kvo 52e jaargang nummer 4 april 1988

J.E.v.d.Brink

Het is volbracht !

De schuld is betaald

Ongetwijfeld zal men ook dit jaar op het Paasfeest het bekende loflied zingen: 'Daar juicht een toon'. Het derde couplet begint met de bemoedigende woorden: 'Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles, is voldaan'. Bij het sterven leven wij immers met blijdschap verder. Wij zien de dood niet. De poorten van het dodenrijk zijn voor ons toegesloten. Onze inwendige mens verhuist dan uit het stoffelijk lichaam om bij de Heer te gaan wonen.

Het tweede zinsdeel van het lied luidt: 'Want alles, alles, is voldaan'. Jezus betaalde de losprijs, die nodig was om de mens vrij te kopen uit de slavernij van de satan. Als Lam van God werd van Hem getuigd: 'Want Gij zijt geslacht en Gij hebt uw dienstknechten voor God gekocht met uw bloed'. Zie op dit Lam, dat de zondeschuld der wereld wegnam. Als hoofd van de nieuwe schepping kan onze Here Jezus nu zijn vrijgekochte vrouw, de gemeente, tot Zich nemen en haar door deze innige verbintenis vervolmaken.

Wat betekent 'alles'?

De duivel bezoldigt het werk dat de mens voor hem verricht, met de dood. Dit negatieve loon, de schuld, geeft hem een claim op de mens. Van deze aanspraak zijn wij echter bevrijd. Door zijn lijden en sterven heeft Jezus het menselijk geslacht losgemaakt uit die greep van de vijand. Bij zijn heengaan wist de Here dat álles volbracht was, opdat de Schrift vervuld zou worden. Daarna klonk het kruiswoord: 'Het is volbracht!' (Joh. 19:28-30). Er zijn christenen die uit het woordje 'alles' concluderen, dat er verder voor de Zoon van God en voor ons niets meer te doen zou zijn. Zij zeggen: wij behoeven niet meer te strijden, want het ganse verlossingswerk is geschied. Ook zou het verkeerd zijn om nog duivelen uit te drijven, want wij hebben met een verslagen vijand te doen. Er is kracht in het bloed. Als de boze geesten je aanvallen, dek je onder het bloed. Wij zijn echter niet bedekt onder het bloed, maar dit bedekt onze schuld. De liefde van Christus bedekt onze zonden en daarom kunnen wij telkens een nieuw begin maken. De mensen worden niet naar hun schuld geoordeeld, maar naar hun werken. God kan zijn nieuwe schepping niet opbouwen met werkers der ongerechtigheid. Ook het witte gewaad der heiligen wordt geweven van hun rechtvaardige daden.

Door als overwinnaar het dodenrijk binnen te gaan heeft Jezus de basis gelegd voor een algehele onttroning van de duivel, die de macht over de dood had. De vijand heeft nu geen enkele claim meer op de mens. De wetteloze engelen van satan zitten echter ook bij ons nog 'in de lucht', evenals bij Paulus, opdat ook wij ons hart niet tot God zouden verheffen. Wij zwijgen die machten daarom niet dood, maar grijpen naar de wapenrusting Gods om weerstand te kunnen bieden op de boze dag en pal te blijven staan.

Tot nu toe heeft onze Here Jezus twee opdrachten volbracht. Nadat Hij in water en in de Heilige Geest gedoopt was, werd Hij in de volheid des tijds door de Vader als de alpha, het begin der schepping Gods, uitgezonden. Hij kreeg toen de taak om het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te prediken en te openbaren wat van de grondlegging der wereld verborgen was gebleven. Ook moest Hij de werken des duivels verbreken. Op een klein stukje van de wereld introduceerde Hij het herstelplan om ons een voorbeeld na te laten. 'Hij begon daar te doen en te leren'. In zijn gelijkenissen schilderde Jezus de situaties in de onzienlijke wereld en openbaarde Hij de kracht van God door allen te genezen, die door de duivel overweldigd waren. Na een periode van drie en een half jaar kon Hij tot zijn Vader zeggen: 'Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt'. Zijn eerste opdracht was hiermee volbracht.

