kvo 51e jaargang nummer 10 oktober 1987

J.E.v.d.Brink

H e t E E U W I G E w e r e l d w ij d e

E V A N G E L I E

Temidden van een onbeduidend aantal discipelen en aan het einde van zijn aardse loopbaan schilderde Jezus in zijn Olijfbergrede de wereldomvattende uitbreiding van zijn evangelie:

'Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn' (Matt.24:14).

Het plan van God met de mens zal worden uitgevoerd. Deze zal het slangenzaad de kop vermorzelen. Het Woord Gods zal uittrekken, overwinnende en om te overwinnen. Op de eerste kerkvergadering te Jeruzalem werd nadrukkelijk vastgesteld, 'hoe God van meet aan erop bedacht geweest is om een volk voor zijn naam uit de heidenen te vergaderen'. Hij zou de God der ganse aarde worden genoemd. Het herstel van de vervallen tent van David was bedoeld, 'opdat het overige deel der mensen de Here zou zoeken, en alle heidenen, over welke zijn naam is uitgeroepen'. In Handelingen 15:14-17 staat dus, dat alleen de volken de Here zullen zoeken en dat de naam des Heren over hen is uitgeroepen. Later zou Paulus erop wijzen, dat wanneer deze volheid der heidenen zou binnengaan, ook het volk Israël zich hierbij zal bevinden (Rom.11:25,26).

Dit evangelie van het Koninkrijk

Ondanks het verzet van de boze die het onkruid tussen de tarwe zaait,ondanks de afval die zijn dieptepunt bereikt in 'de mens der zonde', ondanks het verbasteringsproces dat een schijnlichaam van Christus openbaart, bereikt de profetische rede van Jezus haar hoogtepunt met de woorden: 'Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden'. Deze heerlijke belofte is als een lichtstraal in de duisternis. Jesaja profeteerde over deze voor ons bestemde genade met de woorden: 'Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de Here opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang' (60:2,3).

Het woord 'evangelie' (euagelion) betekende oorspronkelijk een beloning voor het brengen van goed nieuws. Als achtergrond van het nieuwtestamentisch spraakgebruik vinden we in Jesaja 52:7 de omschrijving, die later Paulus in Romeinen 10:15 aanhaalt: 'Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning'. Het evangelie óver Jezus beantwoordt de vraag: wie is Hij? Wat denk je van Hem? Het resulteert in de boodschap van verzoening en schuldvergeving. Dit evangelie moet echter gevolgd worden door de leer die Jezus zélf verkondigde, het evangelie ván Jezus Christus (Marc.1:1). Dit laatste geeft gestalte aan de mens Gods, die tot alle goed werk volkomen is toegerust. Dit 'eeuwige evangelie' brengt de mens tot vervulling met de Heilige Geest en tot een heilige levenswandel. Het speelt in op de nood van de massa. De eenvoudige en duidelijke proclamatie ervan maakt de hongerigen en dorstigen naar de gerechtigheid tot discipelen van Jezus. Na deze verkondiging volgt het voortgezet onderwijs, zoals er staat: 'Lerende hen onderhouden ál wat Ik u geboden heb'. Na de melk volgt dus de vaste spijs voor de volwassenen (Hebr.5:14).

