KVO 52e jaargang nr.6

J.E.v.d.Brink

JERUZALEM, indien ik u vergete

Natuurlijk of geestelijk?

Hoe is het mogelijk om Jeruzalem te vergeten? Deze stad trekt toch de aandacht van de gehele wereld. In Psalm 137 herinnert een voormalige balling zich de tijd, dat hij met zijn lotgenoten op een gebedsplaats aan Babels stromen was gezeten om daar de Here onder geween te aanbidden. De psalmdichter had geweigerd zich met zijn Babylonische omgeving te assimileren. Zijn treurdicht begint naar een berijming van Da Costa met de woorden: 'Aan Babels wateren gezeten, denk ik aan Sion en verteer. Jeruzalem! hoe zou ik u vergeten? Mijn rechterhand vergat zichzelf weleer'. Zijn haat tegen de onderdrukkers openbaart hij aan het slot: 'Gij, dochter van Babel, ter verwoesting bestemde, gelukkig is hij, die u zal vergelden hetgeen gij ons hebt aangedaan; gelukkig hij, die uw kinderen zal grijpen en tegen de rots verpletteren'.

Wat doen nu vele christenen met het eerste en laatste gedeelte van deze psalm? Voor hen is er slechts één onvergetelijke stad, waarover ze voortdurend spreken en schrijven. Nostalgisch zingen ze: 'Toen ik eens lag te slapen, had ik een schone droom. Ik zag het oud Jeruzalem, 'k stond aan de tempelzoom'. Als wij de eerste regels van psalm 137 letterlijk in de natuurlijke wereld opvatten, hoe zit het dan met het laatste? Moeten de kinderen van de vijand die nu misschien Palestijnen heten, op wrede wijze doodgeslagen of de benen gebroken worden? Verklaart men zulke misdadigers zalig? Of zullen wij terecht deze wraakpsalm in de geestelijke wereld transponeren? Petrus schreef, dat de profeten over de voor óns bestemde genade hebben gesproken: 'Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar óns dienden' (1 Petr.1:10-12). Babel is in het Nieuwe Testament beeld van de verbasterde wereldwijde kerk, die geen verblijf meer schenkt aan de Heilige Geest, "maar een woonplaats is van duivelen, een schuilplaats van alle onrein en verfoeid gevogelte'. Deze grote hoer zit aan vele wateren en wie heeft niet van haar stromen gedronken? (Openb.17:1,18:2 en 3). Welgelukzalig is hij, die de dwaalgeesten en leringen van boze geesten in haar niet volgt, maar ze ontmaskert en verplettert tegen de rots, waarop Jezus Christus zijn gemeente bouwt. Wij leven in het jaar van het welbehagen des Heren maar ook in de dag van de wrake van onze God om alle treurende van het hemelse Sion, de gemeente van Jezus Christus, te troosten (Jes. 61:2 en 3). Deze stad zal ons meer dan ooit een zorg zijn.

Schaduwen van hemelse zaken.

Om bekend te raken met het beloofde land gebood de Here aan Abraham het in zijn lengte en breedte te doorwandelen. Het resultaat van deze kruistocht was, dat het verlangen van de aartsvader niet naar een aards vaderland uitging, maar naar een hemels. 'Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Izak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is'. Ook wij hebben geen blijvende stad, maar wij zoeken als het zaad van Abraham de toekomende (Hebr.11:9 en 10;13:14). Daarom pelgrimeren wij niet naar het aardse Jeruzalem maar zoeken het hemelse, dat boven is. Met de aartsvaders zingen wij: 't oog omhoog, het hart naar boven, hier beneden is het niet'. Is het niet opvallend dat bij christenen die zoveel over het aardse Jeruzalem schrijven, het hemelse een vergeten stad is geworden? Toch staat er: 'Gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem', dus tot de werkelijkheid in de onzienlijke wereld waar Christus de bouwer is. Daar zijn de ware aanbidders, die de Vader aanbidden in geest en in waarheid. Kiest dan waar gij hem dienen wilt!.

