kvo 51e jaargang nummer 10 oktober 1987

Henk de Cock

PROFETIE maakt GESCHIEDENIS

Hoe interpreteren wij als kinderen van God de geschiedenis der mensheid? Is die voor ons van geestelijke betekenis? Spelen de dingen die om ons heen gebeuren een rol in de uitbreiding van het Koninkrijk van God?

Deze vragen zijn van groot belang. In het byzonder omdat het nodig is goed inzicht te krijgen in de profetische gave die de Geest in deze dagen in ons midden openbaren wil.

De zin van de geschiedenis

Er bestaan onder gelovigen verschillende opvattingen over dat wat in de wereld gebeurt. Sommigen denken dat het maar het beste is om de feiten waarmee men geconfronteerd wordt te negeren. Dergelijke mensen lezen nooit een geschiedenisboek of krant. Evenmin interesseren zij zich voor de nieuwsdiensten. De geschiedenis heeft hen niets te vertellen in geestelijke zin, menen zij. En als eenmaal de eind-catastrofe komt, dan wordt de gemeente toch opgenomen. Waar zou je jezelf dan ook druk over maken...?

Er zijn anderen die zich wél overal van op de hoogte houden. Zij willen overal iets van af weten, maar ontkennen de geestelijke betekenis van de gebeurtenissen om hen heen. Voor hen is de geschiedenis slechts een opeenvolging van toevalligheden waar verder geen enkele les uit te leren valt.

Weer anderen zien de geschiedenis der mensheid als iets dat gemanipuleerd wordt door verborgen krachten buiten het bereik van ons verstand en onze controle. We dragen dan ook geen enkele verantwoording voor hetgeen er rondom ons heen gebeurt. De mens is immers slechts een slachtoffer van allerlei onvermijdelijke factoren. Ongelovigen spreken in deze zin over het 'noodlot' en over de invloed van de dierenriem. Van negatieve en positieve krachtvelden.

Veel christenen gedragen zich precies hetzelfde en menen dat ze willoos worden voortgesleept door een vloedgolf van omstandigheden die door een soevereine God gedicteerd worden. Krachten die door de mens niet beïnvloed, noch veranderd kunnen worden. Het vroomste is om je maar passief in je lot te schikken...

Gods eeuwige voornemen]

We kunnen echter veel leren van de profeten als het gaat om een juiste interpretatie van de geschiedenis. Zij zagen in dat alles wat er in de natuurlijke wereld gebeurt, als een rad cirkelt om een middelpunt, namelijk Gods eeuwige voornemen. Alles wat er geschiedkundig in de Schriften staat geregistreerd, van Genesis tot Openbaring, draait om het plan van God om Zich een eigen volk te vergaderen uit alle stammen, natiën en tongen. 'God is er van meet aan op bedacht geweest een volk voor Zijn naam uit de heidenen te vergaderen. En hiermee stemmen overeen de woorden der profeten' (Hand.15:14 en 15). Het centrum van het profetisch denken is : 'Gods volk'. En dit goddelijk einddoel van zijn scheppingswerken staat ook centraal in het verloop van de geschiedenis der mensheid.

De profeten zijn de ogen van Gods volk (Jes.29:10). En profetieën zijn als raderen, als velgen vol met ogen die alle gericht zijn op het ene centrale punt. Raderen binnen raderen, de ene met een kleinere straal, de andere verder reikend. Of ze nu groot zijn of klein, alle draaien als concentrische cirkels om hetzelfde middelpunt heen. Terwijl de ene profetie een meer lokale betekenis heeft, hebben andere weer een wereldwijde omvang. Hoe het ook zij, bij profetie gaat het altijd om hetzelfde grote thema: Gods volk als middelpunt van de wereldgeschiedenis.

Werken aan de geschiedenis

Profetie en geschiedenis zijn onderling met elkaar verbonden. Aan de ene kant zien wij hoe de geschiedenis ons langzaam voert tot de voltooiing van Gods einddoel: de gemeente. Aan de andere kant zien we hoe het profetisch woord ons oog nu al richt op dit einddoel, zodat we deel kunnen hebben aan de voltooiing ervan.

Profeten zien dan ook duidelijk dat we in de wereld niet te maken hebben met toeval of willekeur, met allerlei gebeurtenissen zonder samenhang. Nee, het gaat alles om de ontvouwing van Gods heilsplan voor de volkeren en de toebereiding van een volk Gode ten eigendom.

