kvo 50e jaargang nummer 12 december 1986

J.E.v.d.Brink

Deel genoten van een

HEMELSE ROEPING

Te midden van de christenheid, die veelal horizontaal en aards gericht denkt, wijst de opgestoken apostolische vinger ons naar de ene weg, die omhoog voert. Wij zijn namelijk deelgenoten van een hemelse roeping (Hebr.3:1). In dit verband schrijft Paulus: 'Richt daarom je oog op Jezus'. We zijn immers ook deelgenoten van Christus en ook deelgenoten van de Heilige Geest, zoals er letterlijk in Hebreeën 3:14 en 6:4 staat. Fixeer je aandacht dus op Hem. Hij vergeeft, verlost en doopt met zijn Heilige Geest, allemaal onzichtbare, hemelse zaken. Door zijn evangelie van het Koninkrijk der hemelen word je een hemelburger met alle voorrechten ervan. Jezus is daar je levenspartner.

Roeping

Van wie door Jezus geroepen is, wordt verwacht dat hij zijn discipel en volgeling wordt. Deze hemelse roeping behelst een uitnodiging om geestelijke zegeningen te ontvangen en deze weer uit te delen. Ik weet wel dat wij ook een aardse roeping hebben, maar dit woord heeft in de bijbel alleen maar een geestelijke betekenis. Het gaat daar om het allerbelangrijkste in het menselijk leven. Het is immers noodzakelijk te weten 'welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen' (Ef.1:18). Voorgangers kunnen u geen roeping schenken, ook niet in de gemeente, maar daar wil ik ditmaal niet over schrijven. Jezus zegt tot u: 'Volg Mij'. Hierdoor wordt u een byzonder persoon, een geroepene. Paulus schreef dat hij door God geroepen was en zo'n aanstelling houdt geen rekening met je natuurlijke status. Wij zijn medegenoten van een hemelse roeping om allen het beeld van de Zoon van God gelijkvormig te worden. Wij zijn geroepen uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht, geroepen tot vrede en niet tot twist, geroepen tot eeuwige heerlijkheid en niet tot ellende, geroepen om op aarde waardig te wandelen en niet geroepen tot onreinheid, tot leugen of kwaadsprekerij (verg. Hand.26:18, 1 Kor.7:15, 1 Petr.5:10, Ef.4:1, 1 Tess.4:7).

Onze roeping betreft het eeuwige leven en zij is van zeer hoog niveau. Daarom kunnen wij ons niet veroorloven om bondgenoten van boze geesten te zijn. 'Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen' (Filip.3:20). Wij hebben een dubbele werkkring evenals Jezus, die geroepen was om alles wat in de hemel en op aarde is, onder één hoofd samen te vatten (Ef.1:10). Eerst zullen wij echter eraan meewerken om een nieuwe, dat is een vernieuwde hemel om ons, tot stand te brengen, waarna de vernieuwde aarde vanzelf zal volgen.

Engelen hebben alleen een hemelse roeping. Ze zijn boden van God en dienaren van de mens om hem in de onzienlijke wereld bij te staan. Planten en dieren hebben een taak op aarde. God zegende hen en sprak: 'Weest vruchtbaar'. Maar de mens is tot een hemelse taak uitverkoren en geroepen. Hoewel het natuurlijke vooraf gaat, zijn wij toch geroepen om als geestelijke wezens te functioneren.

