kvo 49e jaargang nummer 10 oktober 1985

Henk de Cock

GELOOF OF BIJGELOOF

'Want waarvoor ik vrees, dat overvalt

mij, en wat ik ducht, dat treft mij'

(Job 3:25)

Wie werd grootgebracht in een land met een christelijke traditie, kan zich moeilijk een voorstelling maken van wat het betekent te leven in een land met heidense achtergronden. Vaak ontdekt men pas wat een voorrecht het is te wonen in een 'christelijke natie', wanneer men geconfronteerd wordt met de noden van het heidendom. Weinig Nederlanders zullen kunnen begrijpen wat het is om op te groeien in een geestelijk klimaat als dat van Brazilië, waar katholicisme en spiritisme zich tot één geheel vermengden. En waar de Roomse kerk - waartoe 95 procent van de bevolking behoort - nooit in staat is geweest het animisme uit haar midden te weren, dat in voorbijgegane eeuwen door de negerslaven uit Afrika werd meegebracht.

Angst en bijgeloof

De grote drijfveer van het godsdienstige leven in Brazilië is de angst! Het leven van de Braziliaan wordt overheerst door zijn geloof in het bovennatuurlijke, waar men dag en nacht voor op zijn hoede moet zijn. Pasgeboren kinderen wordt al gauw een rood lint in de haren gevlochten als bescherming tegen de boze ogen die met jaloezie naar het onschuldige baby'tje kijken. Maar ook ouderen gebruiken amuletten om het gevaar van schadelijke blikken af te wenden.

Voor het na bed gaan zoekt men het gehele huis na op magische voorwerpen die door een vijand verstopt zouden kunnen zijn. Die vijand is dan misschien een concurrent die door middel van zwarte magie schade tracht toe te brengen aan het florerende bedrijf. Of wellicht een man die zijn oog liet vallen op een knappe echtgenote en daarmee overspel wil bedrijven.

Bruiloften in augustus worden vermeden, daar een trouwerij in deze maand zeker tegenspoed met zich mee zou brengen. Doden en heiligen roept men op ter bescherming tegen rampen en ongeluk. Beeldjes, gewijde voorwerpen, magische tekens en spreuken, dat alles gebruikt men om gevaar, ziekte, armoede en ook de boze geesten op een afstand te houden.

In de meeste Braziliaanse huizen kom je wel ergens het beeld van 'Nossa Senhora Aparecida' tegen, de zwarte 'beschermheilige' voor geheel Brazilië

Zelfs normale dingen van het leven kunnen bovennatuurlijke invloed uitoefenen: de zang van een bepaalde vogel, de stand van de maan, een paar uitgetrokken sandalen die per ongeluk omgedraaid op de grond vallen of twee handen van een kind die tegelijkertijd op het hoofd gehouden worden.

Er is oneindig veel bovennatuurlijks, magisch, onheilspellends en beangstigends in het leven. En zo is de mens, die is grootgebracht in het heidendom, een bang schepsel, verloren in een wereld vol geesten en machten die hij probeert te bestrijden met allerlei zichtbare middelen, die hem bovendien nog grote financiële offers kosten.

Bijgeloof onder christenen

Wanneer nu mensen uit dergelijke geestelijke achtergronden met het evangelie in aanraking komen, duurt het soms lange tijd voordat zij leren leven zonder angst. Daardoor nemen zij vaak hun bijgeloof mee naar het nieuwe leven. Niet langer gebruiken zij hiervoor de heidense amuletten of toverspreuken. Maar wél worden bijbelse symbolen gehanteerd om op dezelfde wijze de boze geesten te bezweren, en de betekenis van deze bijbelse zaken gaat dan niet uit boven die van de heidense attributen.

De doop in water wordt dan gezien als een magische bescherming tegen onheil en tegenspoed. Handoplegging, zalving met olie, het heilig avondmaal en zelfs het opsteken van de hand tijdens de uitnodiging in een evangelisatie-samenkomst kunnen de betekenis krijgen van bijbelse magie tot het weren van duistere machten. Het uitspreken van sommige bijbelverzen of het opzeggen van het 'onze Vader', het aanroepen van de naam en het bloed van Jezus, dit alles kan de plaats innemen van de oude heidense riten of van het aanroepen van Maria, de heiligen of de doden.

