kvo 50e jaargang nummer 10 oktober 1986

J.E.v.d.Brink

ONZE ONZIENLIJKE OORLOG

Strijd in Efeze

Waarschijnlijk vanuit zijn gevangenis in Rome en vóór zijn laatste verhoor schreef Paulus aan de gemeente te Efeze aangaande het geheimenis van zijn evangelie de niet mis te verstane woorden: 'Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten' (6:12). Vanuit de schemering waarin Job eenmaal leefde - een sluier bedekte immers alle volken - sprak deze godsman: 'Heeft niet de mens een strijd op aarde?' (7:1 St.Vert.) De hemelburger Paulus verlegde echter dit terrein van zijn strijd naar de geestelijke wereld. De christenen in Efeze verstonden zijn woorden. Had de apostel daar niet 'met de wilde dieren gevochten' en was het gevolg ervan niet geweest, dat voor hem toen 'een grote en machtige deur werd geopend' ondanks de 'vele tegenstanders'? (1 Kor.15:32;16:8). Hoe had ook daar de geest van het judaïsme zich verzet tegen zijn prediking, en kwaad gesproken van de (hoge) weg. De gemeente te Efeze was evenwel ook getuige geweest van de doorbraak van de Heilige Geest bij twaalf discipelen van Johannes de Doper, die de nieuwe tijd nog niet onderkend hadden. Allen hadden toen in tongen gesproken en hadden bovendien nog de gave der profetie ontvangen. De Efeziërs hadden gezien hoe 'God buitengewone krachten deed door de hand van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken werden gebracht en hun kwalen van hen weken en boze geesten uitvoeren'. Zij hadden het falen van de joodse exorcisten meegemaakt toen dezen door een boze geest werden overweldigd. Wat een triomf van het volle evangelie was het daarna niet geweest, toen de boeken met toverformules, mystieke tekens, wonder bewerkende namen of geheimzinnige aanwijzingen, in dit centrum van occultisme op de brandstapel werden geworpen. Bij het tumult der zilversmeden dat er toen op volgde, hadden de wereldbeheersers dezer duisternis in verband met de terugloop van de eredienst aan de grote godin Artemis, die in Asia en in het gehele romeinse rijk vereerd werd, hard teruggeslagen (Hand.19). Aan deze gemeente, die tot grote hoogte geklommen was, schreef Paulus over de overste van de macht der lucht' onder wie de legioenen gevallen engelen zijn verenigd en aan wiens heerschappij de gelovige christenen zich hadden ontworsteld (Ef.2:2).

Aanwezigheid op alle terreinen

In iedere fase van het menselijk leven trachten de boze geesten hun rol te spelen. Er is geen terrein waar ze niet opereren. Alle rampen, hongersnoden, stormen, aardbevingen, oorlogen, ruzies, zonden, ziekten en gebondenheden moeten wij aan hun activiteiten toeschrijven. Zij beïnvloeden de aardse overheden en de media. Ze zijn aanwijsbaar aanwezig in kunst en religie. Ze staan onzichtbaar achter het gebruik van sterke drank, het rook'genot' en de drugsverslaving. Ze veroorzaken de toenemende onzedelijkheid in onze dagen. Met elkaar vormen zij het mysterie der wetteloosheid. De natuurlijke mens ziet alleen de zichtbare acteurs, de goddeloze dictators en de wrede tirannen. Hij spreekt over slechte mensen en distantieert zich van de moeilijke man of vrouw en van het lastige kind, maar de demonen die het de mens moeilijk en lastig maken merkt hij niet op. Hij strijdt slechts tegen bloed en vlees. In zijn geestelijke domheid worstelt hij als christen tegen zichzelf. Hij verlangt van zichzelf bevrijd te worden in plaats van verlost te worden van de boze. De ongeestelijke christen houdt in feite geen rekening met de onzichtbare maffia, hoewel de aanwezigheid van deze terroristen even reëel is als die van de lucht rondom hem.

