kvo 49e jaargang nummer 7 juli 1985

Henk de Cock

GEESTELIJKE GENEZING

'Belijdt elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt' (Jakobus 5:16).

De bijbel leert ons bepaalde grondprincipes over goddelijke genezing, die iedereen kennen moet. In het byzonder, uiteraard, degenen die ziek zijn en de naam van de Heer over hun leven aanroepen om van Hem genezing te ontvangen.

Vóór alles moeten we een punt aan de orde stellen, dat eigenlijk voor de hand ligt: goddelijke genezing is gééstelijke genezing.

Als we dit uitgangspunt nemen, zullen we onmiddellijk beseffen dat de genezing die God bewerkt altijd begint in de inwendige mens - in zijn geest. Deze genezing openbaart zich altijd van binnenuit voor het lichaam van degene die ziek is. Dit is ongetwijfeld het grote verschil tussen goddelijke genezing en medische wetenschap.

God houdt Zich altijd met de totale mens bezig - met zijn lichaam, met zijn ziel en geest. Bij zijn 'behandeling' echter richt Hij Zich altijd eerst op de inwendige mens. Want uiteindelijk ligt in het hart van de mens de bron van al zijn levenskracht. De ernstigste 'ziekte' van de mens moet niet in zijn lichaam worden gezocht, maar in zijn hart.

Het is algemeen bekend dat het grootste gedeelte van de lichamelijke kwalen veroorzaakt wordt door emotionele problemen. In verreweg de meeste gevallen mogen we de ziekte dan ook niet zien als een op zichzelf staand gegeven. Zij vormt doorgaans een symptoom van een dieper liggend probleem.

In Markus 1:1-12 lezen we hoe Jezus een zieke 'behandelde', de verlamde van Kapernaüm. Voordat Hij hem kon genezen moest de Heer hem eerst verzekeren: 'Kind, uw zonden worden vergeven'. De door Jezus geboden vergeving en de daaraan verbonden vrede, zijn onontbeerlijk voor een afdoende oplossing voor onze lichamelijke kwalen. Niemand kan een gelukkig en gezond leven leiden met onvrede in zijn hart. Zaken als afgunst, haat en overtrokken bezorgdheid zijn dodelijke wapenen van de vijand die onherroepelijk op de lange termijn iemands gezondheid zullen ondermijnen. Wie met een verwondt hart rondloopt, gewond door aanklachten over misstappen uit het verleden, zal ervaren dat dit zijn uitwerking op zijn lichamelijke conditie niet mist. Wie zich verworpen en beledigd voelt en wie in zijn hart een bittere wortel laat opschieten, zal tot de ontdekking komen, dat zijn gezondheid langzaam maar zeker door allerlei kwalen wordt aangetast.

Wie werkelijk gezond wil worden, zal eerst de inwendige mens moeten 'behandelen'. Hij zal zich moeten laten bevrijden van zondeschuld en wrok, om dan de goddelijke genezing te ervaren op de wijze zoals de psalmist die noemt: 'Die al uw ongerechtigheden vergeeft, die al uw krankheden geneest' (Ps.103:3). Wie goddelijke genezing ervaren wil, zal zich moeten reinigen van haat, van afgunst, van ressentiment, wrok en wraakgevoelens. Hij zal moeten leren al zijn angsten toe te vertrouwen aan de hemelse Vader, die voor hem zorgen wil.

In de brief van Jakobus lezen we in het vijfde hoofdstuk verschillende belangrijke aanwijzingen voor ontvangen van goddelijke genezing. In de eerste plaats in vers 15: 'Het gelovige gebed zal de leider gezondmaken, en de Heer zal hem oprichten'. Het is door het geloof dat goddelijke genezing ons deel wordt - wie ooit door Jezus persoonlijk genezen werd, ervoer dit altijd als antwoord op zijn geloof. Telkens als Jezus iemand genezen had, nam Hij van de betreffende persoon afscheid met de woorden als: 'Ga heen in vrede, uw geloof heeft u behouden', of ook wel: 'U geschiede naar uw geloof'.

Jakobus spreekt in verband met het gebed des geloofs ook over de mogelijkheid om de zieke met olie te zalven: 'Is er iemand bij u ziek?, laat hij de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren' (vers 14). Niemand veronderstelde dat het de olie zou zijn, die geneest. De olie is slechts een symbool van de Heilige Geest die in het midden van de gemeente werkt om zijn herstellend werk te doen. Het is niet door de olie, maar door het 'gebed des geloofs' dat genezing ontvangen wordt, zoals het volgende vers duidelijk aangeeft.

In dit vers nu lezen we dat we elkaar onze zonden moeten belijden. 'En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden'. Vóór alles zullen we er voor moeten zorgen dat onze relatie met God en met de broeders en zusters die met ons om genezing bidden in orde is. Opdat er geen belemmering zal zijn voor ons vertrouwen op de Heer.

Uiteraard zullen we niet mogen generaliseren. Laat niemand de zieke zonder meer veroordelen vanuit de veronderstelling dat zijn lichamelijke nood wel een bewijs van zonde in zijn leven moet zijn. Het is onze taak niet om anderen op dit punt te beoordelen, zoals ooit de discipelen van Jezus dit deden. Toen zij een blinde tegenkwamen, moesten zij hun Meester nodig vragen naar de oorzaak van diens blindheid: 'Rabbi wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?' (Joh.9:2). Jezus antwoordde echter dat deze man, noch zijn ouders hadden gezondigd.

Wie Gods Woord kent en van harte de tegenwoordigheid van Jezus Christus in zijn leven zoekt, wéét eenvoudig dat zijn leven met de Heer in orde is. Voor hem is het voldoende te beseffen dat goddelijke genezing gééstelijke genezing is, waardoor eerst de ziel en de geest worden 'genezen'. Het komt erop aan dat eerst de innerlijke harmonie hersteld wordt. Als we ons dan bevrijd zien van onze innerlijke spanningen en de druk van de vijand, zullen we met volle vrijmoedigheid, in geloof, aanspraak mogen maken op de genezing voor ons lichaam. God immers heeft het van Zichzelf gezegd: 'Ik ben de Here, uw Heelmeester'.

zie voor andere artikelen kvooverz