kvo 50e jaargang nummer 12 december 1986

J.E.v.d.Brink

(uit de pers)

Geen duivel en geen engelen]

'De Stem' is het maandblad van de Verenigde Protestantse Kerk in België. Het is oecumenisch en wil de stem van het protestantisme zijn in dit land. In het oktobernummer las ik een artikel over 'Rome heeft weer gesproken' door P.M.Bouman. Het bevat een reaktie op de uitspraken van paus Johannes Paulus II, die in zijn moraalleer de klok steeds meer zou terugdraaien. Het verheugt de schrijver dat onder de rooms-katholieken het verzet tegen het beleid van de paus steeds groter wordt. Hij hekelt de conservatieve houding van de kerk van Rome in verband met de sexualiteit, de homofilie, de zwangerschapsonderbreking en de geboorteplanning. In deze zaken voelen de progressieve protestanten zich al helemaal vrijgemaakt. Wat mijn aandacht het meest trok, was de aanval op de paus in verband met diens geloof aan het bestaan van engelen en duivelen. Als spreekbuis van de protestantse kerken protesteert de schrijver hiertegen met de woorden: 'Als gelovige in de God en Vader van Jezus Christus ontken ik dat de duivel bestaat, heb ik geen behoefte meer aan engelen als bemiddelaars tussen God en de mensen. In het kader van theologie en verkondiging hebben duivelen als zinnebeelden voor het kwaad een grote rol gespeeld: of dat altijd even goed was, is een andere vraag. In mijn ontkenning en protest sta ik uiteraard niet alleen: theologen en exegeten in vele kerkelijke tradities zijn op basis van de studie van de bijbel al lang tot de ernstige en gelovige overtuiging gekomen, dat het spreken over de duivel (en de engelen) in de Bijbel behoort gezien te worden in het kader van de cultuur in die dagen'.

De schrijver wil met zijn mening niet alleen staan en beroept zich niet op de bijbel, maar op wat theologen en exegeten, die ook de hemelse realiteiten loochenen, ervan zeggen. Hierdoor voelt hij zich gesterkt in zijn mening. Deze geleerden zijn volgens hem 'ernstig'. Ze spreken op ernstige toon, kijken ernstig en maken geen grapjes. Zij hebben de on-'gelovige overtuiging', dat er geen duivel is. Vanuit een diepgaande studie constateren zij dat in de onzienlijke gebieden geen hemelwezens zijn. Ze ontkennen hiermee in wezen de schepping van de hemel. De profeten, de apostelen maar ook Jezus zelf zouden eigenlijk beter hebben geweten, maar ze sloten zich maar aan bij het leugenachtige cultuurpatroon. De god van onze eeuw heeft echter bij hen de hemelse gewesten geëlimineerd. De duivel die zich zo gaarne camoufleert om de mens de zwarte piet toe te spelen, krijgt zijn zin, want hij bestaat voor deze 'gelovige' theologen niet meer.

In 1 Johannes 3:8 staat: 'Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivel zou verbreken'. Bij zulke teksten geloof ik wel dat de schrijver het moeilijk heeft om de schrift te 'vertalen', er dus een andere inhoud aan te geven. In Marcus 5 wordt verhaald, hoe een legioen boze geesten door Jezus werd uitgeworpen. Deze onreine geesten voeren toen in tweeduizend zwijnen die zich in de afgrond stortten. Hoe moet nu de 'gelovige' schrijver evenals zijn leermeester Bultmann deze gebeurtenis 'ontmythogiseren'? Maar wat er geschiedde was zo reëel, dat de voormalige bezetene 'gekleed en goed bij zijn verstand' bij Jezus ging zitten en later prediker werd van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen.. Ook sprak Jezus: 'Indien Ik door de geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen' (Matt.12:28). Hij gaf aan de 'gelovigen' de opdracht in zijn naam boze geesten uit te werpen (Luc.9:1, 10:17, Marc.16:17). Petrus schreef: 'Uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij zal verslinden' (1 Petr.5:8).

De duivel verdwijnt niet van het toneel, voordat vervuld wordt: 'En de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel' (Openb.20:10). Jezus sprak over het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is en waar ook de mens komt, die zich verbonden heeft met de machten der duisternis (Matt.25:41). Ik vraag mij daarom af, of de schrijver in 'de Stem' wel eens bidt: 'Verlos mij van de boze'? Begrijpt hij iets van de apostolische belijdenis: 'Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten'? (Ef.6:12). Het verdraaien van de goddelijke woorden is het werk van de duivel. Deze begon hier al mee in het paradijs, toen hij 'gelovig' vroeg: 'Is het ook, dat God gezegd heeft'? (Gen.3:1 St.Vert.).

zie voor andere artikelen kvooverz