kvo 48e jaargang nummer 12 december 1984

J.E.v.d.Brink

(uit de pers)

Het wonderkind Marjoe Gorter

In de roerige twintig jaren na de tweede wereldoorlog werden wij plotseling geconfronteerd met een spirituele wereld, die we niet kenden. We beleefden een invasie van buitenlandse sprekers - voornamelijk uit Amerika - die vele nieuwe geluiden lieten horen. In dat werelddeel waren de grote godsmannen en daar geschiedden de tekenen en wonderen die wij misten. Uit mijn herinnering diep ik maar enkele namen op: de Billy Graham-samenkomsten tot redding van zielen, Lam Jeeveratman, de evangelist uit India, die demonen met gezag uitdreef en daarom in 1950 zelf ons land werd uitgeworpen, de Youth for Christ-ralleys met een grote vat op de jeugd, de International Full Gospel Bussinessmen's Fellowship als paraplu voor de verdeelde pinksterbeweging, die met haar vreugdedagen vele duizenden mensen bijeenbracht. Dan de Osborn-campagne in 1958 onder het motto: Jezus Christus is dezelfde, gisteren en heden. Ik denk ook aan evangelisten die hier bekend raakten, zoals Tommy Hicks, Oral Roberts, Kathryn Kuhlman door wie de 'zegen' van het gevloerd worden bekend werd, of A.A.Allen uit Miracle Valley - waar volgens het National Geographic Magazine de minste radio actieve fall out van Amerika is - die demonen uitwierp en volgens officiële berichten aan alcoholvergiftiging overleed. Alles wat van veraf kwam, werd bewierookt, hoewel er veel kaf onder het koren schuilde, niet alleen door verkeerde leringen, maar ook door aanstoot gevende levenswijze. Toch zijn velen in die tijd uit een diepe slaap ontwaakt, omdat het woord van God reëel voor hen werd.

Ik schrijf over zaken waarmee ik intensief ben bezig geweest , ook in kvo, en ik ben blij dat wij nu zoveel meer inzicht hebben vanwege het evangelie van het Koninkrijk der hemelen, dat niet uit Amerika is overgewaaid, maar dat de Heer in de loop der jaren ons heeft getoond. Ik dacht een dezer dagen weer aan dit verleden, omdat ik opnieuw werd bepaald bij zo'n beroemde Amerikaanse figuur, die in de vijftiger jaren vele pinkstermensen verbaasde. Hugh Marjoe Ross Gortner was goed voor het Guinness recordboek, want hij was de jongste, gewijde evangelist aller tijden. Hij werd in 1944 geboren en werd met de naam Marjoe aangesproken, een samentrekking van Maria en Jozef. Toen hij vier jaar oud was, maakte hij als evangelist al carrière. Onder zijn fundamentalistische aanhangers was hij net zo beroemd als de kleine Shirley Temple onder het bioscoopbezoek. Hij trok volle zalen en tijdens zijn diensten werden mensen genezen, begonnen velen in tongen te spreken en vielen ze op de grond onder 'zalving' van de aanwezige kracht. De collecteschalen werden vanwege zijn gloedvolle uitspraken tot de rand toe gevuld en overal klonk het: praise the Lord and pass the contribution (prijs de Heer en denk aan de collecte). Reeds in die tijd had ik mijn bedenkingen, omdat ik in de bijbel wel las dat de kinderen tot Jezus mogen komen, maar nergens dat zij geroepen worden tot prediken. Timótheüs maar ook Jezus werden van hun jeugd af aan onderwezen in de schriften. Pas na zijn doop in water en in Geest begon onze Heer te prediken. Zo ook later zijn discipelen. Die moesten wachten, maar dit werkwoord is voor bepaalde pinkstergelovigen onbekend.

