kvo 50e jaargang nummer 5 mei 1986

Henk de Cock

De BEDOELING van PINKSTEREN

Na Jezus' hemelvaart keerden de discipelen terug naar Jeruzalem, vervuld met grote blijdschap. Hieruit blijkt dat het pinksterfeest op zichzelf niet in de eerste plaats diende om deze gelovigen op te beuren en te bemoedigen in hun persoonlijk geestelijk leven. Zij waren immers al voor de pinksterdag 'voortdurend in de tempel God lovende' (Luc.24:52,53).

De discipelen trokken niet naar Jeruzalem om daar als een groepje verslagen en verdrietige mensen de belofte des Vaders af te wachten. Dank zij de opstanding en de verschijningen van Jezus was grote vreugde reeds hun deel. Toen de Heer op een keer in hun midden verscheen, konden ze bijna niet geloven wat ze zagen, overweldigd als ze waren door blijdschap.

Er valt dan ook geen enkel bijbels argument aan te voeren voor de gedachten dat de Geest werd uitgestort op honderdtwintig moedeloze mensen. Integendeel! De pinksterzegen viel ten deel aan gelovigen die aanhoudend de Heer loofden en prezen. Mensen die geloofden in de belofte die hun deel zou worden. Het is immers alleen door geloof dat men de Heilige Geest kan ontvangen (Gal.3:14).

De lofprijzing van de discipelen bleef tot pinksteren beperkt tot de tempel. Dat veranderde na de uitstorting van de Heilige Geest. Vanaf dat moment stroomde het leven vanuit de opperkamer de gehele wereld in. Tot een getuigenis voor alle volken.

Gods Geest werd evenmin in de eerste plaats uitgestort om het verstand van de discipelen te openen voor de rijkdommen van de Schrift. Uiteraard betekent de vervulling met de Geest een verrijking van alle aspecten van ons geestelijk leven. Jezus had echter reeds vóór de pinksterdag de ogen van de zijnen geopend, zodat zij de Schriften verstonden (Luc.24:45).

Bij het pinkstergebeuren ligt het volle accent niet op persoonlijk inzicht in Gods Woord, maar op de prediking van dat Woord aan alle natiën en tongen!

Eén van de gaven die de Heilige Geest aan zijn gemeente gaf, wordt niet als 'gave van wijsheid' omschreven, maar als 'de bekwaamheid om met wijsheid te spreken (1 Kor.12:8). Met andere woorden: 'Pinksteren' moet ons vóór alles bekwaam maken om het Woord van God uit te dragen.

Het centrale thema van de boodschap van de eerste christenen was het lijden en de opstanding van Jezus. Maar ook daarvan waren zij al op de hoogte voor de pinksterdag - De Heer had hun ogen er immers al voor geopend. Op de pinksterdag ging het dan ook niet zozeer om meer begrip voor de boodschap die Jezus' volgelingen moesten verkondigen, maar om de kracht en de zalving die voor deze ganse schepping nodig is. Het doel van Pinksteren is voornamelijk gelovigen kracht te geven om te getuigen!

De vervulling met Gods Geest heeft als gevolg vrijmoedigheid om het evangelie te verkondigen: 'Zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid' (Handelingen 4:31).

Jezus zelf gaf op twaalfjarige leeftijd in de tempel al blijk van grote kennis van de Schrift en van grote wijsheid. Zijn openbare bediening echter kon Hij pas beginnen, nadat Hij in de Heilige Geest was gedoopt (Luc.4:18).

De uitstorting van Gods Geest op de pinksterdag vond niet plaats om allerlei persoonlijke problemen van Gods kinderen op te lossen. Noch om een ieders persoonlijk geestelijk leven te verrijken. De bedoeling van Pinksteren was dat men iets zou gaan doen voor de prediking van het evangelie aan alle natiën.

Als een plaatselijke opleving met lofprijzing en aanbidding en diepgaande prediking van het Woord van God niet verder dan de muren van de zaal komt, heeft men maar bitter weinig van de werkelijke betekenis van Pinksteren begrepen. Wie aan de werkelijke bedoeling van Pinksteren beantwoorden wil, zal de verkondiging van het evangelie aan de gehele schepping niet uit het oog mogen verliezen.

Petrus getuigde op de pinksterdag: 'Dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees' (Handelingen 2:16,17).

Niet alleen op Joden, maar ook op Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judéa en Kapadocië, Pontus en Asia, Frygië, Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, Romeinen en jodengenoten. En dat is de grote verandering!

Vóór Pinksteren werd het geestelijk leven beperkt tot weinigen. Maar ná de uitstorting van de Heilige Geest moest men met de prediking van het evangelie de hele wereld over, opdat alle volken deelgenoot zouden kunnen worden van de belofte des Vaders.

Zie voor andere artikelen kvooverz