kvo 49e jaargang nummer 11 november 1985

J.E.v.d.Brink

DE (e n i g e) WEG

Het evangelie naar Europa

Op zijn tweede zendingsreis verliet Paulus met zijn metgezellen Klein-Azië en kwam hij in Filippi, een Romeinse kolonie. Door het groot aantal veteranen wat er woonde, was Filippi een overwegend Romeinse stad geworden (Hand 16:21). Daar begon de apostel onder enige godvruchtige vrouwen het evangelie te verkondigen. Zij kwamen samen bij de rivier vanwege de rituele wassingen die het joodse geloof voorschreef. Zij behoorden dus tot de categorie heidenen 'die God vereerden'. Omdat de Joden in Filippi niet talrijk waren, was er geen synagoge waar de voorgeschreven ceremoniën konden plaatsvinden.

Opvallend is dat Lydia, de purperverkoopster, het wetsvrije evangelie dat Paulus predikte, ogenblikkelijk begreep en accepteerde. Het levende woord van God opende haar hart, zodat zij de essentiële verschillen opmerkte met de joodse religie. Na haar doop stelde zij haar huis aan de broeders beschikbaar om daar een huisgemeente te vormen. Voortaan vergaderde men niet meer aan de kleine Ganges maar aan de rivier van het water des levens. Ondanks het visioen van de Macedonische 'man' ontstond in Europa een samenkomst waar vrouwen de meerderheid vormden. Denk bijvoorbeeld aan Euódia en Syntyche, die met Paulus in de prediking van het evangelie streden, dus vooraanstaande posities bekleedden in de gemeente en wier namen in het boek des levens waren opgetekend (Filip.4:3). Later zou men de vrouwen in de kerken discrimineren en haar het zwijgen opleggen, waarmee men dan het grootste aantal der leden uitschakelde.

Op weg naar de gebedsplaats verschijnt nog een andere vrouw op het toneel, die de broeders vele dagen achtereen naloopt. Zij is door de duivel gestuurd, want de strijd om Europa was reeds in de hemelse gewesten aangevangen. Zij was een slavin die niet alleen aan haar meesters was onderworpen, maar bovenal aan de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan (Openb.20:2). In haar bevond zich een waarzeggende geest of letterlijk 'een geest Python' of 'Phytische geest'. Wij denken hierbij aan een draak of een slang, die door middel van een waarzegster orakels uitsprak in de stad Delphi. In de Griekse godenleer wordt meegedeeld dat deze vreselijke slang uit het slijk van de zondvloed was geboren. De slavin was een Pythonissa, een profetes die geïnspireerd werd door de god van haar eeuw, die ook de vader is van de Griekse mythologie. De slang die achter de klassieke opvoeding staat, maakte zich gereed om het evangelie van Jezus Christus onder het opkomend christendom te verbasteren.

De vrouw begint te roepen: 'Deze mannen zijn dienstknechten van de Allerhoogste God'. De slang had in de onzienlijke wereld wellicht de stem van de Macedonische man ook gehoord. Deze had geroepen: kom over en help ons. Wij vormen de zuchtende mensheid. Verlos ons van de dienstbaarheid aan de boze door middel van het evangelie van Jezus. Bevrijd ons tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 'Vele dagen' lang horen de broeders de python uitroepen, dat zij dienstknechten zijn van de allerhoogste God, die de Vader der lichten is, namelijk de Vader van zijn dienaars in hemel en op aarde. Vanwege dit geloof sidderen de boze geesten niet alleen voor God, maar ook voor diens knechten. Dezen hebben immers macht ontvangen om de gehele legermacht van de vijand aan zich te onderwerpen. Dit roepen herinnert ons aan het getuigenis van de boze geest tot Jezus: 'Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God. Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt' (Marc.5:7).

Alternatieve wegen

De waarzeggende geest vervolgt dan met 'die u de weg tot behoudenis boodschappen' (Hand.16:17). Zo luiden tenminste de Nederlandse vertalingen. Toch staat er niet 'de' weg maar 'een' weg! 'The Twentieth Century New Testament' heeft 'a way of salvation'. 'The Interlinear Greek-English New Testament' geeft ook als letterlijke vertaling 'een weg'. De 'Korte Verklaring' zegt hierover: 'Nu is het merkwaardige, dat hier het lidwoord vóór weg ontbreekt. Daardoor roept de bezetene feitelijk dat Paulus en Silas een weg van behoud naast andere die gepredikt worden, verkondigen. En hier schuilt de leugen van satan onder de waarheid, welke hij predikte. Maar er is slechts één naam onder de hemel gegeven, door welke wij behouden moeten worden (Hand.4:12). Zo betekent het spreken van de vrouw een gevaar voor het werk Gods. Zij relativeert het en Paulus mag dat niet verdragen'.

