kvo 51 jaargang nummer 2 februari 1987

J.E.v.d.Brink

(brieven van lezers)

GOD is GOED

Opmerking:

In kvo84092 wordt op hetzelfde onderwerp ingegaan naar aanleiding van een brief uit Manilla. In het laatste deel van dit artikel wordt daar summier op ingegaan.

Van een broeder te Amersfoort ontving ik een schrijven, dat ongeveer honderd teksten uit het Oude Testament bevatte, die alle erop wezen, dat God het kwade zendt en doet. Ik noem er een paar: 'Wie maakt stom of doof, ziende of blind; ben Ik het niet, de Here?' (Ex.4:11). 'Zo zegt de Here: ieder dode zijn broeder en ieder zijn verwant en ieder zijn naaste' (Ex. 32:27). 'De Here zal u slaan met Egyptische zweren, met builen, uitslag en schurft, waarvan gij niet kunt genezen. De Here zal u slaan met waanzin, verblinding en verstandsverbijstering...' (Deut.28:27,28). 'De Here zal u op deze dag in het ongeluk storten' (Joz.7:25).

Wanneer deze teksten de waarheid bevatten en onze Schepper zo dreigend bezig is zijn eigen schepping te beschadigen en te vernielen, gaat Hij dan soms rond als een brullende leeuw? Wanneer dan bovendien de mens slecht is, wat blijft er dan eigenlijk nog voor de duivel over? Wat ons betreft, ben ik blij met God wiens ogen alleen maar over de gehele aarde gaan om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat (2 Kron. 16:9).

Op welke wijze deed God uitspraken, die voor honderd procent zijn gedachten zouden moeten weergeven? Hoe stelt men zich dit eigenlijk voor? God is immers geest en onzichtbaar. Ook voor de profeten uit het oude verbond gold, dat de sluier die alle natiën omsluiert, moest worden weggenomen, en de bedekking die alle volken bedekt, moest worden verwijderd (Jes.25:7). Deze bedekking verdwijnt slechts in Christus, dat wil zeggen door de prediking van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen (2 Kor.3:14). Jezus zei dat de kleinste in dit Koninkrijk groter is dan Johannes de Doper, die toch door Hem de grootste profeet van het oude verbond werd genoemd (Matt.11:11). Jezus is het, die ons de Vader doet kennen en de vaders in het geloof hebben deze kennis van Hem volledig overgenomen, want zij kennen Hem, die van de beginne is (1 Joh.2:13).

De apostel schreef dat zelfs óns profeteren nog onvolkomen is (1 Kor.13:9;14:29). Daarom adviseerde hij dat andere profeten de profeet moesten beoordelen. Wie beoordeelde echter Salomo of Micha? Salomo was zo weinig met de onzichtbare wereld bekend, dat hij ondanks zijn natuurlijke wijsheid aan het einde van zijn leven tal van afgoden ging dienen, die hem met de demonen uit het rijk der duisternis verbonden (1 Kon.11:1; 1 Kor.10:20). Ik kan mij voorstellen dat een voorganger geïnspireerde gedachten van God doorgeeft, maar dat tevens ingevingen van de menselijke geest en zelfs van misleidende geesten meevibreren. Of bezitten wij altijd de juiste onderscheiding der geesten? Verder golden voor de profeten van het oude verbond de woorden: 'De (inwonende) Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was' (Joh.7:39).

Toen de inwoners van Jeruzalem de Here Jezus verwierpen, zei Deze niet, dat Gód de tempel zou verwoesten, zoals tot Salomo in 2 Kronieken 7:20 wordt gezegd, maar onze Heer proféteerde: 'Zie, uw huis wordt aan u overgelaten' (Matt.23:38). God trok eruit en het Koninkrijk van God werd van hen weggenomen en gegeven aan een volk in het nieuwe verbond, dat wel de vruchten ervan zou opbrengen (Matt.21:43). De aartsengel Michaël, de grote beschermer, verdween uit het blikveld der joden. God maakte Zich toen los van zijn speciaal uitverkoren volk, en daarom kon het rijk der duisternis zijn slag slaan. Wanneer de mens God niet meer erkent en verheerlijkt en zich hecht aan boze geesten wordt hij door God losgelaten en overgegeven aan deze duistere machten en aan een verwerpelijk denken (Rom.1:24 en 28). God is enkel goed, want Jezus, die het beeld is van de onzichtbare God, is dit ook. Indien wij het beeld van de Zoon gelijkvormig worden, zijn ook wij vol goedheid, liefde, barmhartigheid en gerechtigheid, en doen wij geen mens kwaad. God is de Vader der lichten, die alleen goede gaven schenkt en bij Hem is geen verandering van gezindheid jegens de mens. Het is zijn wil dat allen behouden worden (1 Tim.2:4). Wie hierover anders denkt - en dat deden de joden - dwaalt, schreef de broeder des Heren (Jak.1:16 en 17).

