kvo 50e jaargang nummer 9 september 1986

JE.v.d.Brink

D e d a g d e s H e r e n

Ontmoeting in de lucht

Wanneer wij ons met de wederkomst des Heren bezighouden, herinner ik aan een voorgaand artikel, waar aangetoond werd dat Jezus 'op dezelfde wijze' zal terugkeren als Hij heengegaan is. Bij zijn hemelvaart werd Hij omringd door een wolk van heiligen, die door de dood en het dodenrijk reeds waren teruggegeven. Bij zijn wederkomst zullen opnieuw 'vele heiligen' verrijzen, namelijk zij die in Christus gestorven zijn. Met hun hemels lichaam, hun eeuwig huis, namen zij hun intrek bij de Heer. Zij vertoeven nu in de heilige stad en vormen daar de tempel Gods. Bij de wederkomst vergezellen de ontslapenen Jezus naar het domein van de lucht, dat is de geestelijke wereld die bij de aarde behoort. Zij worden begeleid door hun engelen onder de strijdbare aartsengel Michaël. Zij komen dan in de geestelijke wereld die met 'lucht' wordt aangeduid, waar het hoofdkwartier van 'de overste van de macht der lucht' zich bevindt (Ef.2:2).

In Tessalonicenzen 4:17 is er sprake van een ontmoeting in de lucht. Wanneer men deze uitdrukking letterlijk nemen zou, kan opgemerkt worden dat wij op aarde de mensen altijd in de lucht ontmoeten. Zij is zelfs aanwezig in ons lichaam. Voor een ontmoeting in de lucht behoeft men niet hoog te stijgen. In die betekenis wordt dit beeld nergens in het Nieuwe Testament gebruikt. Daarom is de lucht juist zo'n duidelijk voorbeeld van een geestelijke wereld, die de mens omringt en wil binnendringen. Toen de duivel uit de hemel van het Koninkrijk Gods geworpen werd viel hij op de aarde (Jes.14:12,Ez.28:14). In de onzichtbare wereld vormde hij daar zijn koninkrijk in de 'lucht', omdat de mens zijn macht en heerlijkheid aan hem had overgegeven (Luc.4:6). Terwille van de mens is de aarde vervloekt, dat is prijsgegeven aan de boze geesten in de lucht. 'Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om hem (de mens), die haar daaraan onderworpen heeft' (Rom.8:20). De duivel vervuilt deze onzienlijke wereld die bij de mens behoort. Het gevolg ervan is, dat deze dood is in zonden en misdaden. Zijn geestelijk lichaam kan zich niet ontwikkelen. Dit verkeert als een ongeboren kind in de duisternis van de schoot zijner moeder. Door zijn wedergeboorte ontvangt het geestelijk lichaam het levenslicht en komt het Koninkrijk Gods in de mens. Te midden van de duisternis schijnt nu het licht in zijn hart, zodat vervuld wordt: 'Opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld' (Filip.2:15).

Bij de wederkomst komen met Jezus ook de ontslapenen in de lucht. Zij ontwaken dan, dat wil zeggen dat zij weer op aarde gaan functioneren. Hun hemels lichaam bezit zo'n grote kracht, dat het tot een stoffelijk lichaam kan worden omgevormd. Zij hebben dan vlees en beenderen zoals ook wij die nu bezitten. Het bewijs van hun opstanding ligt dus in het feit, dat zij aan mensen op aarde kunnen verschijnen. De verschijningen der heiligen waarvan Mattheüs 27:53 melding maakt, houden een heerlijke belofte in voor de toekomst, wanneer Jezus met hen die van ons heengingen, in heerlijkheid aan ons die bij zijn wederkomst nog op aarde leven, zal verschijnen.