Het is de angst die christenen aan dit bijgeloof doet vasthouden. Het zal daarom onmogelijk zijn hen bevrijd te zien van dit onwettig gebruik van geestelijke dingen, als zij niet bevrijd worden van hun vrees. Het ware geloof richt zich niet slechts op bescherming, geborgenheid en voorspoed. Het richt zich in de eerste plaats op de persoon van Jezus Christus - de centrale persoon van het leven in de Geest.

Gevaarlijke kennis

Hoe worden mensen nu bevrijd van hun bijgeloof? Niet door van godsdienst te veranderen. Dat wijzigt slechts de uiterlijke omstandigheden en doet andere begrippen hanteren, maar de mentaliteit blijft dezelfde. Voor een totale mentaliteitsverandering is het noodzakelijk dat er een vernieuwing komt in het begrip van de geestelijke dingen. Men kan immers geen bijgeloof bestrijden met bijgeloof.

Begrip van de geestelijke realiteit is bij de meesten wel terdege aanwezig. Dit hebben zij immers meegebracht vanuit hun heidense of spiritistische verleden. Het is echter niet het juiste begrip. Het zal hen niet helpen in de worsteling tegen de overheden der duisternis te overwinnen. Zonder een openbaring van de heerschappij en de liefde van Jezus, zonder verlichte ogen die op de verheerlijkte Heiland zien, zal de kennis van het bovennatuurlijke alleen schadelijk zijn.

Paulus schrijft aan de Korinthiërs: 'Wat het offervlees aangaat, wij weten, dat wij allen kennis bezitten. De kennis maakt opgeblazen, maar de liefde sticht' (1 Kor.8:1). En hij spreekt hier over mensen die hoogmoedig, opgeblazen waren, vanwege bepaalde kennis van het bovennatuurlijke, verworven tijdens hun leven in het heidendom. Het was echter niet de juiste kennis. Zij hadden nog niet 'leren kennen, zoals het behoort' (vers 2). Paulus, de Farizeeër, had eveneens kennis uit zijn oude leven meegebracht: dogmatische, steriele kennis van de Schrift. Maar hij had het alles schade geacht.

Het is niet de kennis van de heerlijkheid en de liefde van Jezus die opgeblazen maakt, maar juist al die bagage die men meebrengt in de gemeente, vanuit het verleden in de wereld, vanuit het heidendom en de oude godsdiensten.

Zo zijn er mensen die menen alles te weten over de strijd in de hemelse gewesten. Maar ondanks de kennis van de bovennatuurlijke dingen leeft er in hun hart de heerschappij van de vrees. En, omdat zij in hun geweten toch niet loskwamen van hun angsten voor de macht der duisternis, worden zij er in hun zwakheid toch weer door besmet (1 Kor.8:7). Deze mensen kunnen dan ook met Job zeggen: 'Waarvoor ik vrees, overvalt mij!'

De ware kennis, zegt Paulus, richt zich op één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en op één Heer, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door hem (1 Kor.8:6). Maar, gaat de apostel voort, niet bij allen is die kennis. En dát is het grote probleem van velen die worstelen tegen demonen. Sommigen zijn 'in hun geweten nog niet los van de afgod', ze zijn nog overweldigd door vrees. En daardoor hebben zij in hun leven een invalspoort waardoor de macht van de boze weer zijn intrede doet, ondanks het gebruik van de naam van Jezus en van zinnen die men uit de bijbel haalt. Vrees is een omkering van het geloof dat nodig is voor het wederstaan van de duivel (1 Petr.5:9). Immers, het uitgangspunt van de strijd in de hemelse gewesten is het geloof in de verheerlijking van Jezus boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam.

Een nieuwe vorm van bijgeloof

Waar het geloofsleven van de christen niet gericht is op de overwinning van Jezus en bovenal op zijn liefde, wordt de mens weer verstrikt in het oude bijgeloof, al is het in een andere vorm.

In het Braziliaanse occultisme gebruikt men - zoals we reeds opmerkten - kaarsen, beeldjes, crucifixen, offervlees, tekens en spreuken om geesten op te roepen of af te weren. Aan fetisjen wordt bovennatuurlijke kracht toegeschreven.