In het Grieks staat dus letterlijk: 'weg der zaligheid'. Dit kan in het Grieks, dat het onbepaalde lidwoord 'een' niet heeft. Een kenner van deze taal schreef hierover: 'In sommige gevallen mag men toch vertalen 'de weg', maar in de zinsconstructie die hier gebruikt wordt, is het 'een weg tot behoud'. Zo hebben alle vertalers in 1 Korintiërs 12:31 terecht staan: 'een weg die nog veel hoger ligt' en niet 'de weg'.

Het is te begrijpen dat het getuigenis van de waarzeggende geest Paulus 'verdroot'. Hij was immers de prediker van de weg en van het ene evangelie. Met 'de weg' bedoelt de Schrift de hoge, verheven, gebaande weg. In Jesaja 35:8 heeft de Engelse vertaling 'high way', een pad dat boven het omliggende land uitsteekt en dat de voeten van het volk van God behoedt voor vuil en modder. Op deze weg bevinden zich geen onreine mensen, want de machten der duisternis worden er ten toon gesteld en over hen wordt gezegevierd. Hij is de heilige weg, want de 'roofdieren' krijgen geen kans erop te komen. De vrijgekochten en verlosten des Heren weerstaan ze in de naam van Jezus, zodat ze vlieden.

De eerste christenen werden aangeduid als 'die van de weg waren'. Zij hadden verdrukkingen te doorstaan van de wettisch ingestelde joden en later van de vleselijke christenen. Zo vervolgde eenmaal Saulus niet alleen mannen maar zelfs vrouwen 'die van de weg waren'. Apóllos was doorkneed in de Schriften, maar hij werd vernieuwd in zijn denken toen hem de weg des Heren werd uitgelegd'. De weg is een wijze van leven en handelen, welke geheel is ingesteld op het evangelie van het Koninkrijk der hemelen (Hand.9:2;18:25;19:9;22:4 en 24:14). het is een exclusieve weg, want al zou een engel uit de hemel door middel van een waarzeggende geest spreken over 'een weg', dus een ander evangelie brengen als van gelijke waarde naast dat van Paulus, dan rust op zo'n geest een vloek (Gal.1:8). Het is de smalle weg waarvan Jezus sprak, dat weinigen hem vinden. Deze hoge weg wordt begaan door hen wier wandel in de hemel is.

Jezus is niet een van de vele wereldleraars, niet een van de hoogst ingewijden in de mysteriën van het Koninkrijk der hemelen, niet één van de verlichte boeddha's, maar Hij is hét licht der wereld en zonder Hem is het duisternis. Ook is er buiten deze weg geen mogelijkheid om een volk van God te vormen. Alleen het Israël Gods dat verbonden is met Jezus Christus zal 'wederkeren en met gejuich in Sion komen; eeuwige vreugde zal op hun hoofd zijn, blijdschap en vreugde zullen zij verkrijgen, maar kommer en zuchten zullen wegvlieden'. Er is maar één naam onder de hemel gegeven door welke wij behouden worden, die van Jezus Christus alleen. Hij is de weg.

Confrontatie met judaïsme en hellenisme

De leugen van 'een weg' is diep in de christenheid doorgedrongen. Allereerst zien wij de penetratie van de joodse zuurdesem. Het christendom werd ook tot een leer met ontelbare wetten en verordeningen, met het vieren van dagen die gewijd zijn aan 'heiligen' of aan het vasten. Het geloof werd verbonden met wijwater, heilige gebouwen, geestelijken met gewijde gewaden, een altaar en onbloedige offeranden, en goede werken. Eens ontvingen wij van een voormalig katholiek een liturgisch woordenboek van ruim 4300 pagina's, wat wel wijst op uitgebreide riten. Er is een kinderdoop die niet berust op belijdenis van zonden, op een besnijdenis des harten, op wedergeboorte of vernieuwing van denken, maar op een natuurlijke afkomst. Men doopt geen kinderen Gods, maar kinderen van gelovige ouders, die het verschil niet kennen tussen hun rechter- en linkerhand. Zo wordt de gemeente van Jezus Christus evenals Israël tot een volks- of een familiekerk. De kerk werd geschoeid op oudtestamentische leest. Schreef de apostel niet aan de Filippenzen: 'Want wij zijn de besnijdenis, die door de Geest Gods Hem dienen, die in Christus Jezus roemen en niet op het vlees - van de afkomst - vertrouwen' (Filip.3:2). Hij vergeestelijkte hiermee de oude ceremoniën om tot een nieuw volk van God te komen. Ook las men eeuwen lang de wet der tien geboden voor, die onmachtig is om de mens te bevrijden van de boze geesten, maar de wet van de Geest des levens, de koninklijke wet, die der vrijheid werd tot een religieuze term waarmee men niet kon werken.

