kvo 49e jaargang nummer 2 februari 1985

J.E.v.d.Brink

Spreken t e g e n Engelen

Enkele weken geleden was ik op weg naar een samenkomst om daar over het evangelie van het Koninkrijk der hemelen te spreken. Dit onderwerp is mij zeer lief, omdat mijn Meester het ook verkondigde. Onder het autorijden zong ik met mijn geest en richtte mijn aandacht op God om Hem te verheerlijken. De tongentaal is hiertoe een uitnemende begaafdheid, omdat de Heilige Geest rechtstreeks onze gedachten vertolkt. De gelovige is er dan zeker van dat de juiste woorden en zinnen over zijn lippen komen.

Paulus was een geestelijk mens en hij toonde ons op welke wijze hij met de Heer omging. Hij schreef: 'Ik zal bidden met mijn geest, maar óók bidden met mijn verstand, ik zal lofzingen met mijn geest, maar óók lofzingen met mijn verstand'. In zijn gemeenschap met God en de heilige engelen was voor hem dus het spreken in tongen primair. Verkeerde hij evenwel onder de mensen, dan sprak en zong hij terwille van hen meestal met zijn verstand, dus in een verstaanbare taal.

Als pinksterchristenen zullen wij van de gedachte los moeten komen, dat het spreken, bidden en zingen in tongen eigenlijk iets bijzonders is. Neen, het hoort bij ons en is een normaal verschijnsel. Waarom zouden wij bijvoorbeeld niet in talen van mensen en engelen samen na een maaltijd ons een ogenblik in de geestelijke wereld, waar wij toch thuishoren, bewegen? Markeerde Jezus zelf de glossolalie niet met zijn opdracht: 'In nieuwe tongen zullen de gelovigen spreken'? Zo simpel moet dit voor ons zijn.

Na mijn lofprijzing richtte ik mij in het geloof tot de engelen, die de Heer mij heeft toebedeeld om mij te dienen en te beschermen. Toen ik zo alleen reed,sprak ik voor het eerst in mijn leven hen rechtstreeks in een engelentaal aan. Ik ben er van overtuigd dat ieder die in tongen spreekt, hiertoe in staat is. Het is toch eigenlijk te dwaas dat men als gelovige geen woord kan wisselen met hen die ons voor eeuwig omringen. De apostel schreef: 'Al spreek ik de talen van mensen en engelen' (1 Cor.13:1 Can.vert.). Hij dankte zelfs God dat hij dit meer deed dan iemand anders in de gemeente te Corinthe. Waarschijnlijk had hij dus bij de leden aldaar ernaar geïnformeerd hoe het in dit opzicht met hen was gesteld. Zij spraken wel in tongen maar te weinig. Door hun vleselijke gezindheid zagen zij het nut ervan zo niet in. Mijn vrouw en ik kunnen zeggen dat wij bij het ouder worden meer in hemeltalen spreken dan ooit tevoren. Hoe men hierover mag denken interesseert ons niet, want de apostel riep ons op hem na te volgen, gelijk hijzelf ook Christus navolgde. Daar houden wij ons aan en wat goed voor Paulus was, is ook goed voor ons. Deze apostel is nu bij de Heer en spreekt met zijn onsterfelijke geest nog in engelentalen, ons tot een voorbeeld.

Tijdens mijn conversatie in de geestelijke wereld had ik een heerlijke ervaring. Plotseling zag ik dat mijn auto omringd was door mijn hemelse begeleiders. Ik zag ze met mijn geestesoog als mannenfiguren rechts en links en ook voor mijn auto. Rustig en met onverminderde snelheid reed ik door, terwijl mijn aandacht op het verkeer gevestigd bleef. Het besturen van mijn wagen gaf geen enkel probleem. Innerlijk wist ik het en sprak het ook met intense vreugde uit, dat deze dienende geesten mijn vrienden zijn in de hemelse gewesten. Toen ik mij met deze gedachte tot hen richtte en zo in tongen tot hen sprak, klapten zij verheugd in de handen. Het werd mij duidelijk dat er blijdschap was bij mijn engelen in de hemel. In de geest hoorde ik hen zeggen dat het hun in vele eeuwen niet was overkomen, dat zij door mensen in hun eigen taal waren aangesproken. Ook dacht ik eraan dat ik genaderd ben tot de hemelse berg Sion en het nieuwe Jeruzalem. Daar bevinden zich de tienduizendtallen engelen, die de feestelijke vergadering van eerstgeborenen die in de hemel opgeschreven zijn, omringen. Wordt het dan niet hoogtijd dat wij in deze laatste dagen eens nader kennis met onze vrienden maken? Wij moeten toch met onze eigen engelen onbelemmerd kunnen omgaan.

Bij het klimmen der jaren zijn mijn vrouw en ik ons ervan bewust dat ook voor ons het ogenblik nadert, dat wij zullen ontslapen. Ont-slapen betekent beginnen te slapen. Dan worden wij geheel onttrokken aan de natuurlijke wereld en zullen wij alleen leven, wandelen, spreken en bezig zijn in de onzienlijke wereld. Wij bidden dat wij rustig naar Jezus mogen gaan, zoals wij na een drukke en vermoeiende dag direct in slaap vallen. Dan jaagt ook het sterven geen schrik meer aan. Op zulk een ontmoeting met de Heer en zijn heilige engelen willen wij ons voorbereiden. Daarvoor hebben wij ook de geestestaal nodig. God heeft immers de eeuw in ons hart gelegd, dat wil zeggen dat Hij ons een onsterfelijke geest schonk, die verbonden met de Heilige Geest, in ons gedachten en woorden doet opkomen, die wij vertolken in talen van mensen en engelen.

Er is nog iets waar wij ons mee bezig houden, want wij leven in een nieuw tijdperk. Het leger van de mens der zonde is bezig zich te vergaderen tot de oorlog op de grote dag des Heren. De strijd tegen de boze geesten in de hemelse gewesten waarover Paulus in Efeziërs 6 schreef, nadert zijn hoogtepunt. Wij houden er rekening mee, dat ook wij in het hemelse Harmàgedon zullen worden ingezet. Michaël en zijn engelen zijn al gereed en de draak weet het. Het wachten is op de verschijning van de zonen Gods achter de Ruiter op het witte paard. Hij gaat de antichrist en diens leger door de adem zijns monds doden. Dan spreekt de Geest des Heren door onze mond in talen van mensen en engelen tot vrienden en vijanden. Dan zullen wij mede de grote daden van God bekend maken, zoals dit gebeurde op de Pinksterdag, omdat dan de vijand geheel wordt vernietigd.

De boodschap van Jezus over het Koninkrijk der hemelen fascineert ons nog steeds. Zij brengt ons op een weg die steeds hoger door de onzienlijke wereld voert. Prijs daarom de naam van Jezus, want Hij is onlosmakelijk verbonden met dit evangelie.

zie voor andere artikelen kvooverz