kvo 52e jaargang nummer 5 mei 1988

J.E.v.d.Brink

De geestelijke gaven

... en hoe we deze kunnen ontwikkelen

Verbinding van twee geesten

In een heenwijzing naar een nieuw tijdperk sprak Jezus tot zijn discipelen: 'Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn' (Joh.14:16,17).

Het woord 'Trooster' is de vertaling van 'Parakletos', een persoon die geroepen is om iemand terzijde te staan, dus een helper. De psalmist bad: 'Och schonkt Gij mij de hulp van uwe Geest'. De bepaling 'andere' (allos) betekent hier: van dezelfde soort, en niet van een andere (heteros) soort. De menselijke geest en de goddelijke Geest passen bij elkaar. Door de doop in de Geest verbinden zij zich tot een eenheid: 'Die zich aan de Here hecht, is één geest', dus eensgeestes (1 Kor.6:17). In gunstige zin wordt vervuld: 'De mens is Onzer één geworden' (Gen.3:22).

Van de Helper staat, dat Hij ons zal leren en ons te binnenbrengen wat Jezus heeft gezegd. Het kan dus zijn dat wij bij het Nieuwe Testament bepaald worden , maar ook dat wij geïnspireerd worden door de gedachten van Jezus die niet zijn opgetekend, of waarmee Hij nu bezig is. 'De leraar ter gerechtigheid' bezit natuurlijk Zelf onze begaafdheden optimaal. Hij tracht met zijn volmaakte kennis en kracht al onze begaafdheden, die slechts in de natuurlijke wereld tot ontwikkeling kwamen, op een hoger niveau te brengen. Door onze wedergeboorte zijn wij immers burgers van een rijk in de hemelen en bewoners van een nieuwe wereld geworden. Door zijn onderricht stimuleert de Heilige Geest onze onontwikkelde, menselijke bekwaamheden, opdat wij ook kunnen functioneren in de onzienlijke wereld. Wij horen daar met onze geestelijke oren en zien met onze verlichte ogen des harten, dus met de zintuigen van de innerlijke mens.

Begaafdheden

In plaats van de uitdrukking 'geestelijke gaven' gebruiken wij ook wel de aanduiding 'geestelijke begaafdheden'. Dit om duidelijk te maken dat wij ook hier met ingeschapen, dus aangeboren bekwaamheden te doen hebben. Zo is er natuurlijke wijsheid, die onderworpen is aan de geest van onze eeuw, en er openbaart zich een verborgen wijsheid, die alle dingen doorzoekt, zelfs de diepste gedachten en mysteries van het goddelijke Wezen (1 Kor.2:6-16). Bij ziekte of verwonding komt er een natuurlijk verweer in werking, dus een gave van genezing, maar de Geest in ons komt onze zwakheid te hulp door de latente genezingskracht te activeren, zoals er staat: 'Zo zal de Geest die in u woont ook uw sterfelijke lichamen levend maken' (Rom.8:11). Als wij met een zieke bidden, zal de Geest kracht verlenen, en zal de zieke genezen of sterk gemaakt worden (Jac. 5:14-16, Hand.3:16). De menselijke geest bezit de aangeboren bekwaamheid van het spreken in vreemde talen, maar de Heilige Geest die alle talen kent, brengt in ons de verborgen begaafdheid van het spreken in tongen tot ontwikkeling. Er bestaat een natuurlijke intuïtie, waardoor men inzicht verkrijgt in de geaardheid van mensen, maar er is ook een begaafdheid die ons de engelenwereld doet onderscheiden.

