kvo 51e jaargang nummer 5 mei 1987

J.E.v.d.Brink

Wie is de veroorzaker van het kwaad ?

(uit de pers)

Als het kwaad goede mensen treft

'Het lijden komt niet van God. God weent met ons en strekt zijn armen naar ons uit, maar kan ons niet beschermen'. Dit was het uitdagend opschrift boven een vraaggesprek, dat opgenomen was in het februarinummer 1987 van 'De Stem", maandblad van de 'Verenigde Protestantse Kerken in België'. De IKON had Harold S. Kushner uit Amerika laten komen om mee te doen aan een t.v. discussie. Deze rabbijn werd 'bevraagd' op zijn wereldberoemdboek 'Als 't kwaad goede mensen treft', waarvan in Nederland in februari 1987 binnen een tijdsbestek van vier jaar de eenentwintigste druk verscheen.

De eerste vraag in deze discussie stond in verband met de eerste uitspraak waarmee Kushner zijn godsbegrip formuleerde: het lijden komt niet van God. 'Dat klinkt ook niet erg rabbijns! In het Oude Testament gaat het toch om een God der wrake die de goddelozen bestraft en die van de godvruchtigen onderwerping en lofprijzing verlangt? Hoe kunt u die God, die ons eeuwenlang overgeleverd is, in overeenstemming brengen met diegene, waarvan u zegt dat Hij het lijden niet wil?'

Kushner deelt daarop mee, dat hij ook altijd in dit beeld van God had geloofd. Dit veranderde, toen hij zijn zoon Aäron op veertienjarige leeftijd aan een verschrikkelijke ziekte verloor. Zijn hele geloof in een almachtig en rechtvaardig God werd toen overhoop gegooid. Hij zegt dan: 'Ik blijf erbij dat als een kind in een vijver valt en verdrinkt, als een vader en echtgenoot bij een verkeersongeluk omkomt, en er is dan iemand, die zegt dat God dat gewild heeft, dan is hij degene die God neerhaalt. Ik geloof dat ik God groter, beter en lofwaardiger maak, wanneer ik zeg dat hij zoiets onmogelijk gewild kan hebben - dat het even verwerpelijk en smartelijk voor God is als voor elk van ons'.

De rabbijn uit Massachusetts in de V.S. kwam niet door een theologische studie tot het inzicht, dat God geen kwaad doet. Zijn godsbeeld werd verbonden met het goede mensbeeld. Ik kan mij dit voorstellen, omdat wij als christenen spreken over een Vader in de hemelen. Wij mogen op Hem lijken en wat wij niet met onze kinderen mogen doen, doet Hij niet met de zijnen. Wij ontheiligen Gods naam als wij Hem in oorzakelijk verband brengen met kwaad en ellende. Kushner vervolgt dan: 'Dat centrale idee van uw christelijke geloof, dat van de incarnatie (vleeswording), daar ben ik erg bevattelijk voor. God wordt alleen werkelijkheid als mensen goddelijke dingen doen. Zonder zijn vleeswording in de menselijke werkelijkheid is God alleen maar een abstract idee. Wanneer is God niet langer deel van het probleem maar wordt Hij deel van het antwoord? Niet wanneer God machtiger is dan wij, maar wanneer wij machtiger worden dan we gisteren waren'. Hier hoor ik klanken die ik vertaal in het uitzien naar de openbaring van de zonen Gods. Dezen zijn het beeld van het vleesgeworden Woord gelijkvormig. Gods overwinning op het rijk der duisternis wordt in en door hen behaald. Omdat rabbijn Kushner evenals zovele christenen geen weet heeft van het Koninkrijk der hemelen, de onzienlijke wereld, kan hij ook niet zeggen wie de eigenlijke veroorzaker van alle ellende is. In zijn boek 'Als 't kwaad goede mensen treft', schrijft hij: 'God is niet de oorzaak van ons ongeluk. Sommige ongelukken worden veroorzaakt door pech, andere door kwaadwillende mensen en nog andere zijn eenvoudigweg het gevolg dat we menselijk en sterfelijk zijn en leven in een wereld van onbuigzame natuurwetten. De pijnlijke dingen die ons overkomen zijn geen straffen voor ons wangedrag, en evenmin maken zij deel uit van een of ander groots plan dat door God is opgezet'. 'Als Job kon worden aangetoond dat hij zijn lot verdiend had, zou deze wereld enige logica vertonen. Het zou geen pretje zijn om te moeten lijden vanwege eigen wandaden, maar het zou waarschijnlijk gemakkelijker te aanvaarden zijn dan de ontdekking dat we leven in een wereld vol willekeur waarin de dingen zonder reden gebeuren'.

