kvo 50e jaargang nummer 4 april 1986

J.E.v.d.Brink

(UIT DE PERS)

OCCULTISME en REINCARNATIE

Penetratie van oosterse godsdiensten

In verband met het komende antichristelijke rijk wordt ons duidelijk, dat aanstaande is wat Openbaring 16:12 voorspelt, namelijk dat de Eufraat opdroogt en de weg wordt bereid voor de koningen, die van de opgang der zon komen. Eenmaal lag aan de oever van de Eufraat de metropolis Babel, die een beeld is van een verbasterd christendom. De wateren waardoor deze stad gedrenkt wordt, zijn een mengsel van waarheid en leugen, van een evangelie met valse leringen en dwalingen. Wanneer de verwording op haar hoogst is, breekt de tijd aan dat alles wat aan waarheid, genade Gods en het werk van Jezus Christus herinnert, wordt weggenomen. Het antichristelijke rijk ontstaat op de puinhopen van een kerk, waar de stem van de Heilige Geest niet meer wordt gehoord en die geïnspireerd wordt door de leringen van boze geesten (1 Tim.4:1). We kunnen konstateren dat het water van de Eufraat nu nog vervuild en zwart van modder is. Wanneer deze rivier echter opgedroogd is, zal iedere aanwezigheid van zuiver en helder water volkomen ontbreken. De weg is dan bereid voor de koningen van het Oosten. In onze tijd zien we hoe een gedegenereerde christenheid wordt gepenetreerd door oosterse godsdiensten, die met hun kennis van de onzichtbare wereld, in plaats van het evangelie der heerlijkheid van Christus, een alternatief geloof aanbieden.

Vanuit de westerse wereld wordt het rationele denken met zijn technocratie naar het Oosten overgebracht. Als tegenprestatie vullen de oosterse landen het geestelijk tekort van de industrielanden aan. Gretig aanvaarden deze wat de heidense godsdiensten hebben te bieden, maar de exclusieve weg van Jezus Christus die sprak: 'Ik ben de weg en niemand komt tot de Vader dan door Mij', wijzen ze van de hand. Toch hebben de religieuze machthebbers in de hemelse gewesten van het verre Oosten nimmer beschaving, welvaart, vrede, geluk, gerechtigheid en vrijheid aan de bevolking geschonken.

Tot een ongehoorzame kerk sprak de profeet: 'Heeft ooit een volk goden verruild? Wat hebt gij naar Egypte te gaan om het water van de Nijl te drinken? Of naar Assyrië te gaan om het water van de Eufraat te drinken? Want mijn volk heeft twee boosheden bedreven. Mij, de springader van het levend water hebben zij verlaten om zichzelf bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden' (Jer.2). Het grote Babylon der geestelijke verwarring zal uiteindelijk plaats moeten maken voor de gemeente van de antichrist, die geleid zal worden door de grootmeesters van toverij en occultisme, bedreven in het werken met magische en verborgen krachten.

De deur voor het occultisme geopend

Begin van het jaar maakte ik kennis met M3, niet de bekende autoweg in Zuid-Engeland, maar een blad met: 'materiaal, methodiek en mededelingen voor groepswerk met jongeren, een uitgave van de Hervormde Jeugdraad'. In het nummer van december 1985 werden de jeugdige lezers op onbekrompen wijze bekendgemaakt met de 'alternatieve kultuur. En dan niet vanuit de visie: het is allemaal bijgeloof, maar vanuit een open houding, luisterend, maar ook kritisch'. Het tijdschrift begint dan met een artikel: 'bij godsschepping is niets paranormaal': 'Er is tegenwoordig nogal belangstelling voor alternatieve zaken zoals horoscoop, seance-spelletjes. Luisteren naar 'Het zwarte gat', een wekelijkse uitzending van radio Veronica op zondagavond. Dat zijn meestal onderwerpen waar in de kerk nooit of niet veel over gesproken wordt of die daar zelfs met taboes worden beladen: 'het mag niet', 'je komt op dwaalwegen', 'het is heidens'. Zelfs wordt het met de duivel in verband gebracht, ook al is iemand genezen door een magnetiseur of door medium van een schizofrenie bevrijd. Contact met een overledene is verboden, ook al verscheen aan Saul de profeet Samuël zelf en niet een slechte geest uit de lagere astrale wereld. En geloven in planetenstanden wordt tegenover het geloof in God geplaatst 'of-of'. Het zou wel eens kunnen zijn dat deze taboes voortkomen uit gebrek aan juiste informatie en uit bijgelovige angst. Het doet ons ook denken aan de angstige wijze waarop sommige mensen reageerden op de werken van Jezus die met goddelijk energie mensen genas en bevrijdde. In Mattheüs lezen we dat Jezus heulde met de oppermacht van het kwaad (12,24,28).'