De waarzeggende geest die Paulus'pad kruiste vertegenwoordigde ook het klassieke denken, dat eveneens zijn wortels diep in het christendom heeft geslagen. We noemen als voorbeeld de wijsgerige stelsels van Plato en Aristoteles, die ruim 400 jaren voordat Paulus voet aan wal zette, in Athene leefden. Ook van hun stelsels kon de apostel zeggen: 'De Grieken zoeken wijsheid' en 'verderven zal ik de wijsheid der wijzen' (1 Kor.1:22,19). De godgeleerden in de christelijke kerken werden en worden echter bij hun opleiding met de Griekse filosofieën doordrenkt. Bij Plato is de idee - het volmaakte en eeuwige grondpatroon van iets - de norm van het leven en zijn vastigheid. Zo is bijvoorbeeld 'rond' een idee, die alleen in het denken zou bestaan. Door waarneming is het absoluut ronde echter niet te vinden. Geen enkel voorwerp is zuiver rond. Rechtvaardigheid is er alleen maar als ideaal, maar niets in de zienlijke wereld voldoet er aan. Geen enkele handeling is werkelijk rechtvaardig. Alles is slechts betrekkelijk en niets is volmaakt. Dit denken heeft de kerkvader Augustinus beheerst. Daarom hebben de christenen niet meer geloofd in de woorden die Jezus vol vertrouwen in zijn hemelse leer uitsprak: 'Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is' (Matt.5:48). Of zoals de apostel de Griekse broeders schreef: 'Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al'. Vol geloof aan zijn evangelie voegde hij eraan toe: 'Die u roept is getrouw, Hij zal het ook doen' (1 Tess.5:23,24). Ook schreef hij aan zijn leerling en medewerker: 'Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om... op te voeden in gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot álle goed werk volkomen toegerust' (2 Tim.3:16,17). Deze woorden komen ook nu als dwaasheid over, als een 'vrome' wens. Volgens de belijdenisgeschriften zijn ze een onbereikbaar ideaal aan deze zijde van het graf. Alleen de dood, de laatste vijand, is de doorgang tot het eeuwige heil.

Aristoteles trachtte de wijsbegeerte van zijn tijd tot een sluitend systeem te maken. Hij werd de voorman van de scholastiek, dat is het systematisch samenstel van wijsbegeerte en godgeleerdheid. Hij streefde naar de volmaakt deugdzame, natuurlijke mens. Zijn filosofie werd overgenomen door Thomas van Aquino, die de richting van de rooms-katholieke kerk bepaalde in haar moraal-theologie met een uitgewerkt geheel van nauwkeurig omschreven geboden en verboden. De heidense wijsbegeerte der Grieken heeft de kerk vervreemd van de leer van het Koninkrijk der hemelen. Zij gaf geen inzicht in de hemelse gewesten ondanks alle nederigheid en kastijding van het lichaam, boetedoeningen, (rozenkrans)-gebeden, onthouding en vasten.

Noch met de verjoodsing van het christelijk geloof in onze tijd, noch met de heidense filosofieën waarin men 'vele dagen' en eeuwen werd onderwezen, nadert men tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot de tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen (Hebr.12:23). De alternatieve wegen zijn produkten van de boom der kennis van goed en kwaad en voeren de zielen naar het dodenrijk. Aan de Filippenzen schreef de apostel over de weg der volmaaktheid waarmee hij voortdurend bezig was: 'Maar één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt - het judaïsme en het hellenisme - en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van bóven is, in Christus Jezus' (Filip.3:14). De waarzeggende demon met zijn relativerend denken bedoelde te zeggen: een andere weg kan ook goed zijn, ieder heeft slechts een facet van de idee der waarheid. Inderdaad zijn er vele wegen die naar de verbasterde kerk leiden, maar er is slechts één weg door de hemelse gewesten, welke Jezus ons toonde en voorging.