De geweldige betekenis van de geschiedenis komt wel sterk naar voren door de liefde die de profeten ervoor toonden. Dat blijkt uit het feit dat de oudtestamentische 'zieners' tevens de geschiedschrijvers van Gods volk waren. Zij waren het die nauwkeurig de gebeurtenissen in de Schriften registreerden (1 Kron.29:29; 2 Kron.9:29; 12:15; 13:22; 20:34). Jezus noemde trouwens de geschiedkundige boeken de 'Profeten' (Luc.24:27).

Doorzicht

De profeten waren echter niet alleen geschiedschrijvers. Ze deden ook geweldige voorspellingen. Hoewel zij geen onmiddellijke oplossingen brachten voor de dagelijkse nood van het volk, richtten zij met hun woorden het oog van Gods kinderen op het einddoel. Zij hielden zich niet bezig met nieuwsgeving als informatie, maar interpreteerden de gebeurtenissen. Terwijl het volk meestal niet verder zag dan de uiterlijke omstandigheden, zagen zij achter de gebeurtenissen de geestelijk faktoren die in werking waren. En dat is nu de grote waarde van de profetische gave! Terwijl de meesten geneigd zijn zich alleen maar druk te maken over de symptomen en zich inspannen om de dreiging en de nood van de stoffelijke wereld te lenigen, grijpt de profeet naar de reden waaròm deze dingen gebeuren. Hij stelt de vraag: 'Wie is de wijze man, die dit begrijpt, hij, tot wie de mond des Heren gesproken heeft, dat hij het kan verkondigen? Waarom is het land te gronde gegaan, doods geworden als de woestijn, waar niemand doorheen trekt?' (Jer.9:12). En uit de gebeurtenissen in de stoffelijke wereld rondom is altijd af te leiden of het goed of slecht gaat met Gods volk in hun geestelijke strijd!

Gods volk staat centraal in de wereldgeschiedenis. Niet als politieke macht of sociale heilstaat, maar als geestelijke factor achter het verloop van de historie. Aardsgerichte profetieën en interpretaties komen dan ook niet overeen met het profetische woord, want de 'ziener' van Gods volk behoort ons oog te richten op de grote geestelijke verantwoording die de gemeente draagt in het wereldgebeuren. Door gebrek aan profetisch inzicht drijft de aandacht van Gods kinderen meer en meer af naar politieke dreigingen, naar sociale en financiële problemen of naar natuurrampen, als waren deze dingen losstaande feiten, zonder geestelijke achtergronden.

Terwijl men zich beangstigt om het woelen der natiën, richt de profeet ons oog weer op Hem die in de hemel zetelt, op Hem die spot en lacht. De profeet maakt ons weer bewust, dat God ondanks alles zijn Koning heeft gesteld over Sion (Ps.2). De mens die ingesteld is op de dingen van de natuurlijke wereld, beeft voor de dreigingen van de militaire supermachten, terwijl de profeet uitroept: 'Zie, volken zijn geacht als een druppel water aan een emmer en als een stofje aan een weegschaal'. Zij zijn van geen gewicht en tellen helemaal niet mee in Gods bestek! 'Alle volken zijn als niets voor Hem, zij worden door Hem beschouwd als nietig en ijdel' (Jes.40:15-17).

De geestelijke wereld

Geen enkel waar profeet kwam onder de indruk van Babylon of Syrië. Deze wereldmachten verhieven zich immers en kwamen weer ten val als direkt resultaat van Israëls geestelijke gesteldheid! Door het geloof wisten zij dat de oorsprong van de stoffelijke gebeurtenissen in de geestelijke wereld lag. Ook Jezus toont ons aan waar we op toe moeten zien. Over militair geweld zegt Hij: 'Ziet toe, weest niet ongerust'. Maar over de geestelijke gevaren sprak Hij: 'Ziet toe, dat niemand u verleide' (Matt.24:4-6). En deze oproep om zich niet bezorgd te maken over stoffelijke gevaren, herhaalt zich in de nieuwtestamentische , profetische uitspraken: 'Weest niet bevreesd voor hetgeen gij lijden zult' (Openb.2:10).

