kvo 50e jaargang nummer 10 oktober 1986

Henk de Cock

De SCHARE die niemand tellen kan

Er zullen weinig bijbelgetrouwe christenen zijn die niet geloven dat het werk van de Heilige Geest essentieel is voor de redding van verlorenen. Het is immers Gods Geest die de wereld overtuigt van zonde, en die de verlorene tot Christus trekt. Het is door de verlichting en de kracht van de Heilige Geest dat de ongelovige het woord begrijpt en dat hij wordt wedergeboren op het moment dat hij zich aan Christus overgeeft. Het is door Gods Geest dat de macht van satan in zijn leven verbroken wordt. Het is door de Geest dat de vruchten voortgebracht worden en het karakter van God in een mensenleven openbaar wordt. Een zondaar kan niet gered worden zonder 'het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest' (Titus 3:5).

De Heilige Geest heeft een onloochenbaar aandeel in het verlossingswerk, en als gevolg hiervan zoeken vele kinderen Gods in onze dagen naar een leven dat vervuld is van Gods kracht. Slechts op deze wijze zullen zij betere getuigen van Christus kunnen zijn. Velen zoeken naar de doop in de Heilige Geest opdat zij door een grotere 'zalving' beter in staat zullen zijn verlorenen aan de voeten van Christus te brengen.

Zonder deze geweldige hulp van de Trooster en zonder de geïnspireerde prediking van het Woord van God zal het onmogelijk zijn de mensheid te winnen voor Christus, en zijn Gemeente te bouwen in een wereld die steeds perverser en vijandiger wordt.

Wie redt de 'schare die niemand tellen kan

In Openbaring 7:9-17 spreekt de bijbel over 'een schare die niemand tellen kan', die staat voor de troon en voor het Lam, bekleed met witte gewaden en met palmtakken in de handen. Van deze schare staat uitdrukkelijk geschreven dat zij uit de grote verdrukking komt (vs.14). Wanneer het nu voor ons vaststaat dat het de Heilige Geest is die redding en vernieuwing in mensenlevens brengt, spreekt het vanzelf, dat we ook geloven dat die grote schare op dezelfde wijze tot bekering komt. Hoe kan dit echter gebeuren als de Gemeente van Jezus Christus niet meer aanwezig is op de aarde? Hoe kunnen duizenden mensen verlost worden als er geen sterke en aktieve kerk aanwezig is die bekleed is met de kracht van de Heilige Geest.

In de moderne eindtijdleer stellen velen de opname van de Gemeente vóór de grote verdrukking. Hiermee worden wij echter geconfronteerd met een contradictie. Wanneer de kerk uit deze wereld wordt weggenomen, zal de Heilige Geest immers mee verdwijnen. Wanneer er nu sprake is van een grote schare die uit de grote verdrukking komt, hoe zal deze dan gered worden? Het antwoord is duidelijk: dit is onmogelijk! Daarom klopt of deze eindtijdleer die de opname vóór de grote verdrukking situeert niet, of de visie die wij hebben op het werk van de Heilige Geest zou foutief zijn.

Gesteld dat de gemeente opgenomen zou worden vóór de grote verdrukking, hoe zal dan een grote schare die niemand tellen kan, uit alle volk en stammen en natiën en talen gered kunnen worden in een relatief kort tijdsbestek van drie en een half jaar (of zeven, zoals anderen stellen), zonder de prediking van het evangelie en zonder de Heilige Geest? Waarom bekeerde die mensenmassa zich niet terwijl de Heilige Geest nog wèl op aarde woonde in de harten van de waarachtige gelovigen? Hoe kunnen duizenden en duizenden verlost worden en hun kleren wassen in het bloed van het Lam als er geen levende Christenen, vol van de Heilige Geest, meer aanwezig zijn op een aarde die meer dan ooit in verdorvenheid en demonische duisternis gedompeld is?

Worden mensen door lijden gered?

Er bestaat een grote tegenstrijdigheid tussen de theorie over de opname van de gemeente voor de grote verdrukking en de Nieuwtestamentische leer over de redding van zondaren. Velen trachten de verlossing van de schare die niemand tellen kan te verklaren met leerstellingen die volstrekt in tegenspraak zijn met datgene wat de Schrift leert. Een van deze theorieën betreft bijvoorbeeld de bekering door middel van lijden en martelaarschap. Zou het werkelijk zo zijn dat er duizenden tot Christus worden gebracht door middel van afschrikwekkend lijden? Zo'n opvatting zou ons terugbrengen naar de ideeën van de middeleeuwen, de tijd voor de hervorming, toen de kerk leerde dat het menselijk lijden een middel was om de rechtvaardigheid van God te bevredigen.

Er bestaat niet één enkel gedeelte in de bijbel dat een bewijsgrond levert voor de stelling dat lijden een middel zou zijn tot bekering. Die gedachte moeten we daarom met kracht verwerpen.

Als menselijk lijden iets positiefs zou zijn, als het de harten dichter tot God zou brengen, dan zou Jezus niet met de Heilige Geest aangedaan zijn om (onder andere) zieken te genezen, gebondenen te bevrijden en goed te doen aan allen die tot Hem kwamen. Evenmin zou Hij zijn discipelen uitgezonden hebben om het evangelie van het Koninkrijk van God te prediken met daarbij de opdracht de zieken te genezen, de doden op te wekken, de melaatsen te reinigen en de demonen uit te werpen. Het lijden verlichten zou het tegengestelde bereiken van wat men beoogde met evangelisatie.