Het wereldgebeuren bestaat niet alleen uit menselijke aktiviteiten, maar uit werkingen van aartsengelen, overheden, vorsten, tronen, heerschappijen, machthebbers en wereldbeheersers. Zij zijn de hemelse autoriteiten die pressie uitoefenen op de aardse regeerders en deze inspireren. Ze hebben zo een leidende rol in het politieke, maatschappelijke en religieuze leven. Hun miljardenleger keert zich bovenal tegen de ware gemeente van Jezus Christus, want alleen het geloof in diens leer over het Koninkrijk der hemelen overwint de waanzinnige wereld en herstelt haar, want 'dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof' (1 Joh.5:4).

Onze Heer roept zijn volgelingen op tot de goede strijd des geloofs en Hij zegt ook tot ons: 'Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen' (Luc.10:19). Wij moeten niet wijzer zijn dan Jezus en zijn apostelen, en menen dat hun woorden in onze tijd hun betekenis zouden verloren hebben. In het geloof beginnen wij daarom de boze geesten te weerstaan, uit te drijven en naar de afgrond te verwijzen. Al voortgaande zullen ook de hogere machten, de tronen, de heerschappijen, overheden en wereldbeheersers aan ons onderworpen worden. De wapenrusting die wij hiervoor nodig hebben, is al even onzichtbaar als de vijand zelf. Wij omgorden ons met de gordel der waarheid van het woord Gods in de wetenschap dat deze onzichtbare vijanden aan ons onderworpen zijn, en de mens Gods, die tot alle goed werk volkomen toegerust is, zal geopenbaard worden. Wij bekleden ons daarom met het pantser der gerechtigheid, dat is de zekerheid dat wij als rechtvaardigen in het leger Gods strijden. Als vreugdeboden beklimmen wij de hoge berg Sion in de hemelse gewesten en zijn bereidvaardig het evangelie van het Koninkrijk bekend te maken. Met het schild des geloofs doven wij de brandende pijlen van de boze, die ons daarmee beschadigen en doden wil. In het geloof zetten wij de helm des heils op om onze gedachten te beschermen tegen de negatieve beïnvloeding van de boze. Wij weten dat Jezus redt en geneest en heling schenkt. Wij hanteren in deze worsteling het onzichtbare zwaard des Geestes, terwijl wij in talen van engelen en mensen die de Heilige Geest ons doet uitspreken, bidden en smeken. Als christenen kritiseren wij de aardse overheden niet, voeren er geen acties tegen, maar staan in de bres 'voor koningen en alle hooggeplaatsten', opdat zij niet geïnspireerd worden door de god dezer eeuw, maar als natuurlijke, leidinggevende wereldgeesten het goede voor hun onderdanen kunnen zoeken, en wij 'een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid'.

Toenemende luchtvervuiling

Bij zijn val stond de mens zijn heerschappij over de aarde af aan de satan. 'Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van hem, die haar daaraan onderworpen heeft' (Rom.8:20). De vólle vrucht der aarde wordt gevonden als de zonen Gods geopenbaard worden. De aardbodem is terwille van de mens vervloekt, dat betekent prijs gegeven aan de machten der duisternis (Gen.3:17). Door hun aanwezigheid is de 'lucht' vervuild.

Bij de verzoeking in de woestijn 'toonde de duivel aan Jezus al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zei tot hem: Dit alles zal ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt (Matt.4:8,9). Dit aanbod werd door onze Heer afgeslagen, maar het zal wel worden aangenomen door de mens der zonde, de antichrist. Het beest uit de afgrond ontvangt immers van de draak diens kracht, troon en grote macht. De antichrist hecht zich aan dit beest dat uit het dodenrijk opkomt en wordt er één geest mee.

