kvo 52e jaargang nr.9 september 1988

J.E.v.d.Brink

EEN ZIEKE APOSTEL

'Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb, en toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of er tegen gespuwd, maar gij hebt mij ontvangen als een bode Gods, ja als Christus Jezus....Want ik kan van u getuigen, dat gij, ware het mogelijk geweest, uw ogen uitgerukt en ze mij gegeven zoudt hebben' (Galaten 4:13-15).

Het was in de gedachten van Paulus niet opgekomen om het ruige binnenland van Klein-Azië te bezoeken. Hij was afkomstig uit Tarsus, een plaats met een sub-tropisch klimaat dat in de winter een mens verwent. Voor een langdurig oponthoud zocht hij bijna altijd de kuststroken op met een zacht klimaat. Daar waren ook de grote synagogen die hij altijd het eerste bezocht. Wegens een 'zwakheid van het vlees' zoals er letterlijk staat, was hij door de nood gedwongen tot de Galaten zijn toevlucht te nemen.

Voor de Joden was Paulus vanwege zijn ziekte een onaanvaardbare figuur geworden. Zij zagen in zijn ziekte de straffende hand van God voor begane zonden, zoals bijvoorbeeld zijn 'wetsverachting'. Zo'n zieke man moest zich eerst maar voor God vernederen en niet zo hoogmoedig zijn om anderen te onderwijzen of tot voorbeeld te zijn. Hij was voor hen een geplaagde, een van God geslagene en verdrukte (Jes.53:4). Bij de Galaten merkte Paulus deze afkeer jegens zijn lichaamskwaal niet op, hoewel ook vele heidenen ziekte in verband brengen met het misnoegen der goden en met de inwerking van kwade geesten. Zij hadden niet naar hem gespuwd, zoals de Joden dit deden om de boze geest, die in een 'geplaagde' woonde, van zich te houden.

Paulus, de Jood, de vreemdeling, ondervond bij de Galaten begrip en vriendschap en geen afkeer vanwege zijn ziekte. Is het wonder dat de apostel hierover diep ontroerd was? Men had hem zelfs als een bode Gods, of liever als een engel Gods, huisvesting verleend. Hij mocht toen zijn ziekenkamer als later de 'eigen gehuurde woning in Rome' gebruiken om 'allen' te ontvangen, die tot hem kwamen, predikende het Koninkrijk Gods, en onderrichtende aangaande de Here Jezus Christus, met alle vrijmoedigheid, zonder enige belemmering' (Hand.28:30/ 31).

In verband met zijn kwaal deelt de apostel ons nog mee, dat de Galaten zo mogelijk hun ogen zouden hebben uitgerukt om deze aan hem te geven. De gevolgtrekking is, dat hij aan een oogziekte leed en een paar nieuwe ogen goed kon gebruiken. Zijn opmerking in hoofdstuk 6:11: 'Ziet met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf', bevestigen deze opvatting. De grote letters waren noodzakelijk, opdat hij zijn eigen schrift zou kunnen lezen.

Wij kunnen ons voorstellen dat Paulus daar in Galatië de Here had aangeroepen om genezing. Indien deze oogziekte erger werd, dreigde hij immers blind te worden en uitgeschakeld te zijn in zijn bediening. Het goddelijke ingrijpen bleef evenwel uit. Zijn kwaal was zelfs nog niet geweken, toen hij zijn brief schreef.

Bleef de apostel nu tijdens zijn lijden bij de pakken neerzitten? Neen, want ondanks zijn handicap wist hij zich te verheffen en er boven uit te komen. Hij wierp zich geheel op zijn arbeid, 'want als ik zwak ben, dan ben ik machtig'. Ook horen wij hem tot zichzelf spreken: hetzij ik leef, hetzij ik sterf, hetzij ik in grote nood verkeer, ik ben des Heren. Paulus ging door en ook hierin is hij ons nu nog tot een voorbeeld. De vijand viel in zijn eigen zwaard, want wij hebben deze leerzame brief er nog aan te danken. Vele Galaten kwamen tot bekering en ontvingen de Heilige Geest. Zij werden bevrijd uit de macht der duisternis en 'werden getrokken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de wil van God en Vader, wie de heerlijkheid zij in alle eeuwigheid' (1:4).

Voor bepaalde christenen die menen dat een kind van God niet geruime tijd ziek kan zijn, is deze langdurige oogkwaal van Paulus een goede aanleiding om nog eens na te denken of hun zienswijze wel correct is. Hoe gevaarlijk is het verder om een ziekte in verband te brengen met afwijkende leringen. Enkele jaren later schreef de apostel uit eigen ervaring in Romeinen 8:11 desondanks de bemoedigende woorden: 'en indien de Geest van Hem, die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, dan zal Hij, die Jezus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door zijn Geest, die in u woont'. De Geest van God bevrijdt de gelovige van zonde- en ziektemachten die het leven aantasten.

Om in dagen of zelfs jaren van beproeving te overwinnen, is volharding nodig om te verkrijgen hetgeen beloofd is (Hebr.10:36). Het is ook wel zeker dat Paulus later genezen is, want nergens lezen wij in de reisverslagen van de 'geliefde geneesheer Lucas', dat de apostel vanwege een ziekte uit de synagoge was geweerd. Dit gebeurde alleen maar om redenen van zijn prediking.

zie voor andere artikelen kvooverz