Wanneer Micha profeteert dat God krank maakt en de mens slaat, worden hier de daden van de boze aan de goede, hemelse Vader toegeschreven. Hiermee wordt dan Gods naam ontheiligd, dat is verbonden met de werken van de duivel. Deze profeten hadden wel menigmaal de stem van God gehoord, maar hun was het geheimenis van het Koninkrijk der hemelen niet meegedeeld. Daarom moesten zij zoeken en vorsen naar de genade die aan ons werd geopenbaard (1 Petr.1:10). Van onze hemelse Vader zegt Jezus, dat Hij zijn zon laat opgaan over bozen en goeden en het laat regenen op rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Tot ons zegt de Here Jezus: 'Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is'. God is één en ongedeeld: enkel goed, enkel liefde, enkel genadevol (Matt.5:44-48). De waarheid dat God enkel goed is en de duivel enkel slecht, behoort tot de openbaring van de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen, welke sinds de grondlegging der wereld verborgen zijn gebleven en door Jezus werden onthuld. Vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat wij zien, en zij hebben het niet gezien, en te horen wat wij horen, en zij hebben het niet gehoord (Matt.13:17 en 35). Mozes gaf een verordening van de Here door, dat Israël de volken van Kanaän met de ban zou slaan en hun geen genade mocht verlenen. Dit betekende dat allen moesten gedood en verbrand worden: 'Gij zult niets wat adem heeft, in leven laten, maar gij zult ze volledig met de ban slaan', dus oud en jong, mens en dier (Deut.7:2;20:16). Gods plan is ook niet de ganse aarde met de ban te slaan, zoals het laatste vers van het Oude Testament luidt, maar om haar te redden door middel van de zonen Gods, die de zuchtende schepping volledig zullen herstellen.

Wanneer de Here tot Elia sprak: 'Ik heb een weduwvrouw te Sarfath geboden u te verzorgen', heeft zij dan de stem van God gehoord? Als Elia bij haar komt, weet zij nergens van. In de taal van die tijd betekende het: het ligt in Gods bedoeling (1 Kon.17:9). Wat die slachtpartijen betreft, leefde Israël nog naar het cultuurpatroon van de omringende volken, hoewel het er nog gunstig bij afstak (1 Kon.20:31). Later meende men in de christelijke kerk dat God de kruistochten had bevolen, dus militaire ondernemingen op gezag ven de kerk. De strijdkreet van de paus Urbanus II was: 'God wil het'. Later werden kruis-tochten ondernomen tegen de 'sekte' der Albigenzen en na die tijd nog tegen de Hussieten, genoemd naar de Boheemse hervormer Johannes Hus. Eeuwen lang heeft de kerk gemeend in dienst van God te staan door de ketters levend te verbranden. Men twijfelt wel eens aan het bestaansrecht der kerk in verband met de holocaust der joden onder het regime van de machtswellusteling Hitler, de occulte leider van het Duitse volk. Maar we denken ook aan de meer dan een miljoen slachtoffers van de heksenvervolgingen, die gegrond waren op de uitspraak van Mozes: 'Een tovenares zult gij niet in leven laten' (Ex.22:18). Deze massale waanzin tussen 1500 en 1700 drukt terecht als een zware schuld, zowel op de roomse kerk als op de reformatorische kerken.

Een briefschrijver uit Manilla vraagt of wij wel eens hebben overwogen de bijbel te herschrijven. Dit hebben wij zeker niet, noch het Oude noch het Nieuwe Testament. Het Oude Testament werd gegeven aan het natuurlijke zaad van Abraham, dat geroepen was de weg des Heren op aarde te bewaren door gerechtigheid en recht te doen. Wanneer het volk Israël dit deed en niet in wetteloosheid en zonden leefde, zou de Here aan hen al zijn beloften vervullen (Gen.18:19). Zij leefden op aards niveau en kenden alleen de waarheid in de zichtbare wereld. Daar functioneerden voor hen ook goed en kwaad. Wat het Nieuwe Testament betreft, staat er dat de waarheid met Jezus Christus gekomen is. Hij wordt de volmaakte rechtvaardige genoemd en Hij predikte het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, dat van de onzichtbare wereld. Hij deed ons de waarheid verstaan, die van de grondlegging der wereld verborgen was geweest en die ons vrijmaakt van de banden der duisternis, dat wil zeggen van zonde, ziekte en gebondenheid. De prediking van Jezus gold voor de ganse mensheid evenals de verzoening en schulddelging die Hij verwierf. Wanneer nu in het Nieuwe Testament uitspraken voorkomen die voor de joden discriminerend overkomen, is dit, omdat zij de volle waarheid niet kennen of niet verstaan. Het Nieuwe Testament dient de raad Gods voor onze tijd om de gelovige met hulp van de Heilige Geest tot de volle waarheid te voeren en hem daardoor tot volmaaktheid te brengen. De Heilige Geest zal ons immers de weg wijzen tot de volle waarheid (Joh.16:13).

De fanatieke aanhangers van de Israël-leer zouden gaarne het Nieuwe Testament herschrijven. Zij willen de anti-judaïstische tendensen eruit verwijderen. Ook de feministen hebben hun geliefde correcties klaar liggen. Zij hebben moeite met de 'vader'-naam van God en met spreken over het 'zoon'-schap en met het woord 'broeders'. Wij willen evenwel de Schriften lezen vanuit de leer van het Koninkrijk der hemelen. Paulus schreef: bedenk de dingen die boven zijn - in de onzienlijke wereld - waar Christus is, en niet die op de aarde zijn (Kol.3:2). 'Boven' is er geen verschil tussen jood en Griek, tussen broeders en zusters. Onze strijd ligt daarom niet op de aarde maar in de hemelse gewesten.

zie voor andere artikelen kvooverz

zie voor hetzelfde onderwerp kvo84092 en kvo86072