kvo 50e jaargang nummer 3 maart 1986

J.E.v.d.Brink

D u i v e l u i t b a n n i n g

door 'Z O N E N'

De opdracht

In zijn laatste opdracht op aarde beval Jezus dat de gelovigen demonen zouden uitdrijven. De werken die Hij gedaan had, moesten ook zij verrichten. Ook zij waren geroepen de werken des duivels te verbreken. Waarom? In Mattheüs 12:28 luidt het antwoord: 'Indien Ik door de Geest de boze geesten uitdrijf, dan is het Koninkrijk Gods over u gekomen'. Wanneer wij bidden: 'Uw Koninkrijk koom' toch, o Heer; ai, werp de troon des satans neer', gebeurt dit wanneer wij ons beschikbaar stellen om op dezelfde wijze de strijd in de hemelse gewesten te voeren als Jezus deed. Hij is ons voorbeeld en wij zijn zijn navolgers. Indien wij de boze geesten weerstaan en verdrijven komt het Koninkrijk Gods ook over ons. De verlossing van de boze is niet een passief gebeuren dat wij lijdzaam ondergaan, maar een aktieve instelling om het Koninkrijk Gods met zijn vrede, gerechtigheid en blijdschap naar ons toe te halen. Wij beginnen de demonen in eigen leven te bestrijden, want onze geest weet wat in ons is (Joh.2:25,1 Cor.2:11). Wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de boze geesten in de onzienlijke wereld van de innerlijke mens.

In Lucas 11:21 staat duidelijk, dat Jezus door middel van zijn dienstknechten de boze weerstaat. Hij zegt: 'Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid'. Adam bewaakte zijn hof niet en veroorzaakte hierdoor een ramp van wereldformaat. Door de demonen te weerstaan bewaakt men zijn eigen leven, beschermt men zijn gezin en vangt men de grote en kleine vossen, die de wijngaard bederven. In deze strijd wordt men sterk en kan men ook de zwakke te hulp komen.

Weerstand

In Mattheüs 12:23 worden wij bepaald bij de weerstand die de duiveluitbanning bij de rechtzinnige Farizeeën opwekte. Bij de orthodoxie gebeuren immers zulke dingen niet. Zij houdt zich bezig met hetgeen diepzinnige denkers in het verre verleden op schrift hebben gesteld. Haar religie bestaat in het omzien naar wat de vaderen beleden. Daarom zijn zulke rechtzinnigen onbekwaam voor het Koninkrijk Gods. Hun autoriteit berust op hetgeen voorbijgegane generaties bezighield. Toen de Farizeeën met de bediening van Jezus geconfronteerd werden, wekte dit hun ergernis op. Zij weigerden de geestelijke weg te gaan en beschuldigden de Meester, dat deze door middel van Beëlzebul de demonen uitwierp. Toen NIcodémus de leidslieden opriep om zich eerst eens te verdiepen in wat Jezus eigenlijk leerde, werd diens raad in de wind geslagen met een beroep op het verleden: 'Ga maar na en zie, dat uit Galilea geen profeet opstaat' (Joh.7:52). Dat de Heer door zijn afkomst juist de profetie uit Jesaja vervulde, dat in deze landstreek der heidenen het licht opgaan zou, ontging hun.

De fundamentalisten stelden Jezus gelijk aan een toverdokter of geestenbezweerder uit de heidenlanden. Toen wij in de zestiger jaren met het Beukenstein-team in navolging van Christus ook demonen uitwierpen, hoorden wij soortgelijke beschuldigingen. Welke kerkhervormer wierp in het verleden demonen uit of sprak in tongen? Waar reppen de belijdenisgeschriften over de strijd in de hemelse gewesten? Welke synode houdt zich ermee bezig?