De inhoud van dit evangelie

Het evangelie van het Koninkrijk Gods wordt geïdentificeerd met de persoon van Jezus, want Hij is de wettige vertegenwoordiger van de hemelse Vader. Hij heeft ons de geheimenissen van dit Koninkrijk ontsluierd. Hij heeft verkondigd wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven was (Matt.13:35). Nooit was een bijbelschrijver in het oude verbond ertoe gekomen deze mysteries van de onzienlijke wereld te ontdekken. Voor hem gold: 'De verborgen dingen zijn voor de Here, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen' (Deut.29:29). In het nieuwe verbond geldt evenwel: Want de Geest in ons doorzoekt alle dingen, zelfs de diepste gedachten Gods (1 Kor.2:10). Niemand in het oude verbond had de Heilige Geest ontvangen en niemand van hen had ooit God gezien (Joh. 7:39, 1:18). De geheel nieuwe leer die Jezus gebracht heeft, doet ons God werkelijk kennen. Wij weten nu dat de essentie van zijn goddelijk wezen enkel geest en leven is en dat het evangelie van Jezus de mens aan de waterbronnen des levens voert. Johannes had de boodschap van het hemelse Koninkrijk uit Jezus' eigen mond vernomen, want hij schreef: 'Dit is de verkondiging die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is geheel geen duisternis' (1 Joh.1:5). Welk een fantastische ontdekking voor iemand die in het oude verbond was opgevoed, maar ook voor de christen die nog een oudtestamentisch godsbeeld heeft.

Licht is beeld van het leven. Jezus sprak aangaande de opdracht die Hij van de vader had, dat diens gebod eeuwig leven is. Dit eeuwige leven wordt onderhouden en gevoed door 'het eeuwige evangelie'. Dit maakt de mens tot 'deelgenoot van de hemelse roeping' en tot 'deelgenoot van het Koninkrijk Gods (Hebr.3:1, Openb.1:9, 14:6). De vreugdebode brengt geen God als verwekker van ellende, rampen, onheil en ziekten, maar hij spreekt over de onderwerping van het rijk der duisternis, zelfs van een overwinning op de dood, want die in Christus ontslaapt, zal de dood niet zien (Joh.8:51). Wanneer dit evangelie in hem ten volle zijn doel bereikt, zal hij zelfs niet meer sterven, maar in een punt des tijds worden veranderd (1 Tess. 4:15-17).

Het evangelie van het Koninkrijk leert ons de Vader en de Zoon kennen, die beiden in de onzienlijke wereld vertoeven. Het toont ons de kracht en de hulp van de Heilige Geest. Het doet ons omgaan met de heilige engelen, die allen uitgezonden zijn ten dienste van hen, die het heil zullen beërven (Hebr. 1:14). Het maakt ons ook bekend met de machten, krachten, de geestelijke wereldbeheersers dezer duisternis en de boze geesten in de hemelse gewesten tegen wie wij de strijd hebben te voeren (Ef.6:12). Met dit evangelie zullen wij zelfs nu reeds engelen oordelen, dat is scheiding maken tussen de goede en de kwade hemelingen (1 Kor.6:3).

Een getuigenis voor alle volken

Op de vraag van de discipelen wat het teken zou zijn van de komst des Heren en van de voleinding der eeuwen, is het antwoord dat dit evangelie van het Koninkrijk verkondigd zal worden door hen, die getuigen van wat ze gezien en gehoord hebben, wat zij met eigen ogen aanschouwd hebben en hun handen getast hebben van het Woord des levens (1 Joh.1:1). Deze ontplooiing en volwassenheid van de ware gemeente is het grote teken in de onzienlijke wereld: 'Een vrouw, met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd (Openb.12;1). De wereld zal in deze getuigen zien dat God de zon der gerechtigheid is, dat Jezus de afstraling is van diens heerlijkheid, zoals de maan dit is van de zon. Ook zullen alle volken de zonen Gods zien, die de zuchtende schepping bevrijden. Ze zijn als de twaalf apostelen die het hemelse licht in ongekende helderheid deden stralen. In hen is het woord vlees geworden. Zij getuigen: 'Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons' (1 Joh.4:6). Deze verkondigers hebben het klimaat van het Koninkrijk Gods in zich en dit wordt dan ook door de hoorders zo ervaren.

