kvo 49e jaargang nummer 3 maart 1985

Henk de Cock

De TOEGANG tot de TROON

'Ik zeg u niet , dat Ik de Vader voor u vragen zal'

(Johannes 16:26).

In zijn afscheidswoorden tot zijn discipelen maakte Jezus een opmerking die men van Hem eigenlijk niet zou verwachten. Als wij als gelovigen afscheid nemen, verzekeren we elkaar doorgaans dat we voor elkander zullen bidden. De Heer deed echter geen enkele toezegging van dien aard. Integendeel. In feite zei Hij zijn volgelingen precies het tegenovergestelde: 'Ik zeg u niet, dat Ik de Vader voor u vragen zal'.

Christus komt in de evangeliën niet naar voren als iemand die elk ogenblik zijn discipelen moet bedienen, hun de handen moet opleggen of voorbede voor hun nood moest doen. We zien Hem in de beschrijving die de evangelisten van zijn bediening geven, als Redder van het verlorene steden en dorpen rondtrekken om te leren in de synagogen en het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen (Mattheüs 9:35).

Doen wat Jezus deed

Ook de discipelen vertonen weinig overeenkomst met de hedendaagse gelovigen zoals we die elke zondag opnieuw naar voren zien komen om 'het gebed des geloofs' te ondergaan en bediend te worden. Een ware volgeling van Jezus is immers iemand, die wil wandelen zoals Jezus wandelde en doen wat Jezus deed. Als de discipelen Jezus dan ook op een bepaald moment in gebed vinden, vragen ze Hem niet of Hij vóórbede voor hen wil doen. Hun verzoek is: 'Here, leer ons bidden' (Lucas 11:1). Zij beseften dat zij zélf een krachtig gebedsleven moesten opbouwen. Van alle dingen die Jezus hun bijbracht, was het belangrijkste hoe zij zélf tot de Vader zouden kunnen gaan in zijn naam.

De komst van de trooster

Al eerder sprak Jezus in dezelfde afscheidsrede over de komst van de Heilige Geest en diens bediening. De Geest zou op de Pinksterdag uitgestort worden om vanaf dat moment met kracht elkeen te zalven die door de prediking tot geloof kwam. Tot op de dag van vandaag toe!

Het was onder verwijzing naar dit komen van de Trooster, dat Jezus vaststelde: 'En te dien dage zult gij Mij niets vragen' (Johannes 16:23). Vervolgens legde Hij uit wat de reden was waarom Hij niet langer voorbede hoefde te doen: 'Want de Vader zelf heeft u lief' (Johannes 16:27).

We mogen hieruit opmaken, dat een van de heerlijkste zegeningen die de uitstorting van Gods Geest met zich meebrengt, het voorrecht is om zich direkt tot de Vader te kunnen wenden, zonder bemiddelaars, zonder afhankelijk te zijn van het gebed van derden.

Als eerste opdracht

Tot menigten die Hem zochten om door Hem aangeraakt en genezen te worden, sprak Jezus: 'Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden' (Lucas 4:43). Zoals de Heer zelf de opdracht ontving in de eerste plaats te prediken en te onderwijzen, zo werd ook de gemeente deze taak toevertrouwd. Jezus gaf zijn volgelingen de opdracht heen te gaan, en al de volken tot zijn discipelen te maken door hen te leren al zijn geboden te onderhouden (Marcus 16:15 en Mattheüs 28:19).

Tekenen als bevestiging

Genezingen en bevrijdingen zullen hen volgen die gehoorzaam, aan deze goddelijke opdracht voldoen. Wonderen en tekenen vormen het resultaat van de prediking van het Koninkrijk Gods: 'Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here meewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die er op volgden' (Marcus 16:20). Dit was ook de ervaring van een apostel als Paulus. Het leven van deze godsman werd beheerst door het verlangen om de vólle raad Gods te verkondigen. Vandaar dat de Heer op de prediking en het onderricht van deze apostel ook zijn zegen kon geven: 'Zij verkeerden daar dan geruime tijd, vrijmoedig sprekende in vertrouwen op de Here, die getuigenis gaf aan het woord zijner genade en tekenen en wonderen door hun handen deed geschieden' (Handelingen 14:3).

Verandering van denken

Het is enkel en alleen het evangelie van het Koninkrijk der hemelen dat het denken van de mens verandert en hem tot geloof in Christus brengt. Het gedegen onderwijs in deze boodschap moet voorkomen dat de boze komt en het gezaaide uit het hart wegneemt: 'Bij een ieder die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is' (Mattheüs 13:19). Op deze wijze produceert het Woord van God een veelvoudige vrucht - dertig-, zestig- en honderdvoudig.