Een nieuwe generatie

Jezus wees op een komende generatie, toen Hij sprak: 'Indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan?' (Mat.12:27). Deze zonen der Farizeeën zaten met onoplosbare problemen. Het dorre, dode leven van hun rechtzinnige ouders, hun vreugdeloze godsdienst en hun doorgevoerd systeem van wetten en voorschriften drukten als een zware last op hen. Ook zagen zij dat de scharen zich in hun nood om Jezus verdrongen en dat ze 'buiten zichzelf' of letterlijk 'in extase' waren van blijdschap. Overal waar de rabbi uit Nazareth verscheen, liepen de leerhuizen leeg, omdat de kerkverlaters uitzagen naar heil en herstel van de beschadigde en door demonen aangetaste mens. Deze zonen begrepen dat er veranderingen plaats moesten vinden. Zelfs vele 'oversten - de religieuze en politieke hoogwaardigheidsbekleders - geloofden in Jezus. Knarsetandend moesten de Farizeeën erkennen: 'Zie, de gehele wereld loopt Hem na' (Joh.12:42,19.

Deze zonen van de kerkelijke aristocratie vormden de oudste charismatische beweging in de geschiedenis. Dit nieuwe geslacht onderkende zijn tijd en was niet meer tevreden met het oude patroon. Toch wilden ze de historische kerk niet loslaten, want deze had toch de oudste papieren. Ze kon teruggaan tot Mozes, de man Gods. Haar bijeenkomsten waren eeuwen lang de plaatsen waar het heil zich openbaarde. Bij hen 'was de aanneming tot zonen en de heerlijkheid en de verbonden en de wetgeving en de eredienst en de beloften' (Rom.9:4). Het doel der zonen was dit uitdrijven van boze geesten een wettige plaats te geven in het jodendom om zo een revival tot stand te brengen. Zij schonken geloof aan de naam van Jezus en op grond ervan dreven ze de duivelen uit, en het gebeurde nog ook! De discipelen hadden het 'gezien'.

In Marcus 9:38 wordt vermeld, dat Johannes de Meester op zo'n exorcist attendeerde: 'Wij hebben iemand, die ons niet volgt, in uw naam boze geesten zien uitdrijven, en wij wilden het hem beletten, omdat hij ons niet volgde'. Tot in de hoogste kringen kwam het voor, dat men in de naam van Jezus, mensen bevrijdde. Lucas verhaalt in Handelingen 19:13-16 dat er enige rondreizende joodse geestenbezweerders in de naam van Jezus, die Paulus predikte, demonen uitwierpen. Het woord 'exorcist', geestenbezweerder, komt in de Heilige Schrift alleen daar voor. Deze duiveluitbanners waren zeven zonen van Sceva, een joodse opperpriester. Zij behoorden dus tot de priesterlijke kaste, waaruit de hogepriester werd gekozen. In de kracht van Jezus' naam dreven zij de boze geesten uit. Zij hechtten grote waarde aan formules en namen, en meenden hierdoor het geheim van Jezus' kracht zich te hebben toegeëigend. Om elke twijfel uit te sluiten - want er waren meer personen die Jezus heetten - bezwoeren zij zelfs bij de Jezus die Paulus predikte en voor wie de demonen weken. Hieruit bleek wel dat deze charismatische jongeren ruim en oecumenisch dachten. Het wilde immers wel wat zeggen, indien een voorname jood de naam van de apostel in gunstige zin gebruikte. Deze werd toch als leider van het anti-judaïsme en 'een eerste voorstander van de sekte der Nazoreeërs' beschouwd (Hand 24:5).

Het advies van Jezus

Jezus bepaalde de houding zijner discipelen ten opzichte van deze vertegenwoordiger der charismatische beweging met de woorden: 'Belet het hem niet; want er is niemand, die een kracht doen zal in mijn naam en kort daarna smadelijk van Mij zal kunnen spreken. Want wie niet tégen ons is, is vóór ons' (Marc.5:39,40). Jezus bedoelde: geef ze de tijd om tot een radicale beslissing te komen. Ze zijn niet ver van het Koninkrijk Gods. Op dit ogenblik staat deze opwekkingsbeweging nog positief ten opzichte van mijn leer aangaande het Koninkrijk der hemelen. Nu komt er een ontwikkelingsproces en dan zullen ze naar de ene of andere kant gaan. Paulus schreef later over de predikers die hem niet volgden: 'In elk geval, hetzij met een bijoogmerk, hetzij in oprechtheid, wordt Christus verkondigd; en daarin verblijd ik mij, en zal ik mij ook verblijden' (Filip.1:18).

