kvo 50e jaargang nummer 9 september 1986

Henk de Cock

VRIJ van VREES

De volmaakte liefde drijft de vrees uit

Tallozen worden gekweld door vrees vandaag de dag. Men worstelt met vrees voor het onbekende, vrees voor werkeloosheid en armoede, vrees voor aanslagen, overvallen, vrees voor ongeneeslijke ziekten en het onbekende daarna.

Welke vorm vrees ook aanneemt, ze komt voort uit het gemis aan de tegenwoordigheid van God!

Koning David getuigde in Psalm 23 al: 'Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt met mij'.

Want vrees is in feite niets anders dan gebrek aan geloof in God en in de oneindige liefde die Hij voor ons koestert.

Als de apostel Johannes over de liefde van God spreekt, stelt hij, dat het reddende geloof niet bestaat uit de mate van liefde die wij voor God menen te voelen, maar in het kennen van de volmaakte liefde die Hij voor ons heeft. Johannes zegt: 'En wij hebben die liefde onderkent en geloofd, die God jegens ons heeft. God is liefde, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem' (Joh.4:16).

Overwinning op angst hangt niet in de eerste plaats af van de liefde die wij voor God voelen, maar van de overtuiging die we hebben dat God van ons houdt. Vandaar dat Johannes stelt: 'Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit' (1 Joh.4:18).

Slechts de mens die zich bemind weet, zal een sterke en evenwichtige persoonlijkheid weten te ontwikkelen. Terwijl degene die zich niet geliefd voelt, onherroepelijk gefrustreerd raakt en vol van complexen zal zitten.

De fout van velen is dat ze hun steun zoeken in het begrip en de aanvaarding van mensen om hen heen. Dit is een weg die tot veel teleurstellingen leidt.

We moeten ons leven niet bouwen op liefde van mensen, maar op de volmaakte, goddelijke liefde. Het is immers niet de menselijke liefde die de vrees uitdrijft, maar de liefde van God. De volmaakte liefde is de liefde die uit het hart van de hemelse Vader komt - en aan deze liefde zal het ons nooit ontbreken. Hij heeft ons immers zijn liefde bewezen door ons zijn enige Zoon te geven.

De apostel Johannes gaf er blijk van dat hij deze goddelijke liefde ook heel persoonlijk kende. Deze apostel beschrijft zichzelf in zijn evangelie als 'de discipel die Jezus liefhad'. Hij doelde daarmee niet op zijn liefde voor de meester, maar op de liefde van de Meester voor hem. Hij wist zich als discipel door Jezus heel persoonlijk bemind.

Waar de apostel Johannes in deze liefde van Christus voor hem geloofde, was hij ook vrij van vrees. Dit werd heel duidelijk toen Jezus werd veroordeeld en terechtgesteld. Terwijl de andere discipelen bevreesd op de vlucht sloegen en de Heer van verre volgden, bleef Johannes dicht in de nabijheid, en stond hij aan de voet van het kruis waaraan men zijn Heer gehangen had. Johannes was de enige discipel die geen angst kende!

Niet dat deze discipel zelf zoveel liefde voor zijn Heer had. Hij was zich echter bewust van Jezus' liefde voor hem! Dankzij de zekerheid door Jezus bemind te worden, kende Johannes geen vrees voor de verwerping en bespotting. Voor het doodsgevaar waar ook hij aan bloot stond.

Het komt erop aan de boodschap van het evangelie te aanvaarden die zegt: God is liefde.

Het christelijk geloof is vóór alles gebaseerd op de ontdekking van de liefde die God voor de mensheid koestert. Het is door deze volmaakt goddelijke liefde dat alle vrees wordt uitgebannen. Het is door deze liefde dat de gelovige tot een evenwichtige persoonlijkheid wordt gevormd, die zich volkomen op God durft te verlaten!

Natuurlijk is het ook nodig dat wij God liefhebben. Johannes zegt in dezelfde brief: 'Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad' (1 Joh.4:19). We zullen echter nooit in staat zijn God lief te hebben als we niet eerst geloven in zijn onmetelijke liefde voor ons.

Het ware christendom wordt gekenmerkt door geloof in de liefde van God. Het resultaat hiervan is dat ieder die God werkelijk leert kennen, bevrijd wordt van vrees en onzekerheid. Wie met God wandelt kan niet tegelijkertijd bevreesd zijn, zelfs niet in het grootste gevaar.

De grote realiteit van het christelijk geloof is de moed om leven en dood met opgeheven hoofd tegemoet te treden! Volkomen vrij van vrees!

zie voor andere artikelen kvooverz