Het hervormde jeugdblad vergelijkt de werken der duisternis met die van Jezus, van wie wordt gezegd, dat genade en waarheid alleen door Hem zijn geworden. Zijn werken zouden dus dezelfde oorsprong hebben. De Heilige Geest wordt dan voor dit blad van hetzelfde niveau als de kracht van de toverkol uit Endor. Deze zag een vage schim als 'een oud man, gehuld in een mantel' (1 Sam.28:14). Deze onduidelijke, sinistere figuur is typerend voor een spiritistische seance, waar helder licht de werkzaamheden der geestenwereld verstoort. Is het gebrek aan informatie als de profeet schrijft: 'Wanneer men tot u zegt: Vraagt de geesten van doden en de waarzeggende geesten die daar piepen en mompelen - zal een volk niet zijn God vragen? Zal men voor de levenden de doden vragen? Tot de wet en tot het getuigenis! Voor wie niet spreekt naar dit woord, is er geen dageraad' (Jes.8:19.20).

Zegt de wet niet: 'Onder u zal niemand worden aangetroffen, die waarzeggerij pleegt, geen wichelaar, uitlegger van voortekenen, of tovenaar, geen bezweerder, niemand die doden raadpleegt. Want ieder die deze dingen doet, is de Here een gruwel'. De tegenstelling wordt dan gehoord, maar 'een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de Here uw God, u verwekken, naar hém zult gij luisteren (Deut.18:9-15).

In M3 gaat de schrijfster zover, dat zij de heerlijke Joëlsprofetie waarover wij zo gaarne spreken en schrijven, in de occulte sfeer trekt. De zonen en dochteren die profeteren, de jongeren die gezichten zien, zijn dan de hervormde jongens en meisjes die te doen hebben met: waarzeggerij, iriskijken, mediums, magnetiseurs, helderzienden, telepathen, horoscooptrekkers, pendelaars, wichelroedelopers, hypnotiseurs, fotokijkers, en die zich bezighouden met ouya-bord, yoga, transcendente meditatie en aura. Zelfs 1 Korinthiërs 12 wordt aangehaald om de duistere wereld te ondersteunen, want ook in de oer-christelijke gemeente werkten bovennatuurlijke krachten. Het is daarom niet toevallig dat Paulus dit hoofdstuk begint met de waarschuwing, dat wie het werk van de Heilige Geest niet kent en ervaart, blindelings heendrijft naar de stomme afgoden. Deze zijn de blikvangers van de demonen (1 Kor.12:1, 10:20). De geest van de antichrist manipuleert nu al met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen om de kerkelijke jeugd te misleiden, 'opdat zij de leugen zouden geloven' (2 Tess. 2:1-12). Terecht wordt door M3 de vraag gesteld: 'Worden wij door het verre Oosten overspoeld?' In Openbaring 19:2 beschreef Johannes de valse kerk, het grote Babylon, als een woonplaats van duivelen, een schuilplaats van alle onreine geesten. Geloof mij, de demonen zijn niet uitgestorven, maar zij bestaan!

Reïncarnatieleer

Het is nodig om iets over de reïncarnatieleer mee te delen, zoals mij uit een brief van een lezer van KvO bleek. Deze schreef: 'Voor mij is het nog steeds een probleem of reïncarnatie wel of niet bijbels is. Moet de gedachte aan reïncarnatie worden afgewezen ondanks bewijzen of gaat het er meer over ons niet bezig te houden met vroegere levens, omdat voor ons alleen heden en toekomst belangrijk zijn?

