kvo 48e jaargang nummer 1 januari 1984

J.E.v.d.Brink

Geen holen en geen nesten

Op een zondagmorgen enkele maanden geleden sprak ik tot de Heer: 'Ik zal u volgen, waar Gij ook heengaat'. Misschien merkt iemand op dat deze beslissing op mijn leeftijd wel rijkelijk laat kwam. Maar ik ben van mening dat de hoge weg door tal van zulke besluiten gemarkeerd is. Zo verschillen de vaste voornemens van de christen bij zijn waterdoop aanzienlijk met die aan het einde van zijn loopbaan. Dan verlangt hij immers te horen: 'Deze is het, die het Lam is gevolgd, waar Hij ook heenging, en in zijn mond werd geen leugen gevonden maar het woord der waarheid'.

In Mattheüs 8:20 staat het bekende antwoord dat ook ik van de Heer op die vroeg ochtend ontving: 'De vossen hebben holen, de vogelen des hemels hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen'. Dit aanvaard ook ik als mijn leefregel. Wie niet gewend is de woorden van de Meester in de geestelijke wereld te transponeren, projecteert ze vanzelfsprekend in het natuurlijke leven. Daarom trekt men uit deze woorden de conclusie, dat Jezus eigenlijk minder bezat dan de dieren die in vrijheid leven. Maar was dit wel zo? Vele jaren later herinnerde de apostel Johannes zich nog het ogenblik dat hij voor het eerst met Jezus kennis maakte. Hij schreef toen dat hij een gehele dag in diens woning had vertoefd. Jezus was bovendien omringd door mensen die het een eer vonden Hem met hun goederen te dienen en Hem te herbergen. Hij kon zelfs geld aan de armen geven.

Die ochtend werd mij heel duidelijk welk groot verschil er is tussen de prediking van Jezus en die der schriftgeleerden van wie een geestdriftige vertegenwoordiger tot Jezus kwam om zich bij Hem te voegen. De Heer bedoelde te zeggen: mijn leer heeft geen enkel steunpunt in de zichtbare wereld. De sluwe vossen hebben altijd nog hun holen in de grond. Als er gevaar dreigt of als ze rust zoeken, kunnen ze zich daar terugtrekken. Ook hebben ze daar voor hun jongen een warme schuilplaats. Het hol is voor de vos de basis van waaruit hij opereert. Ook de schriftgeleerden hebben hun vastigheden op aarde. Volgens hen behoorde iemand tot het volk van God als hij het uiterlijke teken der besnijdenis bezat. Met elkaar had men een gemeenschappelijk eigendom, een prachtig gebouw versierd met fraaie stenen. Daar kon men op speciale wijze God aanbidden. Verder onderhield men de spijs- en reinigingswetten, die de buitenstaander overtuigen moesten, dat men de ware God diende. Wat onze tijd betreft rijst de vraag, waarom men nu een kind als lid van de kerk beschouwt? Het antwoord luidt dat het 'doop'-lid is. Maar welke geestelijke zekerheden bezit het daardoor? Heeft het de besnijdenis des harten die niet met handen geschiedt? Betekent verder het ingelijfd zijn bij een aardse kerk ook eeuwig leven?

Als kind las ik eens op de achterkant van een scheurkalenderblaadje de bekende vraag, die Frederik de Grote, koning van Pruisen, aan zijn hofprediker stelde: 'Geef mij een bewijs dat God bestaat'. Het verbluffende antwoord luidde: 'Sire, de Joden!' Het bestaan van God in de hemel moest met het bestaan der Joden op aarde bewezen worden. Zo verbinden vele christenen hun geloof met de aanwezigheid van het volk Israël en met een aards Jeruzalem. Daarom zoeken ze ook de tekenen der tijden in de zichtbare wereld. Johannes schreef evenwel: 'En er werd een groot teken in de hemel gezien', dus in de wereld der engelen.

Wellicht kan ik de charismatische christenen vergelijken met de vogelen des hemels. Deze hebben hun nesten in de toppen der bomen of op hoge rotsen. Ze vermeien zich in het hemelruim, maar keren voor rust en schuiling weer terug naar hun nesten. Zo ook spreken deze christenen in tongen, hebben visioenen, profeteren en organiseren genezingsdiensten. Daarna keren ze terug naar de eeuwenoude historische kerken, waarin ook de koningen der aarde worden gekroond, Maria wordt verheerlijkt en stomme beelden worden gekust.

Als redactie van 'kracht van Omhoog' willen wij ook dit jaar onze plaats innemen in het rijk Gods en daar onze roeping en verkiezing vastmaken. De schrift zegt: nader tot God in de onzienlijke wereld, en Hij zal daar tot jouw naderen. Onze vastigheid ligt in het geloven en beleven van de leer van het Koninkrijk der hemelen, het evangelie dat Jezus zelf eenmaal verkondigde; en in de inwoning van de Heilige Geest die in de waarheid leidt. In Gethsemané was het voor Jezus de ure, dat hem op aarde alles ging ontbreken. Zijn vrienden vluchtten en zelfs zijn exclusieve rok zonder naad werd Hem afgenomen. Zijn vastigheid waarop Hij zijn hoofd neerlegde, was het woord van God. Omdat Hij daarin geloofde, nam Hij het kruis op en verachtte Hij de schande. Zo willen wij als redactie zeggen: wij zijn van boven en niet van beneden. Daar hebben wij het steunpunt gevonden waar ook wij ons hoofd neerleggen en rusten. Eén ding is slechts nodig, en wij hebben het goede deel gekozen. Geve de Heer dat wij in 1984 meer dan ooit tevoren de wijsheid en de kracht ontvangen om de sluier te vernietigen die ook de christenen omsluiert, zodat zij zicht krijgen op Jezus die met eer en heerlijkheid is gekroond, en op de luister van een hemelse erfenis.

zie voor andere artikelen kvooverz