Wereldvisie

Degenen die profetische begaafdheid bezitten, moeten zich nooit door kleinigheden laten afleiden van Gods wereldplan voor de gemeente. Zodra het oog van de profeet afwijkt van de essentie van Gods gedachten, verpaupert het geestelijk leven van de plaatselijke gemeente en verwildert het volk (Spr.29: 18). De profetieën die dan nog in de samenkomsten worden uitgesproken, worden dan een middeltje om allerlei persoonlijke belangen en vraagstukken op te lossen. Zodra men de gemeente van Christus niet meer ziet als overheersend element in het verloop van de historie, begint men het werk van de Heilige Geest af te buigen naar allerlei particuliere aangelegenheden. Dat wordt de reden waarom gelovigen deserteren uit de strijd om de herovering van de wereld, die bezet gebied is door de tegenstander. Deserteurs die zo voor hun eigen zaakje kunnen gaan vechten. De inzet voor de uitbreiding van het Koninkrijk Gods over de gehele wereld verdwijnt. Iedereen strijdt alleen nog maar zijn privé-oorlogje. Hoeveel moeite, die gestoken had moeten worden in de geestelijke opbouw van de gelovigen, wordt niet gebruikt voor de bouw van groeps-egoïsme.

In zo'n sfeer zijn profetieën niet meer dan een hulpmiddeltje dat de mensen op moet vangen in hun persoonlijke besluiteloosheid ten aanzien van het wereldwijde ideaal. Daar wordt de mensen alleen maar voorgehouden hoe de Heer bezig is met het eigen groepje! Gemeentelijke zelfgenoegzaamheid groeit ten koste van de door Christus gegeven taak in deze wereld. Men verblijdt zich erover dat men deel uitmaakt van een 'bijbels funktionerende gemeente' zonder acht te slaan op het feit dat het bijbelse, het profetische doel van de gemeente verloren is gegaan. ZO WORDEN GEMEENTEN GEESTELIJKE GHETTO'S!

Bedevaartplaats of bruggehoofd

Onze enige hoop is, dat de Geest weer profeten in ons midden doet opstaan, die de gemeente haar wereldwijde betekenis hergeven. Zo niet, dan worden plaatselijke gemeenten bedevaartplaatsen in plaats van bruggehoofden in de geestelijke strijd.

Wie nauwlettend acht slaat op de werking van de profetie in de eerste christengemeente, merkt al spoedig dat de profetische gave funktioneerde ter oriëntatie van de gelovigen in verband met hun opdracht tot het getuigen onder alle volken. Filippus, Ananias, Petrus, Agabus, de profeten in Antiochië, de apostel Paulus, allen ontvingen profetische openbaringen in verband met Gods eeuwig voornemen om Zich een volk te vergaderen uit alle natiën en tongen (Hand.8:26; 9:10-16; 10:6-16; 11:28; 13:1-3; 16:9-10; 18:9; 21:10-11; 23:11).

Geschiedenis maken

Geen van deze profetieën is voor privé aangelegenheden bestemd. Geen enkele profetie voor de opbouw van personen of groepjes buiten de context van de evangelieprediking aan de gehele schepping en de opbouw van de gemeente wereldwijd. De profetische gave tilde de gemeente uit haar isolatie als onbetekenende minderheid en plaatste haar in de hoofdlijn van de gebeurtenissen. De gemeente is niet het 'slachtoffer' van de geschiedenis, maar 'maakt' de geschiedenis, zowel in het verleden als in de eindtijd. Zelfs de bazuinen die de eindtijd aankondigen en waarmee de geschiedenis afgesloten wordt, komen niet door politieke en economische factoren gereed, maar door het reukwerk met de gebeden der heiligen (Openb.8:3-6). En het einde wordt beslist, niet door de dingen in de stoffelijke wereld, maar door het programma van de gemeente in de geschiedenis. Eerst zal het evangelie van het Koninkrijk der hemelen gepredikt worden in de gehele wereld tot een getuigenis voor alle volken en Christus zal eerst alle macht en kracht onttronen. Dán pas komt het einde (Matt.24:14; 1 Kor.15:24).

Het profetisch oog bewaart ons ervoor dat we ons slachtoffer gaan voelen van de situatie in deze wereld - met de wederkomst van Christus als nooduitgang.

Profetisch Christendom ziet de gemeente niet als een nasleep van de geschiedenis, maar als het begin en eind van de historie der mensheid; het middelpunt waar alles om gaat!.

zie voor andere artikelen kvooverz