Een redactielid van M3 had een gesprek met een opgewekte moderne vrouw, echtgenote en moeder van twee tieners. Uiterst plezierig om mee te praten. Ze is onderwijzeres geweest en heeft psychologie gestudeerd. Een heel gelovige vrouw die leeft uit een sterke verbondenheid met God. Je zou zeggen: die kan geen kwaad meer doen. Maar wat die gewezen onderwijzeres leert en gelooft, blijkt uit de wijze waarop ze anderen helpt bij innerlijke conflictsituaties: 'Die blokkades kunnen volgens haar zienswijze niet alleen liggen in het huidige leven van de mens, maar ook in de vorige levens. Reïncarnatie is voor haar een vanzelfsprekende werkelijkheid. De ziel van de mens, het wezen van de mens, zoekt telkens weer een nieuw stoffelijk lichaam als mantel om daarin verder te leven en te groeien'.

De leer der reïncarnatie is een surrogaat van het christelijk begrip van de wedergeboorte. Zij wordt niet bewerkt 'door het levende en blijvende woord van God' in de geestelijke wereld, maar het is de vleeswording van het vroeger bestaande geesteswezen van een mens in een ander natuurlijk lichaam. Deze leer is afkomstig uit het hindoeïsme en het boeddhisme. Het hindoeïsme gaat er vanuit dat de ziel bij het sterven het lichaam verlaat en door het weten en werken van vroegere ondervindingen bij de hand wordt genomen. Zoals een rups aan de spits van een blad gekomen een ander blad grijpt, zo haalt de ziel een nieuw begin naar zich toe. Telkens incarneert zij zich in een nieuw lichaam. Zo doorloopt een mens een kringloop van existenties of bestaansvormen. Het boeddhisme gelooft niet in een individuele ziel, maar leert de reïncarnatie van het karma. Dit is de automatische gerechtigheid die over de dood heengrijpt. Het is de daad van de mens met haar gevolgen, die de kringloop, het rad der geboorten (meervoud, verg.Jakk.3:6) voortbeweegt. Bij het sterven wordt het bestaan van de mens gewogen en het resultaat ervan beheerst het volgende leven. Was het leven goed, dan incarneert de ziel (zielsverhuizing) of het karma in een hogere staat in deze wereld. Heeft men slecht geleefd, dan zinkt de ziel naar een diepere staat. Het karma is de som van iemands daden, die de opeenvolgende existenties bepaalt. Het is dus een soort erfzondeleer die niet van ouder op kind gaat, maar van incarnatie naar incarnatie. Door deze kringloop kan een mens ook terugkeren in een dier, plant of ding, want alles is volgens dit pantheïstisch dogma bezield. Het einde van deze troosteloze veranderingen is het nirwana, de toestand van geest en gemoed in welke de wil om te leven, alle streven naar bestaan en genieten, is uitgedoofd, en daarmee elke hartstocht, elk verlangen, elke begeerte, elke vrees, elke boze neiging en elke smart. Door de uitputting van het karma bereikt men dus de vernietiging van het bestaan. Die doorbreekt uiteindelijk de troosteloze kringloop der wedergeboorten. De reïncarnatieleer is dus een vijand van het leven en daarmee antichristelijk. De wil om eeuwig te leven is in dit dogma een zelfzuchtige neiging. De hoogste zaligheid is de parinirwana, de 'algehele' vernietiging, een zieleslaap in alle eeuwigheid. Ieder mens moet zijn wedergeboorte zelf bewerken door zijn wil om te leven uit te doven. Hij wordt dan zuiver spiritueel, zonder enige emotie, wil of drang tot handelen.

De reïncarnatieleer zou ik willen vergelijken met de evolutietheorie. Eerst gaan we enkele jaren terug in tijd en ruimte. Niemand is erbij geweest en daarom begint op dit punt je geloof te werken. Dan volgt een eindeloze rij van veranderingen om te eindigen in een grote 'bang', de laatste verandering die niemand meer kan navertellen. Alles keert weer terug tot het niets. Om nog een nieuwe vergelijking te maken: reïncarnatie is als een kip die voortkomt uit het ei dat ze zelf heeft gelegd.