Altijd strijd

Reeds in Genesis 3:15 wordt de mens opgeroepen tot de strijd en deze eindigt pas wanneer de laatste vijand onttroond is. Het zaad der vrouw ontving de roeping om de slang de kop te vermorzelen. De mens is de grote rivaal van de boze. Hij is geroepen om de zuchtende schepping te herstellen. In dit opzicht heeft de Zoon des mensen, het Zaad der vrouw, ons een voorbeeld nagelaten. Zijn naam is onafscheidelijk verbonden met de overwinning op de tegenstander van de heerlijkheden Gods. 'Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels zou verbreken' (1 Joh.3:8). In het paradijs is de slang de schuldige en de Here God kiest daar onvoorwaardelijk partij voor de mens. Deze geeft hij de opdracht het uitgesproken vonnis over de slang uit te voeren. Hij moet de kop van de slang vermorzelen. De denkwereld van de boze zal door de mens worden tentoongesteld en overwonnen worden en zijn leugenmond dichtgesnoerd. De goddelijke rechter sprak het vonnis uit, maar de uitvoering ervan legde Hij in handen van de mens. De Zoon des mensen wierp vele duivelen uit en Hij ontwapende aan het kruis de overheden en machten en zegevierde over hen. In zijn leven overwon Hij de slang en volvoerde Hij de wil des Vaders, want door zijn lijden en sterven kwam het goede, welgevallige en volkomene onder ons bereik (Rom.12:2). Jezus heeft echter de vijand niet verdáán, maar Hij riep zijn deelgenoten op om het werk te voltooien

In Lucas 9:1 vergaderde Jezus de twaalven om Zich en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en de opdracht zieken te genezen. In Lucas 10 lezen we over een grote oogst aan mensen en een uitbreiding van zijn medewerkers. Er worden dan zesmaal twaalf apostelen uitgezonden met dezelfde roeping. De opdracht is: geneest de zieken en zegt tot hen: het Koninkrijk Gods is nabij gekomen. Wanneer later de uitgezonden blij terugkeren en juichen dat in de naam van Jezus ook aan hen de boze geesten onderworpen waren, maakt de Here deze gunstgenoten attent op de heuglijke realiteit, dat hun namen opgetekend waren in de hemelen. Ook zij waren deel van een hemelse roeping.

Na bijna twintig eeuwen christendom is ook voor ons de tijd aangebroken om de woorden van Jezus en de apostelen weer tot leven te brengen. Een nieuwe generatie wordt zich van haar hemels partnership bewust. Zij weet zich geroepen om het slangengebroed wat haar omringt en bedreigt, de kop te vermorzelen door de prediking van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen: 'Om tot de gevangenen te zeggen: Gaat uit! tot hen die in duisternis zijn: Komt te voorschijn!' (Jes.49:9). Dit betekent dat de gebondenen en zieken die door boze geesten overweldigd zijn, worden bevrijd uit de hand hunner vijanden, en dat gezien zal worden dat de mens, die gescheiden wordt van de demonen, in wezen goed is.

Voor de boodschappers van goede tijding, de vreugdeboden des heils, geldt: 'Klim op een hoge berg in de hemelse gewesten: 'En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam des Vaders geschreven stonden' (Openb.14:1). Zij vormen een getal van duizend maal twaalf maal twaalf apostelen, want de oogst is zeer groot geworden en hij is wereldwijd. De uitgezondenen zijn alle deelgenoten van een hemelse roeping. Op hun voorhoofden zijn de namen van de Vader en de Zoon te lezen, want zij zijn volkomen vernieuwd in hun denken. Zij bezitten het geloof van Jezus en van God, want zij zegevieren over het rijk der duisternis en staan gereed om hun plaats op de troon in te nemen. De zuchtende schepping ziet deze zonen Gods met eer en heerlijkheid bekleed. 'Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, vele zonen tot heerlijkheid te leiden' (Hebr.2:10). Deze honderdvierenveertigduizend brengen de grote schare binnen, die niemand tellen kan. Sprak de profeet niet in Jesaja 55:11, dat het woord, het heilsplan, dat uit Gods mond uitgaat, niet ledig tot Hem zal weerkeren? Het woord, ook dat uit Genesis 3:15 zal doen wat God behaagt, en dat volbrengen waartoe Hij het heeft uitgezonden.

Na deze grote inzameling die alle massa-evangelisatie-campagnes in de kerkgeschiedenis in aantal te boven gaat, volgt de climax van de worsteling tegen de boosheden in de 'lucht'. Bij de slag van Armageddon worden alle geroepenen bijeenverzameld als een machtig leger, op 'witte paarden, gehuld in wit en smetteloos linnen'. Dan wordt de 'lucht', de hemel van het koninkrijk van de satan, gereinigd. Door de adem van zijn mond, dus door de deelgenoten van een hemelse roeping, zal onze Here Jezus Christus de wetteloze doden en machteloos maken door zijn en onze verschijning, 'want wij zullen met Hem verschijnen in heerlijkheid' (2 Tess.2:8 en Col.3:4).

