kvo 49e jaargang nummer 12 december 1985

J.E.v.d.Brink

De WIL van GOD]

Vernieuwing van denken

Wanneer wij ons jarenlang met de leer van het Koninkrijk der hemelen bezighouden, weten wij dat deze prediking niet aansluit bij het denken van onze tijd. In Romeinen 12:2 schrijft de apostel: 'En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt onderkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene'. De wereld is hier de 'aión', de eeuw, een tijdperk van onbepaalde duur dat in verband staat met de dingen welke in die periode gebeuren. Ons denken sluit niet aan bij dat van onze tijd, want wij verkondigen immers een wijsheid, die niet van deze eeuw is, maar van de toekomende (1 Kor.2:6). Wij stellen ons in op de krachten van de toekomende eeuw, want wij weten dat het einde der eeuwen op ons is gekomen. Wij leven in het einde van onze bedeling, het tijdperk waarin de mens ten volle in aanraking komt met de werking van de Heilige Geest, óf met een massale uitstorting van demonen. De Joëlsprofetie die Petrus op de Pinksterdag aanhaalde, spreekt hierover.

Onze eeuw aanvaardt ziekte, gebondenheid en onreinheid als een vanzelfsprekend iets. Men kent immers de verwekkers ervan niet en beschouwt derhalve de wetteloosheid als een normaal verschijnsel, dat nu eenmaal bij dit leven hoort. Wij worden echter naar de inwendige mens 'gemetamorfoseerd', dat is van gedaante veranderd door de vernieuwing van ons denken. Wij staan niet meer onder de beïnvloeding van de god dezer eeuw, die de overleggingen der mensheid met blindheid slaat, zodat ze het schijnsel niet kunnen ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is (2 Kor.4:4). Wij zijn namelijk 'verjongd door de geest van ons denken' (Ef.4:23). Wij nemen de eeuwige gedachten van God over en daaruit leren wij diens wil en wet ten opzichte van de schepping kennen.

De natuurlijke mens houdt zich in krant, radio en gesprekken bezig met de gedachten van de god onzer eeuw. Wanneer deze verblindheid wijkt, kunnen de gedachten van God de mens vervullen. Deze gaat er dan vanuit dat de Schepper de vernieuwing van de totale mens begeert, want zijn wil is het goede, welgevallige en volkomene.

Gods wil is de volmaakte mens

Duizenden christenen vragen zich af: hoe leer ik de wil van God kennen? Wat is dat bewuste streven van de Allerhoogste ten opzichte van mij? Omdat ze dit niet weten, is hun geloofsleven als een baar van de zee, die heen en weer wordt bewogen. Daarom weten ze ook niet wat ze willen en doen ze nu dit en dan weer dat. Ze zijn voor zichzelf en voor hun medechristenen moeilijke en lastige mensen in plaats van vreugdeboden des heils. De wil van God is immers het streven naar zijn begeerde doel: de volmaakt geestelijke mens. In het evangelie wordt deze wil bekend met de woorden: 'Opdat de mens Gods volkomen zij, tot álle goed werk volkomen toegerust' (2 Tim.3:17). Alle handelingen van God worden ondersteund door zijn wil en deze geeft er richting aan. God zoekt een partner, de mensheid in wie Hij woning wil maken en met wie Hij een eeuwige gemeenschap wenst. Hij zoekt een vrouw, de gemeente, die van zijn niveau is en die bij Hem past. Daarom heeft Hij de mens ook een vrije wil geschonken, opdat deze vanuit eigen keuze God zal liefhebben en begeren. Ook daarin is de mens naar zijn beeld en zijn gelijkenis geschapen.

God heeft een onbuigzame en sterke wil, want Hij heeft een gemotiveerd plan. Wat Hij Zich voorgenomen heeft, voert Hij ook uit met de kracht van zijn Geest. Ondanks het verzet van de duivel gaat God door, 'want wie wederstaat zijn wil' in verband met de verheffing van de mens? Deze zelf kan echter ten opzichte van eigen redding en behoud de wil van God weerstaan, omdat hij een vrije wil heeft.