In Filippenzen 2:12,13 wordt meegedeeld, dat wijzelf door middel van ons kennen en kunnen onze behoudenis kunnen uitwerken, in het diepe en heilige besef van Gods tegenwoordigheid in ons. Met hulp van de Heilige Geest hebben ons willen, en ons werken met de geestelijke gaven, een gunstig resultaat, en wordt het heil verkregen. Als lastige kinderen kunnen wij de Geest in zijn arbeid hinderen en zelfs de Geest uitdoven, maar wij kunnen Hem ook alle ruimte geven om zijn opbouwend onderricht in ons te voltooien. De Leerkracht van omhoog kan ons alleen goed bijstaan, indien wij 'ijverig' meewerken en ons inspannen. Indien wij Gods medearbeiders zijn. Voor de juiste opstelling zullen wij wel aan de volgend voorwaarden moeten voldoen:

Vermeerder de kennis

De geestelijke gaven zijn onmisbaar voor de mens Gods, die verlangt volkomen te zijn en tot alle goed werk volkomen 'toegerust'. Er staat niet voor niets: 'Streeft naar de geestes-uitingen'. Wij bereiken het doel, indien wij als hemelburger door onze kennis van de waarheid, dus het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, naar ons hoofd, Jezus Christus, toegroeien. Wij zullen daarom kennis vergaderen van de dingen die wij niet zien. Dit is nu juist voor de natuurlijke christen het grote probleem.

De geest van de antichrist zet in onze tijd velen op het spoor van het occultisme, waardoor de geheimen van het rijk der duisternis ontdekt worden. De Geest van Christus wijst ons evenwel de weg door middel van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. De profeet Daniël, die zich zo menigmaal in de hemelse gewesten bewoog, voorspelde dat in 'de eindtijd velen onderzoek zouden doen en dat de kennis zou vermeerderen' (Dan.12:4). In onze gemeenten moet daarom de prediking van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen prioriteit hebben. Wij beseffen immers, dat wij in de laatste dagen van onze bedéling meer dan ooit de strijd hebben te voeren tegen de boze geesten, en zelfs tegen de overheden en wereldbeheersers.

Door vermeerdering van kennis wordt de bedekking die eeuwenlang op de christen gelegen heeft, weggenomen. De Here is in onze tijd bezig op de geestelijke berg Sion de sluier te vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking weg te nemen waarmee alle volken zijn bedekt (Jes.25:7). Zonder kennis van het Koninkrijk der hemelen gaat het huidige christendom verloren, omdat het een prooi wordt van het onzichtbare rijk der duisternis. Kennis van de geestelijke wereld verlicht de mens. Zij geeft hem macht over de engelen. Met de prediking van het evangelie van Jezus Christus zijn wij het tijdperk van de verlichting ingegaan.

Lopen wij niet het gevaar dat de kennis opgeblazen maakt? (1 Kor.8:1). Ja, indien zij een eigen leven gaat leiden en ons niet brengt tot het rechte gebruik der geestelijke gaven. Dan wordt zij de meetlat waarmee wij anderen meten en ook slaan. Wij zullen ons zeer bescheiden opstellen, want onze kennis is nog 'ten dele'. Wij zien nog maar enkele losse stukken van het grote geheel der hemelse realiteit. Het resultaat van onze kennis van de geestelijke gaven, die nodig zijn om de zuchtende schepping en ook onze beschadigde en zieke gemeenteleden te helpen, is nog pover. Terwille van hen moeten wij ons uitstrekken naar de volle kennis, teneinde het herstelplan van God te kunnen uitvoeren.

Gebruik de basisgave

Als een kind begint te spreken, krijgt het contact met zijn omgeving, hoewel het zelf nog niet altijd de volle betekenis van de woorden kent. Het spreken in tongen is de basisgave voor de christen om zich in de hemelse gewesten te laten ho-ren. Als hemelburger kan hij door middel van de glossolalie met God en de engelen converseren: 'Wie in een tong spreekt, spreekt tot God' en verder kan hij zich uiten 'in talen van mensen en engelen' (1 Kor.14:2,13:1). Het spreken in tongen verrijkt dus de innerlijke mens. De Heilige Geest is de souffleur van onze menselijke geest die het vermogen bezit om vreemde talen over te nemen. Deze basisbegaafdheid geeft ons entree in de geestelijke wereld. Wij spreken daar woorden zoals de Geest ons geeft uit te spreken. (Hand.2:4).

