kvo 50e jaargang nummer 3 maart 1986

J.E.v.d.Brink

(brieven van lezers)

DE TIEN TENEN

Een broeder te Dokkum wilde wel eens weten, hoe in fundamentalistische kringen de toetreding van Spanje en Portugal tot de Europese Gemeenschap 'in profetisch licht' moet worden uitgelegd. Deze gemeenschap telt nu twaalf landen en volgens de uitleg der profetieën in genoemde kringen klopt dit niet. In zijn droom - vermeld in Daniël 2 - zag Nebukadnezar een beeld met tien tenen, welke deels van leem en deels van ijzer waren. Zij moeten model staan voor de visie, dat deze tien tenen de tien landen van de E.G. voorstellen. Zelfs de tijd van het einde werd erbij genoemd, namelijk omstreeks 1926. Dat is dus al zestig jaar geleden.

Tot zover het begin van een brief, die ik in verband met een eindtijdleer dat het Romeinse rijk weer hersteld worden zou, wil beantwoorden. Het gaat in zulke beschouwingen dan niet om het herstel van de gemeente van Jezus Christus, maar om het herstel van Israël en van het Romeinse rijk. Wat het jaartal 1926 betreft, vond ik dit staan in het boek van ds.H.Bultema: 'Wie het leest, die merke daarop'. Bij een tekening van het beeld uit Daniël 2 staat daar naast de tien tenen de datum 1926-27. De schrijver zelf neemt echter dit jaartal niet voor zijn rekening. Het cliché ervan had hij geleend. De bron ervan wordt evenwel niet gemeld.

Uit de eerste jaargang van 'Het Zoeklicht' van 1 april 1920 citeer ik: 'Het mag van algemene bekendheid worden geacht, dat bij het beeld de benen het Romeinse rijk weergeven, en de voeten de voortzetting ervan. Eveneens dat, onmiddellijk voorafgaande aan de Wederkomst des Heren, dit rijk als laatste uitlopers tien staten zal vertonen, weergegeven door de tien tenen van het beeld en de tien hoornen der dieren. Hieruit volgt onmiddellijk dat men aan de vorming dier tien rijken op de bodem van het Romeinse rijk, kan erkennen dat de komst van Christus aanstaande is'.

In het nummer van 15 april 1920 van hetzelfde blad lees ik: 'Geschiedkundig wordt onder het Romeinse rijk het complex van gebieden verstaan, welke als provincie rechtstreeks bij dat imperium waren ingelijfd. Als uiterste hoek in Europa vinden wij de provincie Brittannia, het tegenwoordige Engeland zonder Ierland en Schotland (n.l de Schotse Hooglanden ten noorden der Romeinse vestinglinie), welke beide laatste nooit onderworpen zijn geweest. Waar Ierland bezig is zich los te scheuren (men spreekt zelfs van een feitelijke oorlogstoestand) duidt dit op een komend herstel van de Romeinse toestand. Waar de Schotten zich zowel van aard als religie (presbyteriaans) onderscheiden van het zich steeds meer verroomsende Anglicaanse Engeland, is in de toekomst een bestuurlijke of staatkundige scheiding niet denkbeeldig. In Nederland vormde de Rijn de grens, en behoorden Brabant en Limburg tot het Romeinse rijk (Zeeland was een moeras). Opmerkelijk is, dat het roomse België juist naar deze twee roomse provincies de handen begint uit te slaan'.

Na een bespreking van Duitsland, Frankrijk, de Donaulanden, het Midden-Oosten volgt Noord-Afrika. Hiervan lees ik: ' Aan de Engelse regering is juist voorgesteld zelfstandigheid te verlenen aan Egypte, dat volgens Daniël 11 in de tijd van het einde een rol zal spelen als zelfstandige natie (de koning van het Zuiden). Tripolis, Algerië en Noord-Marokko maken als bezittingen van respectievelijk Italië, Frankrijk en Spanje reeds deel uit van drie der tien eindtijdrijken'.