Vanwege zijn hoge bestemming is de mens bijna goddelijk gemaakt (Ps.8:6). Een baby in de wieg is bestemd om ingenieur, musicus, schrijver, boekhouder of verpleegkundige te worden. Wanneer er geen negatieve beïnvloedingen, geen remmingen uit het rijk der duisternis voorkomen, kunnen alle begaafdheden van het kind tot ontwikkeling komen, niet alleen de natuurlijke maar ook de goddelijke. God wil immers dit kleine mensje eenmaal inschakelen om te heersen over al de werken van zijn handen. Hierin zet God zijn wil door en gaat Hij ook nimmer een compromis aan.

Vaten tot eervol en tot alledaags gebruik

De engelen wereld is uit elkaar gerukt terwille van het plan van God met de mens. Engelen die er eenswillend mee waren, bleven gespaard, en de onwillige onder hen verstoten. Wanneer een mens zich bekeert en vernieuwd wordt in zijn denken, is er vreugde bij de heilige engelen. Zij zien dan dat ze de juiste keuze hebben gedaan en zij rechtvaardigen daarmee God. Omdat zij Gods wil begeerden te doen, weigerden de goede geesten over de mensen te heersen, maar zij werden daarentegen terwille van zijn plan, dienaars en helpers van de mens. Hoewel engelen en mensen niet uit dezelfde klomp vervaardigd zijn, zouden wij toch het beeld van Paulus in Romeinen 9:21-25 aangaande beider bestemming wel kunnen overnemen. Paulus schreef 'over voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid. En dat zijn wij, die Hij geroepen heeft'. God noemt ons 'geliefden'. De engelen zijn echter voorwerpen tot alledaags gebruik. Zij hebben een dienende functie. Dit laatste wilde de satan en zijn engelen niet. Toen bleek het dat zij ten verderve waren toebereid. Hun eeuwige bestemming is de poel des vuurs, 'die voor de duivel en zijn engelen bereid is' (Matth.25:41). Zij accorderen niet met het plan van God in verband met de mens, en zijn wil weerstaan ze. Ook de mens die de wil van God bewust weerstaat, wordt met de verworpen engelen tot één klomp of kneedsel in het eeuwige vuur geworpen.

De mens is een grote dwaas als hij de zijde van de boze kiest en de wil van God ten opzichte van zichzelf weerstaat. De bijbel zegt hierover: 'Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is' (Ef.5:17). 'Hij wil niet dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen' (2 Petr.3:9). Jezus sprak dat God goed is. Zijn karakter en zijn wezen zijn volmaakt en resulteren of worden openbaar in het heil en in de zegen die Hij overvloedig schenkt. God wil immers het welgevallige, het aangename of het acceptabele voor de mens. In Titus 2:9 is het woord 'euarestos', welgevallige, vertaald door 'het naar de zin maken'. God wil dus alles wat de mens eeuwige vreugde en plezier schenkt. Wanneer een mens graag iets heeft of doet, merken de 'vrome' geesten dikwijls op, dat dit wel verkeerd zal zijn. Zij gaan er vanuit dat de dienst van God onprettig is en een zwaar juk oplegt. Zo is het beslist niet. Wees daarom blij met het plan van God: 'Verblijdt u te allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt God onder alles, want dat is de wil van God in Christus Jezus ten opzichte van u' (1 Tess.5:16-18). Wij moeten dit geheimenis van zijn wil leren kennen en 'doen daarom de nieuwe mens aan, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid' (Ef.4:24).

