kvo 48e jaargang nummer 3 maart 1984

J.E.v.d.Brink

brieven van lezers

H E E R E, H E R E, H E E R

Brief (verkort)

U schrijft in een artikel in kvo van november 1983 op pagina 10: 'Iedere stad had zijn eigen Baäl. Baäl betekent heer of bezitter, een gewone naam voor god bij de Feniciërs. Tijdens mijn studie werd mij hetzelfde geleerd, maar met deze vermaning erbij, dat wij onze God en hemelse Vader nooit mogen verlagen met deze godonterende naam van Heer, al schrijven wij die met een hoofdletter, want Hij is niet alleen het begin maar ook het einde. Daarom moeten wij in woord en geschrift onze hemelse Vader boven de aardse baäl stellen van de wereldse afgodendienaars en hem noemen: HEERE, of zoals nu de nieuwe spelling heeft: HERE. Het is opmerkelijk dat in Zuid-Afrika het woord Heer heel weinig of totaal onbekend is. Altijd heb ik op de kansel, in mijn gezin, of waar ook, met eerbied het woord Here gebruikt.... Daar U nu zelf de betekenis van 'heer' verklaart zoals dit ook aan mij geleerd is, neem ik de vrijmoedigheid erover te schrijven.

Antwoord:

In de Christelijke Encyclopedie lees ik: 'De naam Jahweh onderscheidt zich van de overige namen als God en Adonia (=Heer) hierdoor, dat hij geen titel of waardigheid uitdrukt, maar een eigennaam is. Dit is dan ook de naam bij uitnemendheid (zie Lev.21:11,16). Voor een ander dan Israëls God wordt hij niet gebezigd en in het meervoud komt hij nooit voor, noch wordt hij ooit met bezittelijke voornaamwoorden verbonden. In deze naam hebben wij 'te doen met de hoogste en rijkste openbaring Gods'.

Wat is nu het probleem? Jahweh is een eigennaam, die men niet zomaar vertalen kan. Zelf heet ik Johannes, ontstaan uit het Hebreeuwse woord Jochanan, dat is van God geschonken. Niemand zal mij evenwel aanspreken met 'Gods geschenk' en als men mij 'Jo' noemt realiseert men zich zeker niet, dat men 'God' zegt. Hetzelfde geldt voor de naam Theo, een woord dat God betekent, want het is een afkorting van de Griekse naam Theodorus, geschenk van God. Men denkt niet aan de betekenis der woorden, evenmin als iemand die Klaas heet, zich bewust is dat zijn naam 'overwinnaar des volks' betekent. Shakespeare schreef: 'Wat zegt een naam? Dat wat wij een roos noemen, zou met elke andere naam even heerlijk ruiken'.

Op de vraag van Mozes naar zijn naam, geeft God hem ten antwoord: 'Ik ben, die Ik ben' en Hij laat erop volgen: 'Zeg de Israëlieten: Ik ben (Jahweh) heeft mij tot u gezonden' (Ex.3:14). Door alle eeuwen en alle tijdperken heen is God immers dezelfde, gisteren, heden en tot in eeuwigheid (Verg. Hebr.13:8). Tot de tijd dat Mozes bij het brandende braambos vertoefde, hadden de aartsvaders God met 'de Almachtige' (El-Sjaddai) aangeduid (Ex.6:2). De moeilijkheid is daarbij wel, dat de moeder van Mozes Jochébed heette (wier roem is Jahweh). Of noemde Mozes haar later zo, op dezelfde wijze als hij Hosea (hulp, redding), de zoon van Nun, Jozua (Jahweh is redding of verlossing) noemde? (Num.13:16).

Hoe komt men er nu aan om de naam Jahweh met HERE te vertalen? Want dit betekent Jahweh helemaal niet. In Leviticus 24:16 staat: 'Wie de naam des Heren lastert, zal zeker ter dood gebracht worden'. Uit vrees voor het 'ijdel gebruik' van deze heilige Naam ging de vrome Jood na de tijd van Ezra zo ver, dat hij niet meer las wat er stond. Wanneer in de schriften de naam JHWH gebruikt werd, sprak hij het minder geachte woord Adonaï uit. Dit woord is afgeleid van 'adon' (heer) met het achtervoegsel 'mijn'. Het werd gebruikt voor iemand die een eigendomsrecht of beschikkingsmacht bezat. Het werd ook wel voor andere goden gebruikt. Ook baäl betekent heer, vooral gebruikt bij de Feniciërs.Met de ogen las de Jood dus JHWH, maar hij sprak dit vierletterige woord in bijgelovige eerbied uit als Adonaï. Volgens de Joodse traditie werd de naam Jahweh slechts eenmaal per jaar op Grote verzoendag door de hogepriester uitgesproken, wanneer hij het Heilige der Heiligen binnenging.