Via een medewerker kreeg ik een boek ter inzage, dat de zonderlinge titel 'Knappen' draagt (uitgave Elsevier). Het is een vertaling van het Engelse woord 'snapping', dat kan wijzen op een onverwachte verandering in het leven van een mens, waardoor hij van het ene ogenblik op het andere volkomen van innerlijke structuur verandert. Wij kennen dit werkwoord 'to snap' bijvoorbeeld in de uitdrukking 'snapshot' bij de fotografie. Volgens de schrijvers Flo Conway en Jim Siegelman gebeurt het dat leden van religieuze bewegingen hun breuk met het vorige leven omschrijven met de woorden 'er knapte iets in me' of 'ik voelde me gewoon knappen'. Het leek dan wel dat hun innerlijk een broos voorwerp was dat ineens totaal veranderde. Door zo'n ervaring stonden ze geheel anders tegenover hun omgeving, hun ouders, hun levenspartner, hun vrienden en collega's dan vroeger. Zij hadden een drastische wijziging in hun persoonlijkheid ondergaan.

Flo en Jim representeren de negatieve houding der media ten opzichte van het christelijk geloof. Alle geestelijke ervaringen gooien ze op één hoop. Zo stellen ze de vraag: wat is het verschil tussen een cultus en een wettige religie? Het werd hen namelijk duidelijk dat vele 'nieuwgeboren' christenen evenals bepaalde sekteleden plotseling afgesneden raken van hun familie, hun verleden en de maatschappij als gevolg van een persoonlijke transformatie en daadwerkelijke bekering. De bijbelse uitspraak dat de ware christen een vreemdeling op aarde is en dat een vriend van de wereld een vijand van God is, maakt volgens hen ook een bijbelgelovige christen lid van een 'onwettige' religie. Zij schrijven vanuit hun vooringenomen standpunt - dat ze met anekdotische voorbeelden illustreren - over: de pinksterbeweging, de charismatische christenen, Billy Sunday, de Moonbeweging, de Children of God, Hare Krishna, de Scientologie, transcendente meditatie, Jim Jones, Manson en Campus Crusade. Ze geven daarbij wel blijk het juiste geestelijke onderscheid te missen.

Mijn bedoeling is niet om deze journalisten te weerleggen, maar in verband met een interview, dat zij met Madjoe Gartner hadden, enkele feiten uit het leven van deze evangelist door te geven. Ik ontleen dus grotendeels aan dit boek maar ook aan mijn geheugen de volgende gegevens:

Voordat Marjoe mamma of pappa leerde zeggen, had zijn moeder hem al bijgebracht 'halleluja' te roepen. Toen hij negen maanden was, kon hij al door de microfoon het geliefde woord 'glory' uitspreken. Op zijn derde jaar stond hij al op een podium te preken en kreeg hij lessen in toneel, het spelen op de saxofoon en het hanteren van een dirigeerstok. Zijn toespraken werden onder pakkende titels aangekondigd: van rolstoel naar preekstoel, of op weg naar de laatste verzamelplaats , waarbij Marjoe in een cowboy-kostuum optrad. Zo bracht hij tien jaren lang aan een enthousiast orthodox publiek het 'ouderwetse' evangelie, maar na zijn tiener jaren zocht hij een andere werkkring. Hij had er schoon genoeg van. In het interview zei de 33-jarige Marjoe: 'Ik heb geen enkele kracht en dat hebben die andere jongens ook niet. Op mijn toernees werden honderden mensen genezen, maar ik weet verdomd goed dat ik zelf niets doe. Ik maak dat alles wordt opgebouwd tot het moment, dat ze allemaal in extase zijn. De menigte wordt steeds enthousiaster en je moet uitkijken dat je dat niet afbreekt. Je begint met te zeggen dat je gehoord hebt, dat het een bijzondere avond gaat worden. Dan trek je alle registers open en houdt het zo aan de gang. Het is hetzelfde als in een popconcert. Je hebt een openingsnummer met een sterk begin, dan werk je een heleboel vaste, oude gegevens af tot je aan het einde van de tophit komt. Dat is hier de wedergeboorte. Verder is het enige passende vervolg op het indrukwekkende moment van gered worden, een persoonlijke demonstratie van de kracht van het juist verworven geloof. Dit zet aan tot het spreken in tongen. Het spreken in talen leer je je aan. Van je vrienden, de kerk en de bijbel krijg je te horen dat de Heilige Geest in een andere taal spreekt. Je raakt er van overtuigd dat dit de meest wezenlijke uiting is van het door jou heenstromen van de Heilige Geest. De glossolalie is een proces dat je opbouwt. Het gaat er net mee als bij het oefenen van toonladders op de piano: je leert het steeds beter'. Marjoe begint dan enkele korte woorden veelvuldig te herhalen en gaat dan over in een 'taal' die hij gewend was te spreken. Hij vervolgt dan: 'Het was mijn taak de mensen de best mogelijke show te geven. Je had bijvoorbeeld een verlegen predikantje uit de provincie. Hij haalde er beroemde evangelisten bij om zijn kerk op peil te houden. Dan kwamen wij om de massa op te zwepen en wij waren de sterren. Het publiek gelooft in het charisma van de evangelist en daar komt het ook voor'. Als Marjoe later, toen hij al prediker af was, een lezing houdt op de middelbare school, roept hij de studenten naar voren en zegt: 'in de naam van Jezus! Hij raakt hun voorhoofd aan en pats! elke keer gaan ze weer plat.

