kvo 48e jaargang nummer 10 oktober 1984

J.E.v.d.Brink

De VOLHEID der heidenen

'Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen binnengaat, en aldus zal gans Israël behouden worden...' (Romeinen 11:25,26).

Wanneer wij willen verstaan wat de bijbel met het begrip 'de volheid der heidenen' bedoelt, moeten wij nagaan op welke wijze de apostel Paulus dit hanteert. Deze stelt aangaande het ongeloof van Israël bij de komst van Jezus: 'Betekent nu hun val rijkdom voor de wereld en hun tekort rijkdom voor de heidenen, hoeveel te meer hun volheid' (Romeinen 11:12). Hier staat 'volheid' als tegenstelling met 'tekort'. Israël wordt nimmer als volk in zijn geheel behouden, zomin enige andere natie. Altijd geldt: 'Het overschot zal behouden worden' (Romeinen 9:27). Ook de heidenvolken nemen nimmer allen Jezus aan. De bijbel leert nergens de bekering van gehele naties.

Daarom kan de uitdrukking 'volheid der heidenen' niet betekenen: alle heidenen. Het begrip volheid ziet dus niet op het aantal, een kwantiteit, maar op kwaliteit, op een volle vervulling van Gods beloften. De 'volheid der heidenen' betreft degenen onder de christenen, die een volle vrucht des Geestes dragen. Zij zijn dus 'in het laatst der dagen' een volwaardige, volgroeide vrucht van het evangelie van het Koninkrijk. Zij zijn de zonen Gods, die het beeld van Jezus gelijkvormig geworden zijn.

Wanneer het lichaam van Christus volgroeid is, zal ook het natuurlijke Israël daar deel van uitmaken met zonen die de volle vrucht voortgebracht hebben.

Het is de boze gelukt om juist voor de tijd van de spade regen, voor de verkondiging van de boodschap over de doop in de Heilige Geest en die van het Koninkrijk der hemelen 'een ander evangelie' te lanceren, dat de aandacht van de gelovige wegtrekt uit de onzienlijke wereld en deze richt op de terugkeer en op het herstel van een natuurlijk en aards volk. Was het doel van het evangelie van Jezus Christus het herstel van de mens, opdat deze als mens Gods volkomen toegerust zou zijn, de Israël-leer rukt deze hoge verwachting weg en vestigt de aandacht op een aards koninkrijk. Zij leidt de gelovige op zodanige wijze, dat hij niet meer hemels georiënteerd is, maar dat hij politieke belangstelling moet opbrengen en blind is voor wat zich in de geestelijke wereld bezig is zich te ontwikkelen, ten goede en ten kwade.

De tijd is aanstaande dat de volheid der heidenen (dat zijn dus de kinderen Gods waaraan al deze beloften vervuld zijn), zal ingaan. Een machtige stroom van genade zal uitgaan naar oost en west en naar noord en zuid. Overal waar het evangelie van het Koninkrijk gepredikt wordt en de zonen Gods openbaar zijn, zullen de werken des duivels verbroken worden. Deze zonen Gods zijn gezalfd met de Heilige Geest en met kracht. Zij zullen het beeld des Zoons gelijkvormig worden en de wereld doorgaan , goeddoende en genezende allen, die door de duivel overweldigd zijn (Handelingen 10:38). In deze tijd zullen velen uit het volk Israël en velen uit de andere volken tot jaloersheid gebracht worden. Het eerste Pinksterfeest werd de oorzaak van de jaloersheid van een overblijfsel der heidenen en het laatste Pinksterfeest, de spade regen, zal ook een rest der Joden tot naijver verwekken. Dit overblijfsel wordt dan, evenals de rest uit de heidenen, geënt op de ware olijfboom.

Als Paulus nu spreekt van een 'gedeeltelijke verharding' die over Israël gekomen is, biedt dit duidelijk perspectieven voor dit volk. Het zal nooit in zijn geheel, maar altijd slechts gedeeltelijk verhard zijn, en dit zal tot het einde toe zo blijven. Deze regel voor Israël is van kracht, door de gehele geschiedenis heen, totdat de gemeente haar volle ontplooiing bereikt heeft. Er zullen ook Joden onder hen zijn, die komen uit 'alle volk en stammen en natiën en talen' (Openb.7:9). De Heer heeft immers niet gezegd 'dat Hij de naam van Israël onder de hemel zal uitwissen' (2 Kon.14:27). Dit hebben Hitler en Nasser ervaren, maar ook een Luther, Augustinus, Bernard van Clairveaux, Thomas van Aquino en andere heilig verklaarde antisemieten.

Er staat niet, zoals sommigen lezen: 'Daarna zal gans Israël behouden worden, maar: 'Aldus', dat is op deze wijze of langs deze weg. Altijd zal er een gedeelte van Israël zijn, dat zich niet verhardt en geënt wordt op zijn eigen olijf, en zo zal deze boom tot volle wasdom komen.

De Verlosser, Jezus Christus, is uit Sion gekomen en Hij is gestorven voor de zonde van de gehele wereld, ook voor de goddeloosheden van Jakob, zelfs voor de zonde van de verwerping. Israël vormt geen uitzondering voor het deel krijgen aan de genade. Er is geen nieuw Golgotha of een apart verbond nodig om Israël te behouden. Wanneer het Jezus aanneemt krijgt het deel aan het nieuwe verbond.

'Gans Israël' is de olijfboom tezamen met de natuurlijke takken die erop geënt worden en de wilde loten die deel krijgen aan de saprijke wortel. 'Gans Israël' zijn allen die door bekering en wedergeboorte ingegaan zijn in het nieuwe verbond.

zie voor andere artikelen kvooverz