Oorspronkelijk werden de Hebreeuwse woorden alleen met hun medeklinkers geschreven. Juist vóór de tijd van Karel de Grote begon men de woorden te vocaliseren, dus de klinkers tussen de medeklinkers te zetten. Omdat men de juiste klinkers niet meer kende, gebruikte men de klinkers van Edonia, een latere vorm van Adonia. Men voegde dus de klinkers e, o en a in. Zo ontstond het woord Jehovah. Dit foutieve woord heeft zich wel heel sterk bij de Jehova's getuigen gehandhaafd. De oorspronkelijke vorm was zoals men tegenwoordig algemeen aanneemt, Jahweh. Er bestaat nog een kleine groep Samaritanen die de boeken van Mozes gebruiken. Zij spreken de heilige naam uit als Jabe.

Wanneer evenwel in de Hebreeuwse tekst Adonia Jahweh staat, lezen de Joden niet Adonia Adonia, maar Adonia Elohim, dat is Here God. Wilde men dit woord ook niet uit eerbied lezen, dan zei men 'hasjsjiem', dat is 'de Naam'. De Joden die de Hebreeuwse bijbel in het Grieks vertaalden, de zogenaamde Septuaginta, deden precies hetzelfde. Zij zetten in plaats van het woord Jahweh: kurios, dat is Heer. De Statenvertalers en velen met hen, hebben deze wijze van overzetting gevolgd. Waar Jahweh stond, schreven zij HEERE, dus de vertaling van Adonaï. Uit eerbied gebruikten zij alleen hoofdletters. In de Nieuwe Vertaling heeft men terwille van de nieuwe spelling er een 'e' uitgelaten. Zo staat bijvoorbeeld in 2 Samuel 7:18, dat David bidt: 'Wie ben ik Here HERE?' (Adonaï Jahweh). In de Canisiusvertaling staat: 'Wie ben ik, Heer Jahweh?' In de Lutherbijbel :'Wer bin ich, Herr, Herr?' De King James Version Text luidt: 'who am I, o Lord God?' De Franse synodale vertaling lijkt mij het beste; deze heeft voor Jahweh: l'Eternel, de Eeuwige. Deze naam drukt niet een eigenschap van God uit maar zijn wezen: Ik ben die Ik ben. Hij is niet alleen het begin en het einde, maar Hij is vóór het begin en ná het einde van alles wat in zijn Woord ons wordt medegedeeld. In de Franse bijbel staat dan: 'Seigneur Eternel' als vertaling van Adonaï Jahweh.

Hoewel het woord 'Here' dus geen vertaling is van Jahweh, maar een vervangend woord, maken de religieuze geesten dit woord in ons kleine land tot een twistzaak. Zij hebben nu niet voor Jahweh, maar voor 'HEERE' een bijgelovige eerbied. Here is een buigingsvorm van heer. Wij hebben dit nog in hereboer. Denk ook aan de deftige en verouderde vorm vrouwe of huize. Voor de welluidendheid zou ik (niet*) 'Here' God schrijven, maar God de 'Heer'. Men kan dus bij HEERE strijden over de laatste 'e' en over de 'e' middenin. Verder kan men nog de middelste twee e's bij het uitspreken rekken, alsof er Heere stond. Eenvoudige mensen meenden dat de middelste e's langer moesten worden aangehouden. Zo lazen ze ook letterlijk Heere der 'heir'scharen en niet heerscharen. Ze wisten niet dat een 'i' achter een klinker beduidde, dat deze lang wordt. Vergelijk bijvoorbeeld Oirschot of oirbaar. Heir is dus een oude schrijfwijze voor heer (leger).

Bij ons berust de eerbied voor God niet in de plaatsing der letters en in hoofdletters, maar in het hart. Ook beleden de Statenvertalers dat hun beste werken - dat is dus hun overzetting van de oorspronkelijke Schriften - met zonden waren bevlekt. Waarom houdt men dan dat woordje HEERE voor onfeilbaar? Na een uitvoerige discussie of men het woord Jahweh zou laten staan of vervangen door HEERE, besloot men tot het laatste, en nogmaals: Jahweh betekent niet HEERE of Heer. De orthodoxie verklaart evenwel het woord HEERE voor absoluut en onaantastbaar. Zelfs een verandering van spelling beschouwen velen als heiligschennis, als een schending van Gods Naam en van het werk Gods. Ook het gebruik van hoofdletters is bij de rechtzinnigen heilig en kanoniek verklaard. Men zingt evenwel: 'Heer, mijn God, U zal ik loven', of 'Heer, ai, maak mij uwe wegen door uw woord en Geest bekend', of 'God, de Heer, regeert'. En hoe moeten de Engelsen het dan doen met het woord Lord, dat geen buigings-e toelaat? Verlagen zij met het woord Lord de naam van de hemelse Vader tot baäl?