Bij Marjoe gebeurde dus hetzelfde als in de heidense tempels waarop Paulus in 1 Korinthiërs 12 en 13 zinspeelt, dat zij zich lieten opzwepen door de demonen. Daar bracht men het publiek in extase door gebruik te maken van 'schallend koper en rinkelende cimbalen'. Het gaat er immers om door welke geest men wordt geleid en op wie men zich richt. Zijn de gedachten vervuld met de Schepper van hemel en aarde en op Jezus Christus, dan spreekt de menselijke geest een taal die God verheerlijkt. Richt men zich tot duistere machten, dan zullen deze hun kracht openbaren. Paulus schrijft: ik zal bidden met mijn geest, lofzingen met mijn geest en een zegen uitspreken met mijn geest. Dit kunnen wij ook doen in onze moedertaal, maar schreef Jacobus niet: met onze tong loven wij de Here en Vader met haar vervloeken wij de mensen; uit dezelfde mond komt zegening en vervloeking voort. Zo kan dit klaarblijkelijk ook door de glossolalie. Spreekt ook de bijbel niet van ware en valse profetie, die beide geesteswerkingen zijn door middel van het menselijk kanaal. Dat de naam van Jezus erbij gebruikt wordt, is geen bewijs van zuiverheid, want de boze geesten kunnen ook komen 'in zijn naam' en als 'een engel des lichts'. De duivel imiteert altijd duidelijk het werk van God, ook in dat van de genezing. Hij houdt niet van de waarheid maar van de show. Men leert ook het spreken in tongen niet zoals men zich op de piano oefent. De ervaring is, dat verreweg de meeste christenen bij hun doop in de Heilige Geest spontaan en vloeiend in tongen spreken. Wanneer ze slechts een enkel woord kunnen uiten, is dit een teken dat er afremmende geesten aan het werk zijn. Dit is natuurlijk bij Marjoe in zijn jeugd het geval geweest, want het was daar een onnatuurlijke zaak. Het is geen wonder dat hij geestelijk scheef groeide en beschadigd werd. Het is ook niet waar dat men geen taal zou spreken, want op de Pinksterdag hoorden de vreemdelingen de discipelen in hun eigen taal de grote werken Gods verkondigen. De apostel sprak in talen van mensen en engelen.

Wij leven in een tijd dat de late regen overvloedig op de kinderen Gods valt. Wij zien nu juist hoe langer hoe meer het grote geestelijke belang van het spreken in tongen in, vooral in verband met onze wandel, strijd en overwinning en onze omgang met de heilige engelen in de hemelse gewesten. Het is daarom geen wonder dat juist tegenwoordig het spreken in tongen opnieuw wordt voorgesteld als behorende tot het rijk der duisternis, of als iets belachelijks. Dit gebeurde al op de Pinksterdag, toen men spottend sprak dat de discipelen vol met zoete wijn waren. Het dwaze van God is echter wijzer dan Flo en Jim en het gezwets van de charlatan Marjoe, die opgevoed werd in de showbusiness.

De opdracht van Jezus was en blijft: in nieuwe tongen zullen de gelovigen spreken. Dit goddelijke spreken door de Heilige Geest in deze eindtijd zal niet wijken uit onze mond en ook niet uit de mond van ons kroost noch uit de mond van het kroost van ons kroost, want ondanks het verzet van de vijand zeggen wij: 'Ik heb geloofd en daarom heb ik (in tongen) gesproken en gezongen' (Vergelijk Jes.59:21 en 2 Kor.4:13).

zie voor andere artikelen kvooverz