Bij zijn heengaan wees Jezus de gelovige erop, dat zij in zijn naam boze geesten zouden uitdrijven en in nieuwe tongen zouden spreken (Marc.16:17). Voor de bevrijding en herstel van de mens is deze samenwerking van geesteswerkingen nodig om overwinningen te behalen op het rijk der duisternis. Paulus, de man Gods, betuigde dat hij meer in tongen sprak dan de Korintiërs en hij menigmaal in zijn gemeenschap met God 'uitzinnig' was (1 Kor.14:18, 2 Kor.5:13 St.vert.). Het woord 'existemi', uitzinnig, betekent letterlijk zich verplaatsen. Men is dan in een gunstige betekenis der woorden: een 'displaced person', dat is ontheemd en van de aarde losgemaakt en in Christus (zijnde) overgeplaatst in de hemelse gewesten (Ef. 2:6). Langs deze weg worden de geestelijke begaafdheden geactiveerd. Durf daarom in geestvervoering te geraken zoals bijvoorbeeld Paulus en Johannes maar ook Jezus zelf (Joh.10:20 St.vert.). Onze christelijke cultuur is materialistisch, vormelijk en stijf, en wij worden er door afgeremd. Toch zullen wij het occulte rijk van de antichrist moeten overvleugelen door de krachtige werking van de Heilige Geest in ons. Voorwaarde is dan wel, dat wij vrij zijn van boze geesten, want anders vibreren zij mee en komt men in verwarring.

Breng lofoffers

Men stelt zich voor de ontwikkeling der geestelijke begaafdheden ook open door spontane deelname aan de lofprijzing in de gemeente. De apostel gaf de raad: 'Wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestesliederen, en zingt en jubelt de Here van harte' (Ef.5:18,19). De Rabbijnen duidden de psalmen aan met de naam 'lofliederen'. Wanneer de apostel schrijft: 'Heeft iemand een psalm' is dit volgens de kantekenaren van de Statenvertaling 'een lofzang, door ingeving van de Heilige Geest door Hem gemaakt tot Gods ere en stichting der gemeente. In de samenkomst worden allen opgebouwd door prediking en lofprijzing: 'Het woord van Christus wone rijkelijk in u, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst, en met psalmen, lofzangen en geestesliederen zingende, Gode dank brengt in uw harten' (Kol.3:16). Het is bijbels als wij tijdens de aanbiddingsdienst lofzingen met onze geest, maar ook lofzingen met ons verstand (1 Kor. 14:15). De lofprijzing met opgeheven handen is een teken van het aanbiddend zingen, dus van de verheffing van de innerlijke mens. Een gedicht uit de eerste eeuw van de christelijke jaartelling begint met: 'Ik strekte mijn handen uit en naderde mijn Heer; want de uitbreiding mijner handen is Zijn teken. Wanneer ik ze uitbreid, betekent dat de uitgespreide boom, die zich verheft op de weg van de rechtvaardige'.

Enkele maanden geleden had de voorganger van een gemeente waar ik een spreekbeurt vervulde, het volgende visioen: hij zag verschillende personen die hun handen omhoog wilden heffen, maar daarin bevonden zich halters, die hun bewegingen afremden, zodat ze hun handen maar heel weinig omhoog konden krijgen. (Een halter is een korte staaf, aan de uiteinden verzwaard door kogels of schijven. Men gebruikt ze bij gymnastische oefeningen tot verzwaring van de armbeweging). Het zware gewicht dat het opheffen der handen belemmerde, werd gevormd door de problemen, zorgen en frustraties dezer personen.

De juiste sfeer

De geestelijke gaven zijn het krachtigste werkzaam, wanneer in de gemeente het klimaat van het rijk Gods aanwezig is, dus van vrede, gerechtigheid en blijdschap. Toen de citerspeler speelde, kwam de hand des Heren op Elia en kon hij profeteren (2 Kon.3:15).