In mijn bezit is een 'Holy Name Bible'. In deze Engelse vertaling wordt de eigen naam van God gehandhaafd. Ik lees bijvoorbeeld: 'Ik ben Jahweh, dat is mijn Naam, en mijn eer zal Ik aan geen andere (naam) geven' (Jes.42:8). 'O Jahweh, uw Naam is tot in eeuwigheid, Jahweh, uw nagedachtenis is van geslacht tot geslacht' (Ps.135:13). 'Indien Jahweh Elohim is, volgt Hem na; maar indien baäl (heer) is, volgt hem na' (1 Kon.18:21). 'En het zal zijn, dat al wie de Naam van Jahweh aanroept, behouden zal worden (Hand.2:21 en Joël 2:32). 'Ik heb hun uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken' (Joh.17:26). 'Uw Naam worde geheiligd' (Matth.6:29). 'Hoe is zijn Naam en hoe de Naam van zijn Zoon?' (Spr.30:4). De naam van God is Jahweh en die van zijn Zoon Jah-shua, dat is Jahweh redt, want 'zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jahshua geven, want Hij is het, die zijn volk zal redden' (Matth.1:21). Jezus sprak: 'Ik ben gekomen in de Naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen' (Joh.5:43). De Holy Name Bible wijst er dus op dat de naam van de Vader Jahweh is. De 'andere naam' is dan Here, Heer, Lord, Herr, l'Eternel. Tenslotte: 'En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderd vier en veertig duizend, op wier voorhoofden zijn Naam en de Naam zijns Vaders geschreven stonden' (Openb. 14:1). Aan welke naam denkt nu de fundamentalist, die leest wat er staat? Aan HEERE, HERE of Heer? Of aan Lord, HERR of Herr? De Holy Name Bible houdt vast aan de naam Jahweh en voor Jezus aan Jahshua. Ik meen dat de naam van de Vader en die van de Zoon op onze voorhoofden, dat is in ons denken zijn geschreven. Wij zingen: 'Zijn naam is gegrift in ons hart!' Dit is een zuiver geestelijke zaak, die met spelling en hoofdletters en taalverschillen niet van doen heeft.

De schrijvers van het Nieuwe Testament, dat in de Griekse taal geschreven werd, hebben zich blijkbaar niet zo om die heilige naam bekommerd. Het ging bij hen niet om de letters maar om het wezen der zaak. Zij citeerden rustig de Septuaginta, waar de naam Jahweh niet in voorkomt, maar waar het woord 'kurios', dat is heer, wordt gebruikt. Kurios is een bezitter of heer van eigendommen en hij beschikt ook over mensen: 'Toen de avond viel, zei de heer (kurios) van de wijngaard tot zijn opzichter' (Matth.20:8). Vergelijk hiereens mee: 'de Heer van de oogst' (Matth.9:28), of 'de Heer van de sabbat' (Matth.12:8). Jezus heeft de macht om te beslissen wat voegzaam is om op de sabbat te doen. Kurios komt ook voor als titel, waarin men zijn eerbied uitdrukt: 'Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid?' (Matth.13:27). Een kind tot zijn vader: 'Ja heer (kurios), maar hij ging niet' (Matth.21:30). Als burger tot de overheid: 'En zij zeiden tot Pilatus: Heer (kurios), wij hebben ons herinnerd, dat die verleider bij zijn leven gezegd heeft' (Matth.27:63). De discipelen begroetten Jezus als leraar en meester: 'Zij maakten Hem wakker en zeiden: Here (kurios), help ons' (Matth 8:25). De heerlijkheid van Jezus komt pas goed uit na zijn opstanding: 'Het ganse huis Israëls moet weten, dat God Hem èn tot Here (kurios) èn tot Christus gemaakt heeft' (Hand.2:36). In plaats van Jahweh lezen we: Gezegend Hij die komt in de naam des Heren (kurios)' (Matth. 21:9). 'Een engel des Heren (kurios) stond bij hen en de heerlijkheid des Heren (kurios) omstraalde hen' (Luc.2:9). 'De Here (in plaats van Jahweh weer kurios,heer) heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen' (Hebr.7:21, Ps.110:8). Paulus schreef: 'Want al zijn er ook zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde - en werkelijk zijn er goden in menigte en heren (meervoud van kurios) in menigte - voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn, en tot wie alle dingen zijn, en één Here (kurios), Jezus Christus' (1 Cor.8:5,6). Hier wordt kurios gebruikt voor afgoden (baäl) en voor de Here Jezus. Maar als wij Hem Heer noemen, denkt niemand van ons aan Baäl. Die associatie moet men er kunstmatig inbrengen teneinde het monopolie gebruik van HEERE te rechtvaardigen. Ik heb geen bezwaar tegen het woord HERE, maar de apostel zou schrijven: 'Bij ons vindt gij niet te weinig ruimte, doch in uw binnenste is het te eng... gij moet ruimer worden' (2 Cor.6:12,13).

