kvo 52e jaargang nummer 3 maart 1988

J.E.v.d.Brink

(lezers schrijven)

HOE STRAFT GOD DE MENS

Een zuster uit Utrecht gelooft dat de zondvloed door God werd veroorzaakt en niet door de machten der duisternis. Zij schrijft: 'In uw gedachtengang is echter de zondvloed niet een door God toegemeten straf geweest, maar was hij een aktie van de duivel'.

Inderdaad geloof ik dat uit God altijd het goede komt en nooit het kwade. Jacobus schreef aan zijn joodse broeders: 'Dwaalt niet' door het oudtestamentische denken vast te houden, dat het kwade uit God zou kunnen voortkomen. 'God is de Vader der lichten bij wie geen verandering is of zweem van ommekeer' (Jac.1:16,17). God is niet als de zon, die ten opzichte van de aarde wisselende standen inneemt, waardoor de verschillende jaargetijden ontstaan. De 'zweem' of 'schaduw' ziet op de op- en ondergang van de zon, waardoor dag en nacht, licht en duisternis ontstaan. Moge de zon telkens ten opzichte van de aarde veranderen, de verhouding van God jegens de mens blijft steeds positief. Wat van Hem 'afdaalt' is altijd goed en zijn wil steeds 'het goede, welgevallige en volkomene'. Ook van Jezus Christus wordt gezegd, dat Hij gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid dezelfde is (Rom.12:2, Hebr.13:8).

Wanneer een mens zich van God verwijdert, komt hij vanzelf in de duisternis. Zo kwam de verloren zoon in de ellende omdat hij het vaderlijk huis had verlaten. De straf of liever het loon der zonde is de dood, dat is de scheiding van God. Van de mensen die de duisternis liever hebben dan het licht, schrijft de apostel, dat God ze overgegeven heeft aan hun verwerpelijk denken. Om ons te redden leverde de Vader zijn Zoon over aan de machten der duisternis ten einde ons los te kopen. Ten tijde van de zondvloed was de aarde 'verdorven' en 'vol geweldenarij'. Zij ging tenonder vanwege de geweldgeesten die vrij spel hadden gekregen.

Om een goed Godsbegrip te verkrijgen, moeten wij ons oriënteren op de 'nieuwe leer' die Jezus bracht. Men moet de nieuwe lap van het Nieuwe Testament niet hechten aan het oude kleed van het Oude Testament en ook geen nieuwe wijn in oude zakken doen, want dan scheuren ze, sprak Jezus. Veel betekenend voegde Hij eraan toe, dat niemand die gewend is oude wijn te drinken, de jonge prefereert. Veel rechtzinnige Christenen vinden de oude wijn zo voortreffelijk, dat ze de nieuwe wijn niet lusten.

De schrijfster verwijst naar enkele plaatsen in het Nieuwe Testament om aan te tonen dat God straft: 'Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik' (Openb.3:19). Ik wijs erop dat het woord 'elencho', bestraffen, in Titus 1:13 en 2:15 vertaald wordt door 'weerleggen'. Het woord 'tuchtigen' (paidero) duidt allereerst op het trainen van kinderen. Het komt voor in zinnen als 'Mozes werd "onderwezen" in alle wijsheid der Egyptenaren' en 'Paulus werd "opgevoed" in Jeruzalem' (Hand.7:22 en 22:3). Het woord 'tuchtigen' kan ook weergegeven worden door 'berispen', zoals in de King James-vertaling. Wij zouden dus kunnen lezen: 'Allen, die Ik liefheb, berisp Ik en onderwijs Ik'.

Verder verwijst onze zuster naar Openbaring 2:20-23. Hier wordt gesproken van de vrouw Izébel, 'die gij laat begaan, die zegt dat zij een profetes is, en zij leert en verleidt mijn knechten om te hoereren en afgodenoffers te eten. En Ik heb haar tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij wil zich niet bekeren van haar hoererij. Zie, Ik werp haar op het ziekbed en hen, die met haar overspel bedrijven, breng Ik in grote verdrukking, indien zij zich niet van haar werken bekeren. En haar kinderen zal Ik de dood doen sterven'.

De symbolische naam Izébel herinnert ons aan een vrouw met wie koning Achab huwde en zo Israël binnengebracht werd. Deze vreemdelinge uit het afgodische Sidon voerde de Baälsdienst in en doodde de profeten des Heren, en Israël liet haar begaan. Zo was ook een valse profetes in de gemeente van Thyatira binnengekomen. Zij bracht vele gemeenteleden, die haar geestelijke kinderen werden genoemd, tot afval en tot ontucht in de geestelijke en natuurlijke wereld. Ook haar liet men begaan. De Here had haar een tijd gegeven om zich te bekeren, maar zij sloeg er geen acht op. Dan wordt zij prijsgegeven aan de machten der duisternis en overgeleverd aan de satan tot verderf van haar vlees (1 Kor.5:5). Haar ziekbed was wel geen middel tot bekering, maar de mogelijkheid ervan werd er niet door uitgesloten en bedenktijd had ze wel. Ook de gemeenteleden die zij geestelijk onderricht had, stierven een geestelijke dood als gevolg van hun eigen zonden. De Here doodt niet, maar geeft de mens over aan diens eigen vrijwillige keuze. Wie evenwel de woorden van Christus bewaart, zal leven tot in eeuwigheid.

zie voor andere artikelen kvooverz