kvo 52e jaargang nummer 1 januari 1988

Henk de Cock

O P E N B A R I N G

Een van de moeilijkste dingen in de samenleving is het onderscheiden van dat wat zich nu precies in de gedachten en het hart van de ander afspeelt. We weten pas wat er bij de ander leeft wanneer deze bereid is zich aan ons mee te delen en de geheimen van zijn hart bloot te leggen. Niemand kan precies weten wat de ander wil en denkt als hij alles voor zichzelf houdt.

Als dit al moeilijk is met mensen die in onze eigen omgeving leven, hoeveel te moeilijker moet het dan zijn voor de mens om een God te leren kennen. Een machtig Opperwezen, dat niemand ooit gezien heeft, en dat ook onmogelijk waargenomen kan worden.

In 1 Korintiërs 2:11 lezen we: 'Wie toch onder de mensen weet, wat in de mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods'.

De geestelijke verblinding van de mens is een duidelijk bewezen feit. We lezen erover in de bijbel, maar we weten het ook door de ervaring. Het menselijk wezen is niet in staat God te leren kennen zonder dat Deze hem daarin tegemoet komt.

De apostel Paulus bevestigde deze waarheid door de woorden: 'Een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is' (1 Kor. 2:14).

Wil de mens God leren kennen, dan is hij dus volkomen afhankelijk van zijn Woord. Het is nu door middel van de bijbel dat God Zich tot de mens richt en dat Hij kontakt met hem opneemt en communiceert. Alleen door de Schrift kunnen we echt weten hoe God in werkelijkheid is - zonder het gevaar te lopen dat we een beeld van Hem krijgen dat vertekend is door allerlei menselijke veronderstellingen en tradities. Nimmer zullen we Gods wonderbaarlijke wezen leren kennen door subjectieve fantasieën en veronderstellingen van mensen. Dit zal alleen kunnen gebeuren dankzij het Woord van God en de openbaringen die de Heer van Zichzelf geven wil.

We hebben een God die Zichzelf aan de mens openbaart, opdat wij de ondoorgrondelijke rijkdommen van zijn wezen zouden leren kennen. Het woord 'openbaring' dat veel in de bijbel voorkomt, betekent niet dat de Heilige Geest ons allerlei kleine, geheime wetenswaardigheden meedeelt die van weinig belang zijn voor de geestelijke groei van de mens. 'Openbaring' heeft te maken met een geestelijke verruiming van ons denken. Zij stelt ons in staat de geestelijke dingen in ons op te nemen en te doorgronden. Zo kunnen we in 1 Korintiërs 2:9 en 10 lezen: 'Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods'.

Je komt nogal eens gelovigen tegen die zich bezighouden met allerlei persoonlijke openbaringen en voorspellingen, terwijl ze geestelijk toch even blind blijven - verstoken van de werkelijke kennis van God en diens wil. Er is hier dan duidelijk sprake van een ontwaarding van het begrip 'openbaring'.

Luister maar eens wat Christus zei over de openbaring die de apostel Petrus van God ontvangen had. Op een gegeven ogenblik vroeg Jezus zijn discipelen: 'Wie zegt gij, dat ik ben?' Waarop Petrus antwoordde: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Dit geestelijk inzicht had Petrus niet van zichzelf maar van God. 'Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, die in de hemelen is'.

Wat we allen nodig hebben, is, dat God onze geest verlicht door zijn Heilige geest, opdat we in geestelijk opzicht groeien kunnen. Het is daarom nodig dat we ons in de eerste plaats tot het Woord van God wenden, want het is de Schrift die van God en van Jezus getuigt.

In de tweede plaats moeten we ons overgeven aan de Heilige Geest, opdat deze ons hart verlichten kan. De Geest werd niet uitsluitend uitgestort om de gelovigen te bemoedigen en hun enthousiasme te vermenigvuldigen, Hij werd gegeven opdat we de diepten van Gods wezen en bedoelingen zouden leren kennen.

Van dit 'eeuwige leven' getuigde Jezus zelf in Johannes 17:3: 'Dit nu is het eeuwige leven, dat zij u kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt'.

Zo is er sprake van een schreeuwende noodzaak voor het volk van de Heer om zich opnieuw te wenden tot het Woord van God. Tegelijkertijd is het onontbeerlijk dat Gods Geest ons zijn zalving schenkt opdat God ons de ogen openen kan voor zijn wil.

In Lucas 24:45 lezen we dat Jezus het verstand van zijn discipelen opende, opdat zij de Schriften zouden begrijpen. Zonder een openbaring van de Heilige Geest zal het menselijk verstand onmachtig zijn om de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te doorgronden.

Maar Jezus is getrouw, en Hij zal ons denken vernieuwen, opdat wij zullen weten wat de goede, welgevallige en volkomen wil van God is.

 

zie voor andere artikelen kvooverz