De reïncarnatieleer is een loochening van de fundamentele waarheden van het christelijk geloof. Er is geen plaats voor dood, dodenrijk en paradijs. Jezus heeft dus ook geen dood en dodenrijk kunnen overwinnen. Niemand kan ook door een ander verlost worden, door geen God en door geen heilige. Het karma is een buiten God werkende kracht die haar sterkte in de mens zelf heeft. Men moet eigen verlossing bewerken. Wanneer een beroep gedaan wordt op Mattheüs 12:24,28 om allerlei occulte handelingen te verdedigen, moet men deze teksten eerst maar eens goed lezen. Jezus verloste de mensen door boze geesten uit te drijven, want zelf waren de overweldigden hiertoe niet in staat. Zo kwam het Koninkrijk Gods met zijn vrede, gerechtigheid en blijdschap over hen. Ik wijs dan verder nog op Hebreeën 9:27, waar staat dat het de mensen beschikt is om één-maal te sterven. Het griekse woord 'hapax' sluit elke herhaling uit.

De reïncarnatie gedachte kent geen Christus als zaligmaker van zondaren, die ons tekort betaalde en ons met God verzoende, want dit is onverenigbaar met het karma. Het karma kent geen eeuwig leven. Haar aanhangers kunnen het vreselijke lied zingen: 'o, niets te zijn, gans niets te zijn'. Hun toekomstverwachting sluit ten enen male uit, dat de mens naar het beeld Gods is geschapen en dat hij deze koninklijke gestalte door een ontwikkelingsproces ook zal bereiken, want Jezus is gekomen om vele zonen tot heerlijkheid te brengen (Hebr.2:10). De duivel wil echter niets liever dan dit beeld uitwissen en vernietigen. Zij die de naam van Christus met de reïncarnatieleer verbinden hebben geen besef van het ware christendom, dat zijn burgerschap alrede in de hemelen heeft.

Het christendom is een wandelen in het licht, maar de rencarnatietheorie brengt de mens in de duistere sfeer der demonen. Als voorbeeld geef ik de ervaring van Marguerite Gillot in haar boek: 'Op de drempel van het onzichtbare'. Zij had de geestelijke machten verzocht om door te mogen dringen in haar verleden. Haar gebed werd verhoord: 'Ik heb toen de byzonder onaangename verrassing gehad het schavot te beklimmen. Het was opgericht op een bloedrood podium van ruwe planken, dat zich in het midden van een groot, slecht geplaveid plein bevond. Op het podium stond een poortje, met bovenin een grote valbijl die door een beugel werd vastgehouden, waarlangs zij moest glijden... Een ogenblik later hoorde ik de valbijl met een afschuwelijk knarsend geluid naar beneden vallen op mijn nek, die werd doorgesneden. Dit alles ging zo snel in zijn werk, dat ik niets anders voelde dan het koude lemmet dat mijn nekspieren doorsneed. Ik leed niet en had geen pijn; maar ik zag daadwerkelijk mijn hoofd op de vloer van het platvorm vallen vóór mijn geknielde lichaam en vandaar wegstuiten op het plaveisel beneden...'

Hypnose en reïncarnatie

Een psycholoog-psychotherapeut schreef in M3 over 'Hypnose als therapie'. Door hypnose drong hij door tot het onderbewustzijn van een patiënt om de niet verwerkte emoties uit de kinderjaren naar boven te brengen. Dit bleek niet altijd voldoende en hij ging zelfs terug tot prenatale ervaringen, dus van vóór de geboorte. 'De nieuwste ontwikkeling is dat je terug kunt gaan naar vorige levens. Onder hypnose is het dan mogelijk in theorie terug te gaan naar die betreffende incarnaties'.

In het 'Nederlands Dagblad' van 16 januari las ik over een uitzending van de Avro van enige dagen tevoren: 'Het ging over proeven op een viertal vrouwen, die onder hypnose gebracht, gedetailleerde gegevens verstrekken over hun vorige leven, vijftig tot tweehonderd jaren geleden, op plaatsen waar ze in hun huidige leven nog nooit waren geweest. In deze documentaire sprak een dame onder hypnose vloeiend Frans, terwijl ze deze taal niet beheerst'.