Het evangelie óver Jezus is reeds op ruime schaal over de wereld verkondigd. Dit is goed, maar het moet nog wel gevolgd worden door het evangelie ván Jezus of door het volle evangelie. Er wordt wel eens opgemerkt dat het evangelie altijd vol is. Dit is zo. We kunnen het vergelijken met de maan, die altijd rond en vol is. Desondanks spreken wij over donkere en halve maan en hoe vaak gaat zelfs bij volle maan het licht niet achter de wolken schuil? Alleen het evangelie van het Koninkrijk neemt iedere bedekking weg. Dan wordt Jezus waarlijk het licht der wereld en worden wij zonen des lichts genoemd.

Het is de boze in onze eeuw gelukt vele christenen de grootse en heerlijke beloften van de komende tijd te ontroven. De 'vervangingsleer' beweert immers dat de gemeente ieder ogenblik kan worden weggenomen en dan op aarde zou vervangen worden door het natuurlijke Israël. Dit volk zou dan in de tijd van de antichrist op mysterieuze wijze tot bekering komen, hoewel er dan geen boodschappers van goede tijding meer zijn. Israël zou dan de taak van de gemeente overnemen en haar dus vervangen. De apostel schrijft evenwel in Romeinen 11:25 en 26 dat Israël behouden wordt, wanneer de volheid der heidenen het Koninkrijk Gods binnengaat. Het natuurlijk Israël zal dan door het geestelijk Israël tot jaloersheid of naijver worden gebracht (Rom.10:19, 11:11,14). Aldus, op deze wijze, zal het Israël naar het vlees bij het geestelijk Israël gevoegd worden. Er komt dan één kudde en één Herder. Heidenen en joden zijn dan allen op de ene ware, geestelijke olijfboom geënt. Met elkaar vormen zij het volk van het nieuwe verbond.

Het einde

De gemeente van Jezus Christus is een tijdperk ingegaan, waarin het veroveringsproces van de gehele aarde te verwachten is. Wij zingen reeds: 'Gods Geest is aan't werk tot aan het einde der aarde'. Daarom is het noodzakelijk dat ook het evangelie van het Koninkrijk wereldwijd wordt verbreid. Dan wordt de profetie vervuld, dat het einde gekomen zal zijn. Dan worden allen tot de zonen Gods gebracht, 'die ernstig ongesteld zijn, gekweld door allerlei ziekten en pijnen, bezetenen en maanzieken en verlamden, en zij genezen hen' (Matt.4:24). Tot de verste wereldeinden dringt het gerucht van het Israël Gods door. Openbaring 7 spreekt in dit verband over de twaalf stammen Israëls, hetgeen wijst op een grote verscheidenheid en veelkleurigheid. Het symbolisch getal 144000 wijst erop dat allen de autoriteit van de apostelen bezitten. Allen hebben het zegel van de levende God aan hun voorhoofd. Ze zijn hierdoor een volk Gode ten eigendom. Door de kracht van de Heilige Geest zijn ze bekwaam tot het koning- en priesterschap bij het verzamelen van de oogst der aarde. Door hun prediking komen ze van noord en zuid, van west en oost, uit álle volk en stammen en natiën en talen'. Verbaas u niet: onder hen zijn Russen, Mongolen, Iraniërs, Saoudiërs, Albanezen. Ze komen uit de derde- wereldlanden. Uit alle continenten komt een grote schare, die niemand tellen kan, en verwonder u weer niet: onder hen zijn zeer vele joden. Allen richten zich naar het hemelse Jeruzalem, naar de residentie van Jezus Christus, die daar zijn volk onder zijn vleugelen verzamelt. Allen wuiven met palmtakken, wat doet denken aan de intocht van onze Heer in het oude Jeruzalem. Allen zingen het grote hosanna, omdat zij op weg zijn naar de hoogste hemelen. Zij komen binnen onder 'jubellied en zegezang'. Ze juichen: 'Dit is de dag, die de Here gemaakt heeft'. Welk een visie gaf de Heer aan zijn gemeente, want 'er is een Christus' kerk, niet in de gunst des tijds, maar in haar Heiland sterk'.

zie voor andere artikelen kvooverz