Paulus had zijn theologische opleiding in het oude Jeruzalem voltooid. Na zijn krachtdadige bekering merkte hij op, dat God hem van deze schoot zijner moeder, waar hij zijn opvoeding en onderricht ontvangen had, had gesepareerd. Voortaan was het hemelse Jeruzalem zijn moeder, die hem de nodige instructies schonk (Gal.1:13;4:26). Op hem was geschreven 'de naam van de stad mijns Gods'. Bij Jeruzalem gaan schaduw en werkelijkheid uiteen. Daar staat men voor de keuze: of het evangelie van Jezus Christus over het koninkrijk der hemelen te aanvaarden, of zijn geloof te verbinden met het zichtbare en vergankelijke. Het Jeruzalem van omhoog, waar de gemeente van Jezus Christus zo nauw mee verbonden is, is stralend en zonder rimpel. Deze stad is zeer reëel in de onzienlijke wereld. Haar kunnen en willen wij niet vergeten, want zij is onze stad en moeder.

Beloften en hun vervulling.

'Indien gij van Christus zijt, zijt gij zaad van Abraham en naar de beloften erfgenamen' (Gal.3:28).

Laat mij enkele beloften noemen: Abraham zou een groot en machtig volk worden. Met hem zouden alle volken der aarde gezegend worden. Zijn nageslacht zou de poort van zijn vijanden in bezit nemen. Ook Ismaël zou een groot volk worden, zodat het vanwege de menigte niet geteld kon worden (Gen.18:18 ;22:17; 21:12;35:11;21:18). Zijn de Joden nu een groot en machtig volk geworden? Hun aantal is iets hoger dan de bevolking van ons land. Wat betekent dit in vergelijking met de miljoenen mensen van de grote mogendheden, zoals de Sowjet Unie, de Verenigde Staten of China? Heeft Israel ooit de poort van zijn vijanden in bezit gehad, zo'n toegang als het Suez-kanaal of de straat van Gibraltar?

Zijn dan de beloften van de aartsvaders nooit vervuld? Jazeker, maar wel in de geestelijke wereld. Dit geldt immers ook voor Ismaël, die de stamvader werd van het Noordarabische steppenvolk met ongeveer 10 miljoen inwoners, die geregeerd worden door hun bedouïnen-vorsten. De betekenis van Ismael zit daarom niet in zijn aantal, maar in de religie van de meer dan 300 miljoen Islamieten. Haar invloed is zelfs nadrukkelijk merkbaar in ons eigen continent. Bij het machtige volk dat talrijk zou zijn als het zand der zee, denk ik niet aan de Joden maar aan de christenen. In christus worden alle volken der aarde gezegend. In de zichtbare wereld telt men ongeveer 850 miljoen leden van christelijke kerken. Het christendom is de grootste wereldgodsdienst. Denk ook aan het algemeen gebruik van de christelijke jaartelling. Onzichtbaar en niet te tellen bevindt zich onder deze christenheid het ware zaad van Abraham.

Van David werd gezegd dat hij op de troon des Heren zat (1 Kron.29:23).Dit was evenwel een schaduw van de werkelijkheid. Na zijn opstanding kwam Jezus als zoon van David in letterlijke zin op deze troon (Hand.2:30 en 31). De neergestorte tent van David wordt nu door middel van de gemeente opgericht (Hand.15:26). Op glorie rijke wijze herstelt Jezus hierdoor de dynastie van het huis Davids, want Hij bezit alle macht in hemel en op aarde. Zelfs de poorten van het dodenrijk, van de laatste vijand, zullen zijn gemeente niet meer overweldigen, want zij zullen de dood niet meer zien (Joh.8:51).

Het ware Jeruzalem.

