kvo 50e jaargang nummer 6 juni 1986

Henk de Cock

HET WOORD

Een van de kwalijkste problemen waar het christendom door de eeuwen heen mee te kampen heeft gehad, is ongetwijfeld het gebrek aan serieuze bestudering van het Woord van God, de bijbel. Dit is de direkte oorzaak geweest van de opkomst van ontelbare sekten en bewegingen, die alle beweren overeenkomstig de bijbel te zijn, terwijl ze niet anders dan leerstellingen van mensen en bijgelovigheden verkondigen en zelfs praktijken voorstaan die kant noch wal raken.

Het is onbegrijpelijk, dat mensen die belijden dat de bijbel het woord van God is, hem niet lezen noch serieus bestuderen. Sommigen komen zelfs op het punt, dat ze met veel overtuiging leerstellingen in de naam van de Heer verdedigen, zonder er de bijbel erop nageslagen te hebben. Sommigen beweren dat ze de enig ware christenen zijn op aarde, overeenkomstig de bijbel. Maar tegelijkertijd raden ze het bestuderen van het Woord van God af, omdat dat helemaal niet nodig zou zijn. En ze beseffen niet eens hoe inconsequent dat allemaal eigenlijk is.

Het spreekt vanzelf dat niemand iets kan geloven waar hij niet duidelijk van afweet en ook geen begrip van heeft. Zonder de bijbel, die de openbaring van God aan de mensen is, kan men moeilijk iets van God ontdekken. De bijbel zelf stelt: 'Hoe zullen dan zij Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?... Zo is dan het geloof uit het horen en het horen door het woord van Christus' (Romeinen 10:14 en 17).

Het geloof wordt geboren uit de overdenking van de Schriften. Het komt voort uit het Woord van God, of dat nu gesproken of geschreven is. Om deze reden zegt de Psalmist: 'Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen... maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht'(Psalm 1:1,2). Overpeinzen is niets anders dan diep over de dingen nadenken. Het is het zoeken van inzicht en begrip, verleend door de Heilige Geest.

De bijbel verhaalt ons van twee mensen die geestelijk in nood verkeerden door gebrek aan begrip van de geestelijke dingen. De Samaritaanse vrouw was iemand die verloren was in haar zonden, en verstoken was van de oplossing van haar innerlijke conflicten en verlangens. Haar problemen op het morele vlak echter kwamen voort uit iets dat veel ernstiger was. Haar werkelijke probleem was namelijk geestelijk. Zij was een religieuze vrouw, die een onbekende God aanbad en diende. Jezus zei tot haar: 'Gij aanbidt, wat gij niet weet' (Johannes 4:22). Zij bad tot God zonder Hem te kennen. Zonder ook te weten of ze Hem al dan niet op de juiste manier zocht. Gebrek aan kennis en zekerheid maakt van een ieder, wie hij ook is, een zwakke en onstabiele persoon.

Een ander iemand met geestelijke problemen die we kennen door het evangelie van Johannes is Nicodemus. Deze religieuze leider kwam op bezoek bij Jezus omdat hij vol vragen zat. Hij beschikte slechts over een oppervlakkige kennis van de Schrift door middel van de feiten die hij uit het hoofd had geleerd. Van de werkelijke boodschap van de Schrift had hij echter geen enkel begrip. Van daar dat Jezus tot hem in opperste verbazing zeggen moest: 'Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet?' (Johannes 3:10).

Als we de bijbel lezen en haar misschien vers voor vers uit het hoofd leren, zonder de betekenis van de diverse schriftgedeelten ook te begrijpen, zullen we op dezelfde manier struikelen in ons geloof. We kunnen onmogelijk zaken geloven, die voor ons zonder zin en betekenis zijn. Geloof is immers zekerheid en overtuiging, zoals Gods Woord zegt: 'Het geloof nu is de zekerheid van de dingen, die men hoopt, en het bewijs van de dingen die men niet ziet' (Hebreeën11:1).

Er zijn gelovigen, die de bijbel weliswaar ter hand nemen, maar haar slechts gebruiken als een 'kansspel'. Wanneer ze niet weten wat ze moeten doen, openen ze hun bijbel op goed geluk op de een of andere plaats en proberen daar dan een antwoord te vinden op hun vragen. Deze christenen beseffen niet dat de Heilige Geest een Geest is van wijsheid en verstand, een geest van raad en sterkte, een Geest van kennis en vreze des Heren' (Jesaja 11:2).

Wie wil weten wat Gods weg is, zal de bijbel moeten bestuderen om te begrijpen wat hij zegt betreffende de wil van God. Iemand die door de Heilige Geest inzicht en verlichting van zijn verstand ontvangen heeft, kan het dan ook zonder dit soort 'bijbels kansspel' stellen.

Er zijn veel belangrijke dingen die deel uitmaken van de dienst aan de Heer: lofprijzing en aanbidding, evangelisatie en zending. Geen enkel van deze geestelijke activiteiten echter kan de centrale plaats van het Woord van God innemen. Dat Woord immers vormt het fundament van het geloof en van de levenspraktijk van de christen. Het heeft geen enkele zin gelovigen aan te vuren om verder te komen in de dingen van God, wanneer ze het Woord van God niet lezen noch bestuderen. In dat geval hebben samenkomsten met prachtige koren, muziekgroepen, openbaringen en veel emotionele toestanden maar bitter weinig waarde.

Het was niet door een geweldige, gedreven wind, noch door tongen als van vuur, dat de menigte op de pinksterdag aan de voeten van Christus werd gebracht. Ze kwam tot Hem door middel van het woord dat gepredikt werd door de apostel Petrus. Toen de luisteraars het evangelie hoorden, werden zij diep in hun hart getroffen en zij vroegen aan Petrus en de andere apostelen: 'Wat moeten wij doen, mannen broeders?... Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd' (Hand.2:37 en 41).

Daarom: 'Neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden' (Jakobus 1:21).

zie voor andere artikelen kvooverz