Juist in het boek Openbaring overtuigt de Heer ons van het feit dat geen enkele verdrukking, hoe vreselijk ook, in staat zal zijn de wereld tot bekering te brengen. 'En wie van de mensen overgebleven waren, die niet gedood waren door deze plagen, bekeerden zich toch niet van de werken hunner handen, om de boze geesten niet meer te aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunne zien, noch horen of gaan; en zij bekeerden zich niet van hun moorden, noch van hun toverijen, noch van hun hoererij, noch van hun dieverijen'. (Openb.9:20).

De redding van verlorenen is altijd het gevolg van de prediking van het Woord van God geweest, en zal dat ook altijd blijven. Jezus zelf zei: 'Een ieder, die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij' (Joh.6:45).

Wij worden kinderen van God, als wij voortgebracht worden door het woord van God (Jac.1:18;1 Petr.1:23). Zonder de prediking van het evangelie zal het een mens onmogelijk zijn tot geloof te komen en gered te worden (Rom.10:14-17).

De theorie dat de grote schare gered zou worden als gevolg van de grote verdrukking en door het martelaarschap (er staat trouwens nergens in de bijbel dat zij het martelaarschap ondergingen), is een ontkenning van een fundamentele waarheid die de bijbel onderwijst, namelijk dat de prediking van het evangelie onontbeerlijk is voor de redding van het verlorene. 'Het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen, die geloven' (1 Kor.1:21).

Als een grote verdrukking zoals nooit eerder geweest is, een middel zou kunnen zijn tot redding van de schare die niemand tellen kan, dan klopt de bijbel niet. Dan zouden we beter onze evangelisatie- en zendingsaktiviteiten af kunnen lassen. Dan zouden we ons liever niet meer uit kunnen strekken naar de doop in de Heilige Geest.

Wie predikte tot de grote schare?

De kerk van Jezus Christus mag nooit een eindtijd leer aanhangen die in flagrante tegenspraak is met haar overige opvattingen. Wanneer men dus gelooft dat mensen alleen gered kunnen worden door de prediking van Gods Woord en de krachtige werking van de Heilige Geest, mag men niet tegelijkertijd aannemen dat talloze ongelovigen zich zullen bekeren als er niet meer gepredikt wordt en als de Heilige Geest weggenomen zal zijn.

Om toch tot een verklaring te komen van 'de schare die niemand tellen kan' komt men dan ook tot andere, volslagen onbijbelse theorieën.

Wie zijn de predikers als de Geestgedoopte dienstknechten van de Heer zijn weggenomen?... is de grote vraag.

Er zijn mensen die hun fantasie zo de vrije loop laten, dat ze zelfs verkondigen dat engelen uit de hemel het evangelie zullen verkondigen gedurende deze periode. Het spreekt vanzelf dat voor dergelijke leringen geen enkele bijbelse grond te vinden is. Nooit heeft een engel het evangelie aan een mens gepredikt. De apostel Petrus zegt zelfs dat engelen begeren een blik te slaan in het evangelie dat gepredikt wordt (1 Petr. 1:12). Engelen zijn boodschappers van God die uitsluitend aan de heiligen de berichten van God overbrengen. Zij zelf hebben geen enkel geestelijk inzicht in de boodschap van redding en bevrijding. Zij hebben geen deel aan de goddelijke natuur door de Heilige Geest zoals wij dat hebben. Daarom kunnen zij Christus niet aan de volken tonen. Immers alleen de mens die de geest van God bezit, is hiertoe in staat.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal van Cornelius. De engel die aan Cornelius verscheen, droeg hem op Petrus te laten halen om hem de boodschap van bekering uit te leggen. De engel zelf deed dit niet.

Er zijn ook mensen die denken dat de joden gebruikt zullen worden voor de bekering van de schare die niemand tellen kan. Maar als deze joden niet samen met de Gemeente opgenomen werden, moeten we de conclusie trekken dat zij zich tijdens de grote verdrukking bekeerd hebben. Hoe werden zij dan gered? Er bestaat slechts één weg om gered te worden zowel voor jood als voor de niet-jood. Jood en heiden zullen gered worden door het geloof in het evangelie van Jezus Christus. 'God... die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof' (Rom.3:30). En dat geloof ontstaat alleen door de prediking van het woord van Christus.

De twee getuigen uit Openbaring

In het boek Openbaring is sprake van twee getuigen die met grote geestelijke kracht opereren gedurende de grote verdrukking. Deze getuigen worden in Openbaring 11:4 'de twee kandelaren' genoemd. Nu worden de gemeenten uit de eerste hoofdstukken van Openbaring eveneens 'kandelaren' genoemd. Het zou in strijd zijn met alle regels voor bijbeluitleg als men beweerde dat de twee kandelaren uit hoofdstuk 11 plotseling een andere betekenis zou hebben. De twee getuigen wijzen op de Gemeente van Jezus Christus.

Zo komen we dus tot de slotconclusie dat de Gemeente door de grote verdrukking zal gaan. En daarmee is ook de enige uitleg gegeven die er mogelijk is voor de bekering van 'de schare die niemand tellen kan'. Het is slechts de Gemeente van Christus die de opdracht ontvangen heeft om de boodschap van het heil te verkondigen tot aan het uiterste der aarde. En slechts de Gemeente zal deze opdracht uit kunnen voeren.

De schare die niemand tellen kan is het grote bewijs van de aanwezigheid van de Gemeente in de periode die 'grote verdrukking' wordt genoemd. Zo'n gemeente zal niet angstig en verslagen zijn, maar overwinnend zal zij haar werk voltooien op deze aarde.

'En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn' (Matt.24:14).

zie voor andere artikelen kvooverz