Triomf van het volle evangelie

Paulus was een dienaar van het evangelie van het Koninkrijk, dat Jezus was begonnen te prediken. Voor zijn heengaan had de Heer in zijn laatste, grote opdracht de gelovigen bevolen, dat zij in zijn naam de boze geesten zouden uitdrijven. Daarom gelastte de apostel - nadat hij vele dagen de leugen van de slang met haar gespleten tong had aangehoord - de waarzeggende geest om de slavin te verlaten. De demon was openlijk ten toon gesteld en de waarheid van het volle evangelie zegevierde in de onzienlijke wereld. Na deze eclatante overwinning op de python kwam de engel van satan, de geweldgeest, die de apostel steeds bedreigde, in actie. Natuurlijk duurde het enige tijd voordat de meesters van de slavin constateerden, dat deze de gave om te voorspellen kwijt was. Als zij dan bemerken dat hun hoop op gewin voorgoed vervlogen is, nemen zij wraak op Paulus en Silas. Zij slepen hen naar het marktplein, waar de magistraten gewoon waren recht te spreken. Daar vullen de bijde godsmannen in hun lijdende lichamen aan wat nog ontbrak aan de verdrukkingen van Christus ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente (Kol.1:24). Het stichten van gemeenten op het fundament van de volle waarheid gaat altijd gepaard met vervolging.

De Filippenzen laten zich gemakkelijk ophitsen en dan speelt zich op de markt ongeveer hetzelfde toneel af als eenmaal bij het proces van Jezus voor Pilatus. De menigte keert zich tegen Paulus en Silas, want zij beschouwt hen als afgevaardigden van een fanatieke joodse sekte. Zonder verder verhoor worden ze door de lectoren met roeden gegeseld en als gevaarlijke misdadigers zo diep mogelijk in de gevangenis weggesloten en met de voeten in het blok geklemd.

Welke leer zou het nu uiteindelijk in Europa en later op de ganse aarde winnen? Zoals Jezus bij de aanvang van zijn lijden te middernacht met zijn discipelen de lofzang zong, zo wekte de Heilige Geest Paulus en Silas op hetzelfde te doen. Jezus wist immers dat door het volbrengen van de wil zijns Vaders het goede, het welgevallige en ook het volkomene aan zijn volgelingen ten deel zou vallen. Zo wisten Paulus en Silas dat het evangelie Gods zou zegevieren ondanks het verzet van de verleidende en misleidende boze geesten. Door de Geest geleid zongen deze gezanten van Christus te middernacht hun lofliederen in talen der mensen en der engelen. Ook zij zouden de overwinning behalen evenals Jezus toen Deze bij zijn opstanding de gevangenis van het dodenrijk verliet. Door het ingrijpen van de grote kracht van God verlieten Paulus en Silas als overwinnaars de kerker. Die nacht werd de gevangenbewaarder met al de zijnen gered en gedoopt in water.

De gebeurtenis in Handelingen 16 betekent meer dan een geschiedkundig verslag van de tweede zendingsreis van Paulus. Zij is een profetie over de toekomst van het christendom die 'vele' eeuwen omspant. Schijnbaar zou de waarzeggende geest in het gelijk worden gesteld, want de heidense wijsbegeerte, het wetticisme en het legalisme zouden in de plaats komen van het evangelie der heerlijkheid van Christus. De kerkgeschiedenis werd de beschrijving van een doorlopende vervreemding van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen. Ondanks deze woordverkrachting zal echter het licht in deze geestelijke duisternis doorbreken. Het evangelie van de onzienlijke wereld zal weer opnieuw verkondigd en gevolgd worden door tekenen en wonderen van herstel. De vrouw van Christus, de gemeente, zal uit haar slavernij worden bevrijd. Natuurlijk zal de geest van geweld deze vervulling trachten te keren, maar aan het einde der eeuwen zullen de ware christenen tenvolle in aanraking komen met een krachtige werking van de Heilige Geest, terwijl tegelijkertijd een neerstorting van demonen op een verworden christenheid zal plaatsvinden. Hierover spreekt de Joëlsprofetie. Dan zullen de kerkermuren wankelen en Gods volk zal uitgeleid worden.

Jezus sprak: 'Dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde - de heerlijkheid en de kracht ervan - gekomen zijn' (Matt.24:14). Daarom gaan wij met blijdschap de toekomst tegemoet. Gods volk zal weer functioneren in de hemelse gewesten, want 'uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen' (Hand.2:17,18). Een grote schare die niemand tellen kan, uit alle volken, naties en talen zal tot het geloof komen en de exclusieve, smalle weg kiezen, die door de hemelse gewesten voert. Het evangelie van het Koninkrijk, het Woord Gods, trekt uit, overwinnende en om te overwinnen!

zie voor andere artikelen kvooverz