Een ernstige waarschuwing

In 1 Tessalonicenzen 5 schrijft de apostel over 'de tijden en gelegenheden' in verband met de Dag des Heren, dat is die van zijn wederkomst. De tijden en tijdstippen zouden we kunnen vergelijken met de afstanden op een weg en de kilometerpalen, die telkens nieuwe trajecten markeren. Ze duiden dus een 'volheid des tijds' aan. Jezus vertelde zijn discipelen, dat de hemelse Vader de beschikking ervan aan Zich heeft voorbehouden (Hand.1:7). Het is evenwel niet zo, dat God een kalender zou hebben, waarop de data der komende gebeurtenissen gefixeerd zijn, want 'Hij toch verandert tijden en stonden' (Dan.2:21). De Vader is als de Landman, die wacht op de kostelijke vrucht van het land en die geduld heeft, totdat de vroege en late regen hun werk hebben gedaan (Jak.5:7). Als gevolg van de prediking van het Koninkrijk der hemelen, die over de gehele wereld verkondigd zal worden, en vanwege een toenemende uitstorting van de Geest Gods in de laatste tijden, komt de gemeente tot rijpheid: 'Wanneer de vrucht rijp is, laat Hij er terstond de sikkel in slaan, omdat de oogsttijd aangebroken is' (Marc.4:29).

In het Nieuwe Testament is de Dag des Heren die van Christus. Zo heeft de Statenvertaling in 2 Tessalonicenzen 2:2 in verband met de wederkomst des Heren op grond van enkele handschriften de Dag van Christus staan in plaats van de Dag des Heren. Hij wordt ingeluid door een grote afval der christenheid, een val uit de hemelse gewesten. Vele 'sterren des hemels' worden dan op aarde geworpen (2 Tess.2:3,Openb.12:4). Zij vormen dan de 'antichristen', die geleid en geïnspireerd worden door de boze geesten in de 'lucht'. Bij de wederkomst des Heren zullen de zonen des lichts en de zonen des dags geopenbaard worden, maar de afvalligen behoren aan de nacht en de duisternis toe, 'want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken zijn des nachts dronken' (1 Tess.5:7). Mensen die slapen zijn niet aanspreekbaar. Men kan met hen niet meer communiceren. De zonen des lichts hebben dan ook geen enkele gemeenschap meer met een verbasterd christendom. Zo sliep ook het volk Israël bij de eerste komst des Heren. Het was zo blind en doof, dat het geen signalen uit het Koninkrijk Gods meer kon opvangen. Slechts tot een kleine groep gelovigen, die de verlossing voor Jeruzalem verwachtten, kon God spreken. Zo ontving Simeon een godsspraak, dat hij de dood niet zou zien, eer hij de Christus des Heren gezien had. De profetes Anna herkende het kind Jezus, toen het de tempel werd binnengebracht. Deze gelovigen vormden toen de zonen van het licht en die van de Dag. De leidslieden echter onderscheidden alleen maar de tekenen aan het uitspansel. Hun hart was afgesloten voor de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen. Daarom was de Dag des Heren voor hen niet die van het welbehagen. Wenend riep Jezus tijdens zijn intocht in Jeruzalem uit: 'Och, of gij ook op deze dag verstondt wat tot uw vrede dient, maar thans is het verborgen voor uw ogen'. Zij hadden de Dag niet opgemerkt, dat God naar hen omzag (Luc.19:42-44).

Bij de tweede komst van Jezus zal deze geschiedenis zich wereldwijd herhalen. Ook dan zal geconstateerd worden, dat Hij gekomen is voor de zijnen en dat deze Hem niet hebben aangenomen. Zij slapen, omdat hun wandel niet in de hemel van het rijk Gods is. De apostel vergelijkt hen met degenen die hun roes uitslapen. Ze zijn ten prooi aan geestelijke verwarring. De ware christenen kunnen geen enkele gemeenschap meer met deze slapers krijgen. Wanneer iemand slaapt, staat zijn geestelijke ontwikkeling stil. Hij kan niet leren en zich niet bekwamen voor het maatschappelijke en culturele leven. De geestelijk slapende kunnen wel de tekenen in de natuurlijke wereld opmerken: hongersnoden, aardbevingen, milieurampen, zedelijke achteruitgang, maar zij zijn blind en doof voor de tijden en tijdstippen die geopenbaard worden vanuit de hemelse gewesten. Tot zulke ongeestelijke christenen komt de roep: 'Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden, en Christus zal over u lichten'. Velen ontwaken echter niet, want zij worden uiteindelijk misleid door de geest van de antichrist, die voor hen de staatkundige en kerkelijke problemen zo zal oplossen, dat ze zullen zeggen: 'Het is alles vrede en rust'. Zij zien immers geen uitwijkmogelijkheid in de onzienlijke wereld van het Koninkrijk Gods. Zij weten niet dat voor de geestelijke christenen een nieuwe tijd is aangebroken, waarin de belofte rijkelijk wordt vervuld, dat het kwade tot hen niet zal genaken, maar dat op de hemelse berg Sion en in de heilige stad Jeruzalem ontkoming zal zijn.

