kvo 50e jaargang nummer 7 juli 1986

Henk de Cock

GELOOF en WERKEN

Wie geloof en werken van elkaar probeert te scheiden, zal onvermijdelijk vervallen in een dood dogmatisme. Wil men van een gezond geloofsleven kunnen spreken, dan zullen beide factoren moeten spelen - het geloof kan niet zonder werken.

Uiteraard behoort het geloof in alles voorop te staan. Het is het geloof dat de geestelijke inhoud van onze daden bepaalt. Zonder geloof is het onmogelijk Gode welgevallig te zijn (Hebr. 11:6).

Aan de andere kant echter zullen we ons geloof nooit los mogen maken van onze daden. Als we dat wel doen, komen we in een theoretisch christendom terecht. Als mensen werkelijk geloven, zal dit geloof hen leiden tot door de Geest geïnspireerde daden.

Volwassenheid

Ons geloof wordt niet volwassen doordat we enkel maar nieuwe waarheden proberen te ontdekken om in ons op te nemen. Ons geloof groeit naarmate we ervoor zorgen dat onze daden gelijke tred houden met onze inzichten. Jonge gelovigen kunnen dan ook in de ogen van God net zo volmaakt zijn in hun geloof als diegenen, die al langer op de weg zijn. Het komt er maar op aan dat ze hetgeen ze geloven ook in praktische daden weten om te zetten. Het geloof wordt immers volkomen uit de werken! (Jac. 2:22).

We mogen het geloof dan ook niet beperken tot slechts een gedachtenwereld, een theoretische geloofsvisie. Laten we niet denken dat God ons zou accepteren enkel en alleen vanwege het feit dat we het met Hem eens zijn. Levend geloof zal namelijk niet alleen ons verstand, maar ook onze wil moeten beheersen. Onze beslissing om de Heer te gehoorzamen, maakt net zo goed deel uit van ons geloofsleven als onze verstandelijke overtuiging. Vandaar dat Paulus als doel van zijn apostelschap aangeeft dat hij zijn toehoorders niet alleen tot geloof wil brengen, maar bovenal tot 'gehoorzaamheid des geloofs'. Geloof moet met daden gepaard gaan (Rom.1:5;16:26).

Eenheid

Onze heiligmaking bestaat niet alleen uit de reiniging door het offer van Jezus. Wel zien we in het boek Openbaring hoe de witte gewaden van de heiligen gewassen zijn in het bloed van het Lam. Hun reiniging bestond echter niet alleen uit de vergeving van hun ongerechtigheid, maar ook uit praktische rechtvaardigheid. Hun smetteloze klederen waren dan ook niet alleen gewassen door het bloed, maar ze spraken tevens van hun rechtvaardige daden (Openb.7:14).

Geloof en werken moeten één geheel vormen. Zo verhaalt Marcus hoe Jezus het geloof opmerkte van de vier mannen die hun verlamde vriend tot Hem brachten (Marc.2:5). Wat Hij eigenlijk zag, waren hun daden - het feit dat ze zich er zo volledig voor inzetten om hun vriend aan zijn voeten te krijgen. Deze inzet nu noemde Hij geloof!

Waar ons geloofsleven niet verder komt dan allerlei theoretische beschouwingen, daar heeft de geestelijke dood reeds zijn intrede gedaan - hoe bijbels onze opvattingen ook mogen zijn. Zonder werken is immers het geloof dood!

Onze God is één

In onze theoretische beschouwingen over de mens mogen we weliswaar onderscheid maken tussen geest,ziel en lichaam, maar we moeten niet proberen dat ook in ons persoonlijk geloofsleven van alledag te doen. We kunnen immers nooit ons geestelijk doel bereiken, als we niet alle vermogens inzetten. We moeten net zo goed geloven met onze wil en onze handen, als met ons verstand. We geloven immers in een vol evangelie, voor de totale mens! Dan moeten we ook niet een halve of gedeeltelijke mens inzetten voor de dingen van Gods Koninkrijk.

Op de vraag welk gebod het belangrijkste is van alle, antwoordde Jezus in de eerste plaats: 'Hoor, Israël, de Here onze God, de Here is één'. Dat betekent niet alleen dat de Heer één is in aantal, maar ook dat Hij een eenheid vormt. Hij heeft ons lief met al zijn eigenschappen, met geheel zijn wezen. En dat is het fundament van het gebod dat ook wij Hem moeten liefhebben met de totaalsom van onze vermogens: met geheel ons hart, geheel onze ziel, geheel ons verstand en geheel onze kracht (Marc.12:30).

We moeten ervoor waken God of onszelf in verschillende delen te ontleden. Wie God alleen maar wil aanbidden, liefhebben en dienen met het verstand, maar het gevoelsmatige en praktische buitensluit, die doet het volle evangelie tekort. Onze volmaaktheid wordt immers openbaar in de bevrijding van al onze vermogens, zodat deze als eenheid kunnen worden ingezet in de dienst van de Heer.

Waar de werken of de activiteiten van de ziel geen gelijke tred houden met onze gedachtenwereld, daar worden we innerlijk verdeeld en gefrustreerd.

Alles in allen

Door het geloof zijn God en de mens onlosmakelijk met elkaar verbonden, zowel wat het leven als wat de werken betreft. Paulus ziet dan ook geen essentieel verschil in de daden die wij zelf verrichten en de daden die God voor ons doet. Hij zegt: 'Ik heb meer gearbeid dan zij allen'. Maar aan de andere kant geeft Hij gelijdelijk toe: 'Doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is (1 Kor.15:10).

We werken omdat we een God hebben die werkt, en leven omdat we een God hebben die leeft. En zowel het leven als de werken zijn vruchten van ons geloof in een God die een volkomen eenheid vormt, zoals ook wij als mensen een eenheid vormen, waar we immers geschapen werden naar zijn beeld. Het evangelie van het Koninkrijk dat Jezus predikte is dan ook een boodschap van verlossing van de gehele mens: van zijn geest, van zijn gevoelsleven en van zijn werken.

Ook nu nog zegt Jacobus tot de theoretische gelovigen: 'Ik zal u mijn geloof tonen uit mijn werken' (Jac.2:18).

zie voor andere artikelen kvooverz