

J.E.v.d.Brink

HET GEESTELIJK ISRAEL

In Galaten 3 eindigt Paulus met een merkwaardige sluitrede, die voorafgegaan wordt door de premissen: Christus is het zaad van Abraham (vs.6) en: de eertijds heidense Galaten zijn nu van Christus (vs.29). De conclusie luidt: Dan zijn zij ook zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen, 'want hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons' die het geestelijk Israël vormen (2 Kor.1:20). De volgende punten lichten dit toe:

1.'Abraham verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is' (Hebr.11:10). Voor christenen uit de heidenen en uit de Joden geldt: 'Het hemelse Jeruzalem is ónze moeder(stad)" (Gal.4:26). Op de poorten dezer stad staan de namen der twaalf stammen (Openb.21:12). Dit betekent dat binnen haar muren het "geestelijk Israël" woont. Deze omstreden uitdrukking ziet niet op het zichtbare, maar op het onzichtbare Israël, want het zichtbare volk is tijdelijk, maar het onzichtbare volk is eeuwig (2 Kor.4:18).

2.Israël (Jacob) zag uit 'naar een hemels váderland', dus naar een geestelijke staat Israël. In het aardse beloofde land leefde hij als 'vreemdeling en bijwoner' (Hebr.11:13).

3.Christus is ook het zaad van David. Hij noemt Zich 'de wortel en het nageslacht van David' (Openb.22:16). Van deze koning staat in 1 Kronieken 28:5 en 29:23, dat hij op de troon des Heren zat. David was hierin een type van Jezus, die voor eeuwig op de troon van God zit (Hand.2:30;Openb.3:21). De Here God heeft aan Jezus de troon van zijn vader David geschonken en Hij heerst nu over het Israël Gods, het geestelijk Israël (Luc.1:32,33;Gal.6:16).

4.Jezus 'is de grote hogepriester, die de hemelen is doorgegaan' (Hebr.4:14). 'In Hem zijnde' vormt het geestelijk Israël 'een koninklijk priesterschap' (1 Petr.2:9).

5.Het geestelijk Israël ontwikkelt zich 'tot een tempel heilig in de Here, in wie wij ook medegebouwd worden tot een woonplaats van God in de geest', dat is in de geestelijke wereld (Ef.2:22). De ure is gekomen dat de waarachtige aanbidders de Vader niet aanbidden in het aardse Jeruzalem, maar in de geestelijke wereld en in de waarheid van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, dat Jezus verkondigde. De Vader zoekt zulke aanbidders" (Joh.4:21-23).

6.'Niet allen die van Israël afstammen, zijn Israel' (Rom.9: 6). Er is een 'edele' olijfboom, die het gééstelijk Israël symboliseert. De ongeestelijke, dorre takken, die geen leven ontvingen uit de saprijke wortel - beeld van het Woord Gods - werden weggebroken. Om de ledige plaatsen aan te vullen, werden loten van de wilde olijftakken op de edele stam geent.De takken bestaande uit Joden en heidenen, worden heilig genoemd, dat is aan God toegewijd (Rom.11:16-24).

7.Door de verzoening van zijn zonden is het geestelijk Israël 'genaderd tot de (hemelse) berg Sion' (Hebr.12:22).

8.Het natuurlijk volk Israël werd 'in Mozes gedoopt in de zee en in de wolk' (1 Kor.10:1). Het geestelijk Israël wordt 'in Christus zijnde', gedoopt in water en in de Heilige Geest.

9.Israël verliet Egypte en trok door de Rode Zee. Het geestelijk Israël trekt bij een tweede exodus door 'een zee van glas met vuur vermengd'. Na een demonische verdrukking zijn ze dan 'uit de hand der vijanden verlost' en zingen zij het overwinningslied van Mozes (Openb.15:2,3).

10.Er is een sabbat, die overblijft voor het volk van God in het nieuwe verbond. De rust van dit geestelijk Israël bestaat in het voortdurend denken aan de dingen die boven zijn, waar Christus is. Aards gerichte visies maken de christen altijd onrustig (Hebr.4:9;Kol.3:2). Dan zoekt hij een stad waar Christus niet is.

11.Er is een besnijdenis van het geestelijk Israël, die geen werk van mensen handen is, namelijk het afleggen van het lichaam des vleses (Kol.2:11). 'De ware besnijdenis is die van het hart, naar de geest en niet naar de letter' (Rom.2:28,29). Bij het geestelijk Israël is daarom de wet Gods in het hárt geschreven.

12.In de onzienlijke hemel ligt de berg Sion met Jeruzalem. Dáár is de tabernakel en de tempel Gods, met de ark, het brandofferaltaar ,de gouden kandelaren en het gouden reukofferaltaar (Openb.14:1;21:10,13;11:19;6:9;1:20;8:3). Het geestelijk Israël heeft geen blijvende stad op áárde, maar zoekt de toekomende. Dáár brengt het zijn lofoffers en viert het zijn feesten, want dáár alleen resideert zijn Koning (Hebr. 13:14,15).

zie voor andere artikelen kvooverz