Het is belangrijk te leren van de fouten in het verleden, teneinde ze niet te herhalen. Door de eeuwen heeft de geestelijkheid van de roomse kerk, ondanks de intellectuele vorming waarover deze beschikte, maar bitter weinig gedaan om het gewone volk te onderwijzen. Met het gevolg dat het geknecht bleef in analfabetisme en bijgeloof. En dientengevolge gemakkelijk door de clerus gemanipuleerd kon worden waar het in totale onwetendheid leefde aangaande de eeuwige waarheden van Gods Woord.

Een priesterschap van verkondigers

Christus roept zijn gemeente op om een koninklijk priesterschap te vormen. Een priesterschap dat als voornaamste opdracht de verkondiging van het evangelie in al haar volheid ontving: 'Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht' (1 Petrus 2:9). Reeds van de priesters in het Oude Testament werd gezegd: 'Want de lippen van de priester bewaren kennis en uit zijn mond zoekt men onderricht in de wet, want een bode van de Here der heerscharen is hij' (Maleachi 2:7). Elk van de bedieningen en gaven van de Heilige Geest die de gemeente Gods in het Nieuwe Testament werden gegeven, hebben de geestelijke vervolmaking van de gemeente door middel van de prediking op het oog: 'En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom van de volheid van Christus (Efeziërs 4:11-13).

Bedrieglijke wonderen

Eén van de tekenen van de eindtijd is dat de mensen die de liefde tot de waarheid zouden moeten aanvaarden om behouden te worden, wonderdoeners navolgen die hen misleiden door krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen (2 Thess.2:9-12). Met gevolg dat zij in een dwaling terecht komen, die bewerkt dat zij de leugen geloven!

Hoevelen die nog maar kort geleden los kwamen van de roomse afgoderij, worden tegenwoordig in ons land (Brazilië) teruggevoerd naar allerlei vormen van bijgeloof die niets bijdragen tot de vorming van hun geestelijk leven. Predikers die de Heer riep om leiders van blinden en onderwijzers van onwetenden te zijn, verlagen zich vandaag aan de dag tot handelaars in 'pinkster-relikwiën'. Ze laten zich verleiden tot een dubieus handeltje dat hun de mogelijkheid van een goede winst biedt en hen in staat moet stellen de schulden te voldoen op de imposante kerken en kathedralen, die ze bouwen.

Mannen die uitverkoren werden door de Heer om de rijkdom van het evangelie van het Koninkrijk te verkondigen, houden zich nu bezig met het zegenen van identiteitskaarten van wanhopige werkelozen die naar een baan zoeken, van kledingstukken van zieken en doen daarbij allerlei beloften van voorspoed. Andere verkopen foto's van zichzelf die de gekwelden moeten troosten en zegenen in momenten van strijd of in het uur van hun dood. Men biedt 'wonderwater' te koop aan dat in een glas op de radio geplaatst moet worden tijdens het programma waarin de grote evangelist zijn zegeningen uitspreekt. Er wordt speciaal gewijde olie geleverd in een flesje of gedruppeld op een gebedsdoekje... Hoe is het mogelijk!

Magie met de bijbel

Zelfs de bijbel wordt tegenwoordig door sommigen gebruikt alsof dit boek een amulet was. Men plaatst het tijdens het bidden met de zieken op het hoofd alsof het een voorwerp met bovennatuurlijke kracht zou zijn. Als een soort evangelische vervanging van het crucifix dat men hanteert onder het uitroepen van de bezweringsformule: het bloed van Jezus, het bloed van Jezus, het bloed van Jezus.... Alsof er in het Koninkrijk Gods woorden en begrippen bestaan, die op zichzelf de kracht hebben om bezweringen te verbreken en demonen te doen wijken.

Men vergeet blijkbaar helemaal dat volgens de Schrift iemand slechts beschermd is door het bloed van Jezus als hij zich van zijn zonden heeft bekeerd en door dat bloed een gereinigd hart bezit. Slechts voor wie in het licht wandelt, heeft het bloed van Jezus enige waarde: 'indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde' (1 Johannes 1:7,8).

 

De naam van Jezus

Ook het noemen van de naam van Jezus, heeft slechts dan waarde, wanneer dit gedaan wordt vanuit de leiding en de kracht van de Heilige Geest: 'Daarom maak ik u bekend, dat niemand, door de Geest sprekende, zegt: 'Vervloekt is Jezus; en dat niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest' (1 Korintiërs 12:3).

