kvo 49e jaargang nummer 11 november 1985

Henk de Cock

Kracht voor verkondiging

Een van de belangrijkste levenstaken van de gelovige is de verkondiging van het Woord van God. Bij zijn afscheid, vlak voor zijn hemelvaart, gaf Jezus zijn volgelingen de opdracht: 'Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping' (Marcus 16:15). Om hen nu bekwaam te maken voor deze omvangrijke en zware taak, beloofde Hij hun dat ze eerst bekleed zouden worden met de kracht van Gods Geest: 'Maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde' (Hand. 1:8).

Had God hun deze kracht niet geschonken, deze verantwoordelijkheid zou hun te zwaar geweest zijn. Zonder de toerusting van de Heilige Geest ontaardt het uitvoeren van zo'n wereldomvattende taak onherroepelijk in een ondraaglijke en verkrampte plichtsbetrachting.

Volgens de Schrift is de doop in de Geest onlosmakelijk verbonden met de prediking van het Woord van God. We zien dat ook in het leven van Jezus. Deze kon zijn openbare bediening pas aanvangen, nadat Gods Geest op Hem was neergedaald bij zijn doop in de Jordaan door Johannes. Jezus zelf verwees naar deze persoonlijke ervaring, toen Hij in de synagoge van Nazareth opmerkte: 'De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen ze zenden in vrijheid, om te verkondigen, het aangename jaar des Heren' (Luc.4:18,19).

Na hun eerste pinksterervaring zochten de eerste christenen telkens en telkens weer de kracht van Gods Geest om daardoor de vrijmoedigheid te ontvangen die ze nodig hadden voor de verkondiging van het woord van God te midden van een vijandige en agressieve omgeving. Telkens als ze moesten vaststellen dat de kracht die ze op de Pinksterdag ontvingen, afgenomen was, zochten zij de Heer opnieuw. In Handelingen 4:31 lezen we: 'En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid'.

Vandaag de dag geloven velen in de noodzaak van een pinksterervaring voor eigen leven, maar zij missen de overtuiging dat het belangrijkste doel van de uitstorting van Gods Geest de verkondiging van het evangelie aan de ganse schepping is. Velen die zeggen gedoopt te zijn in de Heilige Geest, bekommeren zich nauwelijks om de verkondiging van het Woord van God en zouden er niet eens toe in staat zijn. Een van de belangrijkste oorzaken is, dat zij dat Woord nauwelijks lezen, laat staan diepgaand bestuderen.

We staan in deze tijd voor het trieste gegeven, dat velen de kracht van Gods Geest slechts zoeken om enkele ogenblikken van geestelijke en emotionele beleving te ervaren, terwijl ze het animo missen om het Woord van God te bestuderen. Sommigen gaan zelfs zo ver dat zij de systematische en nauwgezette bestudering van Gods Woord beschouwen als iets dat eigenlijk overbodig is voor wie de volheid van de Geest bezit. Het resultaat is: veel enthousiasme en gevoel, maar weinig of geen werkelijke prediking van het Woord van God.

Jezus heeft zijn volgelingen echter gedurende drie jaar eerst opgeleid voor zij de pinksterervaring ontvingen. Het grootste deel van zijn openbare bediening wijdde Hij aan het onderricht in het Woord van God. Men noemde Hem dan ook 'Rabbi' of 'Meester'. Hierbij komt nog dat Jezus' discipelen al vanaf hun prilste jeugd waren onderwezen en getraind in de Schrift. Het is daarom ook een misverstand te veronderstellen dat de discipelen na de doop in de Geest zomaar voor de vuist weg predikten. Als we er de preek van Petrus tijdens het Pinksterfeest op naslaan, ontdekken we, dat meer dan de helft daarvan uit Schrift-citaten bestaat. En de toespraak van Stefanus - van wie gezegd werd dat hij vol was van Gods Geest - bevatte maar liefst 53 (!) verwijzingen naar schriftplaatsen! Er bestaat geen enkele basis voor de veronderstelling, dat degene die vol is van Gods Geest het Woord van God zou kunnen prediken, zonder dat hij zich ervoor inzet om de bijbel beter te leren kennen.

Het gevolg van dit gebrek aan belangstelling voor het Woord van God is dat velen vol enthousiasme en ogenschijnlijk gezag prediken, maar dat hun verkondiging eigenlijk maar bitter weinig bijbelse inhoud heeft. Met gevolg ook dat Gods volk niet veel geduld kan opbrengen voor de duidelijke uiteenzetting van Gods Woord die zo belangrijk is voor zijn geestelijke groei. Het laat zich liever verwennen door een aantrekkelijk programma met veel show, zang en muziek, dan dat het aandacht heeft voor een gezonde prediking.

In onze dagen doet God echter een nieuw werk in de harten van zijn kinderen, zodat zijn Woord in hun leven en in hun samenkomsten de plaats zal krijgen, die het toekomt. Christus' opdracht aan zijn gemeente is de proclamatie van Gods Woord aan de ganse schepping. Aangezien niemand iets kan prediken waar hij niets vanaf weet, zal het onmogelijk zijn om Jezus' opdracht voor deze wereld te volbrengen, zonder de Schrift te bestuderen. Zoals de regen geen vrucht voort kan brengen als er niet eerst zaad in de grond wordt gezaaid, zo kan een uitstorting van Gods Geest geen redding en geestelijke groei produceren als niet eerst het zaad van het onvergankelijk Woord van God in de harten gevallen is.

Een pinksterervaring zonder het Woord van God leidt alleen maar tot ongezonde emotionaliteit en mystiek. Het is om deze reden dat de Heer ons niet alleen de opdracht geeft om te zoeken naar de kracht van de Heilige Geest, maar ons tevens uitdaagt om zijn Woord voortdurend te bestuderen en te overdenken!

zie voor andere artikelen kvooverz