Tijdens zijn omwandeling op aarde trachtte Jezus zijn volk in het oude Jeruzalem bijeen te vergaderen, maar het wilde niet. Nu verenigt Hij een gewillig, geestelijk volk in het hemelse Jeruzalem. 'Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen' (Filip.3:20). Hij sprak: 'Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen" (Joh.17:24). 'En wij zien Hem met eer en heerlijkheid gekroond' (Hebr.2:9). De belofte uit Psalm 86 wordt vervuld: 'Al de heid'nen door uw handen voortgebracht in alle landen, zullen tot u komen Heer. De volgende psalm noemt zelfs enkele namen: 'De Filistijn, de Tyriër, de Moren zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht'. Wanneer men in de staat Israël christenen ontmoeten wil, komt men terecht bij 130.000 Palestijnen, een woord afgeleid van Filistijnen. Tyrus is een bolwerk van de P.L.O. en ligt in Libanon, waar meer dan de helft der bevolking bij een christelijke kerk is aangesloten. De rooms-katholieke patriarch van Jeruzalem is een Palestijn en onder de adviseurs van Yasser Arafat zijn verschillende christen-Palestijnen. Een Palestijnse journalist beleed zijn geloof in het blad 'Christenen voor Israël' aldus: 'Het Jeruzalem van de Bijbel is niet de stad Jeruzalem het is een geestelijk Jeruzalem. Mijn opvatting over de Bijbel is dat zij, die de Messias afwijzen, die niet in Hem geloven, niet langer het uitverkoren volk van God kunnen zijn. Dus het is een truc, die Israël gebruikt'. 'Een ieder die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet!' (1 Joh.2:23).

Veertig jaar geleden schreef ik bij het ontstaan van de staat Israël: 'Wij geloven niet in een bevredigende oplossing van het Palestijnse probleem voor deze tijd. Het is nu met Israël als met een hongerige, die droomt dat hij eet, maar zijn maag is leeg bij het ontwaken, of als een dorstige, die droomt dat hij drinkt , maar bij het ontwaken is hij uitgeput vanwege de dorst (Jes.29:8). Indien men de krachtsinspanningen en de moed in aanmerking nemen zou, was inderdaad het beloofde land door Israël al verdiend. Maar Palestina blijft het land der belofte en dan zal de Here het voor hen moeten doen'.

'De Joodse Wachter' schreef in die dagen: 'Een harde strijd zal daarom de energie opeisen van alle Joden, die stam voor stam, hun weg zullen zoeken naar Eretz Israël. Het zal ons weer brengen in dezelfde situaties, waarin wij de eerste keer het land veroverd hebben; niet het gehele land ineens, maar beetje voor beetje. En het zal dan voor ons zijn, indien wij de woorden van Jakob tot de onze hebben gemaakt, dat wij het land in bezit hebben genomen met ons zwaard en onze boog' (Gen.48:22).

Om het land der belofte te verkrijgen geldt: 'Niet door geweld maar door mijn Geest'. Door geloof en geduld verkrijgt men het beloofde. Jozua gebruikte veel geweld om het land te veroveren. Daarom werd van hem gezegd: 'Indien Jozua hen in de rust gebracht had, zou God niet meer over een andere, latere dag gesproken hebben. Er blijft dus een sabbatsrust voor het volk van God over' (Hebr.4:8 en 9).

Men kan wel steeds herhalen 'Vrede over Jeruzalem', maar deze stad kent geen vrede. De Koning van Salem, de Vorst des vredes, resideert er niet. De roep 'vrede over Israël' wordt in Galaten 6 toegekend aan het geestelijk Israël. Er zal vrede zijn over hen, die noch aan de besnijdenis noch aan de voorhuid kracht toeschrijven, dus over hen die een nieuwe schepping zijn, anders gezegd over het Israël Gods.

Vergeet ik dan het oude Jeruzalem? Zeker niet. In de tijd van Paulus waren er al duizenden gelovige Joden en daarom sprak de apostel over een 'gedeeltelijke verharding' van Israël. Deze zou duren tot de volheid der heidenen zou ingaan, want de Verlosser was ook voor Jakob gekomen (Rom.11:25-32). Welnu, onder de grote schare volken die aan het einde van onze bedeling het nieuwe Jeruzalem binnentrekt, zal zich ook een grote stoet Joden bevinden.'Aldus zal gans Israël behouden worden', want de Joden die het nieuwe Jeruzalem binnengaan, behoren dan ook tot het Israël Gods. Wonende in het beloofde land en in het oude Jeruzalem, zullen zij allereerst burgers zijn van een rijk in de hemelen, 'want God heeft hen alle onder ongehoorzaamheid besloten, om Zich over hen allen te ontfermen'. Dan zullen de inwoners van het aards Jeruzalem zeggen': O, hemels Jeruzalem, hoe konden wij u toch eeuwen lang vergeten!'.

zie voor andere artikelen kvooverz