In onze tijd merkt men allerwegen dat het officiële christendom weinig te bieden heeft. Ook daar zijn de kerkverlaters. De verouderde leerstellingen spreken de moderne mens niet meer aan, want ze hebben veelal geen intrinsieke waarde. De geest wordt ook niet bevredigd door een voortdurende confrontatie met allerlei sociale noden en politieke problemen. Vandaar de grote belangstelling voor allerlei paranormale verschijnselen en mystieke oosterse godsdiensten. Is het wonder dat de charismatische opleving van hoog kerkelijke zijde wordt toegejuicht?

In Handelingen 6:7 staat, dat vele priesters gehoor gaven aan het geloof, hoewel ze de overbodig geworden dienst in de tempel bleven verrichten. Vol trots vertelden de jodenchristenen aan Paulus, dat duizenden van hun volksgenoten gelovig waren geworden en dat zij tegelijk ijveraars van de wet waren (Hand.21:20). Zij trachtten een nieuwe lap op het oude kleed te zetten. Wij kunnen ons voorstellen dat dit soort 'pinksteren' onder leiding van Jakobus door het establishment van Jeruzalem werd getolereerd. Het grote gevaar dreigde immers van de kant van het nieuwe, wetsvrije 'pinksteren', dat door de onvermoeibare Paulus overal werd gepredikt. Diens evangelie veroorzaakte de breuk met de oude kerk.

Jezus sprak in dit verband: 'Wie niet met mij vergadert, die verstrooit'. Hij wil dat de mens niet alleen in de vrijheid wordt gesteld, maar ook dat deze zich bij een gemeente voegt, waarin hij bescherming geniet en opgebouwd wordt tot een mens Gods, die tot alle goed werk volkomen is toegerust.

Het lege huis

Jezus wees tenslotte in dit verhaal erop, dat een onreine geest een mens kan verlaten om dan later terug te keren met andere boze geesten, die sterker waren dan hijzelf. In de onzienlijke wereld had het geloof in de naam van Jezus mensen bevrijd. Het levenshuis was leeg en werd daarna in orde gebracht. Het herstel was ingetreden en het Koninkrijk Gods geopenbaard. Maar wat waren de intenties van de exorcisten? Zij brachten zo'n bevrijde en genezen mens onder de slavernij van het wetticisme en onder het beslag van leringen, die de mens niet tot volkomenheid konden brengen. Terecht had Johannes gezegd: 'Wij zien iemand duivelen uitwerpen die ons niet volgt'. De discipelen hadden alles achtergelaten om Jezus te volgen, maar deze stap werd niet door de charismatische beweging gedaan. Ze bleef het oude wat geen zegen gegeven had, toch vasthouden. Wij merken hier de overeenkomst op met wat in onze tijd plaatsvindt. Wie Jezus volgt, moet de leugen en dwalingen loslaten (Openb.14:4,5). Zo loochent de charismatische beweging in onze tijd zelfs de doop in de Heilige Geest. Zij houdt vast aan de leer, dat iedere gelovige automatisch de Heilige Geest bezit, of als kind reeds bij het vormsel ontvangen heeft. Dat de hemelse Vader de heilige Geest schenkt aan gelovigen die Hem erom bidden, wordt vanwege dit inzicht van de hand gewezen (Luc.11:13).

Jezus waarschuwde: wacht maar af. Wanneer er valse leringen worden gehandhaafd, wanneer niet op levensheiliging gewezen wordt, keert de boze geest terug met andere machten, die sterker zijn dan hijzelf. Zij vullen dan de lege woning. Zulke exorcisten verstrooien, dat wil zeggen dat zij de mensen te zamen brengen in het grote Babylon, waar de verwarring heerst en men samen op weg is naar het rijk van de antichrist. Het laatste van zo'n mens wordt dan erger dan het begin.

Het is van groot belang om in onze tijd, wanneer men van zijn vijand verlost is, Jezus te volgen in zijn leer over het Koninkrijk der hemelen en te breken met een verbasterd christendom, dat geen rekening houdt met het volgen van Jezus, noch van het doel van God in het herstel van de mens en schepping.

zie voor andere artikelen kvooverz