kvo 52e jaargang nummer 2 februari 1988

Henk de Cock

L E V E N S

V E R N I E U W I N G

Een van de grote waarheden die de bijbel ons leert, is het feit dat niemand in staat is het menselijk gedrag blijvend te veranderen, tenzij er een diepere ommekeer in het innerlijk plaatsvindt. Wij kunnen de levenswandel van de mens, zijn handelwijze niet wijzigen, als er niet iets gebeurt dat zijn hart raakt en verandert.

We mogen daarom de bijbel en het evangelie niet verwarren met een moraalleer die de gedragingen van de mens in toom tracht te houden door middel van goede raad of geboden. De redding van de mensheid ligt niet in de verandering van uiterlijke zaken, maar in de verandering van het hart. Zoals Jezus zei: 'Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen' (Matt.15:19).

De daden van een mens weerspiegelen wat er in zijn binnenste leeft. Niemand pleegt een moord, tenzij hij haat in zijn hart heeft. Een mens wordt tot diefstal aangezet wanneer er gierigheid en hebzucht in zijn innerlijk aanwezig zijn. Alles wat gedaan wordt, hetzij goed of kwaad, komt voort uit het menselijk hart.

Het evangelie is geen poging om het menselijk gedrag te controleren door middel van goede raad of strenge wetten. God is de Schepper van hemel en aarde en van alles wat daartoe behoort. De oplossing die Hij aanbiedt aan de mensheid is de verandering van de gezindheid van zijn hart en de bevrijding van de slavernij van de zonde. Dáár ligt namelijk het werkelijke probleem van het menselijk geslacht. Het gedrag van mensen en de corrupte maatschappij zijn slechts symptomen van diepere oorzaken. Ze zijn geen kwaad dat op zichzelf staat.

Veel filosofieën en godsdiensten proberen de maatschappelijke misstanden te bestrijden door middel van discipline en positieve gedachten. God pakt echter de wortel van het kwaad aan. Hij biedt een oplossing aan in de vorm van een scheppingsdaad: 'Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbij gegaan, zie, het nieuwe is gekomen' (2 Kor.5:17).

In Efeziërs 2:10 lezen we: 'Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen'.

Niemand wordt 'goed' door het doen van goede werken. Immers de goede werken die God wil dat we doen, moeten een weerspiegeling zijn van dat wat er in ons innerlijk leeft. Wie met een onveranderd hart godsdienst bedrijft, verbergt zijn ware gezindheid onder een religieuze mantel! Daarom zegt Gods Woord: 'Hij heeft, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest' (Titus 3:5).

De oplossing die God aanbiedt aan allen die gered willen worden, is de verandering en bevrijding van de innerlijke mens. In plaats van het kwaad door wetten en verordeningen in toom te houden of de zonde te verbergen achter een religieus masker, mag de zondaar zich tot Christus wenden om vernieuwing van zijn karakter te ontvangen.

De apostel Petrus zei daarover: 'Door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst (2 Petr.1:4).

De oplossing die God de zondaar aanbiedt, is de vernieuwing van zijn karakter, de verandering van zijn hart. We kunnen de inzettingen van onze Heer pas echt in acht nemen, als onze Heiland ons hart transformeert, zoals Ezechiël 36:26 en 27 zegt: 'Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt'.

Dit nu is de inhoud van het evangelie van Jezus Christus, die aan de zondaar een nieuwe geboorte aanbiedt in antwoord op zijn berouw en geloof. Gods oplossing voor de zondaar bestaat niet in het opleggen van religieuze verplichtingen, maar in innerlijke omkeer. Op de vernieuwing van het hart zal ook de wijziging van het gedrag volgen, de verandering van het gezinsleven en tenslotte de omkeer in de maatschappij. Is het verwonderlijk dat de bijbel daarom zegt: 'Mijn zoon, geef Mij je hart'?

zie voor andere artikelen kvooverz