Wij verlangen ernaar om aan onze roeping trouw te blijven. Zij bestaat vanaf het paradijs echter uit strijd. Wij voeren de oorlogen des Heren. Ook in het duizendjarige rijk zullen wij voortgaan om als zonen Gods de schepping te verlossen uit de dienstbaarheid aan het rijk der duisternis. Wij kunnen dit doen, omdat wij koningen en heren der aarde zijn.

Een nieuwe roeping

Er rest ons nog een roeping in de strijd tegen het rijk der duisternis. Ook de laatste vijand - niet de grootste - zal onderworpen moeten worden. Bij de laatste opstanding zullen wij opnieuw deelgenoten zijn van een machtige hemelse roeping. Het laatste bolwerk van de duivel wordt dan geslecht. Wij gaan dan doen wat Jezus eenmaal gedaan heeft. Na zijn sterven daalde Hij als overwinnaar af in het dodenrijk om het evangelie te prediken aan de geesten uit de gevangenis (1 Petr.3:19). Toen gaf de dood en het dodenrijk een deel van de oudtestamentische heiligen die in haar waren, terug (Matt.27:52). In het tijdperk van de tweede opstanding zullen de medegenoten van een hemelse roeping ook het dodenrijk binnendringen. Ook zij zullen daar evenals hun meester, het eeuwig evangelie prediken. 'Want wij zijn (ook daar) voor God een geur van Christus onder hen, die gered worden, en onder hen, die verloren gaan; voor dezen een doodslucht ten (tweeden) dode, voor genen een levensgeur ten leven' (2 Kor.2:15,16). Opnieuw klinkt dan de roep tot de gevangenen: Gaat uit! en tot hen die in het duister zijn: Komt te voorschijn! Allereerst geeft dan de zee haar doden terug. Aan de 'lichtzijde' van het dodenrijk zien wij dan de geestelijke lichamen van hen die geschreven zijn in het boek des levens, opstaan. Wij denken hier bijvoorbeeld aan een man als Lazarus. Ondanks zijn ellende was hij tijdens zijn leven op aarde een rechtvaardig mens en daarom kwam hij na zijn sterven in de schoot van de rechtvaardige Abraham. Zij die zich daar bevinden zijn zonder pijn en zonder ziekte, want ze kunnen ' de top van hun vinger dopen in het water des levens', beeld van een zekere gelukzaligheid (Luc.16:24). Dan volgen 'van boven naar beneden' de duistere delen van de hades. Daar zijn de krochten der duisternis met 'de engelen die gezondigd hadden', en de doden die bij hun heengaan de boze geesten met wie ze verbonden waren, niet wilde loslaten, want ze hadden de duisternis liever dan het licht.

Leef voor uw hemelse roeping

Weet u zich deelgenoot van een hemelse roeping? Ziet u iets van het geweldig perspectief dat hierin is besloten? 'Weet gij niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen?' (1 Kor.6:2). Verbreid daarom het evangelie van het Koninkrijk der hemelen en zie ook de keiharde werkelijkheid van de strijd onder ogen. Gods Geest geeft u kracht om te overwinnen. De christenen van de eindtijd hebben het woord 'overwinnaar' weer onder het stof der eeuwen uit hun bijbel naar boven gebracht. Om aan u hoge roeping te voldoen, zult u een vernieuwing van denken moeten ondergaan. 'De Meester is daar en Hij roept u'. Volg Hem in de hemelse gewesten. Uw roeping gaat niet van de voorganger uit, maar van de Heer. 'Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland Jezus Christus' (2 Petr.1:10,11). Heilig leven, zelfs niet meer struikelen, het is mogelijk vanwege dit overwinnend evangelie van Jezus Christus!

zie voor andere artikelen kvooverz