Toen de hemelse troon onder zijn handbereik lag, vernederde Jezus Zich en ging Hij de voeten der discipelen wassen. Al zijn glorie gaf Hij prijs om een nieuwe taak op zich te nemen. Hij zou immers niet alléén de troon verwerven, maar vele zonen zouden deze heerlijkheid met Hem delen. Een korte periode van een nacht en dag brak aan, waarin Jezus aller dienaar werd. Hoewel Hij Gods gestalte bezat en Zijn gelijkheid met God geen roof behoefde te achten, heeft Hij er Zich toch van ontdaan. Toen de Heilige Geest Hem verliet nam Hij de gedaante van een slaaf aan om gelijk te worden aan alle andere mensen. Daarna volvoerde Hij de wil van de Vader, welke altijd het goede en volmaakte beoogt. Aan het einde van zijn lijden slaakte Jezus een luide kreet, omdat ook dit werk volbracht was. De betekenis hiervan drong zelfs tijdens zijn prediking door in het dodenrijk, want velen aanvaardden daar hun schuldvergeving en kregen hoop op een opstanding ten leven.

Het wederherstel aller dingen

Er wacht nog een derde taak voor de Zoon van God, namelijk om aan allen die de Vader Hem gegeven heeft, behalve vergiffenis van schuld, ook eeuwig leven te schenken. Hiertoe vergadert Hij zijn volk in het hemelse Jeruzalem en worden zijn volgelingen burgers van een rijk in de hemelen. Daar worden zij opgevoed, onderwezen en hersteld door de Heilige Geest, want het Jeruzalem dat boven is, dat is onze moeder. Op aarde is de gemeente de afschaduwing van de stad Gods. Haar leden nemen daar al groeiende de eerste opdracht van hun Meester over. Wereldwijd prediken zij het evangelie van het Koninkrijk en verbreken zij ook de werken des duivels. Tevens maken zij aan de overheden en machten de veelkleurige wijsheid van Gods heilsplan bekend. Bijna tweeduizend jaar wacht Jezus op het ogenblik, dat al zijn vijanden door ons tot een voetbank voor zijn voeten zijn gemaakt. De uiteindelijke overwinning van het Woord Gods, dat ook in de zonen Gods vlees en bloed werd, wordt in het hemelse Armageddon behaald. Vanuit het onzienlijke heiligdom klinkt na deze slag een luide stem: 'Het is geschied'. De afgevallen kerk onder leiding van de antichrist is dan ten onder gegaan. Een nieuw tijdperk vangt aan.

De volgende wereldperiode vangt aan met de woorden: 'Ik zag tronen en zij zetten zich daarop'. 'Een heerlijk morgenlicht breekt aan, de zonen Gods zijn opgestaan'. Jezus heeft dan zijn gemeente voltooid en zij is onberispelijk geworden. De duur van deze lange aeoon wordt symbolisch weergegeven door een volheid van duizend jaren. De ganse zuchtende schepping wordt dan gesaneerd en geschoond door de nieuwe koningen onder leiding van de Koning der koningen. Dit tijdperk wordt afgerond, wanneer de satan met zijn aanhang in de poel des vuurs wordt geworpen.

Weer vangt een nieuwe bedeling aan. Een deel van de onzienlijke wereld wachtte nog op een totale zuivering. Vanaf de grote witte troon worden dan de dood en het dodenrijk geoordeeld. Door Hem die de sleutels ervan bezit, worden de poorten geopend. Zij wier namen in het boek des levens geschreven zijn, gaan door een poort naar de vernieuwde aarde en zij die de duisternis liever gehad hadden dan het licht, vluchten met de boze geesten door een andere poort naar de poel des vuurs, ver van het aangezicht des Heren. De laatste vijand is dan teniet gedaan. In een vernieuwde schepping - zichtbaar en onzichtbaar - groeien alle dingen, zich aan de waarheid en gerechtigheid houdende, naar de volmaaktheid toe. Het hemelse Jeruzalem is op aarde neergedaald en een stem van de troon kondigt aan: 'De waarachtige en getrouwe woorden Gods zijn geschied'. Daarna keert de ganse schepping, onder leiding van Hem, de omega, aan wie alle dingen onderworpen zijn, tot God terug. Deze neemt de heerschappij van zijn Zoon weer over, opdat het zij: 'God alles en in allen'. Dan is alles van het reddings- en heilsplan volbracht.

zie voor andere artikelen kvooverz