Saul raakte in extase, toen hij aan aantal profeten ontmoette, die in geestvervoering waren en die vooraf werden gegaan door een gezelschap musicerenden met tamboerijnen, fluiten en citers. Toen later bij een soortgelijke ontmoeting de Geest Gods over hem kwam, 'trok ook hij zijn klederen uit'. Er was toen geen onderscheid meer tussen de deelnemers, want allen waren in hun onderkleed, in de Statenvertaling 'rok' genoemd. Voor het aangezicht des Heren was ieder standsverschil verdwenen. Toen David voor de ark danste, deed ook deze koning dat in zijn linnen lijfrok. Zijn vrouw Michal verweet hem dat hij zich zo 'ontbloot' had ten aanschouwen van de slavinnen van zijn onderdanen. David antwoordde dat hij nederig wilde zijn in eigen ogen, om 'met' - zoals de Statenvertaling heeft - de dienstmaagden voor Gods aangezicht verheerlijkt te worden (1 Sam. 10:5-12; 19:23,24 en 2 Sam.6:12-23).

Wanneer wij in de samenkomst van de gemeente voor het aangezicht des Heren verschijnen, zijn allen gelijk. Voor ons is daar geen verschil in ras, stand, sekse, of cultuur, ook niet tussen rijk en arm, intellectueel of ongeletterd. In de gemeente wordt ook vervuld: 'Uw zonen en dochters zullen profeteren en uw jongelingen zullen gezichten zien'. God stort zijn Geest uit op alle vlees. Partijschappen halen echter de hemelse sfeer omlaag. Ook zij die zich aan de zijlijn van het arbeidsveld opstellen, bedenken de dingen die van de aarde zijn en veroorzaken wanorde in de geestelijke wereld. De charismatische begaafdheden werken dan niet meer, want de boze speelt erop in.

De liefdeban geeft de onmisbare positieve en blijde houding in de gemeente. Wanneer wij op zieken en gebondenen de handen leggen, vindt dit zijn oorsprong in de goddelijke liefde, die in onze harten is uitgestort. Wij willen onze beschadigde broeder of zuster, die alleen te zwak is om de boze te weerstaan, helpen, opdat ze genezen worden en vrijkomen. Een profeet die geen liefde tot de gemeente bezit, kan geen zuivere boodschap doorgeven, want hij wandelt niet in het licht. De liefde kwetst niemands gevoel, maar reageert ook niet uit een gekwetst gevoel. De geestelijke gaven werken alleen door de liefde. Dit ontbrak in de geestelijk begaafde gemeente te Korinte en de apostel schreef met een bedroefd hart: 'Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen' (1 Kor.11-30).

Jaag naar de volkomenheid

De pinkstergaven worden geactiveerd, wanneer wij ons geloof richten op een heilige en onberispelijke levenswandel. Paulus schreef: 'Zodat gij ten aanzien van geen enkele gave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus' (1 Kor.1:7,8). De geestelijke begaafdheden zijn onmisbaar, opdat geest, ziel en lichaam in hun geheel onberispelijk bewaard zijn bij de komst van Jezus (1 Tess.5:23). Het koren moet eerst rijp zijn, voordat het geoogst wordt.

Bij de opsomming van enkele geestesgaven in 1 Korintiërs 12:4-10 gaat merkwaardigerwijze de wijsheid aan de kennis vooraf. Het gaat er niet in de eerste plaats om dat wij veel weten, maar dat wij alvast oefenen met de kennis die wij al hebben. Onthoud goed: door het functioneren ontwikkelt zich een begaafdheid. Dat is dan tevens hier de openbaring van Jezus Christus in ons, dus het gelijkvormig worden aan zijn beeld. Wij zetten dan - hoe gebrekkig aanvankelijk - voort, 'al wat Jezus begonnen is te doen en te leren' (Hand.1:1). Hoe meer Jezus zo in zijn spreken en handelen door zijn discipelen gevolgd wordt, hoe groter de mogelijkheid is tot het tevoorschijn treden van een stralende gemeente zonder vlek en rimpel. De geestelijke talenten moeten zich onder ons ontwikkelen zoals een blad, een bloem en een vrucht aan een plant. 'Elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht drage' (Joh.15:2 St.vert.).

zie voor andere artikelen kvooverz