kvo 52e jaargang nummer 2 februari 1988

J.E.v.d.Brink

GETROUW in de ROEPING

'geen mens kan iets aannemen, of het

moet hem uit de hemel gegeven zijn'

De plaatsing van onderstaand artikel komt bijna een kwart eeuw te laat. Oorspronkelijk geschreven als inleiding voor een 'voorgangers-vergadering' aan het begin van de jaren zestig, had het ook een bijdrage voor ons blad moeten worden.

Van dat laatste is het nooit gekomen. Ongebruikt verdween het artikel in ons archief om er onlangs - na bijna vijfentwintig jaar - weer uit te voorschijn te komen. Als spijze te rechter tijd!

Is sindsdien in den lande een nieuwe generatie voorgangers aangetreden, ook nu nog zijn de spanningsvelden die de schrijver signaleert onder voorgaande broeders, heel reëel aanwezig. Nog steeds geldt hun de uitdaging om de beperkingen van eigen bediening te erkennen en respect op te brengen voor de positie die anderen in het Koninkrijk Gods bekleden. Nog steeds geldt dat het zoeken naar een diepere geloofsinhoud gepaard moet worden aan een zich openstellen voor een verrijkende geloofsbeleving. De ware leer zal altijd leven wekken! Wie het Woord hoort, zal het ook moeten doen.

Peter Bronsveld

Het antwoord van Johannes

Mensen met een roeping kennen geen jaloersheid! Als een dienstknecht van God de stem van de Meester verstaan heeft, komt er grote blijdschap in zijn hart. Welk een voorrecht om mede-arbeider te mogen zijn van de eeuwige en grote God!

Johannes de Doper was zo'n geroepene. Hij kende zijn taak en wist zijn opdracht. Geen mens kon dit van hem nemen en niemand kon zijn blijdschap roven. In Johannes 3 lezen wij hoe de duivel trachtte deze zekerheid bij hem weg te nemen. Goedbedoelende lieden, maar gebruikt door de vorst der duisternis, zeggen: 'Rabbi, die met u was aan de overzijde van de Jordaan en van wie gij getuigd hebt, zie, die doopt en allen gaan tot Hem'. Zij wijzen Johannes op de ondankbaarheid van Jezus. Zij menen dat deze door Johannes in het zadel geholpen is. Johannes heeft Hem geïntroduceerd en wat is het resultaat? Oneerlijke concurrentie! Nu gaat deze Jezus ook al dopen door middel van zijn discipelen. Jezus krijgt nu de grote toeloop en Johannes' kring wordt kleiner. Dit behoeft Johannes toch niet te nemen. Dit is niet eerlijk. Zij sporen Johannes aan zich hiertegen te verzetten. Hij moet zich verdedigen tegen degene die hem berooft. Maar wat is het antwoord van Johannes? 'Een mens kan niet nemen dan hetgeen hem van de hemel gegeven is' (Joh.3:27). Johannes kan zich niet tot bruidegom opwerpen, als hij slechts de vriend van de bruidegom is. Reeds van het eerste ogenblik af, is Johannes vanwege zijn roeping als wegbereider veroordeeld om beroofd te worden. De grootheid van de voorloper kan slechts een voorbijgaande zijn. Indien hij zich tegenover Hem, wien hij geroepen was de weg te bereiden, wil staande houden, zou hij nemen wat hem niet gegeven was.

Hoe groot was Johannes in zijn trouw aan de roeping! Niemand in het oude verbond was groter dan deze Godsman!

Onze roeping

Kennen ook wij als Pinkstervoorgangers, als evangelisten, als leraars, als profeten, als schrijvers, onze roeping? Weten wij ons persoonlijk door God geroepen te zijn? Als Pinksterbroeders zijn wij toch overtuigd dat wij de stem van de Heilige Geest klaar en duidelijk kunnen horen? Hebben wij deze gehoord in verband met onze arbeid? Nu, dan kennen wij ook de cirkel die de Here om ons getrokken heeft. Binnen deze kring ligt ons arbeidsveld. Daar bevindt zich ook onze zegen en onze blijdschap. Als wij in deze cirkel blijven, behoeven wij ook geen vrees te hebben voor oneerlijke concurrentie. Binnen deze begrenzing kan niemand ons iets doen. Onze positie is onaantastbaar, want wij zijn in onze plaats uitverkorenen van God. Hij die ons geroepen heeft, zal ons ook bevestigen. Wij hebben geen handigheid nodig, geen slimmigheid, geen gekonkel om ons te kunnen handhaven. Wij hebben een rijke opdrachtgever en behoeven geen aardse strijdmiddelen om ons staande te houden. Slechts degene die buiten zijn cirkel gaat of degene die onzeker is, of die in het geheel niet geroepen is, kent angst en jaloersheid. Hij strijdt tegen zijn medebroeders, omdat hij meent dat dezen hem weg willen drukken van de plaats, die hij zich met zoveel inspanning en strijd heeft verworven. Beklagenswaardige dienstknechten! Hun trouw en blijdschap in het vervullen van hun roeping heeft plaats gemaakt voor de vrees voor de andere dienstknecht. In plaats van samenwerking in de zaak des Heren zijn ze erop uit buiten te sluiten of zoals de bijbel het zegt: hun mededienstknechten te slaan.