Met zijn wetteloze geesten staat de duivel achter de wereldsystemen. Daarom wordt generaliserend gezegd: 'Er is niemand die verstandig is, die God ernstig zoekt, allen zijn afgeweken, tezamen zijn ze onnut geworden' (Rom.3:10-12). De mens wordt onnut, omdat de hielbijter uit Genesis 3:15 zijn voeten belet de weg des levens te bewandelen. De duivelse hiërarchie mist iedere wijsheid om met de mens op de juiste wijze om te kunnen gaan. Bij zijn verbanning uit het Koninkrijk Gods werd van de duivel immers gezegd: 'Met uw luister hebt ook gij uw wijsheid teniet doen gaan' (Ez.28:17). Daarom ontregelen deze duistere overheden het goede bij de mens in kerk, staat en maatschappij. Van hen die met deze machten verbonden zijn zegt God: 'Verderven zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen', en 'heeft God niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt?' (1 Kor.1:19,20).

In het degeneratieproces der overheden is er gelukkig nog altijd een 'wederhouder' geweest, die de wetteloosheid keerde. In vele regeerders werkt nog de ingeschapen wet van God. Zij doen van nature wat de wet gebiedt. Ze luisteren naar de stem van het geweten (Rom.2:14,15). Bij de toenemende druk vanuit de hemelse gewesten kunnen deze 'zwakke en armelijke wereldgeesten' het echter niet meer volhouden tegen de ontbindende krachten van het opkomende rijk van de antichrist. 'Want in het geheim is reeds de ongerechtigheid werkzaam, doch slechts zolang, totdat de macht die haar thans tegenhoudt, uit de weg is geruimd. En dan zal de ongerechtige zich openbaren' (2 Tess.2:7,vert.Brouwer). In onze tijd zien we dat leidende figuren in een verbasterd christendom door hun gezagsondermijnende geschriften hun volgelingen rijp maken voor het antichristelijke tijdperk.

Jezus overwon

In Kolossenzen 2:15 staat dat Jezus aan het kruis de overheden en machten heeft ontwapend, ze openlijk ten toon stelde en zo over hen zegevierde. Hij overwon zijn tegenstanders, omdat Hij in zijn worsteling tegen hen steeds Zichzelf bleef. Onder al zijn lijden ontfermde de Heer Zich over zijn moeder en gaf Hij zijn geliefde discipel nog de opdracht voor haar te zorgen. Hij schold niet tegen de joodse leiders die Hem bespotten, noch dreigde en vervloekte Hij de Romeinen, die het wrede vonnis uitvoerden. Hij bad voor allen die Hem geweld aan deden, want zij wisten niet dat zij gebruikt werden door de boze geesten.

Door geweld is het de geestelijke boosdoeners gelukt Jezus te doden, dat wil zeggen zijn uitwendige mens van de innerlijke te scheiden. Zijn overwinning bleek in de onzichtbare wereld, toen Hij opnieuw verbonden met de Heilige Geest, als Zoon van God en als overwinnaar het dodenrijk doorging, terwijl in het graf zelfs zijn lichaam geen verderving onderging. Door zijn opstanding en verschijningen toonde Hij zijn heerlijkheid ook in de zichtbare wereld.

De overheden en machten legden het erop toe om Jezus te kleineren, te bespotten, minderwaardig te maken en Hem aan zich te onderwerpen. Zij willen immers niet dat een mens mederegeerder van God wordt. In zijn dood en opstanding heeft Jezus getoond capabel te zijn en ook waardig om te heersen over alle werken van Gods handen. Vanuit zijn hemelse positie roept Hij nu zijn gemeente op om dezelfde strijd te voeren, want 'wie overwint, hem zal ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon' (Openb.3:21). Dit is alleen mogelijk wanneer de gemeente georiënteerd is op de geestelijke wereld en zij de goede strijd strijdt. De belofte is: 'Opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden' (Ef.3:10). De dwaze en onwijze wereldbeheersers zien dan een gemeente, die stralend is en zonder vlek en rimpel. De Here zal dit heil door middel van zijn Geest zegevierend openbaren . De volgende maal vervolgen wij ons onderwerp met: 'De oorlogen des Heren'.

zie voor andere artikelen kvooverz