Avondmaalsviering tijdens de parousie

Bij het avondmaal gedenkt de plaatselijke gemeente het lijden en sterven van Jezus Christus. Zij geeft daarmee uitdrukking aan haar gemeenschap met de Here Jezus en aan de geestelijke eenheid van haar leden. Dezen getuigen dat zij als een welsluitend geheel tot de mannelijke rijpheid opgroeien. Zij houden zich dan niet bezig met allerlei leerstellingen, maar belijden tijdens het communiceren dat zij rechtvaardigen zijn, voor God gekocht door het bloed van het Lam. Zij zijn tot een koninkrijk gevormd om met hun Heer als koningen te heersen op de aarde. Daarom verkondigen zij de dood des Heren totdat Hij komt'.

Bij de parousie, het Griekse woord voor wederkomst en tegenwoordigheid, houdt het vieren van het avondmaal niet op, maar het vindt dan plaats onder andere en wel zeer heerlijke omstandigheden. Tijdens de instelling van het avondmaal wees Jezus erop, dat Hij van de vrucht van de wijnstok niet meer zou drinken, tot op die dag, dat Hij haar met ons nieuw zou drinken in het Koninkrijk zijns Vaders (Matt.26:29). Nieuw betekent hier niet nieuw in tijd maar in contrast met het oude, dus afwijkend van alle avondmaalsvieringen in de loop der eeuwen door miljoenen christenen.

Na zijn opstanding verscheen Jezus veertig dagen lang aan zijn volgelingen. Het harde bewijs dat Hij werkelijk als mens van vlees en bloed onder hen aanwezig was, lag in het feit dat Hij regelmatig met hen de maaltijd gebruikte. 'Toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen: 'Hebt gij hier iets te eten?' (Luc.24:40-43). In het huis van Cornelius getuigde Petrus, dat Jezus verschenen was aan hen, die met Hem gegeten en gedronken hadden, nadat Hij uit de doden was opgestaan (Hand.10:41). Het kan niet anders of Hij heeft ook menigmaal met hen het avondmaal gevierd. Ook waren de kringen te Jeruzalem van meetaf gewend 'het brood aan huis te breken'.

Bij zijn wederkomst zal de Here Jezus samen met de verrezen ontslapenen aan hen die dan nog leven, verschijnen. Zij zullen met hen het avondmaal vieren in deze geheel nieuwe omstandigheid. Vervuld wordt: 'Opdat wij, hetzij wij waken (levend achterblijven), hetzij wij slapen (in Christus gestorven zijn), te zamen met Hem zullen leven' (1 Tess.5:10, Col.3:4). Dit 'te zamen' komt tijdens het avondmaal goed tot uitdrukking. Wij mogen ons misschien over deze tijden en tijdstippen verwonderen, maar dat deden de discipelen in hun tijd ook. Welk een vertroosting en bemoediging voor de gemeente in de eindtijd. Deze laatste avondmaalsvieringen dragen bij aan de belofte: 'En geheel uw geest, ziel en (geestelijk)lichaam moge bij de parousie van onze Here Jezus Christus blijken in elk opzicht onberispelijk bewaard te zijn' (1 Tess.5:23).

Na deze tijd van verschijningen, waarin de werfkracht van de gemeente over de gehele aarde haar hoogtepunt bereikt, zal het tijdstip aanbreken, dat de levend overgeblevenen in een punt des tijds veranderd worden. Hun natuurlijk lichaam wordt dan verzwolgen door hun geestelijk lichaam (1 Cor.15:54). Zoals Jezus na zijn avondmaalsviering op Golgotha zijn zwaarste slag met de boze geesten in de lucht voerde, zo zullen dan de verbonden heerscharen in de hemel de strijd in de hemelse gewesten beëindigen met een glorieuze overwinning op de vijand in het hemelse Harmágeddon. 'En de zevende engel goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit de tempel, van de troon, zeggende: Het is geschied' (Openb.16:17).

zie voor andere artikelen kvooverz