Wij zien dus dat de apostelen en evangelisten geen problemen hadden om het woord 'kurios' - zonder hoofdletter - te gebruiken op de wijze als wij ook het woord 'heer' schrijven. Het ging bij hen niet om een schrijfwijze, maar om de gemeenschap met de Here Jezus Christus, wiens naam in elke taal anders wordt geschreven, maar die voor allen dezelfde is. De Holy Name Bible hecht echter zoveel waarde aan de Hebreeuwse woorden Jahweh en Jahshua, dat de samenstellers deze namen zelfs in het Nieuwe Testament gebruiken op plaatsen waar het woord 'kurios' (heer) staat. Zij beweren rustig dat er helleense of heidense elementen in het oorspronkelijke Nieuwe Testament zijn binnengedrongen, waardoor men opzettelijk de schrijfwijze van Jahweh en Jahshua heeft weggelaten of verminkt. Jahweh zou tot kurios zijn vervormd en Jahshua tot Jezus. Ook hier is dus de aanbidding van de schrijfwijze, de cultus van de letter.

Dr. A.Sizoo schreef in 'Uit de wereld van het Nieuwe testament': 'De meest bekende echt-Joodse naam in het Nieuwe Testament is ongetwijfeld die van Heiland. De naam Jezus is eigenlijk dezelfde als Jozua, en betekent: Jahwe is redding of verlossing (vgl.Matth.1:21). Maar de naam Jozua, in het Hebreeuws eigenlijk luidend Jehosjoea, werd later verkort tot Jesua (Jesjoea). In die verkorte vorm vinden we hem onder andere in Nehemia 8:18, waar (in de Statenvertaling) sprake is niet van Jozua, maar van Jesua, de zoon van Nun. Die verkorte naam nu heeft in het Grieks de vorm Jezus, of liever Jesus gekregen. Maar we moeten steeds bedenken, dat de Heiland door zijn Joodse omgeving niet Jezus genoemd werd, maar Jesua (Jesjoea). En dat was een naam, die in de vaderlandse geschiedenis der Joden een goede klank had, en daarom ook veel voorkwam. Behalve de Heiland worden in het Nieuwe Testament nog vier personen vermeld, die Jezus heetten. En terwijl die alle vier in het Grieks dezelfde naam hebben, springen de vertalingen er vrij mee om. De bekende Jozua van de intocht der Israëlieten wordt genoemd in Handelingen 7:45 en Hebreeën 4:8. De Statenvertaling heeft daar Jezus, de nieuwe vertaling Jozua. Maar Colossenzen 4:11, waar Paulus de groeten doet aan Jezus, gezegd Justus, geeft de nieuwe vertaling niet Jozua, maar ook Jezus. En in de geslachtslijst Lucas 3:29, waar in het Grieks een der voorvaderen van Jozef ook Jezus genoemd wordt, heeft de Statenvertaling Joses, de nieuwe Josua. Eenstemmigheid heerst weer in Handelingen 13:6, waar èn de grondtekst èn de beide vertalingen spreken van de valse profeet Elymas als van Bar-Jezus. De nieuwe vertaling wil kennelijk vergissingen voorkomen; Jozua, die we uit het Oude Testament kennen, blijft ze ook in het Nieuwe Testament zo noemen'.

Er zijn vele personen geweest die de naam van Jezus droegen, goede en kwade. Zelfs Barabbas schijnt deze voornaam te hebben gehad. Ook zijn er demonen die in de naam van Jezus komen om de mensen te verleiden. Wij kennen slechts één Heer, onze Here Jezus Christus, de Zoon van de levende God. Daarom is het goed zijn naam te omschrijven en te identificeren. ook is er een menigte van goden, maar wij aanbidden en dienen slechts de ene en eeuwige God en Heer, die wij aanspreken met 'onze Vader in de hemel'. Door een verschil in vertaling en in schrijfwijze is het de boze jammer genoeg gelukt ook hier een barricade op te werpen op de weg der waarheid en des heils, opdat het doel van het volle evangelie: de volmaakte mens Gods tot alle goed werk volmaakt toegerust, niet zal worden bereikt.

zie voor andere artikelen kvooverz.