De schrijver F.v.S jr. tracht dus het oude Romeinse rijk te herstellen vanuit tien staten. Wanneer ik aan Engeland denk, zitten we op het ogenblik nog met Noord-Ulster, maar dit kan nog bij Ierland komen. Met Schotland zie ik dit na 45 jaar nog niet zo zitten. Of het verschil in geloof een doorslaggevend element zijn zal, betwijfel ik. Wat Nederland betreft, herinner ik mij nog goed dat na de Eerste Wereldoorlog sluitzegels werden verspreid, waarop België stond, dat met twee uitgestoken handen de Nederlandse provincies Brabant en Limburg omknelde. Dat België er ook nu nog aan denkt deze provincies te annexeren, is een achterhaalde zaak. Het rammelt dus nog steeds met deze grens van het Romeinse rijk. Egypte, Libië (Tripolis), Algerië en Marokko zijn nu zelfstandige staten. Aan de Aziatische kant van het Romeinse rijk bevinden zich nu de onafhankelijke landen: Turkije, Noord-Iran, een deel van Irak, Syrië, Jordanië en Israël. Ook lagen in het Romeinse rijk buiten de tegenwoordige E.G.: Bulgarije, Joego-slavië,, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk, Hongarije en Zwitserland. Dan komt de E.G. met twaalf landen. In Elsevier van 4 januari las ik: 'Voor het hoofdgebouw van de Europese Commissie in Brussel is het aantal vlaggestokken verhoogd van tien tot twaalf, een symbolische aanduiding dat van 1 januari af de Europese gemeenschap door toetreding van Spanje en Portugal twaalf lidmaten heeft'. Alles bij elkaar telt dus het oude Romeinse rijk acht en twintig staten in plaats van tien. We zijn wel een eind van het streefgetal verwijderd.

In de dertiger jaren was de eindtijdleer over het herstelde Romeinse rijk zeer actueel, vooral toen Mussolini na zijn mars naar Rome in oktober 1922 met de regeringsvorm werd belast en in 1924 dictator werd. Uit 'Het Romeinse Vraagstuk' van Johannes de Heer, dat enkele jaren voor de wereldoorlog verscheen, citeer ik: 'In overeenstemming met de vraag: zal Palestina onder Italiaans mandaat komen?, moet het vroeg of laat komen tot een verbond tussen het herstelde Romeinse rijk en het teruggekeerde joodse volk. Mussolini's streven stemt hiermee op treffende wijze overeen. Een van zijn grootste idealen is toch om de Middellandse Zee tot een Romeinse Zee te maken, waarbij hij vanzelf zijn oog geslagen heeft op het Syrische en Palestijnse mandaatgebied'.

Welk een belangrijke plaats aan Mussolini toegekend werd, blijkt wel uit enkele ondertitels van 'Het Romeinse Vraagstuk': 'Mussolini en het fascisme. De opmars naar Rome. Herstel van Romeinse gewoonten. Mussolini's levensloop. Zijn ijzeren scepter. Mussolini en de militaire toerusting. Mussolini en de jeugd. Vergoding. Mussolini en het herstel van het keizerlijke Rome. Een nieuwe Caesar? Het derde Rome. Mussolini en het Vaticaan. Mussolini en de bijbel. Een fascistische geloofsbelijdenis. Rome als toekomstig internationaal vredes-centrum. De Pax-Romana'.

Toen Mussolini in 1945 met zijn vriendin op zijn vlucht naar Zwitserland door partisanen gegrepen en gedood werd, was dit niet alleen een geweldige klap voor het fascisme maar ook voor de verklaarders van de profetieën. Het herstel van het Romeinse rijk moest voor een lange tijd uitgesteld worden en er werd weinig meer over gesproken of geschreven.

Het zou mij niet moeilijk vallen om nog vele voorbeelden te geven uit de rij van boeken, die ik over dit onderwerp bezit. Ik eindig met een formulering van deze eindtijdvisie van jb Klein Haneveld in zijn boek: 'De toekomst van Rusland en zijn bondgenoten': 'Dit toekomstige herstelde Romeinse rijk zal de grote westerse federatie van Europese naties zijn. In zijn laatste vorm zal het bestaan uit tien rijken, een tien statenbond. De tien tenen van het beeld van Nebukadnezer in Daniël 2 en de tien horens van het beest in Daniël 7 en Openbaring 17 stellen namelijk tien koningen voor, die in één uur macht zullen ontvangen, en hun macht uiteindelijk zullen overdragen aan de antichrist'.