Demonenblind

Alle beschouwingen die we over het lijden lazen, houden geen rekening met de werking der boze geesten. Ook de meeste christenen gaan voorbij aan de openbaring, die Jezus Christus dienaangaande heeft gegeven en die als leer der waarheid naar ons toekomt. Onze Heer heeft immers de duistere machten openlijk tentoongesteld, zich van hen ontdaan en zo over hen gezegevierd. Men aanvaardt echter niet wat God in het begin zei, dat Hij voortdurend vijandschap zou zetten tussen de mens en het zaad der slang. Omdat men geestelijk blind is, komt men tot conclusies als die van Kushner, dat we overgeleverd zijn aan 'onbuigzame natuurwetten', of ook wel aan 'pech'. Men ervaart dat men in een waanzinnige wereld leeft, maar ziet deze niet in verband met de heerschappij van 'de overste van de macht der lucht'. Alle demonen zijn wetteloos en strijken naar willekeur als roofvogels neer op hun slachtoffers. Waarom slaan kwaadwillige vandalen zonder enige reden een argeloze voorbijganger neer? Omdat wetteloze geesten hen opjagen. Wanneer dan God ons wil beschermen door middel van zijn heilige engelen, maakt men Hem door ongeloof machteloos. Ook het Oude Testament spreekt menigmaal over de goede dienende geesten. Er staat: 'Des Heren engel schaart een onverwinb're hemelwacht rondom hen, die Gods wil betracht: dus is hij wel bewaard'. Jezus geloofde in de bescherming van engelen. Hij getuigde: 'Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?' (Matt.26:53). Toen de toren van Silóam viel, waren er achttien willekeurige slachtoffers. Jezus zei evenwel: indien gij u niet bekeert, dus mijn evangelie aangaande de onzienlijke wereld niet aanvaardt, ben je aan deze willekeur blootgesteld (Luc.13:5). Zegt de psalmist niet: 'Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen'? (Ps.91:11).

In de christelijke wereld is een toenemend afwijzen van ieder geloof aan een geestenwereld te bespeuren. Zo schreef 'De Stem' van de protestantse kerken in België in het oktobernummer van 1986: 'Als gelovige in God en Vader van Jezus Christus ontken ik dat de duivel bestaat, heb ik geen behoefte aan engelen'. Hiermee wordt dan wel de leer van Jezus radicaal van de hand gewezen.

 

Toenemend geloof in demonen

Als voorbereiding van het rijk van de antichrist dienen velen, in tegenstelling met het voorgaande, bewust de demonen. een artikel in het Duitse blad 'Welt' van 12 september 1984 had tot opschrift: 'Eén op de vier Duitsers gelooft in heksen en satanspriesters'. Meegedeeld werd: 'Heksen en duivelaanbidders leven midden onder ons. Deskundigen schatten het getal van actieve heksen en satanspriesters in Duitsland op 2500. Meer dan 25 procent van de Duitsers is overtuigd van de bovennatuurlijke krachten van deze magiërs. Minstens twee miljoen van hen betaalt voor hun diensten, profetieën, vervloekingen, verwensingen en dodenritueel'. De 'Spiegel' van 22 december 1986 schreef onder de titel: 'Den Teufel an die Wand malen' (de duivel op de muur afschilderen, wat betekent: slapende honden wakker maken): 'Het waren de roerige zestiger jaren, die met hun (esthetische) revolutie zich tegen alle autoriteit verzetten, en anti-autoriteit en ook de duivel huldigden. Een lied van de Rolling Stones uit die jaren heet: 'Sympathy for the devil' (sympathie voor de duivel) en een langspeelplaat van hen: 'Their satanics majesties request' (het verzoekprogramma van de duivelse overheden). De duivelsmode van die tijd bracht talrijke satansculten, die de zwarte en bloedige mis celebreerden, te voorschijn. Duiveluitdrijving in films en ook in occulte kringen vierde hoogtij. Het satanisme is nu een vrije-tijdsbesteding op de Duitse scholen. Magie en bijgeloof fascineren vooral de scholieren bij het hoger en middelbare onderwijs. Het occultisme plaveit hun tweede ontwikkelingsgang'.

In 'Trouw' van 3 maart 1987 las ik over een samenkomst in Utrecht, waar een studie gegeven werd over wintie, 'een Afro-Amerikaanse godsdienst, waarin centraal staat het geloof in gepersonifieerde, bovennatuurlijke wezens die van een mens bezit kunnen nemen en zijn bewustzijn uitschakelen, waarna zij verleden, heden en toekomst kunnen openbaren en ziekten van bovennatuurlijke aard kunnen genezen'. Anders dan in de westerse samenleving is wintie een religie, die het hele leven, waaronder het sociale en culturele, doordringt. Ze kent een veelheid aan offers, riten, gebruiken, magische middelen, taboes, geneeswijzen, bovennatuurlijke straffen e.d.'. Op deze studiedag in Utrecht beperkte men zich tot het terrein van de 'volksgezondheid'. In verband met de vele Surinaamse Nederlanders werd het belang van wintie als alternatieve geneeswijze beklemtoond. De krant eindigde haar verslag met de opmerking: 'Erkenning van deskundige wintiehulpverleners is een punt met uiteindelijk zeer concreet de vraag of en in hoeverre wintie-geneeswijze iets zou kunnen zijn voor het ziekenfondspakket'.

In de merkwaardige taal der Creolen in Suriname, het taki-taki, zijn zeker wel acht talen verenigd, waaronder de oorspronkelijke negertalen uit Afrika. Daarmee is het de voertaal der winties. Elke deelnemer heeft daarbij zijn eigen wintie en elke wintie heeft zijn eigen dansmuziek en eigen geschiedenis. Men weet nooit van tevoren welke wintie de boosdoener is en dan worden alle dansdeuntjes doorgenomen, totdat blijkt op welke de zieke reageert. Hij raakt dan in extase, rilt en zweet. De obeaman, de tovenaar die zich naar de heilige obeaboom noemt, weet dan door welke wintie de patiënt bezeten is en hij kan er dan zijn amulet en offer op afstemmen. Dit komen we dan nog in Nederland tekort! Niet zonder reden sprak men vroeger over Suriname als het kerkhof der zendelingen. Dit was niet alleen te wijten aan het ongezonde klimaat maar ook aan het gemis aan kennis en kracht van de Heilige Geest in de strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

zie voor andere artikelen kvooverz