Blijkbaar beseft men niet dat de demonen geen enkel probleem hebben met mensen die weliswaar de naam van Jezus gebruiken, maar daar met hun leven niet achter staan. Denk aan de zonen van Scevas die het waagden de naam van de Here Jezus over een bezetene uit te spreken en de kous op de kop kregen, toen de demonen antwoordden: 'Jezus ken ik en van Paulus weet ik, maar wie zijt gij? (Handelingen 19:13-16).

Aangezien de demonen niet uitgedreven kunnen worden door magische formules, laten zij zich evenmin intimideren door gedeelten van de Schrift, zoals bijvoorbeeld Psalm 91, die men aan de muur hangt of boven de deur van het huis bevestigt.

De verloedering van 'Pinksteren'

De grote tragedie van vandaag is dat al deze praktijken voorkomen in de Pinksterbeweging en de charismatisch georiënteerde kerken. Op deze wijze wordt het werk van de Heilige Geest tot een aanfluiting gemaakt. Men maakt publiekelijk grote ophef over genezingen en bevrijdingen, maar doet totaal niets om de mentaliteit van het volk te veranderen en te zoeken naar verdieping van het geestelijk leven. Men laat na mensen die naar voren komen om gezegend te worden, te wijzen op hun zondige levensstijl. Dat vanuit de angst de financiële bijdrage van dat soort mensen te moeten missen, wanneer zij zich door een dergelijke correctie beledigd mochten voelen.

Gebed om vernieuwing

Laten wij de Heer bidden dat Hij ons een nieuwe verkwikking van zijn Geest schenkt, doordat de gemeenten bevrijd worden van hun vleselijke manier van leven. Dat een heilig vuur de grootheidswaan van voorgangers en zendelingen die haken naar macht en aanzien, vertere. Laten we de Heer bidden dat Hij een arm en ellendig volk van deze onzalige handel in zielen bevrijde! Laten we bidden dat Gods dienaren terugkeren naar de eerbied van Gods Woord. Laten we een opwekking, een geestelijk herleven zoeken, dat ons terugbrengt naar de principes van het Nieuwe Testament, toen wonderen en tekenen geschonken werden als bevestiging van de prediking van het geloof (Gal.3:3-5).

Groei door het woord

De bijbel laat ons zien dat het getal der discipelen in de eerste gemeente zich vermenigvuldigde door het feit dat de gelovigen toenamen in kennis van het Woord van God. Dát was de ervaring van de eerste gemeenten: 'En het woord Gods wies en het getal der discipelen... nam zeer toe..' (Hand.12:24). 'Zo wies het woord des Heren krachtig en het werd sterker' (Hand. 19:20).

Met de groei van het woord van God, nam ook het geloof in de harten toe voor redding en bevrijding van de ongelovigen!

Persoonlijke overwinning

Onder de discipelen van Jezus was men onbekend met de lange rijen ongelukkigen zoals men die vandaag aan de dag naar de podia van de grote evangelisten ziet gaan met hun geld in de hand om tegen een 'vrijwillige' bijdrage gebed te ontvangen ter bewerking van het wonder. Men kende de verkoop van gewijde voorwerpen niet, noch het uitroepen van allerlei magische formules. De gelovigen wendden zich direct tot de Vader in de hemel in de naam van Jezus, overeenkomstig de aanwijzingen die de Heer daarvoor gaf. Zij overwonnen in hun persoonlijke verdrukkingen dankzij hun intieme gemeenschap met God door de Heilige Geest. Ook vandaag aan de dag nog kunnen de gelovigen de boze zelf overwinnen door hun persoonlijk geloof in de beloften van de Heer en een leven in kontakt met Christus.

Direct toegang tot de troon

Toegegeven, het is een voorrecht om voor elkaar op de bres te kunnen staan in gebed. Maar de Heer die ons van allerlei vormen van roomse devotie, zoals het aanroepen van de heiligen en het vereren van Maria, bevrijdde, behoede ons voor magische praktijken, gestoken in een evangelisch jasje, zoals het deelnemen aan 'kettinggebeden' of het bidden van een 'evangelische rozenkrans'.

Waar Jezus zelf ons zei 'Ik zal niet aan de Vader voor u vragen', hoeven we niet langer afhankelijk te zijn van de gebeden van voorgangers en zendelingen die nalaten het evangelie te verkondigen om zich te specialiseren in het, tegen betaling, uitdelen van allerlei zegeningen en het verkopen van evangelische relikwiën.

Voor al Gods kinderen is het noodzakelijk dat zij gebruik leren maken van hun persoonlijke toegang tot de troon.

zie voor andere artikelen kvooverz