Het moge waar zijn dat Nebukadnezar tevreden was over de uitleg van zijn droom, maar voor de exegeten die wij erop nagelezen hebben, geldt wel dat zij evenals Daniël, toen hij het beest met de tien horens zag, in verwarring worden gebracht. De sleutel van de uitleg van deze droom is voor mij het woord 'verborgenheid' dat in dit verhaal zeven maal voorkomt, dat is meer dan in alle andere boeken van het Oude Testament samen. In de Septuaginta is in Daniël sprake van 'mustérion', een woord dat in het Nieuwe Testament wijst op begrippen die hoger liggen dan de natuurlijke dingen en alleen door goddelijke openbaring kunnen worden begrepen. Daarom is het woord 'verborgenheid', 'geheimenis' of 'mysterie' geassocieerd met uitdrukkingen als 'bekend gemaakt', 'geopenbaard' en 'gepredikt'. Men vindt de beste illustratie ervan in Kolossenzen 1:26, waar staat: 'Het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard is aan zijn heiligen'. Ook Daniël behoorde tot de profeten, die over de voor óns bestemde genade hebben geprofeteerd (1 Petr. 1:10). Nebukadnezar zag iets van het 'mustérion' of het geheimenis van de onzienlijke wereld. Hij was toch een koning die als een god werd verheerlijkt en aangebeden. Denk maar aan het gouden beeld dat hij voor zich liet optrekken in het dal Dura. Nebukadnezar droomde over de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen en zag ze in gelijkenissen. Hem werd getoond dat zijn koninkrijk niet een voorbijgaand verschijnsel was, maar een geheel vormde met een reeks van koninkrijken, die samen een machtig beeld vormden. Het Nieuwe Testament kent twee geheimenissen: dat van de gemeente bestaande uit jood en heiden, en dat van de valse kerk, de hoer. Alle andere mysteries staan hiermee in verband. Het ligt dus voor de hand om de 'verborgenheden' van de droom met deze geheimenissen in verband te brengen.

In de bijbel is Babel van belang als beeld van het verbasterde christendom. De aanblik van het beeld was ondanks dat gouden hoofd, toch 'schrikwekkend'. Later beschreef Johannes in Openbaring 17 de overspelige vrouw op het scharlaken rode beest dat vol was van godslasterlijke namen. 'Op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis, het grote Babylon, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde'. Wij begrijpen nu ook wat de voeten en de tenen van het beeld betekenen. Zij waren deels van leem en deels van ijzer. Dit was een teken dat de onderste ledematen een verdeeld koninkrijk uitbeeldden. Leem is een waardeloze stof en ijzer behoort niet tot de edele metalen. In Babel wordt wel alles bijeengebracht, maar de verschillende kerken, richtingen en geloven vormen geen eenheid en de kwaliteit ervan is niet van de hemel maar van de aarde. In haar oecumenisch optreden kan zij door haar - meestal verbaal - geweld zich laten gelden, maar innerlijke eendracht en saamhorigheid ontbreken.

Het ware volk van God wordt gesymboliseerd door de steen, die zich van de berg losmaakte en het beeld met een harde slag verbrijzelde. Er is dus hier al sprake van een strijd tussen het rijk van de antichrist en de ware gemeente.

Wanneer gesproken wordt, dat Nebukadnezar het gouden hoofd is, de koning der koningen, die door de God des hemels heerschappij had ontvangen over de mensenkinderen, waar zij ook woonden, gaat de inhoud ervan uit boven de machtssfeer van Nebukadnezar. Volgens Jesaja 14 was de koning van Babel een beeld van satan. Deze kon tot Jezus zeggen: 'U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven'. De boze is het gouden hoofd, omdat hij als hoofd van de afvallige kerk begonnen is zich vóór te doen als een engel des lichts.

De legerscharen van de antichrist hebben hun hoofdkwartier niet in Brussel, Moskou of zelfs in Rome, maar in de aardsgerichte kerken, wier leden geen wandel hebben in de hemel. Een verbasterd christendom heeft in de loop van de tijd verschillende gedaanten en schakeringen gehad, want het werd telkens door afwisselende boze geesten geleid. Het blijft echter gesymboliseerd door dat ene beeld, waarvan het gouden hoofd de duivel zelf is.

In de geestelijke wereld ontwikkelt zich intussen de berg Gods. Deze is beeld van de Heilige Geest die in de ware gemeente woont. Hij brengt de zonen Gods voort, die onder leiding van hun grote Koning een supermogendheid vormen, die nimmermeer ten gronde zal gaan en die het grote Babylon en al wat ertoe behoort, zal vernietigen. Deze steen is een levende steen, want hij groeit en wordt tot een grote berg die de aarde zal bedekken.

zie voor andere artikelen kvooverz