De psycholoog-psychotherapeut in M3 en de Australische psycholoog en hypno-therapeut brachten dus personen in een hypnotische toestand om achter het geheim van de reïncarnatie te komen. Een occulte daad was nodig om een heidens dogma te bewijzen. De wortel van hypnose is immers: het zich met de innerlijke mens stellen onder een autoriteit. De hypnotiseur wordt de god, de overheersende en leidinggevende macht. De gehypnotiseerde ligt terneer in een overgave die hem een infantiele belevingstoestand schenkt. Zoals een zuigeling afhankelijk van zijn moeder is, beleeft de gehypnotiseerde zijn verbondenheid met de hypnotiseur. Hij verliest grotendeels zijn identiteit en volgt vrijwel klakkeloos de suggesties en aanwijzingen van de leider. Het beeld Gods verdwijnt en zijn levenshuis wordt een invalspoort voor de demonen. De waarzeggende geesten en de leugengeesten krijgen vrij spel. De gehypnotiseerde wordt het medium voor de hypnotiseur om hem met de geesten van doden in aanraking te brengen. Dit verklaart ook de gave der clairvoyance of helderziendheid bij zulke gehypnotiseerde personen. De bijbel wijst dit verlies van menselijke waardigheid van de hand, want de apostel schrijft aan de charismatisch begaafde leden van de gemeente te Korinte, dat de geesten der profeten aan de profeten zelf zijn onderworpen (1 Kor.14:32). Zij moeten te allen tijde met hun menselijke geest de situatie kunnen beheersen, ook zelfs al zouden zij - zoals bij Paulus wel het geval was - in extase komen. Niet de geest van de somnambule - de persoon die in een magnetische slaap verkeert - verplaatst zich, maar wel de demon. Wanneer zo'n gehypnotiseerde dan in 'vreemde talen' spreekt, gebeurt dit zoals de boze geest het medium geeft uit te spreken!

De laatste tijd is in vele bladen over de reïncarnatie geschreven. Ik bepaalde mij tot een semi-kerkelijk tijdschrift om aan te tonen, hoever de nacht gevorderd is. In M3 stond ook een lijst van boeken, die de lezers verder op het duistere pad kunnen brengen. Het kopje boven de 25 titels luidde: 'Om te lezen'. De apostel Paulus zou erboven gezet hebben: 'Om te verbranden', want 'enigen van degenen, die toverkunsten hadden uitgeoefend, brachten hun boeken bijeen en verbrandden ze ten aanschouwen van allen' (Hand.19:19). Dit was nu eens een progressieve daad. Onder de aanbevolen boeken zag ik een naam, die bij mij een herinnering opwekte, namelijk die van Krisnamurti.

Ik zal 12 jaar oud geweest zijn, toen Krisnamurti, de 'nieuwe incarnatie van Christus' in het Sterkamp te Ommen duizenden aanhangers bijeenbracht om zijn kampvuurtoespraken te beluisteren. Een familielid van mij was daar ook met haar dochtertje. Toen ze terugkwamen weigerde het meisje mij een hand te geven, omdat de grote wereldleraar haar de hand had geschud. Ze zou daarom door mij - om het met Da Costa te zeggen - 'met de greep eens paria's zijn besmet'. Ook herinner ik mij, dat haar moeder eens een vervelende vergissing maakte. Lachend merkte deze op: 'Ik zal het wel in mijn volgende leven in orde maken!' Ik vond dit maar een vreemd afschuifsysteem. Ruim 40 jaren later kwam op het conferentie-oord Beukenstein een vrouw naar voren, die bevrijd wilde worden. Ik legde haar de handen op, keek in haar ogen en zag plotseling het gelaat van het betreffende familielid. Ik vroeg deze bezoekster of ze bij de theosofie was geweest. Het antwoord was bevestigend, waarna ik alle banden met dit heidens geloof in de naam van Jezus bij haar doorsneed. Hier was geen sprake van zielsverhuizing maar de Heilige Geest bepaalde mij erbij, dat dezelfde macht, die in mijn reeds overleden verwante huisde, ook beslag had gelegd op de vrouw voor mij. Ik merk tenslotte op dat in deze leer nooit over de duivel wordt gesproken noch over zijn werken. Hij camoufleert zich in deze leer. Onze Heer is echter juist gekomen om de werken des duivels te verbreken en de mens te verlossen en hem in de vrijheid te stellen.

zie voor andere artikelen kvooverz