Geen onderlinge naijver

Jaloerse mensen moeten zichzelf handhaven. Deze houding voert tot hoogmoed. Men mag dan minder zielen bereiken, het mag saai worden in de Pinkstersamenkomst, er mogen dan geen wonderen en tekenen meer gebeuren, geen profetieën of gezichten meer zijn, maar men heeft dan toch maar de rechte leer.

Zij verschijnen ook onder ons, de orthodoxe Pinksterbroeders die steil in de leer zijn, maar over hun medebroeders slechts een ongunstig oordeel hebben en andere oproepen zich mede van de 'onzuiveren' te distantiëren.

Broeders, wij hebben een machtige boodschap te brengen, rijker dan die van Johannes de Doper. God roept ons om in Nederland het volle evangelie te verkondigen. Er zijn twaalf miljoen Nederlanders. Vijf en negentig procent kent dit verlossende en bevrijdende evangelie niet. De massa is er nog onbekend mee.

Laten wij toch geen broeders bestrijden die enigszins anders optreden dan wijzelf. Wij hebben niet te veroordelen, maar wij zullen ons verblijden als het volle evangelie verkondigd wordt, ook al zou dit naar onze mening onder een dekmantel gebeuren.

Laten wij van de Here vragen of wij nauwkeurig mogen weten wat in dit grote werk onze taak is. Laten wij onszelf dan afvragen, indien nodig: waarom komen in onze samenkomsten zo weinig tot bekering, waarom vinden zo weinig gebondenen bevrijding, waarom worden er zo weinig zieken genezen? Waarom worden er zo weinig vervuld met de Heilige Geest en waarom functioneren de geestesgaven niet bij ons? Dit behoort toch bij het volle evangelie. Hebt u wel een zuivere leer, een orthodox Pinksterevangelie? Draagt het dan ook rijke vrucht? Of mist u de hemelvreugde in uw samenkomsten? Kan de oorzaak zijn dat er in uw hart jaloersheid is, afgunst of naijver?

Wat is Pinksteren

Pinksteren is geen leerstellig betoog. Een leer is in zoverre goed, indien zij meer gemeenschap schenkt met God, meer de zonde doet overwinnen, meer vrede in het hart geeft, meer blijdschap geeft in de Heilige Geest. Indien u zo rijk bent als uw leer voorschrijft, is er geen behoefte meer om uw medebroeders te bestrijden. Terwijl er zovele zieken zijn, zoveel verlorenen, zovele gebondenen voor wie wij een boodschap hebben, moet ons de tijd ontbreken te twisten.

Wij haten die duistere machten in het rijk van satan en wij willen de demonen overwinnen en uitdrijven. Wij willen blijde en bevrijde gezichten zien. Dan is het Koninkrijk der hemelen nabij gekomen! De duizenden in ons land worden niet toegebracht, omdat wij zulke onderlegde en gestudeerde predikers hebben. Zij worden gewonnen, omdat wij iets ervaren hebben van de kracht van de Heilige Geest. Zij worden in het Koninkrijk Gods gebracht door dezelfde methoden die eenmaal de eenvoudige eerste christenen kenden. Deze werkwijze was naar Gods wil.

Zo roept God ook nu nog mensen met een hemelse roeping. De Here Zelf bevestigt deze roeping door er kracht aan te verlenen. Zonder deze roeping kan een mens slechts imiteren en heeft hij behoefte aan show. Om zijn positie dan te ondersteunen heeft men eer van mensen nodig en weldra zoekt men deze meer dan de eer die God geeft.

Op naar eenheid

Onze eenheid zullen wij niet vinden in gelijkschakeling van allerlei leerstellingen of het opstellen van belijdenisgeschriften. Het onderschrijven ervan is noch een bewijs van wedergeboorte, noch een bewijs van hemelse roeping. Bovendien hebben zij die door de Heer in het felst van de strijd geplaatst zijn meestal geen tijd om zich dagenlang met formuleren bezig te houden. Nogmaals, Wij krijgen deze eenheid niet door dogma's te accepteren, maar door zij aan zij ons te werpen in de strijd tegen het rijk der duisternis, achter Jezus Christus aan en ieder op de plaats waar Hij hem gesteld heeft en waarvoor Hij hem geroepen heeft.

In die strijd zullen geen leerstellingen ons leiden, maar Gods Geest en anders hebben wij ons beginsel als Pinksterchristenen verloochend. Daarom kunnen wij de broeders de hand drukken, ook al komen zij samen in dezelfde stad in een andere plaats. In onze grote steden is plaats voor honderden Pinksterkringen en deze behoeven niet alle naar hetzelfde model te zijn. Onderlinge twist is een bewijs dat men niet zeker is van zijn zaak en van zijn hemelse roeping. Anders zou men God voor zich laten strijden!

De nieuwe tijd is gekomen. De Heer gaat zuiveren en gaat toebrengen. De tijd van de grote doorbraak is er. God kan alleen mannen gebruiken met een positieve levenshouding. Niet diegene die zeggen: 'Wij alleen hebben de zuivere Pinksterleer', maar die doen wat de Heer zegt.

Laten wij ons beijveren om getrouw de Heer te volgen en getrouw te zijn in de roeping waarmee Hij ons geroepen heeft. Zoals Johannes getrouw geweest is in zijn roeping. En laten wij ons verheugen wanneer wij zien dat het heil allerwegen wordt geopenbaard door de arbeid van broeders, zoals Johannes zich verheugde in de openbaring van Christus.

zie voor andere artikelen kvooverz