kvo 51 jaargang nummer 4 april 1987

Henk de Cock

LIEFDE tot de WAARHEID

De verantwoordelijkheid van de mens tegenover God neemt toe naarmate hij meer gelegenheid vindt om de Schrift te leren kennen!

Zelfs als men geen enkele toegang tot Gods Woord heeft, dan nog kan men zich niet aan zijn verantwoordelijkheid aangaande dit punt onttrekken. Ook al is deze minimaal.

Mensen die de schrift niet kennen, zijn verantwoordelijk voor alles wat ze van Gods karakter kunnen verstaan uit de geschapen wereld om hen heen. Elk mens beschikt - zelfs als hij helemaal niet met onze (christelijke) beschaving in aanraking is gekomen - over een minimum aan kennis aangaande God door middel van het getuigenis van zijn eigen geweten en verstandelijk inzicht. Het is van deze mensen dat de apostel Paulus schrijft: 'Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkaar onderling aanklagen of ook verontschuldigen' (Romeinen 2:14 en 15).

Hoeveel zwaarder nu zal de verantwoordelijkheid wegen van al diegenen die in de gelegenheid zijn om het Woord van God, de bijbel, beter te leren kennen! Indien de Heer al verwacht had dat zelfs degenen die nimmer het evangelie hoorden, wandelen overeenkomstig het licht dat zij hebben dankzij hun eigen geweten, hoeveel temeer zal God diegenen verantwoordelijk stellen die zijn woord binnen handbereik hebben.

Het grote probleem van onze tijd op dit punt is niet het gebrek aan gelegenheid om de schriften te bestuderen, of het ontbreken van godsdienstvrijheid. Praktisch iedereen kan over een bijbel beschikken, als hij dat wil, en daar dagelijks in studeren. Het probleem van onze tijd is dat men van de mogelijkheden om Gods Woord te leren kennen niet voldoende gebruik maakt.

Vandaag de dag kenmerken de bijeenkomsten van Gods kinderen zich vaak als onderhoudende programma's met als belangrijkste onderdeel het optreden van musici en mensen die getuigenis afleggen van hun ervaringen met het enige doel de nieuwsgierigheid van de toehoorders te bevredigen. Gods boodschap, de prediking van het evangelie vanuit de Schrift, verliest daarbij niet zelden haar centrale plaats.

Maar al te vaak wordt de prediking gereduceerd tot een paar geïmproviseerde opmerkingen van de spreker, die buiten de kontekst en de geest van het geïnspireerde Woord van God gaan. Soms kan men zelfs een zekere afkeer van een systematische uiteenzetting van de eeuwige waarheden van Gods Woord constateren. Gods kinderen nemen vaak genoegen met de konstante herhaling van al maar dezelfde waarheden. Voorop gesteld, dat de spreker de nodige emoties in zijn verhaal legt, en met voldoende gezag over komt. Wie God echter dienen wil, zal de waarheid van de Schrift moeten doorgronden teneinde Christus te volgen. Hij zal moeten leren leven, niet overeenkomstig allerlei menselijke opvattingen en regels, maar overeenkomstig hetgeen geschreven staat in de bijbel. We lezen in één der Psalmen: 'Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des Heren gaan. Welzalig zij, die zijn getuigenissen bewaren, die Hem van ganser harte zoeken; die ook geen onrecht plegen, maar wandelen in zijn wegen' (Psalm 119:1-4).

Een van de redenen waarom mensen zich ervan laten weerhouden om de bijbel te lezen is de gedachte dat het moeilijk zou zijn om hem te begrijpen. Dat kan inderdaad het geval zijn bij wie voor het eerst met de bijbel kennis maakt. Zoals dat overigens het geval is bij iedere stof waarvan men voor het eerst kennis neemt.

Wat dit probleem betreft, heeft God ons beloofd ons te hulp te komen met zijn Geest. Als we eenmaal vastbesloten zijn om ons aan het onderzoek van de Schrift te wijden, kunnen we er zeker van zijn, dat we de geestelijke waarheden ook in ons op kunnen nemen. De goddelijke bijstand die Paulus zijn medewerker Timoteüs toewenste, geldt ook ons: 'Let wel op wat ik zeg, want de Here zal u in alles inzicht geven' (2 Tim.2:7).

De onderwerpen die de bijbel naar voren brengt, gaan niet boven het menselijke vermogen uit om ze te begrijpen en te doorgronden. Jezus zelf heeft nimmer zijn toehoorders dingen onderwezen die zo geleerd en gecompliceerd waren dat ze niet in staat zouden zijn om zijn instructies in zich op te nemen. In het evangelie van Marcus lezen we: 'En in vele dergelijke gelijkenissen sprak Hij het woord tot hen, naardat zij konden horen...' (Marcus 4:33).

Een van de duidelijke bewijzen van het werk van de Heilige Geest in de gemeente en in het persoonlijke leven van de gelovige, is juist de liefde tot het Woord van God en het inzicht in dat Woord.

In 1 Johannes 2:27 lezen we dat de zalving van Gods Geest ons over alle dingen onderwijst. Het is het werk van de Heilige Geest om de gedachten van de gelovige te verlichten, zodat hij zich kan voeden met het Woord van God.

Jezus beloofde zijn discipelen: 'Ik heb u nog veel te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen. Wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid' (Johannes 16:12 en 13).

Een belangrijke bediening en een sterk bewijs van het werk van de Heilige Geest zien we in de begeerte en in de volharding van Gods kinderen om zich met de kennis der Schriften te verrijken.

zie voor andere artikelen kvooverz