kvo 49e jaargang nummer 3 maart 1985

J.E.v.d.Brink

brieven van lezers

De TOORN van GOD

Een broeder vroeg mijn mening over de uitleg van Romeinen 1:18, waar staat: 'Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden'.

'Het gaat om het toornen van God. In een bijbelstudie waar deze tekst aan de orde was, beweerde ik dat God enkel liefde is, dus dat de toorn van buiten God komt, dus vanuit zijn tegenpartij. Hier kwam heel wat kritiek op. Men zei dat God een heilige toorn heeft. Men merkte op dat wij onze kinderen toch ook straffen'.

Bij de beantwoording van deze vraag moet ik eerst weten wat onder toorn wordt verstaan. 'Van Dale' omschrijft dit woord met de synoniemen: gramschap, driftvervoering en boosheid. Toorn is dus een gemoedsbeweging en geen bestraffing. Die kan wel het gevolg ervan zijn. Hierin kan de toorn zich openbaren.

Het Griekse woord orgè dat in Romeinen 1:18 gebruikt wordt, betekende oorspronkelijk een natuurlijke impuls, een verlangen, een gemoedstoestand. Later gebruikte men dit woord voor de krachtigste emoties van de mens, namelijk de gramschap en de drift. In Romeinen 13:4 wordt letterlijk gezegd, dat het gezag van de overheid wreker is van toorn. Hier betekent 'toorn' het ongenoegen of mishagen van menselijke autoriteiten (Vine's expository dictionary). Romeinen 1:18 zou dus in verband met de hoogste autoriteit in hemel en op aarde, zo gelezen kunnen worden: 'Want het ongenoegen of mishagen van God openbaart zich van de hemel'. Waarom dit ongenoegen? Het antwoord is vanwege 'alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen'. Zij hebben dan immers gemeenschap met de boze geesten en de Zondemachten maken een scheiding tussen God en de mens (Jes.59:2). Wat is hiervan het gevolg? Het antwoord is, dat Gods (vriendelijk) aangezicht door deze scheiding verborgen wordt. In Deutoronomium staat: 'Te dien dage zal mijn toorn tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en mijn aangezicht voor hen verbergen'. Het gevolg ervan is: 'zodat zij verteerd worden en vele rampen hen treffen'. David bad: 'Verberg toch niet uw oog voor mij, o Heer, ik ben uw knecht, zie niet in toorne neer' (Ps.27 berijmd). Wanneer God zijn aangezicht verbergt, wanneer hij toornt, omdat de mens gemeenschap heeft met de boze geesten, worden zij door de demonen geheel en al overweldigd. Wanneer zij zich dan tot God bekeren, dus tot God naderen, zal Hij tot hen naderen (Jak.4:8). In dit zelfde vers vermaant Jakobus de zondaar om weerstand te bieden aan de duivel. God blijft immers altijd dezelfde: wie tot Hem nadert, zal zijn aangezicht weer aanschouwen. Dan zal God hem weer bijstaan en helpen om de opdringende machten van het rijk der duisternis te overwinnen. Wanneer de zondaars zich echter blijven verharden, dan lezen we in Romeinen 1:24 het vervolg: 'Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt'.

In het boek 'Bijbelse woorden en hun geheim' van dr.F.J.Pop las ik deze opmerking: 'Wat de toorn Gods is, kan blijken uit de synonieme, parallelle uitdrukkingen. Wij vinden deze onder andere in 2 Kronieken 30:9 :'God wendt zijn aangezicht af', en in Psalm 13:2 :'Hij verbergt zijn aangezicht'. Dat houdt in , dat Hij naar zijn volk niet meer omziet en ophoudt erover te waken (aangezicht afwenden). Het aangezicht verbergen is een beeld aan het licht van de zon ontleend. Gods aangezicht is het licht van Israël: 'De Here doe zijn aangezicht over u lichten' (Num 6:25). Als Hij zijn vriendelijk aangezicht laat schijnen, is het leven zonder angst en zorg. Maar als Hij het verbergt, valt er duisternis over land en volk. Dan gaan de machten der duisternis heersen: ziekte, plagen, dood (Ps. 104:29). De toorn Gods is het tegenovergestelde van zijn goedheid of gunst'.

Wanneer een vader op zijn kind toornig wordt, omdat het hem mishaagt, wordt zijn vriendelijk vaderhart versluierd. Hij moet dan wel toezien dat hij 'zelf niet door de boze wordt gepakt en op verkeerde wijze tegen het kind reageert. De schrift zegt tot zo'n vader: 'Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet' (Ef.4:26). Het kind moet geholpen worden en dit kan alleen, wanneer de vader scheiding maakt tussen het kind en de macht door wie het wordt overweldigd.

In het onderwijsblad 'De Vacature' van 29 november 1984 las ik enkele opmerkingen aangaande straffen, die ook voor vaders en moeders gelden: 'Daarom hier een goede raad. Ook tegelijk een heel moeilijke: oefen je erin, het uitspreken van een straf uit te stellen. Liefst een paar uur. Je voorkomt er ook mee domme, overdreven dingen te zeggen. Leerlingen te beledigen (en dat is erg!). Straf uit te delen die, achteraf bezien, toch niet redelijk is... enzovoort. Gebruik dan dat uitstel om rustig met jezelf te rade te gaan, of, als het meer betreft dan een gewone schoolovertreding, met een ervaren collega, wiens raad je op prijs stelt. Of in de middagpauze, thuis met je vrouw... Een goede raad maar een moeilijke. Deze: geen straf opleggen à bout portant. Ik weet het. Je moet jaren vechten tegen de zeer menselijke neiging kort recht toe te passen. Maar het leert wel aan. Je voorkomt ermee 's avonds voor jezelf te erkennen dat je het te bont hebt gemaakt met je heet opgediende straf. Dat zal dan lang een onplezierig gevoel geven. Of: als je de volgende dag je fout herstellen wilt... Het boetekleed mag een man dan al niet ontsieren, het zit nooit erg gemakkelijk en elegant. Ik moet denken aan de vele malen dat ik zelf uitgegleden ben. Daarom hier tot mijn mede-vallenden de oudhollandse spreuk: 'Het is geen schande te vallen, 't is schand niet op te staan'. Telkens weer opkrabbelen en weer beginnen. En wie in wanhoop denkt: ik leer het nooit, ik ben niet geschikt voor dit werk, deze ervaring: als je doorzet, kóm je er'. Gelden de woorden van Jezus hier ook niet: 'Want de kinderen dezer eeuw zijn verstandiger dan de kinderen des lichts, in de omgang met huns gelijken' en met hun kinderen! (Luk.16:8 vert.Brouwer).

zie voor andere artikelen kvooverz.