Wat zien we nu gebeuren bij velen die hun toevlucht zoeken in de gemeente van Jezus Christus? Ook zij komen onder de indruk van deze dingen en vervallen in vrees voor zaken die worden gebruikt in de riten van de zwarte magie. Zo schrijft men opnieuw bovennatuurlijke kracht toe aan voorwerpen van hout, steen of brons. En dit is nu precies wat gebeurt bij afgodendienst en bijgeloof.

Zo zijn er predikers in Brazilië die het huishoudelijk gebruik van kaarsen verbieden omdat deze, volgens hen, demonen aantrekken. Anderen willen geen kippevlees meer eten, omdat in de zwarte magie kippen worden geslacht als bloedoffers. Weer anderen zijn doodsbenauwd om in aanraking te komen met wierook en kruisen.

Wat men in dit alles niet beseft, is, dat de menselijke geest niet overweldigd wordt door levenloze voorwerpen. Al worden deze gebruikt in heidense riten, toch hebben zij op zich zelf geen kracht! Men wordt pas occult gebonden door onderwerping van de menselijke geest. En deze onderwerping vindt plaats, zowel door het aanbidden van voorwerpen, als door de angst ervoor. En deze angst is niet gerechtvaardigd. Waar het in de Schrift zo duidelijk naar voren komt, dat er geen bovennatuurlijke kracht moet worden toegeschreven aan symbolen uit de bijbel, moeten we dan wél vrezen voor bepaalde krachten in de symbolen van het heidendom?

In werkelijkheid bestaat de afgod niet, zegt Paulus (1 Kor. 8:4). Een afgod is niets, noch het godenoffer. Integendeel. Occultisme verschuilt zich achter voorwerpen, maar in wezen is het gemeenschap met boze geesten (Deut.32:17; 1 Kor.10:19,20). De strijd speelt zich dus niet af in de zienlijke, maar in de onzienlijke wereld. Onze wapenrusting tegen deze duistere machten bestaat dan ook niet uit dingen, maar uit geestelijke eigenschappen, zoals: waarheid, gerechtigheid, bereidvaardigheid, geloof. En uit het heil waarmee onze gedachtenwereld beschermd wordt. Onze offensieve wapens bestaan dan ook niet uit papier en inkt, maar uit het Woord dat Geest en leven is (Ef.6:13-17).

Waar het aan deze geestelijke waarden ontbreekt, gaat men zich weer op het stoffelijke richten. Men kan het heidendom echter niet uitroeien door een beeldenstorm, maar slechts door de uitingen van de Geest. 'Ten aanzien van de uitingen des geestes, broeders, wil ik u niet onkundig laten. Gij weet, dat gij, toen gij nog heidenen waart, u blindelings naar de stomme afgoden liet heendrijven. Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest Gods sprekende, zegt: 'Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest' (1 Kor.12:1-3). Men kan geen demonen met bijbelse symbolen bestrijden, noch heeft men de Heilige Geest nodig om heidense symbolen te vernietigen. De strijd in de hemelse gewesten is tegen de boze geesten, die slecht overwonnen kunnen worden door de proclamatie van de heerschappij van Jezus, door de Heilige Geest.

Verlossing van angst

Voor een overwinning op het rijk der duisternis is het noodzakelijk om de vijand te onderkennen. Maar tevens moet men de kennis bezitten van de wapenen om hem te bestrijden. En welk wapen is er nu voortreffelijker dan de kennis van de liefde van Christus om verlost te worden van alle vrees en angst?

'De volmaakte liefde drijft de vrees uit' (1 Joh.4:18). Deze 'volmaakte liefde' is niet onze liefde voor de Heer, die moet groeien naar de volmaaktheid, maar de oneindige liefde van God voor ons. Johannes zegt immers: 'Wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft'.

Mensen die zich onbemind voelen, leven voortdurend in vrees en onzekerheid. Maar juist die onderkenning van de onbegrensde liefde van God en het geloof daarin, drijft alle angst uit het hart weg. Die liefde maakt mensen sterk en moedig. Onbevreesd voor de machten der hel. Die liefde doet alle angst en bijgeloof verdwijnen. Angst is de onvolmaaktheid in de liefde en houdt verband met straf (1 Joh.4:18). Mensen worden dan ook verlost uit het rijk der duisternis, door ze over te brengen in het Koninkrijk van de Zoon zijner liefde (Kol.1:13).

zie voor andere artikelen kvooverz