God wil ook het volmaakte in de mens tot stand brengen. Het woord 'teleiotes' betekent de completering, de perfectie, het einde van een heerlijk ontwikkelingsproces (Verg.Hebr.7:11). Schreef Paulus in Hebreeën 6:1 niet: 'Laten wij dan het eerste onderwijs - in kerken, evangeliesatiesamenkomsten, in kringen - laten rusten en ons richten op het volkomene, zonder opnieuw het - noodzakelijke - fundament te leggen'?

Uw wil geschiede

Wij bidden: 'Uw wil geschiedde, gelijk in de hemel, alzo ook op de aarde'. In de hemel is Gods wil al geschied. De absolute scheiding tussen goed en kwaad, tussen heilige en onreine engelen, tussen trouwe en trouweloze geesten is daar al voltrokken. Nu begint het oordeel bij het huis Gods (1 Petr.4:17) Daarom word in de gemeente de wil van God uitgedrukt in onze heiliging, dat is de totale afzondering van de machten der duisternis (1 Tess.4:3). Om dit te realiseren schenkt God ons de Heilige Geest als een helper. Hij deelt deze uit naar zijn wil, niet willekeurig, maar aan alle wedergeborenen die Hem erom bidden (Luc.11;13). Wij zeggen nu met blijdschap: 'Mijn spijze is om de wil te doen van Hem die mij gezonden heeft om zijn werk te volbrengen'.

Gods wil is het dat het evangelie van het Koninkrijk der hemelen over de gehele wereld wordt gepredikt, opdat de mens Gods geopenbaard en tot heerlijkheid wordt gebracht. Het is Gods wil dat de zuchtende schepping door de zonen Gods wordt hersteld. God herstelt niet, ook de heilige engelen doen dit niet en ook het volk Israël is hier niet voor geroepen, maar de gemeenten Gods hebben de opdracht. Boze geesten trachten ons bij dit werk te hinderen door als 'hielbijters' te fungeren. Zij slaan terug als wij hen verdrijven, maar wij weten, dat 'die naar de wil van God lijden, hun zielen aan de getrouwe schepper overgeven, steeds het goede willende en doende' (1 Petr.4:19).

In de hof van Gethsemane bad Jezus: uw wil geschiede op aarde. Daar zou Hij worden gekruisigd en sterven. Hij volvoerde de wil van zijn Vader. Daarom kwam door zijn lijden het goede, welgevallige en het volkomene tot stand.

Toen Paulus naar Jeruzalem reisde, wilde zijn vrienden dit beletten. Toen zij merkten dat de apostel zijn opdracht van de Heilige Geest toch uitvoerde, spraken zij: 'De wil des Heren geschiede' (Hand 21:14). In Rome bevond de apostel zich in het centrum van het Romeinse wereldrijk. Daar streed hij tegen de wereldbeheersers der duisternis en behaalde hij de overwinning in de onzienlijke wereld. De christelijke kerk deed het machtige imperium tot op zijn fundamenten schudden en 150 jaren later kwam zij zegevierend tevoorschijn.

Conformeren wij ons op aarde ook aan de goede wil van God? 'De wereld gaat immers voorbij, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid' (1 Joh.2:17). De wil van God is: trek uit deze tegenwoordige boze wereld, die ons prest de wil van haar overste te volbrengen. Ons antwoord moet zijn: Gods wil geschiede in mij en door mij.

Johannes schreef: 'Ik bid, dat het u in alles wél ga, en gij gezond zijt, gelijk het uw ziel wél gaat' (3 Joh.2). Wij conformeren ons gaarne aan deze wil van God. Vele christenen denken echter dat het Gods wil is, dat de mens door allerlei ellende, door ziekte en door tegenslag gekweld en geteisterd wordt. Zij verwisselen daarmee de wil van God met die van de duivel.

Bij het volbrengen van de wil van God stijgen wij omhoog en verheugen wij ons in het loflied der hemelingen: 'Gij, onze Here en God, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de macht; want Gij hebt alles geschapen, en om uw wil was het en werd het geschapen' (Openb.4:11).

zie voor andere artikelen kvooverz