kvo 47e jaargang nummer 8 augustus 1983

J.E.v.d.Brink

HEMEL en AARDE

In den beginne schiep God de hemel en de aarde (Gen.1:1)

Wat is de hemel?

Voor veel christenen is de hemel de voortzetting van de aarde. Het Koninkrijk Gods is een soort verheerlijkt natuurlijk leven. Sommigen stellen zich de hemelse stad voor met straten van goud, met poorten van edelstenen, met geweldige paleizen en luxueuze tuinen vol geurende bloemen.

Wanneer de bijbel echter spreekt over de hemel, bedoelt hij daarmee de onzichtbare wereld en met de aarde de zichtbare en voelbare schepping. De dingen die voor ons onzichtbaar zijn, zijn geestelijk en eeuwig. Degene die waarneembaar zijn met onze zintuigen, zijn tijdelijk en stoffelijk.

De hemel is de geestelijke wereld.

Een andere dimensie

Deze onzichtbare en eeuwige wereld werd vóór de zichtbare, tijdelijke en stoffelijke wereld geschapen. De Heer zei tegen Job: 'Waar waart gij, toen Ik de aarde grondveste?... Terwijl de morgensterren tezamen juichten en al de zonen Gods jubelden'?

Het is onmogelijk de onzichtbare en de zichtbare wereld onder één noemer te brengen. Er bestaan geen aardse maten waarin men beide scheppingen kan uitdrukken. De onzichtbare wereld is van een andere orde. Zij behoort tot een bestaansvorm, die volstrekt verschillend is van die van de aarde.

Twee sferen

In de hemelse gewesten bestaat een 'grote afgrond' tussen licht en duisternis, tussen dat wat van oorsprong goddelijk is en dat wat satanisch is (Lucas 16:26). In de hemel bestaan twee rijken dat van God, en dat van de satan (Matth.12:26). Er bestaat een Heer der legerscharen, die heerst over de heilige engelen en er is een Beëlzebul, de heer der demonen.

Zoals er in de hemel een afgrond is tussen licht en duisternis, zo is er - op dezelfde wijze - een scheiding op de aarde tussen de kinderen Gods en de kinderen van deze wereld. De eersten zijn de wedergeborenen, wier innerlijke mens geleid wordt door de Heilige Geest. De laatsten zijn van de aarde en worden geregeerd door de 'wereldbeheersers dezer duisternis'.

Het zichtbare als illustratie

De aarde is de schaduw van de hemelse dingen. De onzichtbare dingen vormen de werkelijkheid en de afbeelding daarvan vinden we in deze schepping terug. God deed het tegenovergestelde van wat de mens doet. Deze maakt namelijk eerst de tekening van een bouwwerk en daarna komt de werkelijkheid. God maakte echter eerst het blijvende en eeuwige - de onzichtbare wereld - en schiep daarna het model ervan in de stoffelijke wereld.

In het verslag over de schepping lezen we: 'En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht'. Dat deed God, omdat dit afbeeldingen waren van de geestelijke werkelijkheid van goed en kwaad. Hij wilde dat de mens het onzichtbare leerde begrijpen door middel van het zichtbare.

Op dezelfde wijze noemde God het firmament de hemel. Deze hemel is echter niet de werkelijkheid, maar een afbeelding ervan. Zoals het firmament bedekt is met ontelbare sterren, die samen de sterrenbeelden en stelsels vormen, zo is ook de werkelijke hemel bewoond door duizenden engelen, in verschillende groepen en orden. De sterren symboliseren de engelen. Dit blijkt uit teksten als: 'Terwijl de morgensterren tezamen juichten' (Job.38:7), 'hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij morgenster' (Jes.14:12).

Onze plaats in de hemel

De tekst: 'De hemel is de hemel van de Here, maar de aarde heeft Hij de mensenkinderen gegeven' moet toegepast worden op de mens van het oude Verbond. In het nieuwe Verbond is het Koninkrijk der hemelen (na-) bij ons gekomen. Wanneer Johannes 3:3 spreekt over wedergeboren worden, betekent dat: geboren in de onzichtbare wereld. Daar bewegen wij ons. Paulus schreef niet, dat de aarde ons gegeven is maar: 'Waartoe laat gij u, alsof gij in de wereld leefdet, geboden opleggen?' (Col.2:20). En 'bedenkt de dingen, die boven zijn (in de onzichtbare wereld), niet die op de aarde zijn' (Col 3:2).

Opnieuw moeten wij treden in de voetsporen van Jezus. Hij kwam van boven en niet van de aarde (Joh.3:31). Hij sprak van Zichzelf gedurende zijn leven hier op aarde: 'En niemand is opgevaren in de hemel, dan Die uit de hemel nedergekomen is, namelijk de Zoon des mensen, Die in de hemel is' (Joh.3:13 St Vert.). Zo moeten we er acht op slaan, dat God ons 'mede opgewekt' heeft en ons 'mede een plaats gegeven heeft, in de hemelse gewesten, in Christus Jezus' (Ef.2:6).

Geestelijk zijn we dáár, waar ook God, zijn Zoon en de heilige engelen zijn. Daar strijden wij tegen de duivel en zijn engelen. Daar verzamelen wij ook onze schatten. Het is dáár, dat we door de Heilige Geest en zijn gaven, de kracht en de toerusting ontvangen, waardoor we overwinnend kunnen leven in de